Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 191

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==vegetation types
Check title to add to marked list
Veldgids Rompgemeenschappen
Schaminee, J.H.J. ; Janssen, J.A.M. ; Weeda, E.J. ; Hommel, P.W.F.M. ; Haveman, R. ; Schipper, P. ; Bal, D. - \ 2015
KNNV uitgeverij - ISBN 9789050115162 - 284 p.
plantengemeenschappen - habitats - biotopen - vegetatietypen - nederland - plant communities - biotopes - vegetation types - netherlands
Plantengemeenschappen zijn groepen van samen voorkomende plantensoorten typerend voor de grote verscheidenheid aan biotopen, zoals moeras, grasland, akker en bos. Plantengemeenschappen zeggen veel over waterhuishouding, bodem, klimaat en landgebruik.Door intensivering zijn goed ontwikkelde plantengemeenschappen echter vrij zeldzaam geworden en verarmd. Dit zijn zogenaamde afgeleide gemeenschappen: de romp- en derivaatgemeenschappen. Ook daarvan is classificatie en identificatie van groot belang.Deze gids geeft een compleet overzicht:•inleiding over romp- en derivaatgemeenschappen•beschrijft 260 Nederlandse romp- en derivaatgemeenschappen, ingedeeld naar biotoop (open water en moerassen; graslanden en heiden; kust en binnenlandse pioniermilieus; ruigten, bossen en struwelen)•helder overzicht van de overkoepelende vegetatieklassen•per gemeenschap een beschrijving van ecologie en voorkomen in Nederland, plus een tabel met soortensamenstelling•met talloze fraaie kleurenfoto’sDit nieuwe standaardwerk vormt een logisch tweeluik met de Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland (deel1). Samen zijn ze een handig hulpmiddel voor studenten, ecologen, beheerders en plantenliefhebbers.Meer informatie over monitoring en planten tellen >>
Naar Buijten! : hoogwaardige akkernatuur en recreatie in het Buijtenland van Rhoon
Westerink, J. ; Vogelzang, T.A. ; Sluis, T. van der; Smit, A.B. ; Henkens, R.J.H.G. - \ 2015
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2655) - 35
landgebruik - polders - vegetatietypen - landschapselementen - recreatie op het platteland - toepassingen - inventarisaties - zuidhollandse eilanden - land use - vegetation types - landscape elements - rural recreation - applications - inventories
De overheid wil meer natuur en recreatiemogelijkheden in het akkerbouwgebied Het Buijtenland van Rhoon (IJsselmonde). Op verzoek van een aantal agrariërs heeft de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap een voorstel gemaakt voor inrichting en beheer van het gebied. Provincie Zuid- Holland heeft Alterra en LEI gevraagd hierop te reageren.
Agrobiodiversiteit en ecosysteemdiensten
Geertsema, W. ; Werf, W. van der; Bianchi, F.J.J.A. ; Rossing, W.A.H. ; Schaminée, J.H.J. - \ 2015
Vakblad Natuur Bos Landschap (2015)mei. - ISSN 1572-7610 - p. 41 - 43.
akkerranden - vegetatietypen - landschapselementen - agrobiodiversiteit - agrarische bedrijfsvoering - agro-ecosystemen - biodiversiteit - ecosysteemdiensten - landbouw - zuidhollandse eilanden - field margins - vegetation types - landscape elements - agro-biodiversity - farm management - agroecosystems - biodiversity - ecosystem services - agriculture
Steeds vaker klinkt de roep om agrarische producten te produceren met minder negatieve gevolgen voor milieu en biodiversiteit en bijvoorbeeld in de gewasbescherming meer gebruik te maken van ecologische processen. De aanwezige biodiversiteit in een landschap bepaalt in hoeverre deze processen benut kunnen worden voor ecologisch intensieve landbouw. In de Hoeksche Waard is er al ervaring mee.
Hydrologische randvoorwaarden natuur : gebruikershandleiding (waternoodapplicatie versie 3)
Runhaar, H. ; Hennekens, S.M. - \ 2015
Amersfoort : Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (Rapport / STOWA 2015-22) - 58
hydrologie - habitats - vegetatietypen - grondwaterstand - bodemchemie - hydrology - vegetation types - groundwater level - soil chemistry
In de applicatie ‘Hydrologische randvoorwaarden natuur’ kan worden nagezocht welke eisen bepaalde typen natuur stellen aan de waterhuishouding. De applicatie is ontwikkeld in opdracht van STOWA en maakt deel uit van het Waternood- Instrumentarium. Met de applicatie kunnen de vereisten van doeltypen (natuurdoeltypen, habitattypen, beheertypen, of zelf gedefinieerde doeltypen) worden afgeleid uit de vereisten van vegetatietypen die deel uitmaken van de doeltypen. Het gaat hierbij om de randvoorwaarden die planten (vegetaties) stellen aan grondwaterstanden, vochtvoorziening, grondwateraanvoer en overstromingsfrequentie. Ook is aangegeven welke eisen de vegetatietypen stellen aan de zuurgraad, het zoutgehalte en de voedselrijkdom van het grondwater
Vegetatie-, beheer- en habitattypen van Het Nationale Park De Hoge Veluwe in 2014
Bijlsma, R.J. ; Janssen, J.A.M. ; Weeda, E.J. ; Griffioen, A.J. - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2616)
vegetatiemonitoring - habitats - vegetatietypen - nationale parken - heidegebieden - eolisch zand - graslandgronden - natuurgebieden - inventarisaties - veluwe - vegetation monitoring - vegetation types - national parks - heathlands - aeolian sands - grassland soils - natural areas - inventories
In 2014 is een vegetatiekartering uitgevoerd van Het Nationale Park De Hoge Veluwe uitgaande van een luchtfoto-interpretatie uit 2013 en kleurenfoto’s uit 2010. Het Park bestaat voor ruim 30% uit Natura 2000-habitattypen, verdeeld over 12 typen en draagt belangrijk bij aan oppervlakten habitattype van de Veluwe, met name voor Zandverstuivingen (848 ha), Stuifzandheiden (270 ha), Zure vennen en Heideveentjes (16 ha), Vochtige heiden (27 ha), Heischrale graslanden (189 ha) en Oude eikenbossen (240 ha). Ten opzichte van de kartering in 2007 zijn er op hoofdlijnen de volgende ontwikkelingen: de oppervlakte zandverstuivingen is met maximaal 10% afgenomen, vooral door successie naar Stuifzandheiden; Stuifzandheiden zijn afgenomen ten gunste van Droge heiden; de oppervlakte Heischrale graslanden is praktisch gelijk gebleven; vergrassing met Pijpenstrootje is voortgeschreden; de oppervlakten Vochtige heiden en Zure vennen zijn niet wezenlijk veranderd; habitattype Zwakgebufferde vennen is nieuw onderscheiden met een zeer klein oppervlakte; de oppervlakte Heideveentjes is toegenomen door betere inventarisatie; Jeneverbesstruwelen en Oude eikenbossen zijn in oppervlakte gelijk gebleven; het weinig voorkomende type Beuken-eikenbossen met hulst is uitgebreid met een deel dat in 2007 ten onrechte niet was onderscheiden. De vegetatietypen zijn toegekend aan 11 natuurbeheertypen waarvan N16.01 Droog bos met productie 48% van de oppervlakte inneemt, gevolgd door N01.01 Droge heide met 22% en N07.02 Zandverstuiving met 14%. De overige typen beslaan elk minder dan 5% van de oppervlakte. Vooralsnog is alleen het landschapsbeheertype L01.07 Lanen onderscheiden.
Ontwikkeling van eilandstaarten : geomorfologie, waterhuishouding en vegetatie
Groot, A.V. de; Oost, A.P. ; Veeneklaas, R.M. ; Lammerts, E.J. ; Duin, W.E. van; Wesenbeeck, B.K. van; Dijkman, E.M. ; Koppenaal, E.C. - \ 2015
Driebergen : VBNE, Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (Deltares rapport 1208549.01) - 109
geomorfologie - geologische sedimentatie - natuurgebieden - kweldergronden - duingebieden - hydrologie - vegetatietypen - nederlandse waddeneilanden - geomorphology - geological sedimentation - natural areas - salt marsh soils - duneland - hydrology - vegetation types - dutch wadden islands
In deze rapportage worden de oostelijke, buitendijkse delen van de Nederlandse Waddeneilanden behandeld, de zgn. eilandstaarten. Wanneer deze volledig ontwikkeld zijn bestaat ze uit wadplaten, kwelders en duinen. Dit rapport behandelt de geomorfologie, waterhuishouding en vegetatie van eilandstaarten. De ontwikkeling van eilandstaarten is mede van belang voor de functie die ze hebben in de waterveiligheid.
De natuurwaarde van flora en vegetatie van Het Nationale Park De Hoge Veluwe:
Bijlsma, R.J. ; Bokdam, J. ; Dam, D. van; Visser, N. - \ 2014
De Levende Natuur 115 (2014)6. - ISSN 0024-1520 - p. 246 - 252.
natuurwaarde - flora - vegetatietypen - natura 2000 - nationale parken - veluwe - natural value - vegetation types - national parks
Natura 2000 vormt de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Bijna 40% van de totale oppervlakte van het Nationale Park de Hoge Veluwe wordt ingenomen door Natura 2000-habitattypen. De vraag is, in hoeverre deze typen de natuurwaarde van flora en vegetatie afdoende vertegenwoordigen. Hierbij beschouwen we niet alleen bijzondere vegetatietypen die niet onder een habitattype vallen, maar analyseren ook de verspreiding van (habitat)typische soorten die karakteristiek worden geacht voor habitattypen en een rol spelen bij de formele kwaliteitsbeoordeling.
Stroomdalgrasland, kort en laagdynamisch
Sykora, K.V. ; Rotthier, S.L.F. - \ 2014
De Levende Natuur 115 (2014)3. - ISSN 0024-1520 - p. 134 - 139.
vegetatietypen - habitats - graslanden - geomorfologie - rivierengebied - begrazing - natuurbeheer - vegetation types - grasslands - geomorphology - grazing - nature management
Stroomdalgrasland was vóór 1960 algemeen, is sindsdien dramatisch achteruitgegaan en is vrijwel verdwenen. Na Plan Ooievaar en de invoering van het wildernisbeheer is langs de grote rivieren veel veranderd. De nadruk kwam in veel terreinen te liggen op 'vergroting van de dynamiek' en 'spontane begrazing'. Wat betekent dit voor stroomdalgrasland en wat is hiervoor het optimale beheer?
Gunstige referentiewaarden voor oppervlakte en verspreidingsgebied van Natura 2000-habitattypen in Nederland
Bijlsma, R.J. ; Janssen, J.A.M. ; Weeda, E.J. ; Schaminée, J.H.J. - \ 2014
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu / Wageningen UR (WOt-rapport 125) - 224
habitats - vegetatietypen - soortendiversiteit - klimaatverandering - natura 2000 - oppervlakte (areaal) - referentienormen - inventarisaties - vegetation types - species diversity - climatic change - acreage - reference standards - inventories
Dit rapport geeft een overzicht van de gunstige referentiewaarden van area (oppervlakte in km2) en range (oppervlakte verspreidingsgebied incl. opvulling in 10 x 10 km-hokken) voor alle 52 habitattypen in Nederland. Deze FRA (Favourable Reference Area) en FRR (Favourable Reference Range) zijn nodig om de staat van instandhouding van habitattypen volgens artikel 17 van de Habitatrichtlijn vast te stellen. Bijna 25% van de habitattypen vereist uitbreiding van verspreidingsgebied voor een gunstige staat van instandhouding. Ruim 20% van de habitattypen vereisen zowel een uitbreiding van oppervlakte als van verspreidingsgebied voor een gunstige staat van instandhouding. Daarnaast wordt aangegeven hoe de gunstige referentiewaarden behouden of bereikt kunnen worden en wat de mogelijke invloed van klimaatverandering is. Om de trend van area te beoordelen, zijn in bijlagen schattingen gemaakt van historische oppervlakten van habitattypen rond 1950 voor heide-, stuifzand-, hoogveen- en graslandtypen.
Aanpassing Model for Nature Policy aan typologie Subsidiestelsel Natuur en Landschap : fase 1
Wamelink, G.W.W. ; Adrichem, M.H.C. van; Jochem, R. ; Wegman, R.M.A. - \ 2014
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 24) - 90
natuurbeleid - vegetatietypen - draagkracht - vogels - soortendiversiteit - modellen - nature conservation policy - vegetation types - carrying capacity - birds - species diversity - models
Het Model for Nature Policy (MNP) wordt voor het Planbureau voor de Leefomgeving ontwikkeld om het natuurbeleid van regionaal tot landelijk niveau te evalueren. Het model gebruikt de vegetatie als basis voor de voorspellingen: de natuurdoeltypenkaart. Beheerders en overheid zijn echter over-gegaan naar het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) met als vegetatietypen de beheertypen en bijbehorende vegetatiekaart. Om MNP te laten aansluiten bij SNL is in dit onderzoek de eerste stap gezet om het model geschikt te maken voor doorrekeningen op basis van de SNL-vegetatiekaart. De soorten in het model zijn gekoppeld aan de beheertypen en er zijn nieuwe draagkrachten gekoppeld aan een soort-beheertypecombinatie. Alle soorten in het MNP zijn vervolgens getest door de voorspelde verspreiding te vergelijken met de verspreidingswaarnemingen van de particuliere gegevensbeherende organisaties (PGO’s). Elke soort is beoordeeld als goed, matig of slecht. Van de 256 soorten werden er 24 als slecht beoordeeld en deze dienen nader onderzocht te worden. De vergelijking heeft alleen plaatsgevonden op basis van draagkracht. Grondwaterstand en kritische depositiewaarden zijn nog niet meegenomen in de test. Toch gaven de eerste resultaten een redelijk goed beeld. Het detailniveau van de beheertypenkaart dient verbeterd te worden om goede voorspellingen te kunnen doen
Landelijke Vegetatie Databank : technische documentatie
Hennekens, S.M. ; Boss, M. ; Schmidt, A.M. - \ 2014
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 30) - 46
vegetatietypen - databanken - gezamenlijke gegevens - vegetatiemonitoring - nederland - vegetation types - databases - aggregate data - vegetation monitoring - netherlands
Dit document bevat een beschrijving van de technische omgeving, hulpmiddelen en modellen die van belang zijn voor het beheer van de landelijke vegetatiedatabank. Het is bedoeld om de processen en procedures vast te leggen. Het verkrijgen van kwaliteitsstatus A is hierbij geen doel op zich maar is wel de stip op de horizon waar dit document aan bijdraagt. De landelijke vegetatiedatabank dient ervoor om op een gestructureerde manier gegevens vast te leggen over het voorkomen van vegetaties en daarmee ook van plantensoorten in Nederland. De procedures voor het verzamelen en beheren van deze gegevens zijn beschreven in dit document.
Potential sensitivity of fen plant species to salinity
Stofberg, S.F. ; Klimkowska, A. ; Paulissen, M.P.C.P. ; Witte, J.P.M. - \ 2014
Utrecht : Knowledge for Climate Programme Office - 57
vegetatietypen - zouttolerantie - bodem-plant relaties - standplaatsfactoren - waterkwaliteit - ecohydrologie - vegetation types - salt tolerance - soil plant relationships - site factors - water quality - ecohydrology
Het is te verwachten dat laagveen plantensoorten verschillend kunnen reageren als gevolg van een blootstelling aan zout. In dit rapport worden verschillende typen informatie vergeleken, waaronder verspreidingsdata, indicatiegetallen en experimentele data. Een aantal soorten (13–18% van totaal aantal soorten, vooral wijdverspreide soorten) tolereren brakke condities, terwijl 41 andere (minder wijdverspreide) soorten mogelijk gevoelig zijn voor chlorideconcentraties boven 100 à 200 mg/L, maar er blijven onzekerheden. Verspreidingsdata geven een beperkt inzicht in de tolerantiegrenzen, maar gevoeligheid hangt niet altijd samen met verspreiding. Daarnaast kan de blootstelling in de wortelzone verschillen van het zoutgehalte in het oppervlaktewater. Experimentele gegevens zouden meer inzicht kunnen bieden, maar op dit moment is er weinig informatie beschikbaar van experimenteel onderzoek naar wilde plantensoorten.
Verjonging van half-natuurlijke kwelders en schorren
Wesenbeeck, B.K. van; Esselink, P. ; Oost, A.P. ; Duin, W.E. van; Groot, A.V. de; Veeneklaas, R.M. ; Balke, T. ; Geer, P. van; Calderon, A.C. ; Smale, A. - \ 2014
Driebergen : VBNE (Rapport / VBNE 2014/OBN196-DK) - 77
vegetatietypen - kweldergronden - natura 2000 - geomorfologie - waterbeheer - ontpoldering - zuidwest-nederland - wadden - vegetation types - salt marsh soils - geomorphology - water management - depoldering - south-west netherlands - tidal flats
In dit rapport staan de Nederlandse kwelders en schorren centraal. Nederland heeft een bijzondere verantwoordelijkheid voor handhaving van de kwantiteit en kwaliteit van de drie betreffende habitattypen ‘eenjarige pioniervegetatie van slik- en zandgebieden met Zeekraal (Salicornia spp.) en andere zoutminnende soorten’ (H1310), meerjarige pioniervegetatie met Slijkgrassen (Spartina spp.) (H1320), en Atlantische kwelders en schorren (H1330). Dit rapport beperkt zich tot de vastelandkwelders. Deze kwelders zijn in grote mate menselijk beïnvloed en kunnen daarom het beste als halfnatuurlijk worden omschreven.
Biodiversiteitsgraadmeters Noord-Holland : status en trend van ecosystemen en soorten
Greft-van Rossum, J.G.M. van der; Knegt, B. de; Wamelink, G.W.W. ; Clement, J. ; Frissel, J.Y. ; Pouwels, R. ; Puijenbroek, P. van; Sanders, M.E. ; Sparrius, L.B. ; Swaay, C.A.M. van; Wegman, R.M.A. - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2543) - 78
biodiversiteit - ecosystemen - vegetatietypen - fauna - lepidoptera - natuurwaarde - inventarisaties - noord-holland - biodiversity - ecosystems - vegetation types - natural value - inventories
Ondanks het ontbreken van kwantitatieve doelen voor natuurbehoud voor de provincie Noord-Holland kan vastgesteld worden dat het strategische doel van behoud en herstel van de biodiversiteit in de provincie momenteel niet gehaald wordt. De gemiddelde populatieomvang Rode Lijstsoorten is in de provincie Noord-Holland in 2013 gedaald tot 25% van het niveau ten opzichte van 1990. De huidige natuurkwaliteit van ecosystemen varieert tussen 30% en 55% ten opzichte van een ongestoorde situatie. De natuurkwaliteit van het agrarisch gebied, ten opzichte van 1970, bedraagt nog 40%. Deze mag niet direct worden vergeleken met de natuurkwaliteit van ecosystemen, vanwege een andere referentie. Het blijkt dat de totale voorraad biodiversiteit (als product van de oppervlakte natuur en de kwaliteit) is teruggelopen van 41% in 1900, via 26% halverwege de 20e eeuw tot 15% in de huidige situatie. Het areaal natuur neemt weer toe. De provincie Noord-Holland heeft in de beleidsagenda ‘Licht op Groen’ behoud en herstel van biodiversiteit als hoogste doel van het provinciale natuurbeleid geformuleerd. Om het beleid te kunnen monitoren en evalueren heeft Alterra een compacte set biodiversiteitsgraadmeters ontwikkeld die toestand en trend weergeven van biodiversiteit in Noord-Holland op strategisch niveau. Daarnaast worden knelpunten in ruimtelijke en milieucondities weergegeven die (mede) oorzaak zijn van het biodiversiteitsverlies.
Naar effectief gebiedsgericht agrarisch natuurbeheer in Noord-Brabant : handreiking voor collectieven in het kader van de stelstelherziening ANLb2016
Schotman, A.G.M. ; Ottburg, F.G.W.A. ; Poelmans, W.J.C. ; Corporaal, A. - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2598) - 49
agrarisch natuurbeheer - vegetatietypen - fauna - soortendiversiteit - habitats - natuurbeleid - noord-brabant - agri-environment schemes - vegetation types - species diversity - nature conservation policy
Voor Noord-Brabant zijn zes leefgebieden onderscheiden waarvoor de agrarische collectieven een beheerplan kunnen maken voor behoud van 51 internationale en 50 provinciale doelsoorten door middel van agrarisch natuurbeheer. Per leefgebied zijn selectiecriteria gehanteerd en op hoofdlijnen criteria voor effectiviteit geformuleerd.
Ontwikkeling van een gemeenschappelijke effect module voor terrestrische natuur.
Ek, R. van; Witte, J.M.P. ; Mol-Dijkstra, J.P. ; Vries, W. de; Wamelink, G.W.W. ; Hunink, J. ; Bonten, L.T.C. - \ 2014
Amersfoort : Stowa (Rapport / STOWA 2014-22) - ISBN 9789057736582 - 161
vegetatietypen - ecohydrologie - natuurgebieden - landgebruik - zoet water - modellen - vegetation types - ecohydrology - natural areas - land use - fresh water - models
Voor het bepalen van de effecten van ingrepen in de waterhuishouding op de terrestrische natuur zijn op dit moment verschillende modellijnen operationeel. In het Deltaprogramma is op landelijke schaal vooral het ecohydrologische model DEMNAT gebruikt om de gevolgen van maatregelen in de waterhuishouding op de terrestrische natuur op landelijke schaal in te kunnen schatten. Na de deltabeslissingen zal de uitvoering opgepakt moeten gaan worden. Veel van de effecten van de maatregelen zullen zich voor de terrestrische natuur juist uiten op regionale en vooral lokale schaal. Vanuit STOWA was er daarom de behoefte om in te zoomen op de effectvoorspelling op die beide schaalniveaus.
Uitbreiding van hardhoutooibos door spontane ontwikkeling
Hommel, P.W.F.M. ; Bijlsma, R.J. ; Koop, H.G.J.M. ; Maas, G.J. ; Waal, R.W. de; Weeda, E.J. - \ 2014
De Levende Natuur 115 (2014)3. - ISSN 0024-1520 - p. 140 - 146.
bosecologie - hardhout - habitats - vegetatiemonitoring - vegetatietypen - soortendiversiteit - uiterwaarden - forest ecology - hardwoods - vegetation monitoring - vegetation types - species diversity - river forelands
Het areaal hardhoutooibos in Nederland is erg klein en bijna verwaarloosbaar ten opzichte van het veel algemenere zachthoutooibos. Zowel de oude, als hakhout beheerde iepen- en essenbsjes in de uiterwaarden van de IJssel herbergen belangrijke natuurwaarden. In het kader van OBN werd de mogelijkheid tot uitbreiding van het areaal onderzocht.
Wilde bijen mede achteruitgegaan door gebrek aan bloemen
Scheper, J.A. - \ 2014
Wageningen UR
apidae - wilde bijenvolken - bloeiende planten - door bijen verzameld stuifmeel - bouwland - waardplanten - rassen (dieren) - insect-plant relaties - vegetatietypen - wild honey bee colonies - flowering plants - bee-collected pollen - arable land - host plants - breeds - insect plant relations - vegetation types
Uit onderzoek van stuifmeel van bijen uit museumcollecties blijkt dat het verlies aan bloemen in het landschap wel eens een belangrijke oorzaak van de achteruitgang van wilde bijensoorten zou kunnen zijn. Dit werd al langer vermoed, maar tot op heden ontbrak hiervoor het bewijs. Dat bewijs is nu geleverd aan de hand van museumcollecties. “Uit ons onderzoek bleek een duidelijke relatie tussen het voorkomen van bijensoorten en hun waardplanten,” zegt Jeroen Scheper in een toelichting op het onderzoek dat zojuist is verschenen in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS.
Status en trend van structuur- en functiekenmerken van Natura 2000-habitattypen op basis van het Landelijk Meetnet Flora (LMF) en de Landelijke Vegetatie Databank (LVD) : achtergronddocument voor de Artikel 17-rapportage
Knegt, B. de; Meij, T. van der; Hennekens, S.M. ; Janssen, J.A.M. ; Wamelink, G.W.W. - \ 2014
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 7)
natura 2000 - habitats - vegetatietypen - flora - monitoring - databanken - gegevensbeheer - nederland - vegetation types - databases - data management - netherlands
Dit rapport geeft per habitattype een overzicht van de status en trend van de structuur- & functiekenmerken voor de artikel 17-rapportage van de Habitatrichtlijn. Om deze data op reproduceerbare wijze te verkrijgen, is gebruik gemaakt van de veldmetingen die zijn verricht voor het landelijk Meetnet Flora (LMF) en de Landelijke Vegetatie Databank (LVD). De resultaten laten zien dat voor de meeste habitattypen voldoende meetgegevens uit het LMF en de LVD beschikbaar zijn om statistisch betrouwbare uitspraken te doen, alhoewel niet voor alle gevraagde veldmetingen van structuur- en functiekenmerken. De resultaten geven per habitattype weer in hoeverre voldaan wordt aan de gestelde normen voor de abiotische en biotische structuur- en functiekenmerken. Daarnaast worden enkele aanbevelingen gedaan om de analyses in het vervolg te verbeteren
Advies beheeringrepen Oerderduinen Oost-Ameland
Nijssen, M. ; Arens, B. ; Groot, A.V. de; Lammerts, E.J. ; Oost, A. - \ 2014
Driebergen : Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit (OBN) (Report Advies-OBN-05-DK) - 20
duinplanten - vegetatietypen - natuurtechniek - landschap - kustbeheer - hoogteligging - nederlandse waddeneilanden - friesland - duneland plants - vegetation types - ecological engineering - landscape - coastal management - altitude - dutch wadden islands
Het gebied Oerderduinen betreft een oud, gestabiliseerd duincomplex dat ten westen en ten oosten geflankeerd wordt door de kwelders van het Nieuwlandsrijd en De Hôn. Het beheer van het gebied bestaat tot dusverre grotendeels uit “niets doen”. Dat wil zeggen dat de werking van wind en water heel lang via de natuurlijke processen verstuiving, opslibbing en afslag sturend is geweest voor de vormgeving en daarmee de huidige morfologie van het gebied. De rol van deze natuurlijke processen is in de huidige situatie sterk ingeperkt door aanleg van diverse stuifdijksystemen aan de noordzeezijde, de oeververdediging langs het Nieuwlandsrijd en de gaswinning die in dit gebied tot een aanzienlijke bodemdaling (ca. 35cm.) heeft geleid.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.