Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 20 / 212

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Supplying high-quality alternative prey in the litter increases control of an above-ground plant pest by a generalist predator
    Muñoz-Cárdenas, Karen ; Ersin, Firdevs ; Pijnakker, Juliette ; Houten, Yvonne van; Hoogerbrugge, Hans ; Leman, Ada ; Pappas, Maria L. ; Duarte, Marcus V.A. ; Messelink, Gerben J. ; Sabelis, Maurice W. ; Janssen, Arne - \ 2017
    Biological Control 105 (2017). - ISSN 1049-9644 - p. 19 - 26.
    Supplying predators with alternative food can have short-term positive effects on prey densities through predator satiation (functional response) and long-term negative effects through increases of predator populations (numerical response). In biological control, alternative food sources for predators are normally supplied on the crop plants; using the litter-inhabiting food web as a source of alternative food for plant-inhabiting predators has received less attention. We investigated the effect of supplying plant-inhabiting predatory mites with alternative prey (astigmatic mites) in the litter on pest control. Predator (Amblyseius swirskii) movement and population dynamics of the pest (western flower thrips) and predators were studied on rose plants in greenhouses. Predators commuted between the above-ground plant parts where they controlled thrips, and the litter, where they fed on alternative prey, although the latter were a superior diet. Predators controlled thrips better in the presence of the astigmatic mites than in their absence. We show that predatory mites can form a link between above-ground pests and the litter food web, and propose that adding alternative prey to the litter of ornamental greenhouses can result in higher predator densities and increased biological control.
    Life-history traits and predation of Chrysopa sp. lacewings on aphids and mealybugs
    Broufas, G.D. ; Stantzos, D. ; Parthenopoulou, E. ; Pijnakker, Juliette ; Leman, A. ; Delor, J. ; Pappas, M.L. - \ 2016
    Testen van stoffen met een mogelijk afwerende werking op trips
    Pijnakker, J. ; Leman, A. - \ 2014
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1325) - 22
    frankliniella occidentalis - plantenplagen - waardplanten - etherische oliën - insectenplagen - lokstoffen - vangmethoden - proeven - frankliniella occidentalis - plant pests - host plants - essential oils - insect pests - attractants - trapping - trials
    Secundaire plantenstoffen, zoals essentiële oliën, hebben het vermogen om te interfereren met het selectieproces van een geschikte waardplant door een plaaginsect. In het eerste gedeelte van dit verslag worden de resultaten beschreven van laboratorium- en kasproeven waarin een aantal mogelijk afwerende plantenstoffen zijn getest tegen Californische trips (Frankliniella occidentalis). In het tweede gedeelte van dit verslag is aandacht besteed aan de extrinsieke en intrinsieke factoren die de werking van de commercieel verkrijgbare lokstof Lurem-TR op Californische trips kunnen beïnvloeden
    Handhaven van sluipwespen tegen wolluis
    Pijnakker, J. ; Leman, A. ; Messelink, G.J. - \ 2014
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1313) - 22
    glastuinbouw - sierteelt - plagenbestrijding - planococcus citri - sluipwespen - organismen ingezet bij biologische bestrijding - waardplanten - gastheren (dieren, mensen, planten) - effecten - greenhouse horticulture - ornamental horticulture - pest control - planococcus citri - parasitoid wasps - biological control agents - host plants - hosts - effects
    De citruswolluis, Planococcus citri, is een hardnekkige en toenemende plaag in de sierteelt onder glas. In dit onderzoek is gekeken of de bestrijding van wolluis met sluipwespen verbeterd kan worden door de levensduur te verlengen met suikers. Het bijvoeren van sluipwespen met suikers (een mix van glucose, sucrose en fructose) verlengde de levensduur aanzienlijk, gemiddeld bleven de wespen van de soort Anagyrus pseudococci 5x zo lang in leven. In kooiproeven werd gevonden dat het toevoegen van suikers aan planten met citruswolluis resulteerde in een grotere populatieopbouw van de sluipwesp A. pseudococci. Blijkbaar hebben deze suikers een betere voedingswaarde dan de honingdauw die door de wolluis zelf wordt afgescheiden. Echter, bij het testen van suikers in een grotere kasproef kon om onduidelijke redenen geen toegevoegde waarde worden aangetoond. Een andere manier om sluipwespen te handhaven in kassen is door ze gastheren aan te bieden voor parasitering. In dit onderzoek is een bankerplantsysteem getest op basis van kalanchoë en citruswolluis. Om de kans op ontsnapping van wolluis naar een teeltgewas te minimaliseren werden deze planten omringd door een plexiglaskoker . Het bleek dat deze bankerplanten gedurende 16 weken honderden sluipwespen van A. pseudococci kunnen produceren. Bij toepassing in een kas werd wolluis sneller en effectiever bestreden door sluipwespen dan in een kas zonder bankerplanten en alleen sluipwespen.
    Biologische bestrijding van rouwmuggen : Inventarisatie natuurlijke vijanden; Optimalisatie toepassing nematoden; Ontwikkeling van een openkweeksysteem voor bodemroofmijten
    Pijnakker, J. ; Grosman, A.H. ; Leman, A. ; Linden, A. van der; Groot, E.B. de - \ 2014
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1303) - 68
    glastuinbouw - biologische bestrijding - organismen ingezet bij biologische bestrijding - sierteelt - bestrijdingsmethoden - plaagbestrijding met natuurlijke vijanden - tests - nematoda - roofmijten - gewasbescherming - greenhouse horticulture - biological control - biological control agents - ornamental horticulture - control methods - augmentation - tests - nematoda - predatory mites - plant protection
    Rouwmuggen zijn zeer algemeen in kassen, en meestal talrijker dan de typische plaag-insecten. De meeste soorten voeden zich met schimmels en met organisch materiaal, en zijn onschadelijke voor planten. Enkele soorten kunnen schadelijk zijn in zaaibedden, aan stekmateriaal en aan jonge planten. Veel breedwerkende insecticiden hebben een effect op de muggen en hun larven, maar het probleem blijft dat de populaties zich echter snel herstellen. De afgelopen jaren zijn er een aantal biologische bestrijders getest als alternatief voor synthetische bestrijdingsmiddelen, waaronder nematoden, bacteriën, bodemroofmijten en kortschildkevers. Dit project has als doel om de biologische bestrijding van rouwmug te verbeteren. Natuurlijke vijanden van rouwmuggen werden verzameld in Nederlandse kassen. Roofvliegen, roofmijten en sluipwespen bleken algemene natuurlijke vijanden van rouwmuggen. Een literatuurstudie over natuurlijke vijanden en vangmethoden werd uitgevoerd. Verschillende strategieën met nematoden werden getest. Nematoden bleken goed toepasbaar te zijn op pluggen in tegenstelling tot wat veel telers denken. De toepassing van nematodes bleek het meest optimaal op een periode van zes weken. penkweeksystemen voor bodemroofmijten werden ontwikkeld om de effectiviteit van deze predatoren te verbeteren. In kasproeven is aangetoond dat de ontwikkelde openkweeksystemen de dichtheid van bodemroofmijten in het gewas vergroten t.o.v. huidige introducties. In praktijkproeven bleken de openkweeksystemen gevoelig voor uitdroging. Deze werden aangepast om dit probleem te vermijden. Fungus gnats are very common in greenhouses and are usually more numerous than any other pests. Most of the species feed on fungi and organic matter and are harmless to plants. Some species can cause damages in seedlings, cuttings and young plants. Many broad spectrum insecticides have an effect on the adult gnats and their larvae, but the problem persists because of the fast recovery of the populations. The last years a number of biological control agents were tested as alternatives to synthetic pesticides, including nematodes, bacteria, soil dwelling predatory mites and rove beetles. This project aimed at improving biological control of fungus gnats. Natural enemies of fungus gnats were collected in Dutch greenhouses. Predatory flies, predatory mites and wasps seemed to be common natural enemies of fungus gnats. A literature study on natural enemies and trapping methods were done. Several strategies with nematodes were tested. Nematodes were found to be effective in plugs contrary to what many growers think. The use of nematodes was the most optimal when these were applied for a period of six weeks. Open rearing systems for soil dwelling predatory mites were developed in order to improve the efficacy of the predators. Greenhouse experiments have demonstrated that the systems increase the density of predatory mites in the growing substrate in comparison with the current introductions of predatory mites. The main problem in the first field trials was moisture loss. The rearing systems have been adapted to solve this problem.
    Biologische bestrijding van Echinothrips americanus in de sierteelt
    Pijnakker, J. ; Leman, A. ; Messelink, G.J. - \ 2014
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1298) - 36
    thrips - insectenplagen - roofmijten - hemiptera - plaagbestrijding met natuurlijke vijanden - organismen ingezet bij biologische bestrijding - sierteelt - gewasbescherming - proeven - chrysopidae - miridae - thrips - insect pests - predatory mites - hemiptera - augmentation - biological control agents - ornamental horticulture - plant protection - trials - chrysopidae - miridae
    De Echinothrips americanus is een zeer polyfage tripssoort die de laatste jaren steeds meer komt opzetten in de sierteelt. Dit onderzoek was gericht op het opsporen en evalueren van nieuwe natuurlijke vijanden van Echinothrips. Verschillende soorten roofmijten, roofwantsen en gaasvliegen zijn getest in het laboratorium, in kleinschalige kasproeven en in 2 praktijkproeven in een gerberateelt. De roofmijt Amblydromalus limonicus lijkt een betere predator te zijn van Echinothrips dan Amblyseius swirskii. In het laboratorium werd bij deze roofmijt een hogere predatie van larven van Echinothrips gevonden dan bij A. swirskii, en in gerbera was er een betere vestiging van de roofmijt en betere bestrijding van Echinothrips. Verschillende roofwantsen die behoren tot de Miridae konden Echinothrips goed bestrijden, maar deze wantsen zijn niet geschikt voor elk gewas. Gerbera lijkt een geschikt gewas, maar de mogelijke schade die deze wantsen bij bloemen kunnen veroorzaken moet verder onderzocht worden. Larven van meerder soorten gaasvliegen bleken allemaal in staat te zijn om dichtheden van Echinothrips te reduceren. Loslatingen in de praktijk resulteerde echter alleen een remming in de populatiegroei van Echinothrips.
    Geïntegreerde bestrijding van citruswolluis Planococcus citri in roos
    Pijnakker, J. ; Leman, A. ; Hennekam, M. - \ 2013
    Wageningen : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinouw 1238)
    glastuinbouw - snijbloemen - rozen - rosa - planococcus citri - onderzoeksprojecten - organismen ingezet bij biologische bestrijding - plaagbestrijding met natuurlijke vijanden - methodologie - feromoonvallen - greenhouse horticulture - cut flowers - roses - rosa - planococcus citri - research projects - biological control agents - augmentation - methodology - pheromone traps
    Citruswolluis, Planococcus citri (Risso), is een van de belangrijkste plagen geworden in de rozenteelt onder glas. Er is inmiddels veel praktijkervaring met de toepassing van biologische bestrijders om haarden uit te roeien. Voor de professionele tuinbouw is de effectiviteit van deze aanpak doorgaans onvoldoende, en moet alsnog met insecticiden worden ingegrepen. Onderzoek is uitgevoerd naar de inzet van natuurlijke vijanden op zeer kleine wolluis-haarden om de uitbreiding van wolluisaantasting te voorkomen naar nog niet aangetaste planten. De relevantie van het loslaten van verschillende natuurlijke vijanden ter bestrijding van wolluis in kasrozen wordt besproken. Uit het project leek dat feromoonvallen een goede hulpmiddel kunnen zijn om de aanwezigheid van wolluis te bepalen, maar niet geschikt zijn om snel wolluis-haarden te detecteren en te traag zijn om de telers te waarschuwen dat wolluis toeneemt. Bij telers met zware wolluis-problemen kon aantasting met wolluizen met larven van het lieveheerbeestje Cryptolaemus montrouzieri en de sluipwespen Anagyrus pseudococci of Leptomastix dactylopii worden verminderd, maar de bestaande uitzet-strategieën van natuurlijke vijanden waren niet voldoende om de wolluizen helemaal uit te roeien. Er werd geen toegevoegde waarde gevonden van de twee nieuwe soorten lieveheerbeestjes Nephus includens en Scymnus syriacus. Het massaal preventief introduceren van natuurlijke blijken het meest perspectiefvol bij telers die wolluis in het lopen van het jaar verwachten. Wekelijkse introducties van larven van Cryptolaemus of van de goedkopere gaasvliegen en de vestiging daarvan dienen op praktijkschaal verder onderzocht te worden. Since early 2000 the citrus mealybug, Planococcus citri (Risso), has become a key pest in roses cultivated in greenhouses in The Netherlands. There has been a lot of practical experience with the application of biological control agents to eradicate outbreaks. The effectiveness of this approach is usually insufficient for professional horticulture and the Integrated Pest Management often ends with applications of insecticides. Research was carried out on the introductions of natural enemies on small mealybugs hot spots in order to avoid the spread of mealybug infestations to healthy plants. The relevance of introducing natural enemies for controlling mealybugs in greenhouse roses is discussed. In this project, pheromone traps seemed to be a good tool to detect the presence of mealybugs, but were not suitable for the detection of hotspots or to warn growers about outbreaks. At growers with high level of infestation, we could reduce damages caused by the pest with introduction of the labybug Cryptolaemus montrouzieri and parasitoids Anagyrus pseudococci or Leptomastix dactylopii. However, the introductions of beneficials were not effective enough to eradicate the pest. Introductions of Nephus includens and Scymnus syriacus were less effective than Cryptolaemus. Massive preventive releases of beneficials seem to give the best solution for growers who are expecting problems with mealybugs. Weekly introductions of larvae of Cryptolaemus or cheaper larvae of lacewings with alternative food to enhance their survival in the crop will be further investigated.
    Biologische en chemische bestrijding van Lyprauta spp. in Phalaenopsis
    Pijnakker, J. ; Leman, A. - \ 2013
    Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinouw 1236) - 22
    orchidaceae - phalaenopsis - plantenplagen - insectenplagen - organismen ingezet bij biologische bestrijding - potplanten - roofmijten - pesticiden - landbouwkundig onderzoek - orchidaceae - phalaenopsis - plant pests - insect pests - biological control agents - pot plants - predatory mites - pesticides - agricultural research
    In de sierteelt treden de laatste tien jaren problemen op met muggenlarven van het geslacht Lyprauta, die men in de wandelgangen“potworm”heeft gedoopt. Deze muggen worden tot de familie van de langhoornmuggen gerekend. Veel onderzoekers beschouwen de larven van Lyprauta spp. als predatoren van rouwmuggen. Hun larven veroorzaken desondanks problemen in potorchideeën. In anthurium, gerbera en andere groene potplanten veroorzaken ze geen schade. In Phalaenopsis en Cambria worden ze er van verdacht aan jonge wortels en zacht plantmateriaal te eten en zo schade te veroorzaken: De planten produceren minder takken (een minder dan gezonde planten), ze worden vegetatief en lichter en de teeltduur wordt verlengd. De door Lyprauta spp. veroorzaakte schadepost wordt geschat op 17% van de omzet. De natuurlijke vijanden Hypoaspis miles, Hypoapsis aculeifer, Macrocheles robustulus, Steinernema feltiae, Heterorhabditis bacteriophora, Atheta coriaria en selectieve middelen werden getest. De roofmijten H. miles en H. aculeifer konden zich het beste handhaven, maar bleken niet effectief genoeg als ze maar een keer werden geïntroduceerd. Atheta coriaria en Macrocheles robustulus waren verdwenen respectievelijk na 6 en 12 weken. Er werden geen selectieve middel gevonden die de plaag kon uitroeien. Trigard en Spruzit bleken de beste resultaten te geven, maar de verschillen tussen de behandelingen waren niet significant. Geadviseerd wordt 50 lichtvallen per ha te hangen om de plaagontwikkeling te volgen en bij toenemende aantasting Spruzit toe te passen tegen de larven en Decis te foggen tegen de volwassenen. Problems with larvae of the genus Lyprauta are occurring the last ten years in greenhouse horticulture. Growers have baptized them wrongly “potworms”. These gnats belong to the family Keroplatidae and are often called predatory fungus gnats by scientists. Even if they are mostly seen as predators of other insects, their larvae seem to cause particular problems in potted orchids. Their presence is also reported in Anthurium, gerberas and in some green potted plants where they are not harmful to the plants. In Phalaenopsis and Cambria, they are suspected to cause damage to young roots. Infested plants are producing less stems (one less than healthy plants) and are becoming vegetative and lighter. The cultivation period is then often extended. The loss induced by Lyprauta spp is estimated at 17% of the sales. Several natural enemies (Hypoaspis miles, Hypoapsis aculeifer, Macrocheles robustulus, Steinernema feltiae, Heterorhabditis bacteriophora and Atheta coriaria) and selective insecticides have been tested, but we still didn’t find any suitable solutions to control the pest. The plants sprayed with Trigard and Spruzit contained at the end of the experiment less larvae of Lyprauta than in other treatments, but the differences were not significant. Growers should hang 50 light traps per ha to follow the increase of the pest. At high pest pressure, it is advised to spray Spruzit against the larvae en fogging Decis against the adults.
    Geïntegreerde bestrijding van rozenschildluis Aulacapsis rosae in roos
    Pijnakker, J. ; Leman, A. ; Hennekam, M. - \ 2013
    Wageningen : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinouw 1235) - 58
    sierteelt - rozen - coccoidea - geïntegreerde plagenbestrijding - organismen ingezet bij biologische bestrijding - plaagbestrijding met predatoren - insecticiden - vergelijkend onderzoek - ornamental horticulture - roses - coccoidea - integrated pest management - biological control agents - predator augmentation - insecticides - comparative research
    In dit project is gekeken naar de bestrijdingsmogelijkheden van de rozenschildluis Aulacaspis rosae met insecticiden en met natuurlijke vijanden. Daarnaast werd de ontwikkeling van de plaag in de praktijk nauwkeurig vervolgd. Bij telers zijn twee spontaan optredende sluipwespen gevonden: Arrhenophagus chionaspidis en Adelencyrtus aulacaspidis. Gedetailleerde kooiproeven zijn uitgevoerd om het effect van natuurlijke vijanden te vergelijken en praktijkervaring is opgedaan met de introductie van de commercieel beschikbare predatoren Rhizobius lophantae, Chilocorus nigritus en Karnyothrips melaleucus en de sluipwesp Encarsia citrina. Elk van deze natuurlijke vijanden blijkt in de praktijk een bijdrage te kunnen leveren aan de bestrijding van de schildluis. Het lieveheersbeestje Rhizobius lophantae gaf het beste resultaat. De predator kon zich jaarrond vestigen, mits schildluis aanwezig was en geen breedwerkende middelen werden toegepast. Binnen het project werden de gangbare insecticiden en fungiciden getest op deze predator. Vooral neonicotinoïden en tripsmiddelen zoals Conserve en Vertimec zijn dodelijk voor het lieveheersbeestje. Het in roos veel gebruikte fungicide Meltatox zou alleen bovendoor toegepast moeten worden om de vestiging van Rhizobius niet te storen. Hygiëne en het op tijd signaleren van de plaag blijven de eerste stappen naar de uitroeiing van de plaag. Telers kunnen kiezen voor vroegtijdig spuiten bij lage druk van schildluizen en de verspreiding van schildluis op deze manier beperkt houden. Uitroeiing van de plaag is echter vaak een onmogelijke taak. In een aantal gevallen verspreidt de plaag zich volvelds en is niet meer in te tomen met insecticiden. De rol van natuurlijke vijanden, voornamelijk van Rhizobius lophantae, wordt dan belangrijk in een geïntegreerde aanpak. This project aimed at developing strategies to help rose growers to improve management of the rose scale Aulacaspis rosae. The development of A. rosae in the presence of absence of beneficials was studied on commercial rose farms in a detailed field study. Two spontaneous occurring parasitoids were found at growers: Arrhenophagus chionaspidis and Adelencyrtus aulacaspidis. Commercially available predators Rhizobius lophantae, Chilocorus nigritus and Karnyothrips melaleucus, and the parasitoid Encarsia citrina were released in experimental cages as well as at growers and their efficacy were evaluated. The cocinellid Rhizobius lophantae gave the best results. The project aimed also at gaining a clearer understanding of the incidence of pesticides on some natural enemies of the rose scale. Neonicotinoids and the insecticides against thrips Conserve (spinosad) and Vertimec (abamectine) need to be avoided, as they are both lethal for Rhizobius. Negative side-effects of the fungicide Meltatox (dodemorf) might be reduced by spraying the crop only from above, thereby minimizing the direct contact with predators In the crop. Hygiene and early detection of the pest remain the first steps towards the eradication of the pest. Growers can opt for early sprays at low infestation level of scales and limit in this way the spread of Aulacaspis. But eradication of the pest is often an impossible task. In some cases, the pest spreads in the entire greenhouse and is not controlled anymore with insecticides. The role of natural enemies, aspecially Rhizobius lophantae, is than from great importance in an integrated approach.
    Effect van bodemroofmijten op drie plagen in gerbera
    Pijnakker, J. ; Leman, A. - \ 2013
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten WUR GTB 1267) - 30
    gerbera - sierteelt - gewasbescherming - roofmijten - organismen ingezet bij biologische bestrijding - tests - plantenplagen - plagenbestrijding - gerbera - ornamental horticulture - plant protection - predatory mites - biological control agents - tests - plant pests - pest control
    Er worden veel spontaan optredende roofmijtsoorten gevonden in de winterperiode in gerberakassen. Onbekend is of deze roofmijten een rol spelen in de bestrijding van weekhuidmijten. Als ze effectief zijn zou het vroegtijdig stimuleren van hun aanwezigheid interessant kunnen zijn in de beheersing van weekhuidmijten. Ze worden nu vaak in november-december in grote aantallen gevonden. Dat is echter te laat om schade te vermijden. Het doel van het project was de effectiviteit van diverse roofmijtensoorten te bepalen op weekhuidmijten, eieren van Duponchelia en larven van fruitvlieg in gerbera. Larven van de fruitvlieg werden door alle geteste roofmijten genegeerd. Weekhuidmijten werden vaak over het hoofd gezien door de grote soorten bodemroofmijten. Amblyseius reductus bleek wel een geschikte kandidaat te zijn tegen weekhuidmijten. De meeste roofmijten uit dit onderzoek kunnen eieren van Duponchelia en soms de jonge rupsen consumeren. Hypoaspis miles, Hypoaspis aculeifer en Macrocheles robustulus tonen echter vaak een voorkeur voor larven van rouwmuggen en trips-poppen
    Consultancy: Testen van roofmijtensoorten voor de bestrijding van Panonychus spp. op ficus
    Pijnakker, J. ; Linden, A. van der; Leman, A. - \ 2013
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten WUR GTB 1254) - 22
    plantenplagen - ficus - panonychus citri - panonychus ulmi - insectenplagen - roofmijten - tests - plant pests - ficus - panonychus citri - panonychus ulmi - insect pests - predatory mites - tests
    De fruitspintmijt, Panonychus ulmi, en citrusspintmijt, Panonychus citri, kunnen schade aanrichten in verschillende sierteeltgewassen. Deze mijten worden niet bestreden met de bekende spintroofmijt Phytoseiulus persimlis . In dit onderzoek werden vier soorten roofmijten getest tegen Panonychyus-mijten, namelijk Amblyseius andersoni , Amblyseius reductus , Amblyseius alpinus en Neoseiulus reductus . Van deze roofmijten bleken de twee commerciële soorten A. andersoni en A. fallacis het meest geschikt te zijn voor de bestrijding van citrusspintmijt op ficus. In het laboratorium werd geen consumptie van eieren van de fruitspint waargenomen. Bij roofmijt A. alpinus werd zowel in het laboratorium als op ficusplanten geen effect op Panonychus-mijten waargenomen
    Nog geen oplossing tegen larven van lyprauta : vooral lastig probleem bij phalaenopsis
    Pijnakker, J. ; Leman, A. ; Arkesteijn, M. - \ 2013
    Onder Glas 10 (2013)6/7. - p. 25 - 25.
    orchidaceae - phalaenopsis - plantenplagen - potplanten - insectenplagen - larven - organismen ingezet bij biologische bestrijding - roofmijten - glastuinbouw - orchidaceae - phalaenopsis - plant pests - pot plants - insect pests - larvae - biological control agents - predatory mites - greenhouse horticulture
    In potgrond en andere teeltsubstraten komen allerlei muggenlarven voor. Het meest talrijk zijn rouwmuglarven. In phalaenopsis en andere potorchideeën treden de laatste tien jaar problemen op met een andere type muggenlarven van het geslacht Lyprauta, die men in de wandelgangen ‘potwormen’ noemt. De schade in phalaenopsis door deze muggenlarven bedraagt naar schatting 17% van de omzet.
    Biologische bestrijding van Echinothrips americanus
    Leman, A. ; Pijnakker, J. ; Messelink, G.J. - \ 2013
    sierteelt - thrips - organismen ingezet bij biologische bestrijding - reduviidae - roofmijten - plaagbestrijding met natuurlijke vijanden - biologische bestrijding - glastuinbouw - ornamental horticulture - thrips - biological control agents - reduviidae - predatory mites - augmentation - biological control - greenhouse horticulture
    Posterpresentatie over de problematiek van de toename van Echinothrips in de sierteelt en onderzoek naar de bestrijdingmethoden daarvan.
    Bestrijding van citruswolluis Planococcus citri
    Messelink, G.J. ; Leman, A. ; Pijnakker, J. - \ 2013
    glastuinbouw - organismen ingezet bij biologische bestrijding - plagenbestrijding - planococcus citri - sluipwespen - chrysopidae - coleoptera - geïntegreerde plagenbestrijding - greenhouse horticulture - biological control agents - pest control - planococcus citri - parasitoid wasps - chrysopidae - coleoptera - integrated pest management
    Het aantal bedrijven dat de afgelopen jaren besmet is geraakt met de citruswolluis, Planococcus citri, is sterk toegenomen. De chemische bestrijding is in veel gevallen niet effectief. Het doel van dit onderzoek is om nieuwe methoden te vinden voor wolluisbestrijding die integreerbaar zijn met biologische bestrijding van andere plagen.
    Hoe zit het met de levenscyclus van wolluis?
    Pijnakker, J. - \ 2012
    Potplanten.actueel. editie Groen / Uitg. van LTO Groeiservice 15 (2012)4. - p. 3 - 3.
    Hygiëne belangrijkste maatregel tegen wolluis!
    Pijnakker, J. - \ 2012
    Potplanten.actueel. editie Groen / Uitg. van LTO Groeiservice 15 (2012)4. - p. 2 - 2.
    Roofmijten tegen trips in roos
    Pijnakker, J. ; Leman, A. - \ 2012
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten GTB 1201) - 30
    rozen - rosaceae - insectenplagen - thrips - roofmijten - roofinsecten - anthocoridae - phytoseiidae - biologische bestrijding - verbetering - glastuinbouw - nederland - roses - rosaceae - insect pests - thrips - predatory mites - predatory insects - anthocoridae - phytoseiidae - biological control - improvement - greenhouse horticulture - netherlands
    De californische trips Frankliniella occidentalis (Pergande) van de familie van de Thripidae komt oorspronkelijk uit de westkust van Californië (Bryan & Smith, 1956). Haar introductie in Europa dateert van 1984. In de glastuinbouw is californische trips, één van de belangrijkste plagen. Ze vormt het belangrijkste struikelblok voor de verdere uitbreiding van geïntegreerde bestrijding. In roos kan slechts een kleine aantal tripsen belangrijke schade veroorzaken. Veel telers hanteren bij een wekelijkse telling een aantal van 10 tripsen op een blauwe signaalplaat als schadedrempel. Tripsen zijn moeilijk te bestrijden omdat ze zich in het gewas verschuilen en resistent zijn tegen veel insecticiden. De meest gebruikte chemische tripsmiddelen zijn Match (lufenuron), Conserve (spinosad), Vertimec (abamectine), Actara (thiamethoxam) en Mesurol (methiocarb). De laatste 10 jaren heeft geïntegreerde bestrijding zich in roos enorm ontwikkeld. In 2012 introduceert meer dan 70% van de rozentelers roofmijten tegen spint en/of trips en/of kaswittevlieg. In 2002 paste slechts 15% van de Nederlandse rozentelers jaarrond geïntegreerde gewasbescherming toe. Voor het gewas roos is een reeks roofmijtensoorten geschikt gebleken uit onderzoek in voorafgaande projecten. Het project heeft als doel de beste strategie te vinden voor de rozenteelt en met voorkeur voor een roofmijtensoort met affiniteit voor roos (vestiging).
    Zoektocht naar nieuwe bestrijders van Echinothrips americanus
    Pijnakker, Juliette - \ 2012
    thrips - natural enemies - augmentation - biological control - biological control agents - greenhouse horticulture - plant protection - ornamental horticulture
    Handhaven van sluipwespen tegen wolluis en bestrijding van wolluis met gaasvliegen
    Pijnakker, Juliette - \ 2012
    biological control - pest control - planococcus citri - parasitoid wasps - chrysopidae - biological control agents - greenhouse horticulture - plant protection
    Zoeken naar betaalbare bestrijding wolluis (Juliette Pijnakker tijdens een bijeenkomst voor potplantentelers van LTO Groeiservice)
    Pijnakker, J. - \ 2012
    Vakblad voor de Bloemisterij 67 (2012)51/52. - ISSN 0042-2223 - p. 50 - 50.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.