Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 43

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==vangmethoden
Check title to add to marked list
Tweede jaar op rij een recordaantal teken gevangen
Vliet, A.J.H. van; Bron, W.A. ; Takken, W. - \ 2015
Nature Today (2015).
borrelia burgdorferi - lyme-ziekte - tekenbeten - nimfen - larven - tekenbesmettingen - gegevens verzamelen - vangen van dieren - onderzoek - vangmethoden - lyme disease - tick bites - nymphs - larvae - tick infestations - data collection - capture of animals - research - trapping
Voor het tweede jaar op rij is er door vrijwilligers een recordaantal teken gevangen op 12 vaste tekenvanglocaties. In totaal zijn er 17.400 teken gevangen. Vorig jaar waren dat er 16.800. Van de drie levensstadia namen vooral de larven sterk in aantal toe, terwijl het aantal gevangen nimfen juist lager lag dan in 2013. In combinatie met het grote aantal muizen afgelopen jaar, de belangrijkste gastheer van de teek, kan dit jaar juist het aantal nimfen hoog uitkomen. Nimfen veroorzaken de meeste tekenbeten.
Actieplan 'Minder virus in tulp' : Groot verschil in virusdruk per regio
Kreuk, Frank ; PPO BBF Bloembollen, - \ 2015
BloembollenVisie (2015)319. - ISSN 1571-5558 - p. 22 - 23.
tuinbouw - bloembollen - tulpen - gewasbescherming - plantenvirussen - landbouwregio's - nederland - tulpenmozaïekvirus (tulip mosaic virus) - aphididae - monitoring - vangmethoden - veldproeven - horticulture - ornamental bulbs - tulips - plant protection - plant viruses - agricultural regions - netherlands - tulip mosaic virus - trapping - field tests
Een van de aspecten waarnaar gekeken wordt in het actieplan 'Minder virus in tulp' is de vraag of er verschillen zijn per teeltregio. Dat blijkt zo te zijn. Vooral het verschil in aantal gevangen luizen per regio bleek groot te zijn. De verwachting dat een sterke virusuitbreiding altijd gepaard zou gaan met een hoge bladluisvangst bleek niet te kloppen.
Testen van stoffen met een mogelijk afwerende werking op trips
Pijnakker, J. ; Leman, A. - \ 2014
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1325) - 22
frankliniella occidentalis - plantenplagen - waardplanten - etherische oliën - insectenplagen - lokstoffen - vangmethoden - proeven - plant pests - host plants - essential oils - insect pests - attractants - trapping - trials
Secundaire plantenstoffen, zoals essentiële oliën, hebben het vermogen om te interfereren met het selectieproces van een geschikte waardplant door een plaaginsect. In het eerste gedeelte van dit verslag worden de resultaten beschreven van laboratorium- en kasproeven waarin een aantal mogelijk afwerende plantenstoffen zijn getest tegen Californische trips (Frankliniella occidentalis). In het tweede gedeelte van dit verslag is aandacht besteed aan de extrinsieke en intrinsieke factoren die de werking van de commercieel verkrijgbare lokstof Lurem-TR op Californische trips kunnen beïnvloeden
Lokschapen vangen teken in het bos
Sikkema, A. ; Wieren, S.E. van - \ 2014
Wageningen UR/Stichting voor Duurzame Ontwikkeling
schapen - gastheer parasiet relaties - vangmethoden - lokken - natuurgebieden - borrelia burgdorferi - humane ziekten - lyme-ziekte - infectieziekten - insecticiden - experimenten - wetenschappelijk onderzoek - bosecologie - sheep - host parasite relationships - trapping - baiting - natural areas - human diseases - lyme disease - infectious diseases - insecticides - experiments - scientific research - forest ecology
De Wageningse onderzoeker Sip van Wieren wil lokschapen inzetten om teken weg te vangen in natuurgebieden. Op die manier kunnen schaapskuddes er voor zorgen dat mensen prettig kunnen recreëren in het bos.
Lokschapen tegen teken
Wieren, S.E. van - \ 2014
Wageningen UR
schapen - gastheer parasiet relaties - lokken - humane ziekten - lyme-ziekte - vangmethoden - experimenten - natuurgebieden - bosecologie - sheep - host parasite relationships - baiting - human diseases - lyme disease - trapping - experiments - natural areas - forest ecology
Teken vormen een lastig probleem voor bezoekers van natuurterreinen en bossen. Onderzoekers gaan nu met ‘lokschapen’ teken vangen.
Taxuskevers lokken en bestrijden, een nieuwe richting in het onderzoek - Onderzoekers van PRI en PPO werken samen aan een oplossing voor de langere termijn
Elberse, I.A.M. ; Tol, R.W.H.M. van - \ 2013
Boom in business 4 (2013)7. - ISSN 2211-9884 - p. 40 - 43.
houtachtige planten als sierplanten - plantenplagen - coleoptera - lokstoffen - vangmethoden - biologische bestrijding - laboratoriumproeven - landbouwkundig onderzoek - ornamental woody plants - plant pests - attractants - trapping - biological control - laboratory tests - agricultural research
Wegens het beperktee middelenpakket blijft de taxuskever een gevreesde plaag voor veel boomkwekers.Onderzoek naar nieuwe insecticiden heeft weinig nieuwe middelen opgeleverd. PRI en PPO gooien het nu over een andere boeg en werken aan beheersing van de plaag met een val, een lokstof, schimmels en een oud natuurlijk middel uit Amerika.
Onderzoek naar mogelijke TBV-reservoirs in onkruid
Kock, M.J.D. de; Lemmers, M.E.C. ; Dullemans, A.M. ; Pham, K.T.K. - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving BBF - 25
tulpen - tulpenmozaïekvirus (tulip mosaic virus) - potyvirus - aphididae - virus-gastheer interacties - onkruiden - vangmethoden - landbouwregio - landbouwkundig onderzoek - tulips - tulip mosaic virus - virus-host interactions - weeds - trapping - agricultural regions - agricultural research
In tulpen veroorzaakt het potyvirus tulpenmoza¿ekvirus (TBV) van alle virussen de meeste directe schade (visuele virussymptomen en opbrengstverlies) en indirecte schade (keuringsmaatregelen, beheersingsmaatregelen, etc.). Dit virus wordt door bladluizen verspreid. Om een virusvrije teelt optimaal mogelijk te maken is kennis over het beperken van virusverspreiding binnen een partij / veld van eerste belang (dit blijkt uit onderzoek van laatste decennia). Dit onderzoeksproject geeft aandacht aan een ontbrekend puzzelstukje, kennis over de potentiële gevaren die vanuit de omliggende groene ruimte / natuur de teelt van tulp schade aan kunnen brengen. In dit project is onderzoek gedaan naar aanwezigheid van TBV in bladluisvluchten en onkruiden welke verzameld zijn in teeltregio’s van tulp waar in het verleden aanwijzingen/suggesties waren voor onverklaarbare toename van TBV in partijen tulp. In dit project zijn in 2012 op twee locaties gedetailleerde bladluisvangsten uitgevoerd en op 9 locaties zijn onkruidmonsters verzameld. Daarnaast is een collectie bladluizen gevangen in 2011 in de omgeving van Lelystad voor dit onderzoek gebruikt. De gevangen bladluizen en de onkruidmonsters zijn onderzocht op aanwezigheid van TBV. Dit project heeft tot de volgende conclusies geleid: • Pas bij de echte temperatuurstijging in de tweede helft van mei 2012 kwam een grote bladluizenvlucht op gang. Per dag werden er met één fuik tientallen tot zelfs een paar honderd bladluizen gevangen. • Er is aangetoond dat er grote verschillen in omvang van bladluizenvluchten kunnen zijn. Stel dat op beide locaties een vergelijkbare partij met 1% TBV werd geteeld, dan was het risico op virusverspreiding door bladluizen vanwege verschil in aantallen bladluizen op locatie B 2,5x zo groot als op locatie A. • Tientallen bladluizen gevangen in de omgeving van Lelystad, 290 bladluizen gevangen in Dirkshorn en ruim 700 bladluizen gevangen in Aartswoud, zijn met PCR-diagnostiek onderzocht op aanwezigheid van TBV. Met behulp van de toegepaste onderzoeksmethoden zijn er geen aanwijzingen gevonden dat gevangen bladluizen TBV bij zich hadden. • Analyse op aanwezigheid van TBV in onkruiden op percelen die in het verleden in verband zijn gebracht met onverwachte toename aan TBV heeft niet geresulteerd in de identificatie van TBV-geïnfecteerde onkruiden. Het feit dat er geen TBV in de gevangen bladluizen is aangetoond, en dat er geen TBV in onkruidmonsters is aangetoond, doet vermoeden dat er vooralsnog geen infectiebron is voor TBV anders dan tulp. Voor de tulpensector is dit een hoopgevend resultaat.
Monitoring taxuskever met val en lokstof
Tol, R.W.H.M. van; Elberse, I.A.M. ; Bruck, D. - \ 2012
Wageningen : Plant Research International, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Biointeractions & Plant Health - 18
houtachtige planten als sierplanten - plantenplagen - coleoptera - lokstoffen - vangmethoden - biologische bestrijding - landbouwkundig onderzoek - boomkwekerijen - taxus - ornamental woody plants - plant pests - attractants - trapping - biological control - agricultural research - forest nurseries
De taxuskever blijft een groot knelpunt voor boomkwekers omdat er vrijwel geen middelen meer beschikbaar zijn. Het onderzoek naar traditionele insecticiden levert vooralsnog weinig nieuwe middelen op. Een oud middel van natuurlijke herkomst in een nieuw jasje gestoken, een lokstof en een nieuwe val gaan hier hopelijk verandering in brengen
Monitoring taxuskever met val en lokstof
Tol, R.W.H.M. van - \ 2012
houtachtige planten als sierplanten - taxus - plantenplagen - coleoptera - lokstoffen - vangmethoden - landbouwkundig onderzoek - tests - ornamental woody plants - plant pests - attractants - trapping - agricultural research
Beheersing van de taxuskever wordt steeds lastiger omdat er steeds minder middelen beschikbaar zijn. Voor deze plaag ontbreekt tevens een goed waarnemingshulpmiddel om de plaag eerder op te sporen. Dit zou een gerichtere aanpak met minder middel mogelijk maken. Een effectieve lokstof zou in combinatie met biologische of chemische middelen (Lokken & Infecteren/Doden) ook als bestrijding kunnen functioneren. In dit onderzoek wordt een lokstof en een nieuw type val voor de taxuskever getest. Parallel werd dit in de Verenigde Staten ook getest en tevens werd daar een nieuw natuurlijk middel getest op werking tegen de kevers.
Nieuwe lokstof en oud middel ingezet in strijd tegen taxuskever
Tol, R.W.H.M. van; Bruck, D. ; Elberse, I.A.M. ; Meij, J. van der - \ 2012
De Boomkwekerij 25 (2012)49/50. - ISSN 0923-2443 - p. 28 - 30.
boomkwekerijen - plantenplagen - coleoptera - bestrijdingsmethoden - vangmethoden - lokstoffen - pesticiden - biologische bestrijding - landbouwkundig onderzoek - forest nurseries - plant pests - control methods - trapping - attractants - pesticides - biological control - agricultural research
De taxuskever blijft een groot knelpunt voor boomkwekers, omdat er vrijwel geen gewasbeschermingsmiddelen meer beschikbaar zijn. Het onderzoek naar traditionele insecticiden levert vooralsnog weinig nieuwe middelen op. Een natuurlijk, oud middel in een nieuw jasje, een lokstof en een nieuwe val gaan hier hopelijk verandering in brengen.
Huiskatten in natuurgebieden : kan TNR hybridisatie met de Wilde kat voorkomen?
Lammertsma, D.R. ; Janssen, R. ; Hout, J. van der; Jansman, H.A.H. - \ 2011
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2263) - 52
verwilderde katten - fauna - populatiedichtheid - natuurgebieden - hybridisatie - telemetrie - vangmethoden - limburg - dierenwelzijn - diergezondheid - feral cats - population density - natural areas - hybridization - telemetry - trapping - animal welfare - animal health
De Wilde kat keert weer terug in Nederland. Een bedreiging daarbij is hybridisatie met verwilderde huiskatten. De provincie Limburg heeft Alterra verzocht om te onderzoeken in hoeverre het TNR-programma van de Dierenbescherming (TNR: trap-neuter-return, vangen-steriliseren-terugplaatsen) een alternatief kan zijn voor afschot van verwilderde huiskatten. Dit is onderzocht door enkele katten te vangen en van een zender te voorzien. Daarnaast zijn observaties met cameravallen verricht. Uit de resultaten blijkt dat er veel katten in de natuur struinen. Het TNR-programma was op enkele locaties in staat veel katten te vangen. Echter als gevolg van beperkte medewerking van particulieren was een groot deel van de katten in de natuur onbehandeld en vormde dus een bedreiging voor hybridisatie. Aanbevolen wordt om een beleidsvisie 'katten & natuur' te ontwikkelen om met betrokkenen efficiënter de problematiek te kunnen aanpakken.
Ontwikkeling signalering / vangsysteem voor schadelijke wantsen met lokstoffen en lokplanten": Onderzoek aan geurstoffen en lokplanten in laboratorium, veld en kassen
Meijer, R.J.M. ; Tol, R. van der; Linden, A. van der; Klapwijk, J. ; Hoogerbrugge, H. - \ 2011
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten GTB 1083) - 42
kasgewassen - insectenplagen - miridae - gewasmonitoring - insectenlokstoffen - geurstoffen - schade - proeven - vangmethoden - bestrijdingsmethoden - nederland - greenhouse crops - insect pests - crop monitoring - insect attractants - odours - damage - trials - trapping - control methods - netherlands
Referaat Behaarde wants, Lygus rugulipennis, en brandnetelwants, Liocoris tripustulatis, staan bekend als plagen in uiteenlopende kasgewassen waaronder paprika, komkommer, aubergine, chrysant. In het laboratorium is bepaald welke geurstoffen mogelijk bruikbaar zouden zijn om deze wantsen te monitoren met behulp van een val in combinatie met een geurstof. Tevens is een lijst van planten opgesteld, die aantrekkelijk zijn voor deze wantsen. Uit een keuzeproef met 16 plantensoorten in een kas bleek dat behaarde wants een voorkeur heeft voor kattenstaartamarant, zonnebloem, aardappel en tuinmelde boven de eerder genoemde gewassen. In een kasproef met 2000 m2 paprika werden zowel behaarde wantsen als brandnetel wantsen losgelaten gedurende 12 weken. Zowel deltavallen, als witte en blauwe signaalplaten werden opgehangen in combinatie met verschillende geurstoffen. Geen van deze combinaties van vallen en geurstoffen resulteerde in grote vangsten van de wantsen. Hoewel duizenden gekweekte wantsen werden losgelaten, trad geen schade op in het gewas.Na het loslaten vlogen wantsen niet naar het glas maar waren uren na het loslaten terug te vinden in de planten bij de loslaatpunten. Na een week waren nog enkele exemplaren op het loslaat punt aanwezig, maar in het gewas waren ze moeilijk te vinden. In de praktijk werden zowel behaarde wantsen als brandnetelwantsen verzameld in gewassen (paprika, aubergine, komkommer, gerbera) waarin schade optrad. Deze wantsen gaven op een jonge paprikaplant in een kooi geen schade. Het blijkt dat het optreden van wantsen en het al dan niet optreden van schade vragen oproept. Uit een vervolgstudie zou moeten blijken onder welke voorwaarden schade optreedt en wanneer niet. Abstract The tarnished plant bug, Lygus ruulipennis, and the coomon nettle capsid, Liocoris tripustulatis, are pests in a variety of crops in greenhouses, including sweet pepper, cucumber, eggplant and chrysantemum. Odours which were possibly attractive to the bugs were established in the laboratory.The aim was to find pheromones, which can be used in combination with a trap for monitoring the bugs.Further a list was composed of plants which are attractive for the bugs.From a choice test with 16 plant species it appeared that the tarnished plant bug us attrackted more to Amaranthus caudatus, Helianthus annuus, Sollanum tuburosum and Atriplex hortensis than to the greenhouse crops. In a greenhouse trial planted with 2000 m2 sweet pepper both tarnished plant bugs and common nettle capsids were introduced during a period of 12 weeks. Delta traps were installed and also white or blue sticky traps in combination with several lures. None of these combinations of traps and lures resulted in large catches of bugs. Although thousands of bugs were released, no symptoms were noticed in the crop. The bugs did not fly to the top of the grennhouse when they were released, but were presemt pn the plants near the releasing point for several hours. After a week some specimens were still present on the releasing point, but they were difficult to find in the crop. In commercial greenhouses both tarnished plant bugs and common nettle bugs were sampled in sweet pepper, egg plant, cucumber and gerbera were symptoms were present. These bugs did not cause any symptoms on a young sweet pepper plant in a cage. It is obvious that the occurrence of bugs and the showing or not-showing of symptoms raises questions. Further studies are necessary in order to reveal the conditions is which symptoms will occur or not.
Passende Beoordeling Start MZI's per 1 maart - 10 december 2010
Smaal, A.C. ; Hartog, E. - \ 2010
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C165/10) - 24
mossels - mosselteelt - schaal- en schelpdierenvisserij - oosterschelde - waddenzee - vangmethoden - nadelige gevolgen - milieueffect - mussels - mussel culture - shellfish fisheries - eastern scheldt - wadden sea - trapping - adverse effects - environmental impact
De minister van LNV heeft beleid ontwikkeld voor het bieden van ruimte aan mosselzaadinvang (MZI) in de Waddenzee, de Oosterschelde en de Voordelta (LNV, 2008a en 2009b). Het beleid schetst onder andere de randvoorwaarden voor de vergunningverlening voor de opschaling van de toepassing van MZI’s. Het gaat onder meer om de ligging en omvang van locaties, de landschappelijke inpassing en de natuurwaarden. De Waddenzee, de Oosterschelde en de Voordelta zijn aangewezen als beschermde natuurmonumenten en Natura 2000-gebieden. Voor het plaatsen van MZI’s is daarom een vergunning noodzakelijk op basis van de Natuurbeschermingswet 1998. Deze Passende Beoordeling is een aanvulling op de eerdere PB’s en heeft alleen betrekking op de mogelijke effecten van het vervroegen van de start van het seizoen waarin de MZI’s in gebruik zijn van 1 april (oude situatie) naar 1 maart. De startdatum 1 maart wordt noodzakelijk geacht om tijdig, d.w.z. voor de broedval de MZI’s gereed te hebben. Afgelopen jaar is gebleken dat de periode tussen de start van de MZI(werkzaamheden en de broedval niet toereikend was om op tijd gereed te zijn. Dit hangt samen met de beschikbaarheid van werkschepen voor verankering en voor het plaatsen van de touwen en netten, het aantal werkbare dagen, en de planning binnen de afzonderlijke ondernemingen die vaak op meerdere locaties MZI’s in gebruik hebben.
Trips geeft zich nog niet helemaal bloot
Verstegen, S. ; Kogel, W.J. de - \ 2009
Groenten & Fruit 63 (2009)28. - ISSN 0925-9708 - p. 34 - 35.
allium porrum - plantenplagen - thrips - thysanoptera - vangmethoden - gewasbescherming - landbouwkundig onderzoek - plant pests - trapping - plant protection - agricultural research
Inzicht krijgen in de beste aanpak van trips valt niet mee. Onderzoek naar de toepasbaarheid van waarschuwingssysteem PLANT-plus en blauwe vangplaten toont aan dat beide systemen elkaar aanvullen met elk hun eigen voor- en nadelen
Nieuwe vangstmethode samen vervolmaken
Noorduyn, L. - \ 2009
Syscope Magazine 2009 (2009)23. - p. 20 - 21.
visserij - vis vangen - vangmethoden - kennis - vismethoden - systeeminnovatie - kennisoverdracht - duurzame ontwikkeling - fisheries - fishing - trapping - knowledge - fishing methods - system innovation - knowledge transfer - sustainable development
In de kenniskring outrig delen een aantal Noordzeevissers hun ervaringen over een nieuwe vangstmethode, die brandstof bespaart en het bodemleven beter intact laat. Het grootste knelpunt: er wordt te weinig tong mee gevangen
Het ontwikkelen van een glasaalval ten behoeve van monitoring
Leijzer, T.B. ; Dijkman Dulkes, H.J.A. ; Heul, J.W. van der; Willigen, J.A. van - \ 2009
IJmuiden : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES C069/09) - 19
palingen - vangmethoden - technieken - bemonsteren - monitoring - eels - trapping - techniques - sampling
Naar de intrek van glasaal wordt al sinds 1938 onderzoek gedaan, door middel van een kruisnet. Vanaf 1980 deed zich een snelle daling voor, waarna een periode begon met een heel lage intrek, die voortduurt tot op de dag van vandaag. In 2009 is besloten om te onderzoeken of er glasaalvallen ontwikkeld kunnen worden om de glasaalmonitoring met minder inspanning te kunnen uitvoeren. Hierbij is een viertal verschillende vallen getest. Dit zijn een hevel, een zoetwaterval en een zoutwaterval (beide gebaseerd op de werking van de hevel) en een lichtval. Indien een systeem langere tijd achter elkaar kan functioneren zonder dat onderzoekers aanwezig hoeven te zijn zou dit een goedkoop monitorings-programma mogelijk maken.
Leer trips beter (her)kennen
Dorresteijn, W. ; Lommen, S.T.E. - \ 2009
De Boomkwekerij 22 (2009)26/26. - ISSN 0923-2443 - p. 8 - 9.
boomkwekerijen - insectenplagen - plagenbestrijding - insectenbestrijding - thysanoptera - vangmethoden - forest nurseries - insect pests - pest control - insect control - trapping
In de glastuinbouw is trips al heel lang een goede bekende. In de boomkwekerij is dat niet zo. Toch moet je het insect goed (her)kennen om er iets tegen te kunnen doen
Lindebladwespen bestrijden? : weet wanneer ze toeslaan
Blok, J.J. de - \ 2009
De Boomkwekerij 22 (2009)16. - ISSN 0923-2443 - p. 13 - 13.
straatbomen - insectenplagen - caliroa annulipes - larven - bestrijdingsmethoden - vangmethoden - spuiten - epsomzouten - street trees - insect pests - larvae - control methods - trapping - spraying - epsom salts
Laanboomkwekers worden nogal eens verrast door de schade die lindebladwespen aanrichten. Wat kunnen ze hieraan doen?
Tripslokstoffen als hulpmiddel voor tripsbeheersing
Tol, R.W.H.M. van; Bruin, A. de; Wiegers, G.L. ; Kogel, W.J. de - \ 2009
plagenbestrijding - thrips - vangmethoden - insectenlokstoffen - lokstoffen - glastuinbouw - vollegrondsteelt - pest control - trapping - insect attractants - attractants - greenhouse horticulture - outdoor cropping
Poster met resultaten uit onderzoek naar het ontwikkelen van een lokstofdispenser voor verbeterde tripswaarneming met vangplaten.
"Kip, ik heb je!" Het vangen van vleeskuikens - een economische verkenning van verschillende potentieel dierenwelzijnsverbeterende alternatieven
Eilers, C.H.A.M. ; Bokkers, Eddie ; Mourits, M.C.M. ; Kooten, M.C. - \ 2009
Wageningen : Wetenschapswinkel Wageningen UR (Rapport / Wetenschapswinkel Wageningen UR 256) - ISBN 9789085851875 - 28
vleeskuikens - pluimvee - pluimveehouderij - dierenwelzijn - vangen van dieren - vangmethoden - arbeidskosten - dierhouderij - broilers - poultry - poultry farming - animal welfare - capture of animals - trapping - labour costs - animal husbandry
Dieronvriendelijke omstandigheden in de veehouderij komen grotendeels voort uit kostenbesparende maatregelen. In het overgrote deel van de gevallen resulteert een verbetering van het dierenwelzijn in hogere productiekosten.Het doel van deze studie is het bestuderen van een situatie van verminderd dierenwelzijn bij het vangen van vleeskuikens en het maken van een kostenberekening voor de verschillende alternatieven. Hiervoor werden in totaal vijf scenario's (inclusief basisscenario) bestudeerd. Aan elk van de alternatieve scenario’s zijn extra kosten ten opzichte van het basisscenario verbonden.Hier tegenover staan geen extra opbrengsten als gevolg van het diervriendelijk vangen van kuikens. Mogelijk dat door voorlichting draagvlak gecreëerd kan worden voor de extra kosten van een uitbetalingssysteem naar kwaliteit
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.