Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 14 / 14

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Pellen
Check title to add to marked list
Validation of ISO/DIS 20244 Soil quality - screening method for water content - determination by refractometry
Vark, Winnie van; Pellen, Peter ; Crum, Steven ; Harmsen, Joop - \ 2018
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research report 2911) - 25
ISO/TC190/Soil Quality has developed a standard to enable measurement of water content in soil and soil-like materials using a screening method ISO/DIS 20244. To become a full standard, the screening method required validation to show the applicability and comparability of the method in different laboratories (repeatability and reproducibility). This validation was organised by WEPAL, (Wageningen Evaluating Programs for Analytical Laboratories), which is part of Wageningen University in the Netherlands. 11 laboratories participated in the validation. Samples with comparable and known water content were distributed. Repeatability and reproducibility were calculated according ISO 5725. The measured water contents were lower than measured with ISO 11465. Probably the sucrose solution is not able to extract all water. Correction of the result using clay content and or organic matter content may be possible, but needs further investigation. The responsible ISO Working Group has to decide if and how the results can be added to ISO/DIS 20244 to become a full standard.
Onderzoek naar details van bodemgebonden verspreiding van TVX bij tulp
Kock, M.J.D. de; Lemmers, M.E.C. ; Pham, K.T.K. ; Lommen, S.T.E. - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit - 23
bloembollen - tulpen - aceria tulipae - tulpenvirus x - risicofactoren - ziektedistributie - bodemonderzoek - ornamental bulbs - tulips - tulip virus x - risk factors - disease distribution - soil testing
De afgelopen jaren heeft onderzoek aan Tulpenvirus X (TVX) uitgewezen dat dit virus tijdens de bewaring van tulpenbollen door tulpengalmijt wordt verspreid. Tevens is bekend dat er tijdens het koppen en ontbollen een risico op verspreiding van dit virus is. Daarentegen is het risico op mechanische verspreiding tijdens mechanisch pellen, spoelen en waterbroei gering. Tijdens dit onderzoek zijn diverse aanwijzingen verkregen voor verspreiding van TVX via de grond. Praktijkmaatregelen zijn pas te formuleren wanneer deze verspreidingsroute experimenteel bevestigd is en de bijbehorende vector of verspreidingsroute bekend is. Via diverse onderzoeksstrategieën is onderzocht wat de risico’s op bodemgebonden infectie met TVX bij tulp is. Hierbij is o.a. gebruik gemaakt van grond uit een vollegrondskas waar in 2011 bodemgebonden verspreiding van TVX is waargenomen. Teeltproeven met tulp, maar ook met diverse vanggewassen zijn uitgevoerd en de aanwezigheid van bodemschimmels die als virusvector kunnen optreden is bepaald. In een pottenproef met aanwezigheid van TVX-besmette tulpen vond er bij virusvrije tulp zeer beperkt virusverspreiding via de bodem plaats. Daarentegen vond er in een vergelijkbare pottenproef met TVX-besmette grond bij de vangplant Chenopodium amaranticolor veel efficiënter infectie met TVX vanuit de bodem plaats. Tijdens de teelt in de vollegrondskas met grond met TVX-geschiedenis vond er bij tulp geen virusinfectie vanuit de bodem plaats. Daarentegen werd op deze grond wel infectie bij Chenopodium vangplanten, brandnetel en vogelmuur waargenomen. Er was dus weldegelijk een virusreservoir in de bodem aanwezig. Er is zeer waarschijnlijk geen bodemorganisme betrokken bij infectie met TVX vanuit de bodem. Bij infectie vanuit de bodem is bij Chenopodium en onkruiden TVX het eenvoudigst aan te tonen in een wortelmonster. TVX verspreidt niet snel systemisch door de plant waardoor bladbemonstering ongeschikt is voor het aantonen van recente besmettingen vanuit de grond. Op basis van deze resultaten wordt voor onderzoek naar virusreservoirs bij onkruiden geadviseerd zich met name te concentreren op het ondergrondse deel van de plant. De resultaten beschreven in dit rapport laten zien dat bodemgebonden infectie met TVX complexer is dan vooraf gedacht. Specifieke bodemomstandigheden kunnen een cruciale rol spelen bij het wel of niet optreden van infectie vanuit de bodem bij tulp. Deze bodemomstandigheden zijn bij tulp blijkbaar kritischer dan bij vangplanten. Een lijst met maatregelen is samengesteld waarmee TVX-verspreiding via de bodem ze veel als mogelijk beperkt kan worden.
Bestrijding trips in gladiool met warme lucht
Kok, B.J. - \ 2011
Lisse : PPO Bloembollen en Bomen - 39
gladiolus - knollen - thysanoptera - plantenplagen - gewasbescherming - heteluchtbehandeling - behandeling na de oogst - teelt - bloembollen - tubers - plant pests - plant protection - hot air treatment - postharvest treatment - cultivation - ornamental bulbs
Tijdens de knollenteelt van gladiolen zijn geen goede middelen meer beschikbaar om trips in het gewas te bestrijden. Als gevolg van de slechtere bestrijding van tripsen in het veld komen er na het rooien veel knollen in de schuur die door tripsen zijn aangetast. Om vraatschade van de tripsen op de knollen tegen te gaan moeten de tripsen in de schuur volledig worden bestreden. In dit project is duidelijk geworden dat een warme luchtbehandeling van pitten en knollen van 24 uur bij 41°C alle stadia van tripsen (eitjes, larven, poppen en volwassen trips) volledig bestrijdt. De warme luchtbehandeling kan het best worden toegepast na het pellen of verwerken van pitten en knollen tijdens het nadrogen. Een warme luchtbehandeling van 24 uur bij 41°C (bij een RV van 50%), toegepast in verse knollen enkele weken na het rooien, had geen schadelijke gevolgen voor de plantkwaliteit na opplanten van de knollen in het volgende groeiseizoen of na opplanten een jaar later. Knollen kunnen zelfs 2 keer dezelfde warme luchtbehandeling doorstaan, bijvoorbeeld bij de teler en bij de exporteur na afleveren. Dit heeft geen gevolgen voor de plantkwaliteit. De warme luchtbehandeling kan ook vlak voor het planten worden toegepast in verse knollen, al dan niet met penvorming of overjarige knollen zonder dat dit schadelijk is voor de plantkwaliteit. Bij toepassing van de warme luchtbehandeling onder praktijksituaties moet er rekening mee worden gehouden dat de ruimte waarin de warme luchtbehandeling wordt uitgevoerd langer op 41°C gehouden moet worden dan 24 uur. De warme luchtbehandeling van 24 uur start op het moment dat het op alle plekken in de kisten 41°C is tussen de knollen. Het goed bijhouden van de temperatuur is hierbij noodzakelijk. Een warme luchtbehandeling van 24 uur bij 41°C kost € 0,75 per m³ knollen als deze in december wordt uitgevoerd.
Galmijtbestrijding in tulp : In deze openbare versie worden de niet-toegelaten middelen onder code vermeld : Resultaten onderzoek 2008-2010
Lans, A.M. van der - \ 2010
Lisse : PPO Bloembollen en Bomen - 27
tulipa - tulpen - plantenplagen - opslag - bloembollen - plantenziektebestrijding - pesticiden - landbouwkundig onderzoek - nederland - tulips - plant pests - storage - ornamental bulbs - plant disease control - pesticides - agricultural research - netherlands
Actellic, werkzame stof pirimifos-methyl, wordt tijdens de bewaring van tulpenbollen al vanaf 1980 gebruikt om grote veel voorkomende plagen zoals tulpengalmijt (Eriophyes tulipae) en bollenmijt (Rhizoglyphus soorten) te bestrijden. Ondanks toepassing van het middel in de praktijk komen er toch geregeld partijen tulpenbollen met problemen voor. Er zijn tot nu toe geen aanwijzingen dat de galmijt minder gevoelig is geworden voor Actellic. Daarnaast komt de werkzame stof pirimifos–methyl voor in het oppervlaktewater van bollenteeltgebieden als gevolg van lozen van condensvocht uit de met pirimifos–methyl behandelde bewaarcellen. Uit eerder onderzoek van PPO (PT 12510) ‘Alternatieve Bestrijding van Mijten in tulp en lelie’ is een behandeling naar voren gekomen, nl. een eenmalige boldompeling in chemische stoffen die een goed alternatief kan worden voor Actellic voor de bestrijding van tulpengalmijt in tulpenbollen. Om na te gaan op welk tijdstip de dompeling het meest effectief is werden de bollen in dit onderzoek (2008 – 2010) op verschillende tijdstippen na de oogst gedompeld in de middelen. In dit rapport wordt de bestrijdende werking op galmijten en de fytotoxiteit van vier verschillende middelen van gewasbeschermingfabrikanten beschreven. De middelen hebben momenteel geen toelating voor het bestrijden van galmijten in tulpenbollen en worden daarom onder code (1, 2, 3, 4) in dit rapport beschreven. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat drie van de vier middelen door middel van een eenmalige dompeling binnen 2 – 4 weken na de oogst de ruimtebehandeling met Actellic kunnen vervangen. Een dompeling van de bollen aansluitend op het pellen of sorteren kan een nadeel zijn als een partij is aangetast door zuur (Fusariumschimmel). De sporen van de schimmel van aangetaste bollen kunnen dan in het boldompelbad verspreid worden naar gezonde bollen. In verband met dit probleem wordt aan het boldompelbad het middel Spore Stop toegevoegd.
De gecombineerde rol van ethyleen en het pelmoment in het ontstaan van zuur in tulp
Dam, M.F.N. van; Kreuk, F. - \ 2010
Lisse : PPO Bloembollen en Bomen - 17
tulipa - tulpen - ethyleen - fusarium oxysporum - plantenziektebestrijding - bloembollen - opslag - landbouwkundig onderzoek - nederland - tulips - ethylene - plant disease control - ornamental bulbs - storage - agricultural research - netherlands
Proeftuin Zwaagdijk (de Zuurgroep West Friesland) en PPO-Bloembollen te Lisse deden de laatste jaren beide onderzoek naar zuur in tulp. Bij PPO werd gevonden dat ethyleen al binnen enkele uren tot dagen een belangrijke rol speelt bij toename van zuurgevoeligheid van de bollen. Uit onderzoek van Proeftuin Zwaagdijk bleek dat pellen binnen korte tijd na het oogsten het gunstigst was tegen infectie door zuur. In 2010 is een onderzoek gestart op basis van de gezamenlijke resultaten van Proeftuin Zwaagdijk en PPO. Hierin werd onderzocht of het optimale pelmoment afhankelijk is van de aanwezigheid van ethyleen na het rooien. Als er sprake is van een ethyleeneffect, kan wellicht het ideale pelmoment worden uitgesteld en verlengd door het ethyleenprobleem te vermijden of te voorkomen Twee tulpencultivars (White Dream en Tineke van der Meer) van een West-Fries bedrijf werden na het rooien gezeefd en behandeld voor de proef. Een deel werd blootgesteld aan ethyleen, met of zonder voorafgaande FreshStartbehandeling. Na ongeveer 42 uur na het zeven werd een deel van de bollen gepeld. De rest van de bollen werd een week en twee weken later gepeld. Na bewaring tot hal oktober werd het percentage zuur van de monsters vastgesteld. De vroeg gepelde bollen bleken het laagste zuurpercentage te hebben opgelopen: ca. 2%. Bij de later gepelde bollen werd 4 tot 5,8% zuur aangetroffen. Als ethyleen was toegediend na het rooien, ontstond een verhoging (verdubbeling) van het zuurpercentage. Nog steeds hadden de bollen die het vroegst waren gepeld het laagste zuurpercentage (4 en 5% afhankelijk van de cultivar). Bij de latere peldata ontstond ca. 9% zuur. Bij de bollen die eerst aan FreshStart en daarna aan ethyleen werden blootgesteld werd die verhoging niet waargenomen, maar bleef de bovengrens steken op iets meer dan 5%. Opmerkelijk daarbij was dat de percentages zuur van de verschillende peldata niet meer onderling verschilden. Toediening van FreshStart, zonder een ethyleenbehandeling leidde onverwacht tot hogere zuurpercentages. Dit resultaat blijft vooralsnog onverklaarbaar. Ethyleen lijkt van invloed te zijn op de toename van zuurgevoeligheid bij een later moment van pellen. Als de bollen zijn beschermd tegen ethyleen, door toediening van FreshStart kort na rooien, dan is het moment van pellen een minder belangrijke factor. Uitstel van pellen heeft dan geen sterke toename van het zuur tot gevolg. FreshStart biedt bescherming tegen ethyleen. Als men er voor kiest om geen FreshStart te gebruiken, is het in ieder geval raadzaam om blootstelling van de bollen aan ethyleen te vermijden. © Praktijkonderzoek
Verwaarding reststroom uienbewerking
Meeusen-van Onna, M.J.G. ; Schroot, J.H. ; Mulder, W.J. ; Elbersen, H.W. - \ 2008
Wageningen : Agrotechnology & Food Sciences Group (ASFG nr. 886) - ISBN 9789085048503 - 155
uien - oogstresten - verwerking - extractie - industriële toepassingen - compostering - verbranding - fermentatie - kleurstoffen in voedsel - antioxidanten - scheidingstechnologie - bioethanol - biobased economy - onions - crop residues - processing - extraction - industrial applications - composting - combustion - fermentation - food colourants - antioxidants - separation technology
In opdracht van ZUVER heeft Wageningen Universiteit en Research Centre de mogelijkheden bekeken voor verwaarding van de reststroom die bij de uienbewerking vrijkomt. Tijdens het uienbewerkingsproces komt een continue reststroom vrij. Deze reststroom bedraagt voor alle uienbewerkingsbedrijven tezamen jaarlijks 16.800 tot 18.900 ton. De reststroom komt vrij tijdens drie verschillende deelprocessen: lossen, afstaarten en sorteren/verpakken. De samenstelling van de reststroom is bij ieder proces anders. De drie deelprocessen geven qua omvang de volgende reststromen: ¿ Lossen: 4.800 ton tot 5.400 ton ¿ Afstaarten: 9.600 ton tot 10.800 ton ¿ Sorteren: 2.400 ton tot 2.700 ton Op dit moment 2008 wordt de reststroom gecomposteerd en over het land uitgereden. Tegelijkertijd willen de uienbewerkingsbedrijven ook kijken naar afzetmogelijkheden met meer toegevoegde waarde. De reststroom bevat interessante componenten die mogelijk interessant zijn voor hoogwaardiger toepassingen. De droge bruine pellen zijn rijk aan onoplosbare vezels en ze bevatten relatief veel quercitine. De wortels en bolstoel bevatten relatief veel zwavelcomponenten die als geur- of smaakstof herkenbaar zijn. Mogelijk kan een mengsel van quercitine en de zwavelcomponenten toegepast worden als insecticide of herbicide. Dit zal afhangen van werkzaamheid, dosering en benodigde zuiverheid. Wanneer de reststroom wordt gescheiden in een grondfractie en een overige fractie zijn er meer mogelijkheden voor de reststroom in beeld. Er zijn dus voordelen van scheiding van de grond- en niet-grondfractie. Het scheiden net na het lossen gebeurt al op dit moment: dat is de losstroom. Voor een aanvullende scheidingsstap is vooral de droge scheidingstechnologie in beeld. Het gaat dan bijvoorbeeld om windziften. Immers op elk bedrijf staan al afzuiginstallaties . ZUVER wil via mechanische stappen de scheiding verder optimaliseren . Om deze scheidingstechnieken te implementeren is nog wel een kort onderzoekstraject noodzakelijk waarin de technische en economische haalbaarheid van een scheiding van grond en uienpellen (inclusief staarten) uitgezocht wordt. Op basis van de samenstelling van de reststroom uit de uienbewerking is een groot aantal toepassingen bedacht. Deze toepassingen zijn gegroepeerd Verwaarding reststroom uienbewerking naar toegevoegde waarde, waarbij het onderscheid in fertilizer (compost, bodemverbeteraar), fuel (energie), fibre (vezel), feed (veevoer), food (humane voeding), farma en other (overig) is gehanteerd. De potentiële toepassingen omvatten een groot scala aan producten, die sterk uiteenlopen waar het gaat om de toegevoegde waarde. Daarvan lijkt een aantal toepassingen aantrekkelijk voor de uienbewerkingsbedrijven. Deze opties zijn nader uitgewerkt. Het gaat daarbij om opties die al binnen handbereik liggen, zoals compostering. Daarnaast zijn er toepassingen waar enig aanvullend onderzoek noodzakelijk is zoals verbranding. De meer hoogwaardiger toepassingen als kleurstof, antioxidant fungicide en insecticide vergen ook verdere ontwikkeling (met partners). Voor deze meer hoogwaardiger toepassingen geldt dat bedrijven die actief zijn in deze markt interesse hebben in de producten die de uienbewerkingsbedrijven kunnen aanleveren. In een samenwerkingsverband kunnen de mogelijkheden voor de verdere productontwikkeling worden verkend.
Pellen verbetert kwaliteit en snelheid : onderzoek Oxalis adenophylla
Leeuwen, P.J. van; Trompert, J.P.T. - \ 2002
Bloembollencultuur 113 (2002)20. - p. 17 - 17.
bloembollen - oxalis - forceren van planten - afpellen - cultuurmethoden - plantenontwikkeling - wortels - kwaliteit - glastuinbouw - ornamental bulbs - forcing - peeling - cultural methods - plant development - roots - quality - greenhouse horticulture
Onderzoek naar de invloed van pellen van Oxalis adenophylla bij de broei op pot op wortelgroei, kwaliteit en uniformiteit
Zuuronderzoek: plantgoed en pellen knelpunt : tulp.
Dam, M.F.N. van - \ 2002
Bloembollencultuur 113 (2002)12. - p. 18 - 19.
bloembollen - tulpen - tulipa - plantenziekteverwekkende schimmels - epidemiologie - gewasbescherming - zaden - onderzoek - ornamental bulbs - tulips - seeds - plant pathogenic fungi - epidemiology - plant protection - research
Gezond plantgoed houdt bemsetting met zuur laag. Van vier van de acht partijen die werden gevolgd bleek een week na het pellen het percentage zuur sterk te zijn toegenomen
Wageningen evaluating programmes for analytical laboratories (WEPAL): organization and purpose.
Houba, V.J.G. ; Uittenbogaard, J. ; Pellen, P. - \ 1996
Communications in Soil Science and Plant Analysis 27 (1996). - ISSN 0010-3624 - p. 421 - 431.
Wageningen evaluating programmes for analytical laboratories (WEPAL) as instruments for continuous quality control for analytical performance.
Houba, V.J.G. ; Uittenbogaard, J. ; Pellen, P. - \ 1995
In: Abstracts Int. Symp. on Soil and Plant Analysis, Wageningen (1995) A18, 21
De teelt van gladiolen en tulpen op het akkerbouwbedrijf in het Zuidwestelijk zeekleigebied
Kramer, C. - \ 1980
's-Gravenhage : L.E.I. (Landbouw-Economisch Instituut ) - 56
sierplanten - iridaceae - liliaceae - agrarische bedrijfsvoering - nederland - tulipa - tulpen - gladiolus - zeeland - noord-brabant - zuidhollandse eilanden - zuidwest-nederland - teelthandleidingen - bloembollen - tulips - ornamental plants - farm management - netherlands - south-west netherlands - cultivation manuals - ornamental bulbs
Het zuidwestelijk zeekleigebied (provincie Zeeland; Goeree-Overflakkee en de westhoek van Noord-Brabant) is een belangrijk produktiegebied voor gladiolen. Het zijn overwegend de wat kleinere akkerbouwbedrijven waar deze teelt wordt uitgeoefend, soms gecombineerd met de teelt van tulpenbollen. Uit een onlangs afgesloten onderzoek bleek dat het opnemen van gladiolen en/of tulpen in het bouwplan van een eenmansbedrijf en in nog sterker mate van een tweemansbedrijf, tot ca. 30 ha per vaste arbeidskracht, tot betere resultaten leidt. Speciale aandacht is besteed aan de vraag in hoeverre verwerking van de bloembollen in gaasbakken dan wel in palletkisten aantrekkelijk is. Hierbij bleek dat - indien voor de helft van de arbeidsbehoefte voor oogsten en verwerken (excl. pellen) van tulpen en gladiolen over losse arbeid kan worden beschikt - op het eenmansbedrijf verwerking in gaasbakken bedrijfseconomisch de voorkeur verdient, maar op het tweemansbedrijf daarentegen verwerking in palletkisten. Naarmate er meer losse arbeid beschikbaar is, wordt verwerking in palletkisten, ook voor bedrijven met een kleinere oppervlakte, voordelig
Chemische rustdoorbreking bij fresia's : proef V: Invloed pellen pitten en snijden bij wateronderdompelingen
Ravestijn, W. van - \ 1977
Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas (Intern verslag / Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas 67/11) - 8
Wateropname van fresia-knollen : invloed pellen, pitten en onderdompelingstijd
Ravestijn, W. van - \ 1974
Naaldwijk : Proefstation voor de Groenten- en Fruitteelt onder Glas - 8
Gemechaniseerd tulpebollen pellen : verslag van onderzoek naar het gebruik van een pelmachine
Broek, N.J. v.d.; Hoogendoorn, N. - \ 1970
Wageningen : Instituut voor Tuinbouwtechniek (Intern verslag / Instituut voor Tuinbouwtechniek 16) - 30
bloembollen - afpellen - mechanisatie - boerderij uitrusting - ornamental bulbs - peeling - mechanization - farm equipment
Check title to add to marked list

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.