Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 227

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Grift
Check title to add to marked list
SPIMA - Spatial dynamics and strategic planning in metropolitan areas: Targeted Analysis : Final report
Grift-Simeonova, V.S. van der; Eupen, M. van; Clement, J. ; Baraggia, Andrea ; Grift, E.A. van der; Sandkjær Hanssen, Gro ; hofstad, Hege ; Tosics, I. ; Gerohazi, Eva - \ 2018
Luxembourg : ESPON - 87 p.
This Targeted Analysis activity is conducted within the framework of the ESPON 2020 Cooperation Programme, partly financed by the European Regional Development Fund.
The ESPON EGTC is the Single Beneficiary of the ESPON 2020 Cooperation Programme. The Single Operation within the programme is implemented by the ESPON EGTC and co-financed by the European Regional Development Fund, the EU Member States and the Partner States, Iceland, Liechtenstein, Norway and Switzerland.
This delivery does not necessarily reflect the opinion of the members of the ESPON 2020 Monitoring Committee.
SPIMA – Spatial dynamics and strategic planning in metropolitan areas: Targeted Analysis : Annex 2 to Final Report Profiles of the metropolitan areas
Grift-Simeonova, V.S. van der; Eupen, M. van; Clement, J. ; Baraggia, Andrea ; Grift, E.A. van der; Sandkjær Hanssen, Gro ; Hofstad, Hege ; Tosic, Ivan ; Gerohazi, Eva - \ 2018
Luxembourg : ESPON - 122 p.
This targeted analysis activity is conducted within the framework of the ESPON 2020 Cooperation Programme, partly financed by the European Regional Development Fund.
The ESPON EGTC is the Single Beneficiary of the ESPON 2020 Cooperation Programme. The Single Operation within the programme is implemented by the ESPON EGTC and co-financed by the European Regional Development Fund, the EU Member States and the Partner States, Iceland, Liechtenstein, Norway and Switzerland.
This delivery does not necessarily reflect the opinion of the members of the ESPON 2020 Monitoring Committee.
SPIMA – Spatial dynamics and strategic planning in metropolitan areas: Targeted Analysis : Annex 1 to Final Report Guidelines for metropolitan planning approach
Grift-Simeonova, V.S. van der; Eupen, M. van; Clement, J. ; Baraggia, Andrea ; Sandkjær Hanssen, Gro ; hofstad, Hege ; Tosic, Ivan ; Gerohazi, Eva - \ 2018
Luxembourg : ESPON - 39 p.
This targeted analysys activity is conducted within the framework of the ESPON 2020 Cooperation Programme, partly financed by the European Regional Development Fund.
The ESPON EGTC is the Single Beneficiary of the ESPON 2020 Cooperation Programme. The Single Operation within the programme is implemented by the ESPON EGTC and co-financed by the European Regional Development Fund, the EU Member States and the Partner States, Iceland, Liechtenstein, Norway and Switzerland.
This delivery does not necessarily reflect the opinion of the members of the ESPON 2020 Monitoring Committee.
SPIMA – Spatial dynamics and strategic planning in metropolitan areas: Targeted Analysis : Annex 3 to Final Report Figures, Maps and Tables
Grift-Simeonova, V.S. van der; Eupen, M. van; Clement, J. ; Baraggia, Andrea ; Sandkjær Hanssen, Gro ; Hofstad, Hege ; Tosic, Ivan ; Gerohazi, Eva - \ 2018
Luxembourg : ESPON - 90 p.
This targeted analysis activity is conducted within the framework of the ESPON 2020 Cooperation Programme, partly financed by the European Regional Development Fund.
The ESPON EGTC is the Single Beneficiary of the ESPON 2020 Cooperation Programme. The Single Operation within the programme is implemented by the ESPON EGTC and co-financed by the European Regional Development Fund, the EU Member States and the Partner States, Iceland, Liechtenstein, Norway and Switzerland.
This delivery does not necessarily reflect the opinion of the members of the ESPON 2020 Monitoring Committee.
Final Conference SPIMA Targeted Analysis
Grift-Simeonova, Vanya van der - \ 2018
Espon Spima
Monitoring beschermde natuurwaarden in relatie tot Buitenring Parkstad Limburg : Periode 2013-2016
Ottburg, F.G.W.A. ; Grift, E.A. van der; Wegman, R.M.A. ; Lammertsma, D.R. - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2807) - 63
De provincie Limburg realiseert samen met enkele gemeenten in Zuid-Limburg ‘Buitenring Parkstad Limburg’, van Kerkrade naar Heerlen. De aanleg van de Buitenring zal leiden tot een aanzienlijke verbetering van de aansluitingen op de (inter)nationaal en (inter)regionaal verbindende wegen. In relatie tot de verleende ontheffing Artikel 75c van de Flora- en Faunawet dient provincie Limburg de functionaliteit van de genomen mitigatiemaatregelen voor beschermde natuurwaarden in beeld te brengen. Evenals de verspreiding en populatieontwikkeling van de relevante diersoorten binnen en in de omgeving van het tracé. Voor de uitvoering van deze monitoring in de periode 2013-2016 heeft provincie Limburg Wageningen Environmental research (voorheen Alterra) opdracht verstrekt voor de monitoring van planten en de volgende faunasoorten dan wel groepen: das, amfibieën, reptielen, purperstreepparelmoervlinder, iepenpage, vliegend hert en juchtleerkever. De voorliggende rapportage betreft de monitoring van periode 2013-2016.
Recroduct Efteling : ecologische meerwaarde, doelen voor ontsnippering en advies voor ontwerp en positionering van een natuurbrug over de Midden-Brabantweg (N261)
Schotman, A.G.M. ; Lammertsma, D.R. ; Grift, E.A. van der - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2863) - 47
Samen kennis aanboren : Verkenning van kennis en opvattingen over ultradiepe geothermie
Smink, M. ; Broek, J. van den; Metze, T.A.P. ; Cuppen, E. ; Est, R. Van; Grift, Elisabeth van de; Waes, Arnoud van - \ 2017
Den Haag : Rathenau Institute - 93 p.
De Nederlandse regering ziet geothermie als een veelbelovende optie om ons land van duurzame warmte te voorzien en de afhankelijkheid van aardgas af te bouwen. Het belang van warmte in de energievoorziening is groot: ongeveer 38% van de primaire energieconsumptie bestaat uit de vraag naar warmte. In veel provincies en gemeenten worden de mogelijkheden voor deze technologie
verkend. Bij geothermie, ook wel aardwarmte genoemd, wordt heet water uit de diepe ondergrond omhoog gepompt en via een warmtewisselaar gebruikt als warmtebron voor huizen en tuinbouwkassen, voor de industrie of als bron voor elektriciteitsproductie. In juli 2017 telde Nederland veertien geothermieprojecten met een diepte van twee à drie km, alle in de glastuinbouw.

Green Deal Geothermie Brabant
In april 2016 sloten het ministerie van Economische Zaken, het ministerie van Infrastructuur en Milieu en 16 Brabantse partners de Green Deal Geothermie Brabant, met als doel versnelling van de ontwikkeling van geothermie in de provincie Noord-Brabant. De provincie is zich er terdege van bewust dat de ontwikkeling van geothermie alleen kans van slagen heeft als ze op voldoende
maatschappelijk draagvlak kan rekenen. De provincie wil hierover dan ook de dialoog aangaan met relevante maatschappelijke partijen. In dit verband heeft de provincie Noord-Brabant (i.h.b. het Cluster Natuur, Water en Milieu), het Rathenau Instituut verzocht een uitgebreide stakeholderanalyse over (ultra)diepe geothermie uit te voeren.

Ultradiepe geothermie
De focus van dit onderzoek ligt op ultradiepe geothermie. Er bestaan hoge verwachtingen over deze vorm van geothermie, die nog nieuw is in Nederland. TNO spreekt van ultradiepe geothermie als de bron dieper is dan 4 km en een temperatuur boven de 120°C levert. Door de hoge temperatuur is deze warmtebron bruikbaar voor de industrie. De restwarmte kan vervolgens
gebruikt worden door andere warmtevragers zoals glastuinbouw of woningen aangesloten op een warmtenet. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) 3 noemt ultradiepe geothermie zelfs als enige realistische optie voor grootschalige verduurzaming van de warmtevoorziening van de Nederlandse industrie.

Verkenning van kennis en opvattingen over ultradiepe geothermie
Het doel van deze verkenning is om de mogelijkheid en wenselijkheid van een maatschappelijke dialoog over ultradiepe geothermie in kaart te brengen. Aan de hand van interviews laat deze studie zien wat de betrokkenen verstaan onder ultradiepe geothermie, wat hun opvattingen zijn over ultradiepe geothermie, welke vragen zij erover hebben en hoe zij aankijken tegen een maatschappelijke dialoog over ultradiepe geothermie. In het najaar van 2016 en het voorjaar van 2017 zijn gesprekken gevoerd met 17 betrokken partijen van binnen en buiten de Green Deal Geothermie Brabant. Daarnaast schetst het rapport op basis van een literatuurstudie de stand van
zaken op het gebied van (ultra)diepe geothermie: ervaringen met geothermie, kansen en risico’s van (ultra)diepe geothermie en bestaande regelgeving.
Natura 2000 and spatial planning
Grift-Simeonova, V.S. van der; Bouwma, I.M. ; Grift, E.A. van der; Sunyer, Carlos ; Manteiga, Lola ; Külvik, Mart ; Suškevičs, Monika ; Dimitrov, S. ; Dimitrova, Ana - \ 2017
Brussel : DG Environment, European Commission - 124 p.
Natura 2000 - spatial planning - EU legislation - GIS - cross-border cooperation
Spatial planning which reconciles nature conservation with other policies' objectives can be a useful tool for implementing the EU nature legislation. However, a thorough exploration of the potential role of spatial planning and its instruments for the implementation of Natura 2000 has not yet been made either at EU or Member State level. In order to bridge this knowledge gap, this study provides an insight into the role and functions of spatial planning policies at EU and Member State level in relation to Natura 2000 and Nature Directives more generally. The key areas of analysis in this study are the notion and rationale of spatial planning, its instruments and governance processes, the mechanisms for integration of Natura 2000 in spatial planning processes and in sectoral policies, the EU-legal frameworks, cross border-cooperation and relevant spatial planning technologies.
Implementing ecological networks through the Red for Green approach in a densely populated country : Does it work?
Grift-Simeonova, Vanya van der; Achterberg, E. ; Grift, E.A. van der - \ 2017
Environment, Development and Sustainability (2017). - ISSN 1387-585X - 29 p.
Communicative planning - Ecological networks - Environmental policy integration - Nature conservation policy - Urban development

Regional and local governments in Europe are often challenged with establishing suitable institutional practices to meet ecological targets within urban spatial development plans and address the ultimate goal of the Environmental Policy Integration (EPI). EPI has been proliferated by the European policy as the operational principle to sustainable development. Yet it is necessary to develop and apply suitable approaches that allow achieving EPI within the policy implementation practices of the local and regional authorities. Particularly in the field of urban planning, such EPI approaches are needed to more firmly integrate ecological considerations in the land-use planning process and safeguard the sustainability of urban developments. This is the case when implementing key nature policy objectives such as the development of national ecological networks (NEN) aimed at protecting biodiversity, and in which multiple actors and sectorial interests are involved. Among European countries, the Netherlands has been a forerunner in NEN development and has applied innovative approaches such as the Red for Green approach (RGA). The RGA aims to integrate ecological issues (green) in urban developments (red) and establishes a communicative platform for the actors involved in the urban developments. This study assesses the unique experiences with the RGA in seven regional case studies, identifies its key success factors and reflects on its role as a communicative practice towards EPI. The study concludes that the RGA can be a suitable approach to integrating ecological network objectives in urban developments. However, RGA’s success depends on five factors, among which the two most important are the actors’ communication and development of a shared strategic vision on developments.

Ontsnipperingsplan N525 : advies voor het ontwerp en de positionering van een faunapassage
Grift, E.A. van der - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2823) - 49
bosfragmentatie - habitatfragmentatie - het gooi - vechtstreek - wildpassages - natuurreservaten - fauna - wildbeheer - forest fragmentation - habitat fragmentation - wildlife passages - nature reserves - wildlife management
De Hilversumseweg (N525), een provinciale weg tussen Hilversum en Laren, vormt een barrière tussen enkele grote bos- en heideterreinen in het centrale deel van het Gooi. Dit betreft aan de noordzijde van de weg de Bussummer- en Westerheide en aan de zuidzijde de Zuiderheide en het Laarder Wasmeer. In het programma Gooi en Vechtstreek van de provincie Noord-Holland is voorzien in het opstellen van een plan van aanpak voor ‘ontsnippering’ van deze verkeersweg. Een natuurverbinding bij de N525 moet het mogelijk maken dat diersoorten vrijelijk tussen de natuurgebieden aan weerszijden van de weg kunnen bewegen zonder het risico te lopen om te worden aangereden. In dit kader verkent de provincie Noord-Holland momenteel, in samenspraak met de gemeenten Hilversum en Laren en het Goois Natuurreservaat, nut en noodzaak van faunamaatregelen bij de N525. Het doel van onderhavig onderzoek is om het waarom, wat en waar van ontsnippering van de N525 te onderzoeken.
Natuurbrug Laarderhoogt en woningbouw op Crailo-Zuid : programma van eisen voor woningbouw nabij de Natuurbrug vanuit ecologisch perspectief
Grift, E.A. van der; Lammerstma, D.R. - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2799) - 31
habitatfragmentatie - natuur - kwaliteit - ecologische verstoring - woningbouw - habitatverbindingszones - wildpassages - noord-holland - habitat fragmentation - nature - quality - ecological disturbance - house building - habitat corridors - wildlife passages
Samen warmlopen voor ultradiepe geothermie. Een stakeholderanalyse
Smink, M. ; Broek, J. van den; Est, R. Van; Cuppen, E. ; Metze, T.A.P. ; Grift, E. van de - \ 2016
Den Haag : Rathenau Institute
How effective is road mitigation at reducing road-kill? A meta-analysis
Rytwinski, Trina ; Soanes, Kylie ; Jaeger, Jochen A.G. ; Fahrig, Lenore ; Findlay, C.S. ; Houlahan, Jeff ; Ree, Rodney van der; Grift, Edgar A. van der - \ 2016
PLoS One 11 (2016)11. - ISSN 1932-6203

Road traffic kills hundreds of millions of animals every year, posing a critical threat to the populations of many species. To address this problem there are more than forty types of road mitigation measures available that aim to reduce wildlife mortality on roads (road-kill). For road planners, deciding on what mitigation method to use has been problematic because there is little good information about the relative effectiveness of these measures in reducing road-kill, and the costs of these measures vary greatly. We conducted a metaanalysis using data from 50 studies that quantified the relationship between road-kill and a mitigation measure designed to reduce road-kill. Overall, mitigation measures reduce roadkill by 40% compared to controls. Fences, with or without crossing structures, reduce roadkill by 54%. We found no detectable effect on road-kill of crossing structures without fencing. We found that comparatively expensive mitigation measures reduce large mammal road-kill much more than inexpensive measures. For example, the combination of fencing and crossing structures led to an 83% reduction in road-kill of large mammals, compared to a 57% reduction for animal detection systems, and only a 1% for wildlife reflectors. We suggest that inexpensive measures such as reflectors should not be used until and unless their effectiveness is tested using a high-quality experimental approach. Our meta-analysis also highlights the fact that there are insufficient data to answer many of the most pressing questions that road planners ask about the effectiveness of road mitigation measures, such as whether other less common mitigation measures (e.g., measures to reduce traffic volume and/or speed) reduce road mortality, or to what extent the attributes of crossing structures and fences influence their effectiveness. To improve evaluations of mitigation effectiveness, studies should incorporate data collection before the mitigation is applied, and we recommend a minimum study duration of four years for Before-After, and a minimum of either four years or four sites for Before-After-Control-Impact designs.

Onderzoek naar het voorkomen van de wasbeer in Nederland
Grift, E.A. van der; Lammertsma, D.R. ; Jansman, H.A.H. ; Wegman, R.M.A. - \ 2016
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2764) - 43
procyon lotor - zoögeografie - dierecologie - nederland - duitsland - zoogeography - animal ecology - netherlands - germany
In opdracht van het Bureau Risicobeoordeling en onderzoeksprogrammering (BuRO) van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is het voorkomen van de Wasbeer (Procyon lotor) in Nederland en de Duitse grensstreek in beeld gebracht en onderzocht of er sprake is van gevestigde populaties. Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat er binnen Nederland sprake is van een lokaal gevestigde populatie. In de Duitse grensstreek met Nederland zijn de aantallen nog relatief laag, maar als de huidige populatietrends doorzetten, verandert dat naar verwachting op korte termijn. Hoewel concrete gegevens ontbreken, is de kans groot dat inmiddels, op een aantal plaatsen, gevestigde populaties dicht bij de Nederlandse landsgrens voorkomen.
Shaping tomorrow’s urban environment today : Environmental Policy Integration in urban planning: the challenges of a communicative approach
Grift-Simeonova, V.S. van der - \ 2016
University. Promotor(en): Arnold van der Valk. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462578364 - 215 p.
urban planning - environmental policy - urban areas - ecological network - communication - participation - nature conservation - bulgaria - netherlands - stedelijke planning - milieubeleid - stedelijke gebieden - ecologische hoofdstructuur - communicatie - participatie - natuurbescherming - bulgarije - nederland

The debate on sustainable development emphasizes the importance of integrating environmental policy into other policy sectors. It is increasingly recognized that such integration is needed at the national, regional and local levels of governance. Hence the Environmental Policy Integration (EPI) principle has been proposed, which is defined as “the incorporation of the environmental objectives into all stages of policy making in non-environmental policy sectors, with the recognition of this goal as the guiding principle for the planning and execution of policy”. Currently EPI is agreed upon in a number of EU commitments and is receiving the attention of urban planning scholars. The achievability of EPI, however, has not yet been well studied, particularly in the urban planning context, while its implementation often seems to be hindered by organizational fragmentation.

This thesis assesses the potential role of EPI as an operational principle for achieving sustainable urban development in Europe. It addresses the scientific premises of EPI and the current knowledge gaps in applying it in the urban planning domain. The research combines theoretical and empirical dimensions. The theoretical dimension includes evidence of the current knowledge gap regarding the integration of environmental aspects into urban planning and the emergence of EPI as a promising perspective in urban sustainability research and planning practice. This includes reflections on EPI’s definitions, interpretations and its different approaches. The empirical dimension of the thesis explores evidence regarding the EPI process in actual planning practices, with an assessment of the relevance of different EPI approaches. Based on the exploration of case studies within different planning contexts, the empirical research provides insights into the key challenges and barriers to achieving EPI in urban planning and identifies key success factors for local governments addressing specific environmental issues in urban land-use plans. The key objective of the thesis is, therefore, to explore the responses of planning systems to the current EPI challenges, with the twin goals of gaining insight into the role of EPI in integrating environmental concerns in urban land-use planning processes and of identifying the most promising approaches for achieving EPI. The thesis provides an answer about the potential benefits of, among other approaches, a communicative approach to achieve EPI in urban planning practice.

Environmental policy integration : Towards a communicative approach in integrating nature conservation and urban planning in Bulgaria
Grift-Simeonova, Vanya van der; Valk, Arnold van der - \ 2016
Land Use Policy 57 (2016). - ISSN 0264-8377 - p. 80 - 93.
Communicative approach - Environmental policy integration - Nature conservation - Urban planning

As urban areas continue to expand, the need to consider nature conservation objectives in planning is growing. Policy makers across Europe recognize that effective nature conservation requires an integrated approach to land use planning that includes relevant ecological and spatial knowledge. Although a number of such integrated approaches have been developed, many local authorities in Europe encounter important institutional barriers to this integration. This is particularly true for countries in Central and Eastern Europe (CEE) like Bulgaria. The post-socialist transformation in Bulgaria led to intensified urban growth and local authorities struggle to find a balance between environmental and socio-economic interests. Meanwhile, the Environmental Policy Integration 'principle' (EPI) has been gaining prominence in Europe, aiming to address the trade-offs between environmental and economic incentives. Research highlights that successful EPI depends on institutional processes within different economic sectors and across governmental scales. These processes have not yet been comprehensively studied in the CEE and in Bulgaria. This article assesses the EPI process in urban planning in Bulgaria and identifies the institutional approaches that may contribute best to EPI in urban planning. Using the example of the "Corner Land" project in the city of Burgas, we discuss the key challenges that the local authorities face in addressing nature conservation in land use plans. The findings indicate that EPI is to a high degree constrained by the lack of an efficient communicative process across fragmented organizational structures throughout the entire planning process. While a procedural approach to EPI appears to be prevalent it is concluded that a communicative approach is urgently needed if the sustainability of urban plans is to be safeguarded and negative impacts on nature prevented.

Mitigerende maatregelen voor de otter in de Vechtplassen : advies voor ontsnipperende maatregelen bij de Vreelandseweg en Bloklaan
Grift, E.A. van der; Jansman, H.A.H. - \ 2016
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2697) - 41 p.
otters - lutra - wildpassages - monitoring - wildbescherming - maatregelen - wildbeheer - martes martes - noord-holland - wildlife passages - wildlife conservation - measures - wildlife management
Populatiebeheer van wilde hoefdieren: nog niet goed op orde
Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Grift, E.A. van der - \ 2015
Vakblad Natuur Bos Landschap (2015)december. - ISSN 1572-7610 - p. 26 - 29.
wilde dieren - wildbescherming - wildbeheer - hoefdieren - regionaal beleid - populatiedichtheid - populatie-ecologie - bevolkingsspreiding - habitats - wild animals - wildlife conservation - wildlife management - ungulates - regional policy - population density - population ecology - population distribution
In de afgelopen vijftig jaar groeide in grote delen van Europa, inclusief Nederland, zowel de aantallen als de verspreiding van ree, wild zwijn, damhert en edelhert. Verklaringen hiervoor zijn een betere bescherming en beheer, ontsnappingen, spontane (her)kolonisatie van leefgebieden in combinatie met (her) introducties, verbetering van connectiviteit, mildere winters en een verhoogd voedselaanbod. Tot voor kort werd de verspreiding van wild zwijn en edelhert in Nederland gehinderd door rijksbeleid: de soorten mogen alleen op de Veluwe, de Oostvaardersplassen en Nationaal park De Meinweg leven. Inmiddels zijn de provincies verantwoordelijk voor het faunabeleid en de kans is groot is dat wilde hoefdieren in de nabije toekomst verder zullen toenemen.
mitigating the negative effects of roads and traffic on wildlife: how effective are our strategies?
Grift, Edgar van der - \ 2015
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.