Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 125

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==weidevogels
Check title to add to marked list
Pionieren : De impact van innovatieve maatschappelijke initiatieven op een natuur-inclusieve samenleving
Salverda, I.E. ; Dam, R.I. van; Pleijte, M. - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Pionieren ) - 64 p.
natuur - samenleving - participatie - stedelijke gebieden - sport - lopen - burgers - fondsgelden - weidevogels - bodem - nederland - nature - society - participation - urban areas - walking - citizens - funding - grassland birds - soil - netherlands
Weidevogelscenario’s : Mogelijkheden voor aanpak van verbetering van de weidevogelstand in Nederland
Melman, Dick ; Sierdsema, Henk - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2769) - 29
weidevogels - graslanden - populatiebiologie - landschapsbeheer - kosten - habitats - natuurbescherming - nederland - grassland birds - grasslands - population biology - landscape management - costs - nature conservation - netherlands
Kennissysteem agrarisch natuurbeheer: aandacht voor inpasbaarheid en validatie
Melman, Dick ; Schotman, Alex ; Vanmeulebrouk, Bas ; Staritsky, Igor ; Meeuwsen, Henk - \ 2016
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2791) - 65
agrarisch natuurbeheer - weidevogels - habitats - kennissystemen - agri-environment schemes - grassland birds - knowledge systems
Ex-ante-evaluatie ANLb-2016 voor lerend beheer : een eerste blik op de omvang en ruimtelijke kwaliteit van het beheer in het nieuwe stelsel
Melman, Th.C.P. ; Schotman, A.G.M. ; Meeuwsen, H.A.M. ; Smidt, R.A. ; Vanmeulebrouk, B. ; Sierdsema, H. - \ 2016
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Rapport / Wageningen Environmental Research 2752) - 75
agrarisch natuurbeheer - natuurbeheer - habitats - weidevogels - natuurbescherming - agri-environment schemes - nature management - grassland birds - nature conservation
Een ex-ante-evaluatie is uitgevoerd van het beheer zoals dat in het vernieuwde stelsel voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb-2016) wordt uitgevoerd. Bekeken zijn omvang, de ligging van de beheerde percelen t.o.v. kansrijke gebieden, de ruimtelijke samenhang en de kwaliteit van weidevogelhabitat. Voor ruimtelijke omvang en ligging is een vergelijking gemaakt met de situatie uit 2010: het eerste jaar van het agrarisch natuurbeheer onder het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL). Aandacht is geschonken aan vier agrarische leefgebieden: open grasland, open akker, droge dooradering en natte dooradering. De focus is gelegd op het weidevogelbeheer: daarover is de meeste kennis en is het leeuwendeel van het beheerde areaal. De omvang van het beheer is in absolute zin gedaald van ca. 143.000 naar 90.000 ha (waarvan ca. 23.000ha zgn. doorlopers waarvan op termijn zal blijken welk deel ervan wordt gecontinueerd). Van het weidevogelbeheer ligt ca. 62-64% in kansrijk gebied (was 58% in 2010); 65% ligt redelijk geconcentreerd, 35% verspreid tot zeer verspreid. Met het zware beheer, voor zover binnen kansrijk gebied liggend, wordt voor ca. 50% een redelijke tot goede habitatkwaliteit gerealiseerd. Om tot een verdere verbetering van het beheer te kunnen komen, zijn geobjectiveerde, door alle betrokkenen gedeelde inzichten onontbeerlijk over onder andere kansrijkdom van gebieden, ondergrenzen voor ruimtelijke samenhang en habitatkwaliteit. Hier kan lerend beheer veel betekenen.
Woningbouw Abbekerk : effect op weidevogelgrasland in open landschap
Schotman, A.G.M. - \ 2016
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2732) - 23 p.
weidevogels - woningbouw - woningbouwbeleid - graslanden - ecologie - ruimtelijke ordening - landschapsecologie - noord-holland - grassland birds - house building - housing policy - grasslands - ecology - physical planning - landscape ecology
De gemeente Medemblik wil in Abbekerk woningbouw realiseren. Hiervoor zijn drie scenario’s met twee bouwfasen. Deze woningbouw is strijdig met de provinciale ruimtelijke verordening, artikel 25. Het te bebouwen gebied is op kaart gezet als ‘weidevogelleefgebied’. Een bestemmingsplan mag daar alleen woningbouw toelaten als er van ‘netto geen verstoord’ weidevogelgebied sprake is. Uit het onderzoek blijkt dat in de eerste bouwfase van de drie scenario’s het netto verstoorde oppervlak varieert van 2,9 tot 9,4 ha en het aantal verstoorde gruttoterritoria (2014) daarin van 0 tot 4. Formeel is er dus netto-verstoring. In een inbreidingslocatie is dit niet het geval. Er worden argumenten aangevoerd dat er in ecologische zin geen sprake is van verstoring van het door het beleid beoogde weidevogelkerngebied, o.a. omdat de gebieden op de kaart in 2014 al niet voldeden aan de criteria en in 2016 ook niet.
Kennissysteem agrarisch natuurbeheer : ondersteuning voor lerend beheer in het agrarisch natuurbeheer
Melman, T.C.P. ; Buij, R. ; Schotman, A.G.M. ; Vos, C.C. ; Verdonschot, R.C.M. ; Sierdsema, H. ; Vanmeulebrouk, B. - \ 2016
Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2702) - 109 p.
agrarisch natuurbeheer - kennissystemen - weidevogels - vogels - ecologie - biodiversiteit - agri-environment schemes - knowledge systems - grassland birds - birds - ecology - biodiversity
In het nieuwe stelsel agrarisch natuurbeheer (ANLb-2016) heeft het collectief dat een beheeraanvraag indient een verantwoordelijkheid voor het realiseren van de natuurresultaten. Kennis over vóórkomen en ecologische vereisten van de soorten krijgen daarin een steeds belangrijker plek. Kennisontsluiting is daarvoor nodig. Voor alle 67 soorten waarvoor ANLb-2016 doelstellingen heeft, zijn al eerder opgestelde fiches aangevuld, met name wat betreft dispersieafstanden en minimumareaal. Er is een format ontwikkeld om deze informatie op handzame wijze te ontsluiten en op een aantrekkelijke manier te presenteren: het kennissysteem ANB. Om er met het beheer gemakkelijker grip op te krijgen, is per leefgebiedtype een poging gedaan de soorten in enkele clusters te groeperen. Het kennissysteem ANB is een topografisch gestuurde, web-based ontsluiting van deze kennis. Voorkomen, ecologische randvoorwaarden en beheer worden daarin opgenomen en zijn interactief benaderbaar. Voor weidevogels is het in voorgaande jaren opgebouwde systeem verder ontwikkeld en kan nu in de praktijk worden beproefd. Voor akkervogels, droge dooradering en natte dooradering is voor enkele voorbeeldsoorten het concept van kennisontsluiting ontwikkeld. Voor elk leefgebiedtype is een Prezipresentatie gemaakt die de gebruiker inleidt in het concept van het kennissysteem. Deze is bedoeld om gebruikers te ondersteunen bij verdere wensen ten aanzien van de ontwikkeling van het kennissysteem.
Beheer op Maat, op weg naar lerend beheer voor weidevogels
Schotman, A.G.M. ; Melman, T.C.P. ; Ringrose, J. ; Meeuwsen, H.A.M. ; Vanmeulebrouk, B. ; Nieuwenhuizen, W. - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2643) - 39
weidevogels - agrarisch natuurbeheer - coöperatieve landbouw - natuurbeleid - grassland birds - agri-environment schemes - cooperative farming - nature conservation policy
Het weidevogelbeheer pakket "beheer-op-maat" is sterk vereenvoudigd om de drempelwaarde voor gebruik in de praktijk te verlagen. Het is nu bovendien mogelijk om naast de grutto ook de tureluur, kievit, scholekster en wulp mee te nemen. Zes agrarische natuurverenigingen zijn benaderd om na te gaan in hoeverre BoM voor hun praktijk een welkom hulpmiddel is en tevens wat randvoorwaarden voor een breder gebruik zijn. Voor zestien gebieden is doorgerekend in hoeverre met het geplande beheer voldoende opgroeimogelijkheden voor de jongen van de verschillende soorten worden aangeboden; tevens is nagegaan of met kleine wijzigingen de effectiviteit van het beheer zou kunnen worden versterkt
Agrarisch natuurbeheer verdraagt zich niet met marktgerichte bedrijfsvoering
Berendse, F. - \ 2014
Vork 1 (2014)1. - ISSN 2352-2925 - p. 68 - 73.
agrarisch natuurbeheer - biodiversiteit - graslandbeheer - akkerbouw - agrarische bedrijfsvoering - grondwaterstand - bemesting - fungiciden - pesticiden - rentabiliteit - landbouwbedrijven - weidevogels - agri-environment schemes - biodiversity - grassland management - arable farming - farm management - groundwater level - fertilizer application - fungicides - pesticides - profitability - farms - grassland birds
De sleutelvariabelen voor biodiversiteit in weidegebieden zijn een hoge grondwaterstand en een laag bemestingsniveau. In de akkerbouw is het gebruik van insecticiden en fungiciden bepalend voor biodiversiteit. Diezelfde sleutelvariabelen, maar dan omgekeerd zijn bepalend voor de rentabiliteit van het boerenbedrijf. Volgens Frank Berendse, hoogleraar Natuurbeheer in Wageningen, past agrarisch natuurbeheer daarom slecht in een marktgerichte bedrijfsvoering.
Uitwerking kerngebieden weidevogels : peiling draagvlak bij provincies, verbreding kenissysteem BoM
Melman, T.C.P. ; Sierdsema, H. ; Buij, R. ; Roerink, G.J. ; Martens, S. ; Meeuwsen, H.A.M. ; Schotman, A.G.M. - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2564) - 81
weidevogels - agrarisch natuurbeheer - graslanden - provincies - maatschappelijk draagvlak - remote sensing - beoordeling - grassland birds - agri-environment schemes - grasslands - provinces - public support - assessment
De zogenaamde kerngebebiedbenadering voor weidevogels (Teunissen et al. 2012) is verder verkend en uitgewerkt op drie aspecten: (1) bestuurlijk draagvlak, (2) uitbreiding van het kennissysteem Beheer-op-Maat voor de beoordeling van de kwaliteit van het mozaïekbeheer en ten slotte (3) nadere uitwerking van zoekgebieden voor meerdere weidevogelsoorten. Om het draagvlak te peilen zijn alle provincies benaderd, waarbij zij ondervraagd zijn over het draagvlak (inhoudelijk en beleidsmatig) voor deze benadering. Het kennissysteem BoM is uitgebreid naar enkele andere soorten dan de grutto, waarbij het beoordelingssysteem is vereenvoudigd en waarbij gebruik wordt gemaakt van satellietbeelden om de intensiteit van het grasland te bepalen. De ligging van potentiele zoekgebieden is uitgebreid voor een aantal andere soorten dan de grutto. Voor deze gebieden is de verbeteringsopgave (openheid, drooglegging) berekend voor een viertal scenario's. Deze scenario's verschillen in de mate waarin het weievogelbeheer wordt beperkt tot de huidige reservaten, danwel ook gebruik maakt van agrarisch natuurbeheer binnen en buiten de EHS.
Kerngebieden voor weidevogels in Zuid-Holland : betekenis daarvan voor internationale verplichtingen overige vogelsoorten
Melman, T.C.P. ; Sierdsema, H. ; Hammers, M. ; Oosterveld, E. ; Schotman, A.G.M. - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Sovon 2014/32) - 49
weidevogels - agrarisch natuurbeheer - natuurbeleid - peilbeheer - hydrologie - bodemwater - zuid-holland - grassland birds - agri-environment schemes - nature conservation policy - water level management - hydrology - soil water
Voor Zuid-Holland worden kerngebieden voor de gruttogroep onder de weidevogels voorgesteld met een totale oppervlakte van 21.190 ha. De hoofd-criteria voor selectie zijn graslanden met actueel hoge weidevogeldichtheden en of gunstige omstandigheden in de vorm van een niet ongunstige doorlegging en weinig verstoring van de openheid van het landschap. De kerngebieden bestaan voor 1745 ha uit reservaat en voor de rest (92%) uit agrarisch gebied. Daarvan wordt op dit moment 1481 ha beheerd via zwaardere pakketten agrarisch natuurbeheer en een belangrijk deel met legselbeheer. Met een aandeel van 15% reservaat of zwaar beheer is het actuele beheer van de voorgestelde gebieden onvoldoende om de achteruitgang van weidevogels te stoppen. Van de kerngebieden heeft het merendeel een verbeteropgave door een ongunstige drooglegging of de aanwezigheid van verstorende elementen in de vorm van bomen of riet. Voorgesteld wordt om eenmalig over 5924 ha het waterpeil te verhogen tot optimaal, om 237 ha bomen of bosjes te verwijderen en jaarlijks 50 riet te maaien om lokaal de openheid te bevorderen. De eenmalige kosten daarvan worden geschat op ca. €15 miljoen. De jaarlijkse kosten, bestaande uit graslandbeheer, maaien van het riet en vergoeding opbrengstderving door een aangepaste ontwatering, bedragen ca. €5,7 miljoen. Andere soorten doelsoorten van het beleid dan weidevogels kunnen in beperkte mate meeliften.
Pilot onderwaterdrains Utrecht
Hendriks, R.F.A. ; Akker, J.J.H. van den; Houwelingen, K.M. van; Kleef, J. van; Pleijter, M. ; Toorn, A. van den - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2479) - 146
landbouw - peilbeheer - veenweiden - weidevogels - eutrofiëring - wateraanvoer - drainage - modellen - utrecht - krimpenerwaard - agriculture - water level management - peat grasslands - grassland birds - eutrophication - water advance - models
Dit rapport beschrijft het onderzoek dat in 2011 en 2012 is uitgevoerd aan twee pilots met onderwaterdrains in Utrecht, in Demmeriksekade (polder Groot-Wilnis) en De Keulevaart (Lopikerwaard). In het onderzoek is voornamelijk het effect van onderwaterdrains op de waterkwantiteit (debieten) en de waterkwaliteit onderzocht. De meetresultaten zijn uitgewerkt en geëvalueerd met de modellen SWAP en ANIMO. Een overzicht van eerder en lopend onderzoek naar maaivelddaling, waterkwantiteit, waterkwaliteit, bedrijfseconomische aspecten en effect op weidevogels is gegeven en betrokken in de conclusies. In de conclusies zijn ook de resultaten van een pilot in de Krimpenerwaard opgenomen (gerapporteerd in Alterra-rapport 2466). De hoeveelheden in en uit te pompen water blijken in het algemeen toe te nemen. Het effect op de waterkwaliteit is in het algemeen neutraal of gunstig. Melkveehouders zijn in het algemeen positief over de effecten van onderwaterdrains.
Kerngebieden voor weidevogels in de praktijk : methodiek gebruikt voor maken voorstel kerngebieden Noord-Holland
Schotman, A.G.M. ; Sierdsema, H. ; Melman, T.C.P. - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2509) - 51
weidevogels - graslanden - agrarisch natuurbeheer - bodemwater - landgebruik - inventarisaties - natuurgebieden - noord-holland - grassland birds - grasslands - agri-environment schemes - soil water - land use - inventories - natural areas
Voor de provincie Noord-Holland zijn op basis van de verspreiding van weidevogels en randvoorwaarden voor effectief beheer 46 kerngebieden geselecteerd met een gezamenlijke oppervlakte van 16906 ha, waarin 16-38% van de weidevogelpopulatie terecht kan. Dit zijn de meest kansrijke gebieden om vitale weidevogelpopulaties duurzaam te behouden. Voor een kwart bestaan deze gebieden nu al uit reservaten. In 57% van de oppervlakte is de drooglegging al optimaal voor behoud van weidevogels. De aanname is, in eerste instantie, dat daar agrarisch natuurbeheer gaat plaatsvinden dat voor tenminste een kwart uit zware beheerpakketten bestaat, liefst zo veel mogelijk kruidenrijk grasland op percelen die al nat genoeg zijn (5555 ha.). Een andere (dure) optie is particulier natuurbeheer of verwerving voor uitbreiding van reservaten. Het gevolg van deze optie is een nog kleiner areaal, althans bij gelijkblijvend budget. In de voorgestelde gebieden ligt een geschatte jaarlijkse beheeropgave van €1,6 miljoen voor reservaatbeheer en €3,4 miljoen voor agrarisch natuurbeheer. Uitgangspunt is dat in het hele areaal de drooglegging optimaal wordt. Dit is een geschatte eenmalige inrichtsopgave van €10 miljoen. Waar dit moet gebeuren in reservaten (1380 ha) is dat de meest kosteneffectieve investering. Het rapport beschrijft de stappen waarmee de voorgestelde kerngebieden zijn geselecteerd. Door onnauwkeurigheden op details is het voorstel een hulpmiddel om, na een proces waarbij lokale actoren betrokken zijn, te komen tot een bestuurlijke begrenzing.
Kruidenrijk grasland; Meerwaarde voor vee, bedrijf en weidevogels
Geerts, R.H.E.M. ; Korevaar, H. ; Timmerman, A. - \ 2014
Wageningen : Praktijknetwerk 'Natuurlijk' kruidenrijk gras voor de veehouderij
graslanden - agrobiodiversiteit - grassen - soortenrijkdom - agrarische bedrijfsvoering - bodemchemie - weidevogels - grasslands - agro-biodiversity - grasses - species richness - farm management - soil chemistry - grassland birds
Deze brochure is een initiatief van het praktijknetwerk 'natuurlijk' kruidenrijk gras voor de veehouderij. Kruidenrijke, vochtige graslanden bieden veel betere perspectieven voor grutto's om er te broeden. Over het algemeen geldt, dat de soortenrijkdom onder basisiche, kalkhoudende omstandigheden groter is dan onder zure omstandigheden.
Kerngebieden weidevogels en agrarische natuur : Ronde langs de provincies en het Rijk
Holt, H. ten; Martens, S. ; Melman, T.C.P. - \ 2013
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2465)
weidevogels - agrarisch natuurbeheer - natuurbeleid - beleidsevaluatie - gemeenschappelijk landbouwbeleid - subsidies - opinies - provincies - grassland birds - agri-environment schemes - nature conservation policy - policy evaluation - cap - opinions - provinces
Verkennend en inventariserend onderzoek onder provincies en Rijk gericht op het in beeld brengen van het draagvlak voor de kerngebiedenbenadering voor weidevogels en agrarisch natuur en de behoeften ten aanzien van de verdere ontwikkeling van de benadering. Het onderzoek is geplaatst binnen de bredere context van de discussie over de effectiviteit van agrarisch natuurbeheer en de herziening van het subsidiestelsel.
Beleving van weidevogelproblematiek in Nederland, Bevindingen publieksenquête
Langers, F. ; Goossen, C.M. - \ 2013
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR - 44
weidevogels - natuurbeleid - natuurbescherming - melkveehouderij - burgers - opinies - vragenlijsten - maatschappelijke betrokkenheid - inventarisaties - grassland birds - nature conservation policy - nature conservation - dairy farming - citizens - opinions - questionnaires - community involvement - inventories
Doel van deze studie is om meer begrip te krijgen van de onderliggende ethische visies en emoties die leven onder de Nederlandse bevolking bij maatschappelijke discussies over de omgang met weidevogels in Nederland. Door te focussen op de visies onder het grote publiek kunnen kritische geluiden van maatschappelijke organisaties en individuele actievoerders ook in een breder maatschappelijk perspectief worden gezet, inclusief het draagvlak voor enerzijds het beleid en anderzijds voor kritische geluiden over het beleid.
Agrarisch natuurbeheer: wat kost het, wat levert het op en hoe kan het beter
Kleijn, D. - \ 2013
De Levende Natuur 114 (2013)2. - ISSN 0024-1520 - p. 51 - 55.
agrarisch natuurbeheer - weidevogels - bouwland - vogels - flora - fauna - evaluatie - natuurbeleid - beleidsevaluatie - agri-environment schemes - grassland birds - arable land - birds - evaluation - nature conservation policy - policy evaluation
Het grote oppervlak dat de landbouw inneemt maakt dat zelfs beperkte positieve effecten van agrarisch natuurbeheer een grote impact kunnen hebben. Anderzijds komen slechts weinig zeldzame soorten voor op landbouwgronden. De financiële middelen voor natuurbeheer staan momenteel onder druk. Er is behoefte aan inzicvhten die kunnen leiden tot een efficiëntere inzet van het beschikbare budget. Dit artikel geeft een overzicht van de (kosten)effectiviteit van agrarisch natuurbeheer en doet op basis daarvan aanbevelingen voor aanpassingen die kunnen leiden tot een slagvaardiger agrarisch natuurbeheer.
Agrarische bedrijfsvoering en biodiversiteit : kansrijke gebieden, samenhang met bedrijfstypen, perspectieven
Melman, T.C.P. ; Ozinga, W.A. ; Schotman, A.G.M. ; Sierdsema, H. ; Schrijver, R.A.M. ; Migchels, G. ; Vogelzang, T.A. - \ 2013
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2436) - 162
agrarisch natuurbeheer - agrarische bedrijfsvoering - ecologische hoofdstructuur - natuurbescherming - weidevogels - flora - innovaties - nederland - agri-environment schemes - farm management - ecological network - nature conservation - grassland birds - innovations - netherlands
Een beknopt overzicht wordt gegeven van de geschiedenis van het agrarisch natuurbeheer, gericht op de lessen die we ervan kunnen leren. Met landsdekkende bestanden (Floron, Sovon Nederland) is een analyse uitgevoerd naar de spreiding van vanuit het oogpunt van natuurbehoud relevante planten- en vogelsoorten waarvoor agrarisch natuurbeheer van betekenis zou kunnen zijn. Als criterium voor ‘voor natuurbehoud relevant’ is gehanteerd >15% doelrealisatie voor planten (per km2) en >30% doelrealisatie van vogels (per 250 m grid), gerelateerd aan de natuurdoelentypologie van Bal et al. (2001, 2004). Bepaald is welk deel van de cellen binnen de EHS, in de randzone van de EHS en buiten de EHS voorkomt. Voor enkele weidevogelsoorten is bepaald hoe de huidige populaties over de verschillende beheercategorieën zijn verdeeld. Daarnaast is een analyse uitgevoerd naar de relatie tussen vanuit natuuroogpunt waardevolle cellen en de daar voorkomende agrarische bedrijven (m.b.v. het GIAB-bestand met info over type, grootte, intensiteit enz.). Ten slotte is een overzicht opgesteld van de mogelijkheden die innovatie biedt voor het beter inpassen van natuur binnen het agrarische bedrijf.
Beleid kerngebieden weidevolgels vergt keuzen
Melman, T.C.P. ; Sierdsema, H. ; Teunissen, W.A. ; Wymenga, E. ; Bruinzeel, L. ; Schotman, A.G.M. - \ 2012
Landschap : tijdschrift voor landschapsecologie en milieukunde 29 (2012)4. - ISSN 0169-6300 - p. 160 - 172.
weidevogels - biodiversiteit - populatiedichtheid - natuurbeleid - agrarisch natuurbeheer - provincies - grassland birds - biodiversity - population density - nature conservation policy - agri-environment schemes - provinces
De ongunstige ontwikkeling van de weidevogelstand in Nederland is al tientallen jaren een punt van aandacht voor rijk en provincies. Maar alle inspanningen tot dusver hebben niet voor een omkeer kunnen zorgen; op z’n best is de achteruitgang afgeremd. De laatste jaren wordt steeds vaker gesproken over gebieden waar de beschikbare middelen geconcentreerder worden ingezet en waar de weidevogelstand weer kan floreren. Weidevogelkerngebieden. Wat mag er van verwacht worden en wat zijn de implicaties als deze richting wordt ingeslagen?
Op naar kerngebieden voor weidevogels in Nederland : werkdocument met randvoorwaarden en handreiking
Teunissen, W. ; Schotman, A.G.M. ; Bruinzeel, L. ; Holt, H. ten; Oosterveld, E. ; Wymenga, E. ; Melman, D. - \ 2012
Wageningen [etc.] : Alterra, Wageningen-UR (SOVON-rapport 2012/21) - 144
weidevogels - populatiedichtheid - natuurbescherming - limosa limosa - voorspellingen - kwantitatieve analyse - modellen - grassland birds - population density - nature conservation - forecasts - quantitative analysis - models
Een methode is uitgewerkt om kerngebieden te identificeren voor weidevogels. Als gidssoort is de grutto gebruikt, implicaties voor de andere weidevogelsoorten zijn aangeduid. Als zoekgebied voor kerngebieden zijn aangeduid gebieden die voldoen aan minumumdichtheden (15 dan wel 30 bp/100 ha). Aan de hand van trendgegevens is geanalyseerd welke factoren bepalend zijn voor de aantalsontwikkeling. De resultaten hiervan zijn als randvoorwaarden gehanteerd voor de nadere invulling van de kerngebieden. Met een metapopulatiemodel is verkend aan welke ruimtelijke voorwaarden kerngebieden moeten voldoen: o.a. omvang en onderlinge afstanden, in relatie tot de ruimtelijke kwaliteit. Scenarioberekeningen zijn uitgevoerd naar verschillende ruimtelijke invullingen. Er is een handreiking opgesteld als voorbeeld hoe kerngebieden in de praktijk geidentificeerd en uitgewerkt zouden kunnen worden.
Brandganzen en Kleine Mantelmeeuwen in het Wormer- en Jisperveld : effecten op weidevogels
Kleijn, D. ; Hout, J.J. van der; Jansman, H.A.H. ; Lammertsma, D.R. ; Melman, T.C.P. - \ 2012
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2293) - 48
ganzen - vogels - populatiedynamica - diergedrag - weidevogels - nadelige gevolgen - natuurreservaten - noord-holland - geese - birds - population dynamics - animal behaviour - grassland birds - adverse effects - nature reserves
In het Noord-Hollandse natuurreservaat 'het Wormer- en Jisperveld' is een driejarig onderzoek (2009-2011) uitgevoerd naar de verspreiding van weidevogels in relatie tot de aanwezigheid van lokale broedpopulaties van de Brandgans en de Kleine Mantelmeeuw. Onderzocht is of er een directe relatie is (bijvoorbeeld via gedrag/interactie/predatie) of een indirecte relatie (via beïnvloeding van vegetatiehoogte/structuur). In de periode maart-juni (dus gedurende de vestigingsfase, broedfase en kuikenfase) van elk jaar zijn de onderzochte soorten gekarteerd en is de vegetatiehoogte in kaart gebracht. Met een toets die de ruimtelijke associatie dan wel dissociatie in beeld brengt, is bepaald of de soorten elkaar ‘mijden’ of elkaar ‘zoeken’. Daarnaast is gekeken hoe de ruimtelijke verspreiding van weidevogelterritoria zich verhield tot de komst en ruimtelijke verspreiding van de nesten van de Brandgans en de Kleine Mantelmeeuw in de periode 1992-2010. Aanvullend is een globale analyse uitgevoerd naar de invloed van ganzen op de mogelijkheden van agrarische exploitatie.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.