Maart.

27 Februari was het hier een prachtige vliegdag. Overal door den tuin ontmoette men zoemende bijen. Ook daar, waar tevoren paardenmest gelegen had, terwijl toch overal plasjes water door den tuin verspreid waren. Maar hier in het water was nog wat mest achtergebleven, en dit was bepaald voor de bijen aantrekkelijk. Dit geval bewijst, dat de bijen stoffen behoeven, die in mest voorhanden zijn en daar zij den mest zelf niet meenemen, is het ze natuurlijk te doen om de zouten, die in den mest voorkomen en die in dat water zeer slap waren opgelost.

Het is dus wel een uitgemaakte zaak, dat de bijen sommige zouten behoeven, die niet in den voorraad voorhanden zijn. 't Is evenwel nog niet juist opgelost, in hoeverre deze kunstmatig te vervangen zijn. Hoe komen de bijen ertoe, ze daar te zoeken? Och, ze worden door haar instinkt geleid, en dat instinkt verbergt voor ons zooveel onbegrijpelijks.

Dien 27sten haalde ik den houten stolp van mijn glazen kastje en daar zag ik de bijen. Duidelijk kon ik waarnemen, dat het vlieggat, dat geheel beneden in de kast geplaatst is, haar zit bepaalde. Voor het glas zaten ze in een gerekten cirkel, beneden bij het vlieggat een weinig afgeplat. Het was warm genoeg om een raampje uit te nemen. Ik trok er dus een uit, en daar de bijen meer beneden dan boven zaten, waar nog een breede strook honig was, ging dit heel gemakkelijk zonder dat eenige beschutting of rook noodig was. Misschien waren de bijen ook nog minder levendig, door de lange rust van bijna een maand.

Vlak boven het midden van het vlieggat was het broednest. Een weinig verzegeld broed, ook wat broed, dat verzegeld had moeten zijn, maar 't niet was, daarom heen enkele larven, maar geen eitjes en geen jonge larven. Juist was er een jonge bij bezig de verzegeling op zij te drukken, maar 't ging niet te best. Ik hielp ze een weinig en de eerste jonge bij vertoonde zich in 1911 voor mij.

Blijkbaar was de koningin begin Februari bezig geweest eitjes te leggen, maar toen is ze door het gure weer er mee opgehouden en zelfs hebben de werkbijen toen geen voldoende warmte kunnen ontwikkelen voor de verzegeling en ook hebben ze het doode broed niet kunnen uitwerpen, maar hun tijd in rustige rust doorgebracht, enkel doende de noodige warmte te ontwikkelen, die voor het bestaan noodig was.

Gauw was ik er bij, een volk, opgezet uit het samenstel van enkele volken, die het voorgaande najaar werden opgeruimd, wat te voeren. Ik gaf ze een flesch suikerwater, twee gewichtsdeelen suiker met ruim één gewichtsdeel water lekker warm, door middel van een Liedlof-voedertoestel door het vlieggat, en daar ik eerst een weinig van de oplossing in het vlieggat uitgegoten had, had ik ze spoedig aan het drinken. Dit voeren door het vlieggat gaat wel, maar 't is toch niet je-werk. Het voeren van boven af, door middel van een Luftballon, 't voedertoestel Perfect, of anderzins, wat men er zelf op mag bedenken, is veel gemakkelijker.
Het is daarom een vereischte voor een bijenwoning, dat men van boven kan voeren, zonder dat men de bijen behoeft te verontrusten of zorg te hebben, dat aanmerkelijke afkoeling een gevolg van het voeren zou zijn, maar ook zonder dat is het voeren door een spongat de gemakkelijkste en tegelijk meest doeltreffende manier.

Ik onderzocht dus snel een der volken, maar daarmede is niet gezegd, dat dit om dezen tijd is geoorloofd. Het vroege nazien veroorzaakt dat de bijen vroeg beginnen te werken, broed aan te zetten. Om dit broed van voedsel te voorzien, moet veel gevlogen worden — stuifmeel, water — en daarbij komen vele bijen door de koude en de guurheid van 't weder om. Het vroege broedzetten is in de meeste gevallen onvoordeelig en ook daarom moet men zijn bijen in Maart met rust laten. Men handelt dus het best, zoo men zijn bijen met rust laat en eenige mooie dagen van begin April afwacht om dan een nauwkeuriger onderzoek in te stellen en de volken in het reinigen der woning te helpen.

Ik lichte ook eens een strookorf op om te zien, wat er op den bodemplank lag. Het volk in dezen korf was afkomstig van een laten nazwerm van 't voorgaande jaar. Wat prachtig zagen de raten er nog uit, zoo mooi wit ! Op de bodemplank slechts enkele, niet meer dan tien doode bijen en het afknaagsel van de honigcellen, zoo blank. Zoo iets te zien, doet het ijmkershart goed. 's Avonds ging ik nog eens luisteren of de volken in orde waren. Alles was rustig, en dus in orde. Na even tegen de woning te hebben geklopt vernam ik een kort opbruisen, van het eene volk wat sterker dan van het andere, wat eenige aanwijzing gaf aangaande de volkssterkte.
Gelukkig was er niet een volk bij, dat een klagend en gonzend geluid deed hooren en daarom van moerloosheid verdacht behoefde te worden.

In Maart is het bij vele ijmkers de gewoonte om het werk te korten. De bedoeling is geschimmelde en darrenraat uit te snijden. De geschimmelde raat is voor de bijen onbruikbaar en darrenraat is voor de ijmkers niet gewenscht, omdat ze volstrekt niet op darren gesteld zijn. Dit werk wordt daarom uitgesneden. Bij dit uitsnijden worden fouten begaan, die het werk der bijen later bemoeilijken. Men snijdt het werk n.l. te stomp af en door den dikken middelwand schrompelt de raat voor het mes op en lijkt het er vaak meer uitgehakt dan uitgesneden.
Voor dit werk is een scherp mes noodig en de raat moet zóó afgesneden worden, dat zij scherp toeloopt. Het mes moet dus langs de twee zijden der raat gaan.

Daar onze bijen dit jaar over 't algemeen sterk in het voer zitten, zal het zaak wezen te trachten het broednest wat grooter te maken, door de raten rondom het broednest te ontzegelen. Dit kan men doen door de punten eener vork aan het uiteinde rechthoekig om te buigen en daarmede over de raten te gaan. De honig komt dan bloot te liggen en de bijen zullen ervan teren, net zoo goed alsof ze van beneden af dagelijks met wat honig werden gevoerd. Men zal daardoor zijn bijen aanzetten. D.w.z. de koningin zal meer eitjes willen leggen, evenals wanneer drijfvoer gegeven wordt. Daarom zal men dit werk ook niet voor half April kunnen beginnen.

Daar onze bijen dit jaar zitten op honig van uitstekende kwaliteit, zal een groot deel van den voorraad gekristalliseerd wezen en zullen de bijen veel moeite hebben dezen honig op te nemen. Water is daarvoor noodig. Zorg er in 't voorjaar voor, dat uw bijen water kunnen krijgen, want er is veel noodig. Eerstens om den honig op te lossen en dan ...... op 100 pond broed is maar 5 pond droge stof en 95 pond water. Een behoorlijk volk behoeft van half April tot half Mei 25 pond water. Andere jaren kan men drijfvoer geven met veel water. Nu is geen drijfvoer noodig, dat zit in de woning en kan men als boven beschreven gemakkelijk verkrijgbaar stellen. Lach er nu niet om, dat hier elk jaar op gewezen wordt, maar zorg er maar liever voor, dat uw bijen gemakkelijk aan water kunnen komen.
Zorg voor een drinkplaats in de buurt van den stal. Indien de bijen er niet op vliegen, lok ze dan, door een weinig honig en richt het zoo in, dat uw bijen niet kunnen verdrinken.

Indien men nu reeds mocht besluiten, omdat het weer het toelaat, daar de thermometer in de schaduw boven de 10 gr. C. wijst, om een onderzoek in te stellen in een mobielwoning, zorg er dan vooral voor, dat het broednest juist weer zoo komt te zitten als 't was. Schrijf daarom voor ge het onderzoek begint, cijfers op de raampjes, men kan zich dan niet vergissen.
Merkt men bij dit onderzoek, dat de koningin nog weinig aan 't eitjes leggen is, dan kan men haar daartoe aanzetten, door 't geven van vloeibaar voer, b.v. van gelijke gewichtsdeelen honig en water. Men begint hiermede echter niet vóór April en doet 't alleen dan als flink voorraad aanwezig is. Want 't broed, dat dan ontstaat, moet natuurlijk gevoerd kunnen worden.

Het is nu de tijd om bijen te koopen, wanneer men er zich wil aanschaffen. Wie bijen koopt, moet hierin ervaren wezen, want anders is de waarde eener bij moeilijk te beoordeelen. Wie niet ervaren is, moet bij een vertrouwd ijmker gaan en liever wat meer betalen, dan noodig is, wanneer 't op goed geluk afgaat.

Ik maak er ook hier op attent, dat 5 April bijenmarkt gehouden wordt te Amerongen, en dat men in de gelegenheid gesteld kan worden om bijen te laten koopen. Inlichtingen hierover zijn in te winnen bij den Secr. der Afd. „Eendracht" te Amerongen.

Wil men zoo'n volk nu overdoen in een kast, dan kan men daarmede als volgt te werk gaan.
's Avonds te voren sluit men den korf met een bijendoek af. Den volgenden morgen sluit men het vlieggat en zet den korf op een donkere plaats. Nu neemt men de kast en hieruit vijf à zes ledige raampjes. In het bovenlatje slaat men drie spijkertjes, en bindt daaraan vertind ijzerdraad, zoo lang, dat dit draad om het heele raampje heen kan slaan en weer aan de spijkertjes kan worden vastgedraaid. Deze raampjes liggen voor de hand.

Met zoo weinig mogelijk licht, haalt men nu de spijlen uit den korf en zorgt, dat dit zoo bedaard mogelijk geschiedt. Nu blaast men rook door het doek om de bijen in den kop van den korf te drijven, de doek wordt weggenomen en de raat met wat water besprenkeld. Vlug wordt nu de korf tusschen de twee middelste raten doorgesneden en opengelegd. De raten worden nu uit den korf genomen. Men neemt bijv. eerst een broedraat, deze snijdt men bij den honig met een scherp mes af, en veegt de bijen in de ledige kast, waarvan het vlieggat gesloten is. De broedraat besnijdt men zoo, dat deze in een der raampjes past, windt de draad er om en hangt dit raampje in de kast. Zoo handelt men ook met de andere raat, zorgdragende, dat de volgorde der raten blijft, als deze in den korf was. De bijen, die nog in den korf zitten, worden in de kast gestooten, en de raat die overblijft legt men op de raampjes, opdat de inhoud ervan door de bijen genuttigd kan worden. De kast zet men daar, waar de korf stond.
De heer Visser te Hansweerd heeft deze wijze van overbrenging intertijd in het Maandschrift van 1909 beschreven.

Wie kunstraat noodig heeft moet deze nu gaan bestellen. Ze zelf te maken met het Rietsche toestel gaat wel, maar de gewalste kunstraat is dunner, zoodat men meer oppervlakte uit een K.G. was kan maken. Ik voor mij koop ze liever, dan dat ik ze zelf giet, 't komt niet voordeeliger uit. Zoo gaat het trouwens ook met het zelf vervaardigen van kasten; maar vooral met 't maken van raampjes; deze althans doet men beter te ontbieden.

Het is feitelijk ook iets uit het verleden, wanneer men zelf alles wil maken. Waarvoor dient dan de verdeeling van den arbeid? 't Is wel opmerkelijk, dat na zooveel jaren, dat de bijenteelt bedreven wordt, de ijmkers nog steeds hun eigen korven vervaardigen en dat deze betrekkelijk weinig worden gefabriceerd. Dit werpt een eigenaardig licht op de bijenteelt.

H. Stienstra.

Terugverwijzingen

  • Er zijn momenteel geen terugverwijzingen.