Januari 1910

Bij den aanvang van het jaar 1910, waarbij het Maandschrift zijn dertienden jaargang ingaat, zijn het allereerst de beste ijmkerwenschen, die de redactie hoopt, dat bij lezeressen en lezers dit jaar in vervulling mogen komen. Na zooveel tegenspoed, die de volharding heeft geprikkeld, moge thans deze volharding worden beloond met een jaar van overvloed. Ondertusschen gaat de bijenteelt een nieuwe toekomst tegemoet, de mogelijkheid om te verkrijgen accijnsvrije suiker als voermiddel voor onze bijen moet de bijenteelt wel in ons land tot hooger vlucht brengen.

Wanneer het in de toekomst mocht blijken, dat het denatureermiddel, wat ik vooralsnog niet geloof, dit in den weg mocht staan, dan mag niet worden gerust, voor dat dit moeilijke vraagstuk geheel bevredigend is opgelost.
Den mannen, die ons deze zaak hebben gebracht, zij hier nogmaals onzen dank gebracht, en wij hopen, dat het thans ieder ijmker gemakkelijk zal vallen, nieuwe leden tot de Vereeniging toe te doen treden, opdat alle ijmkers zullen kunnen profiteeren van het groote voordeel der suikervoedering, door een regeling, die het H.B. bezig is tot stand te brengen.

Zoo is er een schoone taak weggelegd voor de leden van ons H.B., n.l. de bevordering van den opbloei der bijenteelt in ons vaderland. Men heeft mij wel eens gezegd: "die bijenteelt is een tak van cultuur, die maar een kwijnend bestaan lijdt, daar is niet veel aan gelegen."
Ik ben het volstrekt niet daarmede eens! Integendeel, de bijenteelt, zonder iets aan de bodem te ontnemen, is in staat, een hooge geldelijke opbrengst aan Nederlandsch bewoners te geven; zonder nog te spreken van het niet in getallen te brengen groote nut, dat zij doet, bij de bevruchting van verschillende gewassen. Het is daarom een schoone taak, de ijmkers in hun volharding te steunen, om dezen tak van bestaan in de hoogte te voeren. Wanneer dit ook langzaam gaat, zoo mag de moed toch niet worden opgegeven. Wij weten nu eenmaal, dat onze landaard niet op sprongen is aangelegd; maar wat dan ook gedaan wordt, is zooveel te degelijker.

Een regeering, die het belang van haar volk begrijpt, zal ook heel anders redeneeren, dan wat ik zooeven aanhaalde: Zij zal de bijenteelt even krachtig bevorderen als andere cultuurtakken, evenals zulks gebeurt in naburige landen. Daarom is het noodig, dat voortdurend de aandacht der regeering op de bijenteelt wordt gevestigd. Voor onze vereeniging is het daarom ook van het grootste belang, dat invloedrijke personen aan haar zijn en blijven verbonden. Als een der voornaamste wenschen voor onze Vereeniging spreek ik hier dan ook de hoop uit, dat wij nog lang mogen bezitten, de mannen, die thans staan aan het hoofd der beweging, die onze vaderlandsche ijmkerij bevordert, en met name onzen voorzitter, G. Baron de Senarclens de Grancy, die wij thans niet kunnen missen. Zijn naam, reeds voorgoed aan onze opbloeiende vaderlandsche bijenteelt verbonden, moge dit nog meer worden. Ik weet, dat dit de wensch is van allen, die onzen Voorzitter kennen, en ik aarzel dan ook niet, dit hier neer te schrijven, omdat ik gevoel, aldus werkzaam te zijn in het belang onzer Vereeniging, die steeds tot hooger bloei moge komen.

En dat er leven is, dit blijkt uit velerlei; ik wil thans slechts noemen het steeds toenemend getal honig- en wasmarkten. Dit is een uitstekende richting. Hoe meer toch de verkoopgelegenheden toenemen, des te gemakkelijker zal het onzen ijmkers zijn, hun voorraad voor goeden prijs te verkoopen.

Er is voor onze Vereeniging nog veel te doen, want de ijmkers hebben een harden strijd te voeren, met allerlei van buitenaf ingevoerde artikelen, surrogaten en knoeierijen, eerst als deze onder de knie liggen, zal onze vaderlandsche bijenteelt kunnen bloeien; maar zal dat kunnen, dan moeten de ijmkers gebruik willen maken van alle verbeteringen, die in den laatsten tijd op het gebied van bijenteelt zijn aangebracht, en de mannen, die deze verbeteringen wenschen in te voeren, moeten trachten, ze aan te passen aan de bij ons heerschende toestanden.

J.M. Freiheer van Ehrenfels heeft eens gezegd: "De bijenteelt is de poëzie van den landbouw, waarmede ieder hoogontwikkelde zich kan bezig houden." Ook in deze richting moet de bijenteelt werkzaam zijn, en dit gebeurt reeds, vooral door de ijverige bemoeiingen van onzen leeraar. De ijmkers moeten hun werk laten zien, en het onderwijzers, predikanten, geestelijken en dokters gemakkelijk maken ijmker te kunnen worden; zoo zullen ze werken in hun eigen belang.

Ook het Maandschrift heeft weder een taak te vervullen, en de redactie roept daarbij opnieuw de medewerking der leden in. Gaarne wil zij ook in beeld belangrijke en interessante zaken op het gebied van bijenteelt laten zien. Het is echter een groote moeilijkheid, geschikte foto's of teekeningen daarvoor te bekomen. De redactie beschikt niet over middelen als een groot blad, om zich maar overal heen te begeven, waar wat belangrijks te zien is. Daarom lezeressen en lezers, zooveel het u mogelijk is, handelt als vrienden en zendt de redactie foto's of teekeningen , waardoor ge dan de kans hebt, deze later in het Maandschrift afgedrukt terug te vinden.

De redactie noodigt hierbij ook nog eens allen uit, die iets te melden of te vragen hebben, zich tot haar te richten. Men behoeft niet bevreesd te zijn, zijn gedachten , waarnemingen enz. in niet al te schoonen vorm of met wat taalfouten te zenden; de hoofdzaak is immers, de bevordering van onze Vereeniging en van elkanders belangen.
Gaarne brengt de redactie hier hulde aan dames en heeren, die dit jaar medewerkten aan het Maandschrift, en wekt hen op hun krachten in te spannen, om werkzaam te wezen in het belang van het Maandschrift.
Zusterbladen en schrijvers op het gebied van bijenteelt wenscht de redactie een ,,gezegend Nieuwjaar", onderlinge waardeering moge het parool zijn, waar het erom te doen is, de bijenteelt in ons land te bevorderen.

Dezen middag, 31 Dec, nam ik eens een kijkje in den bijenstand, die thans tamelijk verlaten daarheen ligt. Ook al om de uitwerking der accijnsvrije suiker te zien, lichtte ik even een korf op en zag tot mijn blijdschap, dat alles zich toedraagt als andere jaren. Eenige doode bijen op de bodemplank gaven juist aan, waar het nest in den korf te zoeken is. De stoornis die ik aan het volk veroorzaakt, had het gewone opbruisen tengevolge, maar al spoedig was de rust weder hersteld. Dus het gewone verloop.

De bijen, die op het Zuiden of Zuid-Westen uitzien, hebben het in den laatsten tijd, dat is in November en December kwaad gehad. Heel wat Zuid-Westerstormen hebben er op gestaan, en veel regenwater is er tegen geslagen. De bodemplanken waren meermalen druipnat en hadden haast geen tijd om op te drogen. 't Is daarom te verwachten, dat de doode bijen onder de korven spoedig met een schimmellaag bedekt zullen wezen, en zoodra januari een vliegdag heeft, moet men er bij zijn, de planken te reinigen. Vooraf kan men dan wel een kijkje nemen, wat de bodemplank te vertellen heeft.

Daar er vele lichte volken op de plank zijn gezet, zal al spoedig bij enkele volken de voorraad zijn ingeteerd. Veel verteren de volken in den winter echter niet, men zij daarom niet te haastig. Het volk van den heer van Os, dat deze als observatie volk, ten voordeele van alle ijmkers, waarvoor we hem hierbij onzen dank betuigen, op zijn stand houdt, leert ons dat opnieuw. Straks, als het leven der bijen weder aanvangt, dan is er heel voedsel noodig. Indien echter de voorraad op is, dan moeten er maatregelen genomen worden. Meerdere ijmkers hebben daarop vooraf gerekend en zijn thans in het bezit van vellen, korven met werk en voorraad, waarvan dit najaar de bijen zijn afgezwaveld.

Deze velletjes worden eerst in een verwarmd vertrek geplaatst en 's avonds wordt het volk, dat verhuizen moet naar binnen gebracht. Den volgenden morgen zal het volk door de warmte in beweging zijn gekomen. Nu zet men het vel boven op den omgekeerden korf en klopt of trommelt zoolang, tot alle bijen den ouden korf hebben verlaten en op het vel zijn getrokken, daarna komt het volk weer op zijn plaats. Er zijn wel ijmkers, die zoo met drie korven één volk overwinteren.

Daar dit jaar in het voorjaar en zeker niet laat, hoogstwaarschijnlijk weer opnieuw accijnsvrije suiker beschikbaar zal worden gesteld, make men alvast zijn berekening. Bekend mag verondersteld, dat in 't voorjaar alleen honig het voedsel is, dat voor de bijen geschikt is, maar het is wel moeilijk door toevoeging van eiwithoudende stoffen aan de suiker, deze tot geschikt voorjaarsvoedsel te maken. Hoe dit kan, willen we een volgende keer mededeelen, omdat van zoodanige voeding nu toch geen sprake kan zijn. Gaarne verneem ik ook eens van anderen, hoe de suikervoedering tot heden hun bevalt. Men moet dit jaar veel doode bijen op de bodemplank verwachten, omdat het voorgaande jaar de broedaanzet spoedig is geëindigd, en de volken dus met oude bijen den winter zijn ingegaan.
En nu nog eens, waarde lezeres of lezer, de beste wenschen voor het jaar 1910.

4 jan. maakten mijne bijen een mooie uitvlucht.

H. Stienstra.

Terugverwijzingen

  • Er zijn momenteel geen terugverwijzingen.