Jaarverslag over 1923.
De overwintering was goed. De verslagen vermelden geen roerziekte. Hier en daar liet de ontwikkeling in het voorjaar wel te wenschen over. Noord- en Zuid-Holland, Groningen en Overijsel maken melding van een slechte ontwikkeling in het voorjaar. In den zomer was de ontwikkeling over het algemeen uitstekend.
Gewin.
Na vele minder goede jaren hebben wij eindelijk eens een bij uitstek goed honinggewin gehad in 1923. Het jaar 1923 heeft heel wat goed gemaakt. Het gewin was in het voorjaar niet gunstig, doch na de koude maand Juni (de koudste sinds 1888) werd ons land bezocht met een hittegolf, die de bloemen deed overstroomen van heerlijken nectar, en waren onze gevleugelde vrienden in hun element. Ongeloofelijk snel werden korven en kasten gevuld met honing en menige imker stond verbaasd van de toename in gewicht van zijn korf of kast. Van heel oude imkers hadden wij wel eens gehoord van korven 70 pond zwaar, doch wij dachten dat dit een beetje „jagerslatijn" was, maar in 1923 hebben wij geconstateerd, dat het heel goed mogelijk is in enkele dagen tijds een goed gevulde korf of kast te hebben. Wat is er toch een korten tijd noodig om een goeden oogst te hebben! Hebben wij krachtige volken, een goede bijenweide en gunstig weer, dan zijn maar enkele dagen noodig om ons een goed honingjaar te bezorgen. De zomer 1923 is bij uitstek zeer gunstig geweest en wij herinneren ons niet ooit zoo 'n ruime honingvloed in den zomer te hebben meegemaakt.
Ook de najaarsdracht was in de meeste heidestreken goed te noemen. Groningen gewaagt zelfs van „zeer goed", Drente van „uitstekend" en Overijsel van „bijzonder goed". De imkers zijn weer vol goeden moed en leggen zich met hernieuwde kracht weer meer op het bijenhouden toe, in de hoop, dat er nog meerdere van die goede jaren zullen volgen.
Suikerlevering.
Ook in 1923 ontvingen wij van de Regeering weer vrijdom van suikeraccijns. In de maand Juni ging het met de bijen zoo treurig dat er volop gevoerd moest worden. Duizenden kilo's voerhoning zijn aan de bijen verstrekt. Ten slotte besloot het Hoofdbestuur vroegtijdig suiker beschikbaar te stellen om in den nood te voorzien, doch nauwelijks was de eerste wagonlading suiker aangekomen, of het weer sloeg om en suiker was niet meer noodig. De suikerprijs was toen echter zeer hoog, n.l. 43 ct. voor de leden en 47 ct. voor de niet-leden. Wij bleven met die dure suiker zitten, de suikerprijs daalde en die 100 zakken werden geleverd met de najaars-suikerlevering. Wij konden toen de suiker verstrekken voor 34 ct. per K.G. aan de leden en 38 ct. per K.G. aan de niet-leden. Een enkele afdeélimg maakt er melding van dat de suiker te blauw is, hoewel op iedere zak suiker van 100 K.G. slechts 1/1000 Liter methyl violet komt en een halve K.G. gemalen kalmoeswortel. De suiker was van goede kwaliteit en er kwamen dan ook geen klachten.
De postcheque- en girodienst heeft ons heel wat ellende bezorgd. De afdeelingen stortten het geld voor de suiker op onze postrekening en soms na maanden ontvingen wij eerst bericht van bijschrijving. Die afdeelingen kregen dan ook de suiker niet op tijd, doch wij hadden in dezen geen schuld. Zoodra wij van de afdeelingen hun stortingsbewijs ontvingen, hebben wij onmiddellijk de bestelling uitgevoerd. De suikerprijzen zijn den laatsten tijd zeer vast, zoodat wij verwachten kunnen dat ook in 1924 de suikerprijs tamelijk hoog zal zijn. De rekening en verantwoording van de suikerlevering 1923, gecontroleerd door den accountant, vindt men in het Aprilnummer 1924 van ons maandblad. In totaal werd geleverd 157.521 K.G. suiker.
Markten.
In Beilen werd een voorjaarsmarkt gehouden. In Veenendiaal de van ouds bekende zwermenmarkt op Dinsdag 10 Juli tot en met Vrijdag 13 Juli. De aanvoer was niet groot, slechts 502 korven. De prijzen liepen van ƒ 4,50 — ƒ 6,50. Nimmer zijn op die markt zoo weinig bijenvolken aangevoerd. De kleine aanvoer dit jaar werd toegeschreven aan het ongunstige weer in Mei en Juni, waardoor de bijen slecht ontwikkelden, de zwermen laat kwamen en heel wat volken door honger omkwamen. Waarom die markt moet worden gerekt tot Vrijdag begrijpen wij niet. Na Dinsdag is er niets meer te doen. Warnsveld en Doetinchem maken melding van een honingmarkt, en Apeldoorn hield haar jaarlijksche honingmarkt. Al deze markten slaagden uitstekend.
Tentoonstellingen.
Er werden tentoonstellingen gehouden in Gouda, Ommen, Kampen, Puiflijk, Epe, Deventer, Warnsveld, Vorden en Hengelo (G.). De tentoonstelling in Gouda en Deventer slaagde uitstekend. Verder maken de verslagen der afdeelingen geen gewag van gehouden tentoonstellingen.
Honing- en wasprijzen.
Waren de honingprijzen door den slechten oogst van 1922 tamelijk hoog, door den grooten oogst in 1923 daalden deze prijzen aanmerkelijk. Van uitvoer kwam ook dit jaar niets, wel werden er weer duizenden kilo's honing ingevoerd.
Uit de ingekomen vragenlijsten (van de 135 slechts 80) hebben wij onderstaande gemiddelde prijzen vastgesteld:

Zoo zien wij over de geheele linie een daling van prijzen en zijn de honingprijzen nagenoeg aangeland op het niveau van voor den oorlog. De wasprijzen zijn nog laag te noemen, doch den laatsten tijd zijn deze prijzen vaster.
Honingzeemerijen.
De zeemerijen hadden heel wat honing te verwerken. Vele afdeelingen verkochten den honing uitgebroken in het vat. Meerlo had 1000 K.G. en maakte ruw 46 ct. per K,G. In Noord-Brabant werd 48 ct. per K.G. gemaakt. De Afd. Vlachtwedde had 6400 K.G. honing, Ureterp 4500 K.G., Uithuizen 1500 K.G. In Groningen deed de honing ruw 45½ per K.G. In Drente 47½ ct. per K.G. Zuidwolde had 3127 K.G., Schoonebeek 4215 K.G., Ruinen 1961 K.G., Odoorn 2500 K.G., Nieuw-Amsterdam 1500 K.G., Beilen 20880 K.G.
In Overijsel werd van 40—50 cent per K.G. ruw gemaakt. Dedemsvaart oogsste 2500 K.G.
In Gelderland uitgebroken in de ton 55 ct. per K.G. Epe oogstte 5000 K.G., Groenlo 1500 K.G., Maas en Waal 1400 K.G.
Aantal opzetters.
Aangezien er zoo weinig vragenlijsten zijn ingekomen is het niet mogelijk het juiste aantal opzetters te vermelden. Velen hebben dat aantal zelfs niet ingevuld. Wij verwachten echter dat er door het goede honingjaar heel wat meer volken zullen zijn opgezet.
Afdeelingen en Ledental.
Op 31 December 1922 telde de Vereeniging 7084 leden en 183 verspreide leden met totaal 142 afdeelingen. Op 31 December 1923 hadden wij 6190 leden en 203 verspreide leden. Het ledental is dus verminderd met 874 leden. Die vermindering is o.i. toe te schrijven aan de oprichting der Zuidelijke Imkersbonden, waarbij in 1923 nog vele afdeelingen hebben aangesloten. Opgeheven werden de afdeelingen Berlicum, Bladel, Delft, Echt, Eysden, Etten, Friesland, Haarlem, Hall, Heeze, Mierlo-Hout, Oosterhout, Oss, Roosendaal, Ruinerwold, Schoorl, Tilburg, Wijlre en Zuidlaren, Er kwamen 7 afdeelingen bij n.l. Beetsterzwaag, Bergen op Zoom, Kamperveen, Leeuwarden, Lichtenvoorde, Oldeberkoop en Ootmarsum. De Vereeniging telt op heden 131 afdeelingen.
Financieele toestand.
De financieele toestand onzer Vereeniging ging er niet op vooruit en sluit onze rekening met een nadeelig saldo van ƒ 549,57½. Voor 1924 zijn verschillende bezuinigingen ingevoerd. Met het drukken van ons maandblad kwamen wij ook heel wat goedkooper klaar. Groote uitgaven vorderden het Hoofdbestuur en het maandblad.
Hoofdbestuur.
Het Hoofdbestuur vergaderde 6 maal. De h.h. J.A. Joustra en A. van Est bedanken als lid van het Hoofdbestuur, omdat zij van woonplaats veranderden buiten hun groep. In hun plaats werden gekozen de heeren G. van den Brink te Bennekom en H.C. Versteeg te Apeldoorn.
Algemeene Vergadering.
Er werd 1 Algemeene vergadering gehouden en wel op 27 April te Utrecht. Een beknopt verslag van deze vergadering werd in het maandschrift opgenomen.
Maandschrift.
Het maandschrift verscheen iedere maand met 16 pagina's.
Observatiestations.
Gevestigd zijn 4 stations, welke door de Vereeniging worden gesubsidieerd, n.l. te Assen, Boekelo, Gronsveld en Warnsveld. De waarnemingen werden geregeld in het maandblad opgenomen.
Cursussen voor volwassenen.
In het tijdvak 1922-1923 werden cursussen gehouden te Amersfoort, Amsterdam, Bruchterveld, Kampen, Leeuwen, Lent, Tiel en Utrecht.
Lezingen en practische lessen.
Lezingen en practische lessen werden gehouden in Bennekom, Eelde, 's-Gravenhage, Haarlem, Heerlen, Hengelo, Raalte, Schagerbrug, Warnsveld, Zeist, Rolde Grollo, Appeltern en Druten. Verder maken de verslagen der afdeelingen nog melding van lezingen te Soest, Ruurlo, Kesteren, Rijssen, Oosterhesselen, Deventer, Steenwijkerwold, Leeuwarden, Lonneker-Enschede, Haaksbergen, en Gendringen en practische lessen te Zijpe, Hoogeveen en Amsterdam.
Vermeld dient nog te worden dat de Afd. Amsterdam een zeer mooi bijenpark bezit waarvoor de gemeente Amsterdam 8000 M2, grond heeft afgestaan. Indien men te Amsterdam komt verzuime men niet dit bijenpark met een bezoek te vereeren. Ook in Amersfoort werd een stadsbijenpark opgericht. De afd. Amsterdam is van plan op haar bijenpark een permanente tentoonstelling te houden van bijenkasten.
Examen.
Het examen werd gehouden op 26 en 27 Sept. j.l. in het Bijenhuis te Wageningen. Er waren 4 candidaten, van wie er 3 slaagden n.l. de heeren J.B.H. Jansen te Nijmegen, H.C. Kruijt te Spijk (Z.H.) en G. Popken te 's-Gravenhage. De examencommissie bestond uit de h.h. B. Wigman, Voorzitter, A. Minderhoud, T.C. Hootsen en J.A. Joustra.
Bibliotheek.
Onze bibliotheek gaat er steeds op vooruit. Ook dit jaar werden weer verschillende werken aangekocht. Alle boeken en tijdschriften verkeeren in uitstekende conditie. Jammer dat de portokosten zoo hoog zijn, anders zouden er heel wat meer pakketten worden verzonden. Er kwamen 67 aanvragen in. Uitgeleend werden 87 Hollandsche, 6 Fransche, 10 Engelsche en 110 Duitsche boeken en tijdschriften. Een nieuwe catalogus zou zeer wenschelijk zijn. De
catalogus dateert van 1916, het supplement van 1921.
Afdeeling Handel.
Wij verwijzen daarvoor beleefd naar het afzonderlijke verslag, dat in dit nummer is opgenomen.
Afdeeling Verzekering.
Deze afdeeling vertoont een verdere achteruitgang, wat in hoofdzaak het gevolg is van het besluit van het Hoofdbestuur genomen in de vergadering van 13 Juli 1923, waarbij bij gelijke premiën geen risico meer wordt gedragen voor schade door overstrooming of vervoer veroorzaakt. Dit besluit heeft niet nagelaten een nadeeligen invloed uit te oefenen op het totaal verzekerd bedrag, wat blijkt uit de volgende opstelling.
In 1922 waren verzekerd 2641 korven, 1151 kasten en 148 boogkorven, stallen en gereedschappen voor ƒ 18,993,40. In totaal voor een waarde van ƒ 68,002,40. In 1923 hadden wij verzekerd 1345 korven, 882 kasten en 113 boogkorven en stallen en gereedschappen voor ƒ 14,902,50. Totaal voor een waarde van ƒ 46,322.50. De vermindering over 1 jaar bedraagt derhalve ƒ 68,002,40 — ƒ 46,322,50 is ƒ 21,679,90 of wel ongeveer 32%.
Dat deze afdeeling werkelijk levensvatbaarheid kan hebben, is gebleken uit de steeds stijgende bedrijfsresultaten over de bijna 4 jaren, dat zij heeft bestaan. De winsten waren als volgt: Over 1920 ƒ 63,48; 1921 ƒ 264,85½; 1922 ƒ 450,91; 1923 ƒ 366,55. Ook uit deze cijfers blijkt de afname vam de premieontvangsten over 1923. Aan schade werd slechts ƒ 17,76 uitgekeerd.
Hiermede zijn wij aan het einde van het 26ste verslag. 11 jaar achtereen heeft ondergeteekende het verslag samengesteld en zal hij nu worden opgevolgd door den heer J.A. Joustra, die door het Hoofdbestuur is benoemd tot secretaris-penningmeester. Moge onder zijn secretariaat de Vereeniging een tijdperk van rijken bloei tegemoet gaan. Wij danken de afdeelingen en leden voor de steun en medewerking in al die jaren ondervonden.
De Secretaris, W.A. VAN OS.
Terugverwijzingen
- Er zijn momenteel geen terugverwijzingen.