Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 845

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==varieties
Check title to add to marked list
Aardappel: knolgewas van wereldformaat : De oorsprong van de aardappel (herziene versie)
Pistorius, R. ; Hoekstra, R. - \ 2017
Wageningen : Centrum voor Genetische Bronnen Nederland - 20 p.
aardappelen - herkomst - verspreiding - genetische bronnen van plantensoorten - rassen (planten) - potatoes - provenance - dispersal - plant genetic resources - varieties
In vier eeuwen tijd is de aardappel uitgegroeid van een lokaal voedselgewas tot het op drie na grootste bulkvoedselgewas ter wereld. Nederland is in de laatste eeuw uitgegroeid tot 's werelds grootste exporteur van pootaardappelen. De aardappelteelt en -export liggen diep verankerd in onze landbouwgeschiedenis.
Kansrijke eiwitgewassen : eindrapportage veldproeven 2016
Prins, U. ; Timmer, R.D. - \ 2017
Driebergen : Louis Bolk Instituut - 10 p.
eiwitproducten - eiwitrijke voedingsmiddelen - veldproeven - lupinen - peulvruchten - glycine (fabaceae) - tuinbonen - rassen (planten) - eiwitgehalte - plantaardig eiwit - protein products - protein foods - field tests - lupins - grain legumes - faba beans - varieties - protein content - plant protein
Kansrijke eiwitgewassen is een project dat in 2016 tot stand is gekomen vanuit de Brancheorganisatie Akkerbouw rond de teelt van peulvruchten voor menselijke consumptie. In dit project wordt aansluiting gezocht bij het reeds lopende project vanuit de Europese Unie, Protein-2-Food dat zich naast de teelt ook richt op de verwerking en vermarkting van nieuwe consumentenproducten op basis van plantaardige eiwitten. In deze eindrapportage wordt verslag gedaan van de uitkomsten van de teeltproeven in 2016. In deze veldproeven is gekeken naar blauwe en witte lupine, veldbonen en soja. De proeven lagen op twee locaties: Klazienaveen (Veenkoloniën) op dalgrond en WPR-Lelystad (Flevopolder) op jonge zeeklei. Vanwege het hoge kalkgehalte van het proefveld in Lelystad zijn hier geen blauwe lupines uitgezaaid. Uitvoering van de proeven werd in Lelystad verzorgd door WPR en in Klazienaveen door het LBI.
Resultaat tot nu toe op biologisch proefveld: veelbelovende resistente tafelaardappelrassen
Balen, D.J.M. van; Janmaat, L. - \ 2017
Ekoland 37 (2017)1. - ISSN 0926-9142 - p. 17 - 17.
biologische landbouw - aardappelen - rassen (planten) - consumptieaardappelen - rassenproeven - veldproeven - akkerbouw - organic farming - potatoes - varieties - table potatoes - variety trials - field tests - arable farming
De biologische agf-keten heeft de ambitie om bio-aardappelen te produceren en het winkelschap te vullen met goede kwaliteit biologische consumptieaardappelen. Dat vergt de komende jaren de nodige inspanning. Kwekers werken aan verruiming van het assortiment resistente rassen. Telers zorgen voor goed resistentiemanagement. Winkels gaan het aanbod aanpassen en kiezen voor sterke rassen. Jaarlijks worden de aardappelrassen getest op vatbaarheid, productie en kwaliteit. De infectiedruk was afgelopen jaar hoog. Hoe hebben de rassen gepresteerd?
Hevige phytophthora-uitbraak 2016 benadrukt noodzaak resistente rassen
Lammerts Van Bueren, E. ; Hutten, R.C.B. ; Engelen, C.J.M. - \ 2016
Aardappelwereld 2016 (2016)9. - ISSN 0169-653X - p. 32 - 33.
phytophthora infestans - aardappelen - biologische landbouw - ziekteresistentie - resistentie van variëteiten - rassen (planten) - plantenveredeling - potatoes - organic farming - disease resistance - varietal resistance - varieties - plant breeding
De biologische aardappelteelt heeft het in 2016 weer zwaar te verduren gehad met de hevige uitbraak van Phytophtora infestans. Door aanhoudende regenval in juni en juli waren veel telers genoodzaakt om hun percelen met aangetaste aardappelen al vroeg in het seizoen te branden. Gecombineerd met de late pootdatum hebben velen een (te) lage opbrengst van hun vatbare rassen dit jaar. "DIt bevestigt nog maar weer eens de noodzaak van resistente rassen", zo stellen Edith Lammerts van Bueren, Ronald Hutten en Christel Engelen, van het project Bioimpuls waar de deelnemers hard aan nieuwe resistente rassen werken.
Genenweelde in oorsprongsgebieden essentieel voor toekomstige voedselzekerheid
Struik, Paul ; Hintum, Theo van - \ 2016
food security - genetic diversity - field crops - gene banks - plant breeding - genetic engineering - biodiversity - malus - varieties - kazakhstan - middle east

Theo van Hintum in tijdschrift Vork over genenbanken en oorsprongsgebieden als basis voor plantenveredeling

Behoud van genetische diversiteit is een belangrijk wapen om in te spelen op veranderingen in de leefomstandigheden van landbouwgewassen. Genenbanken vormen een onmisbare basis voor plantenveredeling, maar bieden onvoldoende waarborg voor toekomstige voedselzekerheid. Ook de lokale genenweelde in de oorsprongsgebieden moet behouden blijven, maar die wordt bedreigd door verstedelijking, verwaarlozing en klimaatverandering, constateert Michiel Löwik.

Werken aan diversiteit in tarwe en groenten : voor meer variatie op het veld, in het winkelschap en op het bord
Nuijten, Edwin ; Lammerts van Bueren, Edith - \ 2016
Driebergen : Louis Bolk Instituut (Publicatie / Louis Bolk Instituut 2016-030 LbP) - 20
kwekers - biologische landbouw - rassen (planten) - tarwe - zaden - plantenveredeling - groenten - genetische diversiteit - diversiteit - biologische plantenveredeling - growers - organic farming - varieties - wheat - seeds - plant breeding - vegetables - genetic diversity - diversity - organic plant breeding
Van 2014 tot 2016 heeft het Louis Bolk Instituut onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van een breder assortiment in gewassen voor de teler (op het veld) en voor de consument (op het bord). Aanleiding voor het onderzoek is dat het aantal rassen dat aangepast is aan biologische teeltomstandigheden (rassen die dus zonder gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen kunnen) beperkt is en blijft. Veel veredelingsbedrijven kunnen vanwege de ontwikkelingskosten geen aparte rassen ontwikkelen voor een kleine markt. Meestal worden rassen uit het bestaande (gangbare) assortiment geselecteerd voor biologische vermeerdering. Bovendien zijn biologische telers en handelaren meegegaan in de huidige eisen voor hoge opbrengst en uniforme eindproducten. Het aanbieden van zaadvaste rassen in plaats van bijvoorbeeld hybride rassen is daarmee commercieel niet meteen vanzelfsprekend. Divers en Dichtbij Van 2014 tot 2016 heeft het Louis Bolk Instituut onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van een breder assortiment in gewassen voor de teler (op het veld) en voor de consument (op het bord). Dit onderzoek is samen met Estafette Odin BV en de biologische dynamische telers GAOS in Swifterbant, De Groenen Hof in Esbeek en de Maatschap Dames en Heren Vos in Kraggenburg uitgevoerd. Het doel van dit project Divers en Dichtbij was de diversiteit op het veld en op het bord te vergroten. Daarmee bedoelen we niet alleen meer verschillende rassen, maar vooral andere type rassen of populaties die zelf meer genetische variatie bezitten. Dat kan door te kiezen voor zaadvaste rassen bij groentegewassen en populaties bij granen. Tot nu toe is populatieveredeling alleen toegepast bij granen en nog niet of nauwelijks bij groentegewassen (zie voor definities Box 1 op pagina 7). Dit betekent ook een keuze voor andere manieren van veredelen en selecteren. Aanleiding voor het onderzoek is dat het aantal rassen dat aangepast is aan biologische teeltomstandigheden (rassen die dus zonder gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen kunnen) beperkt is en blijft. Veel veredelingsbedrijven kunnen vanwege de ontwikkelingskosten geen aparte rassen ontwikkelen voor een kleine markt. Meestal worden rassen uit het bestaande (gangbare) assortiment geselecteerd voor biologische vermeerdering. Bovendien zijn biologische telers en handelaren meegegaan in de huidige eisen voor hoge opbrengst en uniforme eindproducten. Het aanbieden van zaadvaste rassen in plaats van bijvoorbeeld hybride rassen is daarmee commercieel niet meteen vanzelfsprekend. En toch heeft ons brede speurwerk in dit project wel degelijk een aantal interessante zaadvaste rassen opgeleverd! Want gelukkig zijn er in Europa en Amerika diverse biologische veredelaars actief in het veredelen van zaadvaste rassen en populaties. De informatie in deze brochure is bedoeld voor telers en andere ketenpartijen om meer te leren over de mogelijkheden van zaadvaste rassen bij groenten en populaties bij tarwe.
Agricultural intensification in Nepal, with particular reference to systems of rice intensification
Uprety, Rajendra - \ 2016
University. Promotor(en): Thomas Kuijper, co-promotor(en): Harro Maat. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462579651 - 190
rice - oryza sativa - nepal - asia - south asia - intensification - livelihoods - livelihood strategies - farming systems - farming - crop management - fertilizers - nutrients - irrigation - varieties - rijst - azië - zuid-azië - intensivering - middelen van bestaan - strategieën voor levensonderhoud - bedrijfssystemen - landbouw bedrijven - gewasteelt - kunstmeststoffen - voedingsstoffen - irrigatie - rassen (planten)

This thesis deals with agricultural intensification in Nepal. The initial focus of the study was the System of Rice Intensification (SRI), as introduced in Nepal from 2001. The multiple factors affecting SRI adoption, modification and dissemination together with the option to apply SRI in different combinations of its components result in a variety of SRI applications. For the same reason the effect of SRI on overall agricultural and livelihood development of Nepalese farmers has to be evaluated within the variety of farming systems in which it is applied.

Despite government policies to promote rice cultivation, national rice production is declining. Farmer livelihood strategies, as reflected in rice farming systems, and field management strategies were influenced by several agro-ecological and socio-economic factors. Livelihood and field management strategies of rice farmers are interconnected. In the study presented here four livelihood strategies and three kinds of field management strategies are distinguished. Two livelihood strategies can be characterized as more intensive and more productive; the other two are less intensive and less productive. Livelihood strategies are more family resource-based strategies, while farmers’ field management strategies are more context-dependent. Field management strategies were characterized by forms of nutrient management. Intensive management strategies had most similarities with SRI. But rice intensification is not achievable as a general strategy.

Government policies (fertiliser subsidies) encourage increased fertiliser use. Study results didn't show any significant effect of volume of fertilisers on rice yield but the combined use of organic manure and mineral fertilisers resulted in the highest average rice yields. Irrigation management is another important factor for rice production. Field management is influenced by the reliability of water which was better in farmers' managed irrigation system. Choice of rice varieties influenced the overall rice farming system and cropping intensity and preference of varieties for rice cultivation by scientists and by farmers were different in eastern Nepal. Most popular varieties were those not recommended by science and policy and were disseminated farmer to farmer.

The introduction of SRI in Morang district resulted in several changes in rice farming, but only part of the farmers have adopted such technologies, and adoption has been only in part of their fields. Other farmers have incorporated some SRI practices in their conventional practices. After the introduction of SRI, farmers further tested, re-packaged or hybridized SRI methods to make SRI ideas suitable for their agro-ecological and socio-economic environments. In order to reform Nepalese rice farming, we need to recognize that different farmers, with different livelihood strategies, and with access to different kinds of fields, need different forms for agricultural intensification. High-intensive farmers prefer to use modified SRI methods where there is good irrigation and drainage facilities. There are many possibilities for improvement of the existing nutrient management practices of rice farmers in Nepal. Nutrient management will be useful to increase rice production because the majority of farmers currently use fertilisers non-judiciously. The SRI-recommended practices (younger seedlings, early weeding, use of organic manure, and alternate wetting and drying (AWD) irrigation) will be useful to improve the nutrient use efficiency of rice farmers. Cost-reduction strategies and less labour-intensive cultivation practices will be appropriate options to improve existing rice farming system of Nepal. Participatory cultivar selection and dissemination will be better strategies to introduce new, promising rice cultivars among rice farmers.

Aardappelwereld (Journal)
Lammerts van Bueren, Edith - \ 2016
Aardappelwereld (2016). - ISSN 0169-653X
potatoes - growers - plant breeding - arable farming - varieties - cooperation - organic farming
Kweekspecial 2016 - Deze productie is een uitgave van BioImpuls i.s.m. met Aardappelwereld BV.
Variation in phosphorus acquisition efficiency among maize varieties as related to mycorrhizal functioning
Wang, X.X. - \ 2016
University. Promotor(en): Thomas Kuijper; Ellis Hoffland, co-promotor(en): G. Feng. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462577985 - 168 p.
zea mays - mycorrhizas - maize - phosphorus - nutrient use efficiency - vesicular arbuscular mycorrhizas - nutrient uptake - varieties - mycorrhizae - maïs - fosfor - nutriëntengebruiksefficiëntie - vesiculair-arbusculaire mycorrhizae - voedingsstoffenopname (planten) - rassen (planten)

Phosphorus (P) is a main limiting factor for agricultural production, but overusing P fertilizer has brought serious environmental damages in China. Improving P acquisition efficiency of agricultural crops is an urgent topic. It has been proven repeatedly that arbuscular mycorrhizal fungi (AMF) and genetic diversity within one crop plant can play important roles in P uptake by crops. The main objective of this thesis was to understand the role of the arbuscular mycorrhizal symbiosis in P acquisition efficiency of different maize varieties. The specific objectives were to test: 1) how P uptake by maize varieties responds to colonization by the native AMF community in the field; and 2) whether AMF hyphae take up P for plants from phytate which is the most abundant organic P form in soil; 3) whether mixing maize cultivars can improve maize productivity and whether AMF can play a role in this system; and 4) how AMF species (or community) legacy affects successional maize growth. In this thesis, I combined field experiments and greenhouse experiments and made use of maize genetic diversity and (native) AMF to improve P (including inorganic and organic P) acquisition.

The effects of one single AMF species on maize growth and nutrient uptake have been well studied, but how maize varieties respond to the native AMF community has been insufficiently studied. In Chapter 2, I focused on how maize varieties responded to the native AMF community by using rotated cores in the field, to compare mycorrhizal responsiveness among 20 maize varieties and the difference of the AMF native community of four maize varieties (two old landraces and two modern hybrids). The results indicated that, 1) increased P fertilizer significantly reduced mycorrhizal responsiveness in the field; 2) a complicated relationship exists between mycorrhizal responsiveness in the field and pot experiment; 3) there was no significant difference between old and modern maize varieties in terms of mycorrhizal responsiveness and colonization; 4) there were only small differences in AMF community composition among the four maize varieties. By comparing mycorrhizal responsiveness of maize varieties between in the pot experiment and in the field experiment (with in-growth cores), I found mycorrhizal responsiveness of maize varieties in the pot experiment was significantly larger than that in the field experiment. Thus, mycorrhizal responsiveness of varieties within one cereal plant species tested classically in pots may not present their realistically mycorrhizal responsiveness in field.

Phytate is the most abundant form of organic P in soil. To explore the potential of phytate utilization by plants is agriculturally and environmentally essential. Increased P nutrition of mycorrhizal plants derived from phytate has been reported, indicating that phytate can be a potential P source. However, earlier studies assessed phytate use by using acid phosphatase rather than phytase, and did not consider that phytate adsorption could lead to phosphate release. Thus, I investigated the effect of mycorrhizal hyphae-mediated phytase activity on P uptake by maize in Chapter 3. I conducted a rhizobox experiment to explore phytate use by mycorrhizal hyphae for two maize varieties. The results showed that: 1) phytate addition increased phytase and acid phosphatase activity, and resulted in increased P uptake and plant biomass; 2) the increase in P uptake and biomass were correlated with the increase of phytase activity but not with the increase of acid phosphatase activity; 3) lower phytate addition rate increased, but higher addition rates decreased hyphal length density. I conclude that P from phytate can be used by mycorrhizal plants, but that the phytate contribution to plant nutrition is likely limited. Phytase activity is a more relevant indicator to assess phytate use. In addition, there was a significant interaction between maize varieties and AMF species in taking up P from phytate, which implies there is a possibility to combine different maize varieties to increase total yield using phytate. Besides, I used an empirical relationship to assess phosphate release due to phytate addition. My calculation implies that phosphate desorption cannot be ignored when assessing phytate use, particularly when a large amount of phytate is applied as a P source.

In multispecies natural ecosystems, AMF can play a key role in enhancing plant productivity. However, their role in enhancing crop productivity in mixed cropping systems is still poorly understood. In Chapter 4, I conducted both greenhouse and field experiments to investigate whether mixing maize varieties with different P acquisition strategies could lead to overyielding, and what roles AMF play in this system with two maize varieties. The results showed that mixing maize varieties resulted in overyielding, both in P uptake and shoot biomass, but only when plants were mycorrhizal. At the same time, I found higher hyphal length density and higher AMF diversity in mixtures compared to the monocultures in the field experiment, and higher colonization rate and higher hyphal length density in mixtures in the pot experiment. Thus, I propose that overyielding by mixing maize varieties might be due to increased mycorrhizal performance leading to more P uptake. I also used the partitioning formula to calculate the contribution through the selection effect and complementarity effect to overyielding. I found that the increase of the total yield and P uptake in mixtures was largely due to complementarity effect, implying that relative overyielding and enhanced P uptake were not due to enhanced competitive ability by the larger variety. The results of Chapter 4 suggest that mixing mycorrhizal maize varieties might be beneficial for enhancing productivity and P uptake efficiency.

Plant - soil feedback experiments have shown that AMF can play a crucial role in determining the direction and magnitude of that feedback. Most studies investigated plant - soil feedback dynamics between different plant species. However, it is unknown to what extent one variety of an agricultural crop can affect the performance of another variety of that same crop through plant - soil feedback. In Chapter 5, I carried out a two-phase experiment in a greenhouse, including conditioning phase and test phase to determine plant - soil feedbacks in the absence and presence of AMF species or community, to test the effects of AMF on feedback dynamics. The results in Chapter 5 showed that: 1) in the conditioning phase, both maize varieties were differentially influenced by different AMF species compared to non-mycorrhizal control; 2) in the feedback phase, non-mycorrhizal maize exhibited negative feedback dynamics for biomass and P-uptake; 3) on the feedback phase, mycorrhizal maize generally exhibited positive feedback dynamics for biomass and P-uptake. The interaction coefficient was largest with the mixture of three different AMF species. The interaction coefficient for shoot and P uptake were significantly correlated with the coefficient for mycorrhizal colonization. These results imply that different maize varieties are affected differently by different AMF species, thereby influencing the productivity of the subsequent maize variety. The results also raise questions how AMF influence rhizosphere biota and how maize varieties may select more beneficial AMF.

In Chapter 6, I integrate the results from previous chapters. I discuss possible relationships between (negative) plant - soil feedback effect (due to pathogen) and the mycorrhizal effect on overyielding and improved P uptake due to mixing maize varieties (compared to the monoculture). I also discuss the linkage between phosphorus acquisition efficiency and mycorrhizal responsiveness within one crop species, and the relationship between plant genetic diversity and plant - soil feedback effects, and try to come up with a conceptual model how mixing maize varieties in the presence of AMF could be beneficial.

Eindrapportage HNT Gerbera : de gerberateler aan zet voor HNT valorisatie
Persoon, Stefan ; Weel, P.A. van; Gelder, A. de - \ 2016
Wageningen UR Glastuinbouw - 22 p.
glastuinbouw - snijbloemen - gerbera - sierteelt - bedrijfsvergelijking in de landbouw - tuinbouw - teeltsystemen - klimaatregeling - energiegebruik - rassen (planten) - greenhouse horticulture - cut flowers - ornamental horticulture - farm comparisons - horticulture - cropping systems - air conditioning - energy consumption - varieties
Sinds het najaar van 2009 is er onderzoek gedaan naar Het Nieuwe Telen (HNT) in de Gerberateelt, gevolgd door meerdere valorisatietrajecten in de praktijk. Er was binnen de sector behoefte om deze kennis centraal bijeen te brengen, wat ook is geslaagd. De drie systemen van HNT zorgen niet voor een extra kwalitatieve verbetering in de vorm van minder bloemsmet en rotkoppen. De verwachting in 2012 was dat met slurven onderdoor er meer luchtbeweging zou zijn door het gewas en een drogend effect. Het omgekeerde bleek het geval: bij de luchtslurf onderdoor is het VD rondom de bloem lager wat kan leiden tot smet. Bij luchtslurven bovendoor bleek dit niet het geval. Voor wat betreft rotkoppen kan niet zondermeer gezegd worden dan een van de systemen de voorkeur geniet. Een hypothese is dat uitstraling in de nacht in negatieve zin bijdraagt aan suikerrot, doordat op specifieke momenten er lokaal onvoldoende verdamping is in de bloem. Het optreden van suikerrot is nog steeds een niet getackeld teeltprobleem in Gerbera.
Groene Veredeling : nieuwe rassen voor verduurzaming van gangbare en biologische teelt : projectenoverzicht 2015 - 2019
Scholten, O.E. ; Lammerts Van Bueren, E. - \ 2015
- 2 p.
plantenveredeling - biologische plantenveredeling - biologische landbouw - resistentieveredeling - rassen (planten) - akkerbouw - tuinbouw - plant breeding - organic plant breeding - organic farming - resistance breeding - varieties - arable farming - horticulture

Biologische telers hebben grote behoefte aan meer robuuste rassen. Dat kunnen rassen zijn met een brede weerstand tegen ziekten en plagen, rassen die met minder bemesting toch voldoende opbrengst geven, en rassen die zijn aangepast aan veranderende klimaatomstandigheden. De ontwikkeling van dergelijke robuuste rassen is voor de hele agrarische sector van belang. Robuuste rassen dragen namelijk bij aan verdere verduurzaming van zowel gangbare als biologische teelt. In het onderzoeksprogramma Groene Veredeling dragen Wageningen UR, het Louis Bolk Instituut en andere kennisinstellingen sinds 2010 bij aan de ontwikkeling van deze robuuste rassen. Drie gewassen staan centraal: aardappel, prei, en spinazie. Daarnaast is ook onderzoek gedaan in tomaat, lupine, kool, tarwe, ui en paprika. Eind 2014 is de eerste fase van het programma afgerond, en is een nieuwe ronde van projecten van start gegaan voor 2015-2019. Het onderzoek in aardappel (phytophthoraresistentie) en prei (tripsresistentie) loopt door, en nieuwe projecten in spinazie, appel en paprika zijn opgestart. Deze folder biedt een overzicht van de belangrijkste onderzoekslijnen.
Veredelaars moeten meer 'ondergronds' gaan : Edith Lammers van Bueren geïnterviewd door twee collega's van het LBI
Lammerts van Bueren, Edith - \ 2015
organic farming - breeding programmes - breeding methods - varieties - university research - plant breeding - organic plant breeding

Edith Lammerts van Bueren is onderzoekster veredeling op het Louis Bolk Instituut en daarnaast al tien jaar buitengewoon hoogleraar Biologische Plantenveredeling aan Wageningen University. Ze vervult een brugfunctie tussen de biologische sector en de Wageningse wetenschappelijke wereld. Ze wordt veel gevraagd in publieke debatten over gentechnologie versus biologische veredeling. Onlangs is haar hoogleraarschap voor een derde termijn goedgekeurd. Tijd om de resultaten van de eerste tien jaar en de plannen voor de toekomst te belichten.

Lekkere en gezondere aardbeien met extra blad- of vruchtbelichting : 12% meerproductie in het najaar
Janse, Jan ; Hanenberg, Maike - \ 2015
horticulture - greenhouse horticulture - cultural methods - agricultural research - illumination - led lamps - crop production - strawberries - all-year-round production - vitamins - varieties - taste - keeping quality

Bij Wageningen UR Glastuinbouw in Bleiswijk kijken onderzoekers in het Informatie Demonstratie Centrum (IDC) Smaak hoe ze met blad- en vruchtbelichting jaarrond kasaardbeien lekkerder en gezonder kunnen maken in combinatie met een goede houdbaarheid en hogere productie.

Nederlandse quinoa in de winkel
Wolkers, J. ; Timmer, R.D. - \ 2015
WageningenWorld (2015)4. - ISSN 2210-7908 - p. 16 - 17.
akkerbouw - chenopodium quinoa - rassen (planten) - nederland - pseudogranen - arable farming - varieties - netherlands - pseudocereals
Dit jaar ligt er voor het eerst quinoa van vaderlandse bodem in de winkel. Wageningen leverde de geschikte rassen, en helpt boeren met de teelt. Interview met onder andere Ruud Timmer van PPO-agv te Lelystad
Resistente aardappel hoopt op genade
Hoog, A. van 't; Haverkort, A.J. - \ 2015
WageningenWorld (2015)4. - ISSN 2210-7908 - p. 10 - 15.
akkerbouw - aardappelen - resistentieveredeling - rassen (planten) - schimmelbestrijding - phytophthora infestans - gewasbescherming - arable farming - potatoes - resistance breeding - varieties - fungus control - plant protection
Met Wageningse gentechnologie zijn aardappels te ontwikkelen die amper bestrijdingsmiddelen nodig hebben tegen de aardappelziekte Phytophthora. Toepassing zou binnen vijf jaar resistente aardappelrassen kunnen opleveren, maar genetische modificatie ligt gevoelig en iedereen wacht met smart op bericht uit Brussel. ‘We hebben nog vier maanden voordat het pootgoed begint te verrotten.’
Handboek snijmaïs
Schooten, H.A. van; Philipsen, A.P. ; Groten, J.A.M. - \ 2015
Wageningen UR Livestock Research (Handboek / Wageningen UR Livestock Research 27) - 199 p.
voederkwaliteit - maïs - voedergewassen - maïskuilvoer - zea mays - rassen (planten) - rassenlijsten - teeltsystemen - teelt - plantenvoeding - bemesting - rentabiliteit - melkveehouderij - akkerbouw - forage quality - maize - fodder crops - maize silage - varieties - descriptive list of varieties - cropping systems - cultivation - plant nutrition - fertilizer application - profitability - dairy farming - arable farming
Na gras is snijmaïs het belangrijkste gewas voor de melkveehouderij. Dit handboek beschrijft de actuele stand van zaken over teelt, oogst, voeding en economie van snijmaïs.
Proeftuin Randwijk: Elstar mutanten
Heijerman, G. ; Elk, P.J.H. van - \ 2015
fruitteelt - appels - rassen (planten) - houdbaarheid (kwaliteit) - gewasopbrengst - fruit growing - apples - varieties - keeping quality - crop yield
Acht rassen (waaronder 5 Elstar mutanten) appels beoordeeld op productie en kwaliteit
Pathways for the developing Myanmar’s seed sector: A scoping study
Broek, J.A. van den; Subedi, A. ; Jongeleen, F. ; Naing Lin Oo, - \ 2015
Wageningen : Centre for Development Innovation, Wageningen UR (CDI rapporten CDI-15-018) - 74
seed production - varieties - seeds - farmers - rural development - markets - farms - agricultural policy - myanmar - south east asia - asia - zaadproductie - rassen (planten) - zaden - boeren - plattelandsontwikkeling - markten - landbouwbedrijven - landbouwbeleid - zuidoost-azië - azië
The study presents an integrated assessment of Myanmar’s seed sector. The study includes information and analyses on regulatory environment for seed production and sales, a characterization of Myanmar’s seed sector with its various seed systems, a landscape of current seed sector interventions; an analysis of three seed value-chains and Myanmar’s seed farm system; as well as business opportunities for the private sector. The report concludes with a number of pathways for developing a vibrant seed sector in which quality seed of superior varieties can be accessed by farmers.
Uiensector werkt samen aan kwaliteit
PPO Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroente, - \ 2015
Boerderij 100 (2015)28. - ISSN 0006-5617 - p. 24 - 27.
akkerbouw - uien - kwaliteit - rassen (planten) - economische samenwerking - proefboerderijen - nederland - arable farming - onions - quality - varieties - economic cooperation - experimental farms - netherlands
Door kordate ketensamenwerking heeft de uiensector kwaliteitsonderzoek in de benen gekregen. Met ook als resultaat: de rassenlijst blijft bestaan. De plannen zijn groter dan ooit.
'Met genetische variatie kun je heel veel doen'
Dwarswaard, A. ; Tuyl, J.M. van - \ 2015
BloembollenVisie (2015)315. - ISSN 1571-5558 - p. 24 - 25.
bloembollen - lilium - lelies - rassen (planten) - plantengenetica - plantenveredeling - landbouwkundig onderzoek - resistentie van variëteiten - ornamental bulbs - lilies - varieties - plant genetics - plant breeding - agricultural research - varietal resistance
Na ruim 42 jaar zet onderzoeker Jaap van Tuyl van PRI in Wageningen een punt achter zijn loopbaan. Menig bolgewas kreeg zijn aandacht en altijd ging het om de genetische kant ervan. Van hyacinth tot lelie, van Zantedeschia tot tulp, telkens waren het de genen die inzicht gaven. Een portret van een man die de hele wereld afreisde om vooral over lelies te vertellen.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.