Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 163

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==vruchtbomen
Check title to add to marked list
Factoren die het foerageergedrag van honingbijen bepalen (deel I); Dracht in Nederland (cultuurgewassen en wilde planten) (deel II)
Steen, J.J.M. van der; Cornelissen, B. - \ 2015
Wageningen : Plant Research International, Wageningen UR (Rapport 606) - 94
apis mellifera - honingbijen - diergedrag - bestuivers (dieren) - dansen (bijen) - door bijen verzameld stuifmeel - seizoenen - drachtplanten - veldgewassen - vruchtbomen - openbaar groen - wegbermplanten - wilde planten - waarden - honey bees - animal behaviour - pollinators - dances - bee-collected pollen - seasons - pollen plants - field crops - fruit trees - public green areas - roadside plants - wild plants - values
Om een inschatting te kunnen maken van het risico dat honingbijen blootgesteld worden aan gewasbeschermingsmiddelen, andere stoffen zoals atmosferische depositie van fijnstof en organismen zoals plantpathogene microorganismen, is in opdracht van het Ministerie van EZ/Landbouw een samenvatting gemaakt van de informatie, beschikbaar over de aantrekkelijkheid van Nederlandse gewassen voor honingbijen (Apis mellifera). De opdracht is vorm gegeven in twee delen. Deel I is een beschrijving van het bijenvolk met de focus op het foerageergedrag, gevolgd door een beschrijving van factoren die het foerageergedrag bepalen, hoe de bijen hun omgeving exploreren en exploiteren en een lijst met kengetallen over het foerageren van honingbijen. Deel II geeft een overzicht van cultuurgewassen en wilde planten met bijbehorende waarden van nectar en stuifmeel voor honingbijen met bloeitijden en verwijzingen naar goede drachtplantenboeken. Hieronder zijn puntsgewijs relevante zaken gegeven die in het rapport verder uitgewerkt zijn. Honingbijen zijn voor hun voedsel (nectar en stuifmeel) volledig afhankelijk van planten. Het foerageergedrag en de voorkeur voor gewassen hangt af van de behoefte in het volk en de aantrekkelijkheid van het gewas als nectar- en stuifmeelbron. Het foerageergedrag wordt voortdurend aangepast aan de beschikbare dracht en de behoeften van het bijenvolk. Honingbijen leven in volken die variëren in grootte van ~7000 individuen in het voorjaar (maart) tot 20 000 à 30 000 in de zomer en weer afnemend in oktober. In het actieve foerageer- en broedseizoen is een derde tot een vierde deel foerageerster (haalbij). In de loop van een seizoen halen de bijen ten behoeve van het volk 25 kg water, 20 - 30 kg stuifmeel, 125 kg nectar en kleine hoeveelheden hars (propolis). Voor het halen van deze voedselcomponenten vliegen bijen tot 2 km voor water, tot 6 km voor stuifmeel en tot 12 à 13 km voor nectar. Meestal zullen de vluchten echter beperkt zijn tot 600-800 meter. De foerageerafstanden zijn in de zomer (juli – augustus) langer dan in het voorjaar (maart – mei). Met andere woorden, in het voorjaar wordt het voedsel in een kleiner gebied verzameld dan in de zomer. Het risico dat bijen aan een bespuiting zullen worden blootgesteld zou daarom na half juni hoger kunnen zijn dan in het voorjaar. Maar aan de andere kant zijn dan de meeste bespuitingen met insecticiden achter de rug. Het risico van blootstelling aan een insecticide is hoger in een gewas met een goed nectar- (hoeveelheid en suikerconcentratie) en stuifmeelaanbod. Foerageersters vliegen per dag gemiddeld 10 keer uit om voedsel te verzamelen, elke trip kan van een paar minuten tot een uur duren. Door communicatie via de bijendans en trophallaxis (voedseluitwisseling) wordt de keuze voor het benutten van een bepaalde dracht sterk gestuurd. Dat betekent dat bijen zich niet homogeen verdelen over het drachtgebied maar focussen op de meest profijtelijke drachten. Als gevolg daarvan is ‘geen bezoek’ en ‘veel bezoek’ in de verdeling meer vertegenwoordigd dan ‘een beetje bezoek’. Bijenvolken van een bijenstand verdelen zich niet allemaal gelijk over het drachtgebied; verschillende volken bezoeken deels verschillende en deels overlappende drachten. Hoewel de triggers en veelal de drempels bekend zijn, evenals de manier van foerageren, is het nog niet mogelijk precies te voorspellen hoe een volk zich verdeelt over meerdere velden. Omgekeerd is ook niet te voorspellen welk aandeel van verschillende volken op verschillende locaties in een bepaald veld mag worden verwacht. De nectar die binnengebracht wordt, wordt binnen enkele uren verdeeld over het volk; foerageersters gebruiken het als brandstof voor nieuwe foerageervluchten, het komt in het larvenvoedsel terecht en het meeste wordt opgeslagen. Vaste deeltjes zoals fijnstof en microbiële plantpathogenen verdelen zich snel over de bijen in het volk door fysiek contact
Het belang van wilde bestuivers voor de landbouw en oorzaken voor hun achteruitgang
Scheper, J.A. ; Kats, R.J.M. van; Reemer, M. ; Kleijn, D. - \ 2014
Wageningen : Wageningen UR Alterra (Alterra-rapport 2592) - 50
bestuivers (dieren) - apidae - fauna - insect-plant relaties - ecosysteemdiensten - landbouw - vruchtbomen - nederland - pollinators - insect plant relations - ecosystem services - agriculture - fruit trees - netherlands
Wilde bestuivers zoals bijen en zweefvliegen leveren een belangrijke bijdrage aan de productie van insect-bestoven landbouwgewassen. Wat de bijdrage van wilde bestuivers is ten opzichte van de diensten geleverd door de honingbij is momenteel onbekend in Nederland. De huidige studie had tot doel meer inzicht te krijgen in (1) welke wilde bestuivers tot soorten behoren die voor de - Nederlandse - landbouw relevant kunnen worden geacht, (2) wat bekend is van hun populatieontwikkelingen en wat waarschijnlijk belangrijke factoren zijn die hun achteruitgang kunnen verklaren en (3) indien de achteruitgang van voedselplanten een belangrijke factor zou zijn bij de achteruitgang van wilde bestuivers, welke (natuur)beheermaatregelen dan eventueel denkbaar zijn om de beschikbaarheid van voedselplanten te bevorderen.
Bestrijding vroegtijdige bladvalziekte bij Golden Delicious mutanten in de boomkwekerij
Wenneker, M. ; Bruine, J.A. de - \ 2014
Randwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit - 27
malus - rassen (planten) - bladval - mutanten - aantasting - symptomen - proeven - detectie - bestrijdingsmethoden - vruchtbomen - varieties - leaf fall - mutants - infestation - symptoms - trials - detection - control methods - fruit trees
Vroegtijdige bladval bij Golden Delicious (mutanten) is een fenomeen dat wereldwijd optreedt. In de jaren 1960-1970 is voor dit probleem veel aandacht geweest in Nederland. Hierbij is gekeken naar voeding, weersinvloeden en diverse ziekteverwekkers, maar tot een oplossing heeft dit niet geleid. De bladval werd uiteindelijk aanvaard als iets wat bij het ras hoorde. De problematiek van vroegtijdige bladval in de vruchtboomkwekerij was aanleiding om nieuw onderzoek te starten. Het ras Golden Delicious is in Nederland minder belangrijk geworden. Het fenomeen vroegtijdige bladval bestaat echter nog steeds. Vaak worden bladmeststoffen gespoten om het probleem, meestal zonder succes, tegen te gaan. Vruchtboomkwekers ervaren kwaliteitsverlies door vroegtijdige bladval bij Golden. De symptomen in de kwekerij en de boomgaard zijn vergelijkbaar. Eerst ontstaan necrotische vlekjes op het blad, dan vergelen de bladeren en tegelijkertijd begint de vroegtijdige bladval. In de vruchtboomkwekerij resulteert deze bladval in verkaling van het hout en bomen van lichtere kwaliteit. In de fruitteelt is bladval bij Golden Delicious ook nog steeds een probleem. Daar kan het de kwaliteit van de vruchten nadelig beïnvloeden.
Extensive literature search on cropping practices of host plants of some harmful organisms listed in Annex II A II of Directive 2000/29/EC
Derkx, M.P.M. ; Brouwer, J.H.D. ; Breda, P.J.M. van; Heijerman-Peppelman, G. ; Heijne, B. ; Hop, M.E.C.M. ; Wubben, C.F.M. - \ 2014
Parma, It. : EFSA (EFSA supporting publication 2014:EN-600) - 118
fruitgewassen - vruchtbomen - hopbellen - teeltsystemen - teelt - gewasbescherming - plantenvermeerdering - landen van de europese unie - literatuuroverzichten - fruit crops - fruit trees - hops - cropping systems - cultivation - plant protection - propagation - european union countries - literature reviews
The European Commission is currently seeking advice from EFSA (Mandate M-2012-0272) to assess for Arabis mosaic virus, Raspberry ringspot virus, Strawberry latent ringspot virus, Tomato black ring virus, Strawberry mild yellow edge virus, Strawberry crinkle virus, Daktulosphaira vitifoliae, Eutetranychus orientalis, Parasaissetia nigra, Clavibacter michiganensis spp. michiganensis, Xanthomonas campestris pv. vesicatoria, Didymella ligulicola and Phytophthora fragariae the risk to plant health for the EU territory and to evaluate the effectiveness of risk reduction options in reducing the level of risk. In addition, the Panel is requested to provide an opinion on the effectiveness of the present EU requirements against these organisms laid down in Council Directive 2000/29/EC. As a consequence EFSA needs insight in the cropping practices of Citrus spp., Fragaria x ananassa, Ribes spp., Rubus spp., Vaccinium spp., Humulus lupulus, Vitis vinifera, Prunus armeniaca, P. avium, P. cerasus, P. domestica and P. persica, which are host plants for these pests. An extensive and systematic literature search was done in which scientific and grey/technical literature was retrieved from the 28 EU Member States, Iceland and Norway. All references were stored in EndNote libraries, separately for scientific literature and grey/technical literature. For each reference information is provided on the source/search strategy, the crop, the country, the topic (cropping practice, propagation, protection or irrigation (only for Citrus)) and protected cultivation vs. field production. Yields of references depended on the crop and on the country. Over 27,000 references were provided to EFSA. This allows EFSA to quickly find information on crop production, both indoors and outdoors, of all crops that were studied in this extensive literature search. The data can be used by EFSA for the present mandate, but are also an excellent basis for other current and future mandates.
Fruit4Sport kan straks oogsten - Goal!
Ravesloot, M.B.M. ; Reus, J. - \ 2013
InnovatieNetwerk
voeding en gezondheid - fruit - sport - vruchtbomen - fruitproducten - nutrition and health - fruit trees - fruit products
Fruit4Sport zorgt er voor dat appels, peren en ander fruit, afkomstig van boomgaardjes op het sportpak, hun weg kunnen vinden naar de sporters. De sportkantines gaan gezonde alternatieven bieden.
Sleuventeelt appel binnen handbereik
Maas, M.P. van der; Roelofs, P.F.M.M. ; Elk, P.J.H. van; Dieren, M.C.A. van - \ 2013
De Fruitteelt 103 (2013)46. - ISSN 0016-2302 - p. 6 - 8.
fruitteelt - vruchtbomen - malus - teeltsystemen - zandgronden - proefprojecten - fertigatie - plantenvoeding - groeieffecten - economische haalbaarheid - alternatieve methoden - bodemfactoren - fruit growing - fruit trees - cropping systems - sandy soils - pilot projects - fertigation - plant nutrition - growth effects - economic viability - alternative methods - edaphic factors
Een economische prespectievenstudie toonde aan dat sleuventeelt geen luchtfietserij is. De plukgegevens van 2013 versterken dat beeld. Het onderzoek naar de teelt van appel in sleuven werd drie jaar geleden opgezet om een alternatief te vinden voor de chemische grondontsmetting op zandgronden. Inmiddels is dit systeem ook interessant voor andere gronden met slechte afwatering, slechte bodemstructuur of met zout veen of zout water in de ondergrond.
Onderzoek naar het bemestingsadvies van vruchtbomen, coniferen, rozen en buxus
Reuler, H. van; Pronk, A.A. ; Steeg, P.A.H. van der - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving BBF - 73
houtachtige planten als sierplanten - kunstmeststoffen - bemesting - stikstofgehalte - normen - gebruiksefficiëntie - veldproeven - landbouwkundig onderzoek - vruchtbomen - pinopsida - rosa - buxus - ornamental woody plants - fertilizers - fertilizer application - nitrogen content - standards - use efficiency - field tests - agricultural research - fruit trees
In 2006 is het stelsel van gebruiksnormen ingevoerd. Deze normen zijn gebaseerd op de bestaande bemestingsadviezen. Kwekers van vruchtbomen, coniferen, rozen en Buxus hebben aangegeven dat de stikstofgebruiksnormen te laag zijn om een rendabele kwaliteitsproductie te behalen. Dit betekent dat de adviezen aangepast moeten worden. Een belangrijke reden om een aanpassing van het advies en daarmee de gebruiksnorm te vragen is dat er in de periode tussen het verschijnen van de Bemestingsadviesbasis boomkwekerijgewassen en het vaststellen van de stikstofgebruiksnormen er veel zaken in de teelt van de desbetreffende gewassen is veranderd. Daarnaast zijn de bestaande adviezen veelal gebaseerd op ‘expert knowledge’ en slechts beperkt op veldproeven. Om tot een aanpassing van het bemestingsadvies te komen moeten bemestingsproeven worden uitgevoerd volgens het ‘Protocol voor de aanpassing bemestingsadviezen voor stikstof’. In dit rapport worden de proeven beschreven die voor de vier genoemde gewasgroepen gedurende een aantal jaren zijn uitgevoerd
Ethyleenproductie- en gevoeligheid van diverse soorten vruchtbomen tijdens gesimuleerde bewaar- en transportomstandigheden
Schaik, A.C.R. van; Elk, P.J.H. van; Anbergen, R.H.N. - \ 2013
Randwijk : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit - 18
vruchtbomen - rassen (planten) - cultivars - gevoeligheid van variëteiten - koudeopslag - opslag met klimaatbeheersing - ethyleen - schade - landbouwkundig onderzoek - fruit trees - varieties - varietal susceptibility - cold storage - controlled atmosphere stores - ethylene - damage - agricultural research
Vruchtbomen zijn tijdens bewaring en transport gevoelig voor ethyleengas dat bv geproduceerd wordt door verbrandingsmotoren en rijpend fruit. In het recente onderzoek uitgevoerd door PPO Fruit is ook vastgesteld dat ook de vruchtbomen zelf enigermate ethyleen produceren. Daarom is er extra noodzaak om de koelcellen goed te ventileren met buitenlucht en de bewaartemperatuur van de bomen zo laag mogelijk te houden. Vastgesteld is dat de schadegrens van vruchtbomen op ongeveer 0.5 ppm ligt, waarbij de perenbomen het gevoeligste zijn. Ook is vastgesteld dat ethyleenschade kan optreden tijdens het transport van vruchtbomen bij hogere temperaturen. Binnen enkele dagen kan dat al tot schade leiden.
Beheersing appelbladgalmuggen aan de hand van monitoring
Elberse, I.A.M. ; Sluis, B.J. van der - \ 2012
Lisse : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving BBF - 36
vruchtbomen - malus - plantenplagen - dasineura mali - bestrijdingsmethoden - geïntegreerde plagenbestrijding - monitoring - optimalisatiemethoden - fruit trees - plant pests - control methods - integrated pest management - optimization methods
Minuscule mugjes zorgen in de moerbeddenteelt van appel voor grote problemen. Bij ernstige aantasting door deze appelbladgalmuggen (Dasineura mali) wordt de groei flink geremd en reageert de boom met het vormen van teveel scheuten. In dit project is onderzocht of de bestrijding van appelbladgalmuggen met bestaande en eventueel nieuwe gewasbeschermingsmiddelen te verbeteren is, door gebruik te maken van een feromoonval als hulpmiddel om op het juiste tijdstip bespuitingen uit te voeren.
Vruchtboomkanker in de vruchtboomkwekerij
Jong, P.F. de; Steeg, P.A.H. van der - \ 2012
Randwijk : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit (Rapport / Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit nr. 2012-33) - 37
vruchtbomen - plantenziekteverwekkende schimmels - neonectria galligena - kanker (plantenziektekundig) - voorspellen - modellen - ziektebestrijding - beslissingsondersteunende systemen - fruit trees - plant pathogenic fungi - cankers - forecasting - models - disease control - decision support systems
Vruchtboomkanker ( Neo n ectria ditissima Bres., voorheen Nectria galligena ) is één van de belangrijkste schimmelziekten in de fruit teelt en in de vruchtboomkwekerij. Curatieve middelen tegen vruchtboomkanker zijn niet langer toegelaten. Een waarschuwingsmodel zou de inzet van de overblijvende, minder effectieve preventieve middelen kunnen optimaliseren om een voldoende bestrijding te bereiken. Van 2006 tot en met 2008 is daarom door PPO en Bodata in een voorgaand project een beslissingsondersteunend systeem voor de beheersing en bestrijding van vruchtboomkanker ontwikkeld.
Vermijd ethyleen in bomencellen : ethyleenschade bij bewaring fruitbomen: feiten en maatregelen : onderzoek
Schaik, A.C.R. van - \ 2012
De Fruitteelt 102 (2012)47. - ISSN 0016-2302 - p. 18 - 19.
vruchtbomen - koudeopslag - ethyleen - schade - maatregelen - agrarische bedrijfsvoering - fruit trees - cold storage - ethylene - damage - measures - farm management
Af en toe komt het voor dat er ethyleenschade optreedt bij de bewaring van fruitbomen. Tegenwoordig worden er steeds meer fruitbomen bewaard om tijdig te kunnen leveren en eventueel vorstschade te voorkomen. Alex van Schaik, onderzoeker WUR, behandelt in dit artikel onder welke omstandigheden ethyleenschade zich kan manifesteren, welke boomsoorten en rassen gevoelig zijn, de mogelijke ethyleenbronnen en hoe fruitboomkwekers en fruittelers schade kunnen voorkomen.
Bladvalperiode is risicomoment voor vruchtboomkanker : Interview met Peter Frans de Jong
Doorn, D. van; Jong, P.F. de - \ 2012
Nieuwe oogst / LTO Noord. Editie Noord 8 (2012)21. - ISSN 1871-0875 - p. 4 - 5.
fruitteelt - vruchtbomen - cultivars - kanker (plantenziektekundig) - bladval - bestrijdingsmethoden - wondinfecties - fungiciden - modellen - fruit growing - fruit trees - cankers - leaf fall - control methods - wound infections - fungicides - models
Bij fruitbomen bestaat tijdens de bladval een duidelijke relatie tussen de bladnatperiode en een aantal kankers. Door gebruikmaking van het waarschuwingsmodel Neonectria kan een even succesvolle bestrijding worden uitgevoerd als met een wekelijkse bespuiting met een fungicide.
Relatie bladnat en hoeveelheid aantasting vruchtboomkanker voor verschillende wonden (poster)
Jong, P.F. de; Steeg, P.A.H. van der; Anbergen, R.H.N. ; Boshuizen, A. - \ 2012
fruitteelt - vruchtbomen - kanker (plantenziektekundig) - bladval - modellen - bestrijdingsmethoden - wondinfecties - fruit growing - fruit trees - cankers - leaf fall - models - control methods - wound infections
Powerpointpresentatie over de relatie bladnat en hoeveelheid aantasting vruchtboomkanker voor verschillende wonden.
Goede alternatieven voor M.9 op komst (poster)
Maas, F.M. ; Steeg, P.A.H. van der - \ 2012
vruchtbomen - onderstammen - vermeerderingsmateriaal - groeikracht - vruchtbaarheid - plantenplagen - fruit trees - rootstocks - propagation materials - vigour - fertility - plant pests
Powerpointpresentatie over de plussen en minnen van Mg en de herkomst van alternatieve onderstammen in de fruitteelt.
Perenbladvlo verspreidt veroorzaker aftakelingsziekte in de herfst
Kock, M.J.D. de; Dees, R.H.L. ; Helsen, H.H.M. ; Pham, K.T.K. - \ 2012
De Boomkwekerij 25 (2012)38. - ISSN 0923-2443 - p. 18 - 19.
vruchtbomen - insectenplagen - cacopsylla pyri - bestrijdingsmethoden - plantenziekten - bacteriën - gewasbescherming - landbouwkundig onderzoek - fruit trees - insect pests - control methods - plant diseases - bacteria - plant protection - agricultural research
Vooral in de herfst is de kans groot dat perenbomen door de perenbladvlo worden geïnfecteerd met de bacterie die aftakelingsziekte veroorzaakt. Dat blijkt uit onderzoek door PPO. Kwekers moeten dus juist in deze tijd van het jaar maatregelen nemen tegen perenbladvlo.
'M 8' presteert net zo goed als 'M 9'
Steeg, P.A.H. van der; Maas, F.M. - \ 2012
De Boomkwekerij 25 (2012)29/30. - ISSN 0923-2443 - p. 28 - 29.
vruchtbomen - appels - enten - vermeerderingsmateriaal - onderstammen - gewasbescherming - plantenplagen - landbouwkundig onderzoek - fruit trees - apples - scions - propagation materials - rootstocks - plant protection - plant pests - agricultural research
Met de bestaande appelonderstam ‘M 8’ is het mogelijk om even goede fruitteeltresultaten te behalen als met ‘M 9’. Dat blijkt uit vijfjarig onderzoek door PPO in Randwijk. ‘M 8’ staat te boek als minder vatbaar voor bacterievuur en biedt daarom perspectief om schade door deze ziekte te beperken.
Gibberelline zorgt voor boom zonder knop : bloemknopvorming tijdens opkweek appelboom is te beperken
Maas, F.M. ; Steeg, P.A.H. van der - \ 2012
De Fruitteelt 102 (2012)12. - ISSN 0016-2302 - p. 16 - 17.
fruitteelt - vruchtbomen - malus - groeivertragers - groeiremmers - boomkwekerijen - fruit growing - fruit trees - growth retardants - growth inhibitors - forest nurseries
Bloemknopvorming tijdens de opkweek van appelbomen is ongewenst. Vanuit bloemknoppen ontstaan minder snel en kwalitetief minder goede scheuten voor de ontwikkeling van een tweejarige knipboom. Ook de extra arbeid bij het opschonen van de stammen is niet wenselijk.
Nieuwe middelen tegen vruchtboomkanker : verslag veldproeven 2009-2011
Vlas, M.J. de; Jong, P.F. de; Steeg, P.A.H. van der - \ 2012
Randwijk : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit (Rapport 2012-18) - 21
vruchtbomen - malus pumila - appels - plantenziekteverwekkende schimmels - neonectria - kanker (plantenziektekundig) - fungiciden - veldproeven - nederland - fruit trees - apples - plant pathogenic fungi - cankers - fungicides - field tests - netherlands
Vruchtboomkanker (Neonectria ditissima) veroorzaakt hoge kosten in de teelt van appel. Het middelenpakket voor de beheersing van vruchtboomkanker krimpt. Sinds 30 november 2010 is Topsin M, het best werkende bekende middel tegen vruchtboomkanker, niet meer toegelaten in Nederland. Het huidige middelenpakket bestaat uit captan (Merpan), kalkmelk (Neccal, Nexit, celkalk) en Folicur. Het doel van het onderzoek was het vinden van nieuwe, goedwerkende middelen die een reële kans op toelating hebben. Daarom is door WUR/PPO Fruit van 2009 tot en met 2011 de werking van een aantal nieuwe middelen getest en vergeleken met de effectiviteit van een aantal bestaande middelen, die al dan niet in combinatie zijn toegepast.
Bestrijdingsstrategie appelbladgalmug
Elberse, I.A.M. ; Sluis, B.J. van der - \ 2012
De Boomkwekerij 25 (2012)15. - ISSN 0923-2443 - p. 20 - 21.
vruchtbomen - appels - dasineura mali - plagenbestrijding - onderstammen - malus pumila - feromoonvallen - monitoring - bestrijdingsmethoden - fruit trees - apples - pest control - rootstocks - pheromone traps - control methods
Monitoring van appelbladgalmuggen in de onderstammenteelt is goed mogelijk met feromoonvallen. Daarna zijn de muggen effectief te bestrijden met Movento. Dat blijkt uit onderzoek door PPO. De bestrijdingsstrategie kan echter nog wel worden verbeterd.
Groeiregulatoren kunnen bloemknopvorming in vruchtboomteelt beperken
Maas, F.M. ; Steeg, P.A.H. van der - \ 2012
De Boomkwekerij 25 (2012)13. - ISSN 0923-2443 - p. 18 - 19.
vruchtbomen - malus - teelt - gibberellinen - plantengroeiregulatoren - groeivertragers - scheuten - proeven op proefstations - fruit trees - cultivation - gibberellins - plant growth regulators - growth retardants - shoots - station tests
Tijdens de opkweek van appelbomen is bloemknopaanleg sterk te beperken met behulp van gibberellinen (groeiregulatoren). Hiermee zijn verschillende behandelingen mogelijk, concludeert PPO na meerjarig praktijkonderzoek. Iedere behandeling kent echter ook wel een nadeel.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.