Mijnheer de Redacteur!
Het was de eerste keer, dat ik als afgevaardigde der eerst kort opgerichte Afdeeling Voorburg en Omstreken, de Algemeene Vergadering bijwoonde. De indruk, welken ik van die vergadering ontvangen heb, ik moet het tot mijn spijt zeggen, was niet erg aangenaam. Naar mijne meening is het alleen aan de uiterst kalme, degelijke en bezadigde leiding van den Voorzitter te danken, dat eene dergelijke vergadering niet uitgeloopen is op eene algemeene scheldpartij. Het optreden toch van verschillende afgevaardigden was niet anders dan het uitspreken van een wantrouwen in het Bestuur, hetwelk zich onder meer uitte in niet bewezen verdachtmakingen.Evenzoo het conflict tusschen het Bestuur en den Voorzitter, hetwelk door de toelichtingen door den Voorzitter en den heer van Giersbergen gegeven, den schijn verkregen heeft, dat het een conflict tusschen die beide heeren was, zooals het verslag van de Nieuwe Rotterdamsche Courant dan ook aangeeft, en hetgeen naar mijne meening zeer te betreuren is, heeft feitelijk geen behoorlijke oplossing gekregen.
Volgens het verslag van de Hoofdbestuursvergadenng van 30 Januari j.l., opgenomen in het Februari-nummer van het orgaan, was het een conflict tusschen de overige leden van het Bestuur en den Voorzitter, en wel in die mate, dat wanneer niet aan hun besluit door den Voorzitter uitvoering gegeven werd, zij zouden moeten bedanken. En ziet, op de Algemeene Vergadering doet zelfs niet een der aanwezigen zijn mond open en nadat de Algemeene Vergadering den Voorzitter door diens herkiezing met overgroote meerderheid in het gelijk gesteld heeft, doen de Bestuursleden of er niets voorgevallen is, geven niet eens eenigen uitleg van hunne opvatting en gaan niet weg. Zoo iets is onbegrijpelijk en dat men niet verwacht van menschen, die toch zeker wel aanspraak zullen maken van eergevoel te bezitten.
De wijze, waarop door verschillende afgevaardigden gesproken werd zou doen denken, dat hun het een of ander ingefluisterd is geworden, waarop zij dan zonder oordeelkundig te zijn, maar in het wilde weg hunne opinie ten beste gaven. Zelfs het bespreken van de accountantsverklaringen gaf hiervan het doorslaand bewijs. Wanneer men niet weet, welke opdrachten den accountant gegeven zijn, kan men diens verklaring niet beoordeelen. De accountant zal gewoonlijk zich stipt aan zijn opdracht houden, en het is niet te verwachten, dat die zelfs in een uitgebracht uitgebreid rapport zijne zienswijze te kennen zal geven omtrent de wijze, waarop de zaken afgewikkeld zijn geworden, indien hem daartoe geen opdracht gegeven werd. Trouwens, het is het ondankbaarste werk niet alleen voor een accountant, maar voor een ieder om eene beoordeeling te geven, hoe de zaken hadden dienen afgewikkeld te worden, indien dit reeds plaats gehad heeft.
Dat er geen verslag gegeven is van de financieele resultaten en geen balans, winst- en verliesrekening openbaar gemaakt is van de Afdeeling Handel, komt mij voor niet geheel correct te zijn. Dat dit niet gebeurd is, teneinde concurrenten geen gelegenheid te geven daarvan inzage te verkrijgen, is een wel wat gezocht motief. Wat dan ook de resultaten mogen zijn van het bedrijf der Afdeeling Handel, hetzij al of niet gunstig, het wil mij voorkomen, dat het niet tot de bemoeiingen van de Vereeniging behoort om eene dergelijke Afdeeling er op na te houden. Die handel zou geheel op eigen beenen moeten staan, los van de Vereeniging en dit kan niet beter verkregen worden dan door het oprichten van eene Coöperatieve Vereeniging, waarvan de Afdeelingen zonder verplichting en ook de leden afzonderlijk lid en deelnemer kunnen zijn.
Nu wordt de afdeeling gedreven voor rekening en risico van de Vereeniging en bestaat allicht de mogelijkheid, dat wanneer de financieele uitkomsten zeer slecht zouden zijn, de vereeniging in financieele moeilijkheden geraakte en zelfs failliet zou kunnen worden verklaard en dit zal een ieder gevoelen, zou niet mogen gebeuren, en moet elke gelegenheid daartoe worden weggenomen.
Afdeelingen, die het hiermee eens zijn, worden dan ook verzocht hun adhaesiebetuigiing aan ondergeteekende te willen zenden waarna het bestuur door onze Afdeeling zal worden uitgenoodigd om zoo spoedig mogelijk tot oprichting van eene Coöperatieve Vereeniging voor de uitoefening van den handel in produkten van en artikelen voor de imkerij over te gaan.
Voorburg, 19 April 1920.
J.E.J. Baudet.
Terugverwijzingen
- Er zijn momenteel geen terugverwijzingen.