DossierAardappelbewaring


Aardappelbewaring vraagt kennis van zaken. Wie bij de oogst kiest voor schuren en bewaren moet weten waar hij aan begint. De aardappel wordt tijdens het bewaarproces door meerdere factoren beÔnvloed. Het ras, de groeiomstandigheden op het veld, de teelttechniek, de gewasbescherming, rijpheid bij de oogst en de omstandigheden bij het rooien zijn medebepalend. Eenmaal ingeschuurd, moet het meest optimale klimaat worden nagestreefd. Bewaring vormt een cruciale schakel in de aardappelketen, want ze is medebepalend voor de kwaliteit van het eindproduct.

Bewaarproces

In het bewaarproces kunnen we verschillende fasen onderscheiden: drogen, wondhelen, koelen en bewaren. Het rooien en inschuren moet voorzichtig gebeuren om beschadigingen (bijvoorbeeld stootblauw) te voorkomen. Het koelen van de aardappelen kan starten na het drogen en de wondheling. Om te voorkomen dat aardappelen gaan kiemen, worden ze bewaard op temperaturen lager dan 3 à 4°C. Ook wordt er een kiemremmingsmiddel toegediend.

Opslagplaats

Het ontwerp van de aardappelloods is afhankelijk van de volgende factoren:

  • de hoeveelheid aardappelen
  • de benodigde ruimte voor het in- en uitschuren, wassen en verpakken
  • de wijze van opslag: los gestort of in kisten
  • vloeropbouw.
Om verspreiding van bacteriŽn en schimmels tegen te gaan is het heel belangrijk dat de loods regelmatig grondig ontsmet wordt.

Ventilatie

AardappelbewaringGoede ventilatie maakt het mogelijk de knollen te drogen, te koelen, op temperatuur te houden, ziektes tegen te gaan en kieming te onderdrukken.

Bij het koelen is het van belang dat scherpe schommelingen in de temperatuur worden vermeden. Dit kan met behulp van de computer. Voor iedere fase kan een ander programma worden ingesteld. Naast een goede temperatuur is ook een goede ventilatie van belang. Bijvoorbeeld om aardappelen te drogen of lokale rottingshaarden aan te pakken.

Aardappelbewaring

Aardappelbewaring betekent de geoogste kwaliteit zo lang mogelijk te handhaven en de verliezen tot een minimum te beperken. De aardappel is een levend organisme dat ook tijdens de bewaring verder ademt. Lage temperaturen kunnen die ademhaling vertragen en de knollen rustig houden. Dit voorkomt grote gewichtsverliezen én kieming. Temperatuur, relatieve vochtigheid en CO2-concentratie in de opslagplaatsen kunnen gestuurd worden met het oog op minimale gewichts- en kwaliteitsverliezen.

Kistenbewaring

De laatste jaren is er een toenemende belangstelling voor kistenbewaring van aardappelen. De voordelen zijn duidelijk: Partijen kunnen gescheiden worden opgeslagen (traceerbaarheid!). De kans op drukplekken is kleiner vanwege de kleinere storthoogte. En kleinere partijen kunnen afzonderlijk opgewarmd of verhandeld worden.

Bewaarziekten/gebreken

AardappelbewaringBacteriën en ziektes kunnen de oorzaak zijn van kwaliteitsverlies in de bewaring. De mate waarin zij een rol spelen hangt af van de toestand van de knollen bij het inschuren en van de klimaatcondities tijdens de bewaring.

De meest veelvoorkomende schimmels en bacteriën zijn: droogrot (Fusaium sp.), phytophtora infestans, zilverschurft (Helminthosporium solani), zwarte spikkel (Colletotrichum coccodes), natrot (Erwinia sp.) en poederschurft (spongospora subterrranea). Verder komen nog regelmatig voor: stootblauw, schilbrand, inwendige kieming, glazigheid, zwarte harten en drukplekken.

Laatste wijziging: 12 februa 2010

© Wageningen UR, Afdeling DPS | servicedesk.library@wur.nl | T +31 317 484440 | F +31 317 484761