De Separatiemethode.


IV. Het separeeren met een kunstzwerm boven den separator.

C. Werkzaamheden om te scheiden.
1o. Wanneer het volk zwermrjjp is, houdt men een separator klaar, waarop een honigkamer (lage kamer) staat, welke is voorzien van kunstraat, of uit uitgebouwde raat, doch waar geen darrenraat bij is. Men moet er voor zorgen, dat om de honigkamer een buitenbak staat. (Wij beschrijven hier op 't oogenblik het werken met een simplexkast, Reform- of andere dubbelwandige kast op dezelfde wijze gebouwd).

2o. Neem van 't volk, dat gesepareerd zal worden den binnenbak, dus met broed en bijen, doch laat de bodemplank met den buitenbak op de plaats staan. Daarin moeten de thuiskomende bijen tijdelijk een plaatsje zoeken. Zet den binnenbak met broed en bijen op een tafeltje of kist er naast en liefst zoo hoog, dat ge makkelijk werkt.
Misschien staat er wel een kast naast, op welker dak men den binnenbak met broed en bijen tijdelijk kan plaatsen.
Bekommer u niet om de bijen, die op de bodemplank zitten, waarvan ge den binnenbak met broed en bijen hebt weggenomen. De thuiskomende bijen gaan naar binnen in den ledigen buitenbak en moeten zich daar maar een poosje behelpen.

3o. Op laatstgenoemden bak plaatst men den separator, (waarin het vlieggat tijdelijk is dichtgestopt) en waarop de honigkamer staat, welke den kunstzwerm moet huisvesten.

4o. Veeg dan alle bijen van de raten uit den binnenbak, dien ge naast u hebt klaargezet. Daartoe neemt men achtereenvolgens alle raten welke men, als ze schoongeveegd zijn, in dezelfde orde in een schoonen binnenbak zet en onder 't werken steeds met een kleedje gedekt houdt. Wanneer de laatste raat is afgeveegd, dan veegt men ook de bijen uit den leegen bak, welke tegen de wanden of in de hoeken zitten. Het zou kunnen zijn, dat de koningin daar bij was. Bij 't uitnemen der raten gaat ze vaak van de eene raat op de andere over.

Nu nog iets over 't afvegen. Het afschudden geschiedt door sommige imkers veel te ruw. Daardoor komen de afvallende bijen te hard neer en het open broed (larven en eitjes) lijdt te veel. Men moet niet zoo lang stooten tot de laatste bij er af is. Een goed bezet raam stoot men voorzichtig, zoodat een groot deel der bijen er af valt, waarna men de overige er met het vegertje afveegt.
Het afstooten gaat handig op de volgende wijze: Neem een raampje aan elk oor met duim en wijsvinger. Draai de hand, zoodat onder elk oor de wijsvinger krom ligt en 't raampje draagt. Elke duim komt dan vrij, iets boven elk oor van 't bovenlatje.
Men wipt 't raampje iets omhoog en laat het tegen de duimen stooten, waarna het dadelijk weer op de wijsvingers valt. Hier krijgt men een dubbelen stoot, die zacht is en toch verrassend werkt. Het schijnt, dat de bijen er niet op „verdacht" zijn en gemakkelijk vallen. Met een weinig oefening leert men deze wijze van werken spoedig.

5o. Neem nu den binnenbak met de afgeveegde broedraten, die tijdelijk met een kleedje is gedekt geweest en zet hem op de oorspronkelijke plaats, dus op de bodemplank, waar de thuiskomende bijen tevergeefs haar volk zoeken. Misschien is het noodig de bijen daar eerst van dien bodem weg te vegen, om geen dooden te maken.
Plaats den buitenbak weer om den binnenbak heen, en zet daar bovenop weer den separator met de honigkamer, waarin alle bijen zijn geveegd.
Bij de laatste legt men een dun kleedje over de bovenlatjes der raampjes. De bijen, die in de hoeken of tegen de wanden boven het kleedje omhoog zijn getrokken en in "klompjes" bijeen zitten, trekken wel op haar plaats. Leg het dakje op den buitenbak en open het vlieggat in den separator.

6o. Bij eenige oefening volgen deze werkzaamheden van zelf, als men de hoofdzaken maar in 't oog houdt. Het werk gaat dan vlug en gemakkelijk. Misschien zal menig onervaren imker er tegen op zien om een zoo ingrijpende „operatie" te verrichten bij een volle kast bijen en denken aan 't aantal steken, dat het zou kunnen kosten.
Dat valt echter zeer mee. Mochten de bijen wat lastig zijn, dan mag men ze toch niet te sterk berooken, daar zij dan van de raten naar beneden loopen. Een volk, dat geveegd zal worden, moet zoo kalm mogelijk worden gehouden. Laat ook het kleedje er op liggen en rol dit geleidelijk op, al naar men raampjes met broed uit den bak neemt.

Wanneer de bijen wat lastig zijn, kalmeeren ze, wanneer men midden uit het nest een raampje neemt, of de raampjes wat vaneen hangt. Zij voelen dan, dat het onderling „contact" is verbroken. Ze denken er dan minder aan om de woning te verdedigen en vestigen haar aandacht er meer op om te redden wat ze kunnen; ze zuigen zich vol honig. Er komt in ‘t volk meer kalmte. De imker kan rustig voortwerken. We hebben wel eens meerdere volken kort na elkander behandeld zonder een steek te krijgen.

Het maken van een kunstzwerm moet men alleen doen bij mooi weer. Bij koud en guur weer gaan er bijen verloren. Ook liefst in de morgenuren. Deed men het 's avonds dan zouden de oudere bijen dien dag niet meer naar beneden vliegen en het broed 's nachts te koud staan.

D. Wat gebeurt er na 't vegen?
Al de bijen zijn in een lagen bak boven den separator geveegd en het vlieggat daarin is geopend. De bijen trekken meer op elkaar terwijl de vliegbijen, de oudere, uitvliegen en weer naar de woning beneden den separator terugkeeren. Ze zorgen daar voor het broed en worden daarin al meer en meer geholpen door de dagelijks uitloopende jonge bijen.
Beneden blijft een geregelde vlucht van bijen, die met honig, stuifmeel of water thuiskomen. Na eenige dagen ziet men er op mooie middagen ook weer het voorspelen der jonge bijen.

In de ingelegde moerdoppen groeien de larven en worden verzorgd. Het dekselen van die cellen heeft op den gewonen tijd plaats.
Het volk herstelt zich dus vrij spoedig van de „operatie", welke nog al ingrijpend is.

(Wordt vervolgd)

T.C. Hootsen

Terugverwijzingen

  • Er zijn momenteel geen terugverwijzingen.