Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 381

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: wurpublikatie/titelbeschrijving/classificatie/trefwoord/cab/engels==natura 2000
Check title to add to marked list
Ploeg- en omzetverbod van blijvend grasland in Natura 2000-gebieden : beoordeling ecologische en milieu- effecten van eventuele opheffing in de Wieden Weerribben
Doorn, Anne ; Broekmeijer, Mirjam ; Schotman, Alex ; Lesschen, Jan Peter ; Geertsema, Willemien ; Korevaar, Hein ; Melman, Dick ; Schuiling, Rini - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2832) - 59
natura 2000 - bodembeheer - permanente graslanden - milieueffect - ecologische beoordeling - nederland - soil management - permanent grasslands - environmental impact - ecological assessment - netherlands
Schelpdierbestanden in de Nederlandse kustzone in 2017
Troost, K. ; Perdon, K.J. ; Zwol, J. van; Jol, J. ; Asch, M. van - \ 2017
IJmuiden : Stichting Wageningen Research, Centrum voor Visserijonderzoek (CVO) (CVO rapport 17.014) - 38
schaaldieren - visserij - natura 2000 - noordzee - ensis - spisula - visstand - biodiversiteitsbepaling - shellfish - fisheries - north sea - fish stocks - biodiversity assessment
The exploitation of wild shellfish has developed from free fisheries to a strongly regulated commercial activity, in which economic and ecological objectives are both aimed for. Within the framework of this policy an annual stock estimate is made for the economic important species: razor shell (Ensis directus) and cut-through shell (Spisula subtruncata), and other less economic species. The survey covers the entire Dutch coastal zone, and is commissioned by the Ministry of Economic Affairs. The fieldwork for the 23 th successive survey since 1995 was carried out in spring 2017. The principle objective of this survey is the assessment of the stock sizes of the economically important species Ensis directus and Spisula subtruncata in the Dutch coastal zone, including the Natura-2000 areas: “Noordzeekustzone”, “Voordelta”, “Vlakte van de Raan”, and the mouth of the Westerschelde estuary. In addition to the two most important species, we also report on the occurrence of three species of occasional economic importance: otter shell (Lutraria lutraria), striped venus clam (Chamelea striatula), and banded wedge shell (Donax vittatus). For the Dutch coastal zone the total stock size was estimated at 397.2 million kg fresh weight for razor shells, and 1,281.7 million kg fresh weight of cut-through shells. Stocks of the the other species were estimated at 18.1 million kg fresh weight for striped venus clams, 38.0 million kg fresh weight of banded wedge shells and 4,931 million individuals of otter shells. The stock of razor shells showed a sharp increase and was found to be the highest since 1995. The same can be said for the cut-through shells, where the stock of biomass increased to a level which is the highest since 1995. Also the stock of the otter shell and the banded wedge shell increased where the stock of the striped venus clam showed a slight decrease.
Ecologisch Gericht Suppleren: meetplan geïntegreerde ecosysteem survey 2017
Baptist, Martin ; Bolle, Loes ; Couperus, Bram ; Tulp, Ingrid ; Hal, Ralf van - \ 2017
Den Helder : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C017/17) - 78
visfauna - benthos - zandsuppletie - natura 2000 - noordzee - kustbeheer - aquatische ecosystemen - habitatbeheer - mariene ecologie - fish fauna - sand suppletion - north sea - coastal management - aquatic ecosystems - habitat management - marine ecology
Suppleties van zand op vooroever of strand worden in opdracht van Rijkswaterstaat uitgevoerd om de Nederlandse kust tegen erosie te beschermen en om voldoende zand in het kustfundament te houden. Een groot deel van de suppleties vindt plaats in of nabij de kuststrook die binnen de Natura2000 regelgeving wordt beschermd, de Noordzeekustzone. Het is dus van belang de eventuele effecten van deze praktijk op de natuur zorgvuldig te bestuderen, zodat dit effect kan worden afgezet tegenover het algemene nut voor de maatschappij. Betere kennis van de effecten kan leiden tot beperking van eventuele schade aan- en mogelijk zelfs tot versterking van- gewenste natuurwaarden en ecosysteemdiensten. Tot nog toe is er relatief weinig aandacht geweest voor de gevolgen van suppleren op vispopulaties in vergelijking met benthos, terwijl de kinderkamerfunctie van de ondiepe kustzone een zeer belangrijke economische ecosysteemdienst levert. Kennis van de habitatfactoren die het voorkomen van juveniele vis in kinderkamers bepalen leidt tot een verbeterd inzicht van de gevolgen van suppleties op vispopulaties en van de voedselketen van viseters in de ondiepe kustzone. In overleg met natuurorganisaties en de kennisinstituten Deltares en Wageningen Marine Research is in 2016 het document `Ecologische effecten van zandsuppleties’ (Herman et al., 2016) geschreven met als doel onderzoek te formuleren naar ecologische effecten van zandsuppleties. In het onderdeel ‘uitvoeringsplan’ (deel C in Herman et al. 2016) zijn 3 onderzoekslijnen (ook wel Krachtlijnen genoemd) gedefinieerd, te weten: Vooroever, Duinen en Waddenzee. Het hier beschreven meetplan voor een survey in 2017 valt onder de onderzoekslijn Vooroever. De onderzoeksvraag die in dit meetplan wordt behandeld volgt uit de prioritering van de krachtlijn Vooroever: (Cumulatieve) gevolgen van reguliere suppleties op samenstelling en functioneren van het ecosysteem van de vooroever. Deze onderzoeksvraag luidt: “Wat zijn de cumulatieve gevolgen van reguliere suppleties op samenstelling en functioneren van het ecosysteem van de ondiepe vooroever van de Nederlandse kust?” Conform het plan van aanpak voor dit programma (Herman et al., 2016) wordt voorgesteld om een survey uit te voeren in de vooroever (0 tot 10-12 m diepte), waarbij benthos, vis en habitatkarakteristieken worden bemonsterd. Deze geïntegreerde ecosysteem survey is daarmee een onderdeel van een groter pakket van geplande dataverzameling in het kader van Ecologisch Gericht Suppleren II. Het hoofddoel van de survey is om data te verzamelen over het voorkomen van (juveniele) vis in relatie tot relevante omgevingsvariabelen, zowel abiotisch als biotisch. De survey zal inzicht verschaffen in het functioneren van het kustecosysteem en kennis opdoen over de wisselwerking met biotische en abiotische omgevingsvariabelen. De resultaten van de survey zullen dienen voor het opstellen van habitatmodellen voor juveniele vis om hiermee effecten van suppleties te kwantificeren. Dit rapport beschrijft de meetstrategie, de meetmethoden, de te meten variabelen (vis, benthos en omgevingsvariabelen) en de bemonsteringslocaties voor de ondiepe geïntegreerde ecosysteem survey 2017.
Damherten op de Haringvreter in het Veerse Meer : mogelijkheden voor een levensvatbare populatie?
Kuiters, A.T. ; Vries, D. de; Lammerstma, D.R. - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2829) - 43
damherten - populatiebiologie - natura 2000 - natuurbeheer - levensvatbaarheid van populaties - genetische erosie - veerse meer - zeeland - fallow deer - population biology - nature management - population viability - genetic erosion
Golfen op landgoed Duyngheest : quickscan beschermde natuurwaarden binnen plangebied in NNN-gebied Landgoed Duyngheest ten behoeve van golfactiviteiten van Stichting Golf Duinzicht
Ottburg, F.G.W.A. ; Lammerstma, D.R. - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2825) - 17
golfbanen - golf - sport - natuurwaarde - natura 2000 - milieubescherming - landgoederen - noord-holland - golf courses - natural value - environmental protection - estates
Beschermde gebiedenregister : technische documentatie, Status A
Schuiling, C. ; Schmidt, A.M. ; Rivière, I.J. la; Smidt, R.A. - \ 2017
Wageningen : Statutory Research Tasks Unit for Nature & the Environment (WOt-technical report 93) - 55
beschermde gebieden - beschermingsgebieden - natura 2000 - natuurbescherming - nederland - geodata - reserved areas - conservation areas - nature conservation - netherlands
This report offers a description of the technical environment, tools and models that are used in managing theDutch register of protected sites (Beschermde gebiedenregister). Its purpose is to document the processesand procedures. Obtaining the ‘A’ quality status is not the immediate aim, but is the long-term goal to whichthis report contributes. The aim of the register of protected sites is to define the boundaries of natural areasand to support the process of defining legally protected sites under one of the following treaties or laws: theBirds and Habitats Directives (Natura 2000), the Ramsar Convention and the Dutch Nature Protection Act(Natuurbeschermingswet). This report describes the procedures for defining the boundaries and formanaging the historical boundaries
Provinciale informatie uit landelijke natuurrapportages : provinciale informatie uit landelijke natuurrapportages voor de Europese Commissie (Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Standaard Data Formulieren) over de periode 2007-2012
Bink, R.J. ; Griffioen, A.J. ; Kleunen, A. van - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2818) - 65
habitatrichtlijn - vogelrichtlijn - habitats - evaluatie - monitoring - natura 2000 - habitats directive - birds directive - evaluation
Cruiserapport scheepstellingen van zeevogels op het Friese Front en op de Bruine Bank, 2016
Geelhoed, S.C.V. ; Leopold, M.F. - \ 2017
Den Helder : Wageningen Marine Research (IMARES rapport C032/17) - 36
zeevogels - noordzee - monitoring - luchtkarteringen - zeezoogdieren - biodiversiteitsbepaling - natura 2000 - sea birds - north sea - aerial surveys - marine mammals - biodiversity assessment
Het Friese Front en de Bruine Bank zijn twee nieuwe Vogelrichtlijngebieden in de Noordzee. Het Friese Front is aangewezen voor de Zeekoet. De Bruine Bank wordt waarschijnlijk aangewezen voor Zeekoet en Alk. Om te bepalen of de instandhoudingsdoelstellingen voor deze soorten worden gehaald, moeten de aantallen van deze soorten gemonitord worden. Monitoring van zeevogels in het Nederlandse deel van de Noordzee vindt plaats met behulp van MWTL-vliegtuigtellingen. Alken en Zeekoeten kunnen vanuit de lucht echter lastig van elkaar te onderscheiden zijn. Vanaf schepen is de herkenning eenvoudiger. Het onderhavige BO-project 'scheepstellingen zeevogels' dat in 2016-2018 loopt, heeft tot doel inzicht te geven in de aantallen van Alken en Zeekoeten in beide gebieden enerzijds, en anderzijds in de veranderingen in aantalsverhouding tussen beide soorten gedurende het jaar om de MWTL-vliegtuigtellingen te calibreren. In 2016 zijn drie scheerpssurveys uitgevoerd op het Friese Front (30 okt-4 nov) en op de Bruine Bank (14-17 mrt, 27 nov-1 dec). Op de Bruine Bank werden in maart 6021 individuen van 32 verschillende vogelsoorten geteld. Kleine Mantelmeeuw (n =1287), Drieteenmeeuw (n = 1101), Zeekoet (n = 1087) en Alk (n = 1081) domineerden de telling. Daarnaast werden 17 individuen verdeeld over drie soorten zeezoogdieren (Bruinvis, Gewone en Grijze Zeehond) geregistreerd. Tijdens de survey op het Friese Front in november werden 4184 individuen verdeeld over 36 verschillende vogelsoorten geteld. Zeekoet (n = 1364) en Alk (n = 628) waren de dominante soorten. Daarnaast werden 103 individuen verdeeld over drie soorten zeezoogdieren gezien. In november werden op de Bruine Bank 4356 individuen verdeeld over 24 verschillende vogelsoorten geteld. Zeekoet (n = 1326), Grote Mantelmeeuw (n = 1091) en Drieteenmeeuw (n = 878) domineerden de survey. Het aantal Alken (n = 162) was relatief laag. Daarnaast werden 50 Bruinvissen geregistreerd. Tijdens alle surveys behoorden Alken en Zeekoeten tot de talrijkste soorten. De verhouding tussen Alk en Zeekoet varieerde van 1:1 in maart op de Bruine Bank tot 1:8 op de Bruine Bank in november. Behalve van alkachtigen werden ook gegevens verzameld van potentieel kwalificerende N2000-soorten Kleine Mantelmeeuw (mrt Bruine Bank), Grote Mantelmeeuw (nov Friese Front en Bruine Bank) en Grote Jager (nov Friese Front en Bruine Bank). Dit rapport geeft een beknopt overzicht van de resultaten van de surveys in 2016. In 2018 worden de resultaten van deze en aanvullende surveys nader uitgewerkt en gepresenteerd in een eindrapportage.
Passende Beoordeling ten behoeve van experimentele oesterkweek op perceel Stort 20 in de Kom van de Oosterschelde
Kamermans, Pauline - \ 2017
Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C040/17) - 27
oesterteelt - oosterschelde - milieubeheer - aquacultuursystemen - natura 2000 - hangcultuur - oyster culture - eastern scheldt - environmental management - aquaculture systems - off-bottom culture
Sinds 2010 is aangetoond dat er in de Oosterschelde sprake is van een oester herpes virus waardoor er met name bij de jonge oesters een veel hogere sterfte optreedt. Het virus manifesteert zich bij een watertemperatuur tussen 16 en 18 oC. Het virus is in 2008 in Frankrijk aangetroffen en heeft daar tot grote sterfte onder de oesters geleid. Inmiddels zijn er aanwijzingen voor toenemende resistentie tegen het virus onder de oesters in Frankrijk. Daarnaast is er voor de oesterkweek in de Oosterschelde een probleem met geïntroduceerde oesterboorders die tot sterfte leiden van de oesters op de kweekpercelen. Om te komen tot herstel van de oesterproductie hebben de Nederlandse Oestervereniging (NOV) en het ministerie van Economische Zaken een plan van aanpak opgesteld om onder andere met behulp van nieuwe technieken de problemen te beheersen. Op een aantal locaties in de Kom van de Oosterschelde is met off-bottom kweek van oesters gestart. Door op verschillende locaties proeven te doen kunnen de resultaten met elkaar worden vergeleken. Een dergelijke vergelijking geeft de kwekers meer inzicht in de voor- en nadelen van het gebruik van verschillende locaties en methoden in de Oosterschelde. Ook op het oesterperceel Stort 20 in het sublitoraal van de Kom van de Oosterschelde heeft Jan Vette B.V. plannen om te experimenteren met off-bottom kweek van oesters. Voor nieuwe experimenten met off-bottom technieken dient de gebruikelijke vergunningprocedure voor activiteiten in Natura 2000-gebieden te worden doorlopen. Onderdeel van deze procedure is dat er een Passende Beoordeling wordt uitgevoerd waarin op basis van de best beschikbare kennis en informatie wordt getoetst of de beoogde activiteit geen wezenlijk negatief effect heeft op de instandhoudingsdoelen en daarmee de kernopgaven die in het aanwijzingsbesluit voor het betreffende Natura 2000-gebied zijn geformuleerd. De activiteiten die gerelateerd zijn aan experimentele oesterkweek op het oesterperceel Stort 20 in het sublitoraal van Kom van de Oosterschelde zijn geanalyseerd wat betreft de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van habitats en beschermde soorten. Ook is ingegaan op mitigerende maatregelen en cumulatieve effecten. In voorliggende Passende Beoordeling is de beschikbare informatie samengevat. De conclusie is dat er geen als significant te beoordelen negatieve effecten zijn te verwachten van experimentele oesterkweek op het oesterperceel Stort 20 in het sublitoraal van Kom van de Oosterschelde. Dit geldt zowel voor de Natura 2000-instandhoudingdoelen van habitats en soorten als voor aan de orde zijnde verbeteropgaven voor het Natura 2000 gebied de Oosterschelde.
Bouwen met Noordzee-natuur : uitwerking Gebiedsagenda Noordzee 2050
Rozemeijer, M.J.C. ; Slijkerman, D. ; Bos, O.G. ; Röckmann, C. ; Paijmans, A.J. ; Kamermans, P. - \ 2017
IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C024/17) - 36
noordzee - natura 2000 - windmolens - kustbeheer - aquacultuur en milieu - natuurtechniek - ecologisch herstel - north sea - windmills - coastal management - aquaculture and environment - ecological engineering - ecological restoration
In dit rapport wordt het concept ‘Bouwen met Noordzee-natuur’ uitgewerkt tot een aantal adviezen aan het Ministerie van Economische Zaken (EZ) om ‘Bouwen met Noordzee-natuur’ een stap verder te brengen in de concretisering. De definitie van ‘Bouwen met Noordzee-natuur’ zoals gebruikt in dit rapport is: Het gebruik maken van de zee en de natuur op een manier die leidt tot versterking van het mariene systeem, de natuur en de biodiversiteit (bron: Gebiedsagenda Noordzee 2050). Dat laatste kan vervolgens worden geoperationaliseerd als versterking van behoud en duurzaam gebruik van soorten en habitats die van nature in de Nederlandse Noordzee voorkomen, dan wel meer specifiek in relatie tot inheemse soorten en habitats van Natura 2000- en KRM-soorten en -gebieden, en/of inheemse rode lijst-soorten, en inheemse soorten en habitats van de OSPAR-lijst. De kans op introductie van exoten moet daarbij geminimaliseerd worden. In het voorliggend document zijn kansen en knelpunten voor het concept Bouwen met Noordzee-natuur geïnventariseerd door middel van een kennisinventarisatie, interviews en een workshop met stakeholders.
Waardekaarten van: Haisborough, Hammond & Winterton, North Norfolk Sandbanks & Saturn Reef
Hintzen, N.T. - \ 2017
IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C009/17) - 18 p.
vissen - visserij - waarden - kaarten - natura 2000 - groot-brittannië - kustgebieden - fishes - fisheries - values - maps - great britain - coastal areas
Langs de Engelse kust staan een aantal gebieden op de UK Natura 2000 agenda voor sluiting voor de Nederlandse demersale vloot. Wageningen Marine Research bestudeerde in hoeverre de Nederlandse vloot actief was in dit gebied en hoe de voorgenomen te sluiten gebieden overlappen met voor de visserij interessante visgronden. Een grotere opbrengst (factor 3) wordt gehaald uit het North Norfolk Sandbanks & Saturn Reef gebied (dit is één gebied) ten opzichte van het Haisborough, Hammond and Winterton gebied (dit is ook één gebied). Vooral tong word in dit eerste gebied gevangen terwijl scholvangsten groter zijn in het tweede gebied. De voornaamste visgronden die interessant zijn voor de Nederlandse sector zijn niet opgenomen in de voorgenomen te sluiten gebieden, waarbij juist voor de visserij interessante delen van de totale zoekgebieden niet aangemerkt zijn als te sluiten gebied.
Effecten van gebiedsgrootte op de kwaliteitsbeoordeling van Natuurgebieden : evaluatie begrenzing van beoordelingsgebieden volgens de Werkwijze Monitoring en Beoordeling van het Natuurnetwerk
Sanders, M.E. ; Schippers, P. ; Meeuwsen, H.A.M. - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2805) - 49
natuurgebieden - natuur - kwaliteit - monitoring - natura 2000 - soortenrijkdom - grootte - natural areas - nature - quality - species richness - size
De kwaliteitsbeoordeling van natuurgebieden zoals beschreven in de “Werkwijze Monitoring en Beoordeling Natuurnetwerk en Natura2000/PAS” is onder andere gebaseerd op het aantal kwalificerende soorten per beheertype en de ruimtelijke verspreiding daarvan. Deze beoordeling kan gevoelig zijn voor ruimtelijke keuzes in omvang en ligging van de beoordelingsgebieden. In dit rapport onderzoeken we de relatie tussen de grootte van de beoordelingsgebieden en de kwaliteitscriteria voor Natura 2000-gebied de Nieuwkoopse Plassen en de Veluwe. De resultaten laten zien in welke mate de beoordeling afhankelijk is van de gebiedsgrootte. Daarnaast doen we een voorstel voor een alternatieve methode voor de kwaliteitsbeoordeling die niet afhankelijk is van de gebiedsgrootte. Bij de alternatieve methode kunnen de arealen per beheertype worden opgeteld voor elke gewenst (Natura 2000-) gebied, per provincie of landelijk ongeacht de grootte en ligging van de beoordelingsgebieden.
Buitendijks recreëren ter hoogte van St. Pieterspolder, gemeente Reimerswaal
Ysebaert, Tom ; Wijsman, Jeroen - \ 2017
Wageningen : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C033/17) - 23
recreatie - watervogels - dijken - eenden - verstoring - natura 2000 - rijwielpaden - oosterschelde - recreation - waterfowl - dykes - ducks - disturbance - cycleways - eastern scheldt
Het buitendijkse dijktracé langsheen de Sint Pieterspolder en Nieuw Olzendepolder heeft een belangrijke functie als hoogwatervluchtplaats voor een aantal soorten steltlopers en eendachtigen. Met name Scholekster, Wulp, Tureluur, en in mindere mate Steenloper gebruiken de buitendijkse zijde van de zeedijk langs de Nieuw Olzendepolder en de St. Pieterspolder als hoogwatervluchtplaats. Ook Rotganzen en eenden als Wilde Eend, Pijlstaart en Smient gebruiken de dijk als hoogwatervluchtplaats. De grootste aantallen komen voor in de doortrekperiodes en de winter. In de periode april tot en met augustus zijn de aantallen in het gebied laag. De schelpen- en puinstrandjes langs het dijktracé vormen een potentieel geschikt habitat voor kustbroedvogels als de Bontbekplevier. Buitendijks recreëren langs dit dijktracé leidt tot verstoring van de vogels die hier tijdens hoog water verblijven (overtijen). Dit is duidelijk vastgesteld tijdens de veldbezoeken. Het zondermeer jaarrond openstellen van dit dijktracé voor fietsers is daarom niet aan te bevelen. Wel is een ruimtelijke en temporele zonering mogelijk, welke kan leiden tot een optimalere benutting van dit dijktracé, met versterking van de natuurwaarde en de recreatie. Dit houdt in dat bepaalde trajecten volledig ontoegankelijk worden gemaakt (voor alle vormen van recreatie), en bepaalde trajecten alleen toegankelijk worden gemaakt voor wandelaars en fietsers gedurende de zomerperiode.
Ecohydrologische systeemanalyse Liefstinghsbroek
Delft, S.P.J. van; Waal, R.W. de; Jansen, P.C. ; Bijlsma, R.J. ; Wegman, R.M.A. - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2790) - 133
ecohydrologie - hydrologie - vegetatie - natura 2000 - bossen - graslanden - historische geografie - groningen - ecohydrology - hydrology - vegetation - forests - grasslands - historical geography
Het Lieftinghsbroek in Oost-Groningen bestaat uit gevarieerd loofbos met enkele schraalgraslandjes in het dal van de Ruiten Aa. Het gebied is aangewezen voor Natura 2000 habitattypen bos en schraalland en is tevens bosreservaat. Om meer inzicht te krijgen in het effect van vernattingsmaatregelen in de directe omgeving van het gebied is een ecohydrologisch onderzoek uitgevoerd, waarbij geologisch/bodemkundige, hydrologische en vegetatiekundige gegevens verzameld zijn (uit literatuur en in het veld) en het historisch grondgebruik is beschreven. Voor de bossen is het gebied te nat geworden, of te zuur door het ontbreken van kwelinvloed. Ook voor Blauwgraslanden zijn de mogelijkheden beperkt. Er wordt aanbevolen aanvullende maatregelen te treffen om de sterke vernatting te verminderen door minder neerslagwater vast te houden in het gebied.
Naar een samenhangend monitoring- en beoordelingssyteem voor het natuurbeleid
Schmidt, A.M. ; Turnhout, C.A.M. van; Wolterbeek, T. ; Bijlsma, R.J. ; Soldaat, L. ; Swaaij, C.A.M. - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2758) - 177
natuurbeleid - monitoring - biodiversiteit - natura 2000 - beoordeling - nature conservation policy - biodiversity - assessment
Recente trends in de vogelstand nabij de Eerste Bathpolder en mogelijke effecten van verlengde assimilatiebelichting
Tamis, J.E. ; Jongbloed, R.H. ; Ysebaert, T. - \ 2016
Den Helder : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C128/16) - 59
vogels - lichtregiem - licht - glastuinbouw - natura 2000 - zeeland - birds - light regime - light - greenhouse horticulture
In de Eerste Bathpolder in de provincie Zeeland (gemeente Reimerswaal, nabij Rilland en grenzend aan het Natura 2000-gebied Oosterschelde) is sinds 2000 een aantal kassen gevestigd in een glastuinbouwgebied. Voor elk Natura 2000-gebied gelden instandhoudingsdoelen, die aangeven welke leefgebieden en welke soorten (plant en dier) behouden of hersteld moeten worden. Eén van de mogelijke effecten van de glastuinbouwbedrijven op de nabije omgeving is effecten van zogenaamd groeilicht (assimilatiebelichting) op de buitendijkse natuur van de Oosterschelde (met name op vogels). In 2009 heeft IMARES een deskstudie, veldonderzoek en analyse van vogeltellingen uitgevoerd, op basis waarvan geen duidelijke effecten van assimilatiebelichting op de beschermde vogelsoorten zijn aangetoond (Ysebaert et al., 2009). Onlangs hebben de glastuinbouwbedrijven nieuwe belichtingsstrategieën ontwikkeld wat een reductie van de lichtuitstoot bewerkstelligt van maximaal 34% t.o.v. de bestaande situatie, gebaseerd op de totale lichtbelasting gedurende een jaar. Het voorgestelde lichtregime veroorzaakt echter in de avond (van zonsondergang tot 20.00 uur) wel een tijdelijke verhoging van de lichtbelasting, vooral in de wintermaanden. Daarom is aan Wageningen Marine Research (voorheen IMARES) gevraagd opnieuw onderzoek te doen naar de recente trends in de vogelstand en de mogelijke effecten van langer belichten op de kwalificerende (Natura 2000-) natuurwaarden nabij de Eerste Bathpolder. Dit rapport beschrijft de resultaten van dit onderzoek.
Monitoring van effecten van evenwichtsbemesting op de grondwaterkwaliteit van het Natura 2000-gebied Boetelerveld
Kuiters, A.T. ; Corporaal, A. ; Weijters, M.J. ; Bobbink, R. - \ 2016
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2772) - 72
bemesting - grondwaterkwaliteit - natura 2000 - habitats - stikstof - fertilizer application - groundwater quality - nitrogen
In het kader van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) worden in en rondom het Natura 2000-gebied Boetelerveld maatregelen genomen om de effecten van een overmaat aan stikstof te mitigeren. Daarnaast vinden brongerichte maatregelen plaats. Een van de maatregelen is evenwichtsbemesting. Gedurende twee jaar is gekeken naar de uitspoeling van nutriënten in enkele agrarische percelen grenzend aan de oostzijde van het gebied, waar in 2014 is gestart met evenwichtsbemesting. Daarbij is gekeken naar de chemische samenstelling van het grondwater (150-200 cm) en naar veranderingen in de chemische samenstelling van het bodemwater onder de bewortelingszone (50 cm) van percelen met reguliere bemesting en van percelen waar evenwichtsbemesting is toegepast. Daarmee kan een beeld worden gekregen van wat op de langere termijn het effect van evenwichtsbemesting zal zijn op de kwaliteit van het grondwater (150-200 cm). Ook is gekeken naar de huidige kwaliteit van de habitattypen waarvoor het gebied is aangewezen en is een vergelijking gemaakt met de situatie in 2004.
Perceptions des intervenants de la gestion des sites Natura 2000 : une étude en France, Flandre, Grande-Bretagne et aux Pays-Bas
Bouwma, Irene ; Donders, Josine ; Kamphorst, Dana ; Frissel, Joep ; Wegman, Ruut ; Meeuwsen, Henk ; Jones-Walters, Lawrence - \ 2016
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-paper 45) - 6
natura 2000 - nature conservation - nature conservation policy - netherlands - france - belgium - great britain - natuurbescherming - natuurbeleid - nederland - frankrijk - belgië - groot-brittannië
Stakeholder perceptions about the management of Natura 2000 sites : a survey in France, Flanders, England and the Netherlands
Bouwma, Irene ; Donders, Josine ; Kamphorst, Dana ; Frissel, Joep ; Wegman, Ruut ; Meeuwsen, Henk ; Jones-Walters, Lawrence - \ 2016
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-paper 45) - 6
natura 2000 - nature conservation - nature conservation policy - netherlands - france - belgium - great britain - natuurbescherming - natuurbeleid - nederland - frankrijk - belgië - groot-brittannië
Percepties van betrokkenen op het beheer van Natura 2000-gebieden : een onderzoek in Frankrijk, Vlaanderen, Engeland en Nederland
Bouwma, Irene ; Donders, Josine ; Kamphorst, Dana ; Frissel, Joep ; Wegman, Ruut ; Meeuwsen, Henk ; Jones-Walters, Lawrence - \ 2016
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-paper 45) - 6
natura 2000 - natuurbescherming - natuurbeleid - frankrijk - nederland - belgië - groot-brittannië - nature conservation - nature conservation policy - france - netherlands - belgium - great britain
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.