Beoordeelingen.


Ter beoordeeling werd mij toegezonden een boek getiteld: Der Bienenhonig und seine Ersatzmittel von Dr. Al red Hafterlik met 63 af b., geb. 3 M 80 A Hartleben’s Verlag Wien.
Dit boek behandelt de scheikundige samenstelling van den honig en heeft ten doel de verkeerde praktijken te bestrijden, die in den laatsten tijd vooral bij den honigverkoop worden toegepast.
Ik kan dit boek ten zeerste ter lezing aanbevelen.

Dan gewerd mij een boekje, en wel een derde uitgave van ,,de honig en zijn gebruik” door W.F. Rondou, Leuven Stoom drukkerij Pieter Smeesters.
In dit boekje, dat vijf cent kost en bij hoeveelheden nog minder, komen enkele zeer bevattelijk geschreven hoofdstukken voor, o. a. over vervalsching, bewaring, recepten om den honig op velerlei manier in keuken en elders te gebruiken.
De schrijver breekt den pershonig geweldig af. Hij schrijft:
,,Eertijds moesten de bieboeren hunnen honig uit de raten laten druipen en deze vervolgens persen; zij bekwamen door het persen een mengsel, dat uit honig, was, stuifmeel en doode bieën bestond.”
Uit het eertijds zou men moeten opmaken dat in België de bijenteelt thans enkel in lossen bouw wordt bedreven. De definitie, die de schrijver van pershonig geeft, is éénzijdig. Zelfs als hij slordig behandeld is, nog overdreven. Er zijn misschien wel ijmkers, die den pershonig minder zindelijk behandelen, maar dit geeft iemand niet het recht om daarnaar het geheel af te meten.
Ik verzeker den heer Rondou, dat de pershonig zeer goed een zuiver produkt kan wezen. Op deze wijze doorgaande kan men wel alles bekladden. Hoe licht is het niet mogelijk, dat honig in de raat enkele cellen met stuifmeel bevat. De slingerhonig kan onrijp geslingerd zijn. Nu gaat het toch niet de twee laatstgenoemde honigsoorten te beoordeelen naar het gebrek, dat ze kan aankleven; evenmin mag dit gedaan worden van den pershonig.

Van den heer Emil Uyldert te Blaricum, bijenstand “de Weitekorrel” ontving ik ter beoordeeling een nieuwe kast.
Daar ik indertijd er op aangedrongen heb, dat een goedkoope kast zou worden vervaardigd voor den gewonen ijmker, kan ik niet anders dan het streven van den heer Uyldert prijzen om te trachten deze goedkoope kast, die als advertentie op den buitenkant wordt aangekondigd, ingang te doen vinden.

Deze kast is niet iets nieuws, het is slechts eene vereenvoudiging van de Tukkerkast, waarmede de binnenafmetingen geheel overeenstemmen, ook wordt deze kast in den handel gebracht ingericht voor ramen van W.B.C. kasten. De kast bestaat uit een broedruimte met 8 raampjes, inwendig 19 x 37 c.M. en een honigkamer 12 x 37.
Aangeraden wordt deze enkelwandige kast een lichte kleur te geven, om te beletten, dat het hout in den zomer te warm wordt. Tegen winterkou zou de kast met een stuk asphaltpapier moeten ingepakt worden, dit zou per kast 15 cent kosten. Deze methode wordt in Amerika met succes toegepast.
In hoeverre deze wijze van doen voor ons klimaat geschikt is, kan ik niet beoordeelen. Ofschoon deze kast me niet kwaad toeschijnt, behoudens enkele kleinigheden, zooals de wijze waarop de raampjes op de zijkanten rusten en de afstand er van behouden wordt, wensch ik er geen bepaald oordeel over uit te spreken. Ik geloof, dat dit niemand kan doen. Op tentoonstellingen worden vaak kasten beoordeeld, zonder dat ze beproefd zijn; maar ik betwijfel of aan eene zoodadige beoordeeling veel waarde moet worden toegekend. Een woning kan mijns inziens eerst worden beoordeeld als er mede gewerkt is. Eerst in de praktijk komen fouten en deugden aan het licht.

De goedkoope kast door den heer Schadd in den handel gebracht onder den naam ,,Heidekast” is ook enkelwandig, maar de bedoeling is dat ieder ymker, welke met deze kast wil werken, ze eerst met stroo bekleedt, daar is de kast op ingericht.
Deze kast is gemaakt naar mijn aanwijzingen en ik zal er dus niet te veel van zeggen. Ze bestaat uit een broedruimte, met een inhoud, welke overeenkomt met de hier gebruikelijke korven. Ze bevat 8 hoog-raampjes binnenwerks 25 x 86 en een honigruimte ook 8 raampjes 25 x 15. De bedoeling van de kast is om raathonig te winnen in streken met laten dracht. De toekomst zal leeren of dit doel er mede bereikt kan worden.

H. Stienstra.

Terugverwijzingen

  • Er zijn momenteel geen terugverwijzingen.