Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 51

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Doorduin
Check title to add to marked list
Enemies lost: parallel evolution in structural defense and tolerance to herbivory of invasive Jacobaea vulgaris
Lin, T. ; Doorduin, L. ; Temme, A. ; Pons, T.L. ; Lamers, G.E.M. ; Anten, N.P.R. ; Vrieling, K. - \ 2015
Biological Invasions 17 (2015)8. - ISSN 1387-3547 - p. 2339 - 2355.
nitrogen-use efficiency - increased competitive ability - leaf construction cost - pyrrolizidine alkaloids - senecio-jacobaea - united-states - generalist herbivores - biomass allocation - biological-control - sapium-sebiferum
According to the Shifting Defense Hypothesis, invasive plants should trade-off their costly quantitative defense to cheaper qualitative defense and growth due to the lack of natural specialist enemies and the presence of generalist enemies in the introduced areas. Several studies showed that plant genotypes from the invasive areas had a better qualitative defense than genotypes from the native area but only a few studies have focused on the quantitative defenses and tolerance ability. We compared structural defenses, tolerance and growth between invasive and native plant populations from different continents using the model plant Jacobaea vulgaris. We examined several microscopical structure traits, toughness, amount of cell wall proteins, growth and root-shoot ratio, which is a proxy for tolerance. The results show that invasive Jacobaea vulgaris have thinner leaves, lower leaf mass area, lower leaf cell wall protein contents and a lower root-shoot ratio than native genotypes. It indicates that invasive genotypes have poorer structural defense and tolerance to herbivory but potentially higher growth compared to native genotypes. These findings are in line with the Evolution of Increased Competitive Ability hypothesis and Shifting Defense Hypothesis. We also show that the invasiveness of this species in three geographically separated regions is consistently associated with the loss of parts of its quantitative defense and tolerance ability. The simultaneous change in quantitative defense and tolerance of the same magnitude and direction in the three nvasive regions can be explained by parallel evolution. We argue that such parallel evolution might be attributed to the absence of natural enemies rather than adaptation to local abiotic factors, since climate conditions among these three regions were different. Understanding such evolutionary changes helps to understand why plant species become invasive and might be important for biological control.
Verdere optimalisering belichting bij komkommer : onderzoek 2004-2005
Janse, J. ; Paassen, R.A.F. van; Doorduin, J.C. - \ 2005
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Glastuinbouw - 45
cucumis sativus - komkommers - aanvullend licht - kunstmatige verlichting - kassen - nederland - glastuinbouw - cucumbers - supplementary light - artificial lighting - greenhouses - netherlands - greenhouse horticulture
In het seizoen 2004-2005 is het belichtingsonderzoek op het Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO Glastuinbouw) voortgezet. Er is hierbij gewerkt aan een verdere optimalisering van de belichting bij komkommers. In het onderzoek is gekeken naar het effect van verschillende aanschakeltijdstippen van de lampen, belichtingswijzen, stengeldichtheden en plantbelastingen. De eerste teelt startte eind oktober en de tweede teelt half februari en liep tot eind mei.
Abortie bij courgette
Janse, J. ; Limburg, W. ; Doorduin, J.C. - \ 2005
Naaldwijk : PPO GTB (Rapporten PPO GTB ) - 27
cucurbita pepo - courgettes - abortie (planten) - abnormale ontwikkeling - plantenontwikkeling - plantenfysiologie - glastuinbouw - marrows - abortion (plants) - abnormal development - plant development - plant physiology - greenhouse horticulture
Bij courgette kan abortie van bloemen (geeltjes) en vruchtjes (zwartjes) een groot probleem vormen. Soms worden wel 30% van de bloemen en vruchtjes geaborteerd. Dit kost productie en extra arbeid, omdat geaborteerde vruchtjes moeten worden verwijderd. In 2005 is door PPO Glastuinbouw een onderzoek uitgevoerd om te proberen aanknopingspunten te vinden voor het ontstaan van abortie en dit via teeltmaatregelen trachten tegen te gaan. Het onderzoek is gefinancierd door het Productschap Tuinbouw. De proef vond plaats in twee afdelingen, waarbij naast een standaardklimaat gewerkt werd met een voornachtverlaging. Binnen de afdelingen lagen er behandelingen met twee plantdichtheden (1,2 en 1,5 planten/m2). Naast een behandeling zonder bladplukken, was er ook een behandeling waarin via het verwijderen van de oudste bladeren gestreefd werd naar een optimale LAI. De teelt duurde van week 3 tot en met week 23.
Cultuurkoken Amaryllis: - effecten warmwaterbehandelingen - de technische uitvoerbaarheid van cultuurkoken in een substraatbed
Stapel, L.H.M. ; Doorduin, J.C. ; Amsing, J.J. ; Weel, P.A. van; Warmenhoven, M.G. - \ 2005
Aalsmeer : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. (Rapporten PPO ) - 37
amaryllis - potplanten - bloembollen - warmtebehandeling - nederland - pot plants - ornamental bulbs - heat treatment - netherlands
Grenzen warmwaterbehandeling amaryllisbollen
Stapel, L.H.M. ; Doorduin, J.C. ; Warmenhoven, M.G. ; Weel, P.A. van - \ 2005
Vakblad voor de Bloemisterij 60 (2005)23. - ISSN 0042-2223 - p. 38 - 39.
bloembollen - amaryllis - nematoda - gewasbescherming - heetwaterbehandeling - temperatuur - effecten - geïntegreerde plagenbestrijding - landbouwkundig onderzoek - nematodenbestrijding - ornamental bulbs - plant protection - hot water treatment - temperature - effects - integrated pest management - agricultural research - nematode control
Om meer dan 95% van de wortellesie-aaltjes te doden met een warmwaterbehandeling, moet deze bij een watertemperatuur van 42 graden Celsius minimaal drie uur duren. Bij watertemperaturen tussen 43,5 en 46,5 graden Celsius volstaat minimaal twee uur en bij 48 en 50 graden Celsius één uur. Bij deze temperaturen kan een te lange behandelingsduur schade geven. Het 'cultuurkoken' van amaryllisbollen is technisch nu nog moeilijk uitvoerbaar
Grenzen warmwaterbehandelingen bepaald
Stapel, L.H.M. ; Doorduin, J.C. - \ 2005
BloembollenVisie (2005)65. - ISSN 1571-5558 - p. 20 - 21.
bloembollen - hippeastrum - amaryllis - heetwaterbehandeling - steriliseren - nematoda - nematodenbestrijding - gewasbescherming - proefopzet - landbouwkundig onderzoek - ornamental bulbs - hot water treatment - sterilizing - nematode control - plant protection - experimental design - agricultural research
In de (bloemen) teelt van Hippeastrum of amaryllis kan aantasting door de wortellesieaaltjes Pratylenchus penetrans en/of P.scribneri een groot probleem zijn. Niet alleen in de volle grond, maar ook in substraten. Het 'koken' van de bollen is niet altijd voor 100% effectief. Daarnaast zijn de mogelijkheden voor chemische bestrijding tijdens de teelt beperkt
Energiebesparing amaryllis (Hippeastrum): teeltonderzoek naar toepassing temperatuurintegratie en verlaagde kastemperatuur bij verschillende substraattemperaturen
Baas, R. ; Doorduin, J. ; Kromwijk, A. - \ 2004
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. (Rapport PPO ) - 36
hippeastrum - amaryllis - bloembollen - kassen - teelt onder bescherming - nederland - energiebesparing - ornamental bulbs - greenhouses - protected cultivation - netherlands - energy saving
Effect minerale samenstelling van bodem en plant op de expressie van bladnecrose bij Freesia
Doorduin, J.C. ; Bos, A.L. van den - \ 2003
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector Glastuinbouw - 27
freesia - necrose - plantenziektebestrijding - snijbloemen - glastuinbouw - nederland - necrosis - plant disease control - cut flowers - greenhouse horticulture - netherlands
Freesiatelers veronderstellen een relatie tussen de voedingstoestand in de grond, de minerale samenstelling van de plant en de expressie van bladnecrose bij freesia. Op verzoek van de Landelijke Freesiacommissie van LTO is een inventarisatie uitgevoerd op ‘gezonde’ en ‘necrose’ bedrijven naar de expressie van bladnecrose in relatie tot de minerale samenstelling van de plant. Dit inventarisatieonderzoek is gefinancierd door het Productschap Tuinbouw. Gedurende twee teeltjaren is bij de deelnemende praktijkbedrijven bij een aantal rassen met en zonder bladnecrosesymptomen de minerale samenstelling van blad en knol geanalyseerd. Ook zijn er grondmonsters genomen op het moment van gewasbemonstering. In beide teeltjaren werd bij hoofd- en sporenelementen een grote spreiding gevonden, zowel binnen de groep gezond als necrose. De niveaus tussen gezond en ziek verschilden niet. Op grond van de gedane waarnemingen kan worden geconcludeerd dat de voedingstoestand in de grond en de niveaus van de elementen in de plant niet van invloed zijn op de expressie van bladnecrose bij freesia. De veronderstelling vanuit de praktijk kon niet worden bevestigd.
Bolpreparatie van amaryllis (Hippeastrum) voor de verre markt: Behandeling voor droogverkoop voor de USA en Japan
Doorduin, J.C. - \ 2003
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector Glastuinbouw (Rapporten PPO ) - 31
hippeastrum - bloembollen - ornamental bulbs
Voor de droogverkoop van amaryllisbollen naar verre bestemmingen als de USA en Japan is voor elk afzonderlijk land onderzoek gedaan naar goede bolbehandelingen. De eis is dat bollen tijdens een zo lang mogelijke uitstalperiode (van enkele tot 8 à 10 weken) in het grootwinkelbedrijf niet te ver mogen spruiten en daarna bij de consument de bol goed in bloei komt. Na een preparatie behandeling variërend van 2 tot 12 weken 13°C waren er geen problemen met voortijdige bolspruiting. Dit ontstond pas tijdens de uitstalperiode bij 23°C. Voor een lange uitstalperiode moeten de bollen minimaal een korte periode worden geprepareerd bij 13°C, rasafhankelijk 2 tot 4 weken. Dan nog variëren de grenzen van de uitstalperiode rasafhankelijk tot maximaal 4 à 8 weken. Verkorting van de totale preparatie- en uitstalduur verlengt evenredig de trekduur en geeft kwalitatief een wat mindere plantopbouw. Voor de Japan proef is, in tegenstelling tot wat gebruikelijk is, gestart met een rustbehandeling bij 5°C, al dan niet gevolgd door preparatie bij 13°C en geëindigd met een uitstaltemperatuur van maximaal 4 weken bij 23°C. Vóór de start van de uitstalfase waren er geen problemen met voortijdige bolspruiting. Dit ontstond pas tijdens de uitstalperiode bij 23°C. Bij de temperatuurcombinatie met 13°C had deze temperatuur een sterker effect op te snel spruiten van de bollen tijdens de uitstalfase dan de 5°C. Tot 12 weken 5°C direct gevolg door de uitstaltemperatuur gaf geen problemen met te snelspruiten van de bollen. Omdat de bollen niet meer dan 4 weken zijn uitgestald kan geen uitspraak worden gedaan over langere uitstalduur na 5°C. In zijn algemeen geldt dat het oprekken van de aanbied- cq uitstalperiode met enkele weken mogelijk is bij een lagere uitstaltemperatuur, van 14 à 18°C of dat de schappen periodiek worden aangevuld met bollen vanuit een bewaarruimte met lage temperaturen. Dit blijkt echter bij veel grote retailers niet mogelijk te zijn. De in beide onderzoeken gevonden behandelingen met een te snelle knopspruiting zijn uitstekend geschikt voor de professionele pottenbroeier. Een screening van het belangrijkste sortiment ter ondersteuning van de afzet is meer noodzakelijk dan een ideale wens. Veredelaars doen er goed aan dit bij de selectiecriteria op te nemen en in een vroeg stadium de uitstalmogelijkheden voor potentiële droogverkooprassen te testen.
Terugdringen van koprot bij amaryllis (Hippeastrum) m.b.v. watergeefsysteem: Resultaten onderzoek 1999-2001
Doorduin, J.C. ; Engelaan, L.Th. - \ 2003
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. (Rapporten PPO GT 13068) - 20
hippeastrum - plantenziekten - plant diseases
Boltemperatuurbehandeling tijdens de strekkingsinductieperiode bij amaryllis (Hippeastrum) : eindrapport
Bartels-Schouten, C.A.M. ; Doorduin, J.C. - \ 2002
Horst : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector Glastuinbouw (PPO 548) - 31
hippeastrum - amaryllis - bloembollen - koelen - ornamental bulbs - cooling
Bij de bloementeelt van amaryllis wordt het grootste deel van het areaal niet meer elk jaar gerooid. De noodzakelijke koudebehandeling van de bol voor inductie van de knopstrekking wordt gegeven door middel van koeling van de kasgrond of het substraatbed waarin de bollen worden geteeld. Meestal wordt op basis van bewaring van gerooide bollen in de cel een periode van ca. 10 weken 13-15°C aangehouden. Dit is hoofdzakelijk gebaseerd op één ras. Er zijn aanwijzingen dat hiermee bij een aantal belangrijke rassen, en met name in een periode met hoge kastemperaturen, niet altijd het optimale resultaat wordt behaald. Het doel van het onderzoek dat beschreven wordt in deze publicatie, is meer inzicht verkrijgen in de optimale behandelingstemperatuur tijdens de koudeperiode van amaryllis. Onderzocht is wat het effect is van verschillende temperaturen op de kwaliteit, de uniformiteit van de bloei en de productie van snij-amaryllis en in hoeverre met een lagere energie-input kan worden volstaan
Optimalisatie knopaanleg bij freesia : voorjaarsbloei 2002
Doorduin, J.C. ; Heij, G. - \ 2002
Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector Glastuinbouw - 25 p.
freesia - bloembollen - snijbloemen - knoppen - plantenontwikkeling - lente - bloei - ornamental bulbs - cut flowers - buds - plant development - spring - flowering
Invloed substraat op het voorkomen van aaltjes bij amaryllis (Hippeatrum)
Doorduin, J.C. ; Amsing, J.J. - \ 2000
Naaldwijk : Proefstation voor de Bloemisterij en Glasgroente, vestiging Naaldwijk (Intern rapport / Proefstation voor de Bloemisterij en Glasgroente, vestiging Naaldwijk 221) - 15
Knopverdroging bij amaryllis (Hippeastrum) tijdens lange bewaring van 5°C
Doorduin, J.C. - \ 2000
Naaldwijk : Proefstation voor de Bloemisterij en Glasgroente, vestiging Naaldwijk (Intern rapport / Proefstation voor de Bloemisterij en Glasgroente, vestiging Naaldwijk 223) - 15
Jaarrond levering amaryllis (Hippeastrum) : bollenteelt voor de vroege pottenbroei
Doorduin, J.C. - \ 2000
Naaldwijk : Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente, Vestiging Naaldwijk (Rapport / Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente 280) - 27
hippeastrum - amaryllis - bloembollen - teelt - opslag - koudeopslag - cultuurmethoden - nederland - jaarrondproductie - ornamental bulbs - cultivation - storage - cold storage - cultural methods - netherlands - all-year-round production
Verbetering lichtefficiëntie door stadium-afhankelijke belcihting bij Freesia : mogelijkheden voor energiebesparing?
Doorduin, J.C. - \ 1999
Naaldwijk : Proefstation voor de Bloemisterij en Glasgroente, vestiging Naaldwijk (Intern verslag / Proefstation voor de Bloemisterij en Glasgroente, vestiging Naaldwijk 209) - 20
Lichtafhankelijke temperatuurverhoging bij belichte freesia
Doorduin, J.C. - \ 1998
Naaldwijk : Proefstation voor de Bloemisterij en Glasgroente, vestiging Naaldwijk (Intern verslag / Proefstation voor de Bloemisterij en Glasgroente, vestiging Naaldwijk 151) - 15
Een methode voor de objectieve meting van de stevigheid van freesiastelen
Kersten, M. ; Verkerke, W. ; Doorduin, J. - \ 1998
Naaldwijk : Proefstation voor de Bloemisterij en Glasgroente, vestiging Naaldwijk (Intern verslag / Proefstation voor de Bloemisterij en Glasgroente, vestiging Naaldwijk 129) - 22
Gebruikswaarde - onderzoek Hippeastrum 1993 - 1996
Ettema, J. ; Doorduin, J. - \ 1996
Naaldwijk : Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente (Rapport / Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente 66) - 41
sierplanten - rassen (planten) - cultivars - rassen (taxonomisch) - nederland - kwaliteit - ornamental plants - varieties - races - netherlands - quality
De veredeling van Hippeastrum (amaryllis) zorgt voor een geleidelijke vernieuwing van het sortiment. De opbouw van een partij plantmateriaal gaat langzaam en het duurt jaren voordat wat de waarde van een nieuw cultivar bekend is. Het gebruikswaarde-onderzoek is gericht op het beoordelen van cultivars op hun eigenschappen. Deze eigenschappen bepalen gezamenlijk de waarde van een cultivar voor de teelt, afzet en consument. In het drie jaar durende onderzoek wordt de eerste twee jaar de bolgroei vanuit de vermeerdering via snijstukjes bepaald. Het derde jaar wordt de snijbloem produktie bepaald. In dit verslag wordt het onderzoek beschreven en de waarneming en resultaten weergegeven. In dit verslag wordt de nederlandse naam amaryllis voor Hippeastrum gebruikt Het doel van dit onderzoek is het beoordelen van nieuwe amaryllis cultivars op geschiktheid voor bollen- en bloementeelt in vergelijking met het huidige sortiment.
Invloed van plantgoedbewaring van voorafgaande teelt op de bloemproduktie van amaryllis (Hippeastrum)
Doorduin, J. ; Kragten, C.A. - \ 1995
Naaldwijk : Proefstation voor Tuinbouw onder Glas (Intern verslag / Proefstation voor Tuinbouw onder Glas 7) - 13
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.