Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 140

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Kern
Check title to add to marked list
The Chara Genome: Secondary Complexity and Implications for Plant Terrestrialization
Nishiyama, Tomoaki ; Sakayama, Hidetoshi ; Vries, Jan de; Buschmann, Henrik ; Saint-Marcoux, Denis ; Ullrich, Kristian K. ; Haas, Fabian B. ; Vanderstraeten, Lisa ; Becker, Dirk ; Lang, Daniel ; Vosolsobě, Stanislav ; Rombauts, Stephane ; Wilhelmsson, Per K.I. ; Janitza, Philipp ; Kern, Ramona ; Heyl, Alexander ; Rümpler, Florian ; Villalobos, L.I.A.C. ; Clay, John M. ; Skokan, Roman ; Toyoda, Atsushi ; Suzuki, Yutaka ; Kagoshima, Hiroshi ; Schijlen, Elio ; Tajeshwar, Navindra ; Catarino, Bruno ; Hetherington, Alexander J. ; Saltykova, Assia ; Bonnot, Clemence ; Breuninger, Holger ; Symeonidi, Aikaterini ; Radhakrishnan, Guru V. ; Nieuwerburgh, Filip Van; Deforce, Dieter ; Chang, Caren ; Karol, Kenneth G. ; Hedrich, Rainer ; Ulvskov, Peter ; Glöckner, Gernot ; Delwiche, Charles F. ; Petrášek, Jan ; Peer, Yves Van de; Friml, Jiri ; Beilby, Mary ; Dolan, Liam ; Kohara, Yuji ; Sugano, Sumio ; Fujiyama, Asao ; Delaux, Pierre Marc ; Quint, Marcel ; Theißen, Günter ; Hagemann, Martin ; Harholt, Jesper ; Dunand, Christophe ; Zachgo, Sabine ; Langdale, Jane ; Maumus, Florian ; Straeten, Dominique Van Der; Gould, Sven B. ; Rensing, Stefan A. - \ 2018
Cell 174 (2018)2. - ISSN 0092-8674 - p. 448 - 464.e24.
Chara - charophyte - phragmoplast - Phragmoplastophyta - phytohormones - plant evolution - reactive oxygen species - streptophyte - transcriptional regulation
Land plants evolved from charophytic algae, among which Charophyceae
possess the most complex body plans. We present the genome of Chara braunii;
comparison of the genome to those of land plants identified
evolutionary novelties for plant terrestrialization and land plant
heritage genes. C. braunii employs unique xylan synthases for cell wall biosynthesis, a phragmoplast (cell separation) mechanism similar to that of land plants, and many phytohormones. C. braunii plastids
are controlled via land-plant-like retrograde signaling, and
transcriptional regulation is more elaborate than in other algae. The
morphological complexity of this organism may result from expanded gene
families, with three cases of particular note: genes effecting tolerance
to reactive oxygen species (ROS), LysM receptor-like kinases, and transcription factors (TFs). Transcriptomic analysis of sexual reproductive structures reveals intricate control by TFs, activity of the ROS gene network, and the ancestral use of plant-like storage and stress protection proteins in the zygote.
A possible molecular basis for photoprotection in the minor antenna proteins of plants
Fox, Kieran F. ; Ünlü, Caner ; Balevičius, Vytautas ; Ramdour, Baboo Narottamsing ; Kern, Carina ; Pan, Xiaowei ; Li, Mei ; Amerongen, Herbert van; Duffy, Christopher D.P. - \ 2018
Biochimica et Biophysica Acta. B, Bioenergetics 1859 (2018)7. - ISSN 0005-2728 - p. 471 - 481.
Carotenoids - Light-harvesting - Minor antenna - Non-photochemical quenching - Photoprotection - Photosystem II

The bioenergetics of light-harvesting by photosynthetic antenna proteins in higher plants is well understood. However, investigation into the regulatory non-photochemical quenching (NPQ) mechanism, which dissipates excess energy in high light, has led to several conflicting models. It is generally accepted that the major photosystem II antenna protein, LHCII, is the site of NPQ, although the minor antenna complexes (CP24/26/29) are also proposed as alternative/additional NPQ sites. LHCII crystals were shown to exhibit the short excitation lifetime and several spectral signatures of the quenched state. Subsequent structure-based models showed that this quenching could be explained by slow energy trapping by the carotenoids, in line with one of the proposed models. Using Fluorescence Lifetime Imaging Microscopy (FLIM) we show that the crystal structure of CP29 corresponds to a strongly quenched conformation. Using a structure-based theoretical model we show that this quenching may be explained by the same slow, carotenoid-mediated quenching mechanism present in LHCII crystals.

Defining and measuring urban sustainability in Europe : A Delphi study on identifying its most relevant components
Meijering, Jurian V. ; Tobi, Hilde ; Kern, Kristine - \ 2018
Ecological Indicators 90 (2018). - ISSN 1470-160X - p. 38 - 46.
Categories - Delphi method - Dimensions - Indicators - Operationalization - Themes
Urban sustainability rankings may be useful for urban planning. How urban sustainability is defined influences the results of urban sustainability rankings. Various efforts have been made to define the concept and to operationalize it into specific components (e.g. air quality, inequality, employment). Consequently, numerous different components are currently being used without agreement on which components are most relevant for defining and measuring urban sustainability. This study identified which components experts find most relevant for defining and measuring urban sustainability in a European context. The study thereby provides insight into what the concept actually entails. This may facilitate the development of future urban sustainability rankings. A European sample of 419 urban sustainability experts was invited to participate in a three-round Delphi study. In each round experts were asked to evaluate and comment on the relevance of various components of urban sustainability. The following seven components were identified as most relevant: air quality, governance, energy consumption, non-car transportation infrastructure, green spaces, inequality, and CO2 emissions. Five of these components are part of the environmental dimension of urban sustainability, which suggests that urban sustainability is still perceived as mainly an environmental concept. Based on experts’ evaluations of the components, weights could be established that reflect the relative relevance of each component for measuring urban sustainability. This study provides an expert-based framework in which urban sustainability is operationalized into several weighted components. This framework may be used by future developers of urban sustainability rankings to properly define the concept and to select appropriate indicators.
Organische stof, de kern van bodemkwaliteit voor de aardappel
Haan, Janjo de - \ 2017
Landschapsecologische systeemanalyse Smoddebos
Smeenge, H. ; Kieskamp, A.A.M. ; Horsthuis, M.A.P. ; Duijn, B. van; Waal, R. de; Koop, H. ; Essen, E. van; Buijs, R. - \ 2017
Ede : Coöperatie Unie van Bosgroepen - 96
Het Smoddebos is een bijzonder bos op leemgrond met een soortenrijke ondergroei die gebonden is aan vochtige gebufferde omstandigheden. Het gebied is eigendom van dhr. Hobbelink en Natuurmonumenten. De kern (Natuurmonumenten) is in 1997 aangewezen als bosreservaat, wat betekent dat er sindsdien geen beheer meer plaats vindt. Gebiedsdeskundigen (o.a. omwonenden) geven op basis van veldwaarnemingen aan dat de rijkdom van de ondergroei in het Smoddebos in de afgelopen dertig jaar is afgenomen. Het is onduidelijk wat de oorzaken zijn van de veranderingen: beheer van het bos en ontwikkeling (in het sluiten) van de boomlaag en successie of een verandering in de abiotische omstandigheden, bijvoorbeeld verdroging. Provincie Overijssel heeft gevraagd om inzicht te geven in de veranderingen in de vegetatie de afgelopen jaren en om uit te zoeken welke oorzaken deze mogelijke veranderingen hebben. Daarom is een landschapsecologische systeemanalyse uitgevoerd, aangevuld met een uitgebreid onderzoek naar flora en vegetatie.
Het is waar maar het klopt niet
Turnhout, Esther ; Metze, Tamara - \ 2017

Hoogleraar aan de Universiteit Wageningen Esther Turnhout schrijft in haar essay Integere relaties in het dossier ‘De beroepstrots van academici’ dat dit ideaal ‘is gebaseerd op een strikte scheiding tussen enerzijds de productie van kennis in het domein van de wetenschap en anderzijds het gebruik van die kennis door beleid, politiek en andere maatschappelijke en private actoren’. Ze wijst erop dat dit ideaal van de wetenschap als autonoom en zelfregulerend ’veelvuldig is bekritiseerd’. Bijvoorbeeld door de Amerikaanse hoogleraar Daniel Sarewitz die betoogt dat ‘juist die autonomie van de wetenschap ervoor heeft gezorgd dat de wetenschap de relatie met de maatschappij uit het oog is verloren’. Sarewitz schrijft: ‘Afgeschermd van elke verantwoordingsplicht behalve die aan zichzelf, begint het “vrije spel van vrije intellectuelen” meer te lijken op een vrijbrief voor onverschilligheid en onverantwoordelijkheid. De tragische ironie is hier dat de geblokkeerde verbeelding van mainstream wetenschap een gevolg is van precies die autonomie waarvan wetenschappers zeggen dat het de kern is van hun succes.’ Elders schrijft hij zelfs: ‘De wetenschap is niet zelfreinigend, ze is zelfdestructief.’

Turnhout stelt dat ‘deze overmoed niet alleen binnen de wetenschap wordt gecultiveerd en in stand wordt gehouden. De maatschappij verlangt van wetenschappers dat ze problemen oplossen. (…) De financiering van onderzoek is in belangrijke mate gebaseerd op het principe van maatschappelijke impact. Zo houden wetenschap en samenleving elkaar gevangen in een onhoudbaar verhaal waarin feiten en waarden van elkaar te scheiden zijn en waarin wetenschappelijke kennis eenduidig kan worden vertaald in oplossingen. (…) Dit onhoudbare verhaal voedt steeds weer zowel de hoogmoed van de wetenschap als de verwachtingen van de maatschappij. Het leidt ook steeds tot teleurstelling bij de maatschappij over de niet ingeloste beloftes die zijn gedaan, en bij de wetenschap over de manier waarop maatschappelijke actoren in plaats van de feiten, interpretaties en opties van wetenschappers over te nemen hun eigen interpretaties verbinden aan kennis.’

Ondertussen wordt in de wetenschappelijke praktijk gewerkt aan nieuwe vormen van onderzoek die proberen los te breken uit dit ‘onhoudbare verhaal’. In hoeverre ziet het werk van wetenschappelijk onderzoeker Tamara Metze van de Universiteit Wageningen er anders uit dan dat van een traditioneel onderzoeker? ‘Ik laat me in mijn onderzoek uitvoerig informeren door zogenaamde communities of practice’, vertelt ze. ‘Dat betekent dat organisaties en mensen die betrokken zijn bij een bepaald probleem reflecteren op hun werk en op hun praktijken. Neem het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Dat loopt er in de vaccinatiediscussie tegenaan dat het niet meer als de onbetwiste expert wordt gezien. De mededeling “Onderzoek toont aan dat je kinderen moet laten vaccineren” blijkt niet meer genoeg te zijn. Door breed te kijken in het hele veld onderzoeken we wat de rol is van emoties in zo’n discussie. We zoeken naar oplossingen, proberen ze ook uit, waarvan we dan direct weer verder leren. Het is transdisciplinair, meteen relevant en leerzaam.’

Metze baseert zich op de verschillende rollen die de politicoloog Roger Pielke onderscheidt voor de wetenschapper. Ten eerste is er de traditionele wetenschapper die afstandelijk is en min of meer als scheidsrechter functioneert. Hij of zij doet fundamenteel onderzoek in een nauwkeurig afgebakende discipline. Maar daarnaast zijn er ook rollen die aan de uiteindelijke ontvangers van het onderzoek meer keuzes geven. Zo eindigt veel beleidsonderzoek met verschillende scenario’s. Beleidsmakers kunnen dan kiezen of ze inzetten op een laag, midden of hoog scenario. Dan heb je als derde rol van de wetenschapper de issue-advocate die echt een normatief standpunt inneemt. Denk aan Albert Jan Kruiter die over zichzelf inderdaad zegt dat hij ‘rete-normatief’ is (‘ik gá voor die kwetsbare groep’). Dat kan volgens Metze nog steeds best onafhankelijk onderzoek zijn, als je maar duidelijk maakt vanuit welk normatief uitgangspunt je bent begonnen. Ten slotte heb je als vierde rol de kennismakelaar die met allerlei verschillende belanghebbenden praat en die kennis vervolgens probeert te integreren. Die laatste rol neemt Metze veelal in.

School in Bos, een ervaring voor het leven? : Invloed van de natuurwerkweek in Wilhelminaoord op de korte en lange termijn
Remmerswaal, A.H. ; Langers, F. ; Boer, T.A. de; Steenbergen, Rianne - \ 2017
Wageningen : Wageningen University & Research, Wetenschapswinkel (Wageningen University & Research Wetenschapswinkel rapport 334) - ISBN 9789463430272 - 108
School in Bos, het buitencentrum van de Gemeente Den Haag, organiseert al meer dan veertig jaar natuurwerkweken voor kinderen van groep 7 en 8 van ruim honderd Haagse basisscholen. Sinds 1974 hebben ongeveer 80.000 kinderen een natuurwerkweek beleefd op het buitencentrum in Wilhelminaoord, Drenthe. De kern van het programma bestaat uit de hoofdthema’s veldbiologie, prehistorie en landschappen en is sinds de oprichting van het buitencentrum in grote lijnen hetzelfde gebleven. Medewerkers van School in Bos ervaren enthousiasme bij de kinderen tijdens de natuurwerkweek. Om meer inzicht te krijgen in de invloed van de natuurwerkweek op de deelnemers, op zowel de korte als de lange termijn, heeft de Stichting Vrienden van School in Bos een onderzoek aangevraagd bij de Wetenschapswinkel van Wageningen University & Research. Opzet onderzoek: In het onderzoek op de korte termijn is nagegaan wat de invloed van de natuurwerkweek is op houding, gedrag en kennis van de basisschoolleerlingen, de huidige deelnemers, op het gebied van natuur en milieu. In het onderzoek op de lange termijn is onderzocht wat de invloed van de natuurwerkweek is op natuurverbondenheid en verantwoordelijkheid voor natuur en milieu van oud-deelnemers. Er is voor een combinatie van onderzoek op zowel de korte als de lange termijn gekozen om zicht te krijgen op de effecten die zich direct manifesteren en effecten die zich later manifesteren en om deze vervolgens te kunnen vergelijken. Dit onderzoek biedt een waardevolle aanvulling op bestaand onderzoek, omdat er weinig (Nederlands) onderzoek is gedaan naar de effecten van meerdaagse buitenprogramma’s op de korte en de lange termijn.
Veldgids Paddenstoelen II : Beker-, buik-, gaatjes-, kern-, knots-, koraal-, korst-, stekel- en trilzwammen
Dam, N.J. ; Kuijper, T.W.M. - \ 2016
KNNV - ISBN 9789050115919 - 354 p.
The UN, Energy, and the Sustainable Development Goals
Karlsson-Vinkhuyzen, S.I.S.E. - \ 2016
In: The Palgrave Handbook of the International Political Economy of Energy / Van de Graaf, Thijs, Sovacool, Benjamin K., Ghosh, Arunabha, Kern, Florian, Klare, Michael T., London : Palgrave - ISBN 9781137556301 - p. 115 - 138.
A food web model of invertebrate subtidal soft-bottom communities Part B: effects of fishery
Schellekens, T. ; Kooten, T. van - \ 2015
Yerseke : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C131/15) - 21
zee-invertebraten - voedselwebben - modellen - aquatische gemeenschappen - zeevisserij - visserijbiologie - visserijbeheer - vistuig - natura 2000 - noordzee - marine invertebrates - food webs - models - aquatic communities - marine fisheries - fishery biology - fishery management - fishing gear - north sea
Om visserij in de Natura-2000 gebieden Noordzeekustzone en Vlakte van de Raan zodanig te reguleren, dat zij het behalen van de geformuleerde beleidsdoelen niet in de weg staat, is het VIBEG-akkoord gesloten. Kern van de afspraken vormt een ruimtelijke zonering waarmee wordt bepaald welke visserijtechnieken in welke gebieden wel of niet zijn toegestaan.
A food web model of invertebrate subtidal soft-bottom communities Part A: model derivation and effects of productivity
Kooten, T. van; Schellekens, T. - \ 2015
IJmuiden : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C130/15) - 18
zee-invertebraten - voedselwebben - modellen - aquatische gemeenschappen - zeevisserij - productiviteit - visserijbiologie - vistuig - natura 2000 - noordzee - marine invertebrates - food webs - models - aquatic communities - marine fisheries - productivity - fishery biology - fishing gear - north sea
Om visserij in de Natura-2000 gebieden Noordzeekustzone en Vlakte van de Raan zodanig te reguleren, dat zij het behalen van de geformuleerde beleidsdoelen niet in de weg staat, is het VIBEG-akkoord gesloten. Kern van de afspraken vormt een ruimtelijke zonering waarmee wordt bepaald welke visserijtechnieken in welke gebieden wel of niet zijn toegestaan.
Marine Governance: Institutional Capacity-building in a Multi-level Goverance Setting
Tatenhove, J.P.M. van - \ 2015
In: Governing Europe's Marine Environment. Europeanization of Regional Seas or Regionalization of EU Policies? / Gilek, M., Kern, K., Ashgate (Corbett Centre for Maritime Policy Studies Series ) - ISBN 9781409447276 - p. 35 - 52.
Marine Governance of the North Sea: Patterns of Regionalization
Tatenhove, J.P.M. van; Leeuwen, J. van - \ 2015
In: Governing Europe's Marine Environment. Europeanization of Regional Seas or Regionalization of EU Policies? / Gilek, M., Kern, K., Ashgate - ISBN 9781409447276 - p. 183 - 201.
Governing climate change in Dutch cities: anchoring local climate strategies in organisation, policy and practical implementation
Exter, R. den; Lenhart, J.L. ; Kern, K. - \ 2015
Local Environment 20 (2015)9. - ISSN 1354-9839 - p. 1062 - 1080.
Although Dutch cities were among the forerunners in local climate policy, a systematic overview on climate mitigation and adaptation policy is still missing. This study aims to fill this gap by analysing 25 Dutch cities using indicators for the level of anchoring in policy, organisation and practical implementation as well as multi-level relations. Since Tilburg, Amsterdam, Den Haag and Rotterdam show a higher performance than other Dutch cities, these four cities are used as reference cities. The findings suggest that structural integration of climate mitigation and adaptation is limited in Dutch cities. The study points at three recent trends in local climate governance in the Netherlands: (i) decentralisation within municipal organisations, (ii) externalisation initiatives that place climate policy outside the municipal organisation and (iii) regionalisation with neighbouring municipalities and the provincial government.
Het Nederlandse onderzoek naar Natura 2000
Jongman, R.H.G. ; Beunen, R. ; Bouwma, I.M. ; Dekker, J. - \ 2014
Landschap : tijdschrift voor Landschapsecologie en Milieukunde (2014)4. - ISSN 0169-6300 - p. 171 - 177.
Natura 2000 vormt de kern van het natuurbeleid van de EU. Voor de implementatie ervan is veel onderzoek gedaan, ook in Nederland. In dit artikel analyseren we de thema’s die zijn onderzocht en geven een voorschot op een onderzoekagenda voor meer samenhangende en strategische kennis
Kwantificering van volumes en prijzen van biobased en fossiele producten in Nederland : de waardepiramide en cascadering in de biobased economy
Bos, H.L. ; Oever, M.J.A. van den; Meesters, K.P.H. - \ 2014
Wageningen : Wageningen UR - Food & Biobased Research (Rapport / Wageningen UR Food & Biobased Research nr. 1493) - 39
biobased economy - waardetheorie - waardeketenanalyse - duurzaamheid (sustainability) - bioraffinage - tarwe - agro-industriële ketens - biomassa - biomassa cascadering - nederland - value theory - value chain analysis - sustainability - biorefinery - wheat - agro-industrial chains - biomass - biomass cascading - netherlands
In de overheidsvisie op de biobased economy ‘de keten sluiten’ uit 2007 is de waardepiramide geïntroduceerd als een model voor de verdere ontwikkeling van technologie. In de afgelopen jaren is de piramide steeds meer wijdverbreid geraakt en gebruikt als aanzet voor debat. Hierbij is de waardepiramide en de daaraan gekoppelde cascadering in de discussies over biobased economy ook betrokken op duurzaamheid en de sociaal ethische aspecten van inzet van biomassa. De vraag die centraal staat in dit onderzoek is om een benadering te geven van het volume en de waarde per eenheid van de grondstoffen en producten die zich in de verschillende trappen van de piramide bevinden, en daarbij tevens grondstoffen en producten uit biomassa, waar relevant, te vergelijken met grondstoffen en producten uit fossiele bronnen. In dit onderzoek is teruggegaan naar de kern van de waardepiramide en wordt de waardepiramide kwantitatief onderbouwd vanuit een economisch perspectief.
Beoordelen als fundament voor goed opleiden in het beroepsonderwijs: Analyse van toetsprogramma’s in het mbo en hbo
Baartman, L.K.J. ; Gulikers, J.T.M. - \ 2014
Pedagogische Studiën 91 (2014)1. - ISSN 0165-0645 - p. 54 - 68.
formative assessment - portfolios - feedback - model
Het bewust inzetten van geschikte (combinaties) van toetsvormen vormt een belangrijk fundament voor goed opleiden in het beroepsonderwijs. In de onderwijspraktijk en onderzoek wordt echter vaak gestart et de instrumentele hoe-vraag van de toetsvormen in plaats van de inhoudelijke wat-vraag van de goede eroepsbeoefenaar. Het doel van dit artikel is het analyseren van negen toetsprogramma’s in het hbo en twee toetsprogramma’s in het mbo, vanuit het perspectief van de inhoudelijke wat-vraag: de professionele bagage en taakuitvoering, de kern van het beroep in het werkveld en het ontwikkelvermogen van de startend beroepsbeoefenaar. De onderzoeksvragen zijn: (1) In hoeverre wordt de professionele bagage en professionele taakuitvoering beoordeeld, (2) In hoeverre wordt de kern van het beroep in het werkveld beoordeeld, en (3) In hoeverre stimuleert de beoordeling het ntwikkelvermogen noodzakelijk voor de startend beroepsbeoefenaar? De resultaten laten zien dat er meer aandacht nodig is voor een ontwerpgericht en programmatisch perspectief op toetsing in het hbo en mbo. Startend vanuit de beroepsbeoefenaar kan duidelijker worden geoperationaliseerd wat een beoordelaar precies wil zien en horen van de student gedurende de toetsing.
Bouwstenen voor de Kennisagenda Natuurlijk! Ondernemen
Burg, S.W.K. van den; Borgstein, M.H. ; Blaeij, A.T. de; Vader, J. ; Reinhard, A.J. - \ 2014
Den Haag : LEI Wageningen UR - 50
natuurbeleid - provincies - kennismanagement - onderzoeksprojecten - inventarisaties - nature conservation policy - provinces - knowledge management - research projects - inventories
Kern van de Rijksnatuurvisie 2014 is een omslag in denken: van natuur beschermen tégen de samenleving naar natuur versterken mét de samenleving: natuur en economie profiteren van elkaar. De visie geeft een beeld van de rol die het Rijk, de provincies, andere overheden, de Europese Unie, maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers in de toekomst van het natuurbeleid spelen. De Rijksnatuurvisie 2014 is een belangrijk kader waarbinnen het team Natuurlijk! Ondernemen opereert. Dit project heeft tot doel om bouwstenen aan te dragen voor een kennisagenda voor het team van Economische Zaken.
Identifying the methodological characteristics of European green city rankings
Meijering, J.V. ; Kern, K. ; Tobi, H. - \ 2014
Ecological Indicators 43 (2014). - ISSN 1470-160X - p. 132 - 142.
quality-of-life - environmental sustainability - composite indicators - urban areas - construction - pitfalls - indexes
City rankings that aim to measure the environmental sustainability of European cities may contribute to the evaluation and development of environmental policy of European cities. The objective of this study is to identify and evaluate the methodological characteristics of these city rankings. First, a methodology was developed to systematically identify methodological characteristics of city rankings within different steps of the ranking development process. Second, six city rankings European Energy Award, European Green Capital Award, European Green City Index, European Soot-free City Ranking, RES Champions League, Urban Ecosystem Europe were examined. Official websites and any methodological documents found on those websites were content analyzed using the developed methodology. Interviews with representatives of the city rankings were conducted to acquire any additional information. Results showed that the city rankings varied greatly with respect to their methodological characteristics and that all city rankings had methodological weaknesses. Developers of city rankings are advised to use the methodology developed in this study to find methodological weaknesses and improve their ranking. In addition, developers ought to be more transparent about the methodological characteristics of their city rankings. End-users of city rankings are advised to use the developed methodology to identify and evaluate the methodological characteristics of city rankings before deciding to act on ranking results.
Inrichting operationeel Bedrijfsadviessysteem (BAS); Aangepaste opzet naar aanleiding van herziening Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
Smit, A.B. ; Prins, H. ; Ruijs, M.N.A. - \ 2014
Den Haag : LEI Wageningen UR (LEI report 2014-029) - ISBN 9789086156870 - 24
gemeenschappelijk landbouwbeleid - agrarische bedrijfsvoering - consultancy - adviserende ambtenaren - certificering - kennisoverdracht - cap - farm management - advisory officers - certification - knowledge transfer
Uit het onderzoek blijkt dat het mogelijk is een Bedrijfsadviessysteem (BAS) op te zetten dat voldoet aan de eisen van de Europese Commissie en bovendien voor de Rijksoverheid weinig kosten met zich meebrengt. Dat laatste is vooral te danken aan het feit dat het ‘nieuwe’ BAS werkt met bestaande, gecertificeerde adviseurs die zonder overheidssubsidies werken. De kern van het aanbevolen systeem bestaat uit een verwijzing naar gecertificeerde adviseurs die de agrarische ondernemers optimaal kunnen adviseren over de thema’s die in het BAS aan de orde zijn. De certificering van de adviseurs kan op twee wijzen gestalte krijgen a. Via één of meer speciaal voor dit doel op te richten opleidings- en certificeringsinstituten; b. Door aansluiting bij één of meer bestaande certificeringsystemen. Op basis van deze quick scan wordt aanbevolen om te kiezen voor de laatste optie.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.