Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 243

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Dijken
Check title to add to marked list
Dijken doorsteken in de Mekongdelta
Halsema, Gerardo van - \ 2019
Actualisatie van infrastructurele knelpunten voor de otter : overzicht van knelpuntlocaties met mate van urgentie voor het nemen van mitigerende maatregelen
Kuiters, A.T. ; Lammertsma, D.R. - \ 2018
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2915) - 41
De afgelopen jaren is de otterpopulatie sterk gegroeid en heeft zich uitgebreid naar nieuwe leefgebieden. Daarmee is ook het jaarlijkse aantal geverifieerde meldingen van verkeersslachtoffers toegenomen. Verkeersmortaliteit
vormt de belangrijkste (niet-natuurlijke) doodsoorzaak voor otters in ons dichtbevolkte land. Jaarlijks sterft naar schatting circa 24% van de populatie als
verkeersslachtoffer. Voor een adequate bescherming is het daarom van groot belang dat er op plekken waar geregeld slachtoffers vallen beschermende maatregelen worden genomen. In 2013 is op basis van een eerste landelijke inventarisatie een lijst opgesteld met de 21 meest urgente infrastructurele
knelpunten. De afgelopen jaren is door de verantwoordelijke wegbeheerders veel werk verzet om belangrijke otterknelpunten aan te pakken door het nemen van beschermende maatregelen en het aanleggen van veilige otterpassages. De populatie is de afgelopen jaren gegroeid en heeft zich uitgebreid naar nieuwe leefgebieden. Ook daar is vaak sprake van voor otters onveilige situaties. Het
ministerie van LNV heeft WENR gevraagd het overzicht van urgente knelpunten te actualiseren met een prioritering en aanbevelingen voor te nemen maatregelen. Daarbij is ook gekeken naar de stand van zaken van de eerdere lijst van 21 meest urgente knelpunten. Gebleken is dat daarvan inmiddels
het grootste deel is opgelost. Enkele knelpunten zijn lastig aan te pakken, zoals bij waterkerende dijken, of worden mitigerende maatregelen nader afgestemd
met gepland groot onderhoud aan de betreffende wegen.
Buitendijks recreëren ter hoogte van St. Pieterspolder, gemeente Reimerswaal
Ysebaert, Tom ; Wijsman, Jeroen - \ 2017
Wageningen : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C033/17) - 23
recreatie - watervogels - dijken - eenden - verstoring - natura 2000 - rijwielpaden - oosterschelde - recreation - waterfowl - dykes - ducks - disturbance - cycleways - eastern scheldt
Het buitendijkse dijktracé langsheen de Sint Pieterspolder en Nieuw Olzendepolder heeft een belangrijke functie als hoogwatervluchtplaats voor een aantal soorten steltlopers en eendachtigen. Met name Scholekster, Wulp, Tureluur, en in mindere mate Steenloper gebruiken de buitendijkse zijde van de zeedijk langs de Nieuw Olzendepolder en de St. Pieterspolder als hoogwatervluchtplaats. Ook Rotganzen en eenden als Wilde Eend, Pijlstaart en Smient gebruiken de dijk als hoogwatervluchtplaats. De grootste aantallen komen voor in de doortrekperiodes en de winter. In de periode april tot en met augustus zijn de aantallen in het gebied laag. De schelpen- en puinstrandjes langs het dijktracé vormen een potentieel geschikt habitat voor kustbroedvogels als de Bontbekplevier. Buitendijks recreëren langs dit dijktracé leidt tot verstoring van de vogels die hier tijdens hoog water verblijven (overtijen). Dit is duidelijk vastgesteld tijdens de veldbezoeken. Het zondermeer jaarrond openstellen van dit dijktracé voor fietsers is daarom niet aan te bevelen. Wel is een ruimtelijke en temporele zonering mogelijk, welke kan leiden tot een optimalere benutting van dit dijktracé, met versterking van de natuurwaarde en de recreatie. Dit houdt in dat bepaalde trajecten volledig ontoegankelijk worden gemaakt (voor alle vormen van recreatie), en bepaalde trajecten alleen toegankelijk worden gemaakt voor wandelaars en fietsers gedurende de zomerperiode.
Meer biodiversiteit met brede groene dijken? : een verkenning van de vegetatie op de Waddenzeedijken
Loon-Steensma, Jantsje M. van; Huiskes, Rik - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2802) - 129
dijken - breedte - vegetatie - biodiversiteit - nederlandse waddeneilanden - nederland - duitsland - denemarken - dykes - width - vegetation - biodiversity - dutch wadden islands - netherlands - germany - denmark
In dit rapport worden de vegetaties op het buitentalud van de brede groene Waddenzeedijken in Duitsland en Denemarken vergeleken met de vegetaties op het buitentalud van de gangbare Waddenzeedijken in Nederland, met als doel om inzicht te krijgen in de mogelijke meerwaarde van het Brede Groene Dijk-concept voor biodiversiteit, en voor vegetatie in het bijzonder.
Monitoring vooroeververdediging Oosterschelde 2015 : locaties: Zeelandbrug en Lokkersnol
Tangelder, Martijn ; Heuvel-Greve, Martine van den; Kluijver, Maria de - \ 2016
Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C098/16) - 86
oeverbescherming van rivieren - dijken - steenwerk - aquatische ecosystemen - zware metalen - waterorganismen - oosterschelde - westerschelde - nederland - riverbank protection - dykes - stonework - aquatic ecosystems - heavy metals - aquatic organisms - eastern scheldt - western scheldt - netherlands
Rijkswaterstaat heeft aan Wageningen Marine Research opdracht gegeven om in 2015 de T6-monitoring uit te voeren voor Cluster 1 locaties Zuidhoek-De Val (“Zeelandbrug”) en Cauwersinlaag (“Lokkersnol”) in de Oosterschelde. Het doel van deze monitoring is het bepalen van de samenstelling en biodiversiteit van de aanwezige levensgemeenschappen op harde en zachte substraten, en de bepaling van de gehalten aan zware metalen in mosselen en oesters. Voor locatie Lokkersnol is de monitoring alleen op levensgemeenschappen van zachte substraten gericht. De monitoring is uitgevoerd in samenwerking met Stichting Zeeschelp en TNO.
Quickscan zodekwaliteit dijkgrasland Afsluitdijk op basis van visuele beoordeling van doorworteling, vegetatietype en bedekking; situatie 2016
Huiskes, H.P.J. ; Vries, Daisy de - \ 2016
Wageningen UR Alterra - 42 p.
graslanden - dijken - graslanden, conditie - wortels - vegetatie - graslandbeheer - afsluitdijk - nederland - grasslands - dykes - grassland condition - roots - vegetation - grassland management - netherlands
In februari 2016 is door Alterra, onderdeel van Wageningen Universiteit en Researchcentrum, een quickscan uitgevoerd om de kwaliteit van de zode van de Afsluitdijk te bepalen. Gegevens over de doorworteling van de zode, het graslandtype en de vegetatiebedekking vormen de basis om tot een kwaliteitsoordeel van de zode te komen. Daarnaast is een korte vergelijking gemaakt tussen de huidige uitkomst en de situatie van 2010. Afsluitend wordt een beheeradvies gegeven.
Unieke coöperatieve samenwerkingsvorm leidt tot Kadaster voor boominformatie
Pol, P. van de; Janssen, H. ; Rip, F.I. - \ 2016
Geo-Info 13 (2016)6. - ISSN 1572-5464 - p. 12 - 14.
Een jaar geleden is de coöperatie
Boomregister gestart met het
leveren van landsdekkende
boominformatie verkregen
uit AHN, Satellietdata, slimme
algoritmen en verschillende open
basisregisters. Een jaar verder
blijkt dat de boominformatie
waardevol is voor heel veel
meer toepassingsgebieden
dan we ooit hadden durven
dromen: van gemeentelijk
groenbeheer tot het plaatsen
van nieuwe 4G-zendmasten en
van risicomanagement voor
kabels, leidingen en dijken tot
het handhaven van de Boswet.
De waarde van het Kadaster voor
Boominformatie lijkt evident.
Maar is dit een toevalstreff er of is de
coöperatieve samenwerkingsvorm
een nieuwe succesformule?
In dit artikel kijken we naar de
toepassingsgebieden en gebruikers
en onderzoeken we of een
coöperatief model past bij het
opzetten van een landelijk register.
Vooroeversuppleties in de Oosterschelde : Meerwaarde voor ecologie, economie en waterveiligheid
Veraart, J.A. ; Werners, S.E. ; Tangelder, M. ; Groot, A.M.E. ; Bel, Mark de; Mulder, J.P.M. - \ 2016
Landschap : tijdschrift voor landschapsecologie en milieukunde 33 (2016)3. - p. 143 - 151.
Vooroeversuppleties kunnen tegelijkertijd bijdragen aan de waterveiligheid en aan de ecologie en economiein de Oosterschelde. Dit artikel bespreekt deze potentiële bijdragen aan de hand van een praktijkervaringen een rekenvoorbeeld. Het laat zien dat met vooroeversuppleties een reductie van de belastingvan dijklichamen mogelijk is waarmee reguliere dijkversterking uitgesteld kan worden en tegelijkertijdnatuur- en recreatiedoelen kunnen worden gediend. Bestuurlijke afspraken over de verdeling van investeringskosten,beheer en onderhoud zijn daarbij een belangrijke succesfactor.Vooroeversuppleties in deOosterscheldeIn en rondom de Oosterschelde zijn in de afgelopen zestigjaar grote ingrepen uitgevoerd om het gebied veiligerte maken in het kader van het eerste Deltaplan.Daardoor staat de Oosterschelde niet langer in verbindingmet de Rijn en de Schelde en is de voormalige zeearmveranderd in een zoutwater baai met gereduceerdgetij. De aanleg van de Oosterscheldekering, de OesterenPhilipsdam heeft ook geleid tot erosie en herverdelingvan zand en sediment van platen en slikken naarde geulen van de Oosterschelde (ook wel zandhongergenoemd). Hierdoor slinkt het areaal intergetijdengebiedin de Oosterschelde met circa 50 hectare per jaar(Eelkema et al., 2013; Van Zanten & Adriaanse, 2008).De Oosterschelde is sinds 2002 een Nationaal Park.Behoud van intergetijdengebied is een substantiële opgavein het kader van het Europese natuurbeleid; binnenenbuitendijkse gronden zijn aangewezen als Natura2000-gebied. De droogvallende slikken en platen in deOosterschelde zijn van belang voor de zeehonden en foeragerendewatervogels, in het bijzonder voor steltlopers.Het ontwerpbeheerplan is in juni 2015 ter inzage vrijgegeven(Rijkswaterstaat, 2015).In het Deltaprogramma is opgenomen dat het peil- ensluitregime van de Oosterscheldekering en het beheer enonderhoud van de dijken aangepast zullen worden methet oog op klimaatverandering (Staf Deltacommissaris,2014). Alvorens dat te doen zal eerst uitgezocht wordenof de toepassing van innovatieve dijkconcepten (inclusiefzandsuppleties van de vooroevers) en een gewijzigdpeil- en sluitregime van de Oosterscheldekering realiseerbaarzijn en welke mogelijke meerwaarde deze biedenvoor veiligheid, natuur, recreatie en visserij. In eerderonderzoek van Rijkswaterstaat zijn locaties geïdentificeerdwaar vooroeversuppleties theoretisch mogelijkzijn (figuur 1).Dit artikel onderzoekt en vergelijkt een praktijkvoorbeeldvan een uitgevoerde vooroeversuppletie(Sophiastrand) en een rekenvoorbeeld van een mogelijkevooroeversuppletie (Slikken van den Dortsman), ziefiguur 1, wat betreft hun potentiële bijdrage aan waterveiligheid,ecologie en economie. De gegevens zijn verkregendoor het samenbrengen en interpreteren van deresultaten uit beleidsondersteunend onderzoek in hetkader van het Deltaprogramma. Daarnaast worden aanbevelingengedaan over het aanvullen van de integraleontwerprichtlijnen uit het innovatieprogramma Buildingwith Nature (De Vriend et al., 2015) voor de dimensioneringvan specifieke vooroeversuppleties in estuaria.
H7N9 live attenuated influenza vaccine is highly immunogenic, prevents virus replication, and protects against severe bronchopneumonia in ferrets
Jonge, J. de; Isakova-Sivak, Irina ; Dijken, Harry van; Spijkers, Sanne ; Mouthaan, Justin ; Klaassen-de Jong, Rineke ; Smolonogina, Tatiana ; Roholl, Paul ; Rudenko, Larisa - \ 2016
Molecular Therapy 24 (2016)5. - ISSN 1525-0016 - p. 991 - 1002.

Avian influenza viruses continue to cross the species barrier, and if such viruses become transmissible among humans, it would pose a great threat to public health. Since its emergence in China in 2013, H7N9 has caused considerable morbidity and mortality. In the absence of a universal influenza vaccine, preparedness includes development of subtype-specific vaccines. In this study, we developed and evaluated in ferrets an intranasal live attenuated influenza vaccine (LAIV) against H7N9 based on the A/Leningrad/134/17/57 (H2N2) cold-adapted master donor virus. We demonstrate that the LAIV is attenuated and safe in ferrets and induces high hemagglutination- and neuraminidase-inhibiting and virus-neutralizing titers. The antibodies against hemagglutinin were also cross-reactive with divergent H7 strains. To assess efficacy, we used an intratracheal challenge ferret model in which an acute severe viral pneumonia is induced that closely resembles viral pneumonia observed in severe human cases. A single- and two-dose strategy provided complete protection against severe pneumonia and prevented virus replication. The protective effect of the two-dose strategy appeared better than the single dose only on the microscopic level in the lungs. We observed, however, an increased lymphocytic infiltration after challenge in single-vaccinated animals and hypothesize that this a side effect of the model.

Meerwaarde ecosysteemdiensten voor Deltaprogramma
Franken, Ron ; Meulen, Suzanne van der; Kwakernaak, C. ; Bos, Maaike ; Lenselink, Gerda ; Hartgers, E.M. - \ 2016
Milieu : opinieblad van de Vereniging van Milieuprofessionals 22 (2016)3. - ISSN 1873-5436 - p. 12 - 14.
waterbeheer - hoogwaterbeheersing - veiligheid - biodiversiteit - ecosysteemdiensten - dijken - regionale planning - natuurbeheer - water management - flood control - safety - biodiversity - ecosystem services - dykes - regional planning - nature management
Het PBL verkent de mogelijkheden om natuur een rol te laten spelen in de uitvoering van het Deltaprogramma om onze waterveiligheid te waarborgen. Dit gebeurt met oog voor de meerwaarde voor de biodiversiteit. Kennis wordt opgedaan in twee praktijkprojecten: de verbetering van de zeedijk tussen Eemshaven en Delfzijl en de aanleg van een hoogwatergeul bij Varik-Heesselt.
Volksdijk; de adaptieve dijk, studielocatie Grebbedijk
Blokland, J. ; Ziegler, P. ; Aben, R. ; Vries, R. de; Broekhuizen, R.E. van; Agricola, H. ; Kuiper, E. - \ 2016
In: De adaptieve dijk; strategieën voor dijktransitie in de komende 100 jaar BNA Onderzoek Amsterdam - p. 32 - 41.
dijken - veiligheid - hoogwaterbeheersing - waterbouwkunde - innovaties - ruimtelijke ordening - gebiedsontwikkeling - dykes - safety - flood control - hydraulic engineering - innovations - physical planning - area development
Hoe kan de dijk weer volwaardig onderdeel worden van de maatschappij, zonder daarbij de veiligheid aan te tasten? Kunnen we onze democratie –die een oorsprong heeft in de waterschappen- herijken en waarde geven? Hoe maken van de dijk als technisch kunstwerk ook een democratisch kunstwerk dat past bij 21ste eeuw? Hoe transformeren we de verkrampte en functioneel eenzijdige dijk in een adaptieve en veelzijdige dijk?
Terugkerende muizenplagen in Nederland : inventarisatie, sturende factoren en beheersing
Wymenga, E. ; Latour, J. ; Beemster, N. ; Bos, D. ; Bosma, N. ; Haverkamp, J. ; Hendriks, R.F.A. ; Roerink, G.J. ; Kasper, G.J. ; Roelsma, J. ; Scholten, S. ; Wiersma, P. ; Zee, E. van der - \ 2016
Altenburg & Wymenga (A&W-rapport 2123) - 137 p.
muizen - woelmuizen - plagen - schadelijke dieren - schade - graslanden - knaagdierenbestrijding - dijken - waterschappen - mice - voles - pests - noxious animals - damage - grasslands - rodent control - dykes - polder boards
2014 en 2015 zullen de geschiedenis in gaan als jaren met een uitzonderlijk grote veldmuizenplaag in Fryslân en op beperkte schaal elders in Nederland. In de loop van de zomer van 2014 meldden agrariërs schade aan graslanden. De werkelijke omvang bleek pas in het najaar en de winter van 2014-2015 en was zonder precedent. Ook uit andere provincies kwamen dergelijke meldingen. De economische schade werd door LTO Noord berekend op 73 miljoen euro (de Boer 2015). Uit een schouw van Wetterskip Fryslân bleek dat ook veel waterkeringen te maken hadden met muizenschade. Daarnaast was het waterschap beducht op een mogelijk verhoogde uitspoeling van meststoffen vanuit polders naar het oppervlaktewater. Bovengenoemde zaken waren aanleiding voor verschillende organisaties om in samenwerking met LTO Noord en het Actiecomité een onderzoek te starten naar de achtergronden van de terugkerende muizenplagen en de mogelijke maatregelen om die te beheersen. Ook de STOWA - Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer – richtte haar vizier op de muizenplaag, om uit te zoeken in hoeverre de recente muizenplaag voor waterschappen relevant was. De overkoepelende doelstelling van beide onderzoeken was om kennis en bouwstenen te leveren voor een strategie om in de toekomst muizenplagen vroegtijdig te signaleren en de schade te beheersen.
Natural foreshores as an alternative to traditional dike re-enforcements: a field pilot in the large shallow lake Markermeer, The Netherlands
Penning, W.E. ; Steetzel, H.J. ; Santen, R. van; Fiselier, J. ; Lange, H.J. de; Vuik, V. ; Ouwerkerk, S. ; Thiel de Vries, J.S.M. van - \ 2015
In: E-proceedings of the 36th IAHR World Congress. - 2015 : - 4 p.
nature development - flood control - dykes - riparian vegetation - coasts - hydrodynamics - natuurontwikkeling - hoogwaterbeheersing - dijken - oevervegetatie - kusten - hydrodynamica
Natural foreshores are shallow zones and beaches with a gradual slope and a (near-)natural vegetation that can be used
as an additional protection against flooding by reducing the wave attack on existing dikes, or can even completely
replace an existing dike system. In order to test the applicability of this concept a 500 m long pilot section of a sandy
foreshore was constructed along an already existing dike in the large shallow lake Markermeer, the Netherlands. The
pilot was equipped with permanent monitoring equipment for hydrodynamics and meteorological conditions and monthly
surveys of the morphology of the pilot section. These measurements will be carried out for the coming four years. This
paper presents the first results after the construction and the first winter season with the pilot in place.
Plantenziektekunde anders
Goud, J.C. - \ 2015
Gewasbescherming 46 (2015)5. - ISSN 0166-6495 - p. 145 - 146.
gewasbescherming - plantenziektebestrijding - kassen - kasproeven - landbouwkundig onderzoek - dijken - wortels - klimaatverandering - abiotische beschadigingen - solanum dulcamara - maïs - capsicum - slakkenbestrijding - plant protection - plant disease control - greenhouses - greenhouse experiments - agricultural research - dykes - roots - climatic change - abiotic injuries - maize - mollusc control
Onlangs is bij de Radboud Universiteit Nijmegen een nieuw kassencomplex met faciliteiten in gebruik genomen. Er worden voedselkeuzeproeven gedaan met slakken, rupsen en coloradokevers, er wordt gewerkt aan planten die tolerant zijn tegen abiotische stress, zoals hitte, droogte en overstroming, er worden invasieve plantensoorten bestudeerd, zoals de waterhyacint, en er blijkt al een halve eeuw een grote genenbank van nachtschade-soorten (Solanaceae) te zijn. Genoeg interessants om eens een kijkje te gaan nemen bij de informatiedag. Bezoekers werden niet teleurgesteld. Maar het woord ‘plantenziektekunde’ is niet gevallen.
Investigation of Desso GrassMaster® as application in hydraulic engineering
Steeg, P. van der; Paulissen, M.P.C.P. ; Roex, E. ; Mommer, L. - \ 2015
Deltares - 42 p.
Grass dike - Dessa GrassMaster - grass reinforcement - dykes - grasses - cladding - hydraulic engineering - reinforcement - revetments - flood control - sports grounds - dijken - grassen - bekleding, bouw - waterbouwkunde - versterking - steunmuren - hoogwaterbeheersing - sportterreinen
Dessa GrassMaster® is a reinforced grass system which is applied successfully on sports fields and enables to use a sports field more intensively than a normal grass field. In this report the possibility of an application of Dessa GrassMaster®in hydraulic conditions, with a focus on grass dikes, is discussed.
A description of several aspects of grass dikes is given as well as other known reinforcement grass systems. A comparison between grass on sports fields and grass of grass dikes is made. Based on state-of-the art literature, requirements for Dessa GrassMaster® as a revetment under hydraulic loading are provided. Potential applications are identified and knowledge gaps are given. From the point of view of hydraulic engineering and based on theoretical and existing
knowledge, it is concluded that Dessa GrassMaster® may potentially be used as a dike revetment but more insight in the strength of this system is required/before it will be applied as a revetment. It is currently not clear what effect Dessa-Grasslvlaster'" will have on root volume and distribution in dike grasslands and how this influences overall strength of the grass cover. The strength of Dessa GrassMaster®can be determined by performing physical hydraulic experiments.
Several knowledge gaps concerning ecological, toxicological and environmental issues have been identified that may hamper the implementation of Dessa Grasslvlaster". It is recommended to perform tests to quantify these potential impacts on the environment in order to find solutions to mitigate potential negative effects. This will lead to increased societal acceptability of application of the product on dikes. For comprehensive conclusions, langerterm full-scale tests (2-4 years) are recommended.
Bloemrijke sterke dijken
Paulissen, M.P.C.P. ; Meurs, G. van - \ 2015
Amersfoort : Stowa
grasbekleding - vegetatie - erosiebestendigheid - ecologie - dijken - sterkte - soortenrijkdom - biodiversiteit - natuurwaarden - recreatie - beleving
Een sterke, erosiebestendige grasbekleding heeft geen grote open plekken en heeft een zode met een hoge worteldichtheid in de toplaag, tot minstens 20 cm diepte. De vraag is hoe dit kan worden bereikt. Lokale standplaatsfactoren zijn daarbij van belang en maatwerk in aanleg en beheer is dan ook nodig.

In algemene zin kan worden gesteld dat goed en zorgvuldig beheer (hooi- dan wel weidebeheer) noodzakelijk is om te komen tot een gesloten en goed doorwortelde graszode. Het bodemtype is daarbij van secundair belang; het mag wat zandiger zijn dan voorheen vereist is. Moet een beheerder streven naar maximale soortenrijkdom? Niet zonder meer. In de praktijk is gebleken dat langjarig hooibeheer op termijn kan leiden tot een te open grasbekleding waarvan de erosiebestendigheid vermindert. Proefondervindelijk is echter vastgesteld dat een dergelijke zode dan nog steeds heel sterk kan zijn. Door periodiek licht te bemesten kan in dergelijke dijkgraslanden een balans worden gevonden tussen het behoud van sterkte en het behoud van een soortenrijke vegetatie. Frequente monitoring van hoe de grasbekleding zich ontwikkelt, is cruciaal om tijdig bij te kunnen sturen.

Een beheerder kan het beste streven naar weinig open plekken en naar een hoge worteldichtheid. Het daarbij behorende beheer zal vrijwel altijd ook een relatief bloemrijke vegetatie met zich meebrengen. Een dergelijke vegetatie is niet alleen sterk maar heeft ook hoge natuur- en belevingswaarden.

Een interessant perspectief van bloemrijke dijken is dat ze op grond van de wetenschappelijke theorie mogelijk veerkrachtiger zijn dan soortenarme dijkgraslanden. Dit kan van meerwaarde zijn in een klimaat met toenemende weersextremen. Ook zou het kunnen dat soortenrijke dijkgraslanden sneller hun maximale sterkte bereiken na inzaai dan soortenarme. Praktijkonderzoek, bijvoorbeeld op pilotlocaties, moet uitwijzen of dit daadwerkelijk zo is. Ook andere gesignaleerde kennisleemten kunnen via praktijkonderzoek worden gevuld.
Samenvatting onderzoek: Inventarisatie van dichtheden van kreeften op zowel bestorte als niet recentelijk bestorte vooroevers in de Oosterschelde
Tangelder, M. ; Goudswaard, P.C. - \ 2015
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES (samenvatting) C120/15 samenvatting) - 3 p.
monitoring - hoogwaterbeheersing - dijken - oevers - homarus gammarus - populatiedichtheid - oosterschelde - populatie-ecologie - flood control - dykes - shores - population density - eastern scheldt - population ecology
Om de veiligheid tegen overstromingen te kunnen blijven waarborgen versterkt Rijkswaterstaat de vooroevers van de dijken door vooroever bestortingen uit te voeren met staalslakken, breuksteen en zeegrind. De bestortingen hebben gevolgen voor het plaatselijke bodemleven. In de lopende monitoring wordt onderzoek gedaan naar mogelijke gevolgen van bestorten van vooroevers op hard en zacht substraat gemeenschappen. Echter, effecten op mobiele organismen zoals kreeften zijn onbekend. Rijkswaterstaat heeft IMARES gevraagd om een onderzoek uit te voeren waarmee meer inzicht verkregen kan worden in kreeft aantallen, schaallengte en verhouding tussen vangst en discard, op zowel verdedigde vooroevers (oevers met bestorting) en niet verstoorde vooroevers (oevers waar niet recentelijk een bestorting is uitgevoerd).
Monitoring vooroeververdediging Oosterschelde en Westerschelde 2014
Tangelder, M. ; Heuvel-Greve, M.J. van den; Kluijver, M. de; Glorius, S.T. ; Jansen, H.M. - \ 2015
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES C102/15) - 141
oeverbescherming van rivieren - dijken - steenwerk - staal - aquatische ecosystemen - biota - metalen - ecotoxicologie - oosterschelde - westerschelde - nederland - riverbank protection - dykes - stonework - steel - aquatic ecosystems - metals - ecotoxicology - eastern scheldt - western scheldt - netherlands
Rijkswaterstaat bestort de vooroevers voor de dijken in de Ooster- en Westerschelde om de waterveiligheid te kunnen blijven waarborgen. Voor deze bestortingen wordt gebruik gemaakt van staalslakken, breukstenen en zeegrind. Om de gevolgen van het bestorten voor het plaatselijke onderwaterleven inzichtelijk te maken wordt monitoring uitgevoerd door IMARES in opdracht van Rijkswaterstaat. Hierbij wordt onderzoek gedaan naar hard substraat soorten (planten en dieren gevestigd op de harde oever), zacht substraat soorten (dieren die in het sediment op de vooroever leven) en mogelijke uitloging van zware metalen vanuit de vooroeverbestorting naar planten en dieren
Greening flood protection in the Netherlands : a knowledge arrangement approach
Janssen, S.K.H. - \ 2015
Wageningen University. Promotor(en): Arthur Mol; Jan van Tatenhove, co-promotor(en): H.S. Otter. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462573345 - 200
hoogwaterbeheersing - dijken - natuurtechniek - zandsuppletie - innovaties - governance - zuid-holland - afsluitdijk - ijsselmeer - nederland - flood control - dykes - ecological engineering - sand suppletion - innovations - lake ijssel - netherlands
Vergroening van kustverdediging (VGK) is een nieuwe trend in waterveiligheidsbeleid. In plaats van harde constructies voor de bescherming tegen overstromingen, worden zachte en meer natuurvriendelijke oplossingen ontwikkeld om golven te dempen, erosie tegen te gaan en sedimentatie processen te ondersteunen. Toch is het realiseren van vergroening in nationale en internationale waterveiligheidsprojecten allesbehalve vanzelfsprekend. Kennis is een essentieel onderdeel van VGK besluitvorming, maar daar is tot nu toe weinig aandacht aan besteed. Het doel van deze studie is daarom zowel het vergroten van inzicht in kennis in VGK besluitvorming als het verbeteren van kennis om VGK in waterveiligheidsprojecten mogelijk te maken. Aan de hand van bestaande projecten is deze studie beschreven. Zijnde zandmotor, Afsluitdijk en Markermeerdijken.
Natuurlijk Kapitaal Nederland pilots Waterveiligheid : ecosysteemdiensten in de praktijk van het Deltaprogramma
Meulen, S. van der; Kwakernaak, C. ; Bos, M. - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2653) - 20
ecosysteemdiensten - hoogwaterbeheersing - regionale planning - dijken - groningen - eems-dollard - ecosystem services - flood control - regional planning - dykes
Doel van dit project is om aan de hand van twee pilots te bepalen wat de mogelijke economische en ecologische meerwaarde is van natuurinclusieve oplossingen voor waterveiligheidsopgaven uit het Deltaprogramma. Daarnaast is het doel om te toetsen of en hoe die meerwaarde een rol speelt in de praktijk van het keuzeproces. Voor de pilot in het Rivierengebied is gekozen voor nadere uitwerking van ecosysteemdiensten en natuurwaarden bij enkele alternatieven voor een hoogwatergeul langs de Waal bij Varik – Heesselt. Voor het Waddengebied zijn verschillende invullingen van een innovatief dijkconcept voor het dijktracé tussen de Eemshaven en Delfzijl nader uitgewerkt op hun perspectieven voor ecosysteemdiensten en versterking van de biodiversiteit. De werkzaamheden zijn in nauwe afstemming met betrokkenen in de beide gebiedsprocessen uitgevoerd.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.