Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 528

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==veldgewassen
Check title to add to marked list
Inventarisatie en analyse zouttolerantie van landbouwgewassen op basis van bestaande gegevens
Stuyt, L.C.P.M. ; Blom-Zandstra, M. ; Kselik, R.A.L. - \ 2016
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2739) - 157
veldgewassen - gewassen - zouttolerantie - verzilting - zoet water - waterbeheer - watervoorziening - field crops - crops - salt tolerance - salinization - fresh water - water management - water supply
In het Deltaprogramma Zoetwater is het lastig gebleken economische analyses te maken voor de programmering van maatregelen en/of de beleidsmatige afweging rond waterbeschikbaarheid. Een van de knelpunten is het gemis aan inzicht in de droogte- en zoutschade in landbouw en natuur. De zoutschade aan landbouwgewassen is nog niet goed in beeld; er zijn veel getallen in omloop, maar de manier waarop deze tot stand zijn gekomen en/of gerapporteerd is niet eenduidig. Daarom is de tussen 1950 en 2015 in Nederland beschikbaar gekomen informatie geanalyseerd. Het resultaat is specificatie van zouttolerantiedrempels voor 35 gewassen en gewasgroepen, gekoppeld aan het zoutgehalte van beregeningswater.
Het bodemschimmelschema : vernieuwd schema, 2016
Lamers, J.G. ; Rozen, K. van; Hanse, B. - \ 2016
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR, Business Unit PPO-agv - 76 p.
veldgewassen - bodemschimmels - plantenziekteverwekkende schimmels - akkerbouw - tuinbouw - gewasopbrengst - waardplanten - nederland - field crops - soil fungi - plant pathogenic fungi - arable farming - horticulture - crop yield - host plants - netherlands
Deze studie over Nederlandse bodemschimmels heeft geleidt tot een eerste exemplaar van een overzichtelijk schema met gewassen in relatie tot schadepotentieel en vermeerdering. Achtergrondinformatie over waardplanten, vermeerdering en schade is verzameld en beschreven van vijftien schimmels in 40 landbouwgewassen. Per ziekte is aangegeven op welke grondsoort deze (hoofdzakelijk) voorkomt en welke substantiële schade deze kan veroorzaken. Deze informatie biedt nieuwe mogelijkheden om beter te anticiperen op de grilligheid en incidentie van bodemgebonden schimmels. Het rapport vloeit voort uit de financiering door PT en PA.
Fosfaatbenutting met groenbemesters bij een lage P-toestand van twee gronden van verschillende herkomst
Wijk, Kees van - \ 2016
Wageningen : Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) (Rapport / PPO/PRI 683) - 36 p.
akkerbouw - tuinbouw - veldgewassen - fosfaatuitspoeling - fosformeststoffen - fosfor - gewasopbrengst - arable farming - horticulture - field crops - phosphate leaching - phosphorus fertilizers - phosphorus - crop yield
Vanwege de eindigheid van de wereldvoorraad makkelijk winbaar fossiel fosfor en om fosforemissies uit (overbemeste) landbouwgronden naar grond- en oppervlaktewater te verminderen, is het Nederlandse landbouwbeleid gericht op het verlagen van fosforbemesting. Het doel van dit beleid is om de P-toestand in bodems met een hoge fosfortoestand te laten dalen en relatief lage toestanden in bodems niet meer dan landbouwkundig noodzakelijk te verhogen. Op termijn speelt de vraag hoe bij lage fosforbemesting toch nog goed gewassen te telen zijn. Het wordt steeds belangrijker om het fosfor dat in de bodem aanwezig is, te benutten. Binnen project Verbetering benutting bodemvoorraad fosfaat wordt onderzocht hoe dit kan en of dit gekwantificeerd kan worden. Het project wordt uitgevoerd door het Louis Bolk Instituut en PPOAGV.
Aaltjesschema
Molendijk, L.P.G. - \ 2015
Wageningen UR, Plant Sciences Group
akkerbouw - tuinbouw - veldgewassen - gewasbescherming - nematodenbestrijding - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - diagnose - arable farming - horticulture - field crops - plant protection - nematode control - cultural control - diagnosis
Op www.aaltjesschema.nl vindt u alle relevante informatie om aaltjes op uw bedrijf te herkennen en te beheersen. Van zowel akkerbouw- als vollegrondsgroentegewassen is de informatie over aaltjes verzameld. U kunt een eigen aaltjesschema aanmaken met daarin de voor u belangrijke gewassen.
Vergelijking van verschillende verwerkingsmethoden van dunne mest ten aanzien van duurzaamheid
Dijk, W. van; Voort, M.P.J. van der; Curth-van Middelkoop, J.C. ; Ruijter, F.J. de; Reuler, H. van - \ 2015
Lelystad : PPO AGV (Rapport / Wageningen UR PPO-AGV 671) - 44 p.
akkerbouw - bemesting - veldgewassen - vloeibare meststoffen - duurzame landbouw - fosfaatuitspoeling - arable farming - fertilizer application - field crops - liquid manures - sustainable agriculture - phosphate leaching
In het kader van het KennisBasis-project KB-12-006.04-001 “Mogelijkheden voor en consequenties van een evenwichtiger fosfaatbalans van Nederland” is een scenariostudie uitgevoerd naar de duurzaamheid van verschillende verwerkingsmethoden van dunne mest.
De bijdrage van (wilde) bestuivers aan de opbrengst van appels en blauwe bessen : kwantificering van ecosysteemdiensten in Nederland
Groot, G.A. de; Kats, R.J.M. van; Reemer, M. ; Sterren, D. van der; Biesmeijer, J.C. ; Kleijn, D. - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2636) - 71
bestuivers (dieren) - bestuiving - insecten - apidae - wilde bijenvolken - bevruchting - zetting - appels - blauwe bessen - biodiversiteit - ecosystemen - veldgewassen - wetenschappelijk onderzoek - nederland - pollinators - pollination - insects - wild honey bee colonies - fertilization - set - apples - blueberries - biodiversity - ecosystems - field crops - scientific research - netherlands
De bestuiving van landbouwgewassen door gehouden en in het wild levende soorten bijen en zweefvliegen vormt een relevante en veelgenoemde ecosysteemdienst, die echter onder toenemende druk staat. De honingbijen die traditioneel landbouwgewassen bestuiven, gaan in aantal sterk achteruit als gevolg van te hoge sterfte, met name gedurende de winterperiode. Momenteel wordt door meerdere instituten, waaronder Wageningen UR, onderzoek uitgevoerd naar de oorzaken van de sterfte van honingbijen. Waarschijnlijk speelt een complex van factoren een rol, waaronder het gebruik van bepaalde insecticiden en de parasitaire varroamijt, een gebrek aan natuurlijke voedselbronnen en/of klimaatsveranderingen. Ook veel wilde bijensoorten nemen in aantal af. Ongeveer de helft van de wilde bijensoorten in Nederland staat op de Rode Lijst. Hoofddoel van het voorliggende onderzoek was het agronomisch en economisch kwantificeren van de bijdrage van bestuivende diensten door wilde en gedomesticeerde (bijgeplaatste) insecten aan de landbouwkundige productie van twee belangrijke Nederlandse insecten-bestoven fruitgewassen: de appel en de blauwe bes. Op deze wijze levert het onderzoek een ‘proof-of-concept’ van het economisch belang van ecosysteemdiensten, en daarmee biodiversiteit, voor de Nederlandse samenleving.
Voorstel voor een co-existentie monitoringsprogramma t.b.v. het naast elkaar bestaan van genetisch gemodificeerde (GG) en niet-GG teelten in toekomstige praktijksituaties. 3. Suikerbiet
Wiel, C.C.M. van de; Kok, E.J. ; Scholtens, I.M.J. ; Smulders, M.J.M. ; Lotz, L.A.P. - \ 2015
Wageningen UR - 36
akkerbouw - veldgewassen - suikerbieten - vermenging - kruisbestuiving - genetische modificatie - uitkruisen - transgene planten - nederland - arable farming - field crops - sugarbeet - mixing - cross pollination - genetic engineering - outcrossing - transgenic plants - netherlands
Beschrijving van een voorstel voor een concreet co-existentiemonitoringprogramma (CMP) voor suikerbiet dat is aangepast aan de specifieke gewaseigenschappen van suikerbiet. De gemaakte keuzen t.b.v. een pragmatische invulling van het voorgestelde CMP worden in de opvolgende hoofdstukken toegelicht op basis van de huidige stand van zaken in het wetenschappelijk onderzoek aan (trans)genverspreiding in suikerbiet. Er is nog geen ervaring met een CMP in suikerbiet, noch is er een (Europese) standaard voor. Voor het bereiken van een zo pragmatisch mogelijke aanpak wordt zoveel mogelijk aangesloten bij al bestaande evaluatiepraktijken in de suikerbietenteelt
Voorstel voor een co-existentie monitoringsprogramma t.b.v. het naast elkaar bestaan van genetisch gemodificeerde (GG) en niet-GG teelten in toekomstige praktijksituaties. 2. Aardappel
Wiel, C.C.M. van de; Kok, E.J. ; Scholtens, I.M.J. ; Smulders, M.J.M. ; Lotz, L.A.P. - \ 2015
Wageningen UR - 36
akkerbouw - aardappelen - veldgewassen - vermenging - kruisbestuiving - genetische modificatie - uitkruisen - transgene planten - nederland - arable farming - potatoes - field crops - mixing - cross pollination - genetic engineering - outcrossing - transgenic plants - netherlands
Het rapport is als volgt opgezet. Eerst wordt een voorstel voor een concreet coexistentiemonitoringprogramma (CMP) voor aardappel beschreven dat is aangepast aan de specifieke gewaseigenschappen van aardappel. De gemaakte keuzen t.b.v. een pragmatische invulling van het voorgestelde CMP worden in de opvolgende hoofdstukken toegelicht op basis van de huidige stand van zaken in het wetenschappelijk onderzoek aan (trans)genverspreiding in aardappel. Er is nog geen ervaring met een CMP in aardappel, noch is er een (Europese) standaard voor. Voor het bereiken van een zo pragmatisch mogelijke aanpak wordt zoveel mogelijk aangesloten bij al bestaande evaluatiepraktijken in de aardappelteelt. Dat betekent dat zoveel mogelijk aangesloten is bij de bestaande controlepraktijk zoals die uitgevoerd wordt door de NAK. Dat laat onverlet dat co-existentiemonitoring niet tot de staande praktijk van de NAK gerekend kan worden en dat nu ook nog niet vastligt dat de NAK deze monitoring inderdaad gaat doen. Praktische uitvoering hangt af van besluitvorming over de uiteindelijke invulling van de co-existentiemonitoring zodra GG aardappelteelt geïntroduceerd zou gaan worden.
Voorstel voor een co-existentie monitoringsprogramma t.b.v. het naast elkaar bestaan van genetisch gemodificeerde (GG) en niet GG-teelten in toekomstige praktijksituaties. 1. Maïs
Wiel, C.C.M. van de; Kok, E.J. ; Scholtens, I.M.J. ; Dolstra, O. ; Smulders, M.J.M. ; Lotz, L.A.P. - \ 2015
Wageningen UR - 33
akkerbouw - veldgewassen - maïs - genetische modificatie - vermengen - uitkruisen - transgene planten - nederland - arable farming - field crops - maize - genetic engineering - blending - outcrossing - transgenic plants - netherlands
In het rapport wordt een voorstel voor een concreet co-existentiemonitoringprogramma (CMP) voor maïs beschreven dat is aangepast aan de specifieke gewaseigenschappen van maïs. De gemaakte keuzen t.b.v. een pragmatische invulling van het voorgestelde CMP worden in de opvolgende hoofdstukken toegelicht op basis van de huidige stand van zaken in het wetenschappelijk onderzoek aan (trans)genverspreiding in maïs. Er is nog beperkte ervaring met een CMP in maïs, bijvoorbeeld in Portugal, Tsjechië en Slowakije waar Bt MON810 maïs op beperkte schaal verbouwd wordt. Er is ook geen (Europese) standaard voor een CMP, maar er is wel voor maïs als eerste een Best Practice Document door het European Co-existence Bureau (ECoB) van het JRC uitgebracht (Rizov & Rodríguez-Cerezo 2014).
Factoren die het foerageergedrag van honingbijen bepalen (deel I); Dracht in Nederland (cultuurgewassen en wilde planten) (deel II)
Steen, J.J.M. van der; Cornelissen, B. - \ 2015
Wageningen : Plant Research International, Wageningen UR (Rapport 606) - 94
apis mellifera - honingbijen - diergedrag - bestuivers (dieren) - dansen (bijen) - door bijen verzameld stuifmeel - seizoenen - drachtplanten - veldgewassen - vruchtbomen - openbaar groen - wegbermplanten - wilde planten - waarden - honey bees - animal behaviour - pollinators - dances - bee-collected pollen - seasons - pollen plants - field crops - fruit trees - public green areas - roadside plants - wild plants - values
Om een inschatting te kunnen maken van het risico dat honingbijen blootgesteld worden aan gewasbeschermingsmiddelen, andere stoffen zoals atmosferische depositie van fijnstof en organismen zoals plantpathogene microorganismen, is in opdracht van het Ministerie van EZ/Landbouw een samenvatting gemaakt van de informatie, beschikbaar over de aantrekkelijkheid van Nederlandse gewassen voor honingbijen (Apis mellifera). De opdracht is vorm gegeven in twee delen. Deel I is een beschrijving van het bijenvolk met de focus op het foerageergedrag, gevolgd door een beschrijving van factoren die het foerageergedrag bepalen, hoe de bijen hun omgeving exploreren en exploiteren en een lijst met kengetallen over het foerageren van honingbijen. Deel II geeft een overzicht van cultuurgewassen en wilde planten met bijbehorende waarden van nectar en stuifmeel voor honingbijen met bloeitijden en verwijzingen naar goede drachtplantenboeken. Hieronder zijn puntsgewijs relevante zaken gegeven die in het rapport verder uitgewerkt zijn. Honingbijen zijn voor hun voedsel (nectar en stuifmeel) volledig afhankelijk van planten. Het foerageergedrag en de voorkeur voor gewassen hangt af van de behoefte in het volk en de aantrekkelijkheid van het gewas als nectar- en stuifmeelbron. Het foerageergedrag wordt voortdurend aangepast aan de beschikbare dracht en de behoeften van het bijenvolk. Honingbijen leven in volken die variëren in grootte van ~7000 individuen in het voorjaar (maart) tot 20 000 à 30 000 in de zomer en weer afnemend in oktober. In het actieve foerageer- en broedseizoen is een derde tot een vierde deel foerageerster (haalbij). In de loop van een seizoen halen de bijen ten behoeve van het volk 25 kg water, 20 - 30 kg stuifmeel, 125 kg nectar en kleine hoeveelheden hars (propolis). Voor het halen van deze voedselcomponenten vliegen bijen tot 2 km voor water, tot 6 km voor stuifmeel en tot 12 à 13 km voor nectar. Meestal zullen de vluchten echter beperkt zijn tot 600-800 meter. De foerageerafstanden zijn in de zomer (juli – augustus) langer dan in het voorjaar (maart – mei). Met andere woorden, in het voorjaar wordt het voedsel in een kleiner gebied verzameld dan in de zomer. Het risico dat bijen aan een bespuiting zullen worden blootgesteld zou daarom na half juni hoger kunnen zijn dan in het voorjaar. Maar aan de andere kant zijn dan de meeste bespuitingen met insecticiden achter de rug. Het risico van blootstelling aan een insecticide is hoger in een gewas met een goed nectar- (hoeveelheid en suikerconcentratie) en stuifmeelaanbod. Foerageersters vliegen per dag gemiddeld 10 keer uit om voedsel te verzamelen, elke trip kan van een paar minuten tot een uur duren. Door communicatie via de bijendans en trophallaxis (voedseluitwisseling) wordt de keuze voor het benutten van een bepaalde dracht sterk gestuurd. Dat betekent dat bijen zich niet homogeen verdelen over het drachtgebied maar focussen op de meest profijtelijke drachten. Als gevolg daarvan is ‘geen bezoek’ en ‘veel bezoek’ in de verdeling meer vertegenwoordigd dan ‘een beetje bezoek’. Bijenvolken van een bijenstand verdelen zich niet allemaal gelijk over het drachtgebied; verschillende volken bezoeken deels verschillende en deels overlappende drachten. Hoewel de triggers en veelal de drempels bekend zijn, evenals de manier van foerageren, is het nog niet mogelijk precies te voorspellen hoe een volk zich verdeelt over meerdere velden. Omgekeerd is ook niet te voorspellen welk aandeel van verschillende volken op verschillende locaties in een bepaald veld mag worden verwacht. De nectar die binnengebracht wordt, wordt binnen enkele uren verdeeld over het volk; foerageersters gebruiken het als brandstof voor nieuwe foerageervluchten, het komt in het larvenvoedsel terecht en het meeste wordt opgeslagen. Vaste deeltjes zoals fijnstof en microbiële plantpathogenen verdelen zich snel over de bijen in het volk door fysiek contact
Hoe meer diversiteit hoe beter? : onderzoek naar de effecten van biodiversiteit lijken veelbelovend: wordt vervolgd
Apeldoorn, D.F. van; Rossing, W.A.H. ; Oomen, G.J.M. - \ 2015
Ekoland (2015)februari. - ISSN 0926-9142 - p. 26 - 27.
agrobiodiversiteit - teeltsystemen - gewasteelt - gemengde teelt - strokenteelt - veldgewassen - natuurlijke vijanden - agro-biodiversity - cropping systems - crop management - mixed cropping - strip cropping - field crops - natural enemies
Ecologen zijn het er over eens, diversiteit draagt bij aan de stabiliteit van ecosystemen. En met dit inzicht wordt er nu ook binnen de landbouw volop geëxperimenteerd. Maar waar ligt de grens?
groeien op zout water
Hoog, A. van 't; Linden, C.G. van der; Blom, M. - \ 2015
WageningenWorld (2015)1. - ISSN 2210-7908 - p. 18 - 21.
akkerbouw - verzilting - zouttolerantie - veldgewassen - brakwater - beregening - rassenkeuze (gewassen) - tuinbouw - arable farming - salinization - salt tolerance - field crops - brackish water - overhead irrigation - choice of varieties - horticulture
Wereldwijd kampen boeren met oprukkende verzilting. Aanpassing van gewassen en teeltsystemen hieraan is een belangrijke opdracht voor de landbouwwetenschap. Water hergebruiken, planten aan zout laten wennen en nieuwe rassen bieden perspectief. ‘We krijgen steeds meer verzoeken voor onderzoek naar irrigatie met brak water.’
Waardplantgeschiktheid nieuwe groenbemesters voor plant parasitaire aaltjes
Visser, J.H.M. ; Molendijk, L.P.G. - \ 2015
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroenten - 29
akkerbouw - groenbemesters - waardplanten - gewasbescherming - rassen (planten) - aaltjesdodende eigenschappen - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - veldgewassen - arable farming - green manures - host plants - plant protection - varieties - nematicidal properties - cultural control - field crops
Veel problemen met aaltjes kunnen beperkt of zelfs voorkomen worden door een goed gekozen vruchtwisseling die is afgestemd op de aanwezige aaltjes besmetting. Ook groenbemesters spelen daarbij een belangrijke rol. Groenbemesters zijn onmisbaar om de bodem in goede conditie te houden. Maar een groenbemester kan ook schadelijke aaltjessoorten vermeerderen waardoor de teelt van een volggewas met een (veel) hogere, en mogelijk schadelijke, besmetting begint. De vraag naar (nieuwe) groenbemesters wordt vanuit de sector steeds groter. Doel van het project is om voor een set van nieuwe groenbemestersgewassen c.q. rassen de waardplantgeschiktheid voor een aantal belangrijke plantparasitaire aaltjessoorten vast te stellen. Gekozen is om het onderzoek te starten met drie voor de akkerbouw belangrijke aaltjessoorten; het maïswortelknobbelaaltje (Meloidogyne chitwoodi) het bedrieglijk maïswortelknobbelaaltje (M. fallax) en het wortellesieaaltje (Pratylenchus penetrans). Als de waardplantstatus van nieuwe groenbemesters bekend is, kan op een besmet perceel een betere gewaskeuze worden gemaakt en kan het bouwplan zodanig worden samengesteld dat de schade door aaltjes wordt voorkomen of sterk wordt beperkt.
Samen met ondernemers naar een weerbare bodem - Bodemweerbaarheid in de praktijk
Hospers, M. ; Lamers, J.G. ; Cuijpers, W.J.M. ; Broek, R.C.F.M. van den - \ 2015
Louis Bolk Instituut en PPO-AGV - 29
duurzame landbouw - bodemweerbaarheid - duurzame ontwikkeling - gewasbescherming - cultuurmethoden - besluitvorming - ondernemerschap - agrarische bedrijfsvoering - veldgewassen - sustainable agriculture - soil suppressiveness - sustainable development - plant protection - cultural methods - decision making - entrepreneurship - farm management - field crops
De land- en tuinbouw ontwikkelt zich in de richting van steeds intensievere en complexere bedrijfssystemen. Vanuit de sector groeit het besef dat de chemische benadering van ziekten en plagen haar grenzen begint te bereiken. Ook de consument verlangt van de producent dat de inzet van chemische middelen gereduceerd wordt en gezocht wordt naar andere, meer duurzame oplossingen. Een van de oplossingsrichtingen is het creëren van een gezonde, veerkrachtige en weerbare bodem. Op zulke bodems groeit een gezond gewas met een goede opbrengst die minder gevoelig is voor ziekten en plagen en efficiënter omgaat met nutriënten waardoor er minder verliezen optreden. Hierdoor hoeven telers minder gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten te gebruiken en kunnen ze, met een beter inkomen, milieuvriendelijker telen. De doelstelling van het project was om, samen met ondernemers, na te gaan of er een relatie te leggen was tussen bodemweerbaarheid en wat er in de praktijk gebeurt. Verder is ook nagegaan of er uit het onderzoek maatregelen te destilleren waren die voor de praktijk interessant kunnen zijn.
Tagetes, ook rendabel voor de akkerbouw!
Visser, J.H.M. ; Molendijk, L.P.G. ; Korthals, G.W. - \ 2015
groenbemesters - waardplanten - gewasbescherming - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - tagetes - aaltjesdodende eigenschappen - plantenparasitaire nematoden - aardappelen - lelies - planten met knollen - penen - daucus carota - besmetters - veldgewassen - green manures - host plants - plant protection - cultural control - nematicidal properties - plant parasitic nematodes - potatoes - lilies - tuberous species - carrots - contaminants - field crops
De teelt van Tagetes heeft de besmetting met wortellesieaaltjes zeer sterk verlaagd. Na de teelt in 2006 tot minder dan 20 aaltjes/100 ml grond en na de tweede teelt in 2009 naar een nog lager niveau (<2 wortellesieaaltjes/ 100 ml grond). Ondanks de teelt van gewassen die dit aaltje sterk kunnen vermeerderen (goede waardgewassen) als aardappel en lelie en na 2009 van aardappel en peen blijft de besmetting zeer laag. Deze resultaten bevestigen het duur-effect van Tagetes dat in eerder onderzoek is waargenomen.
Mogelijke effecten van actualisatie van zoutschadefuncties van grondgebonden, beregende landbouwgewassen
Stuyt, L.C.P.M. ; Schuiling, C. ; Bakel, P.J.T. van; Massop, H.T.L. ; Oude Essink, G.H.P. ; Faneca Sanchez, M. ; Velstra, J. ; Polman, N.B.P. ; Vos, A.C. de - \ 2014
Utrecht : Programmabureau Kennis voor Klimaat - 23
zouttolerantie - beregening - waterkwaliteit - veldgewassen - gewasopbrengst - veldproeven - salt tolerance - overhead irrigation - water quality - field crops - crop yield - field tests
De derving van de fysieke opbrengst van grondgebonden teelten die kunnen worden beregend wordt deels bepaald door het zoutgehalte van het beregeningswater. De kennis op grond waarvan deze opbrengstderving wordt berekend is gebaseerd op veelal buitenlands onderzoek uit de jaren vijftig van de vorige eeuw in andere klimaatzones. Deze methodiek blijkt op basis van recente resultaten van veldproeven en praktijkervaringen niet toepasbaar op de Nederlandse situatie, maar dat gebeurt desondanks nog wel. Recente resultaten van Nederlandse veldproeven en praktijkervaringen tonen aan dat de zouttolerantie van gewassen als aardappelen, suikerbieten en gras aanzienlijk groter is dan gedacht op basis van buitenlands onderzoek. Dit zou moeten leiden tot bijgestelde zouttolerantiefuncties voor deze - en wellicht ook andere - gewassen. Om een indruk te geven wat de effecten van een bijstelling van de zouttolerantie-functies op de berekende opbrengst zouden kunnen zijn heeft een consortium, bestaande uit Alterra, De Bakelse Stroom, Deltares, Acacia Water, LEI en het Zilt Proefbedrijf Texel hiernaar een ruimtelijke verkenning uitgevoerd. Gewasopbrengten zijn per waterschap/regio in laag Nederland berekend met de anno 2013 gehanteerde, en met bijgestelde (lees: ‘tolerantere’) zouttolerantiefuncties. In de analyse is de berekende derving van de gewasopbrengst alleen bepaald door zout in beregeningswater. Voor laag Nederland werd het 10% droge jaar 1989 doorgetrokken naar ‘warm’ 2050 (W+). Op basis hiervan is een eerste schatting gemaakt van de verandering van de modelmatige opbrengst (i.c. een toename) van €60 miljoen/jaar. Dit resultaat geeft aan dat er sprake is van handelingsruimte in het (toekomstige) zoetwaterbeheer. Geadviseerd wordt om de zouttolerantiefuncties van landbouwgewassen te actualiseren, en om te kijken naar mogelijke consequenties voor de inrichting en het beheer van onze zoetwateraanvoersystemen.
Stuifmeel museumbijen levert het bewijs
Kleis, R. ; Scheper, J.A. - \ 2014
Resource: weekblad voor Wageningen UR 9 (2014)8. - ISSN 1874-3625 - p. 9 - 9.
apidae - wilde bijenvolken - rassen (dieren) - stuifmeel - drachtplanten - landbouwkundig onderzoek - veldgewassen - voederpeulvruchten - beplantingen - voedseltekorten - wild honey bee colonies - breeds - pollen - pollen plants - agricultural research - field crops - fodder legumes - plantations - food shortages
Voedseltekort oorzaak afname aantal wilde bijen. Vooral grote bijen zijn de dupe van gebreken in menu.
Praktijknetwerk: soja van eigen bodem
Timmer, R.D. - \ 2014
akkerbouw - veldgewassen - sojabonen - peulvruchten - teeltsystemen - voedergewassen - voederpeulvruchten - arable farming - field crops - soyabeans - grain legumes - cropping systems - fodder crops - fodder legumes
De Europese consument is niet happig op genetisch gemodificeerde soja, of sojabonen uit voormalige regenwouden. Maar een groeiende groep pioniers laat zien dat de teelt van soja ook in Nederland mogelijk is. ‘Behalve naar nóg meer pioniers, zijn we nu vooral op zoek naar nieuwe rassen die meer opbrengen en eerder afrijpen’, zegt ing. Ruud Timmer, onderzoeker bij Wageningen UR in Lelystad.
Heeft de teelt van quinoa een toekomst in België? : Interview met Ruud Timmer
Cillen, L. ; Timmer, R.D. - \ 2014
Stiel : maandelijks magazine voor leden van de Groene Kring 2014 (2014)november. - p. 16 - 18.
akkerbouw - veldgewassen - chenopodium quinoa - pseudogranen - teeltsystemen - contractlandbouw - nederland - belgië - voedingswaarde - humane voeding - arable farming - field crops - pseudocereals - cropping systems - contract farming - netherlands - belgium - nutritive value - human feeding
Quinoa (Chenopodium quinoa) is een gewas dat al eeuwenlang in Zuid-Amerika wordt geteeld en gegeten en tegenwoordig aan populariteit wint bij de Europese consument. Maar is het mogelijk om dit gewas ook in België te telen? We vroegen aan Ruud Timmer, onderzoeker aan de Universiteit van Wageningen, om ons hier iets meer over te vertellen.
Effecten van de ontwikkeling van de luchtvaart op Lelystad Airport op voedselkwaliteit
Rietra, R.P.J.J. ; Romkens, P.F.A.M. - \ 2014
Wageningen : Alterra - 32
voedselkwaliteit - luchttransport - luchthavens - landbouwproducten - landbouw - veldgewassen - milieueffect - milieueffectrapportage - food quality - air transport - airports - agricultural products - agriculture - field crops - environmental impact - environmental impact reporting
Voor de milieueffectrapportage Lelystad Airport is een bureaustudie gedaan naar de effecten van de ontwikkeling van de luchthaven op de kwaliteit van de landbouwproducten. Anders dan bij andere Nederlandse luchthavens, zijn er in de omgeving van Lelystad Airport veel teelten van verse bovengrondse producten voor de humane voeding, zoals spinazie, broccoli, boerenkool, sla en prei. Dergelijke gewasproducten staan bloot aan depositie via luchtverontreiniging. Gevoelig zijn vooral gewassen die pas geoogst worden in de herfst en winter omdat de genoemde landbouwgewassen dan nauwelijks of niet groeien terwijl er wel depositie is, én producten die weinig of niet gewassen worden. Voor een aantal stoffen die uitgestoten worden bij luchthavens (zware metalen, polycyclische koolwaterstoffen) zijn er normen voor landbouwproducten. Voor PAK’s in gewassen is er alleen een norm voor zuigelingen- en peutervoeding.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.