Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 30

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: metisnummer==1017940
Check title to add to marked list
Effectiviteit van Middel X voor de beheersing van champignonmuggen (Lycoriella castanescens) in de champignonteelt
Baars, J.J.P. ; Rutjens, A.J. - \ 2012
Wageningen : Plant Research International, Business Unit Plant Breeding (Report / Plant Research International 2012-6) - 15
eetbare paddestoelen - champignonmest - lycoriella auripila - bestrijdingsmethoden - behandeling - proefopzet - substraten - ovipositie - edible fungi - mushroom compost - control methods - treatment - experimental design - substrates - oviposition
Dit rapport beschrijft de resultaten van onderzoek naar de effectiviteit van Middel X ter bestrijding van champignonmuggen in de teelt van champignons. De effectiviteit werd onderzocht door ge-CACte dekaarde op een commercieel teeltbedrijf voor eiafzetting aan te bieden aan de aanwezige populatie champignonmuggen. Vervolgens werd de ge-CACte dekaarde behandeld met het equivalent van 2, 4 of 6 ml Middel X/m2 teeltoppervlak. Hiervoor werd Middel X op twee verschillende manieren toegepast; als een begieting op de dekaarde of gemengd door de dekaarde. Ter controle werd Dimilin (werkzame stof diflubenzuron) in halve dosering (1 ml Dimilin/m2) of normale dosering (2 ml Dimilin/m2) toegepast middels een begieting op de dekaarde. De conclusie is dat Middel X niet geschikt is voor de bestrijding van champignonmuggen in de champignonteelt. Daarnaast is gebleken dat entbare compost beter geschikt is als substraat voor de kweek van champignonmuggen dan ge-CACte dekaarde of doorgroeide compost.
Detection of Trichoderma aggressivum Green Mould During Spawn-run
Baars, J.J.P. ; Rutjens, A.J. ; Mumm, R. - \ 2012
Ontwikkeling van een toets ter detectie groene schimmel in compost
Baars, J.J.P. ; Rutjens, A.J. ; Mumm, R. - \ 2011
Wageningen : Plant Research International, Wageningen UR Plant Breeding - 44 p.
Sinds het voorjaar van 2006 komen op champignonteeltbedrijven met een zekere regelmaat infecties voor met een agressieve groene schimmel; Trichoderma aggressivum. De infectie treedt al op op de compostbedrijven, maar is op het moment waarop compost wordt uitgeleverd aan teeltbedrijven nog niet zichtbaar. Gezien de onzekerheid omtrent de infectie route waarlangs compost besmet raakt en het gebrek aan methoden om infectie te voorkomen of de schimmel te bestrijden, is er behoefte aan een methode waarmee geïnfecteerde compost kan worden geïdentificeerd voordat hij wordt uitgeleverd aan de teeltbedrijven. Het voorliggende rapport bericht over het onderzoek dat is verricht naar de mogelijkheid om geïnfecteerde compost aan de hand van vluchtige verbindingen te herkennen. Er is onderzocht of in de Trichoderma aggressivum geïnfecteerde plekken vluchtige verbindingen worden geproduceerd die de aanwezigheid van Trichoderma aggressivum verraden. Naar verwachting komen deze vluchtige verbindingen in de proceslucht terecht. De proceslucht van een tunnel wordt via een centraal kanaal afgevoerd en dit centrale kanaal is relatief gemakkelijk bereikbaar voor monstername van de proceslucht. Om tijdig te kunnen reageren op een eventuele besmetting met Trichoderma aggressivum, zou in het ideale geval in de laatste dagen vóórdat de compost wordt uitgeleverd moeten worden bemonsterd. In het project zijn proefopstellingen ontwikkeld waarin: 1. het mogelijk is om een goede kolonisatie van fase II compost door champignonmycelium te bereiken, 2. het mogelijk is om een goede Trichoderma aggressivum infectie te laten ontwikkelen. De beluchting gedurende het experiment blijkt daarbij essentieel. In het eerste deel van het project is gewerkt met een proefopstelling met kleine hoeveelheden compost (300 gram) die ofwel volledig onbesmet ofwel volledig besmet werd met T. aggressivum. In het tweede deel van het project is gewerkt met een proefopstelling met grotere hoeveelheden compost (50 kg) die ofwel volledig onbesmet ofwel gedeeltelijk besmet werd met T. aggressivum. Deze grotere proefopstelling benadert de situatie in de praktijk enigszins. In deze proefopstellingen is het goed mogelijk om vluchtige verbindingen die door besmette of onbesmette compost geproduceerd worden, te verzamelen op buisjes die met Tenax gevuld zijn. De vluchtige verbindingen dienen vervolgens m.b.v. gaschromatografie (GC) van elkaar gescheiden te worden. Deze scheiding is gekoppeld aan detectie m.b.v. massa spectrometrie (MS). De combinatie van deze technieken wordt GC-MS genoemd. In de experimenten met kleine hoeveelheden compost (300 gram) is een verandering geconstateerd in het palet aan vluchtige verbindingen dat geproduceerd wordt tijdens de doorgroeiing van compost (zowel in T. aggressivum geïnfecteerde en niet geïnfecteerde compost). De verschillen worden al na 7 dagen compost kolonisatie zichtbaar. Vluchtige verbindingen die wel aanwezig zijn in de proceslucht van T. aggressivum geïnfecteerde compost, maar niet in de proceslucht van niet-geïnfecteerde compost zijn een tot nu toe nog niet geïdentificeerd sesquiterpeen en twee monoterpenen. In het onderzoek met kleine hoeveelheden compost is ook gekeken in hoeverre deze mogelijke indicatorstoffen specifiek zijn voor infectie met T. aggressivum. Daarvoor is compost ook met andere “onkruidschimmels” zoals Trichoderma harzianum, Trichoderma atroviride, Aspergillus spp. en Penicillium citreonigrum geïnfecteerd. Het ongeïdentificeerde sesquiterpeen is aanwezig in de proceslucht van zowel T. aggressivum - als T. harzianum geïnfecteerde compost. Monoterpeen 2 is aanwezig in de proceslucht van alle geïnfecteerde composten. Het is waarschijnlijk dat dit monoterpeen wordt geproduceerd door champignon. Monoterpeen 1 lijkt echter wel specifiek te zijn voor T. aggressivum geïnfecteerde compost. In de experimenten met grotere hoeveelheden compost (50 kg) is het mogelijk gebleken om gedeeltelijk geïnfecteerde compost te laten ontstaan. In 4 afzonderlijke experimenten ontstond uit een punt-infectie bij enten, aan het einde van de 2 weekse doorgroei-periode een hoeveelheid geïnfecteerde compost van 5 tot 21% van de totale hoeveelheid compost. Het bleek dat het in de grotere hoeveelheden compost moeilijker was om stoffen te identificeren die mogelijk als indicatoren voor besmette compost kunnen dienen. In vergelijking met de proefopstelling met 300 gram compost, waren de omstandigheden in de proefopstelling met 50 kg compost veel heterogener. De temperatuursverschillen binnen in de compost in de proefopstelling met 50 kg waren bijvoorbeeld 2 groter dan in de proefopstelling met 300 g. Daarnaast waren er verschillen in temperatuur tussen de 3 herhalingen die per behandeling in de proeven aanwezig waren. Een tweede factor die de identificatie van mogelijke indicatorstoffen bemoeilijkte was het feit dat in de 300 gram’s porties compost telkens een volledig geïnfecteerde compost met een volledig onbesmette compost werd vergeleken. In de proefopstelling met 50 kg compost werd telkens een volledig onbesmette compost vergeleken met een compost die voor 5 tot 21% besmet was (dus voor 80-95% onbesmet). Desalniettemin bleek het mogelijk om een twaalftal stoffen te identificeren die wel in een gedeeltelijk besmette compost, maar niet in een onbesmette compost voorkwamen. Acht van de twaalf stoffen waren sesquiterpenen, de overige stoffen waren een alcohol, een keton, een alkeen en een aromatische verbinding. De verschillen in productie van vluchtige verbindingen uit de besmette compost en de onbesmette compost waren op z’n vroegst 10 dagen na het enten waarneembaar. De verschillen worden echter in de periode na 10 dagen beter zichtbaar. Om een indruk te krijgen van de detectielimiet die in de praktijk behaald zou moeten worden, is onbesmette fase 3 compost besmet met kleine hoeveelheden besmette compost. Uit deze experimenten bleek dat het mengen van 5 gram besmette compost door 18 kg onbesmette compost (vlak voor afdekken) al een aanzienlijke opbrengstverlaging tot gevolg heeft. Omgerekend naar tonnen compost zou dit betekenen dat 280 g besmette compost bij vermenging tijdens het leeghalen van een tunnel minimaal een ton gezonde compost kan verknoeien. Dat houdt in dat in vervolgonderzoek gekeken moet worden of ook dergelijke kleine hoeveelheden geïnfecteerde compost in een grote batch besmette compost aangetoond kunnen worden. Om betrouwbaar voorspellingen te kunnen doen over het al dan niet besmet zijn van een compost met T. aggressivum, is het niet alleen belangrijk om te kijken naar de mate van heterogeniteit in een besmette compost. Het is evenzeer belangrijk om te kijken naar de mate van heterogeniteit in onbesmette compost. Om een indruk te krijgen van de grootte van de verschillen in het geurpatroon dat door fase 3 compost uitgestoten wordt, is van een aantal fase 3 tunnels bij de compost bedrijven Walkro en CNC de proceslucht bemonsterd. Analyse van de opgevangen vluchtige verbindingen laat zien dat op de beide bedrijven de tunnels overeenkomende patronen van vluchtige verbindingen produceren. Blijkbaar zijn de processen die ten grondslag liggen aan de patronen van vluchtige verbindingen redelijk stabiel en reproduceerbaar. De resultaten van het in dit rapport beschreven onderzoek zullen worden gebruikt om te kijken of het mogelijk is een detectiemethode te ontwikkelen die compostbedrijven kunnen gebruiken om routinematig hun compost te onderzoeken op aan-/afwezigheid van Trichoderma aggressivum. Deze ontwikkeling naar een methode die in de praktijk gebruikt kan worden, zal plaatsvinden binnen een door de EU gefinancierd project met het acroniem “MUSHTV”. In dit project werken bedrijven en onderzoeksinstellingen uit Nederland, België, Ierland, Verenigd Koninkrijk en Polen samen aan een oplossing voor de via compost-verspreide ziekten Trichoderma aggressivum en virusX. Het project heeft een looptijd van 2012 tot 2014.
Detectiemethode voor groene schimmel in compost, Thema: Innovaties duurzame gewasbescherming BO-12.03-003.02-016
Baars, J.J.P. ; Mumm, R. ; Rutjens, A.J. - \ 2011
S.n.
gewasbescherming - trichoderma - schimmelziekten - eetbare paddestoelen - compost - besmetting - detectie - plant protection - fungal diseases - edible fungi - composts - contamination - detection
Poster met onderzoeksinformatie. In dit project wordt een snelle en gevoelige detectiemethode ontwikkeld waarmee tijdens de productie van compost een besmetting met T. aggressivum aantoonbaar is.
Oriënterend onderzoek naar de praktische toepassing van een tweetal desinfectiemiddelen als vervanger voor formaline
Baars, J.J.P. ; Rutjens, A.J. - \ 2009
Wageningen : Plant Research International - 10
eetbare paddestoelen - champignonbedrijven - schimmelziekten - verticillium - opbrengst - desinfectie - ontsmettingsmiddelen - gewasbescherming - edible fungi - mushroom houses - fungal diseases - outturn - disinfection - disinfectants - plant protection
Ziekten, waaronder met name droge mollen, Verticillium fungicola var. fungicola vormen een groot probleem in de champignonteelt. Sporen van droge mollen kunnen, met name door champignonvliegen, verspreid worden en een aanzienlijke opbrengstderving tot gevolg hebben. De droge mollen worden preventief met chemische gewasbeschermingsmiddelen bestreden. Echter, het gebruik van chemische middelen staat in toenemende mate onder druk en verwacht wordt dat het gebruik van chemische middelen binnen enkele jaren niet meer mogelijk is Momenteel is er nog slechts één fungicide ter bestrijding van droge mollen toegelaten. In dit project is onderzocht of het mogelijk is om twee alternatieve (desinfectie)middelen te ontwikkelen ter bestrijding van de droge mollen. De resultaten van een voorgaand project getiteld “Oriënterend onderzoek naar de effectiviteit en toepasbaarheid van een tweetal desinfectiemiddelen” lieten o.a. zien dat beide middelen onder. In dit project is getest of het mogelijk is om met deze twee desinfectiemiddelen de ontwikkeling van droge mollen in dekaarde te remmen of geheel te bestrijden. De resultaten van dit project laten zien dat de eenmalige toediening van deze twee desinfectiemiddelen in diverse doseringen aan dekaarde niet effectief zijn ter bestrijding van droge mollen. In tegendeel zelfs, een van de geteste middelen stimuleerde zelfs het optreden van droge mollen. Beide geteste middelen bleken geen negatieve effecten op de opbrengst te hebben.
Aanvullend advies op actualisatie maatregelen duurzame gewasbescherming 2009 : een selectie aan maatregelen waarmee op korte termijn het meest bereikt kan worden in de praktijk
Stilma, E.S.C. ; Slabbekoorn, J.J. ; Rovers, J.A.J.M. ; Boer, M. de; Hiemstra, J.A. ; Dalfsen, P. van; Heijne, B. ; Ravesloot, M.B.M. ; Beerling, E.A.M. ; Baars, J.J.P. ; Rutjens, A.J. - \ 2009
Lelystad : PPO (PPO / Rapport ) - 41
gewasbescherming - plagenbestrijding - duurzaamheid (sustainability) - best practices - good practices - geïntegreerde plagenbestrijding - beslissingsondersteunende systemen - milieueffect - bedrijfshygiëne - sensors - emissie - maatregelen - plant protection - pest control - sustainability - integrated pest management - decision support systems - environmental impact - industrial hygiene - emission - measures
PPO Wageningen UR, heeft in opdracht van het Ministerie van LNV in het kader van het convenant gewasbescherming maatregelen gecatalogiseerd die bijdragen aan het verlagen van de milieubelasting en aan het stimuleren van geïntegreerde gewasbescherming. Dit traject startte in 2004 en actualisatie vond plaats in 2006, 2007 en 2009. Na drie jaar actualisatie is een ontwikkeling in maatregelen zichtbaar. Deze publicatie bevat adviezen over maatregelen waarmee het meest bereikt wordt in de maatschappij.
Maatregelen duurzame gewasbescherming Actualisatie 2009
Stilma, E.S.C. ; Slabbekoorn, J.J. ; Rovers, J.A.J.M. ; Boer, M. de; Hiemstra, J.A. ; Dalfsen, P. van; Heijne, B. ; Beerling, E.A.M. ; Baars, J.J.P. ; Rutjens, A.J. - \ 2009
Lelystad : PPO (PPO / Rapport ) - 179
gewasbescherming - duurzaamheid (sustainability) - bestrijdingsmethoden - geïntegreerde bestrijding - good practices - best practices - plant protection - sustainability - control methods - integrated control
Het ministerie van LNV heeft PPO in het kader van het convenant gewasbescherming gevraagd om inzicht te geven in de maatregelen die bijdragen aan het verlagen van de milieubelasting en het stimuleren van geïntegreerde gewasbescherming. Dit traject is in 2004 begonnen. Een eerste actualisatie met aanpassing heeft plaatsgevonden in 2006 en 2007. Daarna wordt de set twee-jaarlijks geactualiseerd. Hier ligt de actualisatie 2009. Hierbij kort een uitleg over het gevolgde traject. 2004.
Oriënterend onderzoek naar effectiviteit en toepasbaarheid van een tweetal desinfectiemiddelen
Baars, J.J.P. ; Rutjens, A.J. - \ 2008
Wageningen : Plant Research International - 20
trichoderma - verticillium - agaricus bisporus - plantenziektebestrijding - schimmelziekten - eetbare paddestoelen - plant disease control - fungal diseases - edible fungi
Ziekten, zoals groene schimmels (Trichoderma!soorten) en droge mollen (Verticillium fungicola var. fungicola), veroorzaken problemen in teelt op champignonteeltbedrijven. Bij de beheersing van deze ziekten zijn preventieve maatregelen van groot belang. Er zijn immers voor beide schimmelziekten slechts beperkte curatieve methoden en middelen beschikbaar. Voor de bestrijding van Trichoderma is geen enkel fungicide en voor de bestrijding van droge mollen is er nog slechts een fungicide toegelaten. De toelating voor het fungicide ter bestrijding van droge mollen was nog geldig tot 01-11-2007 en heeft momenteel een “toelating van rechtswege” in het kader van het EU! beoordelingstraject. Dat houdt in dat onduidelijk is hoe lang de praktijk nog van dit ene overgebleven fungicide gebruik kan maken. Desinfectie neemt daardoor op de champignonteeltbedrijven, maar ook bij de grondstofleveranciers en bij een gedeelte van de collecterende handel een belangrijke plaats in. Hygiëne is van zeer groot belang bij de grootschalige bereiding van grondstoffen, zoals doorgroeide compost. Bij de desinfectie van bijv. tunnelhallen wordt gebruikt gemaakt van formaldehyde. Zo is ook schoon fust belangrijk. Er wordt slechts een gedeelte van het (meermalige) fust gestoomd of ontsmet met chloor of formaline. Vooral via het niet ontsmette (meermalige) fust kan de verspreiding van droge mollen plaatsvinden. In het afgelopen jaar is de toelating van de desinfectiemiddelen Aldekol NL, Viro Cid, Fungo!clean en Jet 5 vervallen. Daarnaast staat het gebruik van formaldehyde en ook van chloor vanuit ARBO! en milieu aspekten in toenemende mate onder druk. In dit project zijn twee alternatieve desinfectiemiddelen (gecodeerd als desinfectiemiddel A en desinfectiemiddel D) onder standaard laboratorium!omstandigheden getest op hun bruikbaarheid in de champignonteelt. Daartoe is gekeken of deze twee alternatieve desinfectiemiddelen effectief zijn.
Ontwikkeling van plantenextracten ter bestrijding van droge mollen tot semi-commerciële producten
Baar, J. ; Rutjens, A.J. - \ 2008
Plant Research International : Wageningen (Rapport / Plant Research International 2008-2) - 18
lecanicillium fungicola - paddestoelen - agaricus bisporus - eetbare paddestoelen - plantenziektebestrijding - gewasbescherming - mushrooms - edible fungi - plant disease control - plant protection
Droge mollen, veroorzaakt door Verticillium fungicola), vormen een belangrijk probleem in de champignonteelt. Besmetting van een teelt kan een aanzienlijke opbrengstderving tot gevolg hebben en de ziekteverwekker kan door champignonvliegen snel verspreid worden in een kwekerij. Droge mollen kunnen op dit moment nog worden bestreden door het gewasbeschermingsmiddel Sporgon. De verwachting is echter dat Sporgon binnen een termijn van een paar jaar niet meer beschikbaar zal zijn. Om die reden is onderzocht of het mogelijk is om alternatieven voor de bestrijding van droge mollen te ontwikkelen op basis van plantenextracten.
The use of plant extracts to control the major disease and pest in mushroom cultivation
Baars, J.J.P. ; Rutjens, A.J. ; Kogel, W.J. de; Baar, J. - \ 2008
In: Proceedings of the 17th Congress of the International Society for Mushroom Science on Science and Cultivation of Edible and Medicinal Fungi: Mushroom Science, Cape Town, South Africa, 20-24 May 2008. - Minnesota, USA : University of Minnesota - p. 602 - 614.
Dry bubble disease and its spread by insects represents a major problem in the cultivation of mushrooms. Prevention of dry bubble disease and its vectors usually involves chemical crop protection. However, the use of chemical crop protection is becoming less acceptable. We expect that, within a few years, prochloraz will no longer be available for use in mushroom cultivation in the European Union. It is therefore necessary to develop alternative methods to control dry bubble disease. In a number of projects financed by the Dutch Product Board we investigated the efficacy of plant extracts and pure compounds as an alternative to chemical crop protection. We focused on the use of plant extracts to combat dry bubble disease and phorid flies. With respect to dry bubble disease, we identified a plant extract that could reduce the incidence of dry bubbles by 80% after a single application in experimental cultivation of mushrooms. The efficacy of this plant extract compares favourably with the efficacy of prochloraz. With respect to Megaselia halterata phorid flies, we identified plant extracts that (when used in a preventive manner) could reduce the number of flies by 60%. If used curatively, immediately after the flies produced eggs in the compost, some plant extracts could reduce the number of flies by 90%. For both applications further research on plant extracts is aimed at developing crop protection agents that can be used in organic mushroom cultivation.
Alternatieven voor vliegenbestrijding
Baars, J.J.P. ; Rutjens, A.J. ; Kogel, W.J. de - \ 2008
Paddestoelen : onafhankelijk vakblad voor Nederland en België 2008 (2008)1. - ISSN 1380-359X - p. 8 - 9.
agaricus - eetbare paddestoelen - megaselia halterata - diptera - bestrijdingsmethoden - insecticiden - plantextracten - registratie - biologische bestrijding - toelating van bestrijdingsmiddelen - edible fungi - control methods - insecticides - plant extracts - registration - biological control - authorisation of pesticides
De mogelijkheden om gewasbeschermingsmiddelen binnen de champignonteelt toe te passen zijn momenteel sterk aan het verminderen door strenger overheidsbeleid en de hoge kosten die producenten moeten maken om middelen op de markt te brengen. De toepassing van plantenextracten ter bestrijding van champignonvlieg is een veelbelovend voor van alternatieve, niet-chemische bestrijding
Onderzoek naar de optimalisering van de toepassing van plantenextracten ter bestrijding van de champignonvlieg
Baar, J. ; Rutjens, A.J. ; Kogel, W.J. de - \ 2007
Wageningen : Plant Research International - 19
eetbare paddestoelen - gewasbescherming - extracten - biologische bestrijding - megaselia halterata - edible fungi - plant protection - extracts - biological control
Optimalisatie van toepassing plantenextracten (dosering, toepassingstijdstip en toediening) voor het bestrijden van de champignonvlieg. Champignonvliegen, Megaselia halterata (Diptera: Phoridae), vormen een continu probleem in de champignon doordat zij ziekten kunnen verspreiden, die aanzienlijke schade kunnen toebrengen aan de teelt. Omdat de onderzochte plantenextracten een toxisch effect hebben op champignonvliegen vormen ze een potentieel milieuvriendelijk alternatief voor chemische gewasbeschermingsmiddelen. Het blijkt dat de toediening van de beide geteste plantenextracten effectief en vergelijkbaar is. Vooral de curatieve toepassing gemengd door de doorgroeide compost, bleek het aantal champignonvliegen dat zich nog ontwikkelde met 99% te reduceren. Beide plantenextracten zijn geschikt voor de verdere ontwikkeling tot een commercieel gewasbeschermingsmiddel tegen de champignonvlieg.
Onderzoek naar de toepassing van plantenextracten terbestrijding van groene schimmel en spinnenwebschimmel
Baar, J. ; Rutjens, A.J. - \ 2007
Horst : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector Paddestoelen - 22
eetbare paddestoelen - agaricus - plantenziekteverwekkende schimmels - cladobotryum - biologische bestrijding - trichoderma - diagnostiek - gewasbescherming - verticillium - extracten - plantaardige fungiciden - edible fungi - plant pathogenic fungi - biological control - diagnostics - plant protection - extracts - botanical fungicides
Behalve droge mollen (Verticillium fungicola var. fungicola kunnen ook groene schimmel (Trichoderma) en spinnewebschimmel (Cladobotryum dendroïdes) een aanzienlijke schade veroorzaken. De schade wordt voor groene schimmel resp. spinnewebschimmel geschat op 2 tot 5 resp. 1 tot 2 miljoen euro per jaar. In dit project is onderzocht of plantenextracten preventief of curatief gebruikt kunnen worden ter bestrijding van deze ziekten.
Het produceren van clusters in teelten waarbij gebruik wordt gemaakt van weefselculturen van clusters
Sonnenberg, A.S.M. ; Baars, J.J.P. ; Rutjens, A.J. - \ 2007
Wageningen : Plant Research International, Mushroom Research Unit - 17
eetbare paddestoelen - clustering - afwijkingen, planten - broed (paddestoelen) - weefselkweek - laboratoriumproeven - gewasbescherming - edible fungi - plant disorders - spawn - tissue culture - laboratory tests - plant protection
Het ontwikkelen van methodes om het optreden van clusters in proefteelten van champignons op te wekken. Het fenomeen clusters uit zich op een aantal manieren. Dit project maakt duidelijk dat clusters gereproduceerd kunnen worden door broed te maken van weefselculturen die afkomstig zijn van clusters uit praktijkbedrijven. Bij gebruik van 30% clusterbroed en 70% normaal broed kunnen in een proefteelt clusters/misvormingen geproduceerd worden in hoeveelheden variërend van 11 tot 22 per m2. Dat biedt de mogelijkheid om te testen welke teeltomstandigheden invloed hebben op het optreden van clusters en misvormingen. Op deze manier kan schade veroorzaakt door clusters/misvormingen gereduceerd of wellicht voorkomen worden.aan elkaar vergroeid maar zien er verder normaal uit. Paddestoelen vertonen allerlei misvormingen.
Agressief en hardnekkig
Baars, J.J.P. ; Rutjens, A.J. - \ 2007
Paddestoelen : onafhankelijk vakblad voor Nederland en België 3 (2007). - ISSN 1380-359X - p. 20 - 21.
eetbare paddestoelen - paddestoelen - trichoderma - trichoderma harzianum - plantenziekteverwekkende schimmels - schimmelbestrijding - mycelium - identificatie - taxonomie - biologische naamgeving - edible fungi - mushrooms - plant pathogenic fungi - fungus control - identification - taxonomy - biological nomenclature
De champignonteelt ondervindt sinds 2006 hardnekkige problemen met Trichoderma soorten. Tot dan werden infecties met Trichoderma gezien als bijzonder vervelend voor wie het betrof, maar niet als een structureel probleem. Er is dus een trendbreuk opgetreden. Wat is er in hemelsnaam veranderd?
Maatregelen duurzame gewasbescherming : actualisatie 2007 : champignon
Baars, J.J.P. ; Rutjens, A.J. ; Haan, J.J. de; Slabbekoorn, J.J. - \ 2007
Wageningen : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. - 11
gewasbescherming - duurzaamheid (sustainability) - geïntegreerde bestrijding - plantenplagen - plantenziekten - paddestoelen - eetbare paddestoelen - agaricus - good practices - best practices - plant protection - sustainability - integrated control - plant pests - plant diseases - mushrooms - edible fungi
Dit document beschrijft de maatregelen duurzame gewasbescherming voor champignon. Voor de andere plantaardige sectoren zijn gelijksoortige documenten beschikbaar. Ook zijn de maatregelen digitaal beschikbaar via www. gewasbeschermingsmaatregelen.nl
Onderzoek naar optimalisatie van concentraties van plantenextracten ter bestrijding van droge mollen (Verticillium Fungicola)
Baar, J. ; Rutjens, A.J. - \ 2006
Horst : PPO Paddestoelen (Rapport PPO 2006-11) - 16
eetbare paddestoelen - plantenziekteverwekkende schimmels - lecanicillium fungicola - gewasbescherming - plantextracten - toepassingsdatum - dosering - edible fungi - plant pathogenic fungi - plant protection - plant extracts - application date - dosage
Het doel van dit project is te onderzoeken of een aantal plantenextracten meer effectief zijn tegen droge mollen dan eerder onderzochte plantenextracten. Tevens zal dit onderzoek zicht richten op de ontwikkeling van de meest optimale concentratie en formulering van de plantenextracten die het meest effectief zijn tegen droge mollen. Daarnaast zal onderzocht worden welk toedieningstijdstip het meest optimale effect geeft. De resultaten van dit project laten zien dat de toediening van plantenextracten in doseringen van 2 tot 4% effectief zijn ter bestrijding van droge mollen. Het twee maal toepassen van een plantenextract, dat bij de vliegen zeer effectief is, bleek bij droge mollen ook effectief te zijn, maar reduceerde de opbrengst aanzienlijk. Een selectie van plantenextracten is echter wel geschikt voor verdere ontwikkeling tot een bestrijdingsmiddel van droge mollen. Één van de plantenextracten geeft, in een eenmalige toepassing, een reductie van het aantal droge mollen met 80 %.
Tussenevaluatie nota Duurzame Gewasbescherming: Gewasbescherming per sector en doorkijk naar 2010 : knelpunten, geïntegreerde maatregelen, emissiebeperking, kosten en een algemene beschouwing
Spruijt, J. ; Wal, E. van der; Haan, J.J. de; Rovers, J.A.J.M. ; Kool, S.A.M. de; Boer, M. de; Hiemstra, J.A. ; Kuik, A.J. van; Heijne, B. ; Helsen, H.H.M. ; Beerling, E.A.M. ; Rutjens, A.J. - \ 2006
Den Haag : LEI (LEI / Rapport ) - 59
gewasbescherming - geïntegreerde bestrijding - duurzaamheid (sustainability) - kosten - emissie - plant protection - integrated control - sustainability - costs - emission
Praktijknetwerk gewasbescherming (3)
Baar, J. ; Rutjens, A.J. - \ 2006
Paddestoelen : onafhankelijk vakblad voor Nederland en België 2006 (2006)1. - ISSN 1380-359X - p. 9 - 9.
netwerken (activiteit) - informatieverspreiding - paddestoelen - champignonbedrijven - gewasbescherming - networking - diffusion of information - mushrooms - mushroom houses - plant protection
Tijdens de derde bijeenkomst van het praktijknetwerk gewasbescherming champignonteelt heeft ir. J.G. Mulder van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) uitgebreid verteld hoe bestrijdingsmiddelen worden toegelaten
Perspectieven voor bestrijding van Verticillium fungicola in de champignonteelt
Baar, J. ; Rutjens, A.J. ; Kogel, W.J. de; Zijlstra, C. - \ 2005
gewasbescherming - paddestoelen - lecanicillium fungicola - plantenziekteverwekkende schimmels - vectoren - megaselia halterata - biologische bestrijding - biopesticiden - moleculaire detectie - plant protection - mushrooms - plant pathogenic fungi - vectors - biological control - microbial pesticides - molecular detection
Voor de bestrijding van Verticillium fungicola in de champignonteelt is een moleculaire detectietest ontwikkeld. Daarnaast zijn nieuwe biologische gewasbeschermingsmiddelen tegen Verticillium fungicola en Megaselia halterata in ontwikkeling
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.