Kijkjes in en om den Bijenstal.

Mei.

De lente is dit jaar zeer vroeg gekomen en reeds in Maart ontwikkelde de natuur sterk. Ook de bijen bleven niet achter en reeds vroeg zetten ze broed aan, terwijl de broednesten regelmatig uitbreidden naarmate er meer honing en stuifmeel werden binnengedragen. Er zijn weinig jaren geweest, dat de bijenvolken er zoo gunstig voor stonden als midden April van dit jaar. Terwijl we dit schrijven is het einde April en het weer is guur geworden. In vele streken is er niet bijzonder veel honig in de korven. Er zal dus geducht gevoerd moeten worden, willen de volken op peil gehouden worden met hun groote broednesten.

In de Bloeimaand stijgt de groeikracht nog en de natuur ontwikkelt zich tot het volle leven. Zij viert haar hoogtij bij een weelde van bloemen in tal van kleuren, prachtig uitkomende op het zachte groen in allerlei tinten. De vogelwereld brengt blij leven in bosschen en velden, in weiden en tuinen; overal gekweel en gejubel van 's morgens tot 's avonds laat, wanneer de nachtegaal nog in den Meinacht zijn solo zingt. In vlieten en plassen is alles vol dartel leven en gewemel. Alles blinkt en schittert in 't licht der Meizon. Het gegons van insecten ruischt in de lucht en daartusschen hooren we het blijde zoemen der bijen, die van bloem tot bloem vliegen om daar nectar en stuifmeel te verzamelen.

In den bijenstal klinkt krachtig het blij gegons der thuiskomende en wegvliegende bijen. Sommige hebben zwaar beladen „korfjes", andere gevulde honigmagen en strijken moede neer op de vliegplank om even te rusten en dan weer vlug naar binnen te gaan en den moeilijk verkregen voorraad in de cellen te bergen. (Er zijn imkers, die meenen, dat het stuifmeel voor de bijen een nutteloos product is en toch is het van evenveel belang als de honing, want het is het eiwithoudend voedsel der bijen, dat bovendien nog vet en andere stoffen bevat. Voor het bereiden van het voedersap is stuifmeel onmisbaar. Ook is hiervoor water noodig, dat de bijen voortdurend halen.)

's Middags wordt het gonzen sterker en zwaarder, wanneer de darren naar buiten komen en zich in de vlucht mengen. Ook een gedeelte van de voedsterbijen, die dagelijks duizenden porties voedersap hebben te bereiden en uit te reiken aan de koningin en 't jonge broed, komen naar buiten. Zij houden haar voorspelen, waarbij ze goed zijn te kennen aan beweging en houding. Haar gonzen klinkt eigenaardig eentonig en zacht.

Kijkt men eens in de woning, dan schijnt het, dat die duizenden bijtjes doelloos in de straten tusschen de raten dooreen krioelen, terwijl andere schijnbaar werkeloos in trossen aan elkaar hangen. En toch heerscht er bij het werken een prachtige orde en heeft iedere groep haar taak in de groote huishouding. Thans zijn er tal van raten met gedekseld werkbijenbroed en komen dagelijks heel wat jonge bijen uit. Met moeite komen ze uit haar „wiegen" en hulpeloos met trage bewegingen ziet men ze tusschen de andere bijen, welke haar eerst voeren. Spoedig gaan ze na een paar dagen meer aan den arbeid.

De grootere cellen met meer gewelfd deksel bevatten het darrenbroed. Groote gedeelten van raten zijn bezet met larven in verschillende tijdperken van ontwikkeling en de koningin is onvermoeid bezig cellen van eitjes te voorzien. Een stoet van jonge voedsters omgeeft haar steeds en voorziet haar van het voedersap, dat zoo rijk is aan gemakkelijk te verteren eiwitstoffen.

Tal van bijen zijn bezig om de cellen nauwkeurig te reinigen en te „poetsen", voor er eitjes in gelegd worden. Is er behoefte aan ruimte, dan worden de raten verlengd en ziet men de bouwsters bouwen. Alles wijst er op, dat de zwerm in 't bijenvolk groeit en rijpt. Het laatste tijdperk begint, wanneer de koninginnenapjes worden aangezet en deze van eitjes worden voorzien. Dan kan bij groote weelde en warmte in de natuur elken dag de zwerm worden geboren.

In Mei moet de imker op de hoogte zijn van den toestand in de bijenwoning, vooral van het laatste tijdperk, wanneer de moederwiegen zijn ingelegd. Er zijn imkers, die vlug kunnen controleeren, zonder de bijen al te veel te storen. Hoe minder rook er bij wordt gebruikt hoe beter; het zijn vooral de teere larven, die zeer gevoelig zijn voor rook.

De imker moet steeds aan zijn zwakke volken denken en deze vooruit helpen. Het beste middel is een raat met gedekseld broed uit een sterk volk. Wanneer het gewin tijdelijk ophoudt door slecht weer, moet er krachtig gevoederd worden. Ook is Mei de beste maand voor speculatief voeren, het prikkelen tot sterker aanzetten van broed.

De korfimkers maken hun volken meer gelijk door de korven om te zetten, de sterke tegen de zwakke. Hiermede krijgt men niet altijd de gewenschte resultaten, daar de koninginnen in gevaar kunnen komen. Het mag alleen op mooie dagen bij sterk gewin, liefst tegen den middag gebeuren. De korfimkers maken in deze maand kunstzwermen of jagers, door de bijen af te trommelen en er een gedeelte van te nemen met de koningin.

De mobielimker maakt een veger of vlieger, of hij past de omhangmethode, de separatiemethode, of de Amerikaansche (Alexander)-methode toe. Deze wijzen van werken hebben het voordeel, dat men niet op de voorzwermen behoeft te passen en dat men sterke volken krijgt, welke in één of twee weken, als de hoofddracht komt en er sterk gewin is, zeer veel honig kunnen halen.

In deze maand moet de imker ook letten op moederlooze volken en op rooven. De kleine wasmotvlinders worden zooveel mogelijk weggevangen en gedurende ook al de volgende zomermaanden moet men dezen lastigen vijand en zijn rupsen krachtig bestrijden.
Mei geeft heel wat bloemen, welke door de bijen worden bevlogen. Onze appel- en pereboomen zijn van veel belang, al geeft de eene belangrijk meer dan de andere. De honing van den appelbloesem is helder geelachtig en aromatisch.

Onder de loofboomen komt vooral de eschdoorn in aanmerking, waarvan vele soorten worden gevonden. De boomen houden van zonnige standplaatsen en de bloemen geven elk jaar veel en geurigen nectar. Ook de roskastanje kan heel wat geven, wanneer het weer gunstig is. Op meidoorn, eik, esch, berk, naaldboom en berberis halen de bijen stuifmeel.

In onze tuinen wordt de framboos druk bevlogen eveneens die in 't wild in bosschen groeit. In sommige streken is de boschbes van belang; de bloempjes geven veel sap en bloeien betrekkelijk lang. Wij zagen bijenvolken, die bij dit gewin krachtig ontwikkelden. Hetzelfde zagen we bij het winnen op de kleine groenachtige bloempjes van den vuilboom (ook wel kraaibes, sprikkel of sprakelhout genoemd). Het honigsap prikkelt de bijen tot sterken broedaanzet. In vele streken is ook de braambes van belang. De paardebloem, welke meestal reeds in April begint te bloeien, geeft ook nog in deze maand. Bij gunstig weer geeft ze veel honigsap en zeer veel stuifmeel.

T.C. HOOTSEN.

Terugverwijzingen

  • Er zijn momenteel geen terugverwijzingen.