Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 11 / 11

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    • alert
      We will mail you new results for this query: metisnummer==1017825
    Check title to add to marked list
    DIMO, a plant dispersal model
    Wamelink, G.W.W. ; Jochem, R. ; Greft, J.G.M. van der; Franke, J. ; Malinowska, A.H. ; Geertsema, W. ; Prins, A.H. ; Ozinga, W.A. ; Hoek, D.C.J. van der; Grashof-Bokdam, C.J. - \ 2014
    Wageningen : Statutory Research Tasks Unit for Nature & the Environment (WOT Natuur & Milieu) (WOt-paper 37) - 12
    habitatverbindingszones - vegetatie - dispersie - landschapsecologie - modellen - habitat corridors - vegetation - dispersion - landscape ecology - models
    Due to human activities many natural habitats have become isolated. As a result the dispersal of many plant species is hampered. Isolated populations may become extinct and have a lower probability to become reestablished in a natural way. Moreover, plant species may be forced to migrate to new areas due to climate change. Species survival in these cases may depend on increasing the connectivity of the landscape by engineering. To investigate and to predict the effects of isolation on the dispersal abilities of plant species, to increase spatial cohesion of a habitat network, to advise policy makers and spatial planners, we developed a simple GIS based dispersal model, DIMO. The model simulates dispersal and establishment of plant populations over a period of time in heterogeneous landscapes on a yearly basis. The model includes proxies for dispersal by wind, animals, water, and self-dispersal. Species establishment is based on habitat suitability maps and simulations include the effect of seed dormancy and generation time. A sensitivity analysis and validation were carried out. The model was validated with Juncus tenuis, an introduced species in the Netherlands. On average the difference between observed and simulated dispersal distance was 9.8 km for a distance of 155 km. The model was applied for a designed corridor in the South of the Netherlands. Model runs indicate that three of the five tested species were able to use the corridor. Two species could not, both due to lack of suitable habitat and one of them also due to lack of dispersal capacity. The results suggest that DIMO is able to evaluate the effectiveness of corridors, but also made clear that besides connectivity the present and future availability of suitable habitats in a corridor is of great importance. The model could be helpful for evaluating policy plans but also for policy making. It may be used for defining and implementation of adaptation measures to climate change on regional to continental scale. Key-words: dispersal, germination, spatial-explicit modeling, climate change, landscape fragmentation, ecological networks
    Het plantendispersiemodel DIMO; verbetering van de modellering in de Natuurplanner
    Wamelink, G.W.W. ; Jochem, R. ; Greft-van Rossum, J.G.M. van der; Grashof-Bokdam, C.J. ; Wegman, R.M.A. ; Franke, G.J. ; Prins, A.H. - \ 2011
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 241)
    vegetatie - zaadverspreiding - verspreiding van planten - zaadbanken - landgebruik - klimaatverandering - natuurgebieden - modellen - vegetation - seed dispersal - plant dispersal - seed banks - land use - climatic change - natural areas - models
    Verandering van landgebruik en de daaruit voortvloeiende versnippering maken de dispersie van soorten die afhankelijk zijn van natuurgebieden moeilijker. Daarbij komt dat als gevolg van klimaatverandering dispersie van plantensoorten belangrijker wordt. Om de effecten van deze veranderingen te kunnen inschatten op landelijke en later Europese schaal is het plantendispersiemodel DIMO ontwikkeld. Op basis van dispersiekenmerken voor wind, water en dierlijke dispersie, zaadbank en huidige voorkomen wordt de verspreiding van zaden en de vestiging van soorten op gridbasis gemodelleerd. Het model is gevalideerd voor de exoot Tengere rus (Juncus tenuis). Sinds de introductie in 1825 heeft deze soort zich vanuit drie punten over Nederland uitgebreid. Het model was goed in staat deze kolonisatie te simuleren. De verspreiding van de soort gebaseerd op waarnemingen sinds 1950 tot aan heden loopt ongeveer tien jaar voor op de modelsimulaties. Een belangrijk onderdeel dat nog mist in het model is het effect van waterdispersie. Hieraan wordt verder gewerkt.
    The future of rural Europe : An anthology based on the results of the Eururalis 2.0 scenario study
    Balkema, A.G. ; Banse, M.A.H. ; Eickhout, B. ; Geijzendorffer, I.R. ; Heiligenberg, H. ; Hellmann, F.A. ; Hoek, S.B. ; Meijl, H. van; Neumann, K. ; Prins, A.H. ; Rienks, W.A. ; Verburg, P.H. ; Vullings, L.A.E. ; Westhoek, H. ; Woltjer, I. - \ 2008
    Wageningen : Wageningen University and Research and Netherlands Environmental Assesment Agency - 56
    rural areas - policy - agriculture - land use - models - future - europe - european union - platteland - beleid - landbouw - landgebruik - modellen - toekomst - europa - europese unie
    "EURURALIS 2.0 Technical background and indicator documentation"
    Balkema, A. ; Bakker, M. ; Banse, M.A.H. ; Boer, E. den; Bouwman, L.A. ; Eickhout, B. ; Elbersen, B. ; Geijzendorffer, I.R. ; Heiligenberg, H. ; Hellmann, F.A. ; Hoek, S.B. ; Meijl, H. van; Neumann, K. ; Overmars, K.P. ; Prins, A.H. ; Rienks, W.A. ; Schulp, C.J.E. ; Staritsky, I.G. ; Tabeau, A.A. ; Velthof, G.L. ; Verburg, P.H. ; Vullings, L.A.E. ; Westhoek, H. ; Woltjer, I. - \ 2008
    Wageningen : Wageningen UR and Netherlands Environmental Assessment Agency (MNP) Bilthoven - 85 p.
    Dispersion of plant species in a scattered landscape on a regional scale: a modelling approach
    Wamelink, G.W.W. ; Greft, J.G.M. van der; Jochem, R. ; Prins, A.H. ; Dobben, H.F. van; Grashof-Bokdam, C.J. - \ 2007
    In: 25 Years of Landscape Ecology: Scientific Principles in Practice. Proceedings of the 7th IALE World Congress - Part 2, Wageningen, The Netherlands, 8 - 12 July 2007. - Wageningen : IALE - ISBN 9789078514022 - p. 1089 - 1090.
    Geldstromen in het soortenbeleid; achtergronden bij de Natuurbalans 2005
    Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Prins, A.H. ; Ottburg, F.G.W.A. ; Broekmeyer, M.E.A. ; Moraal, L.G. ; Melman, T.C.P. - \ 2006
    Bilthoven : RIVM (Rapport / Milieu- en Natuurplanbureau 408763014/2006) - 53
    natuurbescherming - overheidsbeleid - soorten - financiën - nederland - nature conservation - government policy - species - finance - netherlands
    Een soortenanalyse is verricht door Alterra. Aandacht is geschonken aan de vormgeving van het soortenbeleid (onderscheiden naar actief en passief beleid); aan de positionering (naast het gebiedenbeleid); vervolgens zijn de geldstromen rond het soortenbeleid geanalyseerd. Daarbij zijn rijks- en provinciale gelden betrokken
    Ruimte voor natuurcompensatie
    Prins, A.H. ; Gijsen, J.J.C. ; Opdam, P.F.M. - \ 2004
    Landschap : tijdschrift voor landschapsecologie en milieukunde 21 (2004)2. - ISSN 0169-6300 - p. 105 - 112.
    natuurbescherming - ruimtelijke ordening - landgebruik - vegetatie - natuurtechniek - nature conservation - land use - vegetation - physical planning - ecological engineering
    Natuurcompensatieprojecten monden uit in marginale maatregelen. Om natuurverlies daadwerkelijk te kunnen compenseren moet aan drie voorwaarden worden voldaan : het abiotisch milieu van de aangewezen plek moet geschikt zijn; het verlies aan ruimtelijke samenhang moet worden hersteld en de te compenseren natuur moet binnen redelijke termijn ontwikkeld kunnen worden
    Identificatie van geschikt leefgebied voor de grote vuurvlinder; een ecohydrologisch effectvoorspellingsmodel
    Sanders, M.E. ; Prins, A.H. ; Schouwenberg, E.P.A.G. ; Wegman, R.M.A. - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1073) - 72
    rumex hydrolapathum - lepidoptera - habitats - natuurbescherming - bescherming - vegetatiebeheer - waterbeheer - nederland - ecohydrologie - nature conservation - protection - vegetation management - water management - netherlands - ecohydrology
    De Grote vuurvlinder is momenteel een van de meest bedreigde diersoorten in Nederland. Internationaal wordt de soort beschermd via de regelgeving in de EU-Habitatrichtlijn. Doel van dit project is het identificeren van geschikt habitat voor de Grote vuurvlinder door de verspreiding van de vlinder (eieren en rupsen) en de Waterzuring (waardplant) direct te koppelen aan reeds bekende gegevens over beheer van vegetatie en hydrologie en waterkwaliteit met behulp van een ecohydrologisch effectvoorspellingsmodel. Het resultaat geeft inzicht op welke wijze hydrologische ingrepen (bemaling, graven van sloten, peilbeheer), ingrepen in het successiestadium (petgaten graven, bos kappen en plaggen) en vegetatiebeheer (maaien) kunnen worden ingezet voor de realisatie van meer leefgebied voor de Grote vuurvlinder.
    Natuurcompensatie : hoe werkt het in de praktijk?
    Gijsen, J.J.C. ; Dam, R.I. van; Prins, A.H. - \ 2003
    Wageningen : Natuurplanbureau (Werkdocument / Planbureau-werk in uitvoering 2003/13) - 85
    natuurbescherming - ruimtelijke ordening - habitats - vergoeding - richtlijnen (directives) - beleid - milieuwetgeving - nederland - nature conservation - physical planning - compensation - directives - policy - environmental legislation - netherlands
    Voor Natuurbalans 2003 heeft Alterra een studie verricht naar de toepassing van natuurcompensatie in de praktijk, met name in en nabij beschermde natuurgebieden. Bij de bescherming van natuurgebieden staat het "nee, tenzij" beginsel centraal: ingrepen die schade berokkenen aan natuurgebieden zijn niet toegestaan, tenzij er zwaarder wegende belangen zijn
    Resistance mechanisms to plant viruses: an overview
    Goldbach, R.W. ; Bucher, E.C. ; Prins, A.H. - \ 2003
    Virus Research 92 (2003). - ISSN 0168-1702 - p. 207 - 212.
    ribosome-inactivating proteins - replicase-mediated resistance - pathogen-derived resistance - transgenic tobacco plants - cucumber mosaic-virus - nicotiana-benthamiana - genetic interference - confers resistance - movement protein - immune-system
    To obtain virus-resistant host plants, a range of operational strategies can be followed nowadays. While for decades plant breeders have been able to introduce natural resistance genes in susceptible genotypes without knowing precisely what these resistance traits were, currently a growing number of (mostly) dominant resistance genes have been cloned and analyzed. This has led not only to a better understanding of the plant's natural defence systems, but also opened the way to use these genes beyond species borders. Besides using natural resistance traits, also several novel, "engineered" forms of virus resistance have been developed over the past 15 years. The first successes were obtained embarking from the principle of pathogen-derived resistance (PDR) by transforming host plants with viral genes or sequences with the purpose to block a specific step during virus multiplication in the plant. As an unforeseen spin-off of these investments, the phenomenon of post-translational gene silencing (PTGS) was discovered, which to date is by far the most successful way to engineer resistance. It is generally believed that PTGS reflects a natural defence system of the plant, and part of the hypothesized components required for PTGS have been identified. As counteracting strategy, and confirming PTGS to be a natural phenomenon, a considerable number of viruses have acquired gene functions by which they can suppress PTGS. In addition to PDR and PTGS, further strategies for engineered virus resistance have been explored, including the use of pokeweed antiviral protein (PAP), 2',5'-oligoadenylate synthetase and "plantibodies". This paper will give a brief overview of the major strategies that have become operational during the past 10 years. (C) 2003 Elsevier Science B.V. All rights reserved.
    De landschapecologische waarde van de omgeving van het hockeyterrein Rood-Wit
    Prins, A.H. ; Brouwer, F. - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 758) - 40
    landschap - hydrologie - flora - fauna - duingebieden - bodemkarteringen - sportterreinen - hockey - kunstvezels - kennemerland - noord-holland - landscape - hydrology - duneland - soil surveys - sports grounds - manmade fibres
    De Nederlandse kustduinen vormen een belangrijke schakel in het kustduinenlandschap gelegen tussen Denemarken en Frankrijk, omdat ze nog breed en niet sterk gedegradeerd zijn. Het kustduinenlandschap bij Aerdenhout bezit een prachtige ontwikkelingsreeks van jonge duinen naar oude strandwallen en strandvlakten. De hockeyvelden van Rood-Wit in Aerdenhout liggen hierbinnen in een overgangsgebied van kalkhoudende naar kalkloze vergraven zandgronden. Het oorspronkelijke kwelgebied van de binnenduinrand isverstoord door grootschalige grondwateronttrekkingen en door inlaat van gebiedsvreemd water. De kennis van de huidige situatie van flora en fauna ter plekke is onvolledig. Er zijn potenties voor de ontwikkeling van vochtig, bloemrijk grasland en het is bekend dat er foeragerende vleermuizen voorkomen. De effecten van de aanleg van kunstgrasmatten op de hockeyvelden moeten nader worden bestudeerd.
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.