Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 19 / 19

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Defining and applying the concept of Favourable Reference Values for species habitats under the EU Birds and Habitats Directives : examples of setting favourable reference values
    Bijlsma, R.J. ; Agrillo, E. ; Attorre, F. ; Boitani, L. ; Brunner, A. ; Evans, P. ; Foppen, R. ; Gubbay, S. ; Janssen, J.A.M. ; Kleunen, A. van; Langhout, W. ; Pacifici, M. ; Ramirez, I. ; Rondinini, C. ; Roomen, M. van; Siepel, H. ; Swaaij, C.A.M. van; Winter, H.V. - \ 2019
    Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research report 2929) - 219
    Defining and applying the concept of Favourable Reference Values for species habitats under the EU Birds and Habitats Directives : technical report
    Bijlsma, R.J. ; Agrillo, E. ; Attorre, F. ; Boitani, L. ; Brunner, A. ; Evans, P. ; Foppen, R. ; Gubbay, S. ; Janssen, J.A.M. ; Kleunen, A. van; Langhout, W. ; Noordhuis, R. ; Pacifici, M. ; Ramirez, I. ; Rondinini, C. ; Roomen, M. van; Siepel, H. ; Winter, H.V. - \ 2019
    Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research report 2928) - 93
    How much Biodiversity is in Natura 2000? : the “Umbrella Effect” of the European Natura 2000 protected area network : technical report
    Sluis, T. van der; Foppen, R. ; Gillings, Simon ; Groen, T.A. ; Henkens, R.J.H.G. ; Hennekens, S.M. ; Huskens, K. ; Noble, David ; Ottburg, F.G.W.A. ; Santini, L. ; Sierdsema, H. ; Kleunen, A. van; Schaminee, J.H.J. ; Swaay, C. van; Toxopeus, Bert ; Wallis de Vries, M.F. ; Jones-Walters, L.M. - \ 2016
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2738) - 147
    biodiversity - habitats directive - birds directive - natura 2000 - statistical analysis - geographical information systems - biodiversiteit - habitatrichtlijn - vogelrichtlijn - natura 2000 - statistische analyse - geografische informatiesystemen
    In order to assess the significance of the presumed “umbrella effect” of Natura 2000 areas the European Commission initiated a study, in 2013, to address the following questions: 1) Which are, amongst the species regularly occurring within the European territory of the EU-28 Member States, those that significantly benefit from the site conservation under the EU Birds and Habitats Directive? 2) What is the percentage of all species occurring in the wild in the EU that benefit significantly from Natura 2000? 3) How significant is the contribution of Natura 2000 in relation to the objective of halting and reversing biodiversity loss? The approach used existing data, and covered the terrestrial mammals, birds, reptiles, amphibian, butterfly and plant species. The analysis is mostly based on statistical distribution models and GIS processing of species distribution data in relation to their presence within protected areas of the Natura 2000 network. The main findings for all species groups were: Animal species for which Natura 2000 areas were not specifically designated occur more frequently inside Natura 2000 than outside (in particular breeding birds and butterflies). These species do, therefore, gain benefit from the protected areas network. The species for which Natura 2000 areas were designated generally occur more frequently within the Natura 2000 site boundaries than the nonannex species; this is in particular the case for birds and butterflies, for amphibians and reptiles the difference is negligible. More specific conclusions and findings, as well as discussion of these results and implications for further studies are included in the report.
    The “Umbrella Effect” of the Natura 2000 network : an assessment of species inside and outside the European Natura 2000 protected area network : executive summary
    Jones-Walters, L.M. ; Gillings, Simon ; Groen, T.A. ; Hennekens, S.M. ; Noble, David ; Huskens, K. ; Santini, L. ; Sierdsema, H. ; Kleunen, A. van; Swaay, C. van; Sluis, T. van der - \ 2016
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 273A) - 11
    biodiversity - natura 2000 - birds directive - habitats directive - biogeography - biodiversiteit - natura 2000 - vogelrichtlijn - habitatrichtlijn - biogeografie
    Standard Data Form Natura 2000 : bepaling van de belangrijkste drukfactoren in Natura 2000-gebieden
    Schippers, P. ; Schmidt, A.M. ; Kleunen, A. van; Bremer, L. van den - \ 2015
    Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 56) - 30
    natura 2000 - natuurgebieden - habitatrichtlijn - vogelrichtlijn - milieueffect - menselijke invloed - natuurbeheer - natura 2000 - natural areas - habitats directive - birds directive - environmental impact - human impact - nature management
    Dit rapport betreft de documentatie van de gevolgde werkwijze van hoofdstuk 4.3 van het Standard Data
    Form. Het rapport beschrijft de methodiek die gevolgd is om per Natura 2000-gebied de belangrijkste
    drukfactoren uit de voorgeschreven lijst van de EC (de EC-indeling) te bepalen. Hierbij is de informatie over
    de drukfactoren die een negatief effect hebben op de staat van instandhouding van soorten en habitattypen
    uit de landelijke rapportages toegepast. Om de binnen de EC-systematiek geconstateerde problemen op te
    lossen, is er gezocht naar een nieuwe Nederlandse indeling in drukfactoren, waarbij duidelijk onderscheid
    wordt gemaakt tussen de oorzaken van drukfactoren (menselijke activiteiten en natuurlijke processen) en de
    effecten (bv. versnippering, vermesting en verdroging). Door de landelijke EC-indeling te vertalen naar de
    NL-indeling (en vice versa) is de informatie ook geschikter voor praktisch gebruik
    Broedsucces van kustbroedvogels in de Waddenzee in 2011-2013
    Koffijberg, K. ; Boer, P. de; Hustings, F. ; Kleunen, A. van; Oosterbeek, K. ; Cremer, J.S.M. - \ 2015
    Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 51) - 50
    vogels - broedvogels - monitoring - waddenzee - birds - breeding birds - monitoring - wadden sea
    Sinds 2005 worden in de Waddenzee jaarlijks gegevens verzameld over het broedsucces van een aantal
    karakteristieke kustbroedvogels. Hiervoor worden tien vogelsoorten gevolgd die representatief worden geacht
    voor specifieke habitats en voedselgroepen. Het reproductiemeetnet kustbroedvogels wordt uitgevoerd als een
    ‘early warning systeem’ om het reproducerend vermogen van de vogelpopulaties in de Waddenzee te volgen
    en de achterliggende processen van populatieveranderingen te doorgronden. Het fungeert als een wezenlijke
    aanvulling op de monitoring van aantallen en aantalsveranderingen en wordt uitgevoerd in het kader van
    trilaterale afspraken met Duitsland en Denemarken (TMAP). De resultaten uit 2011, 2012 en 2013 laten zien
    dat op dit moment nog steeds veel soorten kustbroedvogels weinig succesvol zijn. Vooral Scholekster, Kluut,
    Kokmeeuw, Grote Stern, Visdief en Noordse Stern kampen met een structureel te laag broedsucces. De
    slechte broedresultaten worden veroorzaakt door verschillende factoren. Eén daarvan is overstromingen als
    gevolg van hoogwater gedurende het broedseizoen. Ook worden in de nestfase veel broedvogels slachtoffer
    van predatie van legsels, met name door Vos en Bruine Rat. Daarnaast speelt een te geringe voedselbeschikbaarheid
    bij een aantal soorten vermoedelijk een belangrijke rol
    Structuur- en functiekenmerken van leefgebieden van Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijnsoorten : een concept en bouwstenen om leefgebieden op landelijk niveau en gebiedsniveau te beoordelen
    Bijlsma, R.J. ; Kleunen, A. van; Pouwels, R. - \ 2014
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 31) - 46
    habitats - landschap - gebiedsgericht beleid - natuurbeheer - landschapsbeheer - biodiversiteit - habitats - landscape - integrated spatial planning policy - nature management - landscape management - biodiversity
    Voor de landelijke rapportage op grond van artikel 17 van de Habitatrichtlijn en voor de gebiedenrapportage volgens het Standaardgegevensformulier Natura 2000 (Standard Data Form, SDF) moeten elementen van het leefgebied van soorten worden beoordeeld. Dit rapport structureert gepubliceerde leefgebiedinformatie volgens ecologisch relevante criteria die zijn samengebracht onder drie componenten van biodiversiteit: compositie (soortensamenstelling), structuur (fysieke componenten, terreinelementen) en functie (processen en drukfactoren). Om aspecten van de structuur en functie van leefgebieden in kaart te brengen, is een stapsgewijze procedure uitgewerkt, uitgaande van ‘leefgebied-oppervlakte’ en een landschappelijke typering van het leefgebied met behulp van natuurbeheertypen of andere landschappelijke eenheden (‘leefgebiedenvelop’). Met kennis van (essentiële) habitatelementen in relatie tot foerageren, reproduceren en rusten/ slapen worden vervolgens terreinelementen onderscheiden : specifieke structuren en hun ruimtelijke samenhang (‘leefgebied-structuur’). Tot slot bepalen werkzame (a)biotische processen en drukfactoren welk deel hiervan daadwerkelijk functioneert als leefgebied: de ‘leefgebied-structuur & functie’. Deze procedure wordt ondersteund door een relationele database in MS-Access waarin onder andere alle maatlatten zijn verwerkt die zijn opgesteld voor de gebiedenrapportages (SDFs) van soorten in 2013.
    Rapportages op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn : evaluatie rapportageperiode 2007-2012 en aanbevelingen voor de periode 2013-2018
    Schmidt, A.M. ; Kleunen, A. van; Bink, R.J. ; Soldaat, L. - \ 2014
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 19) - 70
    flora - fauna - vogels - habitatrichtlijn - vogelrichtlijn - monitoring - gegevens verzamelen - natura 2000 - flora - fauna - birds - habitats directive - birds directive - monitoring - data collection - natura 2000
    In dit rapport wordt op grond van een evaluatie van de afgelopen rapportageperiode (2007-2012) een advies gegeven aan het Ministerie van Economische zaken hoe te anticiperen op de volgende rapportageperiode (2013-2018). Dit betreft de rapportages op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, en specifiek de rapportageonderdelen waar ecologische kennis en informatie voor vereist is. Aanbevelingen worden gedaan voor het rapportageproces (proces), de beschikbaarheid en kwaliteit van data, informatie en kennis (inhoud) en de technische voorzieningen om het rapportageproces te ondersteunen (techniek). Beweegredenen om de desbetreffende aanbevelingen door te voeren, zijn het verhogen van de efficiency van het rapportageproces, de doorwerking van beleid en de kwaliteit van de beleidsinformatie.
    Ecologische gegevens van vogels voor Standaard Gegevensformulieren Vogelrichtlijngebieden
    Kleunen, A. van; Roomen, M. ; Bremer, L. van den; Lemaire, A.J.J. ; Vergeer, J.W. ; Winden, E. van - \ 2014
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 2) - 163
    vogelrichtlijn - habitats - gegevens verzamelen - natura 2000 - nederland - birds directive - habitats - data collection - natura 2000 - netherlands
    In dit rapport wordt verslag gedaan van de ecologische beoordeling van Vogelrichtlijngebieden voor de vogels voor de Standaard Gegevensformulieren. Na een beschrijving van de gevolgde werkwijze om de populatie, behoudsstatus, isolatie en algemene beoordeling te bepalen, worden in tabelvorm per soort voor alle relevante Vogelrichtlijngebieden de beoordelingen gepresenteerd
    Raceauto's en broedvogels. Spanningsveld ecologie-economie bij TT-circuit Assen
    Henkens, R.J.H.G. ; Kleunen, A. van; Kistenkas, F.H. - \ 2013
    Vakblad Natuur Bos Landschap 10 (2013)4. - ISSN 1572-7610 - p. 14 - 17.
    motorracen - publieksevenementen - geluidshinder - broedvogels - natura 2000 - vergunningen - monitoring - drenthe - Nederland - motor racing - spectator events - noise pollution - breeding birds - natura 2000 - permits - monitoring - drenthe - Netherlands
    In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen, met een gezamenlijk oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Met daarnaast ook nog eens circa 17 miljoen Nederlanders is het logisch dat er spanningen optreden tussen ecologie en economie. Dat hoeft geen probleem te zijn zolang er geen significant negatieve effecten zijn op de Natura 2000-doelstellingen. Maar hoe bepaal je dat eigenlijk als die effecten nooit eerder goed zijn onderzocht?
    Broedsucces van kustbroedvogels in de Waddenzee in 2009 en 2010
    Kleunen, A. van; Koffijberg, K. ; Oosterbeek, K. ; Nienhuis, J. ; Jong, M.L. de; Smit, C.J. ; Roomen, M. ; Boer, P. - \ 2012
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 346) - 55
    broedvogels - broeden - monitoring - waddenzee - kustgebieden - noord-nederland - breeding birds - incubation - monitoring - wadden sea - coastal areas - north netherlands
    Sinds 2005 worden in de Waddenzee jaarlijks gegevens verzameld over het broedsucces van een aantal karakteristieke kustbroedvogels. Hiervoor worden tien vogelsoorten gevolgd die representatief worden geacht voor specifieke habitats en voedselgroepen. Het reproductiemeetnet Waddenzee wordt uitgevoerd als een ‘early warning systeem’ om het reproducerend vermogen van de vogelpopulaties in de Waddenzee te volgen en de achterliggende processen van populatieveranderingen te doorgronden en fungeert als een wezenlijke aanvulling op de monitoring van aantallen en aantalsveranderingen. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van trilaterale afspraken met Duitsland en Denemarken (TMAP). De resultaten uit 2009 en 2010 laten zien dat veel soorten kustbroedvogels op dit moment een relatief laag broedsucces hebben. Vooral voor Eider, Scholekster, Kluut, Visdief en Noordse Stern geldt dat er te weinig jongen vliegvlug worden om de populatie op peil te houden. De slechte broedresultaten worden veroorzaakt door verschillende factoren. Eén daarvan is overstromingen als gevolg van hoog water gedurende het broedseizoen. Ook worden in de nestfase veel broedvogels slachtoffer van predatie van legsels, met name door Vos en Bruine Rat. Daarnaast speelt een te geringe voedselbeschikbaarheid een rol
    Effecten van stikstof op vogelsoorten in vogelrichtlijngebieden in Noord-Brabant
    Broekmeyer, M.E.A. ; Kros, J. ; Schotman, A.G.M. ; Kleunen, A. van; Wamelink, G.W.W. - \ 2012
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2359)
    natuurgebieden - depositie - emissie - stikstof - luchtverontreiniging - vogels - nadelige gevolgen - natura 2000 - critical loads - noord-brabant - natural areas - deposition - emission - nitrogen - air pollution - birds - adverse effects - natura 2000 - critical loads - noord-brabant
    Dit rapport geeft een ecologische onderbouwing van de mogelijke gevolgen van stikstofdepositie op vogelrichtlijnsoorten in de Noord-Brabantse vogelrichtlijngebieden. In de twaalf onderzochte vogelrichtlijngebieden komen 21 soorten voor die gebruik maken van stikstofgevoelig leefgebied. De leefgebieden zijn beschreven in de vorm van natuurdoeltypen met daaraan gekoppeld een kritische depositiewaarde (KDW) voor stikstof. Voor de jaren 1994, 2004 en 2009 is de stikstofdepositie berekend en hieruit blijkt dat in alle jaren de KDW wordt overschreden. Voor alle soorten is per vogelrichtlijngebied het aandeel leefgebied met een overschrijding van deze KDW vastgesteld en de lokale trend is achterhaald. Er is onderzocht of er mechanismen zijn die een correlatie tussen overschrijding van de KDW en de trend kunnen verklaren. Voor acht vogelsoorten is mogelijk sprake van een causale relatie tussen de trend en de KDW. Voor deze soorten is per gebied nader onderzocht of er daadwerkelijk sprake is van een causale relatie en of eventuele gevolgen door beheer ongedaan kunnen worden gemaakt. In vier gevallen kan niet uitgesloten worden dat stikstof heeft bijgedragen aan verslechtering van het leefgebied. Hierdoor zijn mogelijk de instandhoudingsdoelen niet gehaald. In de overige gevallen is geen sprake van een causale relatie of zijn de eventuele effecten van deze relatie ongedaan gemaakt door het beheer.
    Storen broedvogels zich aan het geluid van race-elementen? : effect van de in 2010/2011 op het TT-Circuit gehouden Superbike- en Superleage-evenementen op broedvogels in het Natura 2000-gebied Witterveld
    Henkens, R.J.H.G. ; Liefting, M. ; Hallmann, C. ; Kleunen, A. van - \ 2012
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2288) - 38
    motorracen - publieksevenementen - geluidshinder - broedvogels - natura 2000 - vergunningen - monitoring - drenthe - wild - geluid - vogels - dierenwelzijn - diergedrag - Nederland - motor racing - spectator events - noise pollution - breeding birds - natura 2000 - permits - monitoring - drenthe - wildlife - noise - birds - animal welfare - animal behaviour - Netherlands
    Het management van TT-Circuit Assen wil in het broedseizoen een extra auto- of motorsportevenement organiseren met een substantiele geluidsuitstraling. Het circuit grenst echter aan het Natura 2000-gebied Witterveld met o.a. de natuurbehoudsdoelstelling ‘het waarborgen van de voor de fauna noodzakelijke rust’. De provincie heeft vergunning verleend met de verplichting dat de effecten volgens het principe hand-aan-de-kraan worden gemonitoord. Uit de monitoring in 2010 en 2011 blijkt dat er geen wezenlijke of significant negatieve effecten optreden van het geluid van de race-evenementen op de broedvogels van het Witterveld. Hiermee is aangetoond dat de rust voldoende gewaarborgd blijft.
    Broedsucces van kustbroedvogels in de Waddenzee in 2007 en 2008
    Kleunen, A. van; Koffijberg, K. ; Boer, P. ; Nienhuis, J. ; Camphuysen, C.J. ; Schekkerman, H. ; Oosterbeek, K.H. ; Jong, M.L. de; Ens, B.J. ; Smit, C.J. - \ 2010
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 227) - 73
    broedvogels - watervogels - voortplantingsvermogen - kustgebieden - monitoring - populatiedynamica - waddenzee - breeding birds - waterfowl - reproductive performance - coastal areas - monitoring - population dynamics - wadden sea
    Voor het derde en vierde opeenvolgende jaar werd het broedsucces van een aantal kustbroedvogels in de Waddenzee bepaald. Van Eider, Scholekster, Kluut, Kokmeeuw, Zilvermeeuw en Visdief, alsmede van Kleine Mantelmeeuw en Noordse Stern werd informatie verzamelen over het nestsucces en uitvliegsucces (het uiteindelijke broedsucces). Kennis over de jaarlijkse variatie in broedresultaten bij de verschillende soorten is van belang als een early warning systeem om de 'kwaliteit' (het reproducerend vermogen) van de vogelpopulaties in de Waddenzee te volgen en de achterliggende processen van populatieveranderingen te doorgronden. Directe aanleiding voor het project vormde de evaluatie van de effectiviteit van het nieuwe schelpdiervisserijbeleid en de mogelijke gevolgen voor de voedselvoorziening van schelpdieretende vogels.
    Verkenning LARCH: omgaan met kwaliteit binnen ecologische netwerken
    Pouwels, R. ; Foppen, R.P.B. ; Wallis de Vries, M.F. ; Jochem, R. ; Reijnen, M.J.S.M. ; Kleunen, A. van - \ 2009
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 165) - 88
    lepidoptera - vogels - ecologie - modellen - computer software - kwalitatieve analyse - kwaliteit - nederland - ecologische beoordeling - ecologische modellering - ecologische hoofdstructuur - lepidoptera - birds - ecology - models - computer software - qualitative analysis - quality - netherlands - ecological assessment - ecological modeling - ecological network
    Vanuit de taak van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is er een grote behoefte om de realisatie van beleidsdoelen te meten en te toetsen. In het bouwwerk van de graadmeter Natuurwaarde worden zowel meetnetten als modellen gebruikt. De meetnetten worden gebruikt om inzicht te krijgen in de actuele situatie van de natuur. De modellen worden veelal gebruikt om toekomstscenario’s te beoordelen. LARCH is als kennissysteem/model voor fauna onderdeel van dit samenhangend systeem. Het blijkt dat bij de ontwikkeling en het gebruik van LARCH geen eenduidige lijn is gevolgd met betrekking tot het te modelleren resultaat. Het PBL is daarom op zoek naar een scherpe visie voor LARCH, van waaruit nieuwe modellen ontwikkeld kunnen worden of onderbouwende studies aangestuurd kunnen worden. Om te komen tot een kennissysteem waarbinnen de nieuwe modellijn goed functioneert, zijn een aantal technische aanpassingen, een aantal onderbouwende studies en kwaliteitsborging belangrijk. Voor 25 vlindersoorten en 38 vogelsoorten en alle Vogel- en Habitrichtlijnsoorten zullen de critical loads bepaald moeten worden. Vervolgens zal van alle soorten nagegaan moeten worden in hoeverre het eindresultaat een goede weergave van potentiële leefgebieden geeft. Wanneer alle soortmodellen gereed zijn, moet een gevoeligheidsanalyse en een onzekerheidsanalyse worden uitgevoerd. Aldus is verwoord in het onderzoek van Alterra, SOVON en Wageningen Universiteit (Entomologie)
    Water-, milieu- en ruimtecondities fauna: implementatie in LARCH
    Pouwels, R. ; Reijnen, M.J.S.M. ; Wallis de Vries, M.F. ; Kleunen, A. van; Kuipers, H. ; Greft-van Rossum, J.G.M. van der - \ 2009
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-rapport 98) - 40
    ecosystemen - lepidoptera - vogels - habitats - monitoring - modellen - ecologische hoofdstructuur - ecosystems - lepidoptera - birds - habitats - monitoring - models - ecological network
    Voor de ecologische beoordeling van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) worden verschillende graadmeters gebruikt. Het kennissysteem LARCH wordt gebruikt bij de beoordeling van de graadmeter ‘milieu- en ruimtecondities’. In deze studie zijn de milieu-, water- en ruimtecondities samengevoegd om doelsoorten uit de soortgroepen vlinders en vogels te beoordelen. Per soort is beoordeeld in hoeverre de EHS voldoende potentiële leefgebieden, met voldoende kwaliteit, biedt om landelijk duurzaam voor te kunnen komen. Hierbij is gebruik gemaakt van expertkennis en kennis over de gevoeligheid van natuurdoeltypen voor water- en milieucondities, omdat er weinig kwantitatieve gegevens voorhanden zijn Het blijkt dat slechts 35% van de onderzochte faunasoorten voldoende hebben aan de huidige EHS om duurzaam voor te kunnen komen in Nederland. Voor de ontwikkeling van het kennissysteem LARCH wordt aanbevolen om de expertkennis verder te onderbouwen, plantensoorten toe te voegen aan het kennissysteem en de invoerbestanden te verbeteren. Ook wordt aanbevolen om beheer toe te voegen als factor, omdat beheer de negatieve effecten van milieu- en watercondities op het voorkomen van soorten kan tegengaan. Trefwoorden: EHS, duurzaamheid, vogels, vlinders, kennissysteem
    Verkenning van de mogelijkheden om geostatistische methoden toe te passen t.b.v. de beoordeling van de staat van instandhouding van soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn : Rapport in het kader van het WOT programma Informatievoorziening Natuur i.o. (WOT IN)
    Kleunen, A. van; Sierdsema, H. ; Foppen, R.P.B. - \ 2007
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1494) - 94
    habitats - vogels - statistiek - beoordeling - methodologie - richtlijnen (directives) - natuurbescherming - habitatrichtlijn - geostatistiek - habitats - birds - statistics - assessment - methodology - directives - nature conservation - habitats directive - geostatistics
    In dit rapport wordt een methode gepresenteerd om op basis van niet volledig landsdekkende verspreidingskaarten toch een uitspraak te kunnen doen op de kans op voorkomen van een soort in een Nederlands kilometerhok. Deze geostatistische methode wordt getoetst met behulp van zes beschermde soorten: drijvende waterweegbree, gestreepte waterroofkever, bittervoorn, peolkikker, noordse woelmuis en nachtzwaluw. In dit WOT project is samengewerkt met VOFF, FLORON, Vlinderstichting, RAVON, SOVON, VZZ en BLWG
    Habitataspecten en drukfactoren voor soorten : rapport in het kader van het WOT programma Informatievoorziening Natuur i.o. (WOT IN)
    Kleunen, A. van; Dobben, H.F. van; Schmidt, A.M. - \ 2007
    Wageningen : Alterra (WOT IN serie nr. 6) - 41
    habitats - soorten - milieueffect - vegetatie - monitoring - dieren - planten - vogels - insecten - habitatrichtlijn - gevoeligheid - habitats - species - environmental impact - vegetation - monitoring - animals - plants - birds - insects - habitats directive - sensitivity
    Het belang van 'habitataspecten' en 'drukfactoren' voor alle individuele soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn is geschat door deskundigen. Dit rapport heeft het resultaat in tabelvorm. Er wordt een globaal overzicht gegeven van de wijze van meten en de beschikbaarheid van metingen voor alle habitataspecten en drukfactoren, en er wordt een vergelijking gemaakt van de hier gebruikte indeling met de classificatie van 'impacts' in het rapportageformaat van de EU. Dit rapport is tot stand gekomen dankzij samenwerking met VOFF, via SOVON, Vlinderstichting en met RAVON, VZZ, Floron, EIS en BLWG
    Verspreiding in beeld met kansenkaarten
    Sierdsema, H. ; Pouwels, R. ; Kleunen, A. van; Foppen, R.P.B. - \ 2006
    De Levende Natuur 107 (2006)6. - ISSN 0024-1520 - p. 275 - 278.
    populatie-ecologie - zoögeografie - monitoring - cartografie - geostatistiek - population ecology - zoogeography - monitoring - mapping - geostatistics
    De afgelopen jaren zijn allerlei methoden ontwikkeld om onvolledige datasets om te zetten naar dekkende verspreidingsbeelden. Een gehanteerde techniek bestaat uit het genereren van de zogeheten 'kans op voorkomen', ofwel abundatiekaart, ook wel kansenkaart. Aan de hand van twee voorbeelden (Heivlinder en Gestreepte waterroofkever) wordt de verspreiding van soorten inzichtelijk gemaakt. Een analyse van gegevens verricht door Universiteit Amsterdam, Alterra en SOVON
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.