Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Records 1 - 16 / 16

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    • alert
      We will mail you new results for this query: metisnummer==1043814
    Check title to add to marked list
    Overzicht aal marktbemonstering 2011-2017
    Keeken, O.A. van; Groot, P. ; Bakker, A. ; Hoek, R. ; Hoppe, M. van; Huijer, T. ; Koelemij, E. ; Hammen, T. van der; Wolfshaar, K. van de - \ 2018
    IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C079/18) - 21
    Europese Unie een Aalherstelplan aangenomen. In de nationale beheersplannen moet hiervoor worden aangegeven welke maatregelen voor herstel van het aalbestand worden ingevoerd en welke effecten die maatregelen op het aalbestand zullen hebben. Voor het aalherstelplan wordt Nederland verplicht de vangsten van beroepsvissers te registreren. Hiervoor moeten zowel de totale gevangen hoeveelheid aal als de samenstelling van de vangsten geregistreerd worden. Dit houdt in dat vangsten bij vissers door het hele land bemonsterd moeten worden. Dit datarapport geeft een samenvatting van de gegevens die verzameld zijn van aal bij beroepsvissers gedurende 2011-2017 voor lengtemetingen en 2009-2017 voor biologische gegevens. De gegevens worden gebruikt in de modellen die ten grondslag liggen aan het advies over de voortgang van het nationale aalbeheerplan voor Nederland. In deze rapportage worden lengtegegevens en biologische gegevens gepresenteerd uit de marktbemonstering aal. Voor de biologische gegevens worden lengte-gewicht relatie, aandeel mannetje vrouwtje, aandeel schieraal, aandeel zwemblaasparasiet en bepaling leeftijden van aal gepresenteerd. Deze gegevens worden gebruikt in de modellen om de effectiviteit van maatregelen in relatie tot beheerdoelen opgesteld door de Raad van de Europese Unie te evalueren. Deze modellen worden kort besproken.
    Staand want monitoring IJsselmeer en Markermeer survey- en datarapportage 2017
    Sluis, M.T. van der; Hoppe, M. van - \ 2018
    IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C025/18) - 17
    In oktober 2017 heeft een monitoring met staand want netten plaatsgevonden op het IJsselmeer en Markermeer. De doelstelling van deze monitoring is een beter beeld te krijgen van de populatie-opbouw van de visbestanden. De reguliere monitoring van vis in het open water (met de actieve vistuigen
    verhoogde boomkor en electrokor) lijkt met name selectief voor kleine vissen te zijn. Grotere vissen lijken in deze reguliere monitoring niet goed gevangen te worden. In het staand want monitoringsproject is bemonsterd met staand want netten met een breed scala aan maaswijdtes. Zodoende kan een breed
    scala aan vislengtes bemonsterd worden.
    De opzet van de monitoring was vergelijkbaar met de opzet van de uitvoering van de monitoring in 2016. Wat wel afweek ten opzichte van voorgaande jaren is de monitoringsperiode. Door problemen met de vergunningverlening in het kader van de Wet Natuurbescherming kon de monitoring dit jaar pas op
    10 oktober starten. Om tijd in te halen zijn er meer netten per dag gezet, maximaal vijf. De monitoringsperiode kon daardoor tot 3 weken beperkt blijven. Er is op 42 locaties gevist, met een gemiddelde sta-duur van de netten van 17 uur en 13 minuten. Ieder staand want net bestaat uit 17 panelen met maaswijdtes tussen 10-190 mm hele maas.
    In totaal zijn 7.623 vissen verdeeld over 12 soorten gevangen, verspreidt over het IJssel en Markermeer. De meest voorkomende soorten in de vangsten waren pos (Gymnocephalus cernuus, vangstaandeel in aantal 27%, lengterange 5-19 cm), baars (Perca fluviatilis, 26%, 5-44 cm), snoekbaars (Stizostedion
    lucioperca, 20%, 8-70 cm) en (spiering (Osmerus eperlanus, 15%, 5-21 cm).
    Elk paneel van het staand want net heeft een eigen selectiviteitscurve, ofwel maar een beperkt deel van de vislengtes van een soort kan gevangen worden. De curves van de verschillende panelen overlappen, waardoor bepaalde lengtes meer kans hebben gevangen te worden dan andere lengtes. Hiervoor moet in
    verdere analyses gecorrigeerd worden. De analyse voor deze overlap in selectiecurves, met een correctiefactor als resultaat, worden gepresenteerd voor de vier commerciële soorten baars, snoekbaars, blankvoorn (Rutilus rutilus) en brasem (Abramis brama). De correctiefactor is vervolgens gebruikt om de
    gegevens om te zetten naar lengte-frequenties. Op basis van de resultaten van de eerste 4 monitoringsjaren is de toegepaste analysemethodiek
    geëvalueerd. In voorgaande jaren is voor het berekenen van de correctiefactor en bij berekening van de vangstinspanning per maaswijdte altijd gecorrigeerd voor de netlengte. Alhoewel de eerder toegepaste correctie voor netlengte in principe juist is, lijkt het bij nader inzien beter om voor netoppervlakte te corrigeren. Daarnaast was bij het schatten van de lengte frequentie (LF) verdeling ten onrechte alleen rekening gehouden met de vangstselectiviteit en niet met het netoppervlak van de verschillende netten. Vooral deze tweede wijziging in de analysemethodiek heeft veel effect op LF-verdelingen met een substantieel aandeel grote vis. Aangezien bovenstaande wijzigingen een realistischer beeld van de werkelijke LF-verdeling lijken te geven is bij dit rapport overgestapt op deze aangepaste analysemethodiek. In 2018 zal ook de surveymethodiek worden geëvalueerd. De LF schattingen voor de vier commerciële soorten, op basis van deze aangepaste analysemethodiek, worden in dit rapport getoond. De LF schattingen voor de voorgaande jaren (2014-2016) zijn ook met de aangepaste methodiek opnieuw berekend. Tussen de verschillende jaren zijn er enige jaar-op-jaar variaties in de LF verdelingen te zien.
    Voor brasem en blankvoorn bestaat onzekerheid over de representativiteit van de monitoringsresultaten voor wat betreft de populatie-opbouw van het brasembestand. Vanuit de gecorrigeerde lengte-frequentieverdeling is het percentage snoekbaarsbiomassa groter dan 40 cm (KRW-maatlat) in IJsselmeer en Markermeer geschat op 3.6 % van de totale biomassa aan snoekbaars in beide meren. Dit is substantieel lager dan de berekening op basis van de LF schatting met de oude methodiek.
    Bijvangst door innovatieve visserijmethoden voor wolhandkrab op het IJsselmeer
    Jongbloed, R.H. ; Hoppe, M. van; Hal, R. van - \ 2017
    IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C057/17) - 70
    Selectieve twinrig op platvis : verminderen van bijvangst en verhogen van overlevingskansen van discards
    Marlen, B. van; Molenaar, P. ; Dammers, M. ; Hoppe, M. van - \ 2016
    IMARES (Rapport / IMARES C179/15) - 66 p.
    Visserijbedrijf Snoek B.V. te Urk onderzocht in samenwerking met IMARES een aangepaste twinrig met als doel selectiever te vissen op met name schol en de bijvangst van ondermaatse vis te verminderen in anticipatie op de invoering van de aanlandplicht voor discard vis per 1 januari 2016. Het twinrig net was hiervoor aangepast met een schuin ontsnappingspaneel met vierkante mazen van 180 mm en een horizontaal stuk van ruitvormige mazen van 90 mm uitkomend in een loosgat.Na een eerste test van het net in week 48 met PVC stukken in het net, wat niet succesvol bleek, werden gedurende week 49 van 2015 12 trekken met het aangepaste net naast een conventioneel net bemon-sterd op discards zonder deze PVC stukken erin. Het nieuwe net bleek niet duidelijk minder discard vis, benthos en vuil te vangen.Verder werd de visverwerkingslijn van het te gebruiken schip SC25 “Evert Snoek’’ gedeeltelijk aangepast voor een efficientere en verbeterde verwerking van zowel vis als discards. In week 50 werden beschadig-ingsklassen en -scores bijgehouden van schol gehaald uit een aangepaste stortbak (met water en lucht-toevoer) vergeleken met een conventionele oude stortbak. Er bleek nog geen duidelijk verschil in beschadiging.Er werd ook onderzocht of de mogelijkheid bestaat om een gedeelte van het proces te automatiseren zodat de overlevingskans van de discards aanzienlijk kan worden verhoogd. Op 16/12/2015 werd door de leverancier van het geautomatiseerde vissorteersysteem een demonstratie dag georganiseerd voor de opdrachtgever en partners, waarbij IMARES was vertegenwoordigd. Het systeem bleek de volgende vissoorten afzonderlijk te kunnen herkennen als de vis niet op elkaar op de band ligt: 1) schar, 2) schol, 3) tongschar 4) overige. Het systeem biedt dan ook potentie om op zee het verwerkingsproces van verschillende vissoorten aanzienlijk te versnellen.
    Vermindering Discards Garnalenvisserij door Nataanpassingen (VDGN)
    Slijkerman, D.M.E. ; Dammers, M. ; Molenaar, P. ; Hammen, T. van der; Hoppe, M. van - \ 2016
    IMARES (Rapport / IMARES C169/15) - 74
    Toestand vis en visserij in de zoete Rijkswateren 2015 Deel III: Data
    Keeken, O.A. van; Hoppe, M. van; Boois, I.J. de; Graaf, M. de; Griffioen, A.B. ; Lohman, M. ; Os-Koomen, E. van; Westerink, H.J. ; Wiegerinck, J.A.M. ; Overzee, H.M.J. van - \ 2016
    IJmuiden : Wageningen Marine Research (Rapport / Wageningen Marine Research C116/16) - 543 p.
    zoet water - aquatische ecologie - vissen - monitoring - ijsselmeer - randmeren - rivieren - inventarisaties - fresh water - aquatic ecology - fishes - lake ijssel - rivers - inventories
    Natuurwaarden Borkumse Stenen: project aanvullende beschermde gebieden
    Bos, O.G. ; Glorius, S.T. ; Coolen, J.W.P. ; Cuperus, J. ; Weide, B.E. van der; Aguera Garcia, A. ; Leeuwen, P.W. van; Lengkeek, W. ; Bouma, S. ; Hoppe, M. van; Pelt-Heerschap, H.M.L. van - \ 2014
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C115.14) - 82
    noordzee - natura 2000 - bodemfauna - benthos - zand - natuurwaarde - north sea - soil fauna - sand - natural value
    In dit rapport wordt de bodemfauna in het gebied ‘Borkumse Stenen’ beschreven. Het gebied ‘Borkumse Stenen’ ligt ten noorden van Schiermonnikoog en grenst aan de zuidzijde aan het Nederlandse Natura 2000-gebied Noordzeekustzone en aan de oostzijde aan het Duitse Natura 2000-gebied ‘Borkum Riffgrund’, dat o.a. vanwege de aanwezigheid van habitattype H1170 (‘riffen’) is aangewezen.
    De ontwikkeling van niet beviste sublitorale mosselbanken 2009 - 2013
    Glorius, S.T. ; Rippen, A.D. ; Jong, M.L. de; Weide, B.E. van der; Cuperus, J. ; Bakker, A.G. ; Hoppe, M. van - \ 2014
    Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C109/14) - 57
    mosselteelt - biodiversiteit - mariene gebieden - bodemfauna - natuurwaarde - monitoring - noordzee - mussel culture - biodiversity - marine areas - soil fauna - natural value - north sea
    In de Nederlandse kustwateren vindt mosselbroedvisserij en mosselkweek plaats. Deze wateren herbergen echter belangrijke natuurwaarden en de meeste wateren zijn derhalve aangewezen als natuurgebied, wat Nederland verplicht om er voor te zorgen dat de natuurwaarden in deze gebieden in stand blijven. Verbetering van de kwaliteit van de natuurwaarden is vooral mogelijk ten aanzien van bodemfauna en de vorming van biogene structuren met mossels (en de daaraan geassocieerde biodiversiteit). Het is in de Waddenzee echter niet goed bekend hoe gesloten (i.e. onbeviste) sublitorale mosselbroedbanken zich ontwikkelen in de tijd en welke specifieke natuurwaarden ze herbergen. Om hier inzicht in te verkrijgen is een monitorprogramma opgesteld waarin gesloten sublitorale mosselbanken gevolgd werden. In dit eindrapport worden de resultaten van dit programma beschreven.
    Effecten van het rapen van oesters in de Waddenzee op de benthosgemeenschap en vogelpopulatie
    Glorius, S.T. ; Ens, B.J. ; Rippen, A.D. ; Chen, C. ; Hoppe, M. van; Weide, B.E. van der; Cuperus, J. - \ 2014
    Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C076/14) - 68
    oesterteelt - vergunningen - friesland - biodiversiteit - natura 2000 - waddenzee - monitoring - watervogels - foerageren - Nederland - oyster culture - permits - biodiversity - wadden sea - waterfowl - foraging - Netherlands
    Eind 2009 en begin 2010 zijn er door de Provincie Fryslân een 18-tal vergunningen verleend voor het experimenteel commercieel handmatig rapen van oesters voor een periode van 4 jaar. Omdat oesterrapen een nieuwe activiteit is in de Waddenzee is nog niet bekend of deze activiteit negatieve effecten heeft op Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen. Het gaat dan met name om habitattype H1140-A (Slik- en zandplaten, getijdengebieden) en verschillende vogelsoorten die foerageren op mossel- en oesterbanken.
    De ontwikkeling van niet beviste sublitorale mosselbanken 2009 - 2012
    Glorius, S.T. ; Rippen, A.D. ; Jong, M.L. de; Weide, B.E. van der; Cuperus, J. ; Bakker, A.G. ; Hoppe, M. van - \ 2013
    Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C199/13) - 56
    macrofauna - vogels - mossels - natuurwaarde - biodiversiteit - waddenzee - birds - mussels - natural value - biodiversity - wadden sea
    In de Nederlandse kustwateren vindt mosselzaadvisserij en mosselkweek plaats. Deze wateren herbergen echter belangrijke natuurwaarden en de meeste wateren zijn derhalve aangewezen als natuurgebied, wat Nederland verplicht om er voor te zorgen dat de natuurwaarden in deze gebieden in stand blijven. Verbetering van de kwaliteit is vooral mogelijk ten aanzien van bodemfauna en de vorming van biogene structuren met mossels (en de daaraan geassocieerde biodiversiteit). Het is in de Waddenzee echter niet goed bekend hoe gesloten (i.e. onbeviste) sublitorale mosselzaadbanken zich ontwikkelen in de tijd en welke specifieke natuurwaarden ze herbergen. Om hier inzicht in te verkrijgen is een monitorprogramma, welke loopt van 2010 t/m 2013, opgesteld waarin gesloten sublitorale mosselbanken gevolgd worden.
    Underwater video to assess starfish density effect on mussel bed stability
    Agüera García, A. ; Hoppe, M. van; Jansen, J.M. ; Schellekens, T. ; Smaal, A.C. - \ 2011
    Ecologische ontwikkeling in een voor menselijke activiteiten gesloten gebied in de Nederlandse Waddenzee
    Fey-Hofstede, F.E. ; Dankers, N.M.J.A. ; Meijboom, A. ; Leeuwen, P.W. van; Lewis, W.E. ; Hoppe, M. van; Jong, M.L. de; Dijkman, E.M. ; Cremer, J.S.M. - \ 2011
    Texel : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C136/10) - 41
    biodiversiteit - natuurbescherming - kwaliteitsnormen - waddenzee - biodiversity - nature conservation - quality standards - wadden sea
    De Nederlandse overheid heeft in november 2005 ten zuiden van Rottum een referentiegebied ingesteld om te voldoen aan de internationale verplichting dat voldoende grote gebieden in de Waddenzee worden aangewezen waarbinnen geen exploitaties en verstorende activiteiten mogen plaatsvinden. In dit referentiegebied wordt menselijke beïnvloeding met mogelijk negatieve effecten zoveel mogelijk beperkt. Het bestuderen van de ontwikkeling van een dergelijk referentiegebied is noodzakelijk om uitspraken te kunnen doen over de “favourable conservation status” van de rest van de Waddenzee ten aanzien van bepaalde activiteiten. In dit rapport wordt de ontwikkeling van de benthische mariene fauna en de ontwikkeling van enkele litorale mosselbanken, vier jaar na sluiting van het referentiegebied, weergegeven.
    De ontwikkeling van een niet beviste sublitorale mosselbank
    Dankers, N.M.J.A. ; Jansen, J.M. ; Jong, M.L. de; Kersting, K. ; Couperus, A.S. ; Hoppe, M. van; Brink, A.M. van den; Smit, C.J. ; Cervencl, A. ; Brinkman, A.G. - \ 2010
    Texel : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C114/10) - 64
    mossels - biodiversiteit - beweging in de bodem - visserij-ecologie - bodembiodiversiteit - bodemecologie - verstoring - bodemmonitoring - biologische monitoring - mussels - biodiversity - movement in soil - fisheries ecology - soil biodiversity - soil ecology - disturbance - soil monitoring - biomonitoring
    Het doel van het hier gepresenteerde onderzoek is om door middel van meerjarige monitoring in voor- en najaar inzicht te krijgen in de ontwikkeling van ongestoorde sublitorale mosselbanken en de daarmee geassocieerde biodiversiteit. Voor elk van de gesloten gebieden gelden de volgende vragen: 1. Hoe is de ontwikkeling van de mosselbank wanneer er geen bodemberoerende activiteiten plaatsvinden? Kijk hiervoor naar parameters als areaal, biomassa ontwikkeling, leeftijdsklassen van mosselen en aanwas als gevolg van nieuwe broedval 2. Hoe is de ontwikkeling van de geassocieerde biodiversiteit (flora en fauna). 3. Ontwikkelt zich na sluiting voor mosselzaad- en garnalenvisserij ook andere benthos dan tot dusver op mosselvoorkomens in de Waddenzee wordt aangetroffen.
    PRODUS 1 d: Rendement MZI zaad op percelen: effect van wegvissen van krabben - perceelproef 2009
    Kamermans, P. ; Jong, M.L. de; Hoppe, M. van - \ 2010
    Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C075/10) - 25
    mosselteelt - mossels - onderzoek - krabben (schaaldieren) - vangstsamenstelling - vismethoden - mussel culture - mussels - research - crabs - catch composition - fishing methods
    Verbeteren van het rendement van mosselzaad op percelen is een belangrijke factor die de duurzaamheid van de mosselkweek kan vergroten. Om meer inzicht te verkrijgen in het effect van behandelingen van kwekers op het rendement van MZI zaad zijn in 2009 meting en gedaan op percelen van verschillende ondernemers in de Waddenzee, waarbij de aandacht met name was gericht op rendement van MZI zaad in relatie tot de dichtheid van de krabben en het wegvangen ervan of de grootte van de MZI mosselen in die periode. De gepresenteerde resultaten blijken niet ondersteunend voor de hypothese dat het wegvissen van krabben het rendement van MZI zaad vergroot.
    Changes in the spatial distribution of North Sea plaice (Pleuronectes platessa) and implications for fisheries management
    Keeken, O.A. van; Hoppe, M. van; Grift, R.E. ; Rijnsdorp, A.D. - \ 2007
    Journal of Sea Research 57 (2007)2-3. - ISSN 1385-1101 - p. 187 - 197.
    wadden sea - juvenile flatfishes - predation risk - fish size - trawling disturbance - population-dynamics - temperature - growth - behavior - impacts
    To protect the main nursery area of plaice, an area called the `Plaice Box¿ was closed to trawl fisheries with large vessels in 1989, with the expectation that recruitment, yield and spawning stock biomass would increase. However, since then the plaice population has declined and the rate of discarding outside the Plaice Box has increased, suggesting an offshore shift in spatial distribution of juvenile plaice. Using research vessel survey data collected since 1970, the change in distribution of juvenile age groups was analysed in relation to the distance to the coast. Further, a comparison of the distribution of different length classes of plaice between three historic periods was made (1902¿1909; 1983¿1987; 1999¿2003). A shift towards deeper water of larger-sized plaice (20¿39 cm) is apparent already before the 1980s and may be related to the decrease in the number of competitors or predators. An offshore shift in the distribution of young plaice occurred in the 1990s most likely in response to higher water temperatures that may have exceeded the maximum tolerance range or increased the food requirements above the available food resources. A decrease in competition with larger plaice offshore, possibly in combination with increased inshore predation by cormorants and seals, may also have played a role. The offshore shift in distribution has reduced the effectiveness of the Plaice Box as a technical measure to protect the under-sized plaice from discarding, since an increased proportion of the population of undersized plaice is moving to the more heavily exploited offshore areas.
    Changes in the distribution of the North Sea plaice - Pleuronectes platessa -
    Hoppe, M. van; Rijnsdorp, A.D. ; Keeken, O.A. van - \ 2004
    onbekend : RIVO Biologie en Ecologie (Internal report / IMARES Wageningen UR 04.023) - 35
    mortaliteit - ruimtelijke verdeling - verandering - dozen - discards - mortality - spatial distribution - change - boxes
    The North Sea flatfish fisheries generate considerable numbers of discards, especially of plaice (Pleuronectes platessa). Their survival is very low. To reduce discard mortality, a partially closed area was established (“plaice box”) in 1989. The beam trawl fishery in this area was prohibited for vessels larger than 300 hp. Because the Plaice Box encompassed the major nursery grounds of North Sea plaice, it was expected that, at the same rate of exploitation, the introduction of the plaice box would enhance recruitment, yield and spaw-ning stock biomass. During an evaluation of the plaice box in 1999, it became clear that since 1989, the yield and spawning stock biomass had declined by about 40%. A possible explanation for this decline is that there has been a shift in the spatial distribution of North Sea plaice. It is possible that the young undersized plaice inhabit places further away from the coast so that the plaice box is not offering as much protection against discarding as originally supposed. The results showed that the spatial distribution of plaice has indeed changed in time.
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.