Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 126

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Dirksen
Check title to add to marked list
Een onverwachte concentratie van Zwarte Zee-eenden in de Hollandse kustzone in een gebied met hoge dichtheden van geschikte schelpdieren
Fijn, R.C. ; Leopold, M.F. ; Dirksen, Sjoerd ; Arts, Floor ; Asch, M. van; Baptist, M.J. ; Craeymeersch, J.A.M. ; Engels, Bas ; Horssen, Peter van; Jong, Job de; Perdon, K.J. ; Zee, Els M. van der; Ham, N. - \ 2017
Limosa 90 (2017)3. - ISSN 0024-3620 - p. 97 - 117.
Een onverwachte concentratie van Zwarte Zee-eenden in de Hollandse kustzone in een gebied met hoge dichtheden van geschikte schelpdieren De winterverspreiding van Zwarte Zee-eenden in Nederland concentreerde zich in de afgelopen jaren ten noorden van de oostelijke Waddeneilanden
en in mindere mate in de Voordelta. In sommige jaren verblijven echter grote groepen op andere plaatsen. In de voorjaren van 2013 en 2014 doken ineens grote aantallen Zwarte Zee-eenden op voor de kust van Texel en in de winter van
2015/16 meldden zeetrektellers ongekend grote aantallen voor de kust van Camperduin, een locatie waar in de tweede helft van de vorige eeuw ook wel eens grote aantallen werden gezien. In deze studie is gekeken in hoeverre het plotseling verschijnen van grote aantallen Zwarte Zee-eenden bij Camperduin in 2015/16 kan worden verklaard door het aanwezige voedsel in de zeebodem
aldaar.
Bedrijvenloket Wageningen UR, De Groene Helpdesk Wageningen UR, Positionering loket na afronding WUR-brede pilotfase
Knoppersen-de Jong, S.D.H. ; Dirksen, J. ; Koning, I.M. - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR - 17 p.
Projectplan De Groene Helpdesk, Vervolgstappen t.a.v. financiering na WUR-brede pilotfase
Knoppersen-de Jong, S.D.H. ; Dirksen, J. ; Koning, I.M. - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR - 6 p.
Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer
Schooten, Herman van; Dirksen, Hans - \ 2013
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research - 8
Bouwen aan een betere balans: Een analyse van bedrijfstijlen in de melkveehouderij
Dirksen, H. ; Klever, M. ; Broekhuizen, R.E. van; Ploeg, J.D. van der; Oostindië, H.A. - \ 2013
Bouwen aan een betere balans : Een analyse van bedrijfsstijlen in de melkveehouderij
Dirksen, H. ; Klever, M. ; Broekhuizen, R.E. van; Ploeg, J.D. van der; Oostindië, H.A. - \ 2013
Beusichem : RSO en DSM - 36 p.
Assessment 2012 Alterra, klantenonderzoek
Boonstra, F. ; Arnouts, R.C.M. ; Dirksen, J. ; Fontein, R.J. ; Knoppersen, S. ; Laros, I. ; Nieuwenhuizen, W. - \ 2012
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR - 44
milieubescherming - natuurbescherming - wetenschappelijk onderzoek - kennisoverdracht - inventarisaties - environmental protection - nature conservation - scientific research - knowledge transfer - inventories
Klanten van Alterra oordelen positief over de relatie met Alterra en de bruikbaarheid van het Alterra-onderzoek van de afgelopen vijf jaar. Ze gebruiken onderzoeksresultaten instrumenteel, conceptueel, strategisch en relationeel. Verbeterpunten voor Alterra liggen op het vlak van meer interne en externe samenwerking, het versterken van de politiek-bestuurlijke gevoeligheid van de onderzoekers en projectmatig werken. Ook roepen klanten Alterra op kritisch te blijven op de inhoudelijke kwaliteit van het onderzoek. Kansen zien zij in nieuwe rollen van onderzoekers zoals die van actie-onderzoeker en kennismakelaar.
The use of wildlife overpasses for outdoor recreation
Pouwels, R. ; Grift, E.A. van der; Dirksen, J. ; Ottburg, F.G.W.A. - \ 2012
In: Proceedings of the 6th International Conference on Monitoring and Management of Visitors in Recreational and Protected Areas, 21-24 August 2012, Stockholm, Sweden. - Stockholm, Sweden : Friluftsliv i förändring - ISBN 9789187103292 - p. 104 - 105.
Advies ontsnippering Merwedezone voor bever en otter
Grift, E.A. van der; Dirksen, J. ; Eupen, M. van; Jansman, H.A.H. - \ 2011
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2146) - 56
lutra lutra - castor - wildpassages - habitatverbindingszones - ecologische hoofdstructuur - habitatfragmentatie - zuid-holland - biesbosch - wildlife passages - habitat corridors - ecological network - habitat fragmentation
In opdracht van de provincie Zuid-Holland is onderzocht op welke plek het beste een ecologische verbinding voor Bever en Otter tussen Biesbosch en Alblasserwaard kan worden gerealiseerd. Deze verbinding maakt deel uit van de plannen voor een ‘Groene Ruggengraat’ tussen Biesbosch en Gooimeer. De studie geeft richtlijnen voor het ontwerp en de inrichting van de ecologische verbinding en de benodigde faunapassages bij kruisende infrastructuur. Tevens zijn de kosten van alle benodigde maatregelen globaal in beeld gebracht.
Recreatief medegebruik van ecoducten : effecten op het functioneren als faunapassage
Grift, E.A. van der; Dirksen, J. ; Ottburg, F.G.W.A. ; Pouwels, R. - \ 2010
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2097) - 130
wildpassages - meervoudig landgebruik - landinrichting - openluchtrecreatie - landschap - kwaliteit - wildlife passages - multiple land use - land development - outdoor recreation - landscape - quality
In opdracht van het ministerie van LNV is door Alterra onderzoek gedaan naar de effecten van recreatief medegebruik van ecoducten op het ecologisch functioneren van deze ontsnipperende maatregelen. Het onderzoek laat zien dat recreatief medegebruik van een ecoduct voor veel algemeen voorkomende soorten niet leidt tot onverwacht lage gebruiksfrequenties en geen of slechts een beperkt effect heeft op het tijdstip en de manier waarop de ecoducten worden gebruikt, mits het ecoduct voldoende breed is en het ecoduct zorgvuldig is ingericht. Op basis van het onderzoek (aan natuurbrug Crailoo en Slabroek) zijn richtlijnen geformuleerd voor de besluitvorming over het al dan niet openstellen van ecoducten voor recreanten. Tevens zijn richtlijnen opgesteld waaraan het ontwerp en de inrichting van een ecoduct minimaal moet voldoen om recreatief medegebruik mogelijk te maken. Het onderzoek signaleert kennisleemten en doet aanbevelingen voor verder onderzoek.
Collision risk of birds with modern large wind turbines
Krijgsveld, K.L. ; Akershoek, K. ; Schenk, F. ; Dijk, F. van; Dirksen, J. - \ 2009
Ardea 97 (2009)3. - ISSN 0373-2266 - p. 357 - 366.
We studied collision rate of birds with modern, large 1.65 MW wind turbines in three wind farms in The Netherlands during three months in autumn and winter. Collision rate, after correction for retrieval and disappearance rate, was 0.08 birds per turbine per day on average (range 0.05-0.19). Collision risk, i.e. the number of victims relative to the flight intensity of birds at the wind farms, was 0.14% on average. For nocturnal migrants, risk was as low as 0.01%, while the risk was 0.16% for local birds flying at night. In absolute numbers, the overall collision risk was similar to the 0.06-0.28% found for earlier-generation lower turbines that have a smaller rotor surface. However, given the comparatively large rotor surface and altitude range of the modern turbines, the risk was c. threefold lower than for smaller turbines. A large fraction of collision victims were diurnally active and local birds that were foraging in the area, rather than nocturnal migrants. Flight intensities of this group should be taken into account as well as that of nocturnal migrants, when calculating collision rate.
Winning van zand en klei: iedereen blij? : evaluatie Kwaliteitsteam en kwaliteitsadviezen ontgrondingen provincie Gelderland
Pleijte, M. ; Kersten, P.H. ; Dirksen, J. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1914) - 76
zandafgravingen - mijnbouw - afgegraven land - klei - regionaal beleid - kwaliteit - ruimtelijke ordening - nederland - gebiedsontwikkeling - ruimtelijke analyse - gelderland - sand pits - mining - mined land - clay - regional policy - quality - physical planning - netherlands - area development - spatial analysis
In het Zand- en kleiwinningsplan Gelderland kondigt de provincie de instelling van een Provinciaal Kwaliteitsteam Ontgrondingen aan, dat werkende weg een eigen methodiek zal ontwikkelen. Inmiddels bestaat dit kwaliteitsteam 3 jaar en heeft 16 adviezen uitgebracht. In dit rapport staat een evaluatie van de kwaliteit van de werkwijze en van de adviezen van het Provinciaal Kwaliteitsteam Ontgrondingen centraal. Geconcludeerd wordt dat de werkwijze en adviezen volstaan, maar dat zij verder kunnen worden geprofessionaliseerd. Dit rapport biedt handvatten aan de provincie om die professionalisering verder vorm te geven.
Actualisering doelsoorten en doelen Meerjarenprogrmma Ontsnippering
Grift, E.A. van der; Dirksen, J. ; Jansman, H.A.H. ; Kuipers, H. ; Wegman, R.M.A. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1941) - 72
fauna - migratie - infrastructuur - wegen - habitatverbindingszones - habitatfragmentatie - migration - infrastructure - roads - habitat corridors - habitat fragmentation
Belangrijk uitgangspunt bij dit MJPO onderzoek was te komen tot een goede evaluatie van de effectiviteit van dit ontsnipperingsprogramma. Het onderzoek richt zich specifiek op de vragen: wat zijn de doelsoorten voor ontsnippering; welke soorten zijn aan te wijzen per knelpunt; welke problemen van versnippering worden door de doelsoorten ervaren (?); welke doelen voor ontsnippering zijn er per doelsoort te formuleren
Het gebruik van natuurbrug zanderij Crailoo door mens en dier
Grift, E.A. van der; Ottburg, F.G.W.A. ; Dirksen, J. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1906) - 127
fauna - migratie - heidegebieden - monitoring - wildpassages - natuurgebieden - het gooi - migration - heathlands - wildlife passages - natural areas
In opdracht van Stichting Het Gooisch Natuurreservaat is in 2007-2008 het gebruik van Natuurbrug Zanderij Crailoo door mens en dier onderzocht. De natuurbrug vormt een schakel tussen bos-/heidegebieden in het Gooi en is ook voor recreanten toegankelijk. Alle middelgrote en grote zoogdiersoorten die tijdens het onderzoek in de omgeving van de natuurbrug zijn geregistreerd, zijn ook op de natuurbrug aangetroffen. Daarnaast zijn op de natuurbrug zes soorten amfibieën en twee soorten reptielen geregistreerd. De amfibieën zijn in de hoogste aantallen gevonden rond de op de natuurbrug aangelegde poelen en op plaatsen met dekking-biedende begroeiingen. De reptielen, hoewel nog beperkt in aantal, zijn zowel in de heischrale vegetaties op het zuidelijk deel van de natuurbrug aangetroffen als in de zone met struweel en ruigten. De mens maakt in grote aantallen gebruik van het fiets-/voetpad en ruiterpad. Op basis van de bevindingen van het onderzoek zijn aanbevelingen uitgewerkt voor inrichting en beheer van de natuurbrug.
Advies ontsnippering van de Natte As in het Hunzedal bij de kruising met de N33
Grift, E.A. van der; Sluis, T. van der; Dirksen, J. ; Epe, M.J. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1801) - 50
fauna - wildpassages - habitatfragmentatie - habitatverbindingszones - drenthe - wildlife passages - habitat fragmentation - habitat corridors
In opdracht van het Ministerie van LNV en in samenwerking met de Provincie Drenthe is een advies opgesteld voor maatregelen die de barrièrewerking van de N33 voor flora en fauna mitigeren ter hoogte van de kruising met de Hunze. Het Hunzedal maakt deel uit van de Natte As en is aangewezen als Robuuste Verbindingszone. Dit advies sluit aan bij deze ambitie voor een robuuste ecologische corridor, waarin niet alleen mobiele diersoorten maar ook weinig mobiele dieren en planten een geschikte leefomgeving en migratieroute moeten vinden. Waar mogelijk zijn alternatieve oplossingen gepresenteerd en de mate waarin deze alternatieve oplossingen de gestelde natuurdoelen realiseren.
Advies Kennissysteem Natura 2000 : een centrale bibliotheek voor dosis-effectinformatie gebaseerd op zoekacties
Broekmeyer, M.E.A. ; Dirksen, J. ; Apeldoorn, R.C. van; Veen, M. van der - \ 2008
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1645) - 49
natuurbescherming - habitats - kennis - informatieontsluiting - vergunningen - kennissystemen - kennismanagement - natuurbeschermingsrecht - habitatrichtlijn - natura 2000 - Nederland - nature conservation - knowledge - information retrieval - permits - knowledge systems - knowledge management - nature conservation law - habitats directive - Netherlands
Dit document bevat een advies over het opzetten van een kennissysteem toegespitst op een centraal informatiesysteem over dosis-effect informatie. Een dergelijk systeem moet kennis over ontsluiten voor vergunnigsverleners en de opstellers van beheerplannen. Het advies is gebaseerd op een aantal zoekacties naar dergelijke informatie. Vergeleken zijn de bestanden: Alles over milieu, Google Scholar, CAB abstracts, Biological abstracts, Zoological records, Land Bodem Water
Prediction uncertainty of environmental change effects on temperate European biodiversity
Dormann, C. ; Schweiger, O. ; Arens, P.F.P. ; Augenstein, I. ; Aviron, S. ; Bailey, D. ; Baudry, J. ; Billeter, R. ; Bugter, R.J.F. ; Bukacek, R. ; Burel, F. ; Cerny, M. ; Cock, R. de; Blust, G. de; DeFilippi, R. ; Diekotter, T. ; Dirksen, J. ; Durka, W. ; Edwards, P.J. ; Frenzel, M. ; Hamersky, R. ; Hendrickx, F. ; Herzog, F. ; Klotz, S. ; Koolstra, B.J.H. ; Lausch, A. ; Coeur, D. Le; Liira, J. ; Maelfait, J.P. ; Opdam, P. ; Roubalova, M. ; Schermann, A. ; Schermann, N. ; Schmidt, T. ; Smulders, M.J.M. ; Speelmans, M. ; Simova, P. ; Verboom, J. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Zobel, M. - \ 2008
Ecology Letters 11 (2008)3. - ISSN 1461-023X - p. 235 - 244.
land-use intensity - climate-change - species richness - agricultural landscapes - extinction risk - cover data - models - distributions - communities - envelope
Observed patterns of species richness at landscape scale (gamma diversity) cannot always be attributed to a specific set of explanatory variables, but rather different alternative explanatory statistical models of similar quality may exist. Therefore predictions of the effects of environmental change (such as in climate or land cover) on biodiversity may differ considerably, depending on the chosen set of explanatory variables. Here we use multimodel prediction to evaluate effects of climate, land-use intensity and landscape structure on species richness in each of seven groups of organisms (plants, birds, spiders, wild bees, ground beetles, true bugs and hoverflies) in temperate Europe. We contrast this approach with traditional best-model predictions, which we show, using cross-validation, to have inferior prediction accuracy. Multimodel inference changed the importance of some environmental variables in comparison with the best model, and accordingly gave deviating predictions for environmental change effects. Overall, prediction uncertainty for the multimodel approach was only slightly higher than that of the best model, and absolute changes in predicted species richness were also comparable. Richness predictions varied generally more for the impact of climate change than for land-use change at the coarse scale of our study. Overall, our study indicates that the uncertainty introduced to environmental change predictions through uncertainty in model selection both qualitatively and quantitatively affects species richness projections.
Indicators for biodiversity in agricultural landscapes: a pan-European study
Billeter, R. ; Liira, J. ; Bailey, D. ; Bugter, R.J.F. ; Arens, P.F.P. ; Augenstein, I. ; Aviron, S. ; Baudry, J. ; Bukacek, R. ; Burel, F. ; Cerny, M. ; Blust, G. de; Cock, R. de; Diekotter, T. ; Dietz, H. ; Dirksen, J. ; Dormann, C. ; Durka, W. ; Frenzel, M. ; Hamersky, R. ; Hendrickx, F. ; Herzog, F. ; Klotz, S. ; Koolstra, B.J.H. ; Lausch, A. ; Coeur, D. Le; Maelfait, J.P. ; Opdam, P. ; Roubalova, M. ; Schermann, A. ; Schermann, N. ; Schmidt, T. ; Schweiger, O. ; Smulders, M.J.M. ; Speelmans, M. ; Simova, P. ; Verboom, J. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Zobel, M. ; Edwards, P.J. - \ 2008
Journal of Applied Ecology 45 (2008)1. - ISSN 0021-8901 - p. 141 - 150.
agri-environment schemes - species-richness - land-use - boundary vegetation - ecosystem service - plant diversity - conservation - communities - birds - scale
1. In many European agricultural landscapes, species richness is declining considerably. Studies performed at a very large spatial scale are helpful in understanding the reasons for this decline and as a basis for guiding policy. In a unique, large-scale study of 25 agricultural landscapes in seven European countries, we investigated relationships between species richness in several taxa, and the links between biodiversity and landscape structure and management. 2. We estimated the total species richness of vascular plants, birds and five arthropod groups in each 16-km2 landscape, and recorded various measures of both landscape structure and intensity of agricultural land use. We studied correlations between taxonomic groups and the effects of landscape and land-use parameters on the number of species in different taxonomic groups. Our statistical approach also accounted for regional variation in species richness unrelated to landscape or land-use factors. 3. The results reveal strong geographical trends in species richness in all taxonomic groups. No single species group emerged as a good predictor of all other species groups. Species richness of all groups increased with the area of semi-natural habitats in the landscape. Species richness of birds and vascular plants was negatively associated with fertilizer use. 4. Synthesis and applications. We conclude that indicator taxa are unlikely to provide an effective means of predicting biodiversity at a large spatial scale, especially where there is large biogeographical variation in species richness. However, a small list of landscape and land-use parameters can be used in agricultural landscapes to infer large-scale patterns of species richness. Our results suggest that to halt the loss of biodiversity in these landscapes, it is important to preserve and, if possible, increase the area of semi-natural habitat.
Plant functional group composition and large-scale species richness in European agricultural landscapes
Liira, J. ; Schmidt, T. ; Aavik, T. ; Arens, P.F.P. ; Augenstein, I. ; Bailey, D. ; Billeter, R. ; Bukacek, R. ; Burel, F. ; Blust, G. de; Cock, R. de; Dirksen, J. ; Edwards, P.J. ; Hamersky, R. ; Herzog, F. ; Klotz, S. ; Kuhn, I. ; Coeur, D. Le; Miklova, P. ; Roubalova, M. ; Schweiger, O. ; Smulders, M.J.M. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Bugter, R.J.F. ; Zobel, M. - \ 2008
Journal of Vegetation Science 19 (2008)1. - ISSN 1100-9233 - p. 3 - 14.
habitat fragmentation - boundary vegetation - grassland plants - biodiversity - traits - conservation - connectivity - diversity - land - area
Question: Which are the plant functional groups responding most clearly to agricultural disturbances? Which are the relative roles of habitat availability, landscape configuration and agricultural land use intensity in affecting the functional composition and diversity of vascular plants in agricultural landscapes? Location: 25 agricultural landscape areas in seven European countries. Methods: We examined the plant species richness and abundance in 4 km x 4 km landscape study sites. The plant functional group classification was derived from the BIOLFLOR database. Factorial decomposition of functional groups was applied. Results: Natural habitat availability and low land use intensity supported the abundance and richness of perennials, sedges, pteridophytes and high nature quality indicator species. The abundance of clonal species, C and S strategists was also correlated with habitat area. An increasing density of field edges explained a decrease in richness of high nature quality species and an increase in richness of annual graminoids. Intensive agriculture enhanced the richness of annuals and low nature quality species. Conclusions: Habitat patch availability and habitat quality are the main drivers of functional group composition and plant species richness in European agricultural landscapes. Linear elements do not compensate for the loss of habitats, as they mostly support disturbance tolerant generalist species. In order to conserve vascular plant species diversity in agricultural landscapes, the protection and enlargement of existing patches of ( semi-) natural habitats appears to be more effective than relying on the rescue effect of linear elements. This should be done in combination with appropriate agricultural management techniques to limit the effect of agrochemicals to the fields.
Ecologische toetsing natuurverbinding Naardermeer-Gooimeer
Dirksen, J. ; Grift, E.A. van der - \ 2007
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1507) - 55
regionale planning - infrastructuur - ecologische hoofdstructuur - habitatverbindingszones - habitatfragmentatie - randmeren - vechtstreek - regional planning - infrastructure - ecological network - habitat corridors - habitat fragmentation
In opdracht van de Provincie Noord-Holland is een ruimtelijke verkenning naar de robuuste verbindingszone Natte As door de Vechtstreek uitgevoerd. Het advies richt zich op het toetsen van de verwachte ecologische effectiviteit van de conceptplannen, gebaseerd op het door de Provincie Noord-Holland ontwikkelde ‘Vingermodel’.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.