Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 67

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Kurstjens
Check title to add to marked list
Ecological strategies successfully predict the effects of river floodplain rehabilitation on breeding birds
Turnhout, C.A.M. van; Leuven, R.S.E.W. ; Hendriks, A.J. ; Kurstjens, G. ; Strien, A. van; Foppen, R.P.B. ; Siepel, H. - \ 2012
River Research and Applications 28 (2012)3. - ISSN 1535-1459 - p. 269 - 282.
theoretical habitat templets - life-history tactics - upper rhone river - species richness - lowland rivers - present state - rhine - europe - biodiversity - restoration
To improve the ecological functioning of riverine ecosystems, large-scale floodplain rehabilitation has been carried out in the Rhine–Meuse Delta since the 1990s. This paper evaluates changes in abundance of 93 breeding bird species over a period of 10 years in response to rehabilitation, by comparing population changes in 75 rehabilitated sites with 124 non-rehabilitated reference sites. Such quantitative, multi-species, large-scale and long-term evaluations of floodplain rehabilitation on biodiversity are still scarce, particularly studies that focus on the terrestrial component. We try to understand the effects by relating population trends to ecological and life-history traits and strategies of breeding birds. More specifically, we try to answer the question whether rehabilitation of vegetation succession or hydro-geomorphological river processes is the key driver behind recent population changes in rehabilitated sites. Populations of 35 species have significantly performed better in rehabilitated sites compared to non-rehabilitated floodplains, whereas only 8 have responded negatively to rehabilitation. Differences in effects between species are best explained by the trait selection of nest location. Reproductive investment and migratory behaviour were less strong predictors. Based on these three traits we defined eight life-history strategies that successfully captured a substantial amount of variation in rehabilitation effects. We conclude that spontaneous vegetation succession and initial excavations are currently more important drivers of population changes than rehabilitation of hydrodynamics. The latter are strongly constrained by river regulation. If rehabilitation of hydro-geomorphological processes remains incomplete in future, artificial cyclic floodplain rejuvenation will be necessary for sustainable conservation of characteristic river birds
Ganzenaantal rivierengebied omlaag met minder afschot
Kurstjens, G. ; Sterk, M. - \ 2011
Wageningen : Nature Today
Advies robuuste verbinding Nieuwe Hollandse Waterlinie
Grift, E.A. van der; Foppen, R. ; Kurstjens, G. - \ 2010
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2041) - 74
ecologische hoofdstructuur - biodiversiteit - fauna - migratie - regionale planning - bommelerwaard - ecological network - biodiversity - migration - regional planning
In opdracht van de Dienst Landelijk Gebied is het ontwerp voor een robuuste ecologische verbinding tussen de Biesbosch en Loevestein / Munnikenland getoetst. Onderzocht is of de geplande verbinding aan de ontwerprichtlijnen voor robuuste verbindingen voldoet en met welke aanpassingen het functioneren van de verbindingszone eventueel zou kunnen worden verbeterd. Tevens is onderzocht of de inrichting van de robuuste verbinding aansluit bij of conflicteert met de wensen voor landschapsinrichting vanuit het herstelplan Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Otter; Lutra lutra
Kurstjens, G. ; Jansman, H.A.H. - \ 2010
In: Zoogdieren van Limburg; verspreiding en ecologie in de periode 1980-2007 / J.C. Buys C.E. Huizenga, R.W. Akkermans, H. Morelissen, L.S.G.M. Verheggen, Maastricht : Stichting Natuurpublicaties Limburg - ISBN 9789074508162 - p. 359 - 362.
Assessing non-chemical weeding strategies through mechanistic modelling of blackgrass (Alopecurus myosuroides Huds.) dynamics
Colbach, N. ; Kurstjens, D.A.G. ; Munier-Jolain, N.M. ; Dalbiès, A. ; Doré, T. - \ 2010
European Journal of Agronomy 32 (2010)3. - ISSN 1161-0301 - p. 205 - 218.
crop-rotation - population-dynamics - seed characteristics - nitrogen balances - generic model - soil climate - systems - management - tillage - simulation
Because of environmental and health safety issues, it is necessary to develop strategies that do not rely on herbicides to manage weeds. Introducing temporary grassland into annual crop rotations and mechanical weeding are the two main features that are frequently used in integrated and organic cropping systems for this purpose. To evaluate the contribution of these two factors in interaction with other cropping system components and environmental conditions, the present study updated an existing biophysical model (i.e. AlomySys) that quantifies the effects of cropping system on weed dynamics. Based on previous experiments, new sub-models were built to describe the effects on plant survival and growth reduction of mechanical weeding resulting from weed seedling uprooting and covering by soil, and those of grassland mowing resulting from tiller destruction. Additional modifications described the effect of the multi-year crop canopy of grassland on weed survival, growth, development and seed return to the soil. The improved model was used to evaluate the weed dynamics over 27 years in the conventional herbicide-based cropping system most frequently observed in farm surveys (i.e. oilseed rape/winter wheat/winter barley rotation with superficial tillage) and then to test prospective non-chemical scenarios. Preliminary simulations tested a large range of mechanical weeding and mowing strategies, varying operation frequencies, dates and, in the case of mechanical weeding, characteristics (i.e. tool, working depth, tractor speed). For mechanical weeding soon after sowing, harrowing was better than hoeing for controlling weed seed production. The later the operation, the more efficient the hoeing and the less efficient the harrowing. Tractor speed had little influence. Increasing tilling depth increased plant mortality but increased weed seed production because of additional seed germination triggering by the weeding tool. Decreasing the interrow width for hoeing was nefarious for weed control. The best combinations were triple hoeing in oilseed rape and sextuple harrowing in cereals. The best mowing strategy was mowing thrice, every 4–6 weeks, starting in mid-May. The best individual options were combined, simulated over 27 years and compared to the herbicide-based reference system. If herbicide applications were replaced solely by mechanical weeding, blackgrass infestation could not be satisfactorily controlled. If a three-year lucerne was introduced into the rotation, weed infestations were divided by ten. Replacing chisel by mouldboard ploughing before winter wheat reduced weed infestations at short, medium and long term to a level comparable to the herbicide-based reference system.
Terugkeer van de otter in het rivierengebied
Kurstjens, G. ; Beekers, B. ; Jansman, H.A.H. ; Bekhuis, J. - \ 2009
Beek-Ubbergen [etc.] : Kurstjens Ecologisch Adviesbureau [etc.] (Rapport 2009.05) - 60
otters - lutra lutra - habitats - populatiedynamica - rivierengebied - gelderland - limburg - population dynamics
In het bestek van dit onderzoek is gekeken naar de kansen voor een duurzame populatie otters in het rivierengebied. Uit deze analyse komen de Gelderse Poort, de uiterwaarden van de IJssel en de Waal naar voren met elk een potentiële otterpopulatie van ca. 30 dieren. Ook in Noorden Midden-Limburg (Maasdal en haar zijbeken) vormt gezamenlijk een potentieel gebied voor ca. 50 otters. De belangrijkste knelpunten voor de ontwikkeling van een duurzame otterpopulatie liggen op het vlak van infrastructuurdichtheid. Otters lopen als oeverbewonend zoogdier een groot risico om in het verkeer te sneuvelen. De actuele waterkwaliteit van de grote rivieren vormt geen grote beperking meer voor de terugkeer van de otter.
Edelhert : kansrijk van Reichswald tot Meinweg = Rothirsch : chancen von Reichswald bis Meinweg
Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Kurstjens, G. ; Petrak, M. ; Reyrink, L. - \ 2008
Roermond : Openbaar Lichaam Duits-Nederlands Grenspark Maas-Swalm-Nette - 170
edelherten - noordrijn-westfalen - habitats - grensgebieden - noord-limburg - midden-limburg - habitatverbindingszones - red deer - north rhine-westphalia - frontier areas - habitat corridors
De aanwezigheid van edelherten in de vrije natuur is in Nordrhein-Westfalen gewoon. In Nederland daarentegen komen geen edelherten in het wild voor. In beide landen is het edelhert benoemd tot doelsoort voor functionerende ecologische verbindingen. Dat betekent dat gebieden worden nagestreefd waar edelherten duurzaam kunnen leven en daarmee tegelijkertijd ook aan vele andere planten- en diersoorten leefgebieden van voldoende kwaliteit bieden. Als grootste inheemse hoefdier van West-Europa maakt het hert ook deel uit van ons cultureel erfgoed. In de afgelopen decennia is hard gewerkt aan de kwaliteitsverbetering van natuur en landschap. Het Grenspark Maas-Swalm-Nette heeft daarbij samen met haar partners in de Euregio een belangrijke rol gespeeld en speelt deze nog steeds. Nu is gezamenlijk onderzocht in hoeverre het gebied van het Reichswald bij Kleve tot aan het Nationaal park De Meinweg ten oosten van Roermond als leefgebied voor edelherten kan dienen. Het onderzoek werd uitgevoerd door verschillende Nederlandse en Duitse overheden en de particuliere natuurbescherming. De belangrijkste conclusies luiden als volgt. De kwaliteit van natuur en landschap in het Grenspark Maas-Swalm-Nette is dusdanig dat er nu al een duurzame populatie edelherten kan leven. Vanwege het ontbreken van ecologische verbindingen naar de dichtstbijzijnde leefgebieden is spontane vestiging echter niet mogelijk. Dit betekent dat edelherten alleen door actieve herintroductie in deze gebieden kunnen komen
Maatschappelijke randvoorwaarden
Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Petrak, M. ; Lammertsma, D.R. ; Lutz, W. ; Kurstjens, G. - \ 2008
In: Edelhert : Kansrijk van Reichswald tot Meinweg Roermond : Openbaar Lichaam Duits-Nederlands Grenspark Maas-Swalm-Nette - p. 97 - 140.
habitats - cervus elaphus - edelherten - grensgebieden - habitatverbindingszones - red deer - frontier areas - habitat corridors
In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens de relatie tussen de aanwezigheid van edelherten enerzijds en veterinaire aspecten, de land- en bosbouwschade en de verkeersveiligheid anderzijds nader onderzocht
Onkruiden in de rij: arsenaal aan nieuwe technieken beschikbaar
Bleeker, P.O. ; Weide, R.Y. van der; Kurstjens, D.A.G. - \ 2008
biologische landbouw - onkruidbestrijding - organic farming - weed control
Precise tillage systems for enhanced non-chemical weed management
Kurstjens, D.A.G. - \ 2007
Soil & Tillage Research 97 (2007)2. - ISSN 0167-1987 - p. 293 - 305.
corn zea-mays - cover crops - row crops - postdispersal predation - herbicide resistance - great-plains - seed - cultivation - strategies - soil
Soil and residue manipulation can assist weed management by killing weeds mechanically, interfering in weed lifecycles, facilitating operations and enhancing crop establishment and growth. Current tillage systems often compromise these functions, resulting in heavy reliance on herbicides, particularly in no-till systems. Herbicides are an exhaustible resource, so new approaches to merge soil conservation and non-chemical weed management are needed. This paper broadly reviews various preventive and curative non-chemical weed management tactics. It also demonstrates how innovations can be derived from functional requirements of weed management operations, and from biological processes and weaknesses in weed's lifecycles. Mechanical weeding and enhancement of weed seed mortality are highlighted as examples. Major limitations with mechanical weeding include limited weed control in crop rows at early vulnerable crop stages, weather-dependent effectiveness, and difficulties in handling crop residues. Precise steering and depth control, improved seedbed friability and lighter tractors or controlled traffic could bring considerable improvements. To expose weed seeds to predators, position them for fatal germination, viability loss or low emergence may require completely different soil displacement patterns than those of current implements and systems. Controlled traffic and precise strip tillage offer good opportunities for implementing these weed management strategies in minimum-tillage systems.
Triangle strip plough in precise guidance of controlled traffic farming system combines the advantages of mouldboard ploughing and conservation tillage
Shoji, K. ; Kurstjens, D.A.G. - \ 2006
In: Proceedings of the 17th International Conference of ISTRO, Kiel, Germany, August 28th - Sept. 3rd., 2006. - Kiel Germany : International Soil Tillage Research Organization - p. 853 - 858.
Ploegt de boer voort? : transitie van mechanisatie in de open teelten
Munneke, K.M. ; Stokkers, R. ; Hootegem, A. ; Kurstjens, D.K. ; Lokhorst, C. ; Reuler, H. van; Vermeulen, G.D. - \ 2005
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroenten - 30
bodemverdichting - grondbewerking - rijpadensysteem - akkerbouw - soil compaction - tillage - controlled traffic farming - arable farming
Population dynamics model for tillage systems (PDMTS.XLS)
Kurstjens, D.A.G. - \ 2005
Wageningen : Farm Technology Group
Development of high density energy techniques in robotic weeding
Dedousis, A.P. ; Kurstjens, D.A.G. ; Mueller, J. - \ 2005
Risico's bij de mechanische bestrijding van onkruiden in biologische landbouw
Kempenaar, C. ; Riemens, M.M. ; Kurstjens, D.A.G. ; Molema, G.J. ; Weide, R.Y. van der - \ 2005
Gewasbescherming 36 (2005)2. - ISSN 0166-6495 - p. 80 - 81.
gewasbescherming - onkruidbestrijding - mechanisatie - controle - risico - berijdbaarheid (bodem) - bodemverdichting - bodemstructuur - vollegrondsteelt - plant protection - weed control - mechanization - control - risk - trafficability - soil compaction - soil structure - outdoor cropping
Onkruidbestrijding in biologische landbouw vraagt veel aandacht. Knelpunten die daarbij door de telers regelmatig genoemd worden, zijn ongewenste neveneffecten van mechanische onkruidbetrijding op de ontwikkeling van ziekten en plagen, structuurbederf van de bodem en onzekerheden m.b.t. het weer. Deze onderwerpen zijn de afgelopen twee jaar nader onderzocht in het BIO-3 project van het LNV-onderzoeksprogramma DLO-PO 397V. Resultaten van risicobeoordelingen staan in PRI nota 326 "Risico-beoordelingen onkruiden in biologische landbouw"; te downloaden van www.kennisonline.wur.nl. Enkele resultaten van de nota worden in dit artikel samengevat.
Mechanische onkruidbestrijding in de gewasrij anno 2005
Weide, R.Y. van der; Bleeker, P.O. ; Molema, G.J. ; Kurstjens, D.A.G. - \ 2005
Gewasbescherming 36 (2005)2. - ISSN 0166-6495 - p. 76 - 79.
gewasbescherming - handmatige onkruidbestrijding - onkruidwieders - wiedmachines - eggen - wieden - onkruiden - mechanisatie - arbeidsvereisten - vollegrondsteelt - plant protection - manual weed control - weeders - rod weeders - harrows - weeding - weeds - mechanization - labour requirements - outdoor cropping
In de biologische landbouw is de onkruidbestrijding een van de belangrijkste problemen. Vooral in de langzaam groeiende en weinig concurrentiekrachtige gewassen is veel handwiedwerk nodig. Er zijn verschillende machines om de onkruiden in de gewasrij aan te pakken. Onderzoek heeft zich gefocust op de mogelijkheden van achtereenvolgens eggen, torsiewieden, vingerwieden, wieden met lucht onder hoge druk (Pneumat) en een met sensoren uitgeruste schoffel. Knelpunt bij de mechanische onkruidbestrijding is de vernietiging van onkruid in de gewasrij bij jonge, tere gewassen. Ten opzichte van de eg zijn er de afgelopen jaren diverse verbeterde machines beschikbaar gekomen. De eerste intelligente wieder is inmiddels commercieel beschikbaar. In deze publicatie worden (on)mogelijkheden, innovaties en uitdagingen belicht
Ploegt de boer voort? Een toekomstbeeld van de mechanisatie in de open teelten
Hootegem, A. ; Kurstjens, D.K. ; Lokhorst, C. ; Reuler, H. van; Stokkers, R. ; Vermeulen, G.D. ; Munneke, K.M. - \ 2004
[S.l.] : S.n. - 24
mechanisatie - bodemverdichting - grondmechanica - nederland - mechanization - soil compaction - soil mechanics - netherlands
Branden, heet water en heet schuim: energieverbruik en capaciteit verschilt
Kurstjens, D.A.G. - \ 2004
Tuin en Park Techniek 11 (2004)1. - ISSN 1380-3212 - p. 28 - 29.
onkruidbestrijding - bestrating - wegen - bestrijdingsmethoden - warmtebehandeling - heetwaterbehandeling - verbranden - schuim - schuimen - capaciteit - energiegebruik - brandstofverbruik - watergebruik - gebruiksefficiëntie - gebruikswaarde - weed control - pavements - roads - control methods - heat treatment - hot water treatment - burning - foams - foaming - capacity - energy consumption - fuel consumption - water use - use efficiency - use value
Voor onkruidbestrijding op verhardingen is het vanuit milieuoverwegingen belangrijk om effectieve en betaalbare alternatieven voor chemische bestrijding te vinden. Wageningen UR vergeleek drie thermische methoden van onkruidbestrijding op energieverbruik, capaciteit en bestrijdingseffect (bij verschillende rijsnelheden). Een Hoaf Weedstar 100 onkruidbrander, een zelfrijdende heetwatermachine en een Herbifoam-installatie voor heet schuim werden ingezet op proefvelden ingezaaid met gele mosterd en Engels raaigras. Op gele mosterd was de brander het zuinigst en snelst; bij gras de heetwatermachine
Risico-beoordelingen onkruiden en onkruidmanagement. Rapportage over resultaten in 2003 uit project BIO3, LNV-DWK programma 397V
Kempenaar, C. ; Kurstjens, D.A.G. ; Lamour, A. ; Molema, G.J. ; Groeneveld, R.M.W. ; Riemens, M.M. ; Weide, R.Y. van der - \ 2004
Wageningen : PRI - 70 p.
Risico-beoordeling onkruiden in biologische landbouw
Kempenaar, C. ; Bleeker, P.O. ; Kurstjens, D.A.G. ; Lamour, A. ; Molema, G.J. ; Groeneveld, R.M.W. ; Riemens, M.M. ; Weide, R.Y. van der - \ 2004
onbekend : PRI Gewas- en Productie-ecologie (Nota / Plant Research International 326) - 64
biologische landbouw - onkruidbestrijding - bodemstructuur - onkruiden - zaadverspreiding - grondbewerking - botrytis - risicoschatting - organic farming - weed control - soil structure - weeds - seed dispersal - tillage - risk assessment
In dit onderzoek zijn vier knelpunten bij de onkruidbeheersing in de biologische landbouw geselecteerd. Over deze vier knelpunten is zoveel mogelijk materiaal verzameld. Het gaat om het effect van mechanische onkruidbestrijding op de verspreiding van ziekten en plagen in gewassen en op het structuurbederf in de bodem, de veronkruiding van peen en ui in relatie tot het weer en andere factoren en het risico van de import van onkruidzaden uit bermen en natuurgebieden. Vanwege het ontbreken van kennis en de complexiteit van de situatie kan een risico-inschatting nog niet gemaakt worden. Nu zijn er per knelpunt vragen voor nader onderzoek opgesteld.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.