Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 164

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==water bottoms
Check title to add to marked list
Transformation by photolysis in water in the pesticide model TOXSWA : implementation report
Beltman, W.H.J. ; Mulder, H.M. ; Horst, M.M.S. ter; Wipfler, E.L. - \ 2015
Wageningen : Alterra (Alterra report 2649) - 47
waterverontreiniging - pesticiden - fotolyse - biochemische omzettingen - waterbodems - adsorptie - ecotoxicologie - modellen - water pollution - pesticides - photolysis - biochemical pathways - water bottoms - adsorption - ecotoxicology - models
The TOXSWA model has been extended with the functionality to simulate photolysis in water. TOXSWA simulates the fate of substances in water bodies to calculate exposure concentrations for aquatic organisms or sediment-dwelling organisms as part of the risk assessment of plant protection products (PPP). Photolysis is modelled as a first-order process, where transformation occurs in the water phase only. The transformation rate is considered to be linearly proportional to global radiation. Studies in outdoor surface water systems can in principle be used to derive the PPP transformation rates due to photolysis.
Flyshoot visserij in relatie met de instelling van bodem beschermende maatregelen voor het Friese Front en de Centrale Oestergronden
Rijnsdorp, A.D. - \ 2015
IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C065/15) - 23
visserij - bodemecologie - onderwatergronden - vissersschepen - vismethoden - vistuig - waterbodems - mariene gebieden - nadelige gevolgen - noordzee - bodembescherming - milieueffect - fisheries - soil ecology - subaqueous soils - fishing vessels - fishing methods - fishing gear - water bottoms - marine areas - adverse effects - north sea - soil conservation - environmental impact
Dit rapport geeft een samenvatting van de ‘state of the art’ kennis met betrekking tot de impact van bodemberoerende vistuigen en bespreekt de te verwachte effecten van de flyshoot methode in vergelijking met de andere vismethoden.
Sediment properties in five Dutch watercourses : indicative measurements for the registration procedure of plant protection products in The Netherlands
Adriaanse, P.I. ; Crum, S.J.H. ; Elbers, J.A. ; Massop, H.T.L. ; Beltman, W.H.J. - \ 2015
Wageningen : Alterra (Alterra report 2574) - 93
sloten - waterbodems - toxicologie - pesticiden - akkerbouw - tuinbouw - oppervlaktewater - ditches - water bottoms - toxicology - pesticides - arable farming - horticulture - surface water
Van vijf sloten verspreid liggend over Nederland, zijn de sediment eigenschappen droge bulkdichtheid, organische-stofgehalte en porositeit zijn als functie van de diepte gemeten. Het betreft hier akkerbouw- en tuinbouwgebieden. De gevonden waarden verschillen duidelijk van de gebruikte waarden voor sediment in de oppervlaktewater scenario’s, die momenteel worden ontwikkeld voor de Nederlandse registratieprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen (die zijn overgenomen van de EU-FOCUS scenario’s).
Post drill survey A6 - A6 2014
Glorius, S.T. ; Weide, B.E. van der; Kaag, N.H.B.M. - \ 2015
Den Helder : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C046/15) - 41
waterbodems - noordzee - sediment - mijnbouw - nadelige gevolgen - natura 2000 - water bottoms - north sea - mining - adverse effects
A consortium has drilled a production well linked to the existing production platform A6-A. This platform is located in an ‘FFH-area’ with a Natura 2000 designation area. Wintershall (one of the consortium partners) has requested IMARES to conduct a post-drilling survey at the A6-A platform site to assess the impact of the drilling activities. The 2014 survey consisted of the same elements (including sampling of sediment, side scan sonar and video recordings from the sea floor), as well as the same sampling grid as in the baseline study in 2011. Results of the post-drilling survey (2014) are analysed and compared with the 2011 survey to assess any impact of the drilling activities.
Minimum zuurstofgehalte voor bodemdieren in het Grevelingenmeer
Smaal, A.C. ; Wijsman, J.W.M. - \ 2015
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C022/15) - 21
grevelingen - waterkwaliteit - zuurstof - bodemecologie - waterbodems - water quality - oxygen - soil ecology - water bottoms
Vanwege het plan om de wateruitwisseling tussen het Grevelingenmeer en de Noordzee te vergroten met als doel de waterkwaliteit in het Grevelingenmeer te verbeteren, is er een onderbouwing nodig voor de zuurstofconcentratie die niet onderschreden zou moeten worden voor het bodemleven in het Grevelingenmeer. Op basis van een literatuurstudie is een inschatting gemaakt van grenswaarden voor het zuurstofgehalte voor verschillende soortgroepen zeedieren.
Humic substances interfere with phosphate removal by lanthanum modified clay in controlling eutrophication
Lurling, M.F.L.L.W. ; Waaijenberg, G.W.A.M. ; Oosterhout, J.F.X. - \ 2014
Water Research 54 (2014). - ISSN 0043-1354 - p. 78 - 88.
waterbodems - fosfaten - eutrofiëring - bioremediëring - laboratoriumproeven - water bottoms - phosphates - eutrophication - bioremediation - laboratory tests - rare-earth-elements - phosphorus-binding clay - organic-matter removal - modified bentonite clay - natural-waters - cyanobacterial toxins - polyaluminum chloride - cation binding - ion-binding - fresh-water
The lanthanum (La) modified bentonite Phoslock® has been proposed as dephosphatisation technique aiming at removing Filterable Reactive Phosphorus (FRP) from the water and blocking the release of FRP from the sediment. In the modified clay La is expected the active ingredient. We conducted controlled laboratory experiments to measure the FRP removal by Phoslock® in the presence and absence of humic substances, as La complexation with humic substances might lower the effectiveness of La (Phoslock®) to bind FRP. The results of our study support the hypothesis that the presence of humic substances can interfere with the FRP removal by the La-modified bentonite. Both a short-term (1 d) and long-term (42 d) experiment were in agreement with predictions derived from chemical equilibrium modelling and showed lower FRP removal in presence of humic substances. This implies that in DOC-rich inland waters the applicability of exclusively Phoslock® as FRP binder should be met critically. In addition, we observed a strong increase of filterable La in presence of humic substances reaching in a week more than 270 µg La l-1 that would infer a violation of the Dutch La standard for surface water, which is 10.1 µg La l-1. Hence, humic substances are an important factor that should be given attention when considering chemical FRP inactivation as they might play a substantial role in lowering the efficacy of metal-based FRP-sorbents, which makes measurements of humic substances (DOC) as well as controlled experiments vital.
Normstelling verspreidbare baggerspecie
Harmsen, J. ; Rietra, R.P.J.J. ; Oste, L. ; Roskam, G.D. - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2583) - 51
waterbodems - baggeren - landgebruik - landbouwgronden - bodemkwaliteit - kwaliteitsnormen - water bottoms - dredging - land use - agricultural soils - soil quality - quality standards
Bij de huidige normstelling is het mogelijk dat bij het toepassen of verspreiden van baggerspecie landbouwpercelen niet meer voldoen of in de toekomst gaan voldoen aan de criteria voor landbouwkundig gebruik. In dit onderzoek zijn nieuwe normen afgeleid waardoor landbouwkundig gebruik gewaarborgd wordt. Er is nagegaan wat de consequenties van de voorgestelde normen zijn op de hoeveelheid te verspreiden baggerspecie. Gebruik makende van deze rapportage zullen de uiteindelijke normen beleidsmatig worden vastgesteld.
Metabolite formation in water and in sediment in the TOXSWA model : theory and procedure for the upstream catchment of FOCUS streams
Adriaanse, P.I. ; Beltman, W.H.J. ; Berg, F. van den - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2587) - 49
waterverontreiniging - waterbodems - pesticiden - stroomgebieden - risicoanalyse - modellen - water pollution - water bottoms - pesticides - watersheds - risk analysis - models
Het TOXSWA model is uitgebreid met de beschrijving van vorming en omzetting van metabolieten in water en sediment. Op EU niveau wordt TOXSWA gebruikt in de aquatische risico beoordelingsmethodiek van bestrijdingsmiddelen om blootstellingsconcentraties te berekenen in de diverse water typen van de zogenaamde EU-FOCUS oppervlaktewater scenario’s. Voor de scenario’s met FOCUS riviertjes is er een bovenstrooms stroomgebied van 100 ha waarvan 20 ha met bestrijdingsmiddel is behandeld. Bij deze scenario’s willen we rekening houden met metabolieten die in het stroomgebied zijn gevormd. Daarom is een procedure ontwikkeld om de metaboliet concentraties en fluxen te corrigeren voor de FOCUS riviertjes, gevoed door het gedeeltelijk behandelde stroomgebied. De correctiefactoren van de procedure kunnen op twee manieren worden bepaald: (i) een simpele manier, waarbij de correctiefactor een functie is van de omzettingssnelheid van de moederstof en (ii) een meer gedetailleerde manier waarbij de correctiefactor een functie is van de omzettingssnelheid van zowel de moederstof als van de metaboliet, alsmede van de verblijftijd van de moederstof in het bovenstroomse stroomgebied.
FOCUS_TOXSWA manual 4.4.2 : User’s Guide version 4
Beltman, W.H.J. ; Horst, M.M.S. ter; Adriaanse, P.I. ; Jong, A. de; Deneer, J.W. - \ 2014
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 14) - 130
toxicologie - waterverontreiniging - waterbodems - pesticiden - waterlopen - plassen - modellen - toxicology - water pollution - water bottoms - pesticides - streams - ponds - models
The FOCUS_TOXSWA model calculates exposure concentrations of pesticides and their metabolites in watercourses and ponds. These concentrations are used in the pesticide registration procedure at EU level. The model concepts of TOXSWA are described briefly. The input files, output files, and the use of the graphical user interface to access the input and output are described. Input data are stored in a database. Pesticide entries resulting from drainage or runoff/erosion are accessed from separate files generated by FOCUS_MACRO and FOCUS_PRZM. Substance properties are accessed from the SPIN tool/database. Instructions for simulating a water-sediment study and a multi-year run are given
Factsheets Kader Richtlijn Mariene Strategie - Antwoorden op veel gestelde vragen in het gebiedsproces
Slijkerman, D.M.E. ; Jongbloed, R.H. ; Tamis, J.E. ; Wal, J.T. van der - \ 2014
Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C140/14) - 51
mariene gebieden - noordzee - waterbodems - regionale planning - visserij - nadelige gevolgen - marine areas - north sea - water bottoms - regional planning - fisheries - adverse effects
In de Nederlandse Mariene Strategie zijn het Friese Front en de Centrale Oestergronden genoemd als zoekgebieden voor beschermingsmaatregelen voor de zeebodem en de fauna die daar leeft. In het proces omtrent het vaststellen van de maatregelen is in de laatste jaren veel onderzoek gedaan, en kennis ontwikkeld. Deze rapportage biedt toegankelijke samenvattingen van wetenschappelijke kennis die in de afgelopen jaren is opgedaan en eerder is beschreven in omvangrijke rapportages. Het Friese Front ligt zo’n 50 kilometer ten noordwesten van de Waddeneilanden Vlieland en Terschelling.
Equilibrium and kinetic modeling of contaminant immobilization by activated carbon amended to sediments in the field
Rakowska, M.I. ; Kupryianchyk, D. ; Koelmans, A.A. ; Grotenhuis, J.T.C. ; Rijnaarts, H.H.M. - \ 2014
Water Research 67 (2014). - ISSN 0043-1354 - p. 96 - 104.
waterbodems - verontreinigde sedimenten - actieve kool - polycyclische koolwaterstoffen - water bottoms - contaminated sediments - activated carbon - polycyclic hydrocarbons - polycyclic aromatic-hydrocarbons - polychlorinated biphenyl sorption - dissolved organic-matter - marine sediment - partition-coefficients - aqueous solubilities - black carbon - amendment - polyoxymethylene - remediation
Addition of activated carbons (AC) to polluted sediments and soils is an attractive remediation technique aiming at reducing pore water concentrations of hydrophobic organic contaminants (HOCs). In this study, we present (pseudo-)equilibrium as well as kinetic parameters for sorption of a series of PAHs and PCBs to powdered and granular activated carbons (AC) after three different sediment treatments: sediment mixed with powdered AC (PAC), sediment mixed with granular AC (GAC), and addition of GAC followed by 2 d mixing and subsequent removal ('sediment stripping'). Remediation efficiency was assessed by quantifying fluxes of PAHs towards SPME passive samplers inserted in the sediment top layer, which showed that the efficiency decreased in the order of PAC > GAC stripping > GAC addition. Sorption was very strong to PAC, with Log KAC (L/kg) values up to 10.5. Log KAC values for GAC ranged from 6.3-7.1 and 4.8-6.2 for PAHs and PCBs, respectively. Log KAC values for GAC in the stripped sediment were 7.4-8.6 and 5.8-7.7 for PAH and PCB. Apparent first order adsorption rate constants for GAC (kGAC) in the stripping scenario were calculated with a first-order kinetic model and ranged from 1.6 × 10-2 (PHE) to 1.7 × 10-5 d-1 (InP). Sorption affinity parameters did not change within 9 months post treatment, confirming the longer term effectiveness of AC in field applications for PAC and GAC.
Beantwoording helpdeskvraag Ligging meetlocaties benthos op de Noordzee
Asch, M. van; Troost, K. - \ 2014
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C053/14) - 21
mariene gebieden - natuurbescherming - waterbodems - visbestand - noordzee - natura 2000 - marine areas - nature conservation - water bottoms - fishery resources - north sea
Doel van deze monitoring tweeledig: bepaling van de toestand van het habitattype binnen 1) het Natura 2000 gebied en 2) de open en gesloten gebieden binnen het N2000 gebied. Voor doel 1 wordt gebruik gemaakt van een combinatie van twee monstertechnieken: boxcorer en bodemschaaf (op de Klaverbank resp. bodemhapper en onderwatervideo). Voor deze afzonderlijke technieken hebben Wijnhoven et al. (2103) aantallen locaties voorgesteld. Voor de Bruine Bank, Centrale Oestergronden en het Friese Front zijn nieuwe monitoringslocaties vastgesteld met als doel de toestand van de gebieden te monitoren.
Monitoring VIBEG voor bodemdieren To in 2013
Goudswaard, P.C. ; Asch, M. van; Troost, K. - \ 2014
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C046/14) - 20
bodemfauna - visserij - waterbodems - habitats - fauna - natura 2000 - kustgebieden - mariene gebieden - soil fauna - fisheries - water bottoms - coastal areas - marine areas
Het ‘VIBEG (Visserij in Beschermde Gebieden) akkoord’ betreft twee Habitat- en Vogelrichtlijngebieden: ‘Noordzeekustzone’ en ‘Vlakte van de Raan’. Het doel van dit akkoord is om de instandhoudingsdoelen te realiseren voor habitattype H1110B en schelpdieretende vogels in het kader van Europese Natura-2000, in combinatie met een ecologisch verantwoorde en duurzame visserij in deze gebieden. Om dit doel te bereiken is voor de Noordzee kustzone een zonering ingesteld met verschillende toegangsregelingen voor visserij.
Aanpassing van de morfologie na beekherstel : casestudie Lunterse beek
Eekhout, J.P.C. ; Huising, C. ; Talsma, M.J.G. - \ 2014
waterlopen - ecologisch herstel - morfologie - waterbodems - hydrologie - gelderse vallei - streams - ecological restoration - morphology - water bottoms - hydrology
Over een periode van anderhalf jaar zijn morfologische, hydrologische en ecologische ontwikkelingen gemonitord na een herstelproject in de Lunterse beek. Tijdens een initiële vegetatieloze periode was de morfodynamiek groot, met een bochtafsnijding, oevererosie en oeveraangroei. Deze processen zijn gerelateerd aan de aanpassing van het lengteprofiel, dat sedimenttoevoer tot gevolg had. Vervolgens heeft vegetatie zich in de inundatiezone ontwikkeld. De morfodynamiek nam in deze periode af, de morfologische veranderingen speelden zich met name nog op de beekbodem af. De metingen laten zien dat de beekbodem stabiliseert na een initiële morfologische aanpassingsperiode van ongeveer acht maanden.
Kinetics of hydrophobic organic contaminant extraction from sediment by granular activated carbon
Rakowska, M.I. ; Kupryianchyk, D. ; Smit, M. ; Koelmans, A.A. ; Meent, D. van de - \ 2014
Water Research 51 (2014). - ISSN 0043-1354 - p. 86 - 95.
bodemverontreiniging - waterbodems - actieve kool - polycyclische koolwaterstoffen - soil pollution - water bottoms - activated carbon - polycyclic hydrocarbons - polycyclic aromatic-hydrocarbons - polychlorinated-biphenyls - mass-transfer - intraparticle diffusion - sorption kinetics - marine sediment - black carbon - amendment - desorption - polyoxymethylene
Ex situ solid phase extraction with granular activated carbon (GAC) is a promising technique to remediate contaminated sediments. The methods' efficiency depends on the rate by which contaminants are transferred from the sediment to the surface of GAC. Here, we derive kinetic parameters for extraction of polycyclic aromatic hydrocarbons (PAH) from sediment by GAC, using a first-order multi-compartment kinetic model. The parameters were obtained by modeling sediment-GAC exchange kinetic data following a tiered model calibration approach. First, parameters for PAH desorption from sediment were calibrated using data from systems with 50% (by weight) GAC acting as an infinite sink. Second, the estimated parameters were used as fixed input to obtain GAC uptake kinetic parameters in sediment slurries with 4% GAC, representing the ex situ remediation scenario. PAH uptake rate constants (kGAC) by GAC ranged from 0.44 to 0.0005 d-1, whereas GAC sorption coefficients (KGAC) ranged from 105.57 to 108.57 L kg-1. These values are the first provided for GAC in the presence of sediment and show that ex situ extraction with GAC is sufficiently fast and effective to reduce the risks of the most available PAHs among those studied, such as fluorene, phenanthrene and anthracene.
Fate of nanoparticles in the aquatic environment : Removal of engineered nanomaterials from the water phase under environmental conditions
Quik, Joris - \ 2013
Radboud Universiteit Nijmegen. Promotor(en): Bart Koelmans. - Nijmegen : Radboud University - ISBN 9789064646928 - 171
waterbodems - riolering - waterverontreiniging - nanotechnologie - cerium - water bottoms - sewerage - water pollution - nanotechnology
Voor zijn proefschrift onderzocht Quik het gedrag van vier veelgebruikte nanostoffen. Waaronder nanozilverdeeltjes en ceriumdioxide, dat aan brandstof wordt toegevoegd voor een schonere verbranding. Om te achterhalen hoe snel nanodeeltjes naar de bodem zakken, onderzocht hij in het laboratorium sedimenten van de waterbodems van Rijn en Maas
Advies inzake Deep Sea Mining onderzoek
Jak, R.G. ; Groenendijk, F.C. - \ 2013
Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C153/13) - 42
mijnbouw - waterbodems - noordzee - haalbaarheidsstudies - overheidsbeleid - nederland - mining - water bottoms - north sea - feasibility studies - government policy - netherlands
Belangrijke conclusies uit dit rapport: Actief meedoen in de ontwikkeling van deep sea mining biedt grote kansen voor Nederland, zowel voor een belangrijke economische sector als voor de wereldwijde ambitie om de biodiversiteit van de aarde niet verder achteruit te laten gaan. Het zou goed zijn als Nederland inzet op samenwerking met bedrijfsleven via de topsectoren én op een rol in de International Seabed Authority. Het is dan wel essentieel dat deze twee trajecten kennis en ervaring uitwisselen; doen ze dat niet, dan bestaat er een kans dat ze elkaar tegenwerken. Het lijkt ons daarom een goed idee om een Nederlandse visie te ontwikkelen op diepzeemijnbouw en de kansen voor Nederlandse partijen te identificeren. Dit zou in gezamenlijk verband kunnen worden opgesteld met vertegenwoordigers van Nederlandse overheden, industrie, onderzoek en NGO’s.
Project validatie aanpassing bodemschaaf
Jansen, J.M. ; Weide, B.E. van der - \ 2013
Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C130/13) - 12
benthos - bemonsteren - waterbodems - methodologie - mariene gebieden - noordzee - sampling - water bottoms - methodology - marine areas - north sea
Voor de bemonstering van benthos op het NCP is de bodemschaaf een adequaat monstertuig dat relatief snel bemonstert en de ruimtelijke variatie in het benthos goed integreert. Dit monstertuig heeft echter als nadeel dat er met een relatief grote maaswijdte van 5 mm wordt gewerkt, waardoor veel benthos-soorten en kleinere individuen gemist worden. Om ook dit kleinere benthos te kunnen bemonsteren is een zeefbakje ontwikkeld met een maaswijdte van 1 mm voor in de bodemschaaf. In het in dit rapport beschreven onderzoek is deze aanpassing op de bodemschaaf gevalideerd door middel van een vergelijking met de vangst-efficiëntie van de reguliere steekbuis op dezelfde monsterlocaties.
De invloed van de waterbodem op de waterkwaliteitsdoelen van het Noordzeekanaal : met specifieke aandacht voor de dioxineproblematiek
Postma, J. ; Rozemeijer, M.J.C. ; Schobben, J.H.M. - \ 2013
IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C092/13) - 210
waterwegen - waterbodems - sedimentatie - dioxinen - bodemverontreiniging - ecotoxicologie - noord-holland - waterways - water bottoms - sedimentation - dioxins - soil pollution - ecotoxicology
De waterbodem in het Noordzeekanaal is in het verleden ernstig verontreinigd geraakt met dioxines, onder andere door een explosie van een reactorvat bij Philips Duphar in 1963 bij de Jan van Riebeeckhaven. Een aanvankelijk geplande waterbodemsanering is in 2009 vanwege een bezuinigingstaakstelling komen te vervallen. Daaropvolgend is Rijkswaterstaat West-Nederland Noord in 2010 als beheermaatregel begonnen met monitoring van het gebied om na te gaan in hoeverre er verspreiding optreedt van dioxines naar de omliggende waterbodem en biota. De verkregen data zijn aangevuld met andere beschikbare monitoringgegevens en verwerkt tot een totaaloverzicht van het Noordzeekanaal van de waterbodem- en zwevend-stofkwaliteit en van bioaccumulatie van verontreinigingen.
Sulfaat in veenweiden: gebiedsvreemd of gebiedseigen?
Hendriks, R.F.A. ; Twisk, J.W.R. ; Gerven, L. van; Harmsen, J. - \ 2013
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 2013 (2013)mei. - ISSN 0166-8439 - p. 1 - 8.
waterbodems - geochemie - veenweiden - bodemchemie - zure gronden - waterbeheer - krimpenerwaard - water bottoms - geochemistry - peat grasslands - soil chemistry - acid soils - water management
Sulfaat is een belangrijke stof in sloten in veenweidegebieden. Het wordt in de zuurstofloze waterbodem door micro-organismen omgezet in sulfide, dat zich bindt aan ijzer. Daardoor komt fosfaat vrij, wat slecht is voor de ecologische kwaliteit van het slootwater. De gedachte was altijd dat de inlaat van gebiedsvreemd water in de polders de grootste bron van sulfaat is. De laatste jaren is duidelijk geworden dat het sulfaat vooral afkomstig is uit de veenweidebodem zelf. In de Krimpenerwaard gaat het om 75%. Het inlaatwater blijkt de sulfaatconcentraties in de gemiddelde veensloot zelfs omlaag te brengen!
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.