Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 106

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==verzuring
Check title to add to marked list
Voortgang realisatie nationaal natuurbeleid : technische achtergronden van een aantal indicatoren uit de digitale Balans van de Leefomgeving 2016
Sanders, M.E. ; Wamelink, G.W.W. ; Wegman, R.M.A. ; Clement, J. - \ 2016
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 79) - 74
ecologische hoofdstructuur - ecologie - ecosystemen - verdroging (milieu) - verzuring - depositie - natuurbeleid - ecological network - ecology - ecosystems - groundwater depletion - acidification - deposition - nature conservation policy
The Dutch government is, together with its partners, taking measures to create a coherent network ofprotected nature areas and to improve environmental conditions. This in order to halt the decline in the areaof natural habitat and biodiversity and to improve their conservation status. The Government wants to stayinformed on the progress of this policy. The Netherlands Environmental Assessment Agency (PBL) has selectedindicators that should provide answers to the question: ‘What is the progress of the policy measures taken,especially for realising the nature network, improving the nature quality and the environmental conditions aswell?’ The selected indicators have been updated and analysed in order to assess this progress. This reportdescribes the results of the policy measures taken on the basis of the indicators, the technical setting of thedata and methods used to bring these indicators up to date and the reliability and acceptability of it
Terug naar de basis
Willems, Arno ; Schreppers, Harrie ; Jans, Rino ; Klingen, Simon ; Ouden, J. den; Schoonderwoerd, Henny ; Wijdeven, Sander ; Staak, Erik van der - \ 2016
Vakblad Natuur Bos Landschap 13 (2016)127. - ISSN 1572-7610 - p. 40 - 41.
bosbeheer - houtachtige planten - duurzaamheid (sustainability) - bosgronden - bodemuitputting - bosecologie - voedingsstoffenbalans - verzuring - bodemverdichting - mechanisatie - forest administration - woody plants - sustainability - forest soils - soil exhaustion - forest ecology - nutrient balance - acidification - soil compaction - mechanization
Als bosbeheerders gaan we er prat op dat we het begrip duurzaamheid hebben uitgevonden. Dat is inderdaad iets om trots op te zijn en bewijst dat we als sector gewend zijn ver vooruit te kijken en te denken. Het is echter de vraag of we onze bossen nog wel volgens de principes van duurzaamheid beheren. Met name over de mogelijke uitputting van de bodem en de invloed van de exploitatie op de bodem bestaan veel vragen waarvan de antwoorden niet voor het oprapen liggen. Op 17 mei 2016 ging de Studiekring van de KNBV terug naar de basis: de bosbodem.
Arme bossen verdienen beter : OBN Deskundigenteam Droog zandlandschap
Burg, A. Van den; Bijlsma, R.J. ; Bobbink, R. - \ 2015
VBNE, Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren - 24 p.
bossen - bosbeheer - zandgronden - zure regen - voedingsstoffenbeschikbaarheid - biodiversiteit - verzuring - voedingsstoffenbalans - verstoorde bossen - bosecologie - forests - forest administration - sandy soils - acid rain - nutrient availability - biodiversity - acidification - nutrient balance - disturbed forests - forest ecology
Bossen van het droog zandlandschap van Noordwest- Europa staan bekend als ‘arme bossen’. Het landschap waarin ze voorkomen was tot in de 20ste eeuw overwegend een heidelandschap. Op de voedselarme heide- en stuifzandbodems zijn vanaf 1900 vooral naaldbossen geplant. Inmiddels zijn in deze voormalige plantages volop kenmerken aanwezig van oudere, meer natuurlijke bossen, zoals dikke levende en dode bomen, natuurlijke verjonging van inheemse loofbomen en een gevarieerd lichtklimaat. Veel soorten hebben sterk geprofiteerd van deze natuurlijke ontwikkeling die nog steeds doorzet. In de loop van 20ste eeuw zijn echter eerst zwaveldepositie (‘zure regen’) en later ook stikstofdepositie een grote negatieve invloed gaan uitoefenen op het landschap. Dit raakt niet alleen de biodiversiteit, maar ook de hout- en biomassaproductie en daarmee de duurzaamheid van het bosgebruik. We hebben directe gevolgen vastgesteld voor soorten en nutriëntenvoorraden in de bodem en indirecte effecten op concurrentieverhoudingen en voedselketens. Er zijn echter ook onzekerheden en belangrijke kennisleemten waar het gaat om de precieze mechanismen, het experimenteel vastleggen van oorzaak-gevolg relaties en mogelijke oplossingsrichtingen. De achtergronden van deze problematiek in droge bossen staan centraal in deze brochure.
Eikensterfte: een serieus en complex probleem
Oosterbaan, A. ; Bobbink, R. ; Decuyper, M. - \ 2015
Vakblad Natuur Bos Landschap (2015)113. - ISSN 1572-7610 - p. 10 - 14.
quercus - bodem-plant relaties - bodemchemie - verzuring - droogte - bomen - groeiplaatsen - soil plant relationships - soil chemistry - acidification - drought - trees - sites
Steeds meer beheerders zien met lede ogen aan hoe de eiken in hun bossen langzaam maar zeker afsterven. Over de precieze oorzaak is nog niet zo heel veel bekend. Wel maakt onderzoek duidelijk dat er meerdere oorzaken zijn die elkaar lijken te versterken. Droogte en aantasting door insecten zijn zeker een deel van het probleem, maar ook de snelle uitspoeling van basische kationen zijn waarschijnlijk een heel belangrijke factor
Restoration of acidified and eutrophied rich fens: Long-term effects of traditional management and experimental liming
Diggelen, J. van; Bense, I.H.M. ; Brouwer, E. ; Limpens, J. ; Schie, J.M. van; Smolders, A.J.P. ; Lamers, L.P.M. - \ 2015
Ecological Engineering 75 (2015). - ISSN 0925-8574 - p. 208 - 216.
laagveengebieden - eutrofiëring - verzuring - ecologisch herstel - bekalking - fens - eutrophication - acidification - ecological restoration - liming - vegetation development - nutrient availability - nitrogen deposition - surface-water - groundwater - phosphorus - level - limitation - wetlands
Rich fens are known for their high botanical diversity encompassing many endangered species. For decades, several management measures, including mowing and burning, have been applied to maintain a high biodiversity by means of slowing down the natural succession from calcareous rich fens to acidic poor fens or woodland. In this study, we assessed the long-term effects of these traditional management measures, and explored the effectiveness of liming as a measure to restore rich fen vegetation. Effects of summer mowing, and of burning after winter mowing, were assessed by comparing current (2013) and historical (1967) vegetation data. Effects of experimental liming, using different levels of lime addition (0, 1000, 2000, and 4000 kg Dolokal/ha), were monitored in the field during 7.5 years. Summer mowing led to more acidic and nutrient-poor conditions as indicated by a shift from rich to poor fen vegetation, including a well-developed bryophyte cover dominated by Sphagnum with some threatened species. Burning (after winter mowing) counteracted acidification but increased nutrient availability, as indicated by dominance of vascular species characteristic of productive tall-herb grasslands and a sparse bryophyte cover with common species. We conclude that the traditional measures were unable to maintain rich fen composition in the long term. Given the fact that the restoration of hydrological conditions, favouring rich fens, is not always feasible, liming could be an alternative to counteract acidification and improve rich fen conditions in the short term. This measure, however, appeared to be unsustainable as the re-establishment and dominance of Sphagnum spp. seriously complicated the development of rich fen vegetation in the longer term.
Onderzoek naar de relatie van eikensterfte met droogte en bodemchemie
Oosterbaan, A. ; Bobbink, R. ; Decuyper, M. - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2575) - 29
quercus - bodem-plant relaties - bodemchemie - verzuring - droogte - bomen - groeiplaatsen - soil plant relationships - soil chemistry - acidification - drought - trees - sites
In verband met verhevigde eikensterfte is onderzocht of er verband is tussen de eikensterfte en droogte en/of bodemchemie. Hiervoor is op tien locaties in een opstand met veel sterfte en een opstand met weinig sterfte de jaarringbreedte van de laatste 50 jaar vergeleken met weersgegevens van de dichtstbijzijnde weerstations, de hoeveelheid fijne wortels op 0-25 cm en 25-50 cm diepte bepaald en aan de hand van grondmonsters de bodemchemie gekarakteriseerd. Uit dit onderzoek is gebleken dat er een duidelijk verband is tussen de van tijd tot tijd optredende sterke groeivermindering van eiken en droogteperioden. Niet alle sterke groeiverminderingen zijn hiermee te verklaren. Er zijn aanwijzingen dat het aantal vorstdagen in de lente ook een rol speelt. In opstanden met veel sterfte zitten gemiddeld bovenin het bodemprofiel meer wortels en onderin minder dan in opstanden met weinig sterfte. In opstanden met veel sterfte heeft de bodem in de meeste gevallen lagere gehaltes aan uitwisselbaar Ca en/of K en/of Mg (dus een lagere buffercapaciteit). Het gehele proces van primaire oorzaken en secundaire factoren, die verantwoordelijk zijn voor de sterfte, is nog niet helder. Hiervoor is een breder en fundamenteler onderzoek noodzakelijk. Voor het beheer van eikenbossen worden voorlopige adviezen gegeven.
Integrale rapportage bodem- en grondwaterkwaliteit Drenthe
Roelsma, J. ; Baggelaar, P. ; Meulen, E.C.J. van der - \ 2013
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2419) - 177
grondwaterkwaliteit - bodemchemie - milieubeleid - nitraten - verzuring - bemesting - monitoring - meetnetten - drenthe - groundwater quality - soil chemistry - environmental policy - nitrates - acidification - fertilizer application - monitoring networks
Dit rapport presenteert een integrale rapportage van toestanden en trends van de Drentse bodem- en grondwaterkwaliteit, waarbij gebruik gemaakt is van de meetgegevens van vier grootschalige Drentse meetnetten. Voor elke beschouwde parameter van de bodem- en / of grondwaterkwaliteit is de toestand op verschillende wijzen weergegeven en beschreven. Tevens is voor elke beschouwde parameter een statistische trendanalyse uitgevoerd om objectief vast te kunnen stellen of er sprake is van een trend.
Final report on impact of catchment scale processes and climate change on cause-effect and recovery-chains
Verdonschot, P.F.M. ; Keizer-Vlek, H.E. ; Spears, B. ; Brucet, S. ; Johnson, R. ; Feld, C. ; Kernan, M. - \ 2012
Brussel : European Commission - 116
ecologisch herstel - beheer van waterbekkens - rivieren - meren - estuaria - kustwateren - degradatie - biologische indicatoren - verzuring - eutrofiëring - morfologie - ecologische beoordeling - ecological restoration - watershed management - rivers - lakes - estuaries - coastal water - degradation - biological indicators - acidification - eutrophication - morphology - ecological assessment
Catchment wide integrated basin management requires knowledge on cause-effect and recovery chains within water bodies as well as on the interactions between water bodies and categories. In the WISER WP6.4 recovery processes in rivers, lakes and estuarine and coastal waters were evaluated. The major objectives were: - to analyse and compare (cause-effect and) recovery chains within water categories based on processes and structural and functional features; - to detect commonalities among different chains in different water categories ( to compare recovery chains between water categories); - to link recovery chains to over-arching biological processes and global change; - to develop a method to combine recovery effects in a summarising ‘catchment’ metric. The main stressors studied to reach these objectives were acidification, eutrophication and hydromorphological changes.
Ocean Acidification: a review of the current status of research and institutional developments
Beek, I.J.M. van; Dedert, M. - \ 2012
Den Helder : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C116/12) - 60
verzuring - mariene gebieden - oceanen - kooldioxide - luchtverontreiniging - acidification - marine areas - oceans - carbon dioxide - air pollution
Ocean acidification is defined as the change in ocean chemistry driven by the oceanic uptake of chemical inputs to the atmosphere, including carbon, nitrogen and sulphur compounds. Ocean acidification is also referred to as ‘the other CO2 problem’ of anthropogenic carbon dioxide (CO2) emissions alongside climate change. Ocean acidification has become a hot topic on the international research agenda, whereby most publications are less than a decade old. Ocean acidification has also become an emerging topic on the international policy agenda. UNESCO supported the first global meeting on ocean acidification in 2004 and in 2007 the Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) first recognized ocean acidification in its 4th assessment report as an associated disturbance of climate change caused by increasing CO2 emission. Recommendations to get ocean acidification on the Dutch policy agenda are to focus on important economic activities such as fisheries and aquaculture and on vulnerable habitats such as deltas and coral reefs.
Bestrijdingsmogelijkheden provincies beperkt in Natura 2000-gebieden
Kros, J. ; Dobben, H.F. van; Wamelink, G.W.W. ; Gies, T.J.A. ; Vries, W. de - \ 2011
Milieu dossier 17 (2011)3. - p. 32 - 36.
natuurgebieden - nitraatreductie - verzuring - emissie - stikstof - natura 2000 - natural areas - nitrate reduction - acidification - emission - nitrogen
De provincies hebben de taak om te zorgen voor een goede milieukwaliteit in onze natuurgebieden. Zij zijn dan ook aan zet om de hoge depositie van stikstof aan te pakken. Probleem daarbij is dat een groot deel van de stikstofdepositie wordt veroorzaakt door bronnen waar de provincies geen invloed op kunnen uitoefenen. Extra generieke maatregelen vanuit het Rijk zijn noodzakelijk om tot een succesvolle aanpak van het stikstofprobleem te komen.
Effecten van verzuring op bodemleven en stikstofstromen in bossen : verkenning van mogelijkheden voor herstelmaatregelen
Kemmers, R.H. - \ 2011
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2204) - 42
verzuring - bodemchemie - bodembiodiversiteit - bosgronden - stikstofbalans - stikstofkringloop - ecologisch herstel - acidification - soil chemistry - soil biodiversity - forest soils - nitrogen balance - nitrogen cycle - ecological restoration
Dit rapport geeft een samenvatting van de resultaten van de analyses van het bodemleven, de stikstofstromen en bodemcondities over een brede range van bosgronden. In dit rapport staat de vraag centraal of door verzuring de relatie tussen ondergrondse en bovengrondse biodiversiteit via de N-kringloop is beinvloed. De conclusie is dat door verzuring de activiteit van bacterien (protozoa) en regenwormen is afgenomen en die van schimmels, nematoden en potwormen is toegenomen. Hierdoor is een verschuiving opgetreden in de stikstofbalans van N-immobilisatie naar netto N-mineralisatie. Hiervan profiteren opportunistische soorten in de ondergroei door het extra N-aanbod om te zetten in biomassa waardoor kritischer soorten worden benadeeld. Herstelmaatregelen moeten gericht zijn op herstel van de N-balans tussen bovengronds en ondergronds leven in de richting van een grotere N-retentie door het bodemleven. Hierin kan via het beheer worden gestuurd.
Plant species diversity indicators for impacts of nitrogen and acidity and methods for their simulation: an overview
Dobben, H.F. van; Hettelingh, J.P. ; Wamelink, G.W.W. ; Vries, W. de; Slootweg, J. ; Reinds, G.J. - \ 2010
In: Progress in the modelling of critical thresholds and dynamic modelling, including impacts on vegetation in Europe / Posch, M., Hettlingh, J.P., Slootweg, J., Bilthoven : RIVM (Status Report 680359001) - ISBN 9789069602493 - p. 55 - 64.
bodemchemie - vegetatie - biodiversiteit - verzuring - eutrofiëring - zware metalen - luchtverontreiniging - inventarisaties - stikstof - soil chemistry - vegetation - biodiversity - acidification - eutrophication - heavy metals - air pollution - inventories - nitrogen
This report describes the status of the impact assessment of nitrogen, sulphur and heavy metal depositions in Europe and the progress made regarding the relation between nitrogen deposition and loss of biodiversity.
Growing Sugarcane for Bioenergy – Effects on the Soil
Hartemink, A.E. - \ 2010
In: Proceedings 19th World Congress of Soil Science, Brisbane, Australia, 01 - 06 August, 2010. - - p. 13 - 15.
suikerriet - bodemdegradatie - verzuring - brandstofgewassen - uitspoelen - verliezen uit de bodem - verontreiniging - biobased economy - sugarcane - soil degradation - acidification - fuel crops - leaching - losses from soil - pollution
An increasing area of sugarcane is being growing for the production of bioenergy. Sugarcane puts a high demands on the soil due to the use of heavy machinery and because large amounts of nutrients are removed with the harvest. Biocides and inorganic fertilizers introduces risks of groundwater contamination, eutrophication of surface waters, soil pollution and acidification. This paper reviews the effect of commercial sugarcane production on soil chemical, physical and biological properties using data from the main producing areas. Although variation is considerable, soil organic C decreased in most soils under sugarcane and, also, soil acidification is common as a result of the use of N fertilizers. Increased bulk densities, lower water infiltration rates and lower aggregate stability occur in mechanized systems. There is some evidence for high leaching losses of fertilizer nutrients as well as herbicides and pesticides. Eutrophication of surface waters occurs in high-input systems. Sugarcane cultivation can substantially contribute to the supply of renewable energy, but that improved crop husbandry and precision farming principles are needed to sustain and improve the resource base on which production depends.
Air pollution impacts on European forest soils: steady-state and dynamic modelling
Reinds, G.J. - \ 2009
University. Promotor(en): Rik Leemans, co-promotor(en): Wim de Vries; M. Posch. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085855200 - 223
bodemchemie - bosgronden - ecosystemen - stikstof - europa - luchtverontreiniging - verzuring - zure regen - klimaatverandering - modelleren - soil chemistry - forest soils - ecosystems - nitrogen - europe - air pollution - acidification - acid rain - climatic change - modeling
Zure regen heeft in Europa geleid tot verzuring van bodems en oppervlaktewater. In bosbodems nam de buffercapaciteit af en de bossen werden gevoeliger voor stress als gevolg van, bijvoorbeeld, verstoorde nutriëntenbalansen veroorzaakt door een teveel aan stikstof in de bodem. Deze overmaat aan stikstof veroorzaakte ook veranderingen in natuurlijke vegetaties (meer stikstofminnende soorten). In oppervlaktewater zijn duidelijke schadelijke effecten waargenomen als gevolg van verzuring: in de jaren 70 en 80 trad, vooral in Scandinavië, grote sterfte op onder gevoelige vissoorten. Overmaat aan stiktof leidde lokaal tot eutrofiëring van oppervlaktewater. Kritische depositieniveaus worden meestal berekend met een computermodel dat de bodemverzuring simuleert. Er zijn vele bodemverzuringsmodellen ontwikkeld, maar de meeste daarvan zijn alleen toegepast op puntlocaties en/of regio’s en bovendien zijn de modellen zelden gecalibreerd op grote, regionale datasets. Het doel van dit proefschrift was om (a) na te gaan of beschikbare gegevens uit Europese bosmonitoringsprogramma’s kunnen worden gebruikt om een eenvoudig bodemverzuringsmodel te calibreren (b) op basis van de calibratie na te gaan hoe onzeker de modeluitkomsten zijn en of deze onzekerheid door modelcalibratie afneemt (c) het model toe te passen op Europa en Noord Azië en (d) vast te stellen of de afname van zure depositie leidt to herstel van bodemverzuring in Europa en na te gaan of klimaatverandering daar een invloed op heeft
Interacties milieuthema's verdroging met andere Ver-thema's: verzuring, vermesting en verontreiniging in natuurgebieden
Sival, F.P. ; Runhaar, J. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1577) - 71
natuurreservaten - verzuring - eutrofiëring - verontreiniging - nederland - ecologische hoofdstructuur - natuurbeleid - nature reserves - acidification - eutrophication - pollution - netherlands - ecological network - nature conservation policy
De zware metaalconcentraties zijn in veel oppervlaktewateren in Nederland te hoog. Uitspoeling uit bodems is een belangrijke bron van oppervlaktewaterbelasting. Uitspoeling wordt geschat met modelberekeningen. Dit onderzoek toetst de gebruikte modellen aan veldmetingen. Er is gekeken naar: i) de schematisatie van gehaltes in de vaste fase, ii) de overdracht van de vaste fase naar het bodemvocht en iii) de overdracht van het bodemvocht naar het oppervlaktewater. De gehaltes in de vaste fase worden goed voorspeld met uitzondering van de ondergrond en van nikkel. Ook bodemvochtconcentraties kunnen redelijk worden voorspeld, maar dit blijkt sterk afhankelijk van de gebruikte evenwichtsrelatie. Tenslotte, oppervlaktewaterconcentraties komen goed overeen met bodemvochtconcentraties en worden ook goed voorspeld vanuit de vaste fase waarbij de gehele modelketen is gebruikt. Variaties in oppervlaktewaterconcentraties kunnen worden verklaard en voorspeld door variaties in de hydrologie.
De linde terug in het bos : verslag veldwerkplaats Droog zandlandschap Doorwerth, 9 mei 2008
Hommel, P.W.F.M. ; Ouden, J. den; Sinke, R. - \ 2008
[S.l. : S.n. - 4
bosecologie - zandgronden - strooisel - kwaliteit - bodem - verzuring - ph - bostypen - herstelbeheer - veluwe - forest ecology - sandy soils - litter (plant) - quality - soil - acidification - forest types - restoration management
Verslag van de veldwerkdag Droog zandlandschap in Doorwerth op 9 mei 2008. Tijdens deze veldwerkdag is in de bossen bij kasteel Doorwerth gekeken naar de 0strooisellaag van verschillende bostypen. Aanplant van lindes in een eikenbeukenbos op een relatief arme bodem geeft een zichtbare verbetering van de strooisellaag. De verzuring die in bossen plaatsvindt kan op deze manier plaatselijk worden bestreden. De aanplant van linde en andere boomsoorten met goed verterend strooisel kan dus een bijdrage leveren aan het oplossen van het verzuringsprobleem. Daarbij leidt de verbeterde strooiselkwaliteit tot een verhoging van biodiversiteit en bloemenpracht in het voorjaar.
Nationale emissieplafonds 2020 : impact op de Nederlandse landbouw en visserij
Vrolijk, H.C.J. ; Helming, J.F.M. ; Luesink, H.H. ; Blokland, P.W. ; Oudendag, D.A. ; Hoogeveen, M.W. ; Oostenbrugge, J.A.E. van; Smit, J.G.P. - \ 2008
Den Haag : LEI Wageningen UR (Rapport / LEI : Werkveld 5, Milieu, natuur en landschap ) - ISBN 9789086152759 - 142
landbouwbedrijven - intensieve veehouderij - emissie - luchtverontreiniging - verzuring - milieubescherming - kosten - broeikasgassen - nederland - eu regelingen - farms - intensive livestock farming - emission - air pollution - acidification - environmental protection - costs - greenhouse gases - netherlands - eu regulations
De technische mogelijkheden om emissies van de verschillende milieucomponenten in de landbouwsector te reduceren zijn aanwezig, maar vooral de intensieve veehouderijbedrijven krijgen dan te maken met hoge kosten en verlies aan productie en inkomen. Daardoor is deze mogelijk niet meer rendabel, omdat de sector de kosten maar beperkt aan de afnemers kan doorberekenen. Dat blijkt uit een beleidsverkennende studie van het LEI in opdracht van het ministerie van LNV
Alcohol production through volatile fatty acids reduction with hydrogen as electron donor by mixed cultures
Steinbusch, K.J.J. ; Hamelers, H.V.M. ; Buisman, C.J.N. - \ 2008
Water Research 42 (2008)15. - ISSN 0043-1354 - p. 4059 - 4066.
alcoholen - productie - organisch afval - biomassa - verzuring - vluchtige vetzuren - waterstof - gemengde teelt - biomassaconversie - korrelslib - alcohols - production - organic wastes - biomass - acidification - volatile fatty acids - hydrogen - mixed cropping - biomass conversion - granular sludge - carboxylic-acids - waste-water - ethanol - performance - energetics - bacteria - pathway - sludge - ph
In this research we demonstrated a new method to produce alcohols. It was experimentally feasible to produce ethanol, propanol and butanol from solely volatile fatty acids (VFAs) with hydrogen as electron donor. In batch tests, VFAs such as acetic, propionic and butyric acids were reduced by mixed microbial cultures with a headspace of 1.5 bar of hydrogen. Observed alcohol concentrations were 3.69 ± 0.25 mM of ethanol, 8.08 ± 0.85 mM of propanol and 3.66 ± 0.05 mM of n-butanol. The conversion efficiency based on the electron balance was 55.1 ± 5.6% with acetate as substrate, 50.3 ± 4.7% with propionate and 46.7 ± 2.2% with n-butyrate. Methane was the most predominant by-product in each batch experiment, 33.6 ± 9.6% of VFA and hydrogen was converted to methane with acetate as substrate; which was 27.1 ± 7.1% with propionate and 36.6 ± 2.2% with n-butyrate. This VFAs reducing renewable fuel production process does not require carbohydrates like fermentable sugars, but uses biomass with high water content or low sugar content that is unsuitable as feedstock for current fermentation processes. This so-called low-grade biomass is abundantly present in many agricultural areas and is economically very attractive feedstock for the production of biofuels.
Verzuring: oorzaken, effecten, kritische belastingen en monitoring van de gevolgen van ingezet beleid
Vries, W. de - \ 2008
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1699) - 88
bodemchemie - verzuring - zure depositie - zure regen - monitoring - nadelige gevolgen - effecten - nederland - bodem-plant relaties - soil chemistry - acidification - acid deposition - acid rain - adverse effects - effects - netherlands - soil plant relationships
Het milieuthema ‘verzuring’ heeft zich sinds de negentiger echter ontwikkeld van een ‘single issue’, zure regen, naar het integraal aanpakken van grootschalige luchtverontreiniging. Dit rapport geeft antwoord op een tiental relevante vragen over dit onderwerp, te weten: 1 Wat wordt precies verstaan onder verzuring en wat zijn de oorzaken daarvan? 2 Wat is de bijdrage van zure depositie aan de verzuring van de bodem? 3 Wat zijn de effecten van verzuring 4 Wat zijn de monitoring systemen waarmee de uitstoot, depositie en effecten van verzuring in beeld worden gebracht 5 Wat zijn de trends in de emissie en depositie van verzurende stoffen 6 Wat zijn de trends in de effecten van verzuring op de abiotische kwaliteit: bodem, bodemvocht en grondwater 7 Wat zijn de trends in de effecten van verzuring op de ecologische kwaliteit: 8 Wat zijn kritische depositieniveaus voor verzurende stoffen en hun overschrijding? 9 Wat zijn de beleidsdoelen voor verzuring en de beleidsinstrumenten waarmee de verzuring wordt aangepakt 10 Hoe haalbaar en noodzakelijk zijn de lange termijn depositiedoelstellingen
Effecten van ammoniak op de Nederlandse natuur : achtergrondrapport
Kros, J. ; Haan, B.J. de; Bobbink, R. ; Jaarsveld, J.A. van; Roelofs, J.G.M. ; Vries, W. de - \ 2008
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1698) - 131
depositie - ammoniak - milieueffect - verzuring - stikstof - nederland - milieubeleid - ammoniakemissie - natuurbeleid - deposition - ammonia - environmental impact - acidification - nitrogen - netherlands - environmental policy - ammonia emission - nature conservation policy
In de jaren tachtig en negentig was zure regen een milieuprobleem dat veel – internationale – aandacht kreeg. Veel beleid is sindsdien in gang gezet, maar volledig herstel is nog niet opgetreden. Met name de depositie van stikstof in de vorm van ammoniak (75%) en stikstofoxide (25%) ligt in Nederland boven de grens – kritische depositiewaarde – die voor de natuur acceptabel is. Grassen verdragen hogere concentraties stikstof dan veel natuurlijke vegetaties en kunnen daardoor in bossen en natuurgebieden overheersen. Onderhoud en beheer kunnen dit deels herstellen. Indien niet tegelijk de ammoniakdepositie wordt aangepakt, is dit zeer kostbaar. Dit rapport beschrijft de huidige stand van zaken wat betreft emissie en depositie van ammoniak en laat zien welke effecten dit heeft. De lijst van kritische depositiewaardes geeft aan welke natuurtypes in Nederland gevoelig zijn. Het kennisnetwerk “Ontwikkeling Bos en Natuur” (OBN) geeft aan welke maatregelen in een betreffend ecosysteem noodzakelijk zijn om weer in de originele toestand van het milieu te komen. Het rapport gaat ook in op enkele hardnekkige misverstanden zoals “hoe kan ammoniak verzurend werken, terwijl iedereen heeft geleerd dat het een base is?”
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.