Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 20 / 69

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Zandplaten voor jonge Grijze zeehonden
    Groot, A.V. de; Brasseur, S.M.J.M. ; Aarts, G.M. ; Dijkman, E.M. ; Kirkwood, R.J. - \ 2016
    De Levende Natuur 117 (2016)3. - ISSN 0024-1520 - p. 102 - 107.
    Distribution of wintering Common Eider Somateria mollissima in the Dutch Wadden Sea in relation to available food stocks
    Cervencl, Anja ; Troost, Karin ; Dijkman, Elze ; Jong, Martin de; Smit, Cor J. ; Leopold, Mardik F. ; Ens, Bruno J. - \ 2015
    Marine Biology 162 (2015)1. - ISSN 0025-3162 - p. 153 - 168.

    The number of Eiders Somateria mollissima wintering in the Dutch Wadden Sea has declined rapidly during the last two decades. Changes in the available food stocks are assumed to be an important cause of this trend. In order to extend the knowledge of the importance of particular food sources to wintering Eiders, data on distribution of Eiders obtained from aerial counts were spatially related to routinely collected monitoring data of shellfish. Based on previous diet studies, we hypothesized that the distribution of Eiders in the Dutch Wadden Sea is related to the presence of Mytilus edulis stocks and that M. edulis from the sublittoral areas, especially the ones from mussel culture plots will have the strongest effect on Eider distribution. Boosted regression tree models were applied to quantify the relative importance of different potential prey items on the distribution of wintering Eiders. Indeed, Eiders were found to prefer sites with high densities of medium- and large-sized M. edulis, especially from mussel culture plots. Other bivalve species seemed to serve as alternative prey, since sites with a relatively high abundance of these species increased in importance, when less M. edulis was available on culture plots. The contribution of cultured M. edulis to the diet of Eiders decreased during the course of the winter seasons, indicating that harvesting of M. edulis from the culture plots might reduce this high-quality food source at the end of the winter, forcing the Eiders to switch to less profitable prey.

    Ontwikkeling van enkele mosselbanken in de Nederlandse Waddenzee, situatie 2014
    Fey-Hofstede, F.E. ; Dankers, N.M.J.A. ; Meijboom, A. ; Sonneveld, C. ; Verdaat, J.P. ; Bakker, A.G. ; Dijkman, E.M. ; Cremer, J.S.M. - \ 2015
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 57) - 72
    mossels - populatiedynamica - biologische ontwikkeling - aquatische gemeenschappen - waddenzee - nederland - mussels - population dynamics - biological development - aquatic communities - wadden sea - netherlands
    IMARES Wageningen UR is studying the long-term development of a number of individual mussel beds in the Dutch part of the Wadden Sea, and trying to identify the characteristics that determine the survival of such beds. The study is being carried out in the context of the WOT theme of ‘Nature Information Infrastructure’. The present report presents the 2014 situation. The annual reports of this multi-year project include interim results with yearly additions. The results of the annual mapping and population survey provide a picture of the development of the mussel beds over a large number of years. The results so far show that the mussel beds tend to gradually decrease in size, coverage and population density after the year in which they come into existence.
    Pupping habitat ofd grey seals in the Dutch Wadden Sea
    Brasseur, S.M.J.M. ; Groot, A.V. de; Aarts, G.M. ; Dijkman, E.M. ; Kirkwood, R.J. - \ 2015
    Den Burg : IMARES (Report / IMARES C009/15) - 104
    halichoerus grypus - habitats - whelping - birth - vegetation - geomorphology - wadden sea - halichoerus grypus - habitats - jongen werpen - geboorte - vegetatie - geomorfologie - waddenzee
    Atlantic grey seals (Halichoerus grypus grypus) started recolonising Dutch coastal haul-outs in the 1950s, after practically 500 years of rarity in the Dutch coastal zone which was caused mainly by human hunting. The first pup-birth was recorded in 1985 at the Wadden Sea sandbank of Engelschhoek. Sandbanks in the Wadden Sea may form and recede in periods of decades, but may change abruptly as a result of a single storm. These rapidly evolving places are not the perfect breeding habitat for grey seals, which exhibit long-term fidelity to breeding sites and only reluctantly shift. Little is known of the geomorphology of the currently utilised pupping sites, nor the implications of change in structure on future occupation and selection of new sites.
    Opslibbing en vegetatie kwelder ameland-Oost; Jaarrapportage 2014
    Groot, A.V. de; Hemmen, J. ; Vries, P. de; Meijboom, A. ; Dijkman, E.M. - \ 2015
    Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C072/15) - 36
    nederlandse waddeneilanden - vegetatie - vegetatiemonitoring - bodemmonitoring - bodemdaling - monitoring - aardgas - habitats - dutch wadden islands - vegetation - vegetation monitoring - soil monitoring - subsidence - monitoring - natural gas - habitats
    In 2014 zijn op de kwelder van Ameland-Oost de opslibbing en vegetatieontwikkeling gemeten, als onderdeel van de lopende monitoring van de effecten van de bodemdaling door gaswinning. De meting vindt plaats op twee raaien, in totaal bestaande uit 38 permanente kwadraten (pq’s). De observaties over 2014 passen binnen de tot nu toe gemeten trends in maaiveldhoogte en vegetatieontwikkeling als gevolg van de bodemdaling op Ameland en de natuurlijke variatie in opslibbing en vegetatieontwikkeling. De opslibbing was binnen de range van normale waarden. De vegetatieontwikkeling heeft op een aantal plaatsen regressie of veranderingen binnen een zone laten zien. Het grootste deel daarvan is gerelateerd aan pq’s die fluctueren tussen verschillende vegetatiezones of aan fluctuaties in beweidingsdruk en -type. Dat past binnen de natuurlijke jaar-op-jaar variatie van kweldervegetatie.
    Ontwikkeling van eilandstaarten : geomorfologie, waterhuishouding en vegetatie
    Groot, A.V. de; Oost, A.P. ; Veeneklaas, R.M. ; Lammerts, E.J. ; Duin, W.E. van; Wesenbeeck, B.K. van; Dijkman, E.M. ; Koppenaal, E.C. - \ 2015
    Driebergen : VBNE, Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (Deltares rapport 1208549.01) - 109
    geomorfologie - geologische sedimentatie - natuurgebieden - kweldergronden - duingebieden - hydrologie - vegetatietypen - nederlandse waddeneilanden - geomorphology - geological sedimentation - natural areas - salt marsh soils - duneland - hydrology - vegetation types - dutch wadden islands
    In deze rapportage worden de oostelijke, buitendijkse delen van de Nederlandse Waddeneilanden behandeld, de zgn. eilandstaarten. Wanneer deze volledig ontwikkeld zijn bestaat ze uit wadplaten, kwelders en duinen. Dit rapport behandelt de geomorfologie, waterhuishouding en vegetatie van eilandstaarten. De ontwikkeling van eilandstaarten is mede van belang voor de functie die ze hebben in de waterveiligheid.
    Zwarte zee-eenden bij Texel, een reactie op overvloedig voorkomen van Ensis?
    Leopold, M.F. ; Asch, M. van; Dijkman, E.M. ; Goudswaard, P.C. ; Lagerveld, S. ; Verdaat, J.P. - \ 2015
    IJmuiden : IMARES Wageningen UR (Rapport / IMARES Wageningen UR C084/14) - 26
    zeevogels - eenden - foerageren - habitats - monitoring - noordzee - sea birds - ducks - foraging - habitats - monitoring - north sea
    Voor de Noordzeekust van de zuidpunt Texel (nabij Hoornderslag) verbleven in 2013 laat in het voorjaar record aantallen zwarte zee-eenden. In de eerste helft van 2014 werden opnieuw grote aantallen zwarte zee-eenden bij Texel geteld. Een dergelijke situatie kan alleen voortduren wanneer ter plaatse voldoende geschikt voedsel aanwezig is om aan de dagelijkse energiebehoefte van de vogels te voldoen. Wat dit voedsel precies was, kon vanaf de kust niet worden vastgesteld. Hoewel Ensis directus de voornaamste kandidaat was als het stapelvoedsel van de eenden voor de Texelse kust, gezien het recente voorkomen, zijn eerder bewezen functie als belangrijke voedselbron van zee-eenden en vissen en de lange benodigde hannestijden van zee-eenden bij het foerageren op deze prooisoort, gepaard gaand met kleptoparasitisme door meeuwen, zijn andere potentiële prooisoorten in de aanloop naar dit project ook overwogen.
    Ecologische ontwikkeling binnen een voor menselijke activiteiten gesloten gebied in de Nederlandse Waddenzee : tussenrapportage achtste jaar na sluiting (najaar 2013)
    Fey-Hofstede, F.E. ; Dankers, N.M.J.A. ; Meijboom, A. ; Leeuwen, P.W. van; Cuperus, J. ; Weide, B.E. van der; Jong, M.L. de; Dijkman, E.M. ; Cremer, J.S.M. - \ 2014
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (IMARES rapport C041/15) - 38
    bodembiologie - fauna - waddenzee - menselijke activiteit - referentiegronden - wadden - soil biology - fauna - wadden sea - human activity - benchmark soils - tidal flats
    IMARES Wageningen UR volgt de jaarlijkse ontwikkeling van bodemdieren in de geulen in een voor menselijke activiteiten gesloten gebied (referentiegebied: Schild en Boschwad) en vergelijkt dit met een gebied waar zulke activiteiten wel toegestaan zijn (controlegebied: Zuidoost-Lauwers en Spruit). Om de ontwikkeling van het referentiegebied te volgen, is vóór de instelling van het gebied (2002, 2003 en 2005) de startsituatie wat betreft het voorkomen van bodemdieren vastgesteld. Na de instelling van het referentiegebied (november 2005) worden jaarlijks bemonsteringen uitgevoerd. Prioriteit gaat hierbij uit naar benthische mariene fauna en de bodembedekking in de geul. De basale jaarlijkse bemonstering heeft het karakter van ‘vinger aan de pols’. Om (statistisch) betrouwbare verschillen aan te kunnen tonen tussen gebieden, zijn uitgebreide bemonsteringen een minimale vereiste. Daarom worden de resultaten in de jaarrapportages niet statistisch geanalyseerd en geven zij alleen een basaal beeld van de ontwikkeling in het betreffende jaar. Deze tussenrapportage beslaat de voorlopige resultaten van de basale bemonstering van het jaar 2013. Hierin worden de gegevens van voorgaande jaren aangevuld met de gegevens uit 2013. Trefwoorden: bodemdieren, geulen, Waddenzee, referentiegebied Rottum
    Ontwikkeling van enkele mosselbanken in de Nederlandse Waddenzee, situatie 2013
    Fey-Hofstede, F.E. ; Dankers, N.M.J.A. ; Meijboom, A. ; Leeuwen, P.W. van; Jong, M. ; Dijkman, E.M. ; Cremer, J.S.M. - \ 2014
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C159/14) - 83
    mossels - visbestand - habitats - natuurbescherming - waddenzee - mussels - fishery resources - habitats - nature conservation - wadden sea
    IMARES Wageningen UR bestudeert de langetermijnontwikkeling van een twaalftal mosselbanken in de Nederlandse Waddenzee met speciale aandacht voor de eigenschappen die het al dan niet overleven van mosselbanken bepalen. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het WOT-thema Informatievoorziening Natuur. Dit rapport gaat over de situatie in 2013. De resultaten van de jaarlijkse kartering en populatiemeting geven een beeld van de ontwikkeling van mosselbanken over een groot aantal jaren. De mosselbanken gaan in het algemeen na het jaar van ontstaan langzaam in oppervlakte, bedekkingspercentage en populatiedichtheid achteruit. Op de mosselbanken neemt dan het percentage lege schelpen, algen, zeepokken en restgewicht toe in verhouding tot de levende mosselen. De afname in oppervlakte en bedekking wordt af en toe tenietgedaan door een goede broedval, waarna het proces opnieuw begint. Over de jaren ontstaat dus geleidelijk een mosselbank met meerdere jaarklassen en met een gevarieerde gemeenschap. Ondanks de overeenkomsten in algemene ontwikkeling zijn er jaarlijks grote verschillen te zien in de ontwikkeling tussen individuele mosselbanken. Deze verschillen kunnen ontstaan door locatie (en dus blootstellingen aan storm of predatie) of door karakteristieken van de mosselbank (de mate waarin deze bestand is tegen stormen en predatie).
    Habitat diversity and biodiversity of the benthic seascapes of St. Eustatius
    Debrot, A.O. ; Houtepen, E. ; Meesters, H.W.G. ; Beek, I.J.M. van; Timmer, T. ; Boman, E. ; Graaf, M. de; Dijkman, E.M. ; Hunting, E.R. ; Ballantine, D.L. - \ 2014
    Den Helder : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C078/14) - 43
    mariene gebieden - habitats - monitoring - koralen - zostera - inventarisaties - sint eustatius - marine areas - habitats - monitoring - corals - zostera - inventories - sint eustatius
    Quantitative habitat mapping and description form the basis for understanding the provisioning of ecosystem services and habitat connectivity, and hence provide an essential underpinning for marine spatial planning, management and conservation. Including patch reef habitats, total hard coral-scape habitat for the St. Eustatius Marine Park amounted to about 19% of the area surveyed and about 475 ha of habitat. Sargassum reef habitat typically occurred at the seaward edge of communities dominated by hard coral growth.
    Monitoring harbour seals in the Dutch Wadden Sea: more than 50 years recorded recovery
    Brasseur, S.M.J.M. ; Reijnders, P.J.H. ; Dijkman, E.M. ; Verdaat, J.P. - \ 2014
    Use of the East Anglia Offshore windfarm area, UK, by seals tracked from the Netherlands
    Kirkwood, R.J. ; Brasseur, S.M.J.M. ; Dijkman, E.M. ; Aarts, G.M. - \ 2014
    Den Helder : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C061/14) - 13
    zeehonden - windmolenpark - offshore - mariene ecologie - seals - wind farms - offshore - marine ecology
    This report presents data on use by seals tracked from the Netherlands of a zone of the North Sea off the east coast of the UK, the East Anglia Zone, where it is proposed to develop offshore windfarms. For this report, three areas of interest are distinguished within the East Anglia Zone: East Anglia THREE Offshore Windfarm (East Anglia THREE); East Anglia FOUR Offshore Windfarm (East Anglia FOUR) and the combined cable corridor for both projects. In the Netherlands, seals have been tracked from two Natura2000 areas: the Wadden Sea to the north and the Delta region to the south. Approval was sought from current clients of IMARES to incorporate data from seal research they have sponsored. All clients supported sharing of the data. Of 273 harbour seals fitted with trackers in the Netherlands between 1998 and 2013, ten came within 20km of an East Anglia area of interest and seven of those entered an area of interest. Of 77 grey seals fitted with trackers in the Netherlands, six came within 20km of an East Anglia area of interest and four of those entered an area of interest. Of the seals that entered an East Anglia area of interest, all but one probably spent >2% of their time-at-sea within that area. The exception was a harbour seal tracked from the Dutch Delta region (Zeeland) in 2007, which spent at least 2% and up to 17% of its time-at-sea within an area of interest.
    Dutch Caribbean Biodiversity Database
    Verweij, P.J.F.M. ; Hennekes, S.M. ; Meulebrouk, B. ; Gijzen, S.W.J.G.M. ; Dijkman, E.M. ; Meesters, H.W.G. ; Vermaas, T. - \ 2013
    WUR : WUR
    The Dutch Caribbean Biodiversity Database (DCBD) supplies a central repository for all biodiversity related research and monitoring data and information from the Dutch Caribbean. The goal of the DCBD is to guarantee long-term data access and availability, support nature management and facilitate international reporting obligations.
    Biobouwers als onderdeel van een kansrijke waterveiligheidsstrategie voor Deltaprogramma Waddengebied
    Groot, A.V. de; Brinkman, A.G. ; Sluis, C.J. van; Fey-Hofstede, F.E. ; Oost, A. ; Dijkman, E.M. - \ 2013
    Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C163A/13) - 117
    aquatische ecosystemen - klimaatverandering - kustbeheer - veiligheid - schaaldieren - mossels - vegetatie - flora - fauna - habitats - natuurtechniek - waddenzee - aquatic ecosystems - climatic change - coastal management - safety - shellfish - mussels - vegetation - flora - fauna - habitats - ecological engineering - wadden sea
    Binnen het Deltaprogramma Waddengebied wordt gezocht naar nieuwe veiligheidsstrategieën in verband met klimaatverandering en zeespiegelstijging. Deze strategieën moeten worden ingepast in het bijzondere ecosysteem van de Wadden. Er bestaan op dit moment veel ideeën over de inzet van biobouwers (ook wel ‘ecosystem engineers’ genoemd) in de waterveiligheid. Deze organismen beïnvloeden hun omgeving en kunnen mogelijk via deze natuurlijke processen bijdragen aan de waterveiligheid. Dit rapport geeft een overzicht van de biobouwers die mogelijk een bijdrage kunnen leveren aan de lange-termijn veiligheidsopgave en het meegroeivermogen van de Waddenzee met zeespiegelstijging, de orde van grootte van hun effecten en de mate van hun inzetbaarheid. De volgende biobouwers zijn onderzocht: mosselen, oesters, Ensis (schelpdierbanken), kweldervormende vegetatie, duinvormende vegetatie, diatomeeën en zeegras.
    Friese en Groninger kwelderwerken : monitoring en beheer 1960-2010
    Dijkema, K.S. ; Duin, W.E. van; Dijkman, E.M. ; Nicolai, A. ; Jongerius, H. ; Keegstra, H. ; Jongsma, J.J. - \ 2013
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-rapport 122) - 124
    kweldergronden - vegetatietypen - kustgebieden - natuurbeheer - polders - begrazing - groningen - friesland - salt marsh soils - vegetation types - coastal areas - nature management - polders - grazing - groningen - friesland
    Zowel in nationaal als in trilateraal verband geldt als één van de ecologische doelen voor de Waddenzee een zo groot en natuurlijk mogelijk areaal aan kwelders. Actief ingrijpen om bestaande kwelders in stand te houden dient op een zo natuurlijk mogelijke wijze plaats te vinden. In de kwelderwerken en zomerpolders langs Friese en Groninger vastelandskust is een omslag in beheer ingezet richting duurzamer en minder kunstmatig. Langetermijnmonitoring van onder meer de hoogte- en vegetatieontwikkeling begeleidt deze verandering en dient ook om te zien of de meer natuurlijke wijze van beheer zich verdraagt met de effecten van zeespiegelstijging. De resultaten worden jaarlijks op www.waddenzee.nl gepubliceerd en zijn verder onder andere ook input voor de vijfjaarlijkse Quality Status Reports in het kader van de trilaterale samenwerking tussen de Wadddenzee-landen. De Waddenzee is het belangrijkste gebied voor éénjarige pioniervegetaties van Zeekraal. Deze pionierzone is de overgang van wadplaten naar kwelder en beschermt de hoger gelegen kwelderzones. Door opslibbing worden kwelders hoger, waarbij de vegetatie door successie verandert. De vegetatie ontwikkelt zich tijdens dat proces tot een eindstadium of climaxbegroeiing. De biodiversiteit neemt sterk af als een kwelder in zijn eindfase komt door veroudering met als eindstadium een soortenarme vegetatie van Zeekweek. Begreppeling versnelt de veroudering van de kwelderzone. Beweiding stelt de ontwikkeling van een climaxvegetatie uit. De ideale natuurlijke situatie zou cyclische successie zijn, daarbij zijn aangroei en afslag van kwelders in evenwicht. De kwaliteit van kwelders kan worden verbeterd door de variatie aan hoogtezones, geomorfologische vormen (groene stranden, slufters, zandige kwelders, kleiige kwelders) en beheervormen (beweide en onbeweide kwelders) te behouden of te herstellen
    Monitoring van gewone en grijze zeehonden in de Nederlandse Waddenzee 2002-2012
    Brasseur, S.M.J.M. ; Cremer, J.S.M. ; Dijkman, E.M. ; Verdaat, J.P. - \ 2013
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 352) - 31
    zeehonden - zoogdieren - fauna - monitoring - waddenzee - seals - mammals - fauna - monitoring - wadden sea
    De jaarlijkse monitoring van de gewone (Phoca vitulina) en de grijze zeehonden (Halichoerus grypus) in de Waddenzee dient ter ondersteuning van het (internationaal) beheer van en het beleid voor de zeehondenpopulaties. Deze tellingen worden sinds 1960 door IMARES uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. In 2012 werden in de Internationale Waddenzee 26,220 dieren geteld(de gehele Waddenzee populatie). Na correctie voor dieren die in het water zouden zijn tijdens de telvluchten wordt de populatie geschat op 38,500 dieren. In Nederland werden rond 6500 volwassen en iets minder dan 1500 pups op de zandplaten geteld. Sinds 2000 worden ook de grijze zeehonden per vliegtuig geteld. Maximaal werden er tijdens de reguliere monitoring in 2012 3059 grijze zeehonden op de ligplaatsen in de Waddenzee geteld. In de geboorteperiode (december 2011) werden 288 pups geteld. Dit is meer dan 75% van alle grijze zeehonden in de Waddenzee
    Ecologische ontwikkeling in een voor menselijke activiteiten gesloten gebied in de Nederlandse Waddenzee: tussenrapportage zes jaar na sluiting (najaar 2012)
    Fey-Hofstede, F.E. ; Dankers, N.M.J.A. ; Meijboom, A. ; Leeuwen, P.W. van; Lewis, W.E. ; Cuperus, J. ; Weide, B.E. van der; Jong, M.L. de; Dijkman, E.M. ; Cremer, J.S.M. - \ 2013
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C129/13) - 22
    aquatische ecosystemen - natuurbescherming - waddenzee - referentiegronden - wadden - aquatic ecosystems - nature conservation - wadden sea - benchmark soils - tidal flats
    Met ingang van november 2005 is in navolging van Duitsland en Denemarken een klein deel van de Nederlandse Waddenzee gesloten voor (potentieel) schadelijke menselijke activiteiten. Het betreft een geulsysteem ten zuiden van Rottumerplaat. Doel van deze sluiting is om de ongestoorde ontwikkeling van de natuur in de Waddenzee te kunnen volgen. De droogvallende platen en eilanden rond Rottum genieten reeds langer een hoog beschermingsniveau. Toegang is zeer beperkt, en er wordt al meer dan 20 jaar niet meer op schelpdieren gevist.
    Ontwikkeling van enkele mosselbanken in de Nederlandse Waddenzee; situatie 2011 en 2012
    Fey-Hofstede, F.E. ; Dankers, N.M.J.A. ; Meijboom, A. ; Leeuwen, P.W. van; Jong, M.L. de; Dijkman, E.M. ; Cremer, J.S.M. - \ 2013
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C128/13) - 99
    mossels - mosselteelt - inventarisaties - oppervlakte (areaal) - monitoring - mariene gebieden - waddenzee - mussels - mussel culture - inventories - acreage - monitoring - marine areas - wadden sea
    In dit project wordt de lange termijnontwikkeling van mosselbanken onderzocht. Hiervoor worden door IMARES enkele individuele mosselbanken in detail bestudeerd. Drie mosselbanken worden sinds 1997 gevolgd, één sinds 1998, twee sinds 2002, één sinds 2003 en zeven mosselbanken worden sinds 2006 gevolgd. In deze rapportage wordt de ontwikkeling van deze veertien mosselbanken tot en met 2012 beschreven.
    Windenergie binnen 12 mijl in relatie tot ecologie
    Leopold, M.F. ; Dijkman, E.M. ; Winter, H.V. ; Lensink, R. ; Scholl, M.M. - \ 2013
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C034b/13) - 87
    windenergie - windmolens - mariene gebieden - zeevogels - vissen - zeezoogdieren - habitats - natuurwaarde - noordzee - voordelta - wind power - windmills - marine areas - sea birds - fishes - marine mammals - habitats - natural value - north sea - voordelta
    Binnen de 12-mijlszone komen diverse biota in relatief hoge dichtheden voor. Toch is er diversiteit binnen deze zone, met de hoogste natuurwaarden op relatief geringe afstand tot de kust (
    Ecologische ontwikkeling in een voor menselijke activieiten gesloten gebied in de Nederlandse Waddenzee: tussentijdse analyse van de ontwikkeling in het gesloten gebied in vergelijking tot niet-gesloten gebieden, vijf jaar na sluiting
    Fey-Hofstede, F.E. ; Dankers, N.M.J.A. ; Meijboom, A. ; Leeuwen, P.W. van; Lewis, W.E. ; Cuperus, J. ; Weide, B.E. van der; Vos, L. de; Jong, M.L. de; Dijkman, E.M. ; Cremer, J.S.M. - \ 2012
    Texel : IMARES (Rapport / IMARES C177/11) - 86 p.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.