Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 169

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: metisnummer==1018461
Check title to add to marked list
Inventarisatie, voorkoming en bestrijding van fytoplasma en zijn vector in Muscari. Voortgezet diagnostisch onderzoek 2010/2011
Vink, P. ; Leeuwen, P.J. van; Pham, K.T.K. - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF - 13
bloembollen - muscari - phytoplasma - bacteriën - cicadellidae - vectoren, ziekten - vectorbestrijding - heetwaterbehandeling - imidacloprid - ornamental bulbs - bacteria - disease vectors - vector control - hot water treatment
Bij de broei van Muscari op pot kwamen vanaf 2007 veel klachten voor van ongelijke beworteling en ongelijke gewasontwikkeling uit ogenschijnlijk volkomen gezonde Muscaribollen. Aanvankelijk werd gedacht aan schade door herbiciden of het moment van rooien van de Muscaribollen voorafgaande aan het broeiseizoen. Uit (voortgezet) diagnostisch onderzoek bleek dat daarvan geen sprake was. In 2010 bleek uit diagnostisch onderzoek dat in Muscaribollen met achterblijvende beworteling en groei in de broeierij regelmatig fytoplasma kon worden aangetoond. In 2010 is ook fytoplasma in Scilla mischtschenkoana aangetoond met vergelijkbare symptomen als bij Muscari en hyacinten. Daarmee werd duidelijk dat bij Muscari, en incidenteel ook Scilla, sprake kan zijn van zogenaamde “Lissers” zoals we dit ook kennen bij hyacinten.Om meer inzicht te krijgen in deze voor Muscari nieuwe ziekte en om na te gaan of fytoplasma’s in Muscaribollen zijn te bestrijden is voortgezet diagnostisch onderzoek uitgevoerd. Daarbij zijn via verschillende kanalen extra monsters Muscari’s uit de broeierij verzameld en middels PCR-technieken getoetst op fytoplasma’s. Het bleek dat in veel partijen Muscaribollen die op zogenaamde “luwe tuinen” waren geteeld in de broeierij regelmatig sprake was van achterblijvende planten waarin fytoplasma kon worden aangetoond. Het betrof steeds het fytoplasma dat tot de Aster Yellows Group (16Sr-I) behoorde. Dit is dezelfde groep fytoplasma die bij hyacint “Lissers” kan veroorzaken. Het werd duidelijk dat het probleem van een fytoplasma-besmetting in partijen Muscaribollen groter was dan men aanvankelijk dacht. Dit maakt het dan ook noodzakelijk dat tijdens de bollenteelt van Muscari extra aandacht wordt geschonken aan de bestrijding van dwergcicaden, de vector van fytoplasma. Daarom is in 2010 een vakbladartikel gepubliceerd in BloembollenVisie om de bollentelers van Muscaribollen te informeren over de nieuwe ziekte waardoor ze in het lopende groeiseizoen nog in staat waren om maatregelen te nemen tegen (dwerg)cicaden.In 2010 en 2011zijn ook slecht bewortelde Muscaribollen uit de broeierij verzameld om na te gaan of met behulp van een warmwaterbehandeling fytoplasma is te doden. Ook is nagegaan of een boldompeling vóór het planten in imidacloprid (Admire) effectief beschermend kan werken tegen dwergcicaden waardoor de overdracht en verspreiding van fytoplasma’s in Muscari tijdens de bollenteelt kan worden voorkomen. Het bleek dat een warmwaterbehandeling van 2 uur bij 43,5ºC geen meetbare dodingseffect had op fytoplasma. Van deze cultuurkook mag in de praktijk dus niets worden verwacht ten aanzien van de doding van fytoplasma in Muscaribollen. Ook een warmwaterbehandeling van 4 uur 45ºC gaf geen volledige doding van fytoplasma in Muscari. Of imidacloprid (Admire) een effect heeft gehad op het besmet raken van Muscaribollen door fytoplasma is onduidelijk gebleven. Tijdens de veldproef was het niet mogelijk voldoende ziektedruk aan te leggen voor overdrachtsexperimenten De conclusie is dan ook dat een warmwaterbehandeling van leverbare Muscaribollen geen voldoende oplossing biedt om een besmetting met fytoplasma te bestrijden. Vooralsnog is dus de beste methode om een besmetting met fytoplasma te voorkomen door middel van perceelkeuze het gewas tijdens de bollenteelt vrij te houden van dwergcicaden zodat deze de fytoplasma niet kunnen overdragen op het Muscarigewas.
Vroege bloemverdroging bij narcis cultivar Bridal Crown
Vink, P. ; Vreeburg, P.J.M. ; Leeuwen, P.J. van - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF - 9
narcissus - bloembollen - verdroging - bloemen - afwijkingen - diagnostiek - landbouwkundig onderzoek - ornamental bulbs - desiccation - flowers - abnormalities - diagnostics - agricultural research
In de zomer van 2011 bleek dat in een aanzienlijk aantal partijen narcisbollen van cultivar Bridal Crown sprake was van vroege bloemverdroging. Daarbij was na de oogst van de bollen sprake van een ver ontwikkelde spruit met deels of volledig verdroogde bloemknoppen. Uitwendig zagen de bollen er steeds volkomen normaal en gezond uit waardoor het zowel voor de teelt als de handel lastig tot onmogelijk was om de gezondheid en gebruikswaarde van de partijen goed vast te stellen. Als eenmaal vroege bloemverdroging bij de handel was vastgesteld dan werd de partij meestal terug gestuurd naar de teler om als plantgoed te kunnen worden opgeplant. Bij narcissen is vroege bloemverdroging echter een zeer uitzonderlijk fenomeen waarvan de oorzaak tot nu toe onbekend is. Omdat het soms om aanzienlijke percentages vroege bloemverdroging ging is op verzoek van zowel telers als bloembollenhandelaren geprobeerd om de oorzaak te achterhalen. Daartoe zijn van zowel partijen Bridal Crown met en zonder vroege bloemverdroging verschillende partijgegevens verzameld bij diverse bloembollentelers en met elkaar vergeleken. Ook zijn weerkaarten met temperatuur- en neerslaggegevens van het KNMI opgevraagd en beoordeeld. Het bleek uit de verzamelde gegevens van diverse telers van Bridal Crown, en uit de weerkaarten van het KNMI, dat bij zowel de partijen met als zonder vroege bloemverdroging sprake was geweest van droge en warme omstandigheden in het voorjaar van 2011. Dus warmte en droogte konden niet de enige oorzaak zijn van de vroege bloemverdroging. Narcisbollen van Bridal Crown worden bovendien normaliter langdurig warm en droog bewaard zonder dat problemen met verdroogde bloemen in de bol ontstaan. Wel werd duidelijk dat sommige telers van partijen met vroege bloemverdroging hun bollen wat minder diep hadden geplant dan gemiddeld, waardoor een zekere invloed van een hogere bodemtemperatuur de ontwikkeling (in de grond) van de bloemknoppen in de bol kan hebben beïnvloed. Bij narcis vindt de bloemaanleg vanaf mei plaats en is bij rooien veelal al voltooid. Ook bleek dat in de maanden juli en augustus 2011 sprake was geweest van uitzonderlijk veel regenval waardoor percelen met bloembollen soms blank moeten hebben gestaan of op zijn zachts gezegd erg nat zijn geweest. Metname in het teeltgebied in Noord Holland, waar de meeste problemen met vroege bloemverdroging waren vastgesteld, is sprake geweest van extreme nattigheid tot wel 116 mm neerslag meer dan normaal, met half juli meer dan 50mm op één dag. Zonder 100% bewijs in handen te hebben bestaat wel een sterk vermoeden dat hoogstwaarschijnlijk onder invloed van droogte en warmte in het voorjaar van 2011 de bloemknopontwikkeling gemiddeld verder is geweest dan normaal. Dit kan helaas niet worden gestaafd aan andere informatie omdat nog nooit systematisch de bloemontwikkeling bij Bridal Crown tijdens het teeltseizoen is gevolgd en vastgelegd. De verschijnselen van vroege bloemverdroging zijn mogelijk daarna ontstaan onder invloed van extreme regelval en uitzonderlijk natte grond in juli en augustus (de periode kort vóór het rooien) waardoor mogelijk een vorm van verstikking is opgetreden en de bloemknoppen vroeg (direct na het rooien) zijn gaan verdrogen. Op basis van dit vermoeden is het advies aan telers van narcissen cv. Bridal Crown om de bollen voldoende diep te planten zodat warmte en droogte minder effect heeft op de bloemknopontwikkeling. Neerslag is helaas niet te sturen, maar een goede structuur van de grond en voldoende afwatering van een perceel kunnen wel helpen om te natte omstandigheden zo veel mogelijk te beperken.
Onderzoek naar de veroorzakers van vruchtrot bij peren (Conference) in de lange bewaring
Wenneker, M. ; Bruine, J.A. de; Vink, P. ; Pham, K.T.K. - \ 2013
Randwijk : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit (PPO 2013-05) - 19
fruitteelt - pyrus communis - vruchtrot - plantenziekteverwekkende schimmels - cadophora - neofabraea - landbouwkundig onderzoek - bewaarziekten - fruit growing - fruit rots - plant pathogenic fungi - agricultural research - storage disorders
In de lange bewaring van peren wordt regelmatig zeer zware uitval door vruchtrot geconstateerd. Deze bewaarverliezen kosten de teler en bewaarders veel geld. Het is onbekend waar deze rot door veroorzaakt wordt. Door Wageningen UR, PPO Bollen Boomkwekerij & Fruit is een groot aantal perenmonsters onderzocht op de mogelijke veroorzakers. Uit het onderzoek blijkt dat twee schimmel geslachten als hoofdveroorzaker van vruchtrot bij peren aangewezen kunnen worden. Dat zijn Cadophora, de veroorzaker van visogen, en Neofabraea, de veroorzaker van lenticelspot. Om welke soorten binnen deze schimmel geslachten het precies gaat moet verder onderzocht worden. Cadophora lijkt in partijen meer uitval te geven dan Neofabraea. In een aantal gevallen werd meer dan 60% uitval vastgesteld. Ook werden in monsters soms beide schimmels aangetroffen. Goede bestrijdingsadviezen kunnen nog niet geven worden. Kennis over de levenswijze en infectiemomenten van de schimmels is daarvoor ontoereikend.
Onbekende bodemafwijking bij leliebollen : voortgezet diagnostisch onderzoek 2011/2012
Vink, P. ; Dees, R.H.L. - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving BBF - 9
lilium - lelies - bollen - bacterieziekten - verkleuring - symptomen - landbouwkundig onderzoek - lilies - bulbs - bacterial diseases - discoloration - symptoms - agricultural research
In de handel worden sinds 2005 af en toe partijen leliebollen aangetroffen waarbij sprake is van een onbekende bodemafwijking. Daarbij is sprake van glazige bolschubben die aan de basis geelachtig verkleurd zijn. Bij aansnijden van de bolbodem blijkt deze lichtbruin tot geelachtig verkleurd te zijn. Bollen met genoemde symptomen worden meestal uit de partij verwijderd of de bollen gaan in de bewaring verloren. Uit het afwijkende bolbodem- en schubweefsel zijn tot nu toe geen schimmels geïsoleerd en ook zijn nooit virussen aangetoond. Wel zijn regelmatig bacteriën gevonden. Om na te gaan om welke bacterieën het gaat en of ze werkelijk pathogeen zijn voor lelies is e.e.a. onderzocht in het kader van het voortgezet diagnostisch onderzoek.
Virusziekten bij het gewas Eucomis : voortgezet diagnostisc onderzoek 2011
Vink, P. ; Leeuwen, P.J. van; Pham, K.T.K. - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving BBF
eucomis - bloembollen - plantenvirussen - potyvirus - detectie - diagnostische technieken - symptomen - bemonsteren - ornamental bulbs - plant viruses - detection - diagnostic techniques - symptoms - sampling
Eucomis is een bolgewas die de laatste jaren belangrijker aan het worden is. Er is een toename in problemen waarbij virussen vermoedelijk een rol spelen. Daarbij is in de bollenteelt sprake van vermindere groei en bloei en in de broeierij is sprake van bladsymptomen waardoor de sierwaarde van de planten ernstig wordt benadeeld. Tot nu toe was niet duidelijk welke virus(sen) daarbij een rol spelen. Daarom zijn van een aantal belangrijke telers monsters Eucomisplanten verzameld met virussymptomen in het blad en is met behulp van ELISA- en PCR-technieken nagegaan of sprake is van een virusbesmetting en zo ja welke virus(sen) daarbij een rol speelden.
Bacterial cancer of plum trees (prunus domestica), caused by pseudomonas syringae pathovars, in the netherlands
Wenneker, M. ; Meijer, H. ; Maas, F.M. ; Bruine, A. de; Vink, P. ; Pham, K.T.K. - \ 2012
In: X International Symposium on Plum and Prune Genetics, Breeding and Pomology, Davis, California, USA May 20-25, 2012. - - p. 235 - 240.
In the Netherlands, bacterial canker in plum trees (Prunus domestica) is a serious and recent problem in plum production. Bacterial canker, caused by Pseudomonas syringae pv. syringae (Pss) and pv. morsprunorum (Psm), is a serious disease of stone fruit, and occurs in all major stone fruit producing areas of the world. The trunks of the affected plum trees are girdled by bacterial cankers resulting in sudden death of infected trees. Rapid tree death has been observed in several orchards 2-4 years after planting. Disease incidences can be very high, and sometimes complete orchards have to be removed. Recently, plum cultivation in the Netherlands has changed from a relatively extensive into an intensive cultivation. This was made possible by the use of a weak rootstock, Krymsk®1 (VVA-1). The lack of chemicals to fight bacterial diseases in the orchards created a need for alternative methods of disease control. To achieve this, methods such as prevention, biological control and plant resistance must be explored and control strategies to manage plum decline have to be developed. In 2010 a project was started to study the epidemiology and possible control of plum decline
Wordt nerfstrepenziekte in tulpen door een virusbesmetting veroorzaakt?
Vink, P. ; Pham, K.T.K. ; Lemmers, M.E.C. - \ 2012
Lisse : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving BBF - 12
tulpen - afwijkingen, planten - tabakskringvlekkenvirus - detectie - technieken - plantenvirussen - innovaties - monitoring - bemonsteren - tulips - plant disorders - tobacco ringspot virus - detection - techniques - plant viruses - innovations - sampling
Nerfstrepenziekte in tulpen is een verschijnsel waarbij de planten te kort blijven, de bladeren soms krom en gedraaid groeien en necrotische strepen zichbaar zijn rond de nerven nabij de bladoksels. Daardoor ontstaat soms veel economische schade. Bij nerfstrepenziekte wordt vanuit oud virologisch onderzoek vermoed dat sprake is van een besmetting met het tobacco ringspot virus (TRSV) zonder dat een directe relatie voldoende duidelijk is aangetoond. Intussen zijn de detectietechnieken om virussen aan te tonen de laatste jaren aanzienlijk gevoeliger en beter geworden zodat er meer mogelijkheden bestaan om te achterhalen welk virus mogelijk een rol speelt bij de verschijnselen van nerfstrepenziekte. In het broeiseizoen 2010/2011 werden verschillende monsters tulpen met verschijnselen van nerfstrepenziekte aangeboden voor diagnostisch onderzoek. Dit leek een goed moment om nog eens na te gaan of werkelijk sprake was van een virusbesmetting. Daartoe zijn 12 verschillende monsters tulpen verzameld en met behulp van PCR-technieken getoetst op aanwezigheid van virussen. Daarnaast is plantensap uit een aantal monsters tulpen verzameld en op zogenaamde toetsplanten aangebracht zodat een eventuele virusbesmetting zichtbaar gemaakt kon worden.
Control of Dieback, Caused by Eutypa lata, in Red Currant (Ribes rubrum) and Gooseberry (Ribes uva-crispa) in the Netherlands
Wenneker, M. ; Steeg, P.A.H. van der; Vink, P. ; Brouwershaven, I.R. van; Raak, M. van - \ 2012
In: Proceedings of the Tenth International Rubus and Ribes Symposium. - I.S.H.S. - ISBN 9789066052086 - p. 225 - 230.
Over decades, growers in the Netherlands have problems with a disease that causes dying branches and stem cankers in red currant. For many years it was assumed that this disease was related to fungi such as Nectria cinnabarina, Phomopsis spp. and the insect Synanthedon tipuliformis. However, recently it was found by Applied Plant Research and the Plant Protection Service that the causal organism is the fungus Eutypa lata. The disease is considered of major economic importance, especially as red currant growing is rapidly expanding in the Netherlands. E. lata was identified with three detection methods (visual, plating and DNA). Symptoms of E. lata do not usually appear until currant plants are at least three to four years old. These cankers are always associated with old pruning wounds. Eventually, the entire branch is killed. High disease incidences and annual losses of 10% to 30% of the productive branches are reported. In some cases entire fields have to be replanted. E. lata is well known as one of the most destructive diseases of grapevines (Vitis vinifera). The importance of this disease in currant growing was not known. Research is focusing on the evaluation of control measures; e.g. chemical and biological control treatment of pruning wounds, and disease management such as sanitation practices. Also, the epidemiology of E. lata is studied. High densities of ascospores of E. lata were found in a spore trap placed in a red currant field in the Netherlands. In the subsequent field survey fruiting structures (stromata) and ascospores were found on dead infected red currant wood.
Bacterial canker of plum trees (Prunus domestica), caused by Pseudomonas syringae pathovars, in the Netherlands. In:
Wenneker, M. ; Meijer, H. ; Bruine, J.A. de; Vink, P. ; Pham, K.T.K. - \ 2012
Bacterial canker of plum caused by Pseudomonas syringae pathovars, as a serious threat for plum production in the Netherlands
Wenneker, M. ; Janse, J.D. ; Bruine, A. de; Vink, P. ; Pham, K.T.K. - \ 2012
Journal of plant pathology - Formerly Rivista di patologia vegetale 94 (2012)S1. - ISSN 1125-4653 - p. s11 - s13.
In the Netherlands, bacterial canker of plum trees (Prunus domestica) caused by Pseudomonas syringae pathovars syringae and morsprunorum is a recent and serious problem. The trunks of the affected plum trees are girdled by cankers resulting in relatively sudden death of the trees 1 to 4 years after planting. Disease incidence can be very high, and sometimes complete orchards have to be removed. Recently, plum cultivation in the Netherlands has changed from a relatively extensive into an intensive cultivation. However, due to the risks of losses of trees due to bacterial canker, growers are reluctant to plant new orchards. In general, nurseries and fruit growers are not familiar with bacterial diseases and lack knowledge to prevent infections. Therefore, control strategies to manage plum decline have to be developed.
Peter Vink : 'combinatie diagnostiek en advies sterk punt PPO'
Dwarswaard, A. ; Vink, P. - \ 2012
BloembollenVisie 2012 (2012)252. - ISSN 1571-5558 - p. 40 - 41.
bloembollen - plantenziekten - plantenplagen - diagnostische technieken - landbouwkundig onderzoek - wetenschappers - ornamental bulbs - plant diseases - plant pests - diagnostic techniques - agricultural research - scientists
Na veertig jaar neemt Peter Vink afscheid van het bloembollenonderzoek. Tussen 1972 en 2012 werkte hij in verschillende functies van het toenmalige LBO en nu PPO, waarvan het langst bij het diagnostisch onderzoek. Met zijn vertrek komt er voorlopig ook een einde aan de serie Ziek en zeer. Het diagnostisch werk blijft bij PPO.
Ziek en Zeer : Ornithogalum-mozaïkvirus oorzaak virusziekte in Eucomis
Vink, P. - \ 2012
BloembollenVisie 2012 (2012)251. - ISSN 1571-5558 - p. 23 - 23.
eucomis - bloembollen - virusziekten - potyvirus - symptomen - diagnostiek - ornithogalum-mozaïekvirus - ornamental bulbs - viral diseases - symptoms - diagnostics - ornithogalum mosaic virus
De laatste jaren zien we in de bollenteelt en broei van Eucomis een toename in problemen van verminderde groei en bloei en afwijkende bladsymptomen waardoor de sierwaarde ernstig wordt verstoord. De problemen werden in verband gebracht met een virusbesmetting, maar tot nu toe was echter niet bekend welk virus daarbij een rol speelde. Met PCR-technieken en toetsplantenonderzoek is nader onderzoek gedaan. In zieke planten kon steeds het Ornithogalum-mozaïekvirus worden aangetoond. Dit is de laatste aflevering van de serie Ziek en zeer.
Overdracht en bestrijding fytoplasma's ("Lissers") bij hyacint in 2011
Vreeburg, P.J.M. ; Korsuize, C.A. ; Kock, M.J.D. de; Pham, K.T.K. ; Vink, P. - \ 2012
Ziek en Zeer : Oorzaak vroege bloemverdroging 'Bridal Crown' nog niet helemaal duidelijk
Vink, P. - \ 2012
BloembollenVisie 2012 (2012)248. - ISSN 1571-5558 - p. 23 - 23.
narcissus pseudonarcissus - bloembollen - verdroging - cultivars - weersbeïnvloeding - regen - schade - landbouwkundig onderzoek - ornamental bulbs - desiccation - weather control - rain - damage - agricultural research
Bij de bollenteelt van narcissen van met name 'BridalCrown' bleek in de zomer van 2011 dat soms sprake was van vroege bloemverdroging. Middels een enquête bij gededupeerde bollentelers is nageggaan wat een mogelijke oorzaak zou kunnen zijn geweest. Het aanvankelijke idee dat het warme en droge voorjaar er debet aan zou kunnen zijn geweest is echter niet bevestigd. Wel zijn aanwijzingen verkregen dat de extreme regenval in juli 2011 op sommige percelen een rol heeft gespeeld bij het vroeg verdrogen van de bloemen.
Ziek en Zeer : Tulpengalmijt niet te detecteren bij tulpenoogst
Vink, P. - \ 2012
BloembollenVisie 2012 (2012)247. - ISSN 1571-5558 - p. 23 - 23.
bloembollen - tulpen - aceria tulipae - detectie - behandeling na de oogst - besmetting - monitoring - landbouwkundig onderzoek - ornamental bulbs - tulips - detection - postharvest treatment - contamination - agricultural research
Bij onderzoek naar het hoe en in welke vorm tulpengalmijt tijdens de oogst met tulpenbollen in de bewaring terecht kan komen is gebleken dat dit in representatieve monsters niet is te detecteren. Dit lijkt een bevestiging voor het algemene idee dat de grote meerderheid van de bollen zijn besmetting tijdens de bollenteelt kwijt raakt. Een eventuele bestrijding van tulpengalmijt is dus het meest effectief in de eerste weken na de oogst, omdat dan maar weinig galmijten hoeven worden gedood.
De rol van Phytophthora bij scheut- en stengelrot in pioenroos
Slootweg, G. ; Vink, P. ; Berg, H. van den - \ 2012
phytophthora - phytophthora cactorum - paeonia - rottingsschimmels - plantenziekten - plantenziektebestrijding - plantenziekteverwekkende schimmels - gewasbescherming - decay fungi - plant diseases - plant disease control - plant pathogenic fungi - plant protection
Poster met onderzoeksinformatie. In de teelt van pioenrozen vallen jonge scheuten vlak na opkomst weg. Het is niet duidelijk of Phytophthora altijd de oorzaak van de uitval is.
Ziek en Zeer : Oorzaak nerfstrepenziekte in tulp vrijwel zeker geen virus
Vink, P. - \ 2012
BloembollenVisie 2012 (2012)246. - ISSN 1571-5558 - p. 28 - 28.
tulpen - afwijkingen, planten - forceren van planten - oorzakelijkheid - landbouwkundig onderzoek - tests - bemonsteren - bloembollen - tulips - plant disorders - forcing - causality - agricultural research - sampling - ornamental bulbs
Nerfstrepenziekte is in de broeierij van tulpen een ziekte waarvan tot nu toe werd vermoed dat een besmetting met het tabakskringvlekkenvirus een rol zou spelen. Toch was daar vanuit het onderzoek nooit overtuigend bewijs voor gevonden. Omdat de laatste jaren veel betere detectietechnieken voor virussen zijn ontwikkeld en zijn toe te passen is nagegaan of bij nerfstrepenziekte werkelijk sprake is van een virusbesmetting. Het bleek dat geen virussen in tulpen met nerfstrepenziek konden worden aangetoond. Daarmee lijkt vrijwel zeker dat het nerfstrepenziekte in tulpen niet door tabakskringvlekkenvirus wordt veroorzaakt.
Ziek en Zeer : Monitoring dwergcicaden in hyacintenveld
Vink, P. - \ 2012
BloembollenVisie 2012 (2012)245. - ISSN 1571-5558 - p. 23 - 23.
hyacinthus - bloembollen - cicadelloidea - vectoren, ziekten - macrosteles sexnotatus - detectie - landbouwkundig onderzoek - ornamental bulbs - disease vectors - detection - agricultural research
Vanaf 2007 zien we jaarlijks problemen in de broeierij met zogenoemde 'Lissers' in hyacinten, veroorzaakt door een besmetting met fytoplasma's. Deze ziekteverwekker wordt tijdens de bollenteelt overgebracht door (dwerg)cicaden. Van belang leek het om na te gaan hoe vroeg in het seizoen deze insecten in Nederland actief rondvliegen en dus mogelijk ook in staat zijn om fytoplasma's te verspreiden. Het bleek dat dwergcicaden al in april waren te vangen. Dit is aanzienlijk vroeger dan werd gedacht en dus is het van belang om de juiste keuzes te kunnen maken bij bestrijding van deze insecten.
Ziek en Zeer : bollenmijt in gladiool vraagt om alertheid
Vink, P. - \ 2012
BloembollenVisie 2012 (2012)244. - ISSN 1571-5558 - p. 25 - 25.
gladiolus - bloembollen - mijtenbestrijding - aantasting - ziektebestrijding - gewasbescherming - agrarische bedrijfsvoering - ornamental bulbs - mite control - infestation - disease control - plant protection - farm management
In dit artikel over het voortgezet diagnostisch onderzoek bij PPO een verslag van het onderzoek naar de gebruikswaarde van gladiolenknollen die door bollenmijten zijn aangetast. Een dergelijke aantasting wordt soms aangetroffen wanneer knollen worden geteeld op een perceel waar lelies als voorvrucht ook aangetast zijn geweest door bollenmijt. Uit het onderzoek is gebleken dat door bollenmijt aangetaste gladiolenknollen na een behandeling met pirimifos-methyl een goede gebruikswaarde hebben voor de bloementeelt
Ziek en Zeer : Augustaziek in tulpen dit jaar een actueel probleem
Vink, P. - \ 2012
BloembollenVisie (2012)243. - ISSN 1571-5558 - p. 24 - 25.
tulpen - plantenvirussen - tabaksnecrosevirus - epidemiologie - ziekteoverdracht - bestrijdingsprogramma's - landbouwkundig onderzoek - bloembollen - tulips - plant viruses - tobacco necrosis virus - epidemiology - disease transmission - control programmes - agricultural research - ornamental bulbs
De laatste weken wordt in de praktijk te velde veel augustaziek in tulpen waargenomen en worden aan PPO veel vragen gesteld over deze ziekte. Daarom in de serie Ziek en Zeer een artikel over de belangrijkste wetenswaardigheden van deze ziekte in de bollenteelt.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.