VOORWOORD CD-ROM.

 

Hoofdmenu Pomologia

Inleiding Pomologia

Hoofdmenu Fructologia

Inleiding Fructologia

 

DE EVOLUTIE VAN ONZE APPELS.

Tot voor kort werd altijd aangenomen dat onze consumptieappels (Malus domestica) afstamden van de zeldzame wilde appel (Malus sylvestris), of hybriden waren van de tientallen Malus soorten die er op de wereld zijn.

Recent onderzoek door Prof. Dr. B.E.Juniper, Dr. J.P.Robinson en Dr. S.A.Harris in hun laboratorium in Oxford en in het veld, in Kazachstan, Oezbekistan en China, heeft laten zien dat dit niet klopt. Hun DNA onderzoek heeft aangetoond dat alle moderne appels primair verwant zijn aan de in Kazachstan voorkomende Malus sieversii. Dat is dus de directe voorouder. Alle andere verwantschappen blijken in een veel verder verleden tot stand te zijn gekomen.

Bij hun veldonderzoek bleek veel van de oorspronkelijke fruitwouden door nomadische begrazing en de ontginningspolitiek van Stalin en Khrushchev verdwenen te zijn. Op de berghellingen van het Tien Shan gebergte, ten noorden van de Ili rivier bij de grens met China, vonden zij nog resten fruitwoud. In die bossen groeien appels, peren, pruimen, abrikozen en andere vruchten als hagedoorn en lijsterbes. Daar dragen de appelbomen vruchten, die in alle opzichten op onze gekweekte appels lijken!

Uit 4000 - 6000 jaar oude graftombes aan de rand van de Taklamaken woestijn bij Urumqi, waarin mensen uit het Zwarte Zee gebied begraven zijn, kan worden geconcludeerd dat er 2000 - 4000 jaar voor Chr. al verkeer was langs wat in de eerste 400 jaar na Chr. de zijderoutes zouden worden. Het ligt voor de hand dat deze reizigers, met in hun zadeltassen meegenomen fruit, de verspreiding veroorzaakt hebben.

 Via Iran (Perzi), Turkije en Griekenland kwamen de vruchten in het Romeinse rijk, waar de fruitteelt zich, onder het toeziend oog van de godin Pomona voorspoedig ontwikkelde.  

De fruitteelt technieken stammen al van vr onze jaartelling: reeds 400 jaar voor Christus wisten de Romeinen dat zaaien variatie geeft en door enten een ras doorgekweekt kan worden.

 

 

 

DE FRUITTEELT IN EUROPA.

De Romeinen hebben uiteindelijk de fruitteelt naar onze streken verspreid.

In de Nederlanden had in de vroege Middeleeuwen elk klooster en elk kasteel een eigen boomgaard. Aan het ontwikkelen van nieuwe rassen werd door vorsten en kasteelheren status ontleend. Later kwamen er kwekerijen, die fruit teelden voor de bezittende klasse in de steden. Rond 1400 hadden fruithandelaren een vaste plaats op markten en had iedere boerderij vruchtbomen voor eigen voorziening.

Door bewuste kweek, maar ook door toevalstreffers (een zaailing bleek lekkere vruchten te geven) zijn in de loop van de tijd vele honderden appel- en perenrassen ontstaan. Johann Hermann Knoop was, rond 1750, de eerste die systematisch onderzoek naar die rassenrijkdom deed en dat op wetenschappelijke wijze publiceerde. Knoop's van handgekleurde illustraties voorziene beschrijvingen zijn voor onderzoek nog steeds van groot belang omdat honderden jaren oude fruitrassen, met eigenschappen die een belangrijke rol kunnen spelen bij de ontwikkeling van nieuwe rassen, ook nu nog gevonden worden.

 

DE CD-ROM.

Deze cd-rom kon worden gemaakt dankzij het feit dat n van onze leden zijn boeken beschikbaar stelde voor het maken van de opnames. Van de heer H.W. Rossel kreeg ik de nieuwste informatie over de herkomst van ons fruit. De heer R.K. Elema, voorzitter van het bestuur van de stichting "Vrienden van het Fruitteeltmuseum" in Kloetinge stuurde mij informatie over leven en werken van Knoop. 

 

Bij het maken van een digitale uitgave van een antiquarisch boek is er altijd het dilemma: streven naar maximale interactiviteit en dus gebruiksgemak f zoveel mogelijk behouden van het karakter van het oorspronkelijke werk.

Bij een vorige cd-rom,  "De Nederlandsche Boomgaard" uit 1868, was het mogelijk de tekst praktisch zonder verandering in uiterlijk opnieuw te zetten. Daar is dus gekozen voor maximale interactiviteit.

Bij Knoop's veel oudere boeken gaat dan echter erg veel antieke sfeer verloren. Ze zijn gedrukt op geschept papier. De letters zijn, door het ruwe oppervlak, niet scherp begrensd diepzwart en sommige zijn van een type dat niet meer gebruikt wordt. Om deze karakteristieke kenmerken te behouden is voor deze cd-rom de tekst niet naar een tekstverwerkerbestand geconverteerd maar zijn de originele pagina's afgebeeld. Een gering nadeel daarvan is dat een link niet precies naar het begin van de rasbeschrijving zelf gaat, maar naar het begin van de pagina waar de rasbeschrijving op staat. De gebruiker moet zelf kijken waar de gezochte tekst op die pagina staat, wat bij korte pagina's nauwelijks een probleem is.

 Een antiek boek kan, om beschadiging van de band te voorkomen, niet onder een glasplaat worden platgeperst tijdens het maken van de reproducties. Een pagina staat aan de bandzijde altijd enigszins bol en geschept papier is altijd iets gegolfd ook altijd ruw van structuur.  Dit geeft schaduweffecten die op de afbeeldingen zichtbaar zijn. Toch leek mij de facsimile uitvoering te verkiezen boven geheel nieuwe tekst.

Op sommige punten is Knoop wat betreft spelling en naamgeving wel eens ietwat slordig geweest. Soms gebruikt hij in de lijsten een naam en bij de beschrijving een synoniem daarvan of omgekeerd. Ook de spelling kan op verschillende plaatsen verschillend zijn. Bij de interactieve lijsten is dat zo goed mogelijk aangepast.

 

LEVENSLOOP KNOOP.

Knoop is geboren in Kassel waar zijn vader de Vorstelijke Pleziertuin in Freienhage aan de Fulda bestuurde.  Hij  is waarschijnlijk in 1706 geboren en in 1769 in Amsterdam gestorven (Silvio Martini, De Fruitteelt 1949 p. 740-741). 

Maria Louise Landgravin van Hessen - Cassel benoemde Knoop na haar huwelijk met de Friese Stadhouder Johan Willem Friso, Prins van Oranje tot tuinbouwdirecteur van haar buitengoed Marienburg bij Leeuwarden. In deze functie had hij ideale mogelijkheden voor botanisch en plantenteeltkundig onderzoek.

Knoop kan beschouwd worden als de grondlegger van de Pomologie. Hij was de eerste die overzichten met wetenschappelijke beschrijvingen publiceerde van appels en peren uit Nederland, Duitsland, Frankrijk en Engeland, voorzien van een handgekleurde afbeeldingen en synoniemenlijsten. Zo bevat zijn boek "Pomologia" 12 appelplaten met 103 afgebeelde en 125 beschreven appelrassen en 8 perenplaten met 82 getekende en 92 beschreven perenrassen.

"Fructologia" is minder rijk gellustreerd, maar bevat daarentegen naast uitgebreidere teeltaanwijzingen ook gebruiksinformatie en recepten.  In "Fructologia" geeft hij ook voor appels en peren teelt- en gebruiksinformatie maar hij verwijst  naar "Pomologia" voor de rassenbeschrijving.  Volledig worden beschreven: kween kersen, pruimen, abrikozen, perziken, amandels, vijgen, druiven, kastanje, okkernoot, hazelnoot, mispel, moerbij, framboos, braam, aalbes, kruisbes, berberis en kornoelje.

Op botanisch gebied schreef Knoop behalve "Pomologia" en "Fructologia", die in meerdere talen vertaald zijn, ook nog het op parken gerichte "Dendrologia".

Daarnaast had hij een ruime wetenschappelijke belangstelling. Hij publiceerde op het gebied van de mathematica, landmeetkunde, astronomie (hij berekende zons- en maansverduisteringen), historie van Friesland en historie van de aardbol.

 

April 2002

C.M. Ballintijn, Paterswolde.

 

 

ZIE VOOR MEER INFORMATIE:

 - Silvio Martini. De Fruitteelt 1949, 740-741.

 - Barry Juniper, Prehistoric Pippins. Oxford Today, The University Magazine. Michaelmas Issue 2000.

 - J.P.Robinson, S.A.Harris, B.E.Juniper. Taxonomy of the genus Malus Mill. (Rosaceae) with emphasis on the cultivated apple, Malus domestica Borkh. Plant Syst. Evol. 226: 35-58 (2001).                

 

Hoofdmenu Pomologia

Inleiding Pomologia

Hoofdmenu Fructologia

Inleiding Fructologia