Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Record number 72475
Title L' efficacite de la planification agricole en Tunisie
Author(s) Thio, K.S.
Source Landbouwhogeschool Wageningen. Promotor(en): F.P. Jansen; A.A. Kampfraath. - Wageningen : Veenman - 344
Department(s) Development Economics
Publication type Dissertation, internally prepared
Publication year 1979
Keyword(s) plattelandsplanning - plattelandsontwikkeling - sociale economie - landbouw - economische sectoren - ontwikkeling - ontwikkelingsplanning - economisch beleid - industrie - tunesië - economische situatie - economische planning - landbouw als bedrijfstak - internationale economie - organisatievormen - economische productie - rural planning - rural development - socioeconomics - agriculture - economic sectors - development - development planning - economic policy - industry - tunisia - economic situation - economic planning - agriculture as branch of economy - international economy - forms of organization - economic production
Categories Agriculture in Africa / Economic Policy
Abstract

Dit boek richt zich tot allen die op een of andere wijze betrokken zijn bij de problematiek van de planning in ontwikkelingslanden: internationale organisaties, instituten voor onderzoek en onderwijs, hulpverlenende instanties en de planners in de ontwikkelingslanden zelf.

Het doel van de studie is bij te dragen tot de verbetering van methoden van planning die in praktijk in ontwikkelingslanden worden of kunnen worden toegepast. Tot dat doel wordt het begrip efficiency van de planning in zijn componenten ontleed en toegepast op een speciaal geval, nl. de landbouwplanning in Tunesië. Onidat de Franse samenvatting de inhoud van het boek per hoofdstuk weergeeft zullen wij ons hier beperken tot de algemene kenmerken van deze studie.

In de litteratuur over ontwikkelingsplanning wordt voornamelijk aandacht besteed aan de inhoudelijke kant van de ontwikkelingsproblematiek. Te weinig wordt benadrukt dat de planning zelf een instrument voor ontwikkeling is dat gepland kan en moet worden. Immers, in een ontwikkelingsstrategie is de strateeg, d.w.z. de overheid, zelf betrokken. Planning van de sociaal-economische ontwikkeling vereist ontwikkeling van de planning, inhoudelijk en bestuurlijk. Een belangrijk uitgangspunt van het onderzoek is dan ook dat verbetering van methoden van planning niet alleen betrekking dient te hebben op verbetering van de methoden van informatieverzameling en van sociaal-economische analyse. Zulke pogingen kunnen nutteloos zijn indien men niet ook rekening houdt met de bestuurlijke en politieke context waarin de planning
functioneert.

De efficiency van de planning kan alleen begrepen worden in het totale cybernetische planproces, dat globaal in de volgende cycli verloopt: informatieverzameling ->planopstelling ->planuitvoering ->evaluatie en bijsturing. De evaluatie van de resultaten van het planproces dient op drie niveaux te geschieden:
1. de evaluatie van de mate waarin de voorgenomen maatregelen en projekten daadwerkelijk zijn uitgevoerd;
2. de evaluatie van de invloed van de uitgevoerde maatregelen en projekten op de sociaal-economische ontwikkelingen en
3. de evaluatie van de invloed van onbeheersbare externe faktoren zoals het klimaat, de wereldmarktprijzen en het autonome gedrag van het publiek waar de overheidsplanning zich op richt.
Deze drie typen invloeden vormen de verklarende faktoren van de verschillen tussen de voorspellingen en de realisaties van sociaal-economische plannen.

De efficiency van de planning dient echter niet alleen afgemeten te worden aan de uitkomst van zijn voorspellingen. In ieder geval dient de werkelijke invloed van het overheidsingrijpen op de eindresultaten te worden onderscheiden van toevallige faktoren die in gunstige of ongunstige zin aan de eindresultaten hebben bijgedragen. Bovendien kan de efficiency van de planning alleen geappreciterd worden in het licht van de reikwijdte van de planning, waaronder wij verstaan de omvang van de te plannen probleemgebieden, het detail waarin deze gepland worden en de in de beschouwing betrokken samenhangen. Het onderscheid tussen trefzekerheid en reikwijdte komt voort uit twee mogelijke benaderingen van de evaluatie van de efficiency van de planning, te weten respectievelijk: de immanente kritiek, die uitgaat van de veronderstellingen van het planningsysteem zelf en de transcendente kritiek, die uitgaat van veronderstellingen die aan criteria van buiten het planningsysteem ontleend zijn.

Ieder efficiency-onderzoek komt neer op een doeleinden-middelen analyse. Terwijl trefzekerheid en reikwijdte tot de doeleinden van een planningsysteem gerekend kunnen worden, behoren tot de middelen: de tijd, de mankracht en het geld nodig voor het opstellen en evalueren van plannen en de overheadkosten van het uitvoerende apparaat. Wij hebben niet getracht tot een nauwkeurige kwantitatieve berekening van deze middelen te kornen, hoewel zij in ontwikkelingslanden vaak een reële beperking op de planning en dus op de ontwikkeling in het algemeen vormen. Wij menen echter dat in de beginfase, waarin dit type onderzoek zich nog bevindt, een kwantitatieve benadering niet relevant is. Een kwalitatieve benadering ter besparing van de kosten van de planning is vooralstiog vruchtbaarder. Deze houdt o.a. in: een goede definiëring van de ontwilekelingsproblernatiek, waarvoor de planning gesteld is, het toepassen van arbeids- en tijdsbeparende methoden van informatieverzameling en analyse (b.v. het toezien op de benodigde precisie van gegevens), het bewust kiezen van de beslissingsprocedures, een adekwate verdeling van de expertise over de planningsorganen, een juiste keuze van de expertise in functie van de op te lossen problemen, het zo goed mogelijk verdelen van de planningactiviteiten in de tijd, enz... .

Grote nadruk valt in dit onderzoek op de case-study van de landbouwplanning in Tunesië. Daarmee is aangegeven dat dit soort onderzoek zich nog in een empirisch stadium bevindt. Na een reeks van dergelijke deelstudies kan later tot systematisering van de kennis worden gekomen. Wij menen, dat in de litteratuur nog een groot gebrek is aan nauwkeurige, concrete beschrijvingen van totale planprocessen. Uiteraard zijn met de case-study ook de beperkingen van dit onderzoek gegeven. In feite is de problematiek van ieder land specifiek en vraagt daarom om aarigepaste methoden van planning. De kenmerken van Tunesië zijn: het is een klein, al relatief ontwikkeld land, dat sterk in de economische en politieke invloedssfeer van Europa ligt. Naar Europese standaarden gemeten zijn de problemen van armoede en werkloosheid er echter nog zeer groot en zullen dat op lange termijn nog blijven. De planning in Tunesië kan bogen op een vrij lange traditie en staat relatief op een hoog peil. (Dit maakt van de Tunesische planning overigens een geschikt objekt van evaluatie). Een bijzondere omstandigheid in Tunesië is de overgang van de politiek van collectivisatie van de jaren 60 naar een meer liberale gemengde economie. Dit schept de gelegenheid twee totaal verschillende planningsystemen binnen de context van één land te vergelijken. De behandeling van de landbouwplanning in het bijzonder geeft ook een specifiek karakter aan deze case-study. De landbouwsector kenmerkt zich immers door zijn heterogeniteit als een zeer omvangrijk gebied van planning, waarvan de trefzekerheid echter gering is. Men kan dan ook constateren dat de landbouwplanning zich vaak eenzijdig richt op de makkelijk grijpbare aspekten van de landbouwontwikkeling: infrastrukturele werken, de technische aspecten van de produktie, de grote landbouwbedrijven, de regio's met grote potenties. De sociale problematiek van de landbouw in ontwikkelingslanden (de lage inkomens en de werkloosheid) wordt relatief verwaarloosd.

Tenslotte moet worden opgemerkt dat de koers, die een klein land als Tunesië in de toekomst gaat varen, in hoge mate bepaald wordt door de internationale politieke situatie (relatie tot de EEG en tot Frankrijk in het bijzonder, relatie tot de andere Arabische landen, invloed van de V.S. en de Sowjet-Unie in het Middellandse zeegebied). Wij hebben deze randvoorwaarden niet in de beschouwing betrokken, in de eerste plaats orndat wij niet competent zijn hierover een wetenschappelijk oordeel te vellen, in de tweede plaats orndat wij menen dat de interne ontwikkeling, ook van kleine landen, niet uitsluitend door externe faktoren wordt bepaald. Er blijft een ruime marge voor een eigen ontwikkelingspolitiek, waarin het probleem van de efficiency van de planning zeer relevant is.

Comments
There are no comments yet. You can post the first one!
Post a comment
 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.