Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 24

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Kwaad
Check title to add to marked list
Boer zoekt erkenning
Wiskerke, Han - \ 2018
De Nederlandse boer voelt zich in de steek gelaten door zijn belangenbehartiger, ziet zich niet vertegenwoordigd in de politiek en vindt dat burgers te negatief naar de landbouw kijken. Actiegroepen zetten boeren ten onrechte in een kwaad daglicht en media dragen daar aan bij.

Dat beeld komt naar voren uit een uitgebreid onderzoek onder 2.287 boeren dat is uitgevoerd door het dagblad Trouw.

Trouw liet onder begeleiding van Wageningen UR onderzoek doen naar de gemoedstoestand van de boer, over hun toekomstplannen en vroeg hun oordeel over de huidige landbouw.

Brokkelsterren: Wat is het effect voor mosselen op kweekpercleen?
Wijsman, J.W.M. - \ 2017
Wageningen Marine Research (Helpdesk Mosselkweek 2017-03) - 3 p.
Brokkelsterren komen soms massaal voor op de mosselpercelen in de Oosterschelde. Men wil graag weten of dit kwaad kan voor de mosselen op de percelen en zo ja of het mogelijk is om maatregelen te nemen.
Meerwaarde ongewervelde exoten voor Nederlandse wateren?
Verdonschot, R.C.M. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2014
Landschap : tijdschrift voor landschapsecologie en milieukunde 31 (2014)3. - ISSN 0169-6300 - p. 173 - 177.
aquatische ecologie - invasieve exoten - macrofauna - biologische processen - monitoring - aquatic ecology - invasive alien species - biological processes
Exoten staan in een kwaad daglicht. Naar onze mening wordt daardoor voorbijgegaan aan het feit, dat sommige ongewervelde exoten een positieve bijdrage kunnen leveren aan het fuctioneren van aquatische systemen. Dit lijkt met name op te gaan voor waterlichamen die sterk gedegradeerd zijn onder invloed van stressoren zoals eutrofiëring, verzilting en hydromorfologische degradatie.
Informed consent: noodzakelijk kwaad?
Bekker, G.A. ; Tobi, H. - \ 2012
Stator, periodiek van VVS 13 (2012). - ISSN 1567-3383 - p. 30 - 32.
Uitbraak EHEC-bacterie
Besten, Heidy den - \ 2011
De uitbraak in Duitsland is een van de grootste van de EHEC-bacterie ooit, zegt Heidy den Besten, universitair docent Levensmiddelenmicrobiologie aan Wageningen Universiteit. ‘En dat is meteen het meest opvallend aan deze uitbraak. Vaak zijn de uitbraken van dit soort bacteriën een stuk kleiner.’ Volgens Den Besten komt dit mogelijk door de schaalgrootte waarmee producten worden geproduceerd. ‘Als er iets fout gaat, dan zijn de gevolgen groter, maar komt gelukkig weinig voor.’ Op zich is het niet nieuw dat mensen ziek worden van EHEC-bacteriën, zegt Den Besten. De EHEC-bacterie is een gevaarlijke ondersoort van de darmbacterie E-coli, en kan diarree en het zogeheten HUS-syndroom tot gevolg kan hebben. Vooral dit HUS-syndroom, dat leidt tot nierfalen, is levensgevaarlijk. ‘Het is een naar beestje, waar je er maar een paar van binnen hoeft te krijgen om heel ziek te worden.’ Andere soorten E-coli zitten gewoon in menselijke darmen en doen daar geen kwaad, zegt Den Besten. ‘Ze beschermen vaak juist tegen andere schadelijke bacteriën.’ Nieuw is wel dat het gaat om een ander type EHEC dan gebruikelijk, namelijk de EHEC O104. Meestal worden mensen ziek van de EHEC O157. Den Besten: ‘Bijvoorbeeld doordat ze niet goed doorbakken rundvleesgehakt hebben gegeten.’ Deze EHEC O157 is eerder ook aangetroffen op groenten. In 2006 zorgde besmette rauwe spinazie voor een ziekte-uitbraak in de Verenigde Staten. Volgens Den Besten wordt de kans dat de oorzaak van de besmetting gevonden wordt, steeds kleiner. ‘De uitbraak begon begin mei. De levensmiddelen van toen zijn nu veelal al weggegooid en kunnen dus niet meer onderzocht worden.’ Inmiddels is de komkommer al lang niet meer de enige mogelijke oorzaak van de besmetting. Oorspronkelijk is EHEC een darmbacterie, waardoor hij meestal op vlees wordt gevonden. Maar een darmbacterie kan ook op hele andere producten terecht komen. ‘Het is bekend dat hij in de darmen van runderen kan zitten’, vertelt Den Besten. Wanneer bijvoorbeeld de mest van de runderen in de sloot belandt, kan dat zorgen voor de besmetting van water dat wordt gebruikt voor de irrigatie van gewassen. ‘In theorie kan het dus overal vandaan komen.’ Den Besten ziet een mutatie van de bacterie niet als waarschijnlijke oorzaak van de grootte van de uitbraak. ‘Het is heel normaal dat bacteriën verschillen. Het is eerder bijzonder als je twee dezelfde bacteriën vindt.’
Pangasiusfilet, een geduchte concurrent: voedselveiligheid en duurzaamheid: een wederzijdse zorg
Bosma, R.H. ; Verreth, J.A.J. - \ 2010
Aquacultuur 25 (2010)3. - ISSN 1382-2764 - p. 20 - 27.
aquacultuur - siluriformes - siluridae - bedrijfsvoering - ondernemerschap - agrarische economie - vietnam - aquaculture - management - entrepreneurship - agricultural economics
De Vietnamezen zijn er in geslaagd de markt voor visfilet in het Westen op de kop te zetten. Hun recept : technologische doorbraken koppelen aan efficiënte overdracht daarvan naar de boeren. Waren het eerst alleen de Amerikaanse vistelers die klaagden, de Europese kwekers volgden toen de Vietnamezen hun pangasiusfilet óók in Europa gingen afzetten. Om de eigen producenten te beschermen werd in 2003 door de Verenigde Staten van Amerika een antidumping maatregel aangenomen die inhield dat uitsluitend de Amerikaanse Channel catfish, de benaming "catfish" mocht dragen. De verkoop van pangasius in de VS nam daarna sterk af. Echter, de Vietnamezen weken daarna met veel succes uit naar Europa. Van de ruim 600.000 ton Pangasius die sinds 2008 jaarlijks wordt uitgevoerd gaat ruim een derde naar de EU, voor een belangrijk deel via Nederlandse importeurs en verwerkers. De wildste verhalen, zowel in woord, op papier als in beeld zijn ook Europa aangegrepen om deze vis in een kwaad daglicht te stellen. Soms terecht, als pangasius onder een de naam van een populaire Europese vissoort wordt verkocht. Maar is er reden om waarde toe te kennen aan die andere verhalen?
Phytophthora van kwaad tot erger. Introductie tot Themanummer Phytophthora
Kessel, G.J.T. - \ 2007
Gewasbescherming 38 (2007)5. - ISSN 0166-6495 - p. 202 - 203.
Geachte lezer, Voor u ligt Gewasbescherming nummer 5, een themanummer over Phytophthora infestans. Een oude bekende die nog steeds flink stof doet opwaaien. Voor menig plantenziektekundige was ‘de aardappelziekte’ of ‘het kwaad’, zoals de Nederlandse namen van deze ziekte luiden, tevens de eerste kennismaking met het latere vakgebied. Zo ging het ook bij mij: enige tijd geleden tijdens een open dag voor middelbare scholieren van de Landbouw Hogeschool Wageningen werd de studie plantenziektekunde geïntroduceerd met een, op sterven na, dode aardappelplant. De keuze was snel gemaakt. Dat ik me nu dagelijks met dit probleem mag bezighouden is grotendeels toeval maar spijt van mijn toenmalige keuze heb ik zeker niet, integendeel!
Wat lagere dosering kan geen kwaad. (Interview)
Schepers, H.T.A.M. - \ 2007
Boerderij/Akkerbouw 92 (2007)7. - ISSN 0169-0116 - p. 16 - 18.
akkerbouw - dosering - fungiciden - etiketteren - merken - halfwaardetijd - gewasbescherming - plantenziekten - gerst - arable farming - dosage - fungicides - labelling - marking - half life - plant protection - plant diseases - barley
Het Britse onderzoeksinstutuut SAC onderzocht de werking van fungiciden in gerst. Hieruit blijkt dat er veel speelruimte is in de etiketdosering. Maar wel onder goede spuitomstandigheden. Een verslag over doseren bij het spuiten van fungiciden
Noodzakelijk kwaad: Evaluatie van de Wet op dierproeven
Freriks, A.A. ; Meulen, B.M.J. van der; Belt, H. van den; Holt, H. ten; Verstappen, J. - \ 2005
Den Haag : ZonMw (Evaluatie regelgeving 18) - 189
dierenwelzijn - dierproeven - animal welfare - animal experiments
Berooid door de Bintjes; omgespit (interview met L.S. van Overbeek)
Overbeek, Leo van - \ 2003
Kwaad zijn ze niet. Nieuwsgierig des te meer. Wie heeft hun proefveldje met genetisch versleutelde aardappelen vernield? En vooral: waarom? Wageningse biologen zetten zich schrap - hun onderzoek moet doorgaan. Leo van Overbeek zit er wat verslagen bij. Dat mag ook wel, na wat hem vorige week is overkomen. Onbekenden vernielden toen zijn proefveldje met genetisch veranderde aardappelen in Marknesse (Noordoostpolder). Drie jaar lang had hij het onderzoek tot in de puntjes voorbereid. En binnen een dag was alles weg. "Dat voelt klote", verzucht Van Overbeek. "Vooral vanwege de timing. We hebben er zolang naar toegewerkt. En net een dag voordat we de eerste metingen zouden verrichten is het veld gerooid." Voor de bioloog persoonlijk is het incident extra pijnlijk; anderhalve week tevoren was hij gepromoveerd tot projectleider van het onderzoek. De bioloog en zijn collega's, werkzaam bij het onderdeel Plant Research International van de Wageningen Universiteit, hadden half mei 320 aardappelen gepoot: de ene helft was genetisch veranderd, de andere helft niet. De aangepaste aardappelplanten waren bestand tegen de beruchte ziekte bruinrot; hun wortels scheidden een eiwit uit dat, in het laboratorium, de bruinrot-bacterie doodt. Maar zou het eiwit ook op het veld werken? En zou het per ongeluk niet ook gunstige bodembacterien doden? Daarover moest het onderzoek uitsluitsel bieden. De wetenschappers wilden op diverse momenten in de ontwikkeling van de aardappelplanten monsters nemen, om te zien hoe het gesteld was met de bacterien in de bodem en het gewas. Maar zover is het nooit gekomen. Op 13 juli, krap twee maanden na het begin van de proef, hebben onbekenden vrijwel alle planten losgerukt. Ze hebben ze op een hoop gegooid, waardoor een verdere analyse onmogelijk was. Van Overbeek zegt niet kwaad te zijn over de vernieling die hij, ietwat onderkoeld, aanduidt als 'een verstoring van de veldproef'. "Op wie zou ik kwaad moeten zijn? We weten niet eens wie het gedaan heeft." Nieuwsgierig is hij wel. Hij zou vooral graag de motieven van de daders willen kennen. "Nu tasten we volledig in het duister." Over die motieven valt wel enigszins te speculeren, want de proef was vanaf het begin omstreden. In mei, toen het proefveldje aan de pers werd gepresenteerd, werd er al actie gevoerd door diverse voorstanders van biologische landbouw, onder leiding van het Centrum voor Biologische Landbouw. Ook de actiegroep 'De Genespotters' protesteerde. De actievoerders zeiden te vrezen dat biologische gewassen, geteeld in de nabijheid van het proefveldje, 'genetisch vervuild' zouden raken door overwaaiend stuifmeel. De gewassen zouden dan niet meer aan de biologische criteria voldoen en dus onverkoopbaar worden. Het ligt voor de hand om de daders in deze kringen te vermoeden, maar Van Overbeek vindt zo'n verdachtmaking niet kies. Jan Fongers, plaatsvervangend voorlichter en hoofd marketing en communicatie van Plant Research International, sluit zich daarbij aan. "Je kunt niet ongefundeerd met het vingertje wijzen, want dan loop je het gevaar dat je mensen ten onrechte beschuldigt. We hebben ook bewust geen navraag gedaan bij actievoerders of omwonenden - daar zou je de relaties mee verstoren."
Verrijkte kooien
Emous, R.A. van; Fiks, T.G.C.M. ; Reuvekamp, B.F.J. - \ 2003
Lelystad : Praktijkonderzoek Veehouderij (PraktijkRapport / Animal Sciences Group, Praktijkonderzoek : Pluimvee ) - 77
hennen - pluimveehokken - kooien - verrijking - snavelkappen - zitstokken (vogels) - legresultaten - verenpikken - kannibalisme - belichting - dierenwelzijn - hens - poultry housing - cages - enrichment - debeaking - perches - laying performance - feather pecking - cannibalism - illumination - animal welfare
Ruim 75 % van de leghennen in Nederland wordt in batterijkooien gehouden. Deze kooi werd vele jaren gezien als het ideale houderijsysteem voor leghennen. Vanuit ethologisch gezichtspunt is het houden van legkippen in batterijsystemen echter een flinke beperking voor de dieren. Om deze reden is de batterij in een kwaad daglicht komen te staan en is vanuit de maatschappij de roep om welzijnsvriendelijkere huisvestingssystemen steeds sterker geworden. Men houdt steeds meer leghennen in alternatieve systemen als scharrel en volière, waar de dieren de beschikking hebben over een ruime hoeveelheid strooisel. Verder zijn er legnesten en zitstokken in de systemen ingebouwd. Volière en scharrel zijn voor de kleinere bedrijven goede alternatieven. Voor grote bedrijven zijn ze minder aantrekkelijk, omdat ze minder voorspelbaar in arbeid zijn, storingsgevoeliger in productie, hogere milieubelasting (NH3 en stof) hebben en een hogere kostprijs van de eieren. Tot eind jaren 90 verliep de omschakeling naar dit soort systemen erg langzaam, maar nadat de EU-richtlijn voor het houden van leghennen in 1999 van kracht werd, is in Nederland veel geïnvesteerd in alternatieve systemen. De ontwikkelingen naar welzijnsvriendelijke houderij van leghennen is geen Nederlandse aangelegenheid. Dit bleek uit de wijziging in de Europese regelgeving, die in 1999 is doorgevoerd. Deze legt de huisvesting van leghennen in kooien aan banden en verbiedt het huidige batterijsysteem per 1 januari 2012. Vanaf die datum is alleen de huisvesting in alternatieven (scharrel/volière) of in verrijkte kooisystemen toegestaan. Het Nederlandse bedrijfsleven heeft de roep naar welzijnsvriendelijkere huisvestingssystemen voor leghennen onder anderen vertaald naar een opdracht voor het Praktijkonderzoek om de verrijkte kooisystemen te onderzoeken en te ontwikkelen. Als uitgangspunt voor de systemen gold dat ze gebaseerd moesten zijn op het kooiprincipe en minimaal moesten voldoen aan de eisen zoals die in de EU-richtlijn van juli 1999 zijn geformuleerd. Dit onderzoek heeft vorm gekregen in het Project Verrijkte kooien voor leghennen, ook wel kortweg bekend onder de naam Project 1030 (het aanvankelijke interne projectnummer). Gezien de korte termijn waarop bedrijfsleven en politiek informatie moesten hebben over verrijkte kooisystemen, is gekozen voor een proefopzet, waarbij veel verschillende systemen zijn getest. Het Ingrepenbesluit bepaalt dat in nieuwe houderijsystemen die men na 1 september 2001 in gebruik neemt geen dieren mogen worden opgezet die een snavelbehandeling hebben ondergaan. Voor alternatieve houderijsystemen is echter een uitstel van 5 jaar verleend. Dit geldt niet voor kooisystemen (dus ook verrijkte kooien), omdat de kleinere groepsgrootte verenpikkerij en kannibalisme daar beter beheersbaar maakt. Hoewel de groepen dieren in kooien kleiner zijn dan in alternatieve houderijsystemen moet men echter wel rekening houden met dit potentiële pikkerijprobleem. Dit gegeven was aanleiding om extra aandacht te besteden aan het houden van ongekapte hennen en het voorkómen van verenpikkerij en kannibalisme. Het toepassen van verschillende verlichtingssystemen is daarom onderwerp van onderzoek geweest. Het eerste en belangrijkste doel van het onderzoek aan verrijkte kooisystemen was het testen ervan en het opdoen van ervaringen met verschillende ontwerpen. Ook binnen elk kooisysteem zijn diverse varianten getest om te zien welke het beste functioneert. Daarbij is ervaring opgedaan die breder gaat dan alleen dat bewuste systeem, zodat ook algemenere conclusies mogelijk zijn. De hoofdvraag van het onderzoek was telkens: hoe functioneert een systeem. De punten waarnaar we keken zijn: Wat zijn de productieresultaten? Hoe is de eikwaliteit? Wat is de uitval en in het bijzonder de uitval door pikkerij? Hoe functioneren het legnest, de strooiselruimte, de zitstokken en het nagelgarnituur? Hoe gedragen de dieren zich: gebruiken ze het strooisel, het legnest en d
Perspectieven van 'Intersectoraliteit' in gangbare en biologische plantaardige bedrijfssystemen
Sanden, P.A.C.M. van de; Hazelaar, W.J.M. ; Pronk, A.A. ; Reuler, H. van; Wolf, P.L. de - \ 2003
Wageningen : PRI/PPO (Nota / PRI-PPO ) - 48
biologische landbouw - duurzaamheid (sustainability) - leren - organic farming - sustainability - learning
Het is begrijpelijk dat kansen voor verbetering van economische en ecologische duurzaamheid van het agrarisch bedrijf veelal binnen de eigen sector gezocht worden. Het kan echter geen kwaad eens 'over de schutting' te kijken naar elementen uit de bedrijfsvoering in een andere sector. Een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van diverse sectoren van het Praktijkonderzoek Plant & Omgeving en van Plant Research International verrichtte binnen de plantaardige sectoren een oriënterende studie naar de mogelijkheden van deze intersectorale aanpak.
Variation in Phytophthora infestans: sources and implications
Flier, W.G. - \ 2002
Gewasbescherming 33 (2002)2. - ISSN 0166-6495 - p. 66 - 69.
phytophthora infestans - plantenziekteverwekkende schimmels - aardappelen - tomaten - pathogeniteit - genetische variatie - ziekteresistentie - plant pathogenic fungi - potatoes - tomatoes - pathogenicity - genetic variation - disease resistance
Uitgebreide samenvatting van de dissertatie van Wilbert G. Flier over de oömyceet Phytophthora infestans (Monst.) de Bary, de veroorzaker van 'het kwaad' ofwel de aardappelziekte in de teelt van aardappelen en tomaten
Zimbabwe van kwaad tot erger?
Frerks, G. - \ 2001
Internationale Spectator 55 (2001)4. - ISSN 0020-9317 - p. 206 - 208.
Broedstrategieën van rotganzen: kiezen tussen meerdere soorten kwaad
Ebbinge, B. - \ 1999
Limosa 71 (1999)4. - ISSN 0024-3620 - p. 173 - 174.
Effecten van de voorbewerking op het gehalte aan inhoudsstoffen paprika
Aanholt, L. van; Elderen, C. van - \ 1998
Naaldwijk : Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente (Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente Rapport 150) - 19
capsicum annuum - chemische analyse - methodologie - voedselanalyse - chemische samenstelling - chemical analysis - methodology - food analysis - chemical composition
Het chemisch laboratorium werkte het afgelopen jaar een analysemethode uit voor het bepalen van vitamine-C in paprikavruchten (Aanholt, 1997). Met de wetenschap voor ogen dat vitamine-C zeer snel op verschillende manieren afgebroken kan worden, werd besloten tot een enigermate afwijkende methode van ontdooien van het diepgevroren monstermateriaal. In tegenstelling tot de normaal toegepaste methode (ontdooien 17 uur bij kamertemperatuur 22°C) werd gekozen voor 17 uur ontdooien in de koelcel bij 4°C. Bij het uitpersen van de monsters bleken nog behoorlijke hoeveelheden bevroren delen aanwezig. Aanvankelijk veronderstelde men dat dit niet veel kwaad zou kunnen, echter de resultaten voor sommige bepalingen kwamen veel hoger uit dan eerder gedane metingen. Om de effecten na te gaan van de voorbewerking van de monsters na diepvriezen op de analyseresultaten, werd een testprogramma opgezet. Gekozen werd voor een opzet met vijf verschillende rassen. Deze werden onderling vergeleken gedurende zes behandelingen, waaronder direct persen van vers materiaal en vijf verschillende ontdooiprogramma's. Na ontdooien en uitpersen van het monstermateriaal analyseerde men de verkregen sappen op EC, pH, totaal suiker, titreerbaar zuur, afzonderlijke suikers, zuren en vitamine-C. De EC van vers geperst materiaal was wat hoger dan van perssap van diepgevroren monsters, hetgeen ook tot uitdrukking kwam bij het gehalte titreerbaar zuur, citroenzuur en appelzuur. De pH van de sappen bleek niet beïnvloed te worden door diepvriezen, maar te lang bewaren bij te hoge temperatuur leidde tot bio-degradatie en vorming van verzurende componenten. Het percentage brix bleek vooral bij onvoldoende ontdooien hoger uit te komen. De afzonderlijke suikers bleken dit gedrag te volgen. Ook het gehalte vitamine-C bleek bij onvoldoende ontdooien hoger uit te komen. Van een overmatig snelle afbraak of daling van het gehalte vitamine-C bleek echter, zelfs bij de behandeling met de verhoogde temperatuur, niet veel.
Potvis in een potje, omzetting van giftige stoffen: goed of kwaad?
Klamer, H. ; Boer, J. de - \ 1998
Zoutkrant 12 (1998)2. - p. 10 - 10.
Optimalisatie van erosieremmende teeltsystemen van mais en suikerbieten op loessgrond : invloed van grondbewerking en strobedekking op bodemerosie, waterafvoer, teeltwijze en gewasopbrengst = The impact of soil tillage on crop yield, runoff and soil loss under various farming systems of maize and sug[a]rbeet on loess soils
Geelen, P.M.T.M. ; Kwaad, F.J.P.M. ; Mulligen, E.J. van - \ 1996
Lelystad : PAGV [etc.] (Verslag / Proefstation voor de Akkerbouw en de Groenteteelt in de Vollegrond nr. 211) - 112
beta vulgaris - afvoer - erosiebestrijding - bedrijfssystemen - hydrologie - lössgronden - maïs - mulchen - turf - onderzoek - oppervlakkige afvoer - zaaibedbereiding - bodembescherming - stromulches - suikerbieten - grondbewerking - waterbescherming - zea mays - nederland - limburg - discharge - erosion control - farming systems - hydrology - loess soils - maize - mulching - peat - research - runoff - seedbed preparation - soil conservation - straw mulches - sugarbeet - tillage - water conservation - netherlands
Erosienormeringsonderzoek Zuid-Limburg; veld- en simulatiestudie
Roo, A.P.J. de; Dijk, P.M. van; Ritsema, C.J. ; Cremers, N.H.D.T. ; Stolte, J. ; Oostindie, K. ; Offermans, R.J.E. ; Kwaad, F.J.P.M. ; Verzandvoort, M.A. - \ 1995
Wageningen : SC-DLO (Rapport 364.1) - 234 p.
Het doel van het erosienormeringsonderzoek was een toetsingskader op te stellen waarin de bestemmings-, beheers- en inrichtingsaspecten kunnen worden beoordeeld. Hiertoe is een veld- en simulatiestudie verricht. De veldstudie bevatte metingen op perceels-, helling- en stroomgebiedniveau. De simulatiestudie resulteerde in een fysisch-deterministisch en hydrologisch erosiemodel (LISEM: Limburg Soil Erosion Model), waarmee diverse scenario's zijn doorgerekend. De veldstudie gaf een integraal beeld van het mechanisme van water- en sedimentafvoer in de lössgebieden van Zuid-Limburg. De resultaten van het model LISEM zijn redelijk betrouwbaar. Uit de simulaties bleek dat een combinatie van beheers- en inrichtingsmaatregelen de beste resultaten oplevert.
Landbouw tussen goed en kwaad.
Boersma, R. - \ 1989
In: Pastorale Paper no. 11, Studentenpastoraat Wageningen, sept - p. 52 - 55.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.