Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 46

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==varietal susceptibility
Check title to add to marked list
Plagen in de laanboomkwekerij: appelbloedluis en gleditsiabladgalmug
Helsen, H.H.M. ; Sluis, B.J. van der - \ 2014
Randwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit - 26
boomteelt - straatbomen - malus - eriosoma lanigerum - cecidomyiidae - bestrijdingsmethoden - geïntegreerde plagenbestrijding - detectie - rassen (planten) - gevoeligheid van variëteiten - arboriculture - street trees - control methods - integrated pest management - detection - varieties - varietal susceptibility
Appelbloedluis Eriosoma lanigerum is de belangrijkste plaag van Malus in de laanboomteelt. Omdat de soort zich zeer snel kan vermeerderen, kunnen enkele luizen in het voorjaar in korte tijd een plaag veroorzaken. Ook na een chemische bestrijding zullen de overlevende luizen zich snel weer uitbreiden. Er is dus een constante rem op de populatiegroei nodig om een explosie tegen te gaan. Het hier beschreven onderzoek richt zich op de geïntegreerde beheersing van deze plaag.
Screening van genen, metabolieten en afweereiwitten : betrokken bij natuurlijke afweer tegen Botrytis
Hofland-Zijlstra, J.D. ; Broek, R.C.F.M. van den; Breeuwsma, S.J. ; Wensveen, W. van; Stevens, L.H. ; Vos, R.C.H. de; Verhoef, N. ; Balk, P. - \ 2014
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1328) - 66
sierteelt - schimmelziekten - botrytis cinerea - rassen (planten) - cultivars - gevoeligheid van variëteiten - verdedigingsmechanismen - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - gewaskwaliteit - landbouwkundig onderzoek - ornamental horticulture - fungal diseases - varieties - varietal susceptibility - defence mechanisms - cultural control - crop quality - agricultural research
Botrytis leidt in snijbloemen nog steeds tot veel uitval. Resistente rassen zijn niet beschikbaar. Wel zijn er duidelijke verschillen in gevoeligheid tussen cultivars aanwezig. Eén van de manieren om planten zich beter te laten weren tegen Botrytis is om de aanmaak van natuurlijke afweerstoffen te activeren. Kennis over het primen van planten in sierteeltgewassen staat echter nog in de kinderschoenen. In dit onderzoek is onderzocht welke genen, afweereiwitten en plantfenolen een rol spelen bij de afweerprocessen tegen Botrytis.
Nieuwe technieken ter bestrijding van trips : eerste verkenning van nieuwe mogelijkheden om tripsschade te beheersen in de teelt van prei en sluitkool
Huiting, H.F. ; Kruistum, G. van; Rozen, K. van - \ 2014
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit AGV - 28
koolsoorten - allium porrum - plantenplagen - thrips tabaci - insecticiden - toepassing - aantasting - gevoeligheid van variëteiten - landbouwkundig onderzoek - cabbages - plant pests - insecticides - application - infestation - varietal susceptibility - agricultural research
De schade door tabakstrips (Thrips tabaci Lind.) in prei treedt vooral op in warme zomers: hoe droger en warmer het weer, hoe groter de kans dat tabakstrips schade veroorzaakt. De tabakstrips is een polyfaag en zeer mobiel insect, dat zich snel kan vermeerderen. Tripsbeheersing vraagt veel aandacht van telers van kool en prei, doordat trips zeer mobiel kan zijn en een hoge reproductiesnelheid kan halen; onder Nederlandse omstandigheden zijn er 5 à 8 generaties per jaar. In Nederlandse buitenteelten is overwegend de tabakstrips (Thrips tabaci Lind.) problematisch. Het doel van dit onderzoek is het bepalen van de effectiviteit van twee toepassingsmethoden via de bodem en enkele insecticide–doseringscombinaties op tripsaantasting in prei en sluitkool.
Bloedingsziekte in paardenkastanje werkgroep Aesculaap
Os, Gera van - \ 2014
aesculus - hippocastanaceae - plant pathogenic bacteria - infection - epidemiology - susceptibility - varietal susceptibility - site factors - tree care - disease control
Aanpak van zwarte vaten in radijs
Janse, J. ; Ludeking, D.J.W. ; Hamelink, R. ; Wensveen, W. van - \ 2013
Wageningen : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1268) - 38
raphanus sativus - radijsjes - wortelgewassen als groente - stenotrophomonas rhizophila - bacterieziekten - gevoeligheid van variëteiten - rassen (planten) - proeven - radishes - root vegetables - bacterial diseases - varietal susceptibility - varieties - trials
Vanaf 2007 komt in de radijsteelt in Nederland een nieuwe ziekte voor die ‘zwarte vaten’ wordt genoemd. Radijsknollen vertonen hierbij bruinzwarte vaten en radijsplanten blijven achter in groei of gaan dood. Uit recent onderzoek door Wageningen UR Glastuinbouw bleek de bacterie Stenotrophomonas rhizophila de veroorzaker te zijn. In vervolgproeven is het effect van verschillende maatregelen op het optreden van het verschijnsel onderzocht. Van weinig naar zeer gevoelig was de rasvolgorde: Escala, Lennox, Janox, Rossella en Donar. De ziekteverwekkende bacteriën zijn in de praktijk tot op een diepte van 70 cm terug te vinden. Zeker met zeilenstomen worden in diepere grondlagen te lage temperaturen en daardoor onvoldoende doding van de ziekteverwekker bereikt. Een hoge dosering verenmeel gaf een sterke reductie van de symptomen. Deze dosering is echter te hoog voor praktische toepassing. Een hoge dosering bij biologische grondontsmetting gaf minder symptomen van zwarte vaten en ook groeiremming. Bij teelt in de grond scoorde het bacteriemengsel Compete Plus het beste in het onderdrukken van de infectie. In the the year 2007, Dutch radish growers found a new disease symptom in their crop that is called “black veins”. The symptoms are typical dark brown or black veins in the white flesh of the tuber and are also found in leaf stems and roots. These radish plants have reduced growth or will die. Recently in research by Wageningen UR Greenhouse Horticulture, the pathogen appeared to be the bacteria Stenotrophomonas rhizophila. In further experiments the effect of several treatments on the symptoms of black veins has been studied. The varieties Escala, Lennox, Janox, Rossella and Donar showed in this order an increasing susceptibility to the disease. The pathogenic bacteria were found in the soil upto a depth of 70 cm. Especially without steam extraction, steam sterilisation of the soil resulted in too low temperatures and subsequently in insufficient killing of the pathogen. A high dose of feather meal reduced the symptoms very much. However, the dosing is too high for practical use. Soil sterilisation by a high amount of fermented organic material resulted in less symptoms of black veins. Adding Compete Plus to the soil, which mainly is a mixture of several bacteria, was the best in suppressing the infection of all non-chemical materals used in the experiment.
Eerste stappen in de ontwikkeling van een betaalbare toetsmethode
Elberse, I.A.M. ; Boer, F.A. de; Beers, T.G. van; Molendijk, L.P.G. ; Schomaker, C.H. ; Been, T.H. - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit - 37
bloembollen - lelies - plantenplagen - pratylenchus penetrans - gevoeligheid van variëteiten - waardplanten - cultivars - tests - ornamental bulbs - lilies - plant pests - varietal susceptibility - host plants
Wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans) veroorzaken veel schade in de lelieteelt. Bovendien blijft er na de teelt van lelie meestal een hoge besmetting achter, waardoor een gevoelig volggewas er ook veel schade van kan ondervinden. Daardoor wordt er meestal vanuit gegaan dat lelie een goede waardplant is. In een gedetailleerde kasproef in 2010 gedroeg lelie ‘Siberia’ zich echter als een slechte waardplant (bij lage aaltjesaantallen een lage vermeerdering). Dit bijzondere resultaat riep de behoefte op om een reeks leliecultivars te toetsen op hun waardplantgeschikheid en gevoeligheid voor schade door dit aaltje. Telers zouden die kennis kunnen gebruiken bij het maken van hun bouwplan. Het telen van cultivars die meer resistent en minder gevoelig voor schade zijn, kan een mogelijk alternatief of aanvulling bieden voor de bestrijding met Monam. Daarom werd en in 2012 vijf verschillende cultivars (Siberia, Sorbonne, Mona Lisa, Robina en Conca d’Or) getoetst op hun waardplantgeschiktheid en hun gevoeligheid voor schade. Deze zijn gekozen omdat we na rondvragen bij adviseurs verwachtten dat deze cultivars verschillen in gevoeligheid en mogelijk ook in waardplantgeschikheid. Bovendien is er op gelet dat er zowel fijnwortelige als grofwortelige cultivars werden getoetst. Misschien heeft die eigenschap invloed op de waardplantgeschiktheid en/of gevoeligheid. Verder was het ook de bedoeling om met de resultaten van deze uitgebreide proef de eerste stappen te kunnen zetten naar een goedkope, maar wel betrouwbare toetsmethode, om in de toekomst gemakkelijk een grote reeks aan cultivars te kunnen testen.
Warmtetolerantie narcis en bijzondere bolgewassen : onderzoek naar de schadegrens van narcis en enkele bijzondere bolgewassen bij de warmwaterbehandeling tegen stengelaaltjes
Vreeburg, P.J.M. ; Leeuwen, P.J. van; Korsuize, C.A. ; Trompert, J.P.T. - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit - 27
narcissus - bloembollen - quarantaine organismen - ditylenchus dipsaci - aantasting - temperatuur - heetwaterbehandeling - schade - gevoeligheid van variëteiten - landbouwkundig onderzoek - ornamental bulbs - quarantine organisms - infestation - temperature - hot water treatment - damage - varietal susceptibility - agricultural research
Ditylenchus dipsaci (het stengelaaltje) is in de bollen een quarantaineorganisme waarvoor een nultolerantie geldt. Een aantasting door stengelaaltjes wordt de laatste jaren bij narcis op gemiddeld 20 bedrijven gevonden ondanks de toegepaste standaard warmwaterbehandeling (wwb). Daarnaast worden er jaarlijks enkele (2 à 3) partijen bijzondere bolgewassen aangetroffen met een aantasting. Uit onderzoek op PPO is bekend dat er in narcis stengelaaltjes voorkomen die door het huidige advies (binnen 3 weken na rooien: voorwarmte 1 week 30°C, 24 uur voorweken en een wwb van 4 uur 47°C) niet volledig worden bestreden. Dit is waarschijnlijk een gevolg van selectie op hittetolerantie in de afgelopen 90 jaar dat een warmwaterbehandeling is toegepast. De warmwaterbehandeling zou daarom mogelijk weer moeten worden aangepast. De adviezen voor een warmwaterbehandeling van bijzondere bolgewassen dateren vaak van voor 1983. De bestrijding van de stengelaaltjes kan verbeterd worden door de watertemperatuur van de warmwaterbehandeling te verhogen. Om schade aan de bol te voorkomen wordt een hoge voortemperatuur toegepast. Bij narcis en bijzondere bolgewassen is in het verleden geen hogere voortemperatuur toegepast dan 30°C en veroorzaakte een hogere kooktemperatuur dan de geadviseerde soms te veel schade. De schade door de wwb zou mogelijk kunnen worden beperkt door een hogere voortemperatuur dan 30°C te geven, zoals blijkt uit recent onderzoek bij tulp. In dit eenjarige onderzoek is nagegaan welke combinaties van voor- en warmwaterbehandelingstemperatuur goed door 3 cultivars narcissen en 4 soorten bijzondere bolgewassen worden verdragen. Bij de narcissen was Tête-à-Tête minder gevoelig voor een warmwaterbehandeling dan Dutch Master en was Tahiti het meest gevoelig. Bij narcis geeft verhoging van de kooktemperatuur van 47°C naar 49°C bij Tête-à-Tête en Dutch Master geen opbrengstderving, maar bij Tahiti was 47°C het maximum. Een hogere temperatuur gaf (te) veel schade. Een hogere voortemperatuur van 34 en 38°C gaf ten opzichte van 30°C wel minder schade aan het gewas (blad en bloemen), maar dit leidde vaak niet tot een hogere opbrengst dan de voorbehandeling van 30°C. Zeer kort na rooien gaf een wwb van 3 en 4 uur 43°C, zonder voorwarmte en voorweken, een redelijke (Tahiti) tot goede (Dutch Master en Tête-à-Tête) opbrengst. Een wwb van 2, 3 of 4 uur 45°C, kort na rooien werd goed verdragen door Tête-à-Tête, maar minder door Dutch Master en vooral Tahiti. Bij de bijzondere bolgewassen Allium aflatunense Purple Sensation, Chionodoxa luciliae, Muscari armeniacum en Scilla siberica kan zonder schade een hogere kooktemperatuur worden toegepast dan nu wordt geadviseerd, waarbij soms wel de voortemperatuur moet worden verhoogd. Allium aflatunense Purple Sensation kan een wwb van 4 uur 47 °C verdragen na een voortemperatuur van 34°C en een wwb van 4 uur 49°C na een voortemperatuur van 34°C. Chionodoxa luciliae kan een wwb van 4 uur 47 °C en 49°C verdragen na een voortemperatuur van 30 en 34°C, waarbij 34°C nog iets beter is. Ten opzichte van niet koken was de toename van de opbrengst na een wwb was zeer groot en kan deze mogelijk nog groter worden met een nog hogere voortemperatuur en/of kooktemperatuur. Muscari armeniacum kan een wwb van 4 uur 47 °C en 49°C verdragen na een voortemperatuur van 30 en 34°C. Scilla siberica kan een wwb van 4 uur 47 °C verdragen na een voortemperatuur van 34°C. Een wwb van 49°C geeft veel schade. In het hier beschreven onderzoek is niet gekeken naar de aaltjesdoding. Dit is noodzakelijke informatie voor de beoordeling van de onderzochte warmwaterbehandelingen, maar die is in project (Warmwaterbehandeling van tulp 2013, PPO nr. 32 361518 00) onderzocht, waarin met stengelaaltjes besmette bollen worden behandeld. Bij tulp werden de stengelaaltjes goed bestreden door wwb 4 uur 47, 48 en 49°C. Bij narcis was er echter overleving bij alle partijen na voorwarmte en voorweken en wwb 4 uur 47 en 48°C en ook overleving bij kort na rooien, zonder voorwarmte en voorweken, koken gedurende 4 uur 41, 43 en 45°C. Een effect van de voortemperatuur op de doding werd in dat onderzoek niet gevonden, maar wel in het nog lopende vervolgonderzoek (Warmwaterbehandeling tulp 2014, PPO nr. 3236166400). Bedacht moet worden dat dit de resultaten zijn van één jaar onderzoek. Vanuit het verleden is bekend dat afhankelijk van het groeiseizoen de kans op schade per jaar iets kan variëren. Dit eenmalige onderzoek wordt in seizoen 2013-2014 herhaald in een vervolgproject.
Onderzoek naar verschillen in aantasting door Chalara fraxinea ('essentaksterfte') in Nederlandse essenselecties : verslag van de waarnemingen en bevindingen over 2012 = Differences in susceptibility to Chalara fraxinea (twig dieback of ash) of selections of Common ash (Fraxinus excelsior) in the Netherlands : report of the observations and results of 2012
Kopinga, J. ; Vries, S.M.G. de - \ 2013
Wageningen : Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN rapport 26) - 32
fraxinus excelsior - schimmelziekten - plantenziekteverwekkende schimmels - chalara fraxinea - klonen - resistentie van variëteiten - gevoeligheid van variëteiten - ziekteresistentie - nederland - fungal diseases - plant pathogenic fungi - clones - varietal resistance - varietal susceptibility - disease resistance - netherlands
In 2012 zijn opnames uitgevoerd in essenproefvelden van het CGN en zaadgaarden van het Staatsbosbeheer naar de mate waarin de daar aanwezige essen inmiddels zijn aangetast door essentaksterfte, veroorzaakt door de schimmel Chalara fraxinea. Doel van dit onderzoek was om een indruk te krijgen van genetisch bepaalde verschillen in mogelijke resistentie / tolerantie voor deze ziekte. Een aantal handelsklonen profileerden zich in 2012 reeds als bovengemiddeld qua resistentie. Geknotte of sterk gesnoeide bomen zijn significant gevoleiger voor bladaantasting en twijgsterfte dan niet gesnoeide bomen.
Ethyleenproductie- en gevoeligheid van diverse soorten vruchtbomen tijdens gesimuleerde bewaar- en transportomstandigheden
Schaik, A.C.R. van; Elk, P.J.H. van; Anbergen, R.H.N. - \ 2013
Randwijk : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit - 18
vruchtbomen - rassen (planten) - cultivars - gevoeligheid van variëteiten - koudeopslag - opslag met klimaatbeheersing - ethyleen - schade - landbouwkundig onderzoek - fruit trees - varieties - varietal susceptibility - cold storage - controlled atmosphere stores - ethylene - damage - agricultural research
Vruchtbomen zijn tijdens bewaring en transport gevoelig voor ethyleengas dat bv geproduceerd wordt door verbrandingsmotoren en rijpend fruit. In het recente onderzoek uitgevoerd door PPO Fruit is ook vastgesteld dat ook de vruchtbomen zelf enigermate ethyleen produceren. Daarom is er extra noodzaak om de koelcellen goed te ventileren met buitenlucht en de bewaartemperatuur van de bomen zo laag mogelijk te houden. Vastgesteld is dat de schadegrens van vruchtbomen op ongeveer 0.5 ppm ligt, waarbij de perenbomen het gevoeligste zijn. Ook is vastgesteld dat ethyleenschade kan optreden tijdens het transport van vruchtbomen bij hogere temperaturen. Binnen enkele dagen kan dat al tot schade leiden.
Gezocht: lelies die tegen een stootje van wortellesieaaltjes kunnen
Elberse, I.A.M. ; Beers, T.G. van; Schomaker, C.H. - \ 2013
BloembollenVisie 2013 (2013)271. - ISSN 1571-5558 - p. 23 - 23.
bloembollen - lelies - lilium - plantenplagen - pratylenchus penetrans - cultivars - gevoeligheid van variëteiten - proeven - ornamental bulbs - lilies - plant pests - varietal susceptibility - trials
Wat zou het mooi zijn als de lelieteelt in de toekomst minder afhankelijk zou zijn van Monam en meer gebruik zou kunnen maken van slimme cultivarkeuze. Hiervoor zijn cultivars nodig die een slechte waardplant zijn voor wortellesieaaltjes en er nauwelijks schade van ondervinden. PPO en PRI onderzochten vijf cultivars en probeerden de eerste stappen te zetten in het ontwikkelen van een goedkope toetsmethode. Dit bleek geen gemakkelijke opdracht.
Ziektebestrijding wintertarwe Noord Holland Onderzoek 2006-2012
Timmer, R.D. - \ 2012
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit AGV
plantenziektebestrijding - fungiciden - wintertarwe - tarwe - akkerbouw - mycosphaerella graminicola - kosten-batenanalyse - gevoeligheid van variëteiten - rassen (planten) - gewasbescherming - plant disease control - fungicides - winter wheat - wheat - arable farming - cost benefit analysis - varietal susceptibility - varieties - plant protection
In de periode 2006 -2012 is er door het Praktijkonderzoek Plant & Omgeving in Lelystad (PPO-AGV) in opdracht van de Stichting prof.dr. J.M. van Bemmelenhoeve onderzoek uitgevoerd naar de optimale ziektebestrijdingsstrategie bij wintertarwe. Daarnaast werd in enkele jaren ook aandacht besteed aan andere actuele zaken bij tarwe zoals een optimale N-bemesting, voor- en nadelen van precisiezaaien en de toepassing van verschillende groeiregulatoren. Aanvankelijk werden de proeven in Lelystad uitgevoerd en werd er in het seizoen een toelichting gegeven aan belangstellende telers die vanuit Noord Holland naar Lelystad kwamen. Om meer telers in de gelegenheid te stellen de proeven te zien en er uitleg bij te krijgen zijn vanaf 2008 de proeven naar Noord Holland verhuisd. Dit rapport geeft de belangrijkste resultaten weer van de tarweproeven en rassendemo’s die in de onderzoeksperiode zijn uitgevoerd.
Onderstam M.8 als alternatief voor M.9 : vraag naar minder gevoelige onderstam voor bacterievuur neemt toe
Steeg, P.A.H. van der; Maas, F.M. - \ 2012
De Fruitteelt 102 (2012)29/30. - ISSN 0016-2302 - p. 10 - 11.
fruitteelt - appels - plantenziekteverwekkende bacteriën - erwinia amylovora - onderstammen - vermeerderingsmateriaal - onderstam-ent relatie - gevoeligheid van variëteiten - ziekteresistentie - landbouwkundig onderzoek - fruit growing - apples - plant pathogenic bacteria - rootstocks - propagation materials - rootstock scion relationships - varietal susceptibility - disease resistance - agricultural research
Bacterievuur is in toenemende mate een bedreiging voor de appelteelt in Europa. Nederlandse boomkwekers produceren veel onderstammen en bomen bestemd voor export naar vrijwel alle landen in Europa. Door het toenemende handelsverkeer van plantmateriaal in de EU neemt de kans op verspreiding van en aantasting door bacterievuur nog steeds toe.
Planten met een korreltje zout
Hop, M.E.C.M. - \ 2012
Tuin en Landschap 34 (2012)8. - ISSN 0165-3350 - p. 12 - 14.
sierplanten - openbaar groen - zouttolerantie - gevoeligheid van variëteiten - rassen (planten) - beschadigingen door zout - preventie - meters - ornamental plants - public green areas - salt tolerance - varietal susceptibility - varieties - salt injury - prevention - gauges
Sommige planten reageren slecht op zilte wind, strooizout en zout in gietwater, andere zijn juist zouttolerant. Margareth Hop (PPO) onderzocht wat zout doet met planten en welke planten hiervan veel of juist weinig schade ondervinden.
Bijzondere bolgewassen gevoelig voor luchtvochtigheid bij bewaring
Leeuwen, P.J. van; Trompert, J.P.T. - \ 2012
BloembollenVisie 2012 (2012)241. - ISSN 1571-5558 - p. 20 - 21.
bloembollen - bollen - houdbaarheid (kwaliteit) - relatieve vochtigheid - gevoeligheid van variëteiten - rassen (planten) - opslag - landbouwkundig onderzoek - ornamental bulbs - bulbs - keeping quality - relative humidity - varietal susceptibility - varieties - storage - agricultural research
Diverse bijzondere bolgewassen zijn gevoelig voor uitdroging tijdens de bewaring, met minder of geen bloei en bolgroei tot gevolg. Omdat de luchtvochtigheid (RV) in bewaarcellen steeds beter is te sturen ontstaat de vraag wat de beste RV is tijdens de bewaring. Voor vijf bijzondere bolgewassen is onderzocht hoe ze reageren op verschillende luchtvochtigheden. Hoewel de gewassen niet op dezelfde manier reageren is er wel een lijn uit te halen.
Komkommerbontvirus-isolaten en rasgevoeligheid
Stijger, I. ; Hamelink, R. ; Pham, K.T.K. - \ 2011
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw
cucumis sativus - rassen (planten) - gevoeligheid van variëteiten - komkommerbontvirus - plantenvirussen - symptomen - isolatietechnieken - landbouwkundig onderzoek - varieties - varietal susceptibility - cucumber green mottle mosaic virus - plant viruses - symptoms - isolation techniques - agricultural research
Op basis van de resultaten van de genetische verwantschappen is duidelijk geworden dat er groepen van oude en nieuwe isolaten te onderscheiden zijn. Dat de virusisolaten die momenteel in de praktijk voorkomen duidelijk genetisch afwijken van hetgeen er voor 2000 voorkwam en ook t.o.v. van buitenlandse isolaten. Er kon echter geen relatie worden gelegd tussen de symptomen en de diverse isolaten. Wel is er een effect gezien van een isolaat uit 1979 en een isolaat uit 2011 op gangbare rassen en rassen waarbij minder symptomen van het virus worden waargenomen. Het isolaat uit 1979 leverde meer symptomen op dan die uit 2011 en dat was onverwachts. Ook de opbrengst was bij de gevoelige rassen lager bij infectie met het oude isolaat.
Ziek en Zeer : Erwinia chrysanthemi in Amaryllidaceae
Vink, P. - \ 2011
BloembollenVisie 2011 (2011)231. - ISSN 1571-5558 - p. 21 - 21.
narcissus - plantenziekteverwekkende bacteriën - dickeya dadantii - erwinia - gevoeligheid van variëteiten - risicofactoren - ziektepreventie - landbouwkundig onderzoek - plant pathogenic bacteria - varietal susceptibility - risk factors - disease prevention - agricultural research
In dit artikel een verslag van het onderzoek naar de gevoeligheid van narcissen voor de bacterie Erwinia chrysanthemi (tegenwoordig Dickeya dadantii). Uit een infectieproef is gebleken dat deze bacterie tijdens een reguliere bollenteelt in Lisse niet in staat was om narcisbollen aan te tasten. Toch zijn er vanuit de praktijk wel voorbeelden bekend dat met name narcis 'Tête-a-Tête' en Minnow'door genoemde bacterie kunnen worden aangetast.
Ontwikkeling van een toetsmethode voor Botrytis in Gerberabloemen
Slootweg, G. ; Marcelis, L.F.M. - \ 2011
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten GTB 1102) - 15
gerbera - botrytis - gevoeligheid van variëteiten - vatbaarheid - analytische methoden - testen - varietal susceptibility - susceptibility - analytical methods - testing
Soortgevoeligheid van Gerbera voor Botrytis bepaalt voor een deel of er problemen met Botrytis in de keten kunnen optreden. In dit project is nagegaan of een betrouwbare toets voor voorspelling van botrytisgevoeligheid ontwikkeld kan worden. In dit rapport staat een protocol beschreven dat vervolgens getoetst is. Het protocol gaat uit van oogst van 20 oogstbare bloemen die voor gewaterd worden, besmet worden met inoculum, gedurende 2 dagen bij hoge RV gezet worden en tenslotte in een uitbloeiruimte tot uitbloei kunnen komen. Om een uitspraak te kunnen doen over de gevoeligheid van een ras moeten bloemen van minimaal 3 bedrijven getest worden op minimaal 3 dagen verspreid over het jaar. Het is daarmee voor veredelaars een weinig toepasbare toets.
Aantasting Zantedeschiawortels door Pratylenchus penetrans onderzocht
Vink, P. - \ 2011
BloembollenVisie 2011 (2011)227. - ISSN 1571-5558 - p. 23 - 23.
zantedeschia - pratylenchus penetrans - gevoeligheid van variëteiten - aantasting - wortels - varietal susceptibility - infestation - roots
In dit artikel over het voortgezet diagnostisch onderzoek bij PPO een verslag van het onderzoek naar de gevoeligheid van Zantedeschiawortels voor een aantasting door het wortellesieaaltje Pratylenchus penetrans. Het is gebleken dat wortels van Zantedeschia door dit aaltje worden aangetast. Er is echter niet vastgesteld dat wortellesieaaltjes een verminderde groei en bloei geven of dat gemakkelijker Erwinia-bacterierot kan ontstaan.
Zouttolerantie van planten
Hop, M.E.C.M. - \ 2010
Dendroflora 2010 (2010)47. - ISSN 0374-7247 - p. 43 - 72.
houtachtige planten als sierplanten - zouttolerantie - schade - rassen (planten) - soortenkeuze - irrigatiewater - grondwater - gevoeligheid van variëteiten - rassenlijsten - ornamental woody plants - salt tolerance - damage - varieties - choice of species - irrigation water - groundwater - varietal susceptibility - descriptive list of varieties
Zouttolerantie van planten is een eigenschap waarover in de praktijk niet zo veel bekend is bij de gebruikers. Toch is het wel een belangrijk aspect, aangezien een te hoog zoutgehalte erg nadelig kan zijn voor de groei, en zelfs voor de overleving van planten. In dit artikel worden diverse aspecten behandeld, zoals de effecten van zout op planten, verdedigingsmechanismen van planten, selectie op zouttolerantie en technische maatregelen die te nemen zijn om zoutschade tegen te gaan. Tevens wordt een lijst van planten met gegevens over zoutgevoeligheid gegeven, gebaseerd op informatie uit de literatuur.
Rassenproef zwarte bessen in 2010
Oosten, A.A. van; Balkhoven-Baart, J.M.T. ; Maas, F.M. - \ 2010
Randwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit (PPo-rapporten 2010-22) - 41
ribes nigrum - zwarte bessen - rassen (planten) - cultivars - rassen (taxonomisch) - gevoeligheid van variëteiten - smaak - rassenproeven - black currants - varieties - races - varietal susceptibility - taste - variety trials
Doel van dit onderzoek is (nieuwe) rassen zwarte bes vinden die een verbetering kunnen zijn van de huidige rassen, ook wat betreft de gevoeligheid voor ziekten en plagen. In de proef worden zwarte bessenrassen beoordeeld op bruikbaarheid voor de teelt in Nederland, met 10 of 12 planten per ras. In dit rapport worden de resultaten van proefjaar 2010 beschreven.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.