DossierVaste planten en bloembollen in het openbaar groen


Openbaar groen kan in steden soms schaars en monotoon zijn. Een manier om het positieve effect van groen op mensen te vergroten is, door het aantal gebruikte soorten te verhogen. Vaste planten zijn hiervoor bij uitstek geschikt. Ze bieden op een beperkt oppervlak veel kleur en variatie. Een extra toevoeging zijn bloembollen en met name verwilderingsbollen. Deze hoeven niet uit de grond na de bloei. Het geeft kleur in het vroege voorjaar en op dezelfde plaats bloeien later in het jaar de vaste planten.

Vaste planten

Vaste planten zijn relatief duur om aan te planten. Maar over 10 jaar gerekend kunnen ze door hun lage onderhoudsbehoefte zelfs goedkoper zijn dan heesters of gras. Er moeten dan wel geschikte planten voor extensief beheer worden gekozen. De plantenkeuze hangt onder meer af van de standplaats-omstandigheden, de beschikbare hoeveelheid onderhoud en de kennis en ervaring van de onderhoudsploeg. Het planttijdstip moet goed gekozen worden, evenals de methode van aanplanten.

Bollen

Bollen hoeven niet tegelijk met de vaste planten geplant te worden. Beter is het om de bollen te planten nadat de vaste planten een groeiseizoen hebben gehad. De planten zijn dan beter geworteld en er is minder kans op schade. De kennis over bolgewassen ontbreekt bij veel vakmensen. Over praktische zaken als wanneer en hoe een bol geplant moet worden, welke voeding en de beste standplaats bestaan nog veel onduidelijkheden. Voor hoveniers zijn dit argumenten om geen bollen in openbaar groen toe te passen.

Tegenwoordig wordt een groot deel van de werkzaamheden uitbesteed aan externe partijen via een openbare aanbesteding. Dit geldt zowel voor het ontwerpen en maken van beplantingsplannen, als voor de aankoop van planten en het onderhoud daarvan.

Welzijn

Vaste planten kunnen in steden en dorpen op allerlei manieren gebruikt worden. De locatie binnen een gemeente bepaalt grotendeels of er behoefte is aan vaste planten, en of extensief beheer ervan tot de mogelijkheden behoort. Planten met opvallende kleuren, geuren, vormen en structuren hebben een positief effect op het welbevinden van mensen. Planten brengen sierwaarde en variatie in de stad en verhogen zo de leefbaarheid.
Een goed verzorgde, kleurige beplanting trekt minder vandalisme en zwerfvuil aan. Planten leveren zuurstof en vangen CO2 en luchtvervuiling zoals fijn stof weg. Ook hebben planten ecologische, architectonische, historische en economische waarde.

Sierwaarde

Sierwaarde is een van de belangrijkste eigenschappen van een vaste plant. Planten die naast hun bloei ook mooi blad, een mooie herfstkleur of een aantrekkelijke winterhabitus hebben zijn extra waardevol. . Ze zijn niet veeleisend, mits de juiste soorten worden gekozen. Bollen en vaste planten vormen een goede combinatie. Vooral in de maanden maart, april en begin mei bieden voorjaarsbloeiende bollen kleur als de vaste planten nog maar net boven de grond uitkomen.

Openbaar groen
Openbaar groen

Vaste planten hebben een aantal eigenschappen, dat hen zeer geschikt maakt voor het openbaar groen. Het zijn kruidachtige meerjarige gewassen, die overwinteren met hun wortels, en in het voorjaar weer uitlopen. Ze worden aangeplant als plantje of wortelstok, en kunnen daarna jarenlang op hun plaats blijven staan.
In vergelijking met eenjarige planten hebben ze over het algemeen veel blad, waardoor onkruid goed onderdrukt wordt. Een voordeel van vaste planten is, dat hun plantvak meestal aan het eind van de eerste zomer volledig dichtgegroeid is. Heesters en halfheesters hebben daar meestal een wat langere tijd voor nodig.
Ook bloembollen zijn kruidachtig en meerjarig, maar zij worden meestal in een eigen categorie ingedeeld. Een bolgewas is een plant die overwintert door een al of niet ondergrondse bol. Bloembollen die jaar na jaar terug blijven komen zonder ze te rooien en herplanten kunnen op dezelfde manier als vaste planten worden ingezet.
Meerjarenbollen en verwilderingsbollen plant je eenmalig en worden op dezelfde manier als vaste planten onderhouden. In het vroege voorjaar hebben de bollen blad en bloemen. Als hun loof na de bloei begint af te sterven, wordt het door het blad van de vaste plant bedekt. Het hoeft daardoor niet te worden afgeknipt. En later in het jaar is er nogmaals bloei van de vaste plant.

Standplaatsfactoren

Vaste planten

Plant en locatie moeten bij elkaar passen. Ook moeten planten betrouwbaar zijn: namelijk dat ze elk jaar goed terugkomen. Voor een duurzame beplanting zijn winterhardheid en ziekteresistentie van groot belang. In kustgemeentes speelt de zouttolerantie een rol, in het binnenland moet beplanting vlak langs wegen bestand zijn tegen strooizout in de winter. Ook dient men rekening te houden met gevoeligheid voor plagen. Uitzaai van vaste planten kan gewenst of ongewenst zijn. Ook kunnen planten worden neergezet om insecten of vogels te lokken.
Openbaar groen Met onderhoudsvriendelijke vaste planten zijn veel verschillende groen- elementen te maken. Elk van deze situaties stelt weer andere eisen aan het gebruikte sortiment. Bijvoorbeeld bloembakken, begroeide muren of daken, plantvakken voor muren of gebouwen, of boomspiegels in bestrating of gras en onderbegroeiing van bomen en grote heesters, langs randen en als verkeersbegeleiding vragen ieder hun eigen daarvoor geschikte soorten.

Bollen

Bollen worden onderverdeeld in

  • voorjaarsbloeiende
  • zomerbloeiende
  • najaarsbloeiende bollen
Ook bij bollen geldt een selectie van het juiste gewas op de juiste plaats. De standplaats is zowel tijdens als na de bloei van belang. Een bol is onderhoudsarm in vergelijking met andere planten, maar om schimmelaantasting te voorkomen mag een bol nooit meerder keren op dezelfde plaats geplant worden. Een uitzondering vormen de bollen voor verwildering: crocus, narcis, sneeuwklokjes. Door de klimaatverandering hoeft de zomerbloeiende bol niet meer elk jaar uit de grond.

Laatste wijziging: 1 december 2009

© Wageningen UR, Afdeling DPS | servicedesk.library@wur.nl | T +31 317 484440 | F +31 317 484761