Vervalste Kunstraat ?
(Zie Maandschrift: Juli, “Van over de grenzen”).Met genoegen voldoe ik aan het verzoek der redaksie om „eens te vertellen hoe 't eigenlik met die kunstraat gesteld is." En dat het wel nodig is eens uit elkaar te zetten wat kunstraat is, en hoe ze gemaakt wordt, blijkt wel uit wat er van verteld wordt.
Laat ik beginnen met te zeggen, dat noch bij ons, noch bij een der andere, mij bekende fabrikanten van gewalste kunstraat in ons land, ooit was is vervalst geworden, d. w. z. nooit de minste stof aan was is toegevoegd geworden, om ze minder bros te maken. Voor kunstraat, die door sommige handelaren uit het buitenland wordt betrokken, kan niemand instaan, daar men op de vervaardiging daarvan alle controle mist. Ik durf dit met grote zekerheid te zeggen.
Het verschil in brosheid tussen gewalste kunstraat en geperste, zit uitsluitend in de bewerking en ten dele ook .... in de was. „Was is was" zegt de imker in den regel, maar hij vergeet, dat niet alle was op dezelfde wijze gewonnen en bewaard is. Hierop let de imker, die kunstraat walst echter wel. De meeste en ook de beste was voor wafelwas verkrijgt men door het opsmelten en persen van oude raten. Mits goed bewerkt, is deze was taaiïg. Een andere wassoort verkrijgt men door het opsmelten van de zegels. Indien men bij het ontzegelen der raten (en dit komt natuurlik alleen bij lossen-bouw voor) de deksels verzamelt, en deze smelt, zal men zien dat de aldus verkregen was veel brozer, veel harder is dan de andere. Ook is de kleur veel mooier, en om deze twee redenen is ze zeer gewild bij drogisten enz.
Hoe het komt dat tussen was en was verschil is? Waarschijnlik moet dit toegeschreven worden aan het feit dat deze deksels meer aan de lucht blootgesteld waren dan de celwanden. Of wel aan het feit, dat de was in een tijd van overvloed gemaakt werd. Men zal steeds kunnen opmerken dat die raten, die in tijd van grote dracht heel spoedig aangebouwd worden, heel wit en bros zijn. Worden de raten gedurende langen tijd van weinig dracht gebouwd, dan zijn ze geel gekleurd en veel taaier. Hoe 't zij, het feit is er, en de kunstraat-maker houdt er zo mogelik rekening mee.
En nu wat de bewerking betreft.
Het is een feit dat was, die hoog verhit wordt, en daarna plotseling afkoelt, zeer bros wordt. Hetzelfde verschijnsel vinden we ook bij metalen. IJzer, dat na gloeiend te zijn geweest, plotseling wordt afgekoeld, wordt hard, maar bros. Elke smid kan u dat vertellen. En het omgekeerde is ook waar. Door ijzer na verhitting langzaam af te koelen, verkrijgt men z.g. week ijzer, dat minder hard is, maar ook niet zo gauw aan stukken vliegt. En ook was, die slechts even boven smeltpunt verhit werd en daarna zeer langzaam afkoelt, toont dezelfde eigenschappen, n.l. ze is week en taai.
Week en taai, deze twee eigenschappen maken de was bij uitstek geschikt voor kunstraat. Door haar weekheid is ze gemakkelik door de bijen te bewerken, en door haar taaiheid is het mogelik de kunstraat te behandelen zonder gevaar voor breken. Een belangrijk voordeel is ook, dat taaie wafelwas minder neiging vertoont tot uitzakken. De verklaring hiervan is eenvoudig. Bij broze wafelwas laten de wasdeelen onderling gemakkelik los, vandaar het breken. De onderlinge samenhang (cohesie) is dus bij taaie kunstraat groter dan bij broze. Wie onderzoekt, zal de waarheid hiervan spoedig ondervinden. (Deze eigenschappen zijn niet bij alle stoffen zoo. Ook kan men niet twee verschillende stoffen, b.v. taaie teer en bros glas, met elkaar vergelijken.)
Op de bovengenoemde eigenschappen berust het feit, dat gewalste kunstraat taaier en weeker is dan die op de Rietsche pers gemaakt. Ik zal u vertellen, hoe en waarom. Gaat men kunstraat gieten, dan verhit men de was liefst zoo hoog mogelik, n.l. men plaatst de waspot in kokend water. Hoe heeter de was, hoe beter ze zich laat gieten; ze vloeit meer uit en de wasplaten worden meer overal gelijk van dikte. Is de was eenmaal uitgegoten in de persen, deze aangedrukt, dan stolt het dunne laagje was direkt, waartoe de metalen pers zelf meewerkt.
Metaal namelik geleidt de warmte zeer gemakkelik. Het gevolg van de grote en snelle afkoeling, die nu plaats vindt, is, dat de wasplaat, nu gewafeld, zeer bros is. De knapste ratengieter kan daar niets aan doen, daar de fout in de bewerking zelf ligt. Iets beter resultaten verkrijgt men met de in ons land tamelik onbekende dubbele Rietsche pers, welke men in zijn geheel in de was doopt. Doch ook hier vindt de afkoeling nog te gauw plaats terwijl de pers voor de praktijk veel te zwaar is.
Bij het walsen gaat men heel anders te werk. De was wordt in warm (niet kokend) water eerst even boven smeltpunt verhit.
Het geheim van goede kunstraat zit hier ten eerste in het bewaren der juiste temperatuur. Daarna wordt de was in houten vormen gegoten en zeer langzaam afgekoeld. Nu worden de aldus verkregen waskoeken op dikte gebracht en weinig verwarmd tot ze week zijn, waarna de walsmachine ze tot wafelwas perst, terwijl de groote druk die de walsen op de dunne waslaag, die er tussen door rolt, uitoefent, de vastheid en lenigheid der wafelwas nog verhoogt.
Zooals men uit het voorgaande ziet, wordt er absoluut niets aan was toegevoegd om ze lenig te maken. Uitsluitend de manier van verwerken der was, de wijze hoe er mede om te gaan, is oorzaak dat de was uit de Rietsche pers zo bros, die uit de walsmachine zo veel leniger is.
Mag ik een volgend maal iets vertellen over de uitvinding van- en de latere ontdekkingen op het gebied der kunstraat-fabrikage, alsmede over het gebruik van kunstraat bij de bijen- en honig-productie?
„De Weitekorrel", Blaricum.
EMIL UYLDERT.
Terugverwijzingen
- Er zijn momenteel geen terugverwijzingen.