DossierEikenprocessierups

Let op! Dit dossier is verouderd. Pas uw favorieten aan! De geactualiseerde versie vindt u hier: http://www.groenkennisnet.nl/dossiers/Pages/eikenprocessierups.aspx

Sinds 1990 heeft Nederland weer te maken met rupsen van de eikenprocessievlinder (Thaumetopoea processionea L). Eikenbomen met eikenprocessierupsen zijn te herkennen aan de specifieke nesten: dichte spinsels van vervellingshuidjes, uitwerpselen en brandharen. 's Nachts gaan de eikenprocessierupsen in optocht (in processie) op zoek naar voedsel (eikenbladeren). De eikenprocessierups kan in sommige gebieden leiden tot een plaag. De eikenprocessierups is één van de diersoorten die geprofiteerd hebben van de geleidelijke verandering van ons klimaat. De soort heeft zich nu definitief gevestigd ten zuiden van de grote rivieren en is bezig aan een opmars naar het noorden in de provincies Gelderland en Utrecht.

Voorkomen

De rups wordt vooral gesignaleerd in zomereiken langs lanen, erfbeplantingen en landgoederen in een bosrijke omgeving. De aanwezigheid van de rups is een natuurlijk verschijnsel, vergelijkbaar met wespen of teken. Zo resulteert explosieve groei vaak in ziekte of gebrek aan voedsel. Dankzij natuurlijke vijanden, zoals parasieten en predatoren ontstaat uiteindelijk een biologisch evenwicht. De afgelopen jaren is echter gebleken dat dit evenwicht op bepaalde plaatsen niet wordt bereikt. In bosranden met een natuurlijke ondergroei ontstaat eerder een vorm van biologisch evenwicht, waardoor de rupsen minder overlast veroorzaken.

Verspreiding

De plaag van de eikenprocessierups begon in 1991 in Nederland met de ontdekking van enkele nesten in een wegbeplanting in het zuiden van Noord-Brabant. Sindsdien heeft de rups zich steeds verder naar het noorden toe uitgebreid. In 2008 heeft eikenprocessierups zich verder verspreid naar het noorden en het westen. In 2009 wordt verwacht dat de rups zich verder verspreidt en kleine populaties van eikenprocessierups ook in het zuiden van Drenthe zullen worden waargenomen. De PD voert jaarlijks een inventarisatie uit bij alle gemeenten om de verspreiding van eikenprocessierups in Nederland te kunnen volgen.

Herkenning

De rugzijde van de volgroeide rupsen is blauwgrijs en de buikzijde groengrijs. De kop is zwartbruin. Het lichaam van de rups is bedekt met lange witte haren. Op de rugzijde heeft de rups enkele segmenten met honderdduizenden korte, zeer gemakkelijk loslatende brandharen. De rupsen leven altijd in groepen.

Overlast en gezondheidsrisico's

Eikenprocessierups De eikenprocessierups kan in hogere dichtheden een bedreiging vormen voor de menselijke gezondheid. De risico's worden vooral veroorzaakt door de vrijkomende brandharen (half mei-juli) en bij de verdere verspreiding van deze brandharen door verwaaiing uit spinselnesten en van lege nesten (juli-september). Na contact met de brandharen kunnen klachten ontstaan zoals hevige jeuk en irritatie van de huid en irritatie aan de ogen of luchtwegen. De brandharen blijven ook na het vertrek van de rupsen in de nesten aanwezig, die aan de stammen en dikke takken hangen. Ook dieren, vooral honden, kunnen last hebben van de brandharen van de rups.

Eikenprocessierups
Eikenprocessierups

De eikenprocessierups is de larve van een nachtvlinder, de eikenprocessievlinder (Thaumetopoea processionea L.). In het najaar legt het vrouwtje van deze soort haar eitjes op de takken van eikenbomen, bij voorkeur in de bovenste helft van de boomkroon. In het voorjaar, begin april, komen de oranjegekleurde rupsen uit de eitjes te voorschijn. Na de derde vervelling - tussen half mei en half juli - krijgen de rupsen de hen kenmerkende brandharen. In juli zijn de rupsen volgroeid en verandert de kleur in grijsgrauw met lichtgekleurde zijden. In juli verpoppen de rupsen zich tot vlinders. Na enkele weken komen de volwassen vlinders uit, die voor de winter hun eieren op de twijgen afzetten.

Bestrijding

Begin met bestrijden in een jong stadium van de rupsen , wanneer er nog geen overlast is door brandhaartjes. Indien gekozen wordt voor bestrijding van de rups met een biologisch middel, worden onbedoeld ook andere vlindersoorten bestreden. De rupsen van dag- en nachtvlinders zijn gevoelig voor deze biologische bestrijdingsmiddelen. Toepassing van biologische bestrijdingsmiddelen op plaatsen waar beschermde soorten vlinders voorkomen, is strafbaar in het kader van de Flora - en Fauna wet. Veel beheerders zien ook in andere gebieden (bijv.natuurgebieden, ecologische verbindingszones) af van het gebruik van biologische bestrijdingsmiddelen. Een andere manier van bestrijding is het ter plaatse verbranden of het wegzuigen van de rupsen, waarna ze begraven, verbrand of verdronken worden. Ook natuurlijke predatoren als sluipvlieg en grote poppenrover nemen een groot deel van de bestrijding voor hun rekening.

Actueel

Laatste nieuws: Eikenprocessierups is uit het eipakket gekropen.Klik hier voor de meest actuele waarneming.
Eikenprocessierups overleeft ook koude winter 2009/2010. (Filmpje op You Tube).
Op www.natuurbericht.nl wordt gesproken over een mogelijke afname van eikenprocessierups ten gevolge van de afgelopen vorstperiode (Eikenprocessierups slachtoffer van de kou?, 2009). De eipakketten van eikenprocessierups kunnen vorstperioden goed doorstaan. Sylvia Hellingman heeft eikenpakketjes eigenhandig opengemaakt om te zien of rupsen de vorst doorstaan hebben. Dit is vastgelegd in een filmpje (zie boven). Deze observaties zijn onderdeel van het onderzoek dat Hellingman samen met boomverzorger Kuppen doet naar de effecten van harde vorst op de eikenprocessierups (Kuppen, 2009). Daarom is een conclusie over de mate van overlast van eikenprocessierups in de zomer van 2009 nog niet te trekken. Van invloed op overleving zijn behalve vorst ook omstandigheden van vocht en hogere temperaturen. Cruciaal zijn de weersomstandigheden bij uitkomst van de eieren in april. Dan zijn de jonge larven het meest kwetsbaar voor weersinvloeden, zoals kou en regen.

Laatste wijziging: 11 juli 2011

© Wageningen UR, Afdeling DPS | servicedesk.library@wur.nl | T +31 317 484440 | F +31 317 484761