UIT DE BRIEVENBUS.


Mijnheer de Redacteur. Op de vraag no. 9 van den Heer J.R. te B. in ‘t »Maandschrift« van Juni vond ik in het nummer van Juli twee antwoorden, in beiden wordt 't vereenigen der bijen uit opgebroken korven met opzetters ontraden. Daarom zoudt U mij zeer verplichten met opname van het onderstaande:
Slechts sedert 4 à 5 jaar oefen ik de bijenteelt uit en ben met maar een paar korven begonnen, terwijl ik nu jaarlijks 14 à 15 opzetters heb. Eerst heb ik vasten- en mobielbouw gebruikt, nu alleen mobielbouw (boogkorven), met beide systemen heb ik echter nimmer bijen gedood, dan eenmaal een darrenbroedig geworden volk. Altijd vereenigde ik de korven, die ik wilde opbreken en heb er mij steeds goed bij bevonden. Ik geloof daarom, dat de beantwoorders van vraag 9, de Heeren W. Otten. en F.C. v. Brussel., zeker niet op de goede wijze te werk zijn gegaan. Daarom wil ik even aangeven hoe ik dit werk verricht, daarbij vooral de aandacht er op vestigend, dat ik volstrekt geen imker van groote ervaring ben en dus alle eerstbeginners wel zullen kunnen doen, wat ik doe.

Ten eerste zorg ik er voor, wanneer de korven op de heide worden opgesteld, dat dan telkens om den anderen een korf, die opgebroken zal worden, naast een opzetter wordt geplaatst. Als het gewin op de heide ten einde gaat, zoek ik een mooien dag uit om de vereeniging tot stand te brengen. De korven met vasten bouw worden zooveel mogelijk leeg geklopt en men zorgt er voor de koningin er uit te zoeken, die natuurlijk moet gedood worden, anders blijven de bijen bij haar. De boogkorven maak ik leeg, zoek de koningin er eveneens uit en veeg de bijen op een doek, op eenigen afstand van de korven. De afgeklopte bijen stort men ook op de doeken, evenals de afgeborstelde. De raten (uit den mobielbouw), die nog broed bevatten, hang ik in de opzetters en neem daarvoor honingraten weg. Nu worden alle leeg gemaakte korven met den honing dicht gemaakt en verwijderd, de bijen bedelen dan om een plaats in de korven naast de plaats, waar hun korf stond. Doet men dit op een dag, als 't gewin nog goed is, dan worden ze geredelijk aangenomen en vereenigen zich uitstekend met de volken.
Wanneer men echter wacht tot de dracht afgeloopen is, nemen de opzetters ze meestal niet meer aan en worden ze afgestoken. Daar ik vooral in de vorige slechte jaren dikwijls 't zwermen tegenging en dientengevolge meer opzetters dan voorzwermen had, bleven er wel opzetters over, die geen volk bij gekregen hadden, en het onderscheid van deze laatste met de eerste was in 't voorjaar aanmerkelijk. Natuurlijk vindt men meer doode oude bijen onder de vereenigde volken, omdat zij veel grooter zijn, ook moeten zij een flinken wintervoorraad hebben, maar in 't vroege voorjaar vóór het broedaanzetten zijn de korven reeds bevolkt, zooals anders gewoonlijk half April. Door de meerdere warmte in den korf begint het broedaanzetten eerder, en krijgt men vroeg sterke volken.

Met gewone korven heb ik vroeger de afgeklopte bijen wel op de opzetters geslagen, na ze besprenkeld te hebben, en ze dan dadelijk op den wagen geplaatst om ze naar huis te brengen. Door het oproer in den korf gedurende de reis vereenigen zich de bijen goed en vormen later tezamen een aaneengesloten tros.

Mevr. BEYNEN-van Geuns, Brummen.

---------


Mijnheer de Redacteur. Vergun mij enkele opmerkingen naar aanleiding van 't antwoord van den heer VAN EEDEN - over wiens medewerking aan ons maandschrift 'k mij hartelijk verheug - op vraag 5.
Bij velen, onvoldoend bekend met de verschillende kast-systemen, moet de indruk gewekt zijn, dat 't volk in de Amerikaansche kast, zoo als ze door KELTING in den handel wordt gebracht, stierf tengevolge val den bouw van die woning.
Dit nu is 'n besliste onmogelijkheid. De heer VAN EEDEN kan slechts 't oog hebben gehad op de Anglo-Amerikaansche kast van W.B. CARR, waarop door JAMES LEE 't stelsel tot voorkoming van zwermen van S. SIMMINS is toegepast, die door de firma KELTING werd nagemaakt en door haar als modelkast (no. 3 van haar oude prijslijst) wordt verkocht, of op de zoogenoemde tien guldens-kast, 'n gewijzigde W.B.C. kast met dubbele wanden voor en achter (no. 2). De eerste kast is geheel dubbelwandig.
Welke nadeelen deze kasten ook mogen bezitten - m.i. is de broedruimte te klein, zijn de ramen te smal en te hoog, en is in 't bizonder de eerste kast ongeschikt om te reizen – zij zijn voldoende gebouwd en groot genoeg om er zelfs onder betrekkelijk ongunstige omstandigheden 'n volk in te overwinteren. Wanneer dan ook de bijen in een dezer kasten bij den heer VAN EEDEN zijn gestorven, kan dit alleen liggen òf aan de bijen, òf aan hun meester, maar geenszins aan de woning. Overigens gelden de voordeden, welke de heer VAN EEDEN van de Zwitsersch Amerikaansche Dadant-Blatt kast opsomt, van alle Amerikaansche kasten van de firma KELTING. Alleen kunnen de laatste niet zulke groote volken herbergen, daarvoor zijn de ramen te laag of niet laag genoeg.
Misschien is 't niet ondienstig mee te deelen, dat 'k met de firma KELTING in geen betrekking sta en zelfs geen goederen van haar betrek.

F.C. van Brussel, Santpoort, Juli '03.

Terugverwijzingen

  • Er zijn momenteel geen terugverwijzingen.