Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 100

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==viral diseases
Check title to add to marked list
Plantenvirussen in het vizier
Stijger, I. ; Verbeek, M. - \ 2016
Wageningen UR
plantenvirussen - virusziekten - ziekteoverdracht - detectie - ziektedistributie - diagnose - bedrijfshygiëne - plant viruses - viral diseases - disease transmission - detection - disease distribution - diagnosis - industrial hygiene
Aandacht wordt geschonken aan: voedingswater, micro-leven, rasverschillen, en oud stekmateriaal. Poster van PlantgezondheidEvent 12 maart 2015.
Onderzoek in het kader van het ‘Actieplan Minder Virus in Tulp’, uitgevoerd door PPO- Bloembollen, Lisse en Proeftuin Zwaagdijk in 2013 en 2014
Dam, M.F.N. van; Verbeek, M. ; Stijger, I. ; Kreuk, F. - \ 2015
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V., Sector Bomen, Bollen & Fruit - 66
tuinbouw - bloembollen - tulpen - gewasbescherming - virusziekten - tulpenmozaïekvirus (tulip breaking virus) - tulpenvirus x - tulpenmozaïekvirus (tulip mosaic virus) - plantenziektebestrijding - mineraaloliën - detectie - locatie - afmetingen - landbouwkundig onderzoek - horticulture - ornamental bulbs - tulips - plant protection - viral diseases - tulip breaking virus - tulip virus x - tulip mosaic virus - plant disease control - mineral oils - detection - location - dimensions - agricultural research
Doelstellingen van het Actieplan “Minder virus in Tulp” zijn: Dit project organiseert de opstart en de uitvoering van een actieplan dat leidt tot minder virus in tulp in een economisch rendabele teelt. De aandacht ligt met name bij TBV, TVX, Augustaziek, ArMV en LSV. Uitvoering van het actieplan moet leiden tot enthousiasme en power in de sector waardoor ook nieuwe inspiratie voor innovaties ontstaat. De beoogde modulaire en stapsgewijze aanpak van dit project zorgt voor een duidelijke afbakening van doelstellingen, activiteiten en budget en maakt tussentijdse nadere invulling van activiteiten mogelijk. Dit verslag beschrijft een aantal onderzoeken die hebben plaatsgevonden vanaf de start van dit Actieplan.
Dierenlab beschermt mensen
Sikkema, A. ; Bianchi, A.T.J. - \ 2015
WageningenWorld (2015)1. - ISSN 2210-7908 - p. 24 - 27.
dierziekten - infectieziekten - zoönosen - virusziekten - onderzoek - diergezondheid - vaccins - aviaire influenza - q-koorts - animal diseases - infectious diseases - zoonoses - viral diseases - research - animal health - vaccines - avian influenza - q fever
Nederland krijgt steeds meer te maken met besmettelijke dierziektes die ook mensen ziek kunnen maken, zoals vogelgriep. Om daar goed onderzoek naar te doen is een lab gebouwd waarin levende, besmette landbouwhuisdieren gehouden worden. Geen virus kan eruit ontsnappen. ‘Zelfs het DNA wordt vernietigd.’
Karperziekten in Nederland: toen en nu
Haenen, O.L.M. - \ 2014
Aquacultuur 29 (2014)5. - ISSN 1382-2764 - p. 36 - 41.
visziekten - karper - cyprinidae - parasieten - bacterieziekten - virusziekten - fish diseases - carp - parasites - bacterial diseases - viral diseases
Ingegaan wordt op de belangrijkste ziekten van wilde en gehouden karper in Nederland. Daarbij gaat het zowel om al heel lang bekende als om één nieuwe ziekte, optredend in de diverse jaargetijden.
"Koi Sleepy Disease" voor het eerst in Nederland aangetoond in koikarpers
Haenen, O.L.M. ; Way, K. ; Stone, D. ; Engelsma, M.Y. - \ 2014
Tijdschrift voor Diergeneeskunde 139 (2014)4. - ISSN 0040-7453 - p. 26 - 29.
koi - cyprinidae - karper - cyprinus - virusziekten - diagnostiek - siervissen - visziekten - carp - viral diseases - diagnostics - ornamental fishes - fish diseases
Eind september 2013 is de koikarperziekte 'Koi Sleepy Disease'(KSD) voor het eerst aangetoond in Nederland door het Vis-, schaal- en schelpdierziektelaboratorium van Central Veterinary Institute, onderdeel van Wageningen UR. De klinische verdenking werd bevestigd door het zusterlab CEFAS in Engeland. KSD wordt veroorzaakt door Carp Edema Virus (CEV), een pokkenvirus. Ziekteverschijnselen lijken erg op die van de al meerdere jaren aanwezige koi herpesvirusziekte (KHVD), veroorzaakt door koi herpesvirus (KHV). De klinische verschijnselen van beide ziekten zijn: enophthalmus, overmatige slijmproductie en kieuwnecrose. Een verschil vormt echter het onmiskenbare slaapgedrag waaraan de ziekte zijn naam dankt. Omdat Nederland vele hobbyvijvers telt en koikarpereigenaren hun dierenarts consulteren in verband met ziekte bij hun vissen is het belangrijk dat dierenartsen KSD en KHVD in het veld kunnen herkennen. Bij visziektelaboratorium kan vervolgens bevestigingsdiagnostiek plaatsvinden.
Virus onschadelijk maken, voorkomen infectie, symptomen onderdrukken : beheersen door complex van middelen en maatregelen
Arkesteijn, M. ; Stijger, I. - \ 2014
Onder Glas 11 (2014)12. - p. 62 - 63.
glastuinbouw - kasgewassen - plantenvirussen - gewasbescherming - maatregelen - landbouwkundig onderzoek - weerstand - ziektepreventie - virusziekten - greenhouse horticulture - greenhouse crops - plant viruses - plant protection - measures - agricultural research - resistance - disease prevention - viral diseases
Virussen veroorzaken behoorlijk wat economische schade in cultuurgewassen. Een besmetting met komkommerbontvirus bijvoorbeeld levert al gauw 15% inkomstenderving op. Virusziekten zijn niet te bestrijden zoals schimmels en bacteriën, maar wel te beheersen. Virologe Ineke Stijger van Wageningen UR Glastuinbouw vertelt over de mogelijke wijzen van aanpak en het huidige onderzoek.
Machinale detectie van tulpenvirus in het open veld 2013 : Geautomatiseerde (machinale) detectie van TBV in volveldexperimenten met tulp in 2013
Baltissen, A.H.M.C. ; Polder, G. ; Doorn, J. van; Heijden, H.J.W.M. van der - \ 2014
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF - 37
virusziekten - tulpen - tulpenmozaïekvirus (tulip mosaic virus) - gewasbescherming - proefvelden - elisa - vollegrondsteelt - bloembollen - viral diseases - tulips - tulip mosaic virus - plant protection - experimental plots - outdoor cropping - ornamental bulbs
Tulpenmoza¿ekvirus (TBV) in tulp veroorzaakt veel schade in de teelt. Om virusverspreiding door bladluizen te voorkomen moet de teler in een korte periode deze bronnen van infectie verwijderen. Een tijdrovende bezigheid, die ook specifieke deskundigheid vergt. Verder bespaart dit verwijderen ook het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen om de luizen te bestrijden. Echter, experts die dit kunnen zijn schaars. Om het gebrek aan goede ziekzoekers te compenseren, werkt Wageningen UR samen met een groep tulpentelers aan een oplossing. Gerobotiseerd ziekzoeken moet in een vroeg stadium symptomen van ziekten (TBV) in het gewas (in dit geval tulp) kunnen herkennen. Het streven is dat dit minimaal even goed gebeurt als door de experts.
Vatbaarheid van Nerine voor PlAMV : voortgezet diagnostisch onderzoek 2013
Leeuwen, P.J. van; Lemmers, M.E.C. ; Trompert, J.P.T. - \ 2014
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit - 13
nerine - bloembollen - plantenvirussen - plantago asiatica mosaic virus - virusziekten - diagnostische technieken - proeven - landbouwkundig onderzoek - ornamental bulbs - plant viruses - viral diseases - diagnostic techniques - trials - agricultural research
Nerine blijkt niet vatbaar te zijn voor het PlAMV-virus. Het onderzoek naar de vatbaarheid van Nerine geeft dan ook geen aanleiding om de bestaande teeltstrategie aan te passen. Nerine wordt veelal in vruchtwisseling geteeld met lelie. Lelie is de laatste jaren getroffen door het PlAMV (Plantago asiatica mosaic virus). Dit virus kan tijdens de teelt via de bodem verspreiden. Ook bij hergebruik van grond afkomstig van PlAMV-lelieteelt is er (tijdens de broei in de kas) een risico op infectie van de nieuwe lelieteelt. Omdat Nerinebollen vaak naast lelies worden geteeld en/of in vruchtwisseling met lelies plaatsvindt, is er een grote angst dat PlAMV mogelijk ook voor grote problemen kan zorgen bij dit gewas. Een besmetting van Nerine met PlAMV zou een decimering van de teelt betekenen. Er is een besmettingsproef uitgevoerd in de periode van augustus 2013 t/m januari 2014 met Nerine bowdeni ‘Favourite’ en ‘Van Roon’ om vast te stellen of Nerine vatbaar is voor een besmetting met PlAMV. Het virus is via verschillende methoden overgebracht op Nerine, maar vervolgens is bij geen enkele plant of bol besmetting aangetoond, terwijl dit wel het geval was bij controle leliebollen/planten. Op basis van dit onderzoek kan de conclusie worden getrokken dat Nerine niet vatbaar is voor PlAMV.
'Complex PlAMV vraagt om systematische aanpak' : Maarten de Kock
Dwarswaard, A. ; Kock, M.J.D. de; Slootweg, G. - \ 2013
BloembollenVisie (2013)262. - ISSN 1571-5558 - p. 52 - 53.
bloembollen - lelies - virusziekten - plantago asiatica mosaic virus - plantenvirussen - plantenziektebestrijding - kennisoverdracht - bodemkunde - ornamental bulbs - lilies - viral diseases - plant viruses - plant disease control - knowledge transfer - soil science
Ruim twee jaar werken de PPO-onderzoekers Maarten de Kock en Casper Slootweg nu aan het PlAM-virus in lelie. Die tijd heeft veel inzichten opgeleverd, vinden beide onderzoekers. Meest recent is het gegeven dat het virus zich ook door de grond van de ene naar de andere lelieplant verplaatst, en dat waarschijnlijk zonder hulp van een ander bodemorganisme. Hoe kan een teler uit het virus blijven?
Koi Sleepy Disease (KSD) door 'Carp Edema virus' : eerste detectie in Nederlandse Koi
Haenen, O.L.M. ; Way, K. ; Stone, D. ; Engelsma, M.Y. - \ 2013
Aquacultuur 2013 (2013)5. - ISSN 1382-2764 - p. 27 - 29.
koi - cyprinidae - karper - cyprinus - siervissen - virusziekten - visteelt - diagnostiek - carp - ornamental fishes - viral diseases - fish culture - diagnostics
De koi sector is bekend met verschillende ziekten van koi, zoals koi herpesvirus (KHV) en columnaris disease door Flavobacterium columnare. Dit najaar is echter een in Nederland nog niet eerder aangetoonde ziekte aangetroffen in koi: het koi sleepy disease (KSD). We gaan in dit artikel in op deze ziekte
Zomerziekten in de visvijver
Haenen, O.L.M. - \ 2013
Aquacultuur 28 (2013)4. - ISSN 1382-2764 - p. 24 - 26.
visvijvers - visteelt - viskwekerijen - visziekten - virusziekten - bacterieziekten - fish ponds - fish culture - fish farms - fish diseases - viral diseases - bacterial diseases
Met het stijgen van de watertemperatuur in het voorjaar komt ook het metabolisme van de vis op gang. Veel vissoorten paaien bovendien in het voorjaar of de vroege zomer, dus ook hormonaal verandert er van alles. Dit hoort bij een natuurlijke gang van zaken maar geeft ook stress aan de vis. Stress is een basis voor ziekte. Welke ziekten kunnen we zoal aantreffen in de buitenvijver met het stijgen van temperatuur naar zomerse waarden?
Aanvullend onderzoek naar verspreidingsroutes en mogelijkheden voor beheersing vam PIAMV
Kock, M.J.D. de; Kok, B.J. ; Aanholt, J.T.M. van; Lemmers, M.E.C. ; Lommen, S.T.E. ; Pham, K.T.K. ; Hollinger, T.C. ; Boer, F.A. de; Slootweg, G. - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF - 49
bloembollen - lelies - virusziekten - plantago asiatica mosaic virus - plantenvirussen - plantenziektebestrijding - methodologie - ziektepreventie - technieken - tests - verspreiding - controle - ornamental bulbs - lilies - viral diseases - plant viruses - plant disease control - methodology - disease prevention - techniques - dispersal - control
Sinds 2010 kampt de leliesector met een relatief nieuw virus, Plantago asiatica mosaic virus (PlAMV). Praktijkgericht onderzoek is destijds spoedig opgestart om kennis te verkrijgen over mogelijke infectie- en besmettingsroutes en om mogelijkheden voor beheersing van dit virus te onderzoeken. Vijf onderzoeksvragen stonden centraal in dit onderzoek. Naast antwoord op deze vragen, heeft het onderzoek ook aanvullende informatie over PlAMV en lelie opgeleverd. Dit rapport beschrijft onderzoek dat in de periode zomer 2011 t/m zomer 2012 is uitgevoerd
Oesterherpesvirus: een overzicht
Kamermans, P. ; Poelman, M. ; Engelsma, M.Y. - \ 2013
IMARES/CVI/Kenniskringen Visserij
aquacultuur - oesters - oesterteelt - virusziekten - herpesviridae - herpes - aquaculture - oysters - oyster culture - viral diseases
Deze factsheet geeft de meest recente gegevens over het oesterherpesvirus bij Japanse oesters weer. Daarnaast zijn de recente innovaties voor het verbeteren van de overleving van oesters opgenomen.
Beheersing van het Schmallenbergvirus
Poel, W.H.M. van der - \ 2013
Tijdschrift voor Diergeneeskunde 138 (2013)11. - ISSN 0040-7453 - p. 28 - 32.
schmallenbergvirus - virusziekten - ziekten overgebracht door vectoren - diergezondheid - misvormingen - nadelige gevolgen - economische impact - schmallenberg virus - viral diseases - vector-borne diseases - animal health - malformations - adverse effects - economic impact - hantavirus
Schmallenbergvirus (SVB) werd in 2011 voor het eerst in Europa gezien en veroorzaakte een epidemie van aangeboren afwijkingen, vooral misvormde ledematen en hersenafwijkingen, bij kalveren en lammeren. Het ging om een niet eerder gevonden virus, dat om die reden aanvankelijk moeilijk onderkend kon worden. Sinds het begin van de uitbraak is veel onderzoek gedaan aan SVB en inmiddels zijn routine laboratoriumtests alom beschikbaar. Zowel gehouden als in het wild levende herkauwers zijn gevoelig voor het SVB, dat wordt overgedragen door knutten (Culicoides species). Deze vector heeft gezorgd voor een snelle verspreiding over heel Europa en nu verspreidt het virus zich ook buiten Europa. Op dit moment wordt de economische schade ten gevolge van SVB vooral bepaald door handelsbeperkingen. Levend vee en sperma voor export moeten getest worden om het SVB-vrij te kunnen verklaren. In de regio waar de uitbraak is begonnen, wordt de ziekte niet meer gezien, maar met de toename van het aantal seronegatieve dieren wordt het risico van herintroductie van het virus op bedrijven wellicht groter.
Details van virusoverdracht door bladluizen in lelie : een zoektocht naar optimale gewasbescherming met oog voor milieubelasting en kosten
Kock, M.J.D. de; Lemmers, M.E.C. ; Aanholt, J.T.M. van; Weijnen-Derkx, M.P.M. - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit - 60
lelies - virusziekten - aphididae - gewasbescherming - overdracht - symptoomloos lelievirus - milieubeheersing - landbouwkundig onderzoek - effecten - geïntegreerde bestrijding - kostenbeheersing - lilies - viral diseases - plant protection - transfer - lily symptomless virus - environmental control - agricultural research - effects - integrated control - cost control
Het in dit rapport beschreven onderzoek richt zich op de optimalisatie van bescherming van lelie tegen de overdracht van Lelie mozaïekvirus (LMoV) en Symptoomloos lelievirus (LSV) door bladluizen. Het onderzoek is in de periode 2009-2012 uitgevoerd. Elk onderzoeksjaar had eigen specifieke vraagstellingen met de daarbij behorende proefopzet. In de eerste twee onderzoeksjaren is de bladluizenpopulatie wekelijks in detail via vangbakken en vangplaten bestudeerd. Gedurende het teeltseizoen zijn er in beide jaren 40-50 soorten bladluizen aangetroffen, waaronder ook veel bladluissoorten waarvan bekend is dat deze LMoV en/of LSV kunnen verspreiden. Qua populatiesamenstelling is er tussen de twee jaar vrij veel overlap, maar er zijn ook verschillen tussen de twee jaar zichtbaar. Zelfs wanneer er geen gewasbescherming werd uitgevoerd, werd vier jaar lang geen kolonisatie van bladluizen op de lelies waargenomen. Deze leliebollen waren ook niet behandeld met Admire. Blijkbaar is lelie geen geschikte waardplant voor bladluis of zijn er voldoende natuurlijke vijanden aanwezig. Verspreiding van LMoV en LSV vond gedurende het hele teeltseizoen van lelie plaats. Verspreiding van LMoV vond iets meer in de eerste helft van het seizoen plaats en werd in meerdere herhalingen van proefveldjes waargenomen. Daarentegen vond de verspreiding van LSV iets meer in de tweede helft plaats en was meer lokaal van aard in één of twee van de vier herhalingen. In periodes met ‘normale’ weersomstandigheden zonder extremen kan met een wekelijkse dosis minerale olie en pyrethroïden de virusverspreiding goed beheerst worden, ondanks dat er tijdelijk grotere aantallen bladluizen aanwezig zijn geweest. Het bleek dat in een relatief warme periode met hogere zonkracht/straling en in een periode met veel neerslag de toegepaste gewasbescherming minder effectief is geweest waardoor in deze periode extra virusverspreiding heeft kunnen plaatsvinden. De resultaten uit de eerste twee jaar van dit project (fase 1) hebben geleid tot een beter begrip voor het moment waarop virusverspreiding plaats kan vinden en op welke momenten gewasbescherming effectief moet zijn. Tevens heeft de monitoring van bladluizen meer inzicht gegeven in de bladluizen populatiedynamiek en de relatie met de virusverspreiding die tegelijkertijd kan optreden. In de tweede fase van dit onderzoeksproject is onderzocht wat het beste recept is voor optimale gewasbescherming tegen virusoverdracht door bladluizen waarbij tevens aandacht werd gegeven voor milieubelasting en de kosten van gewasbescherming. In twee opvolgende jaren is aangetoond dat wekelijkse toepassing van minerale olie een duidelijk positief effect had op de beheersing van virusoverdracht door bladluizen. Toevoeging van een pyrethroïde versterkte deze beheersing. De extra toevoeging van een insecticide resulteerde bij de lelies in de proefopzet niet in een extra reductie van virusoverdracht. Een insecticide heeft daarom op basis van deze resultaten geen toegevoegde waarde voor de beheersing van virusoverdracht door bladluizen. Negatieve effecten van een insecticide zijn ook niet waargenomen. Er wordt wel eens gesuggereerd dat toevoeging van een pyrethroïde of een insecticide het vluchtgedrag van bladluizen onrustiger zou maken wat een negatief effect zou hebben op virusverspreiding in een partij. Onderzoek heeft hiervoor geen aanwijzingen gevonden. Sinds enkele jaren is er een Luis/virus weerfax beschikbaar die op basis van weersverwachtingen advies geeft over het moment van gewasbescherming op de dag en de frequentie per week. Het tijdelijk verhogen van de frequentie van gewasbescherming in periodes met hogere temperaturen en veel zonkracht had geen effect op het viruspercentage. Grote meerwaarde van de Luis/virus weerfax zit hem in het inzicht in het optimale moment van gewasbescherming voor de eerstvolgende dagen. Met deze informatie kan een veel betere planning gemaakt worden. De frequentie van gewasbescherming tegen virusoverdracht door bladluizen kan vanaf half augustus gehalveerd worden tot 1x per twee weken. Onderzoek van twee opvolgende jaren toonde aan dat er bij dit recept niet extra virusinfectie optrad. Een belangrijk inzicht uit dit onderzoek is het feit dat gewasbescherming op de virusbron veel effectiever werkt dan gewasbescherming op de ontvangende plant. Van te voren was niet te verwachten dat de waargenomen verschillen zo groot zouden zijn. In de proefopzet moet hiermee dus rekening gehouden worden. In dit project is daarom in de loop van de tijd een steeds betere proefopzet ontwikkeld: - virusbron in de proefveldjes in netten geplant zodat deze bij het rooien apart te verwijderen zijn, - zones met bufferplanten die de proefveldjes met verschillende behandelingen voldoende van elkaar scheiden zodat naast elkaar gelegen behandelingen elkaar niet beïnvloeden. Er wordt geadviseerd deze indeling van een proefveld algemeen toe te gaan passen bij onderzoek naar effectiviteit van middelen. In het laatste deel van dit rapport wordt de achtergrond van functionele agrobiodiversiteit (FAB) beschreven en is er een analyse gemaakt in hoeverre de inzet van barrière planten een bijdrage kan leveren aan een verdere beheersing van virusoverdracht door bladluizen bij lelie. In de wetenschappelijke literatuur zijn diverse voorbeelden beschreven van een bijdrage van FAB bij de beheersing van virusverspreiding door bladluizen. Dit onderzoek is echter niet uitgevoerd onder teeltomstandigheden die in Nederland van toepassing zijn. Onderzoek naar FAB voor de beheersing van virusoverdracht onder Nederlandse teeltomstandigheden is zeker van belang vanwege de lokale populaties bladluizen en natuurlijke vijanden. Dit rapport somt een aantal aanbevelingen op die relevant zijn om te betrekken bij onderzoek naar functionele agrobiodiversiteit tegen virusoverdracht door bladluizen. Op basis van dit onderzoek zijn er diverse conclusies en aanbevelingen geformuleerd: o Voor een duurzame teelt van lelies wordt allereerst geadviseerd om zoveel als mogelijk met virusvrije of virusarme partijen lelie te werken. o Houd bij het maken van het teeltplan vooral ook rekening met de virusstatus van partijen en probeer virusvrije partijen apart te telen van partijen die besmet zijn met LMoV en/of LSV. o Een wekelijkse gewasbescherming met minerale olie en pyrethroïde is van groot belang wanneer men de lelies wil beschermen tegen virusinfecties door bladluizen. o Houdt bij het moment van gewasbescherming dan vooral ook rekening met het optimale moment van gewasbescherming. De Luis/virus weerfax is hierbij een zeer functionele hulpmiddel. o Dit onderzoek heeft geen additionele effecten van een insecticide aangetoond. o Daarentegen zijn er ook geen aanwijzingen gevonden dat pyrethroïden en insecticiden lokale virusverspreiding juist zouden stimuleren vanwege het onrustiger gedrag van bladluizen die worden blootgesteld aan pyrethroïden en insecticiden. o Het halveren van de frequentie van gewasbescherming vanaf half augustus levert geen extra risico op maar resulteert wel in een lagere milieubelasting en reductie in kosten voor gewasbescherming. Aanpassing van de frequentie vanaf half augustus is daarom zeker het overwegen waard wanneer de virusdruk in een partij/perceel laag is.
Glossina hytrosavirus control strategies in tsetse fly factories: application of infectomics in virus management
Kariithi, H.M. - \ 2013
University. Promotor(en): Just Vlak; Monique van Oers, co-promotor(en): A.M.M. Abd-Alla; G.A. Murilla. - Wageningen : Wageningen UR - ISBN 9789461737533 - 207
glossina pallidipes - dierenvirussen - speekselklierziekten - massakweek - virusziekten - ziektebestrijding - eiwitexpressieanalyse - genomica - animal viruses - salivary gland diseases - mass rearing - viral diseases - disease control - proteomics - genomics

African trypanosomosis is a fatal zoonotic disease transmitted by tsetse flies (Diptera; Glossinidae); blood-sucking insects found only in sub-Saharan Africa. Two forms of trypanosomoses occur: the animal African trypanosomosis (AAT; nagana), and the human African trypanosomosis (HAT; sleeping sickness). Since there are no effective vaccines against trypanosomosis, tsetse fly eradication is the most effective disease control method. Tsetse flies can be effectively eradicated by the sterile insect technique (SIT), which is applied in an area-wide integrated pest management approach. SIT is an environmentally benign method with a long and solid record of accomplishments. SIT requires large-scale production of sexually sterilized male flies (by exposure to a precise and specific dose of ionizing radiation, usually from a 60Co or 137Ce source), which are sequentially released into a target wild insect population to out-compete wild type males in inseminating wild virgin females. Once inseminated by sterile males, the virgin females do not produce viable progeny flies. Importantly, these females do not typically re-mate. Ultimately, the target wild insect population can decrease to extinction. However, tsetse SIT programs are faced with a unique problem: laboratory colonies of many tsetse species are infected by the Glossina pallidipes salivary gland hypertrophy virus (GpSGHV; family Hytrosaviridae). GpSGHV-infected flies have male aspermia or oligospermia, underdeveloped female ovarioles, sterility, salivary gland hypertrophy syndrome (SGH), distorted sex ratios, and reduced insemination rates. Without proper management, symptomatic GpSGHV infections (characterized by SGH symptoms) can cause collapse of Glossina colonies. To ensure colony productivity and survival, GpSGHV management strategies are required. This will ensure a sustained supply of sterile males for SIT programs. The aim of this PhD research was to investigate the functional and structural genomics and proteomics (infectomics) of GpSGHV as a prerequisite to development of rationally designed viral control strategies. A series of experiments were designed to: (i) investigate epidemiology and diversity of GpSGHV; (ii) identify GpSGHV proteome and how viral and host proteins contribute to the pathobiology of the virus; and (iii) investigate the interplay between GpSGHV, the microbiome and the host, and how these interactions influence the outcomes of viral infections. By relating GpSGHV and host infectomics data, cost-effective viral management strategies were developed. This resulted in significant reduction of GpSGHV loads and elimination of SGH from laboratory colonies of G. pallidipes.

Gedifferentieerd bestrijdingsbeleid bij een uitbraak van MKZ : aandacht voor niet-commercieel gehouden dieren
Hagenaars, T.H.J. ; Hengel, R. van den; Asseldonk, Marcel van; Nodelijk, G. ; Bergevoet, R.H.M. - \ 2013
Lelystad : Central Veterinary Institute (CVI rapport / Central Veterinary Institute, 13/CVI0183 ) - 17
mond- en klauwzeer - mond- en klauwzeervirus - virusziekten - risico - diergezondheid - vaccinatie - verplichte vaccinatie - landbouwbeleid - dierenwelzijn - dierlijke productie - varkens - rundvee - schapen - foot and mouth disease - foot-and-mouth disease virus - viral diseases - risk - animal health - vaccination - mandatory vaccination - agricultural policy - animal welfare - animal production - pigs - cattle - sheep
Wat is het extra verspreidingsrisico van geïnfecteerde bedrijven naar niet-geïnfecteerde bedrijven als niet-commercieel gehouden dieren worden gevrijwaard van preventieve ruiming in de eerste week van bestrijding van Mond en Klauwzeer virus (MKZ) in Nederland?
Chikungunya virus-like particle vaccine
Metz, S.W.H. - \ 2013
University. Promotor(en): Just Vlak, co-promotor(en): Gorben Pijlman. - S.L. : s.n. - ISBN 9789461735652 - 139
chikungunyavirus - virusachtige deeltjes - virusziekten - aedes albopictus - vectoren, ziekten - vaccins - vaccinontwikkeling - genexpressie - baculovirus - insecten - celcultuur vaccins - chikungunya virus - virus-like particles - viral diseases - disease vectors - vaccines - vaccine development - gene expression - insects - cell culture vaccines

Chikungunya virus (CHIKV) is an arthropod-borne alphavirus (family Togaviridae) and is the causative agent of chikungunya fever. This disease is characterised by the sudden onset of high fever and long-lasting arthritic disease. First identified in Tanzania in 1952, CHIKV has re-emerged in the last decade causing large outbreaks throughout Africa, Asia and Southern Europe. Increased CHIKV spread is mainly caused by its adaptation to a new mosquito vector, the Asian tiger mosquito Ae. albopictus, which is able to colonize more temperate regions. Currently, there are no antiviral treatments or commercial vaccines available, to prevent CHIKV infections. However, increased vector spread and clinical manifestations in humans, have triggered vaccine development. A broad range of vaccine strategies have been proposed and described, including inactivated virus formulations, live-attenuated virus, chimeric virus vaccines, DNA vaccines, adenoviral vectored vaccines, subunit protein vaccines and virus-like particle (VLP) formulations. However, these vaccination strategies have specific limitations in manufacturing, immunogenicity, safety, recombination and large scale production. Many, if not all safety problems do not apply for subunit or VLP based vaccines, except for the recombinant origin of the vaccine.

Recently, a CHIKV VLP-based vaccine was developed and provided protection in both mice and non-human primates. Even though this VLP approach is a safe, efficient and promising alternative to other vaccine strategies, large scale DNA plasmid transfection into mammalian cells and VLP yield of transfected cells remains challenging in terms of industrial production. These problems are alleviated by using the recombinant baculovirus-insect cell expression system.

In this thesis, recombinant baculoviruses were constructed to produce CHIKV glycoprotein E1 and E2 subunits and VLPs.For the production of CHIKV-E1 and E2 subunits, both protein genes were cloned downstream the polyhedrin gene (polh) promoter of in an Autographica californica multiple nucleopolyhedrovirus backbone, together with their authentic signal peptides 6K(E1) and E3(E2). Deletion of the C-terminal transmembrane domain, generated secreted versions of E1 (E1ΔTM or sE1) and E2 (E2ΔTM or sE2). A substantial amount of recombinant protein was glycosylated and processed by furin. The secreted CHIKV subunits were purified from the medium and were able to induce neutralizing antibodies in rabbits. For the production of the VLPs, the complete structural polyprotein (capsid, E3, E2, 6K, E1) was cloned downstream the AcMNPV polh promoter. E3E2 precursor processing and glycosylation appeared to be more efficient when E3E2 were expressed as part of the whole structural polyprotein cassette, compared to the individually expressed E3E2. The VLPs were isolated from the medium fraction and were morphologically similar to wild type CHIKV. A similar strategy was used to produce VLPs from another alphavirus, the salmonid alphavirus (SAV). Here, however, the normal baculovirus expression temperature of 27°C appeared to be detrimental for SAV-E3E2 furin cleavage and SAV-VLP production. E2-glycoprotein processing was shown to be temperature dependent and a tailored temperature-shift regime was designed in which Sf9-cells were infected with a recombinant baculovirus expressing the SAV structural proteins, and incubated at 27°C for 24 h, followed by a processing phase of 72 h at 15°C. Using this temperature regime, SAV-VLPs were produced that were morphologically indistinguishable from wild type SAV and underscores the flexibility of the baculovirus-insect cell expression system.

The immunogenicity of purified CHIKV-sE1 and -sE2 subunits and purified CHIKV-VLPs were then tested in a lethal vaccination-challenge mouse model, in IFN α/β, -γ receptor null AG129 mice. The innate immune system of these mice was made dysfunctional. This vaccine-challenge study clearly showed that VLPs provided superior protection, compared to their subunit counterparts. The subunits provided only partial protection and induced low neutralizing antibody titres. Immunization with the VLPs fully protected mice against lethal challenge and induced significant higher neutralizing antibody titress. Even though neutralizing antibody titres were lower after subunit immunization, this study showed that a minor neutralizing antibody response is sufficient to protect mice from lethal CHIKV challenge. Next, the CHIKV VLPs were tested for their ability to induce complete protection in an adult wild-type immune-competent mouse model, in which mice develop arthritic disease after CHIKV infection. The VLPs were able to induce full protection after a single immunization of 1 µg VLPs, without the use of adjuvants. In addition, IgG isotyping revealed a balanced IgG1-IgG2c response, suggesting a role for both humoral and cellular immunity in the protection against CHIKV infection. Mice served as a proxy for primates and vaccination trials in primates are next on the agenda.

This thesis is a typical example of the opportunities for the recombinant baculovirus-insect cell expression system in viral vaccine development, especially in vaccine development for other arboviruses. Although the CHIKV-VLPs produced in insect cells are amenable for large-scale production, the production process and downstream processing need to be carefully designed and optimized before CHIKV VLPs can be produced on an industrial scale. However, the data presented in this thesis show that CHIKV-VLPs produced in insect cells using recombinant baculoviruses represents as a new, safe, non-replicating and effective vaccine candidate against CHIKV infections.

Chikungunya virus (CHIKV) is an arthropod-borne alphavirus (family Togaviridae) and is the causative agent of chikungunya fever. This disease is characterised by the sudden onset of high fever and long-lasting arthritic disease. First identified in Tanzania in 1952, CHIKV has re-emerged in the last decade causing large outbreaks throughout Africa, Asia and Southern Europe. Increased CHIKV spread is mainly caused by its adaptation to a new mosquito vector, the Asian tiger mosquito Ae. albopictus, which is able to colonize more temperate regions. Currently, there are no antiviral treatments or commercial vaccines available, to prevent CHIKV infections. However, increased vector spread and clinical manifestations in humans, have triggered vaccine development. A broad range of vaccine strategies have been proposed and described, including inactivated virus formulations, live-attenuated virus, chimeric virus vaccines, DNA vaccines, adenoviral vectored vaccines, subunit protein vaccines and virus-like particle (VLP) formulations. However, these vaccination strategies have specific limitations in manufacturing, immunogenicity, safety, recombination and large scale production. Many, if not all safety problems do not apply for subunit or VLP based vaccines, except for the recombinant origin of the vaccine.

Recently, a CHIKV VLP-based vaccine was developed and provided protection in both mice and non-human primates. Even though this VLP approach is a safe, efficient and promising alternative to other vaccine strategies, large scale DNA plasmid transfection into mammalian cells and VLP yield of transfected cells remains challenging in terms of industrial production. These problems are alleviated by using the recombinant baculovirus-insect cell expression system.

In this thesis, recombinant baculoviruses were constructed to produce CHIKV glycoprotein E1 and E2 subunits and VLPs.For the production of CHIKV-E1 and E2 subunits, both protein genes were cloned downstream the polyhedrin gene (polh) promoter of in an Autographica californica multiple nucleopolyhedrovirus backbone, together with their authentic signal peptides 6K(E1) and E3(E2). Deletion of the C-terminal transmembrane domain, generated secreted versions of E1 (E1ΔTM or sE1) and E2 (E2ΔTM or sE2). A substantial amount of recombinant protein was glycosylated and processed by furin. The secreted CHIKV subunits were purified from the medium and were able to induce neutralizing antibodies in rabbits. For the production of the VLPs, the complete structural polyprotein (capsid, E3, E2, 6K, E1) was cloned downstream the AcMNPV polh promoter. E3E2 precursor processing and glycosylation appeared to be more efficient when E3E2 were expressed as part of the whole structural polyprotein cassette, compared to the individually expressed E3E2. The VLPs were isolated from the medium fraction and were morphologically similar to wild type CHIKV. A similar strategy was used to produce VLPs from another alphavirus, the salmonid alphavirus (SAV). Here, however, the normal baculovirus expression temperature of 27°C appeared to be detrimental for SAV-E3E2 furin cleavage and SAV-VLP production. E2-glycoprotein processing was shown to be temperature dependent and a tailored temperature-shift regime was designed in which Sf9-cells were infected with a recombinant baculovirus expressing the SAV structural proteins, and incubated at 27°C for 24 h, followed by a processing phase of 72 h at 15°C. Using this temperature regime, SAV-VLPs were produced that were morphologically indistinguishable from wild type SAV and underscores the flexibility of the baculovirus-insect cell expression system.

The immunogenicity of purified CHIKV-sE1 and -sE2 subunits and purified CHIKV-VLPs were then tested in a lethal vaccination-challenge mouse model, in IFN α/β, -γ receptor null AG129 mice. The innate immune system of these mice was made dysfunctional. This vaccine-challenge study clearly showed that VLPs provided superior protection, compared to their subunit counterparts. The subunits provided only partial protection and induced low neutralizing antibody titres. Immunization with the VLPs fully protected mice against lethal challenge and induced significant higher neutralizing antibody titress. Even though neutralizing antibody titres were lower after subunit immunization, this study showed that a minor neutralizing antibody response is sufficient to protect mice from lethal CHIKV challenge. Next, the CHIKV VLPs were tested for their ability to induce complete protection in an adult wild-type immune-competent mouse model, in which mice develop arthritic disease after CHIKV infection. The VLPs were able to induce full protection after a single immunization of 1 µg VLPs, without the use of adjuvants. In addition, IgG isotyping revealed a balanced IgG1-IgG2c response, suggesting a role for both humoral and cellular immunity in the protection against CHIKV infection. Mice served as a proxy for primates and vaccination trials in primates are next on the agenda.

This thesis is a typical example of the opportunities for the recombinant baculovirus-insect cell expression system in viral vaccine development, especially in vaccine development for other arboviruses. Although the CHIKV-VLPs produced in insect cells are amenable for large-scale production, the production process and downstream processing need to be carefully designed and optimized before CHIKV VLPs can be produced on an industrial scale. However, the data presented in this thesis show that CHIKV-VLPs produced in insect cells using recombinant baculoviruses represents as a new, safe, non-replicating and effective vaccine candidate against CHIKV infections.

Breed offensief tegen PlAMV
Wildenbeest, G. ; Kock, M.J.D. de - \ 2013
BloembollenVisie 2013 (2013)263. - ISSN 1571-5558 - p. 52 - 53.
bloembollen - lelies - virusziekten - plantago asiatica mosaic virus - plantenvirussen - plantenziektebestrijding - methodologie - ziektepreventie - technieken - tests - ornamental bulbs - lilies - viral diseases - plant viruses - plant disease control - methodology - disease prevention - techniques
Verfijndere toets- en detectiemethoden, meer kennis over de symptomen en verspreiding van het PlAM-virus, bedrijven die productie en verwerking van uitgangsmateriaal geheel scheiden van het leverbaar: er is in het lelievak een breed offensief gaande tegen het PLAM-virus. "De PlAMV-problematiek is in 2012 niet toegenomen", constateerde PPO-onderzoeker Maarten de Kock op een door de Hobaho georganiseerde bijeenkomst. Maar het vak dient nog duidelijker keuzes te maken.
Machinale detectie van tulpenvirus in het open veld 2012 : Geautomatiseerde (machinale) detectie van TBV in enkel - en volveldexperimenten met tulp in 2012
Doorn, J. van; Polder, G. ; Heijden, H.J.W.M. van der; Baltissen, A.H.M.C. - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF - 41
tulpen - tulpenmozaïekvirus (tulip breaking virus) - afwijkingen, planten - virusziekten - controle - verwijderen van ongewenste planten - automatisering - robots - detectie - landbouwkundig onderzoek - bloembollen - precisielandbouw - tulips - tulip breaking virus - plant disorders - viral diseases - control - roguing - automation - detection - agricultural research - ornamental bulbs - precision agriculture
Tulpenmoza¿ekvirus (TBV) in tulp veroorzaakt veel schade in de teelt. Om virusverspreiding door bladluizen te voorkomen moet de teler in een korte periode deze bronnen van infectie verwijderen. Een tijdrovende bezigheid, die ook specifieke deskundigheid vergt. Verder bespaart dit verwijderen ook het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen om de luizen te bestrijden. Echter, experts die dit kunnen zijn schaars. Om het gebrek aan goede ziekzoekers te compenseren, werkt Wageningen UR samen met een groep tulpentelers aan een oplossing. Gerobotiseerd ziekzoeken moet in een vroeg stadium symptomen van ziekten (TBV) in het gewas (in dit geval tulp) kunnen herkennen. Het streven is dat dit minimaal even goed gebeurt als door de experts.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.