Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 227

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: q=Schrijver
Check title to add to marked list
Fraud vulnerability in the Dutch milk supply chain : Assessments of farmers, processors and retailers
Yang, Y. ; Huisman, W. ; Hettinga, K.A. ; Liu, N. ; Heck, J. ; Schrijver, G.H. ; Gaiardoni, L. ; Ruth, S.M. van - \ 2019
Food Control 95 (2019). - ISSN 0956-7135 - p. 308 - 317.
Dairy supply chain - Fraud factor - Fraud mitigation - Milk adulteration - Organic farm - Vulnerability assessment

Food fraud surfaces regularly, anywhere in the world. Not only the companies involved in food fraud suffer from losses when food fraud occurs, other actors in the supply chain and branch of industry are often painted with the same brush. Milk has been a common fraud target in the past and, therefore, fraud is a concern for companies involved in milk production. In order to manage and prevent fraud in the milk supply chain, a good insight into the vulnerabilities of companies and their supply chain networks is pivotal. The aim of the current study is to understand (a) the fraud vulnerability of the general milk supply chain in the Netherlands and its tiers (farmers, processors, retailers) and (b) the differences in fraud vulnerability of farmers producing organic milk, green intermediate ‘pasture milk’ and conventional milk. The SSAFE food fraud assessment tool was slightly adapted to the milk supply chain and used to examine the fraud vulnerability of the 38 businesses of the three tiers in the study: 30 farmers, 4 milk processors and 4 retailers. Forty-eight fraud factors related to opportunities, motivations and control measures were examined. Subsequently, key fraud factors were identified. The three tier groups showed major similarities in motivation related fraud factors, and large differences in fraud opportunities and controls. There were also differences observed between the organic and non-organic farmers, with organic farmers being slightly more vulnerable than their non-organic counterparts. From this study it appears that the milk supply chain in the Netherlands is low to medium vulnerable to fraud but the key factors contributing to the vulnerability differ between the tiers (farmers, processors, retailers). Management of the fraud risks requires consideration of these differences.

Wij zorgen ervoor! : ervaringen met nieuwe vormen van beheer in de pilot Natuurbeheer Krimpenerwaard: onderzoek ten bate van de eindevaluatie
Westerink, Judith ; Boer, Tineke de; Schrijver, Raymond ; Zee, Friso van der - \ 2018
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2916) - 61
The Importance of Combined Tidal and Meteorological Forces for the Flow and Sediment Transport on Intertidal Shoals
de Vet, P.L.M. ; van Prooijen, B.C. ; Schrijvershof, R.A. ; van der Werf, J.J. ; Ysebaert, T. ; Schrijver, M.C. ; Wang, Z.B. - \ 2018
Journal of Geophysical Research: Earth Surface 123 (2018)10. - ISSN 2169-9003 - p. 2464 - 2480.
hydrodynamics - intertidal area - morphology - numerical model - sediment transport - wind

Estuarine intertidal areas are shaped by combined astronomical and meteorological forces. This paper reveals the relative importance of tide, surge, wind, and waves for the flow and sediment transport on large intertidal shoals. Results of an intensive field campaign have been used to validate a numerical model of the Roggenplaat intertidal shoal in the Eastern Scheldt Estuary, the Netherlands, in order to identify and quantify the importance of each of the processes over time and space. We show that its main tidal creeks are not the cause for the dominant direction of the net flow on the shoal. The tidal flow over the shoal is steered by the water level differences between the surrounding channels. Also during wind events, the tidal flow (enhanced by surge) is dominant in the creeks. In contrast, wind speeds of order 40 times the typical tidal flow velocity are sufficient to completely alter the flow direction and magnitude on an intertidal shoal. This has significant consequences for the sediment transport patterns. Apart from this wind-driven flow dominance during these events, the wind also increases the bed shear stress by waves. For the largest intertidal part of the Roggenplaat, only ∼1–10% of the yearly transport results from the 50% least windy tides, even if the shoal is artificially lowered half the tidal range. This dominance of energetic meteorological conditions in the transports matches with field observations, in which the migration of the creeks and high parts of the shoal are in line with the predominant wind direction.

Bioeconomy mapping report, D 1.1 : An overview of the bioeconomy
Bos, H.L. ; Kranendonk, R.P. ; Harmsen, P.F.H. ; Schrijver, R.A.M. ; Leeuwen, J.J.A. van - \ 2018
EU (Bloom ) - 45 p.
biobased economy - biomass - biobased materials - biobased chemistry
De waarde van maatschappelijke kostenbatenanalyses voor natuur en landschap
Schrijver, R.A.M. ; Heide, C.M. van der - \ 2018
Vakblad Natuur Bos Landschap (2018)146. - ISSN 1572-7610 - p. 3 - 7.
Om relevante effecten van overheidsprojecten
in beeld te brengen en te wegen,
wordt vaak gebruik gemaakt van een
maatschappelijke kosten-batenanalyse
(MKBA). Een MKBA verschaft een overzicht
van de voor- en nadelen van een
voorgenomen besluit. Om verschillende
projectalternatieven goed met elkaar te
vergelijken, worden de voor- en nadelen
ervan in euro’s uitgedrukt. Wanneer de
baten van het project de kosten overschrijden,
dan gaat de maatschappij ‘erop
vooruit’ – de maatschappelijke welvaart
stijgt door het project. Voor het schetsen
van het complete plaatje is het van belang
dat ook natuur en landschap onderdeel
uitmaken van een MKBA
Naar een Heideboerderij en een nieuwe marke voor de Sallandse Heuvelrug
Schrijver, Raymond ; Vijn, Marcel - \ 2018
Wageningen : Wageningen University & Research, Wetenschapswinkel (Wageningen University & Research Wetenschapswinkel rapport 345) - ISBN 9789463434683 - 57
Stichting Heideboerderij Nederland werkt aan de ontwikkeling van het concept van de Heideboerderij. Op een vijftiental locaties in Nederland wordt samen met boeren, schaapherders, natuurorganisaties, burgers, ondernemers en lokale en provinciale overheden gewerkt aan de realisatie van Heideboerderijen. De stichting Heideboerderij Nederland (SHN) heeft de Wetenschapswinkel gevraagd om Wageningen University & Research een verkenning te laten doen naar de mogelijkheden voor realisatie van het door hen ontwikkelde concept van de Heideboerderij op diverse plaatsen in Nederland. In het concept van de Heideboerderij wordt de samenwerking vormgegeven tussen natuurbeheerders, schaapherders, boeren, streekgebonden bedrijven en bewoners als onderdeel van een common en met wortels in een eeuwenoud heidelandbouwsysteem. Het woord ‘commons’ is de gebruikelijke Engelse term voor het gemeenschappelijk bezit van natuurlijke hulpbronnen. Verwante Nederlandse benamingen zijn onder andere Meent, Gemeynt, Boermarke en Marke. De term Marke werd (en wordt) gebruikt in Salland. Op de Sallandse Heuvelrug ging het om bossen en heidevelden (outfields) vanwaar nutriënten werden verzameld in een potstal voor gebruik op de akkers (infields). In de huidige tijd komen daar talrijke nieuwe ‘commons’ bij zoals het korhoen (biodiversiteit) en bijna verloren gegane ambachten (cultuurhistorie). Het antwoord op de gestelde vragen aan de Wetenschapswinkel wordt gegeven door een fictieve samenwerkingsovereenkomst voor de Marke op te stellen met voorwaarden waaraan de business modellen van de diverse samenwerkingspartners moeten voldoen. De acht principes van Elinor Ostrom voor het ontwerp van een ‘common’ zijn daarbij als leidraad genomen. Het concept van de Heideboerderij kan verbetering brengen wat betreft de natuur op en vooral rond de Sallandse Heuvelrug mits aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan. Randvoorwaarden waaraan met prioriteit moet worden gewerkt zijn een samenwerking tussen actoren in het gebied gericht op een gemeenschappelijke business case die aanvullend is op individuele verdienmodellen van ondernemers en de instelling van een Markefonds. Dit Markefonds is noodzakelijk voor het overbruggen van het gat in verdiencapaciteit tussen bedrijven die zich primair richten op productie voor de wereldmarkt en bedrijven met een nadruk op maatschappelijke waarden en ook voor het borgen van een langetermijnzekerheid daarbij---Stichting Heideboerderij Nederland (SHN, The Dutch Heath Farm Foundation) works on the development of the heath farm concept in The Netherlands. At fifteen locations farmers, shepherds, nature organisations, citizens, entrepreneurs and the local and provincial governments work together on the realisation of heath farms. The SHN asked the Wetenschapswinkel (Science Shop) at Wageningen University & Research to explore the possibility of realising the Heath Farm concept at various locations in The Netherlands. The concept of the SHN gives form to the collaboration between nature conservationists, shepherds, farmers, regional businesses and residents, who together make use of the common, this has an historical context. The word “commons” is the English term for the common ownership of natural resources. Related Dutch names are Meent, Gemeynt, Boermarke en Marke. The term Marke is used in Salland. On the Sallandse Heuvelrug it describes the forest and heather fields. These fields were farmers outfields, which were used for grazing animals, who later brought nutrients (manure) back to the stable and this was used to enrich the crop fields. In the present time we find many new ‘commons’, where we find new uses, such as for the conservation of black grouse (and other biodiversity) and almost forgotten crafts (cultural history). The answer to the questions the Science shop received was to draw up a fictitious cooperation agreement for the Marke (commons) with conditions that the various partners must meet. The eight principles of Elinor Ostrom, for the design of a common, were taken as a guideline. The concept of the Heathfarm can provide improvements to nature, both on and around the Sallandse Heuvelrug, provided that certain preconditions are met. The precondition with the highest priority is that the different actors cooperate and develop a common business case, that is complementary to the individual business models of the entrepreneurs. Additionally, they have to establish a Markefund (common fund). This is necessary to bridge the gap between the earning capacity of companies focused primarily on production for the world market and companies which focus on social values and long term sustainability
Targeted payments for services delivered by farmers : possible approaches
Berkhout, Petra ; Doorn, Anne van; Schrijver, Raymond - \ 2018
Wageningen : Wageningen Economic Research (Wageningen Economic Research repport 2018-052) - ISBN 9789463437868 - 33
This report explores options within the Common Agricultural Policy to strengthen payments to farmers for delivering public services related to land management, with a focus on environmental services. It also discusses the advantages and disadvantages of different systems in terms of compliance with WTO and EU legal conditions, the administrative burden (both public and private), monitoring and control and uptake by farmers.
Boeren voor Natuur: de ultieme natuurinclusieve landbouw? : Lessen van vier pilotbedrijven en relevantie voor beleid
Westerink, Judith ; Plomp, Marleen ; Ottburg, Fabrice ; Zanen, Marleen ; Schrijver, Raymond - \ 2018
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2858) - 121
Dit rapport doet verslag van de uitkomsten van tien jaar uitvoering van Boeren voor Natuur op vier boerenbedrijven in Zuid-Holland en Overijssel. Daarnaast gaat het rapport in op de vraag wat nodig is voor een bredere toepassing.
Assessing the potentials for nonfood crops
Ramirez Almeyda, Jacqueline ; Elbersen, B.S. ; Monti, M. ; Staritsky, I.G. ; Panoutsou, P. ; Alexopoulou, E. ; Schrijver, R.A.M. ; Elbersen, H.W. - \ 2017
In: Modelling and Optimisation of Biomass Supply Chains / Panoutsou, C., Academic Press - ISBN 9780128123034
Given the ambitious EU targets to further decarbonize the economy, it can be expected that demand for lignocellulosic biomass will continue to grow. Provisioning of part of this biomass by dedicated biomass crops becomes an option. This chapter presents yields and cost levels that can be reached in Europe with different perennial crops in different climatic, soil, and management situations. The AquaCrop model developed by FAO was used and fed with phenological parameters per crop and detailed weather data to simulate the crop growth in all European NUTS3 regions. Yield levels were simulated for a maximum and a water limited yield situation and further converted to match with low, medium, and high input management systems. Low input systems are suitable for the lower quality soils often characterized as “marginal” because of their low suitability to be used for annual (rotational) cropping. In addition, suitability maps specific per crop were prepared according to important limiting factors such as killing frost, length of growing season, and slope. The cost productions were assessed with an activity-based costing (ABC) model, developed to assess the roadside Net Present Value (NPV) cost per ton of biomass. The yield, crop suitability, and cost simulation results were then combined to identify the best performing crop–management mix per region.
Provinciale sturing op verbinden van natuur en economie : Tussenrapportage WOT-04-010-036.91
Gerritsen, A.L. ; Schrijver, R.A.M. ; Kranendonk, R.P. ; Heide, C.M. van der - \ 2017
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur en Milieu (WOt-interne notitie 195)
Maatschappelijke kosten en baten van overwinterende ganzen in Noord-Nederland
Buij, R. ; Jansman, H. ; Clement, J. ; Schrijver, R.A.M. ; Melman, Th.C.P. - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2827) - 90
In order to analyse costs and benefits of different management scenarios of geese populations, a social cost-benefit analysis has been conducted focusing on wintering barnacle geese in Northern Netherlands. We compared management scenarios with current policy: optimizing the refuge areas for geese; optimizing damage control outside refuges; increase culling so that the damage becomes socially acceptable. In a workshop with the relevant stakeholders, these scenarios have been compared to the costs and benefits as achieved by current policy. Differences were detected between the scores of stakeholders and scientific data, which appears to be linked to the fact that in the Netherlands, refuge management for geese and derogation shooting have not always been conducted effectively. It also appears that there are significantly different perceptions between stakeholders about effective goose management scenarios and their associated costs and benefits. The differences between the scores and the scientific data could be used to deepen the insights and further the improvement of management. A comprehensive assessment of cost and benefit of barnacle geese wintering in the Netherlands is difficult to realize in practice due to lack of data. Costs often attract far more attention than benefits, especially when the latter have a public rather than a commercial nature and because they are often widely enjoyed (e.g. by bird lovers, tourists). Understanding benefits related to geese and better assessment of the size of the stakeholder group may also generate new economic activities, for example in the tourism sector.
Quantifying establishment limitations during the ecological restoration of species-rich Nardus grassland
Daele, Frederik Van; Wasof, Safaa ; Demey, Andreas ; Schelfhout, Stephanie ; Schrijver, A. De; Baeten, Lander ; Ruijven, Jasper van; Mertens, Jan ; Verheyen, Kris - \ 2017
Applied Vegetation Science 20 (2017)4. - ISSN 1402-2001 - p. 594 - 607.
Community assembly - Establishment limitation - Germination - Intraspecific trait variation - Plant–soil interactions - Restoration ecology - Semi-natural Nardus grasslands

Aims: Successful establishment of species-rich Nardus grasslands on ex-agricultural land requires identification and removal of barriers to effective seed germination and seedling survival. Therefore, we investigate how germination and early development are affected by soil conditions from different restoration phases and how this relates to their specific plant strategies. Location: Grasslands and experiments in northern Belgium. Methods: We selected three grassland restoration phases (Lolium perenne grasslands, grass–herb mix grasslands and species-rich Nardus grasslands), which were characterized by a distinct plant community and soils with contrasting abiotic and biotic properties (respectively, eutrophic, mesotrophic and oligotrophic soils). In a first germination experiment we investigated the species-specific responses (germination, lag time and emergence rate) of 70 grassland species (that typically occur along the restoration gradient) in each of the selected soils. Second, a mesocosm experiment was set-up in which a mixture of 19 species (representative of the distinct grassland restoration phases) was grown together in the respective soils. Here, we analysed the intraspecific variation of plant growth, SLA and identified changes in community assembly. Results: Irrespective of soil influences, Nardus grassland species had significantly lower germination potentials and longer germination lag times than L. perenne grassland species. Germination (and its lag time) of grass–herb mix grassland species were negatively affected by the oligotrophic soils. Soil factors determined early growth patterns during the emergence and establishment phase. L. perenne grassland species exhibited a more plastic growth response and were highly dependent on soil type. Nardus grassland species exhibited large intraspecific variation in SLA, which was found to be significantly lower in the oligotrophic soils. Even though the difference in bio-available P between mesotrophic and oligotrophic soils was minor, Nardus grassland species were only able to compete in the oligotrophic soils (no significant difference in biomass between communities). Mesotrophic mesocosms exhibited the highest species richness after 200 d of growth. Conclusion: Plant species from the three grassland restoration phases display distinct germination strategies, irrespective of soil type. Interactions between growth strategies and soil factors determine competitive asymmetry and therefore shape community assembly in the distinct grassland phases.

Verder vergroenen, verder verbreden : naar een effectieve bijdrage van het Europees landbouwbeleid en beleid voor agrarisch natuurbeheer aan groene opgaven
Doorn, Anne van; Westerink, Judith ; Nieuwenhuizen, Wim ; Melman, Dick ; Schrijver, Raymond ; Breman, Bas - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2822) - 75
duurzame landbouw - vergroening - milieubeheer - beschermde soorten - klimaatverandering - biodiversiteit - landbouwbeleid - conservering op het bedrijf - sustainable agriculture - greening - environmental management - protected species - climatic change - biodiversity - agricultural policy - on-farm conservation
This report explores in what way greening and enhancing sustainability of agriculture could be best supported within the CAP: by greening of direct payments (1 st pillar) or by contracts for agri-environmental management (2 nd pillar). Additionally it is explored for which goals it would be meaningful to implement a collective approach for agri-environmental management, next to the current objectives of the support of internationally protected species. The most relevant issues in the Netherlands concerning the sustainable management of natural resources, climate change and biodiversity are the point of departure of the analysis. For a couple of issues it is analysed which objectives can be best reached with which measures and instruments within the CAP.
Het Deelerwoud: Wild en bijster land
Frijns, Martien ; Bosch, Machiel ; Driessen, C.P.G. ; Purmer, Michiel ; Breman, Gerrit ; Bosch, Jeroen - \ 2016
AFdH - ISBN 9789072603548
In Het Deelerwoud – Wild en bijster land verkennen zeven mannen dit natuurgebied, dat midden op de Veluwe ligt. Natuurmonumenten verwierf het gebied in 1967 na een zeer succesvolle landelijke actie – een van de eerste grote publieksacties voor natuurbehoud in Nederland. Het Deelerwoud is een bijzonder gebied. Sinds 2001 worden hier de dam- en edelherten niet meer afgeschoten. Ruim tien jaar later geldt voor de wilde zwijnen hetzelfde. In dit prachtig geïllustreerde en leerzame boek wandelt de lezer mee met natuurbeheerder Machiel Bosch, filosoof Clemens Driessen en schrijver en natuurliefhebber Martien Frijns. Wat zien we, waarover horen we, waarover wordt er gedacht? De wandeltochten door het Deelerwoud roepen vragen op over onder andere 100%-wildgarantie, geluidshinder, lerend beheren, fauna versus flora, de Amsterdamse Waterleidingduinen, de Oostvaardersplassen, charismatische relaties in de natuur, safari-joggen, de Hooglander en het Heck-rund, de raaf en de uil, rewilding en natuur in de oksels van de snelwegen. Maar ondertussen leert de lezer ook zeker twaalf soorten poep kennen.
Duurzaam heidebeheer : hoeveel ruimte is er voor schaapskuddes op de heide?
Schrijver, R.A.M. - \ 2016
Vakblad Natuur Bos Landschap 13 (2016)130. - ISSN 1572-7610 - p. 3 - 5.
natuurbeheer - schapen - wilde schapen - kuddes (flocks) - pastoralisme - arbeidsomstandigheden - heidegebieden - publieke participatie - nature management - sheep - wild sheep - flocks - pastoralism - working conditions - heathlands - public participation
Herders en heide blijven de gemoederen bezig houden. Dit voorjaar verscheen naar aanleiding van de motie Jacobi het Alterra rapport ‘Wie stuurt de herder?’ Centraal daarin staat de penibele positie van herders: ze worden structureel onderbetaald en er zijn te veel ‘dakloze’ kuddes. Dit is nog wel op te lossen. Ingewikkelder zijn de maatschappelijke opgaven: beheer voor bredere maatschappelijke doelstellingen en het vergroten van mogelijkheden voor burgerparticipatie.
Kan het nieuwe natuurbeleid tegen een stootje? Botsproeven in het Natuur Netwerk Nederland
Os, J. van; Schrijver, R.A.M. ; Broekmeyer, M.E.A. - \ 2016
Landschap : tijdschrift voor Landschapsecologie en Milieukunde (2016)02. - ISSN 0169-6300 - p. 167 - 175.
Over the period 2010-2013 the Dutch government made
a major shift in nature policy, which was triggered by
the financial crisis and a new framing of nature conservation
and development in society. The ambition of the
Dutch Nature Network is now downsized in area, the
realisation is decentralised to provinces and the budgets
for investments in nature development and conservation
are decreased. In this article we assess the robustness
of the Dutch nature policy with four crash tests. In
these tests four pillars are investigated. It appears that
existing nature qualities in terms of Natura 2000 areas
and f lora and fauna species are well protected by spatial-
and regulatory law. Additional physical planning
of provinces and municipalities protects existing nature
against developments of farmers and firms. In order to
secure nature development sufficient nature management
budget must be available. Last important pillar is
ownership. Farmers and land owners can play an important
role in development of nature areas, but there is no
guarantee that they will actually do so. The ownership
of nature reserves in the hand of specialized nature conservation
organisations remains an important pillar in
Dutch policy to ensure the continuity of nature development.
Bloeiend Amstelland : hoe kan het landschap de basis zijn van een duurzame gebiedseconomie
Westerink, Judith ; Schrijver, Raymond ; Steggerda, Michelle ; Heide, Desiree van der - \ 2016
Wageningen : Wetenschapswinkel Wageningen UR (Rapport / Wetenschapswinkel Wageningen UR 332) - ISBN 9789462578760 - 68
Nederlands bosbeheer en bos- en houtsector in de bio-economie : scenario’s tot 2030 in een internationaal bio-economie perspectief
Nabuurs, G.J. ; Schelhaas, M. ; Oldenburger, J. ; Jong, A. de; Schrijver, R.A.M. ; Woltjer, G.B. ; Silvis, H.J. ; Hendriks, C.M.A. - \ 2016
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2747) - 83 p.
bosbeheer - houtproductie - bosbouweconomie - houtgebruik - houthandel - biobased economy - scenario-analyse - duurzaamheid (sustainability) - nederland - forest administration - timber production - forest economics - wood utilization - timber trade - scenario analysis - sustainability - netherlands
Deze studie is uitgevoerd als ondersteuning voor het opstellen van een Actieplan Bos en Hout. Het Actieplan is een initiatief van alle spelers in de bos- en houtsector en beoogt het verduurzamen van de sector en het vergroten van de duurzame bijdrage van de sector aan de bio-economie. Het houtgebruik in Nederland gaat waarschijnlijk stijgen van 0,9 m3 per inwoner nu naar 1,5-2 m3 in 2030 (de biomassavisie2030 verwacht een extra vraag door Nederland van ~30 miljoen m3/j). Deze toename komt door beleidsdoelen op het gebied van hernieuwbare energie, ambities voor de ontwikkeling van een biobased economy en ambities voor meer gebruik van duurzame materialen in
bijvoorbeeld de bouw. Andere landen hebben soortgelijke ambities, waardoor de vraag naar houtige biomassa wereldwijd enorm zal stijgen. Nederland zal meer nog dan nu afhankelijk zijn van houtige biomassa import, maar het zal lastiger zijn om de gevraagde hoeveelheden te verkrijgen. Het niet
beschikbaar komen van deze grote hoeveelheden biomassa zou de duurzaamheidsambities in gevaar kunnen brengen
toename komt door beleidsdoelen op het gebied van hernieuwbare energie, ambities voor de ontwikkeling van een biobased economy en ambities voor meer gebruik van duurzame materialen in bijvoorbeeld de bouw. Andere landen hebben soortgelijke ambities, waardoor de vraag naar houtige
biomassa wereldwijd enorm zal stijgen. Nederland zal meer nog dan nu afhankelijk zijn van houtige biomassa import, maar het zal lastiger zijn om de gevraagde hoeveelheden te verkrijgen.
Water management supporting the delivery of ecosystem services for grassland, heath and moorland
Ritzema, Henk ; Kirkpatrick, Hilary ; Stibinger, Jakub ; Heinhuis, Hans ; Belting, Heinrich ; Schrijver, Raymond ; Diemont, Herbert - \ 2016
Sustainability 8 (2016)5. - ISSN 2071-1050
Drainage - Economics - Ecosystem services - EU green infrastructure - Grassland - Irrigation - Peatland - Water management

In the present era, permanent grasslands and other grazed habitats, i.e., moorlands and heath, are appreciated as avant la lettre green infrastructure (GI) resources, providing a wide range of ecosystem services, the delivery of many of which require water management to be in place. This paper discusses the role of water management and, in particular, that of drainage. We contend that controlled drainage and drainage-irrigation systems can contribute to the sustainable use of grasslands and associated habitats in the European Union. We present examples from a range of habitats in several EU Member States and attempt to identify the contemporary (short-term) costs as well as the short-term revenues covering these costs. Options for enhancing the role of the Green Infrastructure in Europe to achieve sustainable land use by including all "permanent grassland" are discussed.

Wie stuurt de herder? : concurrentie of coöperatie? : natuur- en cultuurproductie met schaapskuddes
Schrijver, R.A.M. - \ 2016
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2708) - 47 p.
schapen - natuurbescherming - heidegebieden - financiën - contracten - begrazing - erfgoed - nederland - sheep - nature conservation - heathlands - finance - contracts - grazing - heritage areas - netherlands
Een verkennend onderzoek naar de positie en betekenis van traditioneel werkende herders in de Nederlandse samenleving. Aan de hand van interviews, een workshop en modelberekeningen is een beeld gevormd van de financiële positie van de herders in de sector, van de knelpunten en van de betekenis die de herders hebben voor natuur en cultuurhistorie. De analyse wijst uit dat de traditioneel werkende herders een maatschappelijke meerwaarde leveren die wordt ondergewaardeerd. Er worden diverse oplossingsrichtingen aangedragen en aanbevelingen gedaan voor een structurele herziening van het huidige systeem met korte termijn contracten.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.