Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 94 / 94

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Voortgang realisatie nationaal natuurbeleid : technische achtergronden van een aantal indicatoren uit de digitale Balans van de Leefomgeving 2016
    Sanders, M.E. ; Wamelink, G.W.W. ; Wegman, R.M.A. ; Clement, J. - \ 2016
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 79) - 74
    ecologische hoofdstructuur - ecologie - ecosystemen - verdroging (milieu) - verzuring - depositie - natuurbeleid - ecological network - ecology - ecosystems - groundwater depletion - acidification - deposition - nature conservation policy
    The Dutch government is, together with its partners, taking measures to create a coherent network ofprotected nature areas and to improve environmental conditions. This in order to halt the decline in the areaof natural habitat and biodiversity and to improve their conservation status. The Government wants to stayinformed on the progress of this policy. The Netherlands Environmental Assessment Agency (PBL) has selectedindicators that should provide answers to the question: ‘What is the progress of the policy measures taken,especially for realising the nature network, improving the nature quality and the environmental conditions aswell?’ The selected indicators have been updated and analysed in order to assess this progress. This reportdescribes the results of the policy measures taken on the basis of the indicators, the technical setting of thedata and methods used to bring these indicators up to date and the reliability and acceptability of it
    30 vragen en antwoorden over zwavel
    Schils, René - \ 2016
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR - 68
    zwavel - zwavelmeststoffen - bemesting - uitspoelen - depositie - sulfur - sulfur fertilizers - fertilizer application - leaching - deposition
    Het Ministerie van Economische Zaken heeft de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet gevraagd de belangrijkste vragen en antwoorden over zwavel op toegankelijke wijze te beschrijven. Deze publicatie brengt het onderwerp zwavel voor het voetlicht.
    Functionele diversiteit mycorrhizaschimmels onder druk door stikstofdepositie
    Ozinga, W.A. ; Kuijper, Thomas - \ 2015
    Vakblad Natuur Bos Landschap 12 (2015)117. - ISSN 1572-7610 - p. 20 - 22.
    mycorrhizaschimmels - functionele biodiversiteit - stikstof - stikstofkringloop - depositie - ecosystemen - bosgebieden - mycorrhizal fungi - functional biodiversity - nitrogen - nitrogen cycle - deposition - ecosystems - woodlands
    Bosbodems kunnen veel verschillende ectomycorrhiza-vormende schimmels herbergen. In de herfst is een glimp van deze ondergrondse rijkdom te zien via de vorming van vruchtlichamen (‘paddenstoelen’). De ectomycorrhizaschimmels spelen een belangrijke rol bij onder andere de nutriëntenkringloop, de vastlegging van koolstof en de natuurlijke regeneratie van bomen. Hoge stikstofgehaltes in de bodem leiden echter tot een sterke afname van de abundantie en diversiteit aan mycorrhizaschimmels en dit kan doorwerken in het hele ecosysteem.
    Effecten van landschapselementen op de ammoniakdepositie in Natura 2000- gebieden
    Kros, J. ; Gies, T.J.A. ; Voogd, J.C.H. ; Vries, Wilco de; Aben, Jan ; Pul, Addo - \ 2015
    Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2689) - 37
    landschapselementen - landschap - ammoniak - depositie - overijssel - landscape elements - landscape - ammonia - deposition - overijssel
    Om het mogelijke effect van het aanbrengen van landschapselementen op de NHx (NH3 + NH4 +) depositie op Natura 2000-gebieden in te schatten, is door Alterra een aantal indicatieve berekeningen uitgevoerd voor de gehele provincie Overijssel. De berekeningen zijn uitgevoerd met het OPS-model van het RIVM. Het aanbrengen van een landschapselement van 50m breed rondom bedrijven, lijkt van de doorgerekende scenario’s het meestbelovend.
    Influence of adjuvants on the deposition of mancozeb
    Schepers, H.T.A.M. ; Evenhuis, A. ; Topper, C.G. - \ 2014
    Wageningen : Wageningen UR (vegIMPACT report 5) - 14
    solanum tuberosum - aardappelen - plantenziekten - oömycota - phytophthora infestans - fungiciden - mancozeb - hulpstoffen - depositie - indonesië - potproeven - nederland - solanum tuberosum - potatoes - plant diseases - oomycota - phytophthora infestans - fungicides - mancozeb - adjuvants - deposition - indonesia - pot experimentation - netherlands
    Verbetering spuittechniek in de teelt van potgrond : proof of principle toepassing Electrospray in de Glastuinbouw
    Agostinho, L.L. ; Os, E.A. van; Riemersma, T. ; Nederlof, M. ; Staaij, M. van der - \ 2014
    Wageningen : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1322) - 34
    glastuinbouw - gewasbescherming - groeiremmers - methodologie - spuiten - bestrijdingsmethoden - depositie - proeven - druppelstudies - dosering - effecten - greenhouse horticulture - plant protection - growth inhibitors - methodology - spraying - control methods - deposition - trials - droplet studies - dosage - effects
    ElectroHydroDynamische Atomisatie (EHDA) wordt ook wel “electrospraying” genoemd. Atomisatie is het proces van het uit elkaar vallen van een vloeistof in kleine druppeltjes. Een elektrisch veld wordt toegepast om het proces van druppelvorming (grootte van de druppels) te beïnvloeden en de druppeltjes een elektrisch lading mee te geven. De geladen druppeltjes stoten elkaar af waardoor een nevel ontstaat. Deze wordt aangetrokken door het gewas. Drie methoden van toepassen van gewasbeschermingsmiddelen zijn met elkaar vergeleken met behulp van een fluorescerende stof (Tinopal) op de bladeren van potplanten en chrysantenstek en bloemknoppen van roos: EHDA, conventioneel en een pulverisateur (rugketel). De verdeling van druppeltjes over de bladeren bij toepassing van EHDA is goed zowel bij de rozen als bij de potplanten en chrysantenstekken. Op de onderkant van de bladeren zijn echter geen druppletjes terecht gekomen. Dit heeft te maken met de grootte van de druppels, 200 micron. Deze zijn te zwaar om af te buigen naar de onderkant van de bladeren. Onderzoek in het verleden heeft aangetoond dat druppels met een kleinere diameter wel op de onderkant van de bladeren terecht komen. Bloemknoppen zijn opengemaakt om te kijken in hoeverre de druppeltjes in de knoppen zijn doorgedrongen. Bij toepassing van EHDA blijkt dit dieper te zijn dan bij de andere methoden.
    Hoe stikstof de vlinders laat stikken
    Wallis de Vries, M.F. - \ 2013
    Entomologische Berichten 73 (2013)4. - ISSN 0013-8827 - p. 158 - 163.
    lepidoptera - habitats - depositie - stikstof - natuurgebieden - terrestrische ecologie - milieufactoren - deposition - nitrogen - natural areas - terrestrial ecology - environmental factors
    De verstoring van de stikstofkringloop door de mens, via de productie van kunstmest en via industrie en verkeer, wordt als één van de grootste bedreigingen beschouwd voor de ecologische stabiliteit van de aarde. De atmosferische depositie van stikstof dringt tot ver in de natuurgebieden door. De effecten op de biodiversiteit zijn voor planten al goed onderzocht, maar de doorwerking op de dierenwereld is nog goeddeels onbekend. Dit artikel belicht de invloed op dagvlinders. De meeste soorten daarvan komen in stikstofarme milieus voor. Bij deze groep overheerst de neerwaartse trend, in tegenstelling tot soorten van stikstofrijkere milieus. Ook de afname in aantallen vlinders blijkt sterker te zijn met toenemende stikstofdepositie. Drie mechanismen lijken daarbij een rol te spelen: afname van voedselplanten, afname van voedselkwaliteit en afkoeling van het microklimaat in het voorjaar.
    Kosten en baten van terrestrische natuur: methoden en resultaten : achtergronddocument bij Natuurverkenning 2010-2040
    Leneman, H. ; Verburg, R.W. ; Heide, C.M. van der; Schouten, A.D. - \ 2013
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 278) - 76
    natuurbeheer - natuurgebieden - milieubeleid - depositie - kosten-batenanalyse - verdroging - koolstofvastlegging - biomassa productie - nature management - natural areas - environmental policy - deposition - cost benefit analysis - desiccation - carbon sequestration - biomass production
    Dit werkdocument gaat in op de methoden en resultaten van de kosten en baten uit de atuurverkenning 2010- 2040, die met terrestrische natuur samenhangen. De kosten- en batenberekeningen worden getoond voor de vier kijkrichtingen uit de Natuurverkenning. De kostenberekeningen omvatten aankoop en inrichting, beheer en maatregelen om de verdroging en de depositie tegen te gaan. De effecten op houtproductie, biomassaproductie en koolstofvastlegging vormen de batenberekeningen. Ook zijn de secundaire kosten en baten van de kijkrichtingen voor de land- en tuinbouw geschat.
    Efficiency of agricultural measures to reduce nitrogen deposition in Natura 2000 sites
    Kros, J. ; Gies, T.J.A. ; Voogd, J.C.H. ; Vries, W. de - \ 2013
    Environmental Science & Policy 32 (2013). - ISSN 1462-9011 - p. 68 - 79.
    stikstof - depositie - ammoniak - emissiereductie - landbouw - natura 2000 - overijssel - nitrogen - deposition - ammonia - emission reduction - agriculture - natura 2000 - overijssel - atmospheric ammonia - netherlands - woodland - farms
    This paper quantifies the efficiency of emission control measures in agriculture at landscape scale on the N deposition and critical N load exceedances in Natura 2000 sites. The model INITIATOR2 was run with spatially explicit farm data to predict atmospheric emissions of ammonia. These emissions were input of an atmospheric transport model to assess the N deposition in the Natura 2000 sites. Using the Dutch province of Overijssel as a case study, calculations for the year 2006 show that only 35% of the N deposition in the Natura 2000 sites were caused by agricultural NH3 emissions within the province. Comparatively most cost-efficient measures were low-emission application, followed by measures to reduce the protein content in feed. Relocating farms out of the Natura 2000 sites was very cost inefficient. Since critical N depositions of the Natura 2000 sites in Overijssel are largely exceeded in more than 90% of the area, the evaluated abatement measures were, however, not effective to reduce the area exceeding critical loads when only applied within the province Overijssel. Reductions of N deposition to a level below critical loads can only be achieved with the support of national and international emission reductions.
    Economisch perspectief van de PAS. Baten en kosten van de Programmatische Aanpak Stikstof in Natura 2000-gebieden
    Leneman, H. ; Michels, R. ; Wielen, P. van der; Oudendag, D.A. ; Helming, J.F.M. ; Deursen, W. van; Reinhard, A.J. - \ 2012
    Den Haag : LEI, onderdeel van Wageningen UR (Nota / LEI Wageningen UR : Onderzoeksveld Regionale economie & ruimtegebruik ) - 51
    natuurbescherming - natura 2000 - natuurgebieden - stikstof - depositie - intensieve veehouderij - ammoniakemissie - kosten-batenanalyse - milieubeheer - economische analyse - nature conservation - natura 2000 - natural areas - nitrogen - deposition - intensive livestock farming - ammonia emission - cost benefit analysis - environmental management - economic analysis
    De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), onderdeel van Natura 2000, is economisch voordelig voor ons land. Van 2013 tot 2020 zijn de economische baten zo'n 100-200 mln. euro/jaar hoger dan de kosten. De baten van de PAS voor de sectoren landbouw, industrie en verkeer en vervoer bedragen in die periode naar schatting 200 tot 300 mln. euro/jaar, terwijl de economische kosten op een kleine 100 mln. euro/jaar worden geschat. De PAS leidt tot duidelijkheid voor ondernemers. Die duidelijkheid levert economisch voordeel op. De veehouderij bij de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden kan zich blijven ontwikkelen, wat met name gunstig is voor de rundveehouderij. De PAS is daarnaast voor ondernemers gunstig, omdat ze minder on-derzoekskosten voor het verkrijgen van een Natuurbeschermingswetvergunning hoeven te maken. Andere baten van de PAS, die ontstaan bij de aanleg van wegen en in de industrie, blijken moeilijk te kwantificeren vanwege het ontbreken van voldoende gegevens.
    Overzicht van kritische depostiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000-gebieden
    Dobben, H.F. van; Bobbink, R. ; Bal, D. ; Hinsberg, A. van - \ 2012
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2397) - 68
    natuurgebieden - stikstof - emissie - natura 2000 - depositie - critical loads - habitats - natural areas - nitrogen - emission - natura 2000 - deposition - critical loads - habitats
    In dit rapport wordt een overzicht gegeven van concrete (unieke) kritische depositiewaarden voor stikstof voor de habitattypen en de (stikstofgevoelige) overige leefgebieden van soorten die in Natura 2000-gebieden worden beschermd. Hiertoe zijn de door de UNECE in 2010 vastgestelde kritische depositiewaarden voor stikstof nader gepreciseerd en (voor zover nodig) aangevuld, waarbij gebruik is gemaakt van modeluitkomsten en deskundigenoordeel. Het rapport is een actualisering en uitbreiding van een eerdere versie (Van Dobben en Van Hinsberg, 2008).
    Stikstofoverschot door bijvoeren van grazers
    Wamelink, G.W.W. ; Klimkowska, A. ; Dobben, H.F. van; Slim, P.A. ; Til, M. van - \ 2012
    Vakblad Natuur Bos Landschap 9 (2012)7. - ISSN 1572-7610 - p. 14 - 17.
    duingebieden - grote grazers - depositie - emissie - stikstof - habitats - begrazingsbeheer - bijvoeding - noord-holland - duneland - large herbivores - deposition - emission - nitrogen - habitats - grazing management - supplementary feeding - noord-holland
    In de Amsterdamse Waterleidingduinen wordt verruiging bestreden door het inscharen van runderen. Het bijvoeren van het vee in de winter zorgt voor een extra input van stikstof boven op de aanwezige atmosferische depositie. Het bijvoeren kan daardoor leiden tot een (verdere) overschrijding van de kritische depositie voor enkele gevoelige habitattypen zoals de grijze duinen.
    Effecten van stikstof op vogelsoorten in vogelrichtlijngebieden in Noord-Brabant
    Broekmeyer, M.E.A. ; Kros, J. ; Schotman, A.G.M. ; Kleunen, A. van; Wamelink, G.W.W. - \ 2012
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2359)
    natuurgebieden - depositie - emissie - stikstof - luchtverontreiniging - vogels - nadelige gevolgen - natura 2000 - critical loads - noord-brabant - natural areas - deposition - emission - nitrogen - air pollution - birds - adverse effects - natura 2000 - critical loads - noord-brabant
    Dit rapport geeft een ecologische onderbouwing van de mogelijke gevolgen van stikstofdepositie op vogelrichtlijnsoorten in de Noord-Brabantse vogelrichtlijngebieden. In de twaalf onderzochte vogelrichtlijngebieden komen 21 soorten voor die gebruik maken van stikstofgevoelig leefgebied. De leefgebieden zijn beschreven in de vorm van natuurdoeltypen met daaraan gekoppeld een kritische depositiewaarde (KDW) voor stikstof. Voor de jaren 1994, 2004 en 2009 is de stikstofdepositie berekend en hieruit blijkt dat in alle jaren de KDW wordt overschreden. Voor alle soorten is per vogelrichtlijngebied het aandeel leefgebied met een overschrijding van deze KDW vastgesteld en de lokale trend is achterhaald. Er is onderzocht of er mechanismen zijn die een correlatie tussen overschrijding van de KDW en de trend kunnen verklaren. Voor acht vogelsoorten is mogelijk sprake van een causale relatie tussen de trend en de KDW. Voor deze soorten is per gebied nader onderzocht of er daadwerkelijk sprake is van een causale relatie en of eventuele gevolgen door beheer ongedaan kunnen worden gemaakt. In vier gevallen kan niet uitgesloten worden dat stikstof heeft bijgedragen aan verslechtering van het leefgebied. Hierdoor zijn mogelijk de instandhoudingsdoelen niet gehaald. In de overige gevallen is geen sprake van een causale relatie of zijn de eventuele effecten van deze relatie ongedaan gemaakt door het beheer.
    Dutch Environmental Risk Indicator for Plant Protection Products
    Kruijne, R. ; Linden, A.M.A. van der; Deneer, J.W. ; Groenwold, J.G. ; Wipfler, E.L. - \ 2012
    Wageningen : Alterra Wageningen (Alterra-report 2250) - 88
    pesticiden - depositie - ecotoxicologie - ecosystemen - aquatische ecologie - bodemecologie - pesticides - deposition - ecotoxicology - ecosystems - aquatic ecology - soil ecology
    The NMI 3 focusses on indicators for emissions to surface water and the related aquatic risk resulting from agricultural use of pesticides in the Netherlands. The risk indicator is the exposure toxicity ratio. The model also considers the risk to groundwater, soil organisms and the terrestrial ecosystem. The model calculates indicators for emission to surface water resulting from atmospheric deposition, spray drift, drainage flow, point sources, discharge from greenhouses. The model combines a wide range of information about pesticide sales, usage, spray drift mitigation, emission factors, crop maps, surface water, soil, climate, and substance properties. The primary goal is to compare on a relative scale the annual risk at national scale at the starting and end year of the policy period. The results can be used for ranking, for comparing applications of similar type and for visualisation of spatial patterns of indicators. The result cannot be translated into a risk at a specific location and time.
    Naar eenvoudige dosis-effectrelaties tussen natuur- en milieucondities : een toetsing van de mogelijkheden van de Natuurplanner
    Dobben, H.F. van - \ 2011
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 282) - 112
    biodiversiteit - soorten - vegetatie - depositie - hydrologie - modellen - veldwerk - biodiversity - species - vegetation - deposition - hydrology - models - field work
    De Natuurplanner is een model om effecten van drukfactoren op de biodiversiteit te voorspellen. In- en uitvoer van de Natuurplanner uit een eerdere studie zijn in dit project gebruikt om een regressiemodel te maken. Met dit regressiemodel is (1) een aanzet gemaakt tot validatie op zowel expertkennis als vegetatiekundige veldwaarnemingen, en (2) een verkenning uitgevoerd van de mogelijkheden om de Natuurplanner te vervangen door een versimpeld regressiemodel. De globale uitkomsten van de Natuurplanner worden door ecologische experts redelijk herkend, maar op het niveau van de individuele soorten zijn er discrepanties tussen de Natuurplanner enerzijds en zowel expertkennis als veldwaarnemingen anderzijds. Volgens de Natuurplanner zijn depositie van stikstof en hydrologie de belangrijkste abiotische condities voor de huidige Nederlandse natuur. Dit strookt met expertkennis. Het belang van beheer is waarschijnlijk ook groot maar komt door de huidige werkwijze onvoldoende naar voren.
    Workshop harmonisation of drift and drift reducing methodologies for evaluation and authorization of plant protection products : Wageningen, The Netherlands 1-2 December 2010
    Huijsmans, J.F.M. ; Zande, J.C. van de - \ 2011
    Wageningen : Plant Research International (Report / Plant Research International 390) - 154
    pesticiden - spuiten - drift - depositie - evaluatie - toelating van bestrijdingsmiddelen - pesticides - spraying - drift - deposition - evaluation - authorisation of pesticides
    Effecten van atmosferische stikstofdepositie op biodiversiteit van grasland : specificatie naar N- en P-beperkte standplaatsen
    Kemmers, R.H. ; Mol, J.P. ; Hendriks, C.M.A. ; Wieggers, H.J.J. ; Dobben, H.F. van; Wamelink, G.W.W. ; Vries, W. de - \ 2011
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2171) - 46
    luchtverontreiniging - stikstof - emissie - depositie - graslanden - biodiversiteit - critical loads - air pollution - nitrogen - emission - deposition - grasslands - biodiversity - critical loads
    Voor beleidsdoeleinden is een aansprekende indicator ontwikkeld waarmee het effect van stikstofdepositie op biodiversiteit zichtbaar kan worden gemaakt. De voedingstoestand van de bodem kan met de nieuwe methode niet alleen worden gespecificeerd naar stikstof (N) beperkte maar ook naar fosfaat (P) beperkte groeiomstandigheden. Voor de berekening van effecten van depositiescenario’s op de nieuwe biodiversiteitsmaat is gebruik gemaakt van het model SMART2-SUMO-NTM. Volgens deze nieuwe methode lijken voor graslanden soms minder strenge en soms strengere normen voor kritische depositieniveaus nodig te zijn dan tot nu werd verondersteld. Daarbij blijken P-beperkte standplaatsen minder tolerant te zijn voor overschrijding van kritische N-niveaus dan N-beperkte standplaatsen. Op N-beperkte standplaatsen worden op N-arme bodemtypen lagere en op N-rijke bodemtypen hogere toleranties gevonden dan in de huidige praktijk. Het is niet mogelijk gebleken ruimtelijk bodemkundige informatie te gebruiken als voorspeller van standplaatsen met N-beperkte of P-beperkte omstandigheden. De resultaten van de scenarioberekeningen impliceren dat volgens de nieuwe methode de kritische stikstofdepositieniveaus van graslanden naar beneden zouden moeten worden bijgesteld in geval van P-beperkte standplaatsen en N-beperkte standplaatsen met N-arme bodemtypen. Op N-beperkte standplaatsen met N-rijke bodemtypen zouden de stikstofdepositieniveaus naar boven kunnen worden bijgesteld. Gezien het grote politieke belang en de onzekerheid over de ruimtelijke verspreiding van N-beperkte en P-beperkte standplaatsen wordt nader onderzoek aanbevolen.
    Effect van bijvoeren van runderen op de N-balans; Een studie in de Amsterdamse Waterleidingduinen
    Klimkowska, A. ; Dobben, H.F. van; Wamelink, G.W.W. ; Slim, P.A. - \ 2010
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2067) - 40
    rundvee - bijvoeding - begrazing - stikstof - depositie - stikstofbalans - duingebieden - natuurgebieden - vegetatie - noord-holland - bodemchemie - cattle - supplementary feeding - grazing - nitrogen - deposition - nitrogen balance - duneland - natural areas - vegetation - noord-holland - soil chemistry
    In de Amsterdamse Waterleidingduinen wordt verruiging bestreden door het inscharen van runderen van een nabije boer. Deze worden in de winter bijgevoerd. Doel van dit project was het schatten van het belang van bijvoeren als import-term van stikstof, naast atmosferische depositie. Het blijkt dat de import van stikstof met bijvoeren niet verwaarloosbaar is ten opzichte van de atmosferische depositie, en voor de gevoelige vegetatietypen kan leiden tot een overschrijding, of tot een vergroting van de al bestaande overschrijding, van de critical load. Aanbevolen wordt maatregelen te nemen om deze gevoelige typen te beschermen tegen extra input van stikstof, bij voorbeeld door uitrasteren, door het verplaatsen van de voerplaats, door minder of niet bij te voeren, door in de winter geen koeien in te scharen, of door waar mogelijk de mest op te ruimen.
    Berekeningen stikstofdepositie voor Plan MER gemeente Midden-Drenthe
    Hoefs, R.M.A. ; Os, J. van; Voogd, J.C.H. ; Vos, E.C. ; Gies, T.J.A. - \ 2010
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2119) - 68
    stikstof - ammoniak - emissie - depositie - landbouw - natura 2000 - drenthe - nederland - natuurbescherming - dierhouderij - nitrogen - ammonia - emission - deposition - agriculture - natura 2000 - drenthe - netherlands - nature conservation - animal husbandry
    In de gemeente Midden-Drenthe wordt een nieuw bestemmingsplan voor het buitengebied gemaakt. In deze rapportage zijn voor de bijbehorende Milieu Effect Rapportage berekeningen opgenomen van de ammoniakemissie vanuit de landbouwbedrijven in de huidige situatie en voor verschillende scenario’s in 2020. Vervolgens is ook uitgerekend wat de gevolgen zijn van deze emissies op de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000 gebieden. In de huidige situatie is de totale N-depositie in veel gevallen te groot om de natuurdoelstellingen te behalen.. Daarom zijn de effecten doorgerekend van stalaanpassingen volgens de AMVB Huisvesting, autonome ontwikkeling van de landbouw, uitbreidingsmogelijkheden binnen het voorgenomen plan en extra aanpassingen aan de bedrijfsvoering op rundveebedrijven, waaronder extra opstallen van het vee en installatie van luchtwassers. Voor deze laatste maatregelen is ook het effect van een zonering berekend. De resultaten zijn weergegeven in tabellen en kaarten, op provinciaal niveau en per Natura 2000 gebied.
    Stikstofdepositie op habitattypen binnen Drentse Natura 2000-gebieden : onderbouwing beleidskader ammoniak Drenthe
    Hessel, R. ; Kros, J. ; Voogd, J.C.H. - \ 2010
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2038) - 116
    depositie - luchtverontreiniging - stikstof - kwaliteitsnormen - natuurgebieden - natura 2000 - drenthe - deposition - air pollution - nitrogen - quality standards - natural areas - natura 2000 - drenthe
    In dit rapport wordt voor elf Natura 2000-gebieden in Drenthe aangegeven wat de huidige stikstofdepositie is op de in de elf gebieden voorkomende Habitattypen, en welke reducties in depositie er bereikt kunnen worden als gevolg van het GE-scenario, autonome ontwikkeling en emissiebeperkende maatregelen. Deze reducties worden uitgedrukt in streefwaarden voor 2028. Het betreft de gebieden: Bargerveen, Drouwenerzand, Dwingelderveld, Elperstroomgebied, Fochteloërveen, Havelte-Oost, Leekstermeergebied, Mantingerbos, Mantingerzand, Norgerholt en Witterveld.
    Effectiviteit ammoniakmaatregelen in en rondom de Natura 2000-gebieden : in de provincie Fryslân
    Hoefs, R.M.A. ; Kros, J. ; Hessel, R. ; Voogd, J.C.H. - \ 2010
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2015) - 70
    landbouw - ammoniak - depositie - luchtverontreiniging - milieubescherming - nitraten - nadelige gevolgen - nederland - ammoniakemissie - natura 2000 - natuurgebieden - friesland - agriculture - ammonia - deposition - air pollution - environmental protection - nitrates - adverse effects - netherlands - ammonia emission - natura 2000 - natural areas - friesland
    In deze studie is de ammoniak- en stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden in de provincie Fryslân verkend en zijn de effecten van maatregelen in de landbouw op de depositie van stikstof weergegeven. Dit inzicht vormt een belangrijke bijdrage aan het proces voor het opstellen van de beheerplannen voor de Natura 2000-gebieden.
    Effectiviteit ammoniakmaatregelen in en rondom de Natura2000-gebieden in de provincie Overijssel
    Gies, T.J.A. ; Kros, J. ; Voogd, J.C.H. ; Smidt, R.A. ; Rooij, B.J.R. van - \ 2009
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1893)
    ammoniak - depositie - luchtverontreiniging - natura 2000 - natuurgebieden - nitraten - overijssel - ammonia - deposition - air pollution - natura 2000 - natural areas - nitrates - overijssel
    In deze studie is de ammoniak en stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden in Overijssel verkend en zijn de mogelijke effecten van maatregelen in de landbouw op de gebiedseigen depositie van stikstof uit de landbouw (
    Effectiviteit ammoniakmaatregelen in en rondom de Natura2000-gebieden in de provincie Drenthe
    Gies, T.J.A. ; Kros, J. ; Dobben, H.F. van; Voogd, J.C.H. ; Rooij, B.J.R. van; Smidt, R.A. - \ 2009
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1888)
    luchtverontreiniging - depositie - emissie - ammoniak - stikstof - natuurgebieden - natura 2000 - drenthe - air pollution - deposition - emission - ammonia - nitrogen - natural areas - natura 2000 - drenthe
    In deze studie is de ammoniak- en stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden in de provincie Drenthe verkend en zijn de effecten van maatregelen in de landbouw op de depositie van stikstof weergegeven. Dit inzicht vormt een belangrijke bijdrage aan het proces voor het opstellen van de beheerplannen voor de Natura 2000-gebieden.
    Drift en depositie bij (precisie)toedieningstechnieken in de akkerbouw, bollen- en fruitteelt
    Zande, J.C. van de; Lans, A.M. van der; Wenneker, M. ; Schepers, H.T.A.M. - \ 2009
    spuiten - akkerbouw - bloembollen - fruitteelt - chemische bestrijding - emissie - drift - depositie - precisielandbouw - spraying - arable farming - ornamental bulbs - fruit growing - chemical control - emission - drift - deposition - precision agriculture
    Poster met onderzoeksinformatie over toedieningstechnieken met een verlaagde dosering, met als doel een verminderd middelgebruik en een vermindering van emissie
    Development of a methodology to assess atmospheric deposition on surface waters
    Berg, F. van den; Jacobs, C.M.J. ; Groenwold, J.G. ; Wipfler, E.L. ; Jaarsveld, H. van - \ 2009
    pesticiden - depositie - drift - waterverontreiniging - oppervlaktewaterkwaliteit - pesticides - deposition - drift - water pollution - surface water quality
    Poster met onderzoeksinformatie over de ontwikkeling van een methode om de depositie, van bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen, vanuit de lucht naar het oppervlaktewater te bepalen.
    Ammoniakemissie en -depositie in en rondom Natura 2000-gebieden en beschermde natuurmonumenten in de provincie Gelderland
    Gies, T.J.A. ; Kros, J. ; Smidt, R.A. ; Voogd, J.C.H. - \ 2009
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1850) - 49
    luchtverontreiniging - depositie - ammoniak - emissie - natuurreservaten - natuurbescherming - nederland - ammoniakemissie - natura 2000 - natuurgebieden - gelderland - air pollution - deposition - ammonia - emission - nature reserves - nature conservation - netherlands - ammonia emission - natura 2000 - natural areas - gelderland
    Voor de Gelderse beheerplannen Natura 2000 is wat betreft het agrarische gebruik met name het onderdeel ammoniak- en stikstofdepositie een punt van aandacht. Een te hoge stikstofdepositie op de natuurlijke ecosystemen kan leiden tot een verstoring en verslechtering van de biodiversiteit van deze ecosystemen. In veel Natura 2000-gebieden is de stikstofdepositie zo hoog dat daarmee niet wordt voldaan aan de instandhoudingsdoelstellingen voor deze gebieden. Extra beschermde maatregelen zijn noodzakelijk. Om inzicht te krijgen in deze problematiek geeft dit rapport per gebied de totale, actuele stikstofdepositie, uitgesplitst naar verschillende bronnen (landbouw, overige bronnen en buitenland), de actuele gebiedseigen depositie (binnen 10 km zone) als gevolg van de landbouw. Deze is uitgesplitst naar depositie a.g.v. stal- en mestopslagemissies, en depositie a.g.v. mestaanwending- en beweidingemissies in zones van 0-3, 3-5 km en 5-10 km per Natura 2000-gebied.
    Effecten van maatregelen in de landbouw op de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden en beschermde natuurmonumenten in de Provincie Gelderland
    Gies, T.J.A. ; Kros, J. ; Voogd, J.C.H. - \ 2009
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1927) - 63
    landbouw - depositie - ammoniak - nitraten - cost effective analysis - natuurbescherming - regio's - natuurreservaten - nederland - natuurbeheer - gelderland - agriculture - deposition - ammonia - nitrates - cost effectiveness analysis - nature conservation - regions - nature reserves - netherlands - nature management - gelderland
    In deze studie is de ammoniak en stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden in Gelderland verkend en zijn de mogelijke effecten van maatregelen in de landbouw op de gebiedseigen depositie van stikstof uit de landbouw weergegeven. Daarmee wordt inzicht gegeven in welke mate de beschikbare maatregelen het best ingezet kunnen worden. Daarnaast vormt het inzicht in deze onderwerpen ook een belangrijke bijdrage aan het proces voor het opstellen van de beheerplannen voor de Natura 2000-gebieden. Deze rapportage is een aanvulling op de studie uit 2008 waarvan de resultaten staan verwoord in Alterra-rapport 1850.
    Herstel van lange termijn effecten van verzuring en vermesting in het droog zandlandschap
    Siepel, H. ; Siebel, H.N. ; Verstrael, T. ; Burg, A. Van den; Vogels, J. - \ 2009
    De Levende Natuur 110 (2009)3. - ISSN 0024-1520 - p. 124 - 129.
    zandgronden - bodem - depositie - vegetatie - flora - fauna - herstel - herstelbeheer - natura 2000 - sandy soils - soil - deposition - vegetation - flora - fauna - rehabilitation - restoration management - natura 2000
    Effectgerichte maatregelen zijn de afgelopen jaren succesvol ingezet tegen de korte termijn effecten van verzuring en vermesting in het droog zandlandschap. De accumulatie van zuur en meststoffen heeft echter ook een effect op lange termijn. Hoe zien deze effecten eruit en hoe kan herstelbeheer worden ingezet? Een eerste vraag is dan: wat is de referentie waarop we het herstelbeheer moeten richten
    Linking nitrogen deposition to nitrate concentrations in groundwater below nature areas : modelling approach and data requirements
    Bonten, L.T.C. ; Mol-Dijkstra, J.P. ; Wieggers, H.J.J. ; Vries, W. de; Pul, W.A.J. van; Hoek, K.W. van den - \ 2009
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1881) - 41
    natuurreservaten - grondwater - grondwaterverontreiniging - nitraat - stikstof - depositie - wiskundige modellen - gegevens verzamelen - natuur - nature reserves - groundwater - groundwater pollution - nitrate - nitrogen - deposition - mathematical models - data collection - nature
    This study determines the most suitable model and required model improvements to link atmospheric deposition of nitrogen and other elements in the Netherlands to measurements of nitrogen and other elements in the upper groundwater. The deterministic model SMARTml was found to be the most suitable model. The model requires an improved C&N modeling, improved forest growth modeling, linking forest growth to hydrology and an explicit dispersion calculation. A large number of independent data are available for validation of the improved model. Application of the model to sites of the ‘National monitoring network on nitrate concentrations in the upper groundwater under nature areas’ requires assumptions on soil properties, hydrology, deposition of base cations and chloride.
    3MG: Meervoudige Milieu Monitoring voor Gebiedssturing; Een case study voor de Noordelijke Friese Wouden
    Sonneveld, M.P.W. ; Vos, J.A. de; Vries, W. de; Knotters, M. ; Kros, J. ; Roelsma, J. ; Bleeker, A. ; Hensen, A. ; Frumau, A. - \ 2009
    Zoetermeer : TransForum (TransForum Working Papers 9) - ISBN 9789490192020 - 116
    landbouw - milieubeheer - emissie - depositie - waterkwaliteit - luchtverontreiniging - monitoring - friese wouden - agriculture - environmental management - emission - deposition - water quality - air pollution - monitoring - friese wouden
    Sinds 2005 is TransForum betrokken bij een praktijkproject in de Noordelijke Friese Wouden (het project NFW) waarin samen met boeren, bestuurders, overheden en maatschappelijke groepen wordt gezocht naar mogelijkheden om de beoogde zelfsturing vorm en inhoud te geven. Om voor milieukwaliteitdoelen een onderbouwd antwoord te kunnen geven heeft TransForum naast het praktijkproject NFW een meer analytisch gericht wetenschappelijk project ondersteund waarin een operationeel meetinstrument is ontwikkeld en getoetst. In deze studie is gebruik gemaakt van gegevens van aanwezige meetnetten in combinatie met geïntegreerde modellen. Het betreft: ammoniakemissie, stikstofdepositie, grondwaterkwaliteit, oppervlaktewaterkwaliteit
    Knowledge development on spray drift deposition and the effect on non-target plants
    Huijsmans, J.F.M. ; Zande, J.C. van de; Riemens, M.M. ; Kempenaar, C. ; Holterman, H.J. - \ 2009
    gewasbescherming - pesticiden - registratie - drift - depositie - methodologie - risicoschatting - herbiciden - kennis - subletale effecten - plant protection - pesticides - registration - drift - deposition - methodology - risk assessment - herbicides - knowledge - sublethal effects
    Posterpresentation. Risk methodologies are to be developed, validated, reviewed or improved for the protection goal: non-target plants. Improved estimates of spray drift deposition onto non-target plants and the effects on the plants are necessary to be evaluated for authorization of safe use. Knowledge development is needed to better understand the relation between short range spray drift deposition, the effect relations on and the protection of non-target plants in the evaluation zone next to the field
    Development and validation of methods for the estimation of spray drift deposition on surface water
    Huijsmans, J.F.M. ; Zande, J.C. van de; Holterman, H.J. - \ 2009
    pesticiden - oppervlaktewater - drift - depositie - normen - internationale vergelijkingen - gegevensanalyse - aquatische ecosystemen - ecologische risicoschatting - pesticides - surface water - drift - deposition - standards - international comparisons - data analysis - aquatic ecosystems - ecological risk assessment
    Posterpresentatie. Risk assessment methodologies are to be developed, validated, reviewed or improved for the protection goal: risk to aquatic organisms. A major input route for the risk to aquatic organisms is spray drift. Differences in spray drift data and the risk to the surface water do occur between countries
    Development of methodology to assess atmospheric deposition on nature areas
    Berg, E. van den; Jacobs, C.M.J. ; Jaarsveld, H. van - \ 2009
    gewasbescherming - pesticiden - natuurbescherming - depositie - risicoschatting - waterorganismen - modellen - plant protection - pesticides - nature conservation - deposition - risk assessment - aquatic organisms - models
    Poster presentation. For the assessment of the risk to exposure of aquatic organisms to plant protection products (PPP), all relevant pathways of pesticide inputs need to be considered. A tool has been developed to assess the exposure of nature conservation due to atmospheric deposition at the local and regional scales
    Structuur en functie van habitattypen : nadere definiëring en monitoring in het kader van de Habitatrichtlijn : kritische condities en wijze van monitoring
    Dobben, H.F. van; Runhaar, J. ; Jansen, P.C. - \ 2008
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1561) - 97
    habitats - vegetatietypen - voedingsstoffen - depositie - natura 2000 - monitoring - habitats - vegetation types - nutrients - deposition - natura 2000 - monitoring
    De periodieke rapportage in het kader van de Europese Habitatrichtlijn dient naast informatie over de verspreiding en het oppervlak van de habitattypen ook informatie te bevatten over 'structuur & functie' en 'toekomstperspectief' van deze typen. Dit rapport geeft een overzicht van alle in Nederland voorkomende Habitattypen, hun sturende abiotische condities, en de mate waarin deze onder druk staan van menselijke activiteiten of natuurlijke veranderingen. Voor beschikbaarheid van water, voor zuurgraad en voor beschikbaarheid van nutriënten zijn schattingen gemaakt van de ranges waarbinnen elk Habitattype kan voorkomen. Deze schattingen zijn gebaseerd op alle momenteel beschikbare wetenschappelijke kennis. De ranges voor beschikbaarheid van nutriënten zijn ook herleid tot kritische depositie niveaus. Er wordt aandacht besteed aan de beschikbare meetgegevens en de wijze waarop deze gebruikt kunnen worden om structuur & functie van Habitattypen te beoordelen.
    Overzicht van kritische depostiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en Natura 2000-gebieden
    Dobben, H.F. van; Hinsberg, A. van - \ 2008
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1654) - 78
    stikstof - stikstofretentie - depositie - habitats - ammoniak - natuurgebieden - critical loads - natura 2000 - nitrogen - nitrogen retention - deposition - habitats - ammonia - natural areas - critical loads - natura 2000
    In dit rapport wordt een overzicht gegeven van concrete (unieke) kritische depositiewaarden voor stikstof voor de habitattypen en de Natura 2000-gebieden in Nederland. Hiertoe worden de door de UNECE vastgestelde kritische depositiewaarden voor stikstof nader gepreciseerd en aangevuld voor alle habitat(sub)typen, waarbij gebruik wordt gemaakt van modeluitkomsten en expert-oordeel. De waarden per habitat(sub)type zijn vervolgens doorvertaald naar Natura 2000-gebieden. De inhoud van het rapport is beoordeeld door een internationale review-commissie.
    Het ammoniakgat: onderzoek en duiding
    Pul, G.A. ; Broek, M.M.P. van den; Volten, H. ; Meulen, A. van der; Berkhout, A.J.C. ; Hoek, K.W. van der; Wichink Kruit, R.J. ; Huijsmans, J.F.M. ; Jaarsveld, J.A. van; Haan, B.J. de; Koelemeijer, R.B.A. - \ 2008
    Bilthoven : RIVM (RIVM rapport 680150002/2008) - 95
    luchtverontreiniging - ammoniak - monitoring - depositie - air pollution - ammonia - monitoring - deposition
    De berekende concentratie van ammoniak in de buitenlucht was de afgelopen jaren ongeveer 25% lager dan de gemeten concentraties uit het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit van het RIVM. Dit verschil werd het ammoniakgat genoemd. Op basis van recent onderzoek door het RIVM in samenwerking met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Wageningen Universiteit (WUR) en het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) is het rekenmodel aangepast
    Effecten van ammoniak op de Nederlandse natuur : achtergrondrapport
    Kros, J. ; Haan, B.J. de; Bobbink, R. ; Jaarsveld, J.A. van; Roelofs, J.G.M. ; Vries, W. de - \ 2008
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1698) - 131
    depositie - ammoniak - milieueffect - verzuring - stikstof - nederland - milieubeleid - ammoniakemissie - natuurbeleid - deposition - ammonia - environmental impact - acidification - nitrogen - netherlands - environmental policy - ammonia emission - nature conservation policy
    In de jaren tachtig en negentig was zure regen een milieuprobleem dat veel – internationale – aandacht kreeg. Veel beleid is sindsdien in gang gezet, maar volledig herstel is nog niet opgetreden. Met name de depositie van stikstof in de vorm van ammoniak (75%) en stikstofoxide (25%) ligt in Nederland boven de grens – kritische depositiewaarde – die voor de natuur acceptabel is. Grassen verdragen hogere concentraties stikstof dan veel natuurlijke vegetaties en kunnen daardoor in bossen en natuurgebieden overheersen. Onderhoud en beheer kunnen dit deels herstellen. Indien niet tegelijk de ammoniakdepositie wordt aangepakt, is dit zeer kostbaar. Dit rapport beschrijft de huidige stand van zaken wat betreft emissie en depositie van ammoniak en laat zien welke effecten dit heeft. De lijst van kritische depositiewaardes geeft aan welke natuurtypes in Nederland gevoelig zijn. Het kennisnetwerk “Ontwikkeling Bos en Natuur” (OBN) geeft aan welke maatregelen in een betreffend ecosysteem noodzakelijk zijn om weer in de originele toestand van het milieu te komen. Het rapport gaat ook in op enkele hardnekkige misverstanden zoals “hoe kan ammoniak verzurend werken, terwijl iedereen heeft geleerd dat het een base is?”
    Nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater : vergelijking tussen landbouw- en natuurgebieden
    Schoumans, O.F. ; Groenendijk, P. ; Renaud, L.V. ; Bolt, F.J.E. van der - \ 2008
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1700) - 34
    landgebruik - waterverontreiniging - oppervlaktewater - bladval - uitspoelen - depositie - bodemchemie - landbouw - landbouwgrond - natuurgebieden - bufferzones - nutriëntenuitspoeling - land use - water pollution - surface water - leaf fall - leaching - deposition - soil chemistry - agriculture - agricultural land - natural areas - buffer zones - nutrient leaching
    In veel regionale studies wordt lokaal onderzocht in hoeverre de eutrofiëring van beken wordt veroorzaakt door de landbouw (via oppervlakkige afspoeling en uitspoeling via grondwater). De landbouwsector wijst echter ook naar bos- en natuurgebieden en vermoedt dat onder andere via uit- en afspoeling en rechtstreekse belasting van het oppervlaktewater (o.a. via depositie en bladval) de beken ook sterk worden geëutrofiëerd. In deze deskstudie is dat nagegaan voor natuurgebied. Uit de analyse blijkt dat de bijdrage van de uit- en afspoeling de belangrijkste bron is
    Effectiviteit ammoniakmaatregelen in en rondom de Natura2000-gebieden in de provincie Overijssel
    Gies, T.J.A. ; Kros, J. ; Voogd, J.C.H. ; Smidt, R.A. - \ 2008
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1682) - 96
    ammoniak - depositie - verontreiniging - bescherming - landbouw - nederland - nitraten - natura 2000 - overijssel - ammonia - deposition - pollution - protection - agriculture - netherlands - nitrates - natura 2000 - overijssel
    In deze studie is de ammoniak en stikstofdepositie op de Natura2000-gebieden in Overijssel verkend en zijn de mogelijke effecten van maatregelen in de landbouw op de emissie en depositie van stikstof uit de landbouw (vermestende depositie) weergegeven. Tevens is de ontwikkelingruimte voor de veehouderij in beeld gebracht. Daarmee wordt inzicht gegeven in welke vorm en mate de beschikbare middelen het best ingezet kunnen worden. Daarnaast vormt het inzicht in deze onderwerpen ook een belangrijke bijdrage aan het proces voor het opstellen van de beheerplannen voor de Natura2000-gebieden, waarin flankerend beleid kan worden opgenomen en de haalbaarheid en betaalbaarheid van de natuurdoelen zal worden bepaald. Dit alles tegen de achtergrond van de ILG afspraak met het rijk om de milieukwaliteit van natuurgebieden te verbeteren
    Development of methodology to assess atmospheric deposition on surface waters
    Berg, F. van den; Jacobs, C.M.J. ; Jaarsveld, H.A. van - \ 2008
    gewasbescherming - pesticiden - waterverontreiniging - waterorganismen - depositie - atmosfeer - oppervlaktewater - risicoschatting - modellen - kaderrichtlijn water - plant protection - pesticides - water pollution - aquatic organisms - deposition - atmosphere - surface water - risk assessment - models - water framework directive
    For the assessment of the risk to exposure of aquatic organisms to pesticides, all relevant pathways of pesticide inputs need to be considered. Until now, pesticide loadings due to atmospheric deposition have not been taken into account. That is why a conceptual tool has been developed with which the atmospheric deposition on surface waters at the local and regional scales can be quantified
    Optimising the dutch national ecological network
    Reijnen, R. ; Hinsberg, A. van; Lammers, W. ; Sanders, M.E. ; Loonen, W. - \ 2007
    In: Landscape ecology in the Dutch context, nature, town and infrastructure / de Jong, T.M., Dekker, J.N.M., Posthoorn, R., Zeist, the Netherlands : KNNV - ISBN 9789050112574 - p. 74 - 91.
    optimalisatie - natuurbescherming - biodiversiteit - projectimplementatie - optimalisatiemethoden - natuurreservaten - landschapsecologie - habitats - evaluatie - depositie - ecologische hoofdstructuur - habitatrichtlijn - optimization - nature conservation - biodiversity - project implementation - optimization methods - nature reserves - landscape ecology - habitats - evaluation - deposition - ecological network - habitats directive
    The authors identify environmental and spatial problems, which require further optimisation of the national ecological network (NEN). Their analysis is based on the nature target types allocated to the NEN. Environmental problems relate to water tables and atmospheric nitrogen deposition. Spatial problems concern total areas and spatial configuration. They assess the urgency of the problems, based on the principles of the EU Habitats Directive, and suggest a method to prioritise them. The spatial coherence and environmental conditions are as yet insufficient to meet the international commitments. Large continuous habitat areas offer the best opportunities for sustainable protection. Mosaics of smaller habitat areas may function as one large nature core area as well
    Onderbouwing significant effect depositie op natuurgebieden "een onderzoek vaar de wijze waarop in het kader van Vogel- en Habitatrichtlijn getoetst kan worden of vergunningverlening kan leiden tot significante negatieve effecten op de natuur
    Gies, T.J.A. ; Bleeker, A. ; Dobben, H.F. van - \ 2007
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1490)
    depositie - emissie - luchtverontreiniging - natuurgebieden - habitatrichtlijn - vogels - nadelige gevolgen - deposition - emission - air pollution - natural areas - habitats directive - birds - adverse effects
    Op verzoek van Directie Natuur van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben Alterra en ECN onderzoek gedaan naar de mogelijkheden waarop in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijnen getoetst kan worden of vergunningverlening niet kan leiden tot significant negatieve effecten op de natuur in de Habitatgebieden
    Drift en depositie bij verlaagde doseringssystemen in de akkerbouw, bollen- en fruitteelt
    Zande, J.C. van de; Lans, A.M. van der; Wenneker, M. ; Schepers, H.T.A.M. - \ 2007
    gewasbescherming - akkerbouw - fruitteelt - bollen - drift - depositie - dosering - toedieningswijzen - precisielandbouw - pesticiden - emissie - reductie - plant protection - arable farming - fruit growing - bulbs - drift - deposition - dosage - application methods - precision agriculture - pesticides - emission - reduction
    Een verdergaande driftreductie is gewenst om straks aan de emissiereductie doelstellingen van de Nota Duurzame Gewasbescherming te kunnen voldoen. Nieuwe (precisie-)toedieningstechnieken kunnen hiervoor een oplossing zijn en moeten geïdentificeerd worden
    Knowledge development on spray drift deposition and the effect on non-target plants
    Huijsmans, J.F.M. ; Zande, J.C. van de; Riemens, M.M. ; Kempenaar, C. ; Holterman, H.J. - \ 2007
    gewasbescherming - pesticiden - registratie - drift - depositie - methodologie - risicoschatting - kennis - herbiciden - subletale effecten - plant protection - pesticides - registration - drift - deposition - methodology - risk assessment - knowledge - herbicides - sublethal effects
    Risk methodologies are to be developed, validated, reviewed or improved for the protection goal: non-target plants. Improved estimates of spray drift deposition onto non-target plants and the effects on the plants are necessary to be evaluated for authorization of safe use. Knowledge development is needed to better understand the relation between short range spray drift deposition, the effect relations on and the protection of non-target plants in the evaluation zone next to the field
    Risk assessment procedure for effects of atmospheric deposition on nature areas
    Berg, F. van den; Jacobs, C.M.J. ; Jaarsveld, H. van; Brock, T.C.M. ; Roessink, I. ; Wijngaarden, R.P.A. van - \ 2007
    gewasbescherming - pesticiden - natuurbescherming - atmosfeer - depositie - registratie - risicoschatting - natuur - plant protection - pesticides - nature conservation - atmosphere - deposition - registration - risk assessment - nature
    The current risk assessment in the NL registration procedure for pesticides is focussed on the fate and effects at the edge-of-field scale. After application, a substantial part of the dosage may volatilise and be transported via the air over greater distances and deposited on nature conservation areas. At present no procedure exists to evaluate the risks of exposure to pesticides due to atmospheric deposition on these areas. That is why a proposal for the risk assessment of effects of atmospheric deposition on nature conservation areas is in preparation
    Development and validation of methods for the estimation of spray drift deposition on surface water
    Huijsmans, J.F.M. ; Zande, J.C. van de; Holterman, H.J. - \ 2007
    pesticiden - oppervlaktewater - drift - depositie - databanken - gegevensanalyse - normen - risicoschatting - aquatische ecosystemen - pesticides - surface water - drift - deposition - databases - data analysis - standards - risk assessment - aquatic ecosystems
    Risk assessment methodologies are to be developed, validated, reviewed or improved for the protection goal: risk to aquatic organisms. A major input route for the risk to aquatic organisms is spray drift. Differences in spray drift data and the risk to the surface water do occur between countries. That is why research has been done with the objective to harmonize information on drift deposition by analyzing spray drift data and identifying the main differences
    Schatting van milieustress in vegetatie meetnetten: koppeling van Nederlandse aan internationale meetnetten
    Dobben, H.F. van; Dueck, T.A. ; Vries, W. de - \ 2007
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1628) - 40
    vegetatie - monitoring - depositie - luchtverontreiniging - bossen - nederland - bodemchemie - zure regen - vegetation - monitoring - deposition - air pollution - forests - netherlands - soil chemistry - acid rain
    In dit rapport wordt een vergelijking gemaakt tussen de vegetatie meetnetten op nationale en Europese schaal. Voor alle meetnetten geldt dat het niet eenvoudig is eenduidig een effect van atmosferische depositie aan te tonen op grond van de thans beschikbare data. Echter vrijwel alle beschouwde meetnetten hebben slechts korte meetseries. Het lokale meetnet in Zuid-Holland dat wel een lange meetserie heeft leverde sterke aanwijzingen voor een effect van ozon op vegetatie. In vergelijking met het Europese 'level-II' meetnet is in Nederland de aandacht voor abiotische condities slechts zeer beperkt. Anderzijds hebben de Nederlandse meetnetten een zeer goede ruimtelijke dekking, en zijn zij niet (zoals het Europese meetnet) beperkt tot bos. In dit rapport worden voorstellen onderbouwd om (a) een nadere analyse te doen van de thans beschikbare gegevens uit het 'level-II' meetnet, en (b) aan de hand van de uitkomsten hiervan aanpassingen te doen aan de Nederlandse meetnetten
    Stikstof-, fosfor- en kaliumbeschikbaarheid en kritische depositiewaarden voor stikstof in korte vegetaties
    Kemmers, R.H. ; Delft, S.P.J. van - \ 2007
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1598) - 69
    stikstof - depositie - mineralisatie - natuurlijke graslanden - vegetatie - fosfor - kalium - nederland - nitrogen - deposition - mineralization - natural grasslands - vegetation - phosphorus - potassium - netherlands
    In deze studie is een methode ontwikkeld om de voedselrijkdom van natuurlijke graslanden te bepalen. De ontwikkelde methodiek moet een bijdrage leveren aan de reductie in de onzekerheid in de voorspelling van kritische depositieniveaus voor stikstof. Het onderzoek leidde tot verrassende resultaten. Een groot aantal bodemparameters waarmee de kalium, fosfaat en stikstofrijkdom van de bodem kan worden beschreven werd gemeten op een 30-tal locaties langs een landschappelijke hydrologische gradiënt
    Meervoudige milieumonitoring Noordelijke Friese Wouden : gebiedsstatus van emissie en depositie van ammoniak in relatie tot gebiedsdoelstellingen
    Kros, J. ; Vries, W. de; Voogd, J.C.H. ; Gies, T.J.A. ; Roelsma, J. - \ 2007
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1578) - 73
    milieu - verontreiniging - ammoniak - stikstof - emissie - depositie - landbouw - mest - grondwater - oppervlaktewater - modellen - monitoring - nederland - landbouw en milieu - ammoniakemissie - natuur - friese wouden - environment - pollution - ammonia - nitrogen - emission - deposition - agriculture - manures - groundwater - surface water - models - monitoring - netherlands - agriculture and environment - ammonia emission - nature - friese wouden
    Dit rapport beschrijft de huidige gebiedsstatus in de Noordelijke Friese Wouden ten aanzien van de emissie, depositie en uitspoeling van stikstof in relatie tot de gebiedsdoelstellingen. Voor het vaststellen van de landbouwkundige situatie, zoals dieraantallen, staltypen en ligging van de percelen is hierbij gebruik gemaakt van het GIAB (Geografische Informatiesysteem agrarische bedrijven) en BRP (Basis Registratie Percelen) voor het jaar 2004. Deze specifieke combinatie maakte het mogelijk om op zeer gedetailleerde schaal (perceelsniveau) invoergegevens voor de modelberekeningen te genereren. De berekende gemiddelde totale mestgift blijkt vrijwel overeen te komen met de gemiddelde totale gift van de geënquêteerde bedrijven
    Simulation of vegetation dynamics as affected by nitrogen deposition
    Wamelink, G.W.W. - \ 2007
    Wageningen University. Promotor(en): Frank Berendse, co-promotor(en): Han van Dobben. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085048442 - 224
    vegetatietypen - bossen - graslanden - heidegebieden - verontreiniging - ammoniak - stikstofhoudende verbindingen - stikstof - depositie - koolstofvastlegging - simulatiemodellen - modellen - indicatoren - ammoniakemissie - vegetation types - forests - grasslands - heathlands - pollution - ammonia - nitrogenous compounds - nitrogen - deposition - carbon sequestration - simulation models - models - indicators - ammonia emission
    Modelberekeningen laten zien dat wanneer de verwachte daling van de stikstofdepositie (‘vermesting en verzuring’) doorzet, dit gunstige effecten heeft voor de Nederlandse natuur. Door de afnemende verzuring en vermesting van de natuur neemt de berekende biodiversiteit (het aantal zeldzame plantensoorten) toe, vooral in graslanden en heidevelden. Daarentegen verwachten we nauwelijks verbetering in Nederlandse bossen. Door de daling van de depositie van stikstof, dat als een meststof werkt voor de bomen, gaan de bomen minder hard groeien. Dit leidt tot een lagere koolstofvastlegging en dus minder vastlegging van het broeikasgas koolstofdioxide. Deze vermindering kan aanzienlijk zijn; de koolstofvastlegging wordt mogelijk tot 27% gereduceerd. Het huidige milieubeleid houdt hier nog geen rekening mee. De doelstelling in het Kyoto protocol kunnen hierdoor moeilijker gehaald worden en extra maatregelen lijken noodzakelijk. Bijkomend voordeel van de daling van de depositie is dat er minder vaak beheer hoeft te worden uitgevoerd, bijvoorbeeld het plaggen van heide, waardoor er in Nederland mogelijk voor 40.000.000 euro per jaar op het beheer kan worden bespaard
    Huidige en toekomstige stikstofbelasting op de Natura 2000-gebieden : achtergronddocument ex ante evaluatie van de Vogel- en Habitatrichtlijnen in Nederland
    Schouwenberg, E.P.A.G. - \ 2007
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 59) - 36
    natuurreservaten - natuurbescherming - stikstof - emissie - depositie - habitats - heidegebieden - beschermingsgebieden - duingebieden - nederland - natuur - habitatrichtlijn - nature reserves - nature conservation - nitrogen - emission - deposition - habitats - heathlands - conservation areas - duneland - netherlands - nature - habitats directive
    De duinen steken relatief gunstig af wat betreft stikstofdepositie. Een groot deel van de duinen bevindt zich op afstand van belangrijke stikstof-emissiebronnen als de landbouw. Graslanden en bossen profiteren het eerst van een afname van de stikstofdeposities. Heide en moeras (met name trilvenen) hebben een lagere kritische stikstofbelasting en hebben belang bij een verder gaande daling van de stikstofdepositie dan nu gerealiseerd wordt binnen alle vier de scenario’s
    What happened to our forests in the last decades? : results of more than ten years of forest ecosystem monitoring in the Netherlands
    Leeters, E.E.J.M. ; Vries, W. de; Hoogland, T. ; Delft, B. van; Wieggers, H.J.J. ; Brus, D.J. ; Olsthoorn, A.F.M. ; Dobben, H.F. van; Bleeker, A. - \ 2007
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1528) - 109
    bossen - bosecologie - geschiedenis - monitoring - verzuring - depositie - nederland - bodemchemie - forests - forest ecology - history - monitoring - acidification - deposition - netherlands - soil chemistry
    The results indicate a decrease in acidification, related to a decrease in SO4 and Al concentration, but the problems with N deposition remain, specifically unbalanced nutrient ratios in the foliage, due to the ongoing high N deposition, even though the trend is downward.
    Onderzoek naar de ammoniakdepositie op 5 habitatgebieden ten behoeve van het interim toetsingkader Natura 2000 en ammoniak : een scenariostudie naar de ammoniakdepositie op habitatgebieden volgens de ontwikkeling van de veehouderij tot 2015 bij een gemaximaliseerde depositie (drempelwaarde) per bedrijf
    Gies, E. ; Bleeker, A. - \ 2007
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1491) - 58
    ammoniak - depositie - habitats - veehouderij - veehouderijbedrijven - natuurbescherming - habitatrichtlijn - ammonia - deposition - habitats - livestock farming - livestock enterprises - nature conservation - habitats directive
    Op verzoek van Directie Natuur van LNV hebben Alterra en ECN een scenariostudie uitgevoerd naar de ammoniakdepositie op habitatgebieden volgens de ontwikkeling van de veehouderij tot 2015 bij een gemaximaliseerde depositie (drempelwaarde) per bedrijf. Het resultaat van deze scenariostudie is bedoeld als ondersteuning ten behoeve van de verantwoordelijke bestuurders om in het kader van de Vogel en Habitatrichtlijnen een afweging maken voor een maximale ammoniakdepositie per bedrijf (drempelwaarde) waarbij enerzijds de bescherming van natuur en anderzijds de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw gewaarborgd blijft
    Externe werking Natura 2000 gebieden: een probleem? Toekomstperspectieven van Europese natuur in Nederland
    Runhaar, J. ; Schaminée, J.H.J. ; Huiskes, H.P.J. - \ 2007
    Nieuwegein : Kiwa Water Research (Kiwa-rapport 07.022 / Alterra-rapport 1421) - 45
    vegetatie - depositie - natuurbescherming - habitats - eu regelingen - ecohydrologie - natura 2000 - vegetation - deposition - nature conservation - habitats - eu regulations - ecohydrology - natura 2000
    Doel van deze studie is om tegenwicht te bieden aan de soms wat eenzijdige beeldvorming, dat door de Europese richtlijnen Nederland ‘op slot gaat’ en onze welvaart en ons welzijn worden bedreigd. Dat is gedaan door het probleem van de zogenaamde ‘externe werking’ van Natura 200 gebieden in een breder perspectief te plaatsen en daarmee te relativeren. In het tweede deel is ingezoomd op de regio Veluwe om na te gaan welke inspanningen nodig zijn om te voldoen aan de doelstellingen van de Habitatrichtlijn. Voor het proefgebied is gekozen omdat hier een aantal knelpunten bijeenkomen op het gebied van vedroging, vermesting en verzuring. Een studie in samenspraak met en in opdracht van Milieu- Natuurplanbureau, ingegeven door perikelen als bouwstop door de aanwezigheid van de korenwolf (Heerlen) en de duinhagedis (Noordwijkerhout)
    Developments in deriving critical limits and modelling critical loads of nitrogen for terrestrial ecosystems in Europe
    Vries, W. de; Kros, H. ; Reinds, G.J. ; Wamelink, W. ; Mol, J. ; Dobben, H.F. van; Bobbink, R. ; Emmett, B. ; Smart, S. ; Evans, C. ; Schlutow, A. ; Kraft, P. ; Belyazid, S. ; Sverdrup, H. ; Hinsberg, A. van; Posch, M. ; Hettelingh, J.P. - \ 2007
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1382) - 206
    stikstof - depositie - luchtverontreiniging - ecosystemen - bossen - beperkende factoren - wiskundige modellen - europa - nitrogen - deposition - air pollution - ecosystems - forests - limiting factors - mathematical models - europe
    This collaborative report of Alterra and the Coordination Center for Effects (MNP-CCE), in co-operation with various participants of the International Cooperative programme on Modelling and Mapping (ICP-MM) includes: 1. A summarizing overview of adverse nitrogen deposition effects on terrestrial ecosystems in terms of impacts on plant species and faunal biodiversity, forest nutrient status in relation to impacts on soil and solution chemistry and on ground water quality. 2. An overview of integrated dynamic biogeochemical models with plant species diversity models, that allow the assessment of critical loads and target loads of nitrogen in view of plant species diversity impacts. 3. A review of currently used critical limits for N concentrations in soil solution and derivation of new critical limits, based on field (literature) data and integrated soil vegetation models, that can be used in the computation of critical loads by steady state soil models. This updated knowledge of N effects, critcal N load methodologies (integrated models) and critical N limits a can contribute to a more appropriate data submission on critical N loads by the National Focal Centres to the CCE, specifically in view of biodiversity impacts, to be used for support of the UNECE and EU air pollution policies.
    Onderbouwing significant effect depositie op natuurgebieden : een onderzoek naar de wijze waarop in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn getoetst kan worden of vergunningverlening kan leiden tot significante negatieve effecten op de natuur
    Gies, T.J.A. ; Bleeker, A. ; Dobben, H.F. van - \ 2006
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport ) - 53
    vogels - richtlijnen (directives) - natuurreservaten - natuurbescherming - depositie - vergunningen - habitatrichtlijn - natuurlandschap - Nederland - birds - directives - nature reserves - nature conservation - deposition - permits - habitats directive - natural landscape - Netherlands
    Onderzoek is verricht of bij vergunningverlening aan een agrarisch bedrijf het 15 mol NH3 een goede generieke maat voor depositie op de rand van een natuurgebied kan zijn, waarbij geen significant effect op natuurgebieden optreedt. Hierbij rekening houdend met achtergronddepositie en andere emissie in de omgeving
    Organic nitrogen uptake and endophytic, mutualistic fungi in Dutch heathland ecosystems
    Zijlstra, J.D. - \ 2006
    Wageningen University. Promotor(en): Frank Berendse. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085045656 - 191
    stikstof - heidegebieden - kringlopen - mineralisatie - tanninen - ericaceae - deschampsia flexuosa - mycorrhizaschimmels - calluna vulgaris - depositie - endofyten - nederland - natuurgebieden - nitrogen - heathlands - cycling - mineralization - tannins - ericaceae - deschampsia flexuosa - mycorrhizal fungi - calluna vulgaris - deposition - endophytes - netherlands - natural areas
    Dutch heathlands were formerly dominated by the evergreen dwarf shrubs Calluna vulgaris and Erica tetralix, but during the 1970s and 1980s both species were increasingly displaced by the grasses Deschampsia flexuosa and Molinia caerulea . The causes of these changes include the direct and indirect effects of increased deposition of atmospheric nitrogen. This thesis focuses on the role of organic nitrogen uptake and endophytic, mutualistic fungi in Dutch heathland ecosystems. I tested the hypothesis that tannin-rich plant species are able to monopolize the nutrient cycle by increasing the amounts of organic nitrogen forms relative to inorganic nitrogen forms. In addition, those species will be favored which absorb organic nitrogen compounds through their associations with ericoid or ectomycorrhizal fungi. A field inventory and the results of related experiments under controlled conditions showed that nitrogen addition and shading both negatively affect the concentration of tannins in Calluna plants. Only in the greenhouse experiment was the presence of mycorrhizal structures in roots negatively affected by the addition of nitrogen. In the field experiment, shading reduced the amount of mycorrhizal structures in roots. It is concluded that when ericaceous plants are shaded by grasses that have become dominant due to increased nitrogen supplies, these effects will be intensified and displacement by competition will be accelerated. To test the effect of tannin-rich litter on nitrogen mineralization rates, an incubation experiment was performed with different types of shrub litter and grass litter. It was found that litters with C:Nratios above 30 and high tannin concentrations (as found in C. vulgaris and Vacciniumvitis-idaea)decrease the amounts of inorganic nitrogen and concomitantly increase the amounts of dissolved organic nitrogen in soils. When searching for the root inhabitants of ericaceous plants there was a great diversity of endophytic fungal species present. Several new species of fungi were identified, one of which was published as Cryptosporiopsis rhizophila Verkley & Zijlstra. Synthesis trials and Bavendamm tests to elucidate the ecological role of this newfungalspecies revealed that C. rhizophila isolates are able to associate with roots of C. vulgaris and have the potential to fulfil the same ecological function to their ericoid host as well-known mycorrhiza formers. Surprisingly, it was discovered that fungi isolated from grass roots contained endophytic fungal species related to the Helotiales , the phylogenetic group to which most of the ericaceous fungal isolates isolated in this research belong. A competition experiment tested the effects of tannin-rich litter types on soil nitrogen and the outcome of the competition between grass and shrub species. In none of the treatments were C. vulgaris plants able tooutcompeteD. flexuosa . Grass plants were able to benefit more efficiently from the available soil nitrogen released from the types of litter added. Furthermore, in the treatments with low nutrient availability, there was hardly any competitive suppression of shrub plants by the grasses. This suggests that grasses from the heathland systems have adapted well to the high amounts of organicnitrogen -including adaptation to related ericaceous fungal symbionts. In conclusion, this thesis shows that being competitive for heathland plants by monopolizing the nutrient cycle with tannin-rich litter is not that simple if competitors have adopted the same strategy to use nutrients.
    De invloed van structuurdunning en noodverjonging op de effectieve depositie in bossen; een literatuurstudie
    Tolkamp, G.W. ; Olsthoorn, A.F.M. - \ 2006
    Wageningen : Alterra (Alterra rapport 1337.7) - 19
    bomen - bossen - dunnen - verjonging - depositie - trees - forests - thinning - regeneration - deposition
    Dit rapport doet verslag van een deelonderzoek uit de Evaluatie van effectgerichte maatregelen in multifunctionele bossen 2004-2005 en is gericht op de effecten de maatregelen Aanpassen van de bosvegetatie als overbruggingsmaatregel in het kader van het Overlevingsplan Bos en Natuur (OBN). Structuurdunning (groepenkap) en noodverjonging (omvorming) hebben via beïnvloeding van de ruwheid van de kroonlaag van het bos in principe een effect op de depositie van verzurende en vermestende stoffen in het bos. De maatregelen worden kort omschreven. Doel van dit deelrapport is om de effecten van de beide maatregelen op de depositie in te schatten via literatuurstudie. Het niveau van depositie is hoger in bosranden en mede afhankelijk van de lengte en type begroeiing van het gebied vóór het bos. Door filtering in de bosrand slaat er verderop minder depositie neer. Er zijn vele literatuurbronnen die deze effecten beschrijven en kwantificeren voor specifieke situaties. Een algemeen beeld voor de netto effecten op de depositie is daarvan moeilijk af te leiden door de vele tijdgebonden en kleinschalige effecten. Voor de depositie hebben de beide maatregelen dus waarschijnlijk geen netto effect. Bovendien is het effect van structuurdunning en noodverjonging op de ruwheid van het kronendak in principe tijdelijk vanwege het opgroeien van de verjonging die het gat opvult. De beide maatregelen zullen vooral ingezet moeten worden om de stabiliteit en diversiteit van het bos te verhogen.
    Estimating input data for computations on the volatilisation of pesticides from plant canopies and competing processes
    Leistra, M. - \ 2005
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1256) - 79
    pesticiden - depositie - diffusie - vervluchtiging - emissie - oppervlakten - bladeren - opname (uptake) - gewassen - kroondak - kroondak penetratie - gebladerte - oppervlakkige afvoer - verontreiniging - pesticides - deposition - diffusion - volatilization - emission - surfaces - leaves - uptake - crops - canopy - canopy penetration - foliage - runoff - pollution
    Volatilisation of pesticides from the crop can be an important emission pathway to the environment. A computation module was developed for making estimates on this emission. However, various input data for this module are not measured directly in registration procedures, so they have to be estimated from theory or from a diversity of experimental data. Vapour pressure is the most important property in volatilisation, which needs a critical evaluation in case of conflicting data. Diffusion coefficients for transport in a laminar boundary layer are estimated from theory. Penetration of pesticides into the leaves is highly affected by substances in the formulation and by environmental conditions. Pesticide deposit is often vulnerable to washoff by rainfall. Often, no directly measured rates are available for photochemical transformation on plant surfaces, so these have to be estimated from a variety of experimental results. In critical cases, comprehensive experiments with micro-agro-ecosystems and/or in the field are needed.
    Effect van spuitdruk : 5-10 bar is optimaal
    Os, E. van; Michielsen, J.M. - \ 2005
    Onder Glas 2 (2005)2. - p. 8 - 9.
    gewasbescherming - vruchtgroenten - tomaten - spuiten - druk - emissie - depositie - toedieningswijzen - spuitapparatuur - glastuinbouw - groenten - plant protection - fruit vegetables - tomatoes - spraying - pressure - emission - deposition - application methods - spraying equipment - greenhouse horticulture - vegetables
    In de glastuinbouw wordt bij de teelt van vruchtgroenten gespoten met werkdrukken tussen 5 en 15 bar. Daarmee wordt veel water verspoten en slijten de spuitdoppen sneller en het gewas wordt heel nat. Om effectiever te kunnen spuiten is bij tomaat onderzoek gedaan naar optimalisatie van de spuitdruk. Tijdens drie groeistadia is met een spuitmast gespoten bij vier verschillende spuitdrukken (2,5; 10 en 15 bar). In een kader wordt een schematisch overzicht gegeven van de proefopzet en de ligging van de collectoren in de verschillende groeistadia. In de proeven is gespoten bij een gewashoogte van 0,75 m, bij 2,25 m en bij 2,8 m
    Depositie en emissie van spuitvloeistof bij verschillende toedieningstechnieken in chrysant
    Os, E.A. van; Bruins, M.A. ; Corver, F.J.M. ; Michielsen, J.M.G.P. ; Stallinga, H. ; Velde, P. van; Zande, J.C. van de - \ 2004
    Wageningen : Agrotechnology & Food Innovations - 37
    chrysanten - chrysanthemum - snijbloemen - glastuinbouw - gewasbescherming - emissie - chemische bestrijding - spuitapparaten - depositie - spuitvloeistoffen - chrysanthemums - chrysanthemum - cut flowers - greenhouse horticulture - plant protection - emission - chemical control - sprayers - deposition - sprays
    In de chrysantenteelt is het moeilijk om geheel ziektevrij te telen. De huidige werkwijze bij de toediening van gewasbeschermingsmiddelen realiseren niet het gewenste resultaat. Nieuwe machines, ontwikkeld voor andere gewassen, bieden misschien perspectief om een van de grootste problemen (depositie op de onderkant van het blad net boven en onder het steungaas) op te lossen. Agrotechnology and Food Innovations heeft vijf machines onderzocht op hun depositie van spuitvloeistof in een laag en een hoog chrysantengewas, het kasdek en hun potentiële emissie naar de buitenomgeving. Hierbij werden vier experimentele machines (Pieton, Turbulent, Flying Doctor en Spuitmuis) vergeleken met een referentie (Alumaster).
    Benefits of deposition reduction for nature management; a nation-wide assessment of the relation between atmospheric deposition, ecological quality and avoidable management costs
    Jong, J.J. de; Wamelink, G.W.W. ; Dobben, H.F. van; Wijk, M.N. van - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1051) - 86
    depositie - luchtverontreiniging - natuurbescherming - kostenanalyse - boekhouding - milieueffect - nederland - deposition - air pollution - nature conservation - cost analysis - accounting - environmental impact - netherlands
    Alterra was commissioned by the Dutch Ministry of Housing, Spatial Planning and the Environment (VROM) to estimate the additional costs made by nature reserve managers to mitigate the effects of atmospheric deposition. The costs of increasing deposition levels - or the benefits of reducing deposition levels - were calculated from the costs for nature management per Nature Target Type (NTT) for both the current and reduced deposition levels, which result in a similar ecological quality. For the NTTs within the clusters grassland, reed and roughland, and heathland model simulations were run using the models of the `Nature Planner`. For forests and moorland pools a different approach was used. The total amount of money that may be saved because of the reduction of deposition rates is estimated on 42 million euro per year for the period from 2000 till 2020 for the assessed NTTs. The highest savings can be made in grassland; 28 million euro. On average, over a nitrogen deposition reduction from 2312 to 1304 mol per hectare per year, a reduction of one mol per hectare per year can lead to a reduction of costs for nature management of 42 thousand euro per year for the involved NTTs nation-wide.
    Door verlaging van de spuitdruk naar minder emissie en betere depositie van spuitvloeistof bij hoogvolume spuiten in tomaat
    Os, E.A. van; Michielsen, J.M.P.G. ; Corver, F.J.M. ; Berg, J.V. van den; Bruins, M.A. ; Porskamp, H.A.J. ; Zande, J.C. van de - \ 2004
    Wageningen : Agrotechnology & Food Innovations (Rapport / Agrotechnology & Food Innovations nr. 237) - ISBN 9789067548090 - 37
    spuiten - druk - spuitvloeistoffen - emissie - depositie - spuitapparatuur - tomaten - spraying - pressure - sprays - emission - deposition - spraying equipment - tomatoes
    Simulation of critical loads for nitrogen for terrestrial plant communities in the Netherlands
    Dobben, H.F. van; Schouwenberg, E.P.A.G. ; Mol-Dijkstra, J.P. ; Wieggers, H.J.J. ; Jansen, M.J.W. ; Kros, J. ; Vries, W. de - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 953) - 84
    vegetatie - plantengemeenschappen - bodemchemie - depositie - nitraten - modellen - vegetation - plant communities - soil chemistry - deposition - nitrates - models
    An iterative search procedure was used to 'invert' the soil chemical model SMART2. This 'inverted' form of SMART2 was used to estimate atmospheric nitrogen deposition at the critical conditions for 139 terrestrial vegetation associations. The critical conditions are the lower end of the pH range, and the upper end of the nitrogen availability range for each association, estimated on the basis of Ellenberg values of vegetation relevees. The resulting critical load values were subjected to an uncertainty analysis. The estimation of nitrogen availability on the basis of Ellenberg's indicator for N has the largest contribution to the uncertainty. The critical load over all vegetation types and soil types is estimated to be 22 + 8 kg N ha-1.y-1. This is a rather 'hard' value, however critical loads per vegetation type are less 'hard', and it is not possible to determine critical load values per site. The uncertainties can only be reduced if more data become available on the abiotic response per species under field conditions. The critical loads found in this study were compared to the 'herijking' and 'SMB' critical loads and to empirically derived values. The 'SMB' critical loads appeared to be far lower than all other critical loads, which were in the same order of magnitude
    Stikstofdepositie, eutrofiëring en nutriëntenkringloop
    Limpens, J. ; Tomassen, H.B.M. - \ 2003
    In: Onderzoek ten behoeve van herstel en beheer van Nederlandse hoogvenen : eindrapportage 1998-2001 / Tomassen, H,, Smolders, F., - p. 17 - 69.
    hoogveengronden - nitraten - depositie - eutrofiëring - sphagnum - voedingsstoffen - vegetatie - zure regen - organisch bodemmateriaal - bog soils - nitrates - acid rain - deposition - nutrients - eutrophication - soil organic matter - vegetation - sphagnum
    Venen bestaan bij de gratie van een positieve balans tussen productie en afbraak van organisch materiaal. In hoogveen zijn veenmossen cruciaal in dit verband. Hogere planten komen echter in het gedrang. Binnen het hoogveen-onderzoek zijn de effecten van stikstof op de verschillende plantenniveau's onderzocht
    Natuurdoelen in bossen en heide op arme, droge zandgrond onhaalbaar bij de huidige milieukwaliteit
    Dobben, H.F. van; Wamelink, W. ; Schouwenberg, E.P.A.G. ; Mol-Dijkstra, J.P. - \ 2003
    Nederlands Bosbouwtijdschrift 75 (2003)1. - ISSN 0028-2057 - p. 45 - 48.
    bossen - heidegebieden - vegetatie - plantensuccessie - biodiversiteit - depositie - zure depositie - verzuring - eutrofiëring - natuurbescherming - simulatiemodellen - bodemchemie - nitraten - bosopstanden - forests - heathlands - vegetation - plant succession - biodiversity - soil chemistry - nitrates - deposition - acid deposition - acidification - eutrophication - nature conservation - simulation models - forest stands
    Met behulp van simulatiemodellen SMART, SUMO en NTM heeft Alterra onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van de biodiversiteit in bossen en heide op arme zandgronden, bij bepaalde combinaties van beheer en abiotische condities. Er zijn twee scenario's van milieukwaliteit doorgerekend, namelijk gelijkblijvende en dalende atmosferische depositie (verzuring) en stikstof (eutrofiëring). Bij het beheer is uitgegaan van wel of geen begrazing. Als maten voor biodiversiteit zijn gebruikt de 'potentiële natuurwaarde' (de kans op rode-lijstsoorten), de kans op het voorkomen van een aantal vegetatietypen, en de variatie in bosstructuur
    Assessment of the dynamics in nitrogen and carbon sequestration of European forest soils
    Vries, W. de; Salm, C. van der; Reinds, G.J. ; Dise, N.B. ; Gundersen, P. ; Erisman, J.W. ; Posch, M. - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 818) - 147
    koolstof - stikstof - bosgronden - uitspoelen - depositie - beoordeling - modellen - bossen - europa - carbon - nitrogen - forest soils - leaching - deposition - assessment - models - forests - europe
    This report describes the major result of a research project that focused on the assessment of the dynamics in nitrogen and carbon sequestration of European forest soils by estimation of the: (i) retention or release of nitrogen species for selected Intensive Monitoring plots by comparing the input, based on measurements of throughfall and bulk deposition, with the soil output, obtained by multiplying soil solution concentration measurements with modelled soil water fluxes and (ii) carbon sequestration by relating the N and C dynamics in soils by the soil C/N ratio. Major results are that: (i) N leaching and sequestration is influenced by the soil C/N ratio in the organbic layer, (ii) C sequestration in forest soils on a European scale is much less than C sequetration due to forest growth and (iii) the impact of N deposition on soil N leaching is fast but the impact on changes in soil C/N ratio is small.
    Prospects for Sphagnum bogs subject to high nitrogen deposition
    Limpens, J. - \ 2003
    Wageningen University. Promotor(en): Frank Berendse. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789058087850 - 143
    veenmoerassen - sphagnum - plantenecologie - depositie - plantenvoeding - voedingsstoffenbalans - stikstofkringloop - ecosystemen - bogs - sphagnum - plant ecology - deposition - plant nutrition - nutrient balance - nitrogen cycle - ecosystems

    S phagnum bogs harbour a wealth of rare vascular plant and bryophyte species, preserve an amazing pollen record and are long-term sinks for atmospheric carbon. Unfortunately, the relatively low production and decomposition rates, that make these bogs such important environments, also make them vulnerable to changes in atmospheric nitrogen (N) input. The research presented in this thesis had as its aim to investigate to what extent N deposition could affect bogs, and explore whether its influence could render initially successful restoration efforts futile.

    We conducted a set of field and greenhouse experiments, aimed at delineating the effects of N and P on the interactions between Sphagnum and vascular plants, epiphytic algae, fungi and other Sphagnum species. In addition, we paid attention to the physiological effects of a high N supply on Sphagnum , and we studied the impact of an elevated N supply on litter quality and decomposition rate, to get an impression of its long-term effects on bog vegetation.

    Our results unambiguously showed that a simulated increase in N deposition depressed Sphagnum growth. How this decreased vitality came about is not so straightforward, however. We can distinguish two types of negative N effects on Sphagnum . A direct toxic effect that seems to be linked to the N metabolism of Sphagnum and an indirect effect brought about by intensified interactions with other organisms. Additionally, our results showed that Sphagnum originating from sites with a high N deposition decomposed faster than Sphagnum from a site with intermediate N deposition. This combination of decreased Sphagnum production and increased decomposition nudges the carbon balance of these systems towards the negative, and thus challenges the survival of bogs.

    A considerable part of the effects mentioned above depends on the amount of deposited N that Sphagnum can incorporate in its tissue and on the resulting tissue N concentration. As such, the impact of a high N supply is not so much determined by the level of N deposition per se than by the balance between the negative effects of N on the one hand and the supply of potentially growth-limiting factors such as water, P, CO 2 , light and temperature on the other hand. Thus, it seems possible to circumvent an important part of the negative N effects by optimising the overall growing conditions of Sphagnum . However, we must realise that the resilience of the bog ecosystem and the range of conditions under which Sphagnum bogs can survive decrease with N deposition, and thus are limited.

    Herstel van een bosecosysteem na overbelasting met ammoniak : resultaten van de nul-meting in 2002
    Dueck, T.A. ; Dijk, C.J. van; Leeters, E.E.J.M. ; Groot, G.J. de; Mols, J.J. - \ 2003
    Wageningen : Plant Research International (Nota / Plant Research International 256) - 32
    ecosystemen - bossen - ammoniak - depositie - bosinventarisaties - opstandskenmerken - bodemwater - voedingsstoffen - plantengemeenschappen - botanische samenstelling - nederland - ecosystems - forests - ammonia - deposition - forest inventories - stand characteristics - soil water - nutrients - plant communities - botanical composition - netherlands
    Updated assessment of critical loads of lead and cadmium for European forest soils
    Reinds, G.J. ; Vries, W. de; Groenenberg, J.E. - \ 2002
    In: Preliminary modelling and mapping of critical loads for cadmium and lead in Europe / Hettelingh, J.P., Slootweg, J., Posch, M., Dutchak, S., Ilyin, I., Bilthoven : RIVM (RIVM report 259101011) - p. 123 - 127.
    verontreiniging - cadmium - lood - luchtverontreiniging - depositie - gegevens verzamelen - cartografie - europa - critical loads - modelleren - pollution - lead - air pollution - deposition - data collection - mapping - europe - modeling
    At its 20th session the Working Group on Effects (WGE) of the Convention on Long-range Transboundary Air Pollution of the United Nations Economic Commission for Europe (UNECECLRTAP), noted the need to further develop and test the methodology for mapping critical loads for cadmium and lead. To this end, the WGE invited the International Cooperative Programme on Modelling and Mapping (ICP M&M) and its Coordination Center for Effects at the RIVM (RIVMCCE) to issue, by the end of 2001, a call for relevant data to be provided by its network of National Focal Centers (NFCs) on a voluntary basis. This report describes the results of this call for data. NFCs were requested to apply (1) an effectbased methodology, identifying atmospheric deposition (critical loads) that will not lead to concentrations of heavy metals above critical limits for microbiota, plants and invertabrates and/or (2) a stand-still approach identifying atmospheric deposition (stand-still loads) that will not lead to any further accumulation of heavy metals in the soil. Seventeen NFCs responded of which eleven provided data. The report, includes • the methodological guidance provided to the NFCs at the time of the call. • preliminary European maps of both critical and stand-still loads loads based on the response from Bulgaria, Belarus, The Czech Republic, Germany, Italy, The Netherlands, Russia, Slovakia, Switzerland, Ukrain, and the United Kingdom. • preliminary exceedance maps produced in collaboration with the EMEP-Meteorological Synthesizing Centre East under the UNECE-CLRTAP. The results of the call for data described in this report have been presented and discussed at the 12th CCE workshop and the 18th Task Force of the ICP M&M which were held back-to-back in Italy (Sorrento, 14-19 April 2002). Main recommendations include the further review of methods and national data, the review of atmospheric as well as other heavy metal inputs (in particular on agricultural soils), the exploration of critical limits including those related to human health and the exploration of effect-based approaches for mercury.
    Haalbaarheid van natuurdoeltypen in arme bossen en droge heide op de hogere zandgronden: een modelstudie
    Wamelink, G.W.W. ; Dobben, H.F. van; Schouwenberg, E.P.A.G. ; Mol-Dijkstra, J.P. - \ 2002
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 562) - 59
    bossen - biodiversiteit - stikstof - depositie - milieueffect - modellen - vegetatie - bedrijfsvoering - natuurbescherming - nederland - bos - ecologie - heide - natuurbeheer - simulatiemodel - zandgronden - forests - biodiversity - nitrogen - deposition - environmental impact - models - vegetation - management - nature conservation - netherlands
    In een modelstudie is nagegaan in hoeverre doelstellingen voor biodiversiteit op arme zandgrond haalbaar zijn bij de huidige, en bij afnemende atmosferische depositie. Ook is gekeken of het effect van een afnemende depositie versneld kan worden door herbivorie. De modelketen SMART-SUMO-NTM is gedraaid voor drie concrete situaties: een dennenbos, een eikenbos en een heide. Simulaties zijn gedaan voor een periode van 100 jaar, waarin de depositie ofwel gelijk blijft, ofwel geleidelijk afneemt. In de bossen blijkt de daling van de depositie slechts een beperkt effect te hebben omdat de aanwezige stikstof nog lang in het systeem blijft. Zo heeft het geen enkele invloed op de potentiele natuurwaarde. Het plaggen van bossen om stikstof af te voeren zou een positief effect kunnen hebben, nader onderzoek is noodzakelijk. In de heide heeft daling van de depositie een sterker effect, omdat het overschot aan stikstof wordt afgevoerd met plaggen en door herbivoren. Het effect van een dalende depositie wordt in heidevelden versterkt door herbivorie. Hier zorgt de combinatie van dalende depositie, herbivorie en plaggen op den duur tot vorming van stuifzand. In de bossen bestaat de kans dat zonder beheer zich op de langere termijn een eenvormig beukenbos met slechts weinig ondergroei zal ontwikkelen. De natuurdoelen zullen in bossen waarschijnlijk zonder extra maatregelen niet worden gehaald, ook niet bij een dalende depositie. Voor de heide zullen de natuurdoelen wel haalbaar zijn mits de depositie daalt, waarbij begrazing een waardevolle bijdrage kan leveren.
    Dynamic nitrogen deposition thresholds during forest stand development in a Douglas fir forest analysed with two nitrogen models SMART2 and MERLIN
    Tietema, A. ; Mol-Dijkstra, J.P. ; Kros, J. ; Vries, W. de - \ 2002
    Hydrology and Earth System Sciences 6 (2002)3. - ISSN 1027-5606 - p. 375 - 382.
    bossen - bodemchemie - depositie - nitraten - luchtverontreiniging - modellen - bos - nutriënten - simulatiemodel - stikstofdepositie - forests - soil chemistry - deposition - air pollution - nitrates - models
    In contrast to the classical critical load (CL) concept, based on long-term steady-state conditions, a dynamic deposition threshold (DDT) is introduced. This DDT takes into account all relevant dynamic aspects of vegetation development/forest growth, mineralisation, immobilisation and denitrification, depending on the successional stage of the forest. DDT values for nitrogen were determined for a Douglas fir rotation by two process-based nitrogen models SMART2 and MERLIN using three different criteria for critical nitrogen leaching. During most of the rotation time, the predicted DDT values were higher than the corresponding traditional CL. SMART2 and MERLIN predicted a maximum DDT of 4.9 and 4.6 kmol N per ha per year (69 and 64 kg N per ha per year, respectively), when accepting a critical N leaching level of 1.73 kmol N per ha per year related to impacts on ground water quality. This is due mainly to relatively high tree uptake during the first 50 years of a forest rotation, compared to a long-term estima
    Gedifferentieerde normstelling voor nutriënten in vennen : onderbouwing en toetsing van kritische depositieniveaus en effecten van herstelmaatregelen op het voorkomen van isoetiden
    Arts, G.H.P. ; Beers, P.W.M. van; Belgers, J.D.M. ; Wortelboer, F.G. - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 262) - 88
    stilstaand water - vegetatie - stikstof - zwavel - depositie - kwaliteitsnormen - milieubeleid - herstel - nederland - herstelbeheer - standing water - vegetation - nitrogen - sulfur - deposition - quality standards - environmental policy - rehabilitation - netherlands - restoration management
    In het rapport worden voor vennen kritische depositieniveaus van stikstof en zwavel uit literatuur afgeleid, geëvalueerd en getoetst aan huidige depositieniveaus op vennen. De kritische depositiewaarden voor stikstof worden ruim overschreden, voor zwavel worden ze deels overschreden. Er is in het onderzoek een sterke relatie gevonden tussen nieuwe groeiplaatsen met soorten van zwak gebufferde vennen (Waterlobelia en Oeverkruid) in de periode 1980-1999 en uitgevoerd herstelbeheer in deze periode. De vegetaties met deze soorten zijn echter niet optimaal ontwikkeld. De effecten van verzuring, vermesting en verdroging zijn duidelijk zichtbaar in veel vegetatie-opnamen. Een voorstel voor milieukwaliteitsnormen voor zwak gebufferde vennen wordt gepresenteerd.
    Zwavelvoorziening vraagt toenemende aandacht
    Darwinkel, A. - \ 2001
    PPO-bulletin akkerbouw 5 (2001)1. - ISSN 1385-5301 - p. 12 - 15.
    zwavel - zwavelmeststoffen - kunstmeststoffen - toedieningshoeveelheden - dosering - doseringseffecten - toepassingsdatum - plantenvoeding - mestbehoeftebepaling - depositie - voedingsstoffenbehoeften - voedingsstoffenopname (planten) - mineralenopname - wintertarwe - gewasopbrengst - opbrengsten - voedingsstoffentekorten - mineraaltekorten - bemesting - sulfur - sulfur fertilizers - fertilizers - application rates - dosage - dosage effects - application date - plant nutrition - fertilizer requirement determination - deposition - nutrient requirements - nutrient uptake - mineral uptake - winter wheat - crop yield - yields - nutrient deficiencies - mineral deficiencies - fertilizer application
    Door verminderde industriële depositie van zwavel en minder verontreinigde meststoffen kan de zwavelvoorziening van landbouwgewassen in gevaar komen., met name op lichte gronden. PPO onderzocht in bemestingsproeven met wintertarwe in verschillende regio's en op verschillende grondsoorten het effect van zwavelbemesting op de zwavelopname en het zwavelgehalte in verschillende groeistadia en de uiteindelijke korrelopbrengst. Voor een goede stikstofvoorziening zijn vooral zwavelhoudende stikstofmeststoffen gunstig die bij het begin van de groei van het gewas worden gegeven
    Relatie tussen vegetatie en abiotische factoren in het meetnet vitaliteit en verdroging; een statistische studie op grond van waarnemingen in 200 opstanden in 1995 en 1996
    Dobben, H.F. van; Vries, W. de - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 406) - 53
    bossen - bodemchemie - milieufactoren - vegetatie - verdroging - stikstof - fosfor - fosfaten - aluminium - depositie - nederland - atmosferische depositie - biodiversiteit - bos - ecologie - nutriënten - forests - soil chemistry - environmental factors - vegetation - desiccation - nitrogen - phosphorus - phosphates - aluminium - deposition - netherlands - monitoring
    In de 200 bosopstanden van het meetnet vitaliteit en verdroging zijn in 1995 bodemchemische factoren bepaald en in 1996 vegetatieopnamen gemaakt. Deze gegevens zijn gebruikt om de relatie vast te stellen tussen bodem en vegetatie. Additioneel zijn niet-bodemchemische variabelen gebruikt, die deels afkomstig zijn uit landelijke gegevensbestanden en modellen (meteo, depositie). Er blijkt een sterke relatie te bestaan tussen de vegetatie en deze verklarende variabelen. De factoren die de vegetatie het meest bepalen, zijn licht, bodemchemie (vooral beschikbaarheid van basische kationen), atmosferische depositie, en grondwaterstand. Van de atmosferische variabelen hebben de depositie van Mg en van SOx een significant effect. De indicatoren voor stikstofdepositie (NOx en NHy) hebben geen significant effect op de vegetatie. Van de nutriënten in de bodem heeft fosfaat een groter effect dan stikstof, hetgeen wijst op stikstofverzadiging. Voorts werden aanwijzingen gevonden voor een toxisch effect van aluminium.
    Beschrijving van de emissie van bestrijdingsmiddelen naar lucht bij bespuiting van bodem of gewas in ISBEST 3.0
    Smidt, R.A. ; Smit, M.F.R. ; Berg, F. van den; Denneboom, J. ; Zande, J.C. van de; Holterman, H.J. ; Huijsmans, J.F.M. - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Reeks Mileuplanbureau / Alterra-rapport 207) - 62
    pesticiden - emissie - lucht - vervluchtiging - bodem - depositie - gewassen - toedieningswijzen - kassen - nederland - pesticides - emission - air - volatilization - soil - deposition - crops - application methods - greenhouses - netherlands
    Voor landsdekkende berekeningen van de emissie van bestrijdingsmiddelen naar de lucht is het informatiesysteem bestrijdingsmiddelen (ISBEST) verbeterd. Hierbij is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande methoden en kennis. Tabellen met de emissiefactor vanaf bodem en gewas en vanuit de kas voor circa 250 bestrijdingsmiddelen en tabellen met de mate van bodemdepositie en gewasinterceptie van een bestrijdingsmiddel als functie van het gewasontwikkelingsstadium zijn gecombineerd met de gegevens over het verbruik van bestrijdingsmiddelen in Nederland in de database ISBEST versie 3.0. Verdere verbetering van het instrumentarium kan onder meer worden bereikt door het ontwikkelen en inbouwen van een methode voor de emissie tijdens de toepassing en dekoppeling met het consensusmodel PEARL voor uitspoeling. Daarbij dient een verbeterd concept voor de vervluchtiging van bestrijdingsmiddel vanaf onbegroeide bodem in PEARL ingebouwd te worden
    Effects of elevated carbon dioxide and increased nitrogen deposition on bog vegetation in the Netherlands
    Heijmans, M.M.P.D. ; Berendse, F. ; Arp, W.J. ; Masselink, A.K. ; Klees, H. ; Visser, W. de; Breemen, N. van - \ 2001
    Journal of Ecology 89 (2001). - ISSN 0022-0477 - p. 268 - 279.
    kooldioxide - stikstof - veengebieden - veenmoerassen - nederland - depositie - carbon dioxide - nitrogen - deposition - peatlands - bogs - netherlands
    1 We studied the effects of elevated atmospheric CO2 and increased N deposition on the plant species composition of a Sphagnum-dominated bog ecosystem in the Netherlands. Large peat monoliths (surface area 1 m2, depth 0.6 m) with intact bog vegetation were kept outdoors in large containers and were exposed to elevated CO2 or increased N deposition for three growing seasons. Elevated CO2 conditions (target concentration 560 ?mol CO2 mol1) were created using MiniFACE technology. In a separate experiment, N deposition was increased by 5 g N m2 year1 by adding dissolved NH4NO3 at 3 week intervals during the growing season. 2 Elevated atmospheric CO2 increased height growth of Sphagnum magellanicum, the dominant Sphagnum species, in the second and third growing seasons. Vascular plant biomass was not significantly affected by elevated CO2, but growth of species growing close to the moss surface was influenced negatively by the increased Sphagnum height growth. Elevated CO2 did not change allocation to below-ground plant parts. 3 Adding N increased above-ground vascular plant biomass. The shallow-rooted species Vaccinium oxycoccus responded most to the increased N deposition. Sphagnum growth was significantly reduced in the third growing season. This reduction was likely the result of the increased vascular plant cover, given the observed negative relation between vascular plant cover and Sphagnum growth. 4 The observed shifts in species composition as a result of species-specific responses to treatments, and interactions between peat mosses and vascular plants will have important consequences for the sequestration of carbon in the bog ecosystem.
    Gebiedsspecifieke, kritische depositieniveaus voor stikstof en zuur voor terrestrische ecosystemen
    Vries, W. de; Salm, C. van der; Hinsberg, A. van; Kros, J. - \ 2000
    Milieu 15 (2000)3. - ISSN 0920-2234 - p. 144 - 158.
    milieubescherming - verzuring - normen - zure depositie - stikstof - depositie - zwavel - nederland - terrestrische ecosystemen - environmental protection - acidification - standards - acid deposition - nitrogen - deposition - sulfur - netherlands - terrestrial ecosystems
    Op basis van de resultaten kunnen nieuwe verzuringsdoelstellingen worden afgeleid in relatie tot een gewenst beschermingsareaal voor een gegeven effect
    Vergelijking van effectrisico' s van gereduceerd en geoxideerd stikstof: eindverslag project 10266: stikstofonderzoekprogramma 1997-1999
    Eerden, L. van der - \ 2000
    Wageningen : Plant Research International - 60
    stikstof - nitraat - ammoniak - stikstofoxiden - milieueffect - luchtverontreiniging - depositie - emissie - nitrogen - nitrate - ammonia - nitrogen oxides - environmental impact - air pollution - deposition - emission
    Trading sulphur emissions in Europe: 'Guided Bilateral Trade'
    Kruitwagen, S. ; Folmer, H. ; Hendrix, E.M.T. ; Hordijk, L. ; Ierland, E. van - \ 2000
    Environmental and Resource Economics 16 (2000). - ISSN 0924-6460 - p. 423 - 441.
    luchtverontreiniging - zwavel - verontreinigingsbeheersing - eu regelingen - depositie - air pollution - sulfur - deposition - pollution control - eu regulations
    In this paper a system of `guided permit trading' is developed for SO2 emissions reduction which considers permit trading as a bilateral and sequential process. This implies that in order to meet the deposition targets at the end of the trading process, not every single trade transaction has to meet the deposition targets. To ensure that the target is ultimately met, the number of permits traded should be controlled by a trade coordinating institution. A simulation of the system of guided bilateral trading of SO2 permits among European countries on the basis of the Second SO2 Protocol indicates that some non-profitable trade transactions take place. This prevents the cost effective emission allocation from being fully achieved. However, the calculations show that guided bilateral permit trading may generate substantial cost savings while contributing to environmental protection.
    Effects of elevated CO2 and increased N deposition on bog vegetation in the Netherlands = [Gevolgen van een verhoogde atmosferische CO2-concentratie en N-depositie voor hoogveenvegetatie in Nederland]
    Heijmans, M.M.P.D. - \ 2000
    Agricultural University. Promotor(en): F. Berendse; N. van Breemen. - S.l. : S.n. - ISBN 9789058083074 - 128
    hoogveengebieden - veenmoerassen - stikstof - depositie - kooldioxide - vegetatie - milieueffect - klimaatverandering - nederland - moorlands - bogs - nitrogen - deposition - carbon dioxide - vegetation - environmental impact - climatic change - netherlands

    Ombrotrophic bogs are important long-term sinks for atmospheric carbon. Changes in species composition of the bog plant community may have important effects on carbon sequestration, because peat mosses ( Sphagnum ) contribute more to peat accumulation than vascular plants. The aim of this study was to investigate the effects of elevated atmospheric carbon dioxide (CO 2 ) and increased nitrogen (N) deposition on bog vegetation in the Netherlands, with special attention to the relationship between peat mosses and vascular plants.

    Three experiments were conducted, one outdoors and two in the greenhouse, in which peat monoliths were exposed to different levels of atmospheric CO 2 and N deposition. The outdoor experiment was part of the European BERI project, which used MiniFACE technology for creating elevated CO 2 conditions. The vegetation response in all three experiments was followed for two or three growing seasons. In addition, evapotranspiration and the partitioning of 15 N-labelled N deposition among Sphagnum , vascular plants and peat was measured.

    The results showed, for the first time, that elevated CO 2 benefits growth of Sphagnum , but not necessarily at the cost of vascular plant growth. Increases in vascular plant biomass were non-significant, and were apparently restricted by the faster Sphagnum height growth and/or nutrient limitation. Sphagnum can take advantage of elevated CO 2 because its growth is less nutrient limited than that of vascular plants. Reductions in evapotranspiration at elevated CO 2 in summer would further benefit Sphagnum , as its growth is very sensitive to changes in moisture availability. During three growing seasons of N addition, the Sphagnum layer became saturated with N, resulting in a larger availability of N and better growth of vascular plants. After reaching a cover of about 60% vascular plants reduced Sphagnum growth through increased shading.

    These changes in relative abundances of peat mosses versus vascular plants, in response to treatments and interactions between species, have implications for carbon sequestration in peat bogs. As elevated CO 2 favours Sphagnum growth, it is expected that carbon sequestration in bogs increases with increasing levels of atmospheric CO 2 . In contrast, increased N deposition will likely reduce carbon sequestration by increasing the relative abundance of vascular plants.

    Key words:15 N tracer, BERI, competitive interactions, elevated CO 2 , evapotranspiration, global change, MiniFACE, N deposition, ombrotrophic bog vegetation, plant species compostion, Sphagnum , vascular plants

    Environmental risk assessment for pesticides in the atmosphere; the results of an international workshop
    Guicherit, R. ; Bakker, D.J. ; Voogt, P. de; Berg, F. van den; Dijk, H.F.G. van; Pul, W.D.J. van - \ 1999
    Water Air and Soil Pollution 115 (1999). - ISSN 0049-6979 - p. 5 - 19.
    luchtverontreiniging - emissie - depositie - pesticiden - risicoschatting - air pollution - emission - deposition - pesticides - risk assessment
    Emission of pesticides into the air
    Berg, F. van den; Kubiak, R. ; Benjey, W.G. ; Majewski, M.S. ; Yates, S.R. ; Reeves, G.L. ; Smelt, J.H. ; Linden, A.M.A. van der - \ 1999
    Water Air and Soil Pollution 115 (1999). - ISSN 0049-6979 - p. 195 - 218.
    luchtverontreiniging - pesticiden - depositie - air pollution - pesticides - deposition
    De modellering van de effecten van verzuring, vermesting en verdroging voor bossen en natuurterreinen ten behoeve van de milieubalans, milieuverkenning en natuurverkenning : verbetering, verfijning en toepassing van het model SMART2
    Kros, J. - \ 1998
    Wageningen : DLO-Staring Centrum (Reeks milieuplanbureau 3) - 91
    milieueffect - zure regen - depositie - dierlijke meststoffen - natuurbescherming - bosbouw - bodemchemie - modellen - environmental impact - acid rain - deposition - animal manures - nature conservation - forestry - soil chemistry - models
    Towards integrated national modelling with particular reference to the environmental effects of nutrients
    Alkemade, J.R.M. ; Grinsven, J.J.M. van; Wiertz, J. ; Kros, J. - \ 1998
    Environmental Pollution 102 (1998)Suppl.. - ISSN 0269-7491 - p. 101 - 105.
    drinkwater - eutrofiëring - verzuring - stikstof - landbouw - depositie - verdroging - besluitvorming - uitspoelen - drinking water - eutrophication - acidification - nitrogen - agriculture - deposition - desiccation - decision making - leaching
    The excess of nutrients in the Netherlands, mainly from agricultural activities, leads to widespread acidification and eutrophication, affecting biodiversity and drinking water resources. Policy measures are aimed at decreasing nutrient emission and spatial planning is directed to decreasing land use for agriculture, for the benefit of nature development and urbanisation. Decision Support Systems (DSS) are developed to evaluate, integrate and design policy scenarios with respect to social-economy, environmental protection, spatial planning and nature development. Two examples are given. STONE is a DSS for nitrate and phosphorus in agricultural areas, which integrates the predictive models and data for emission, atmospheric deposition and leaching ofN and P. The `Nature Planner', is a DSS for the multistress effects of acidification, eutrophication and desiccation on, until now, terrestrial nature. It is shown that with the Nature Planner environmental scenarios can be evaluated in terms of biodiversity indicators. Integration of STONE and the Nature Planner into one DSS will give a still more powerful policy analysis tool. With this new DSS scenarios for the conversion of agricultural land into nature can be evaluated.
    CORRELACI : identification of traditional and air pollution related stress factors in a douglas fir ecosystem : the aciforn stands : a correlative evaluation of monitoring data on the carbon, nutrient and water cycles
    Evers, P.W. ; Bouten, W. ; Grinsven, J.J.M. van - \ 1991
    Wageningen : De Dorschkamp (Rapport / De Dorschkamp Research Institute for Forestry and Urban Ecology nr. 623) - 202
    bosbouw - bomen - bosschade - chemische precipitatie - luchtverontreiniging - zouten - depositie - zure regen - plantenfysiologie - statistiek - wiskundige modellen - pseudotsuga menziesii - forestry - trees - forest damage - chemical precipitation - air pollution - salts - deposition - acid rain - plant physiology - statistics - mathematical models - pseudotsuga menziesii
    Canopy interactions in a Douglas fir forest. Estimating dry deposition from canopy wetness, throughfall and wet deposition.
    Versluis, A.H. ; Vermetten, A.W.M. ; Bouten, N. ; Maas, R. van der; Hofschreuder, P. - \ 1991
    In: CORRELACI : identification of traditional and air pollution related stress factors in a douglas fir ecosystem : the aciforn stands : a correlative evaluation of monitoring data on the carbon, nutrient and water cycles / Evers, P.W., Bouten, W., van Grinsven, J.J.M., - p. 85 - 118.
    bosbouw - bomen - bosschade - chemische precipitatie - luchtverontreiniging - zouten - depositie - kroon - kroondak - stamafstroming - regen - interceptie - neerslag - zure regen - zure depositie - pseudotsuga menziesii - forestry - trees - forest damage - chemical precipitation - air pollution - salts - deposition - crown - canopy - stemflow - rain - interception - precipitation - acid rain - acid deposition - pseudotsuga menziesii
    Netto zuurbelasting van de bodem door atmosferische depositie
    Loman, H. - \ 1989
    Haren (Gr.) : IB (Nota / Instituut voor Bodemvruchtbaarheid 207) - 44
    bodem ph - bodemaciditeit - bosschade - chemische precipitatie - luchtverontreiniging - zouten - depositie - neerslag - chemische eigenschappen - zuurgraad - zure regen - soil ph - soil acidity - forest damage - chemical precipitation - air pollution - salts - deposition - precipitation - chemical properties - acidity - acid rain
    Qualitative and quantitative research on the relation between ectomycorrhiza of Pseudotsuga menziesii, vitality of the host and acid rain.
    Jansen, A.E. ; Vries, F.W. de - \ 1988
    Wageningen [etc.] : Agricultural University [etc.] - 73
    bosbouw - bomen - bosschade - chemische precipitatie - luchtverontreiniging - zouten - depositie - mycorrhizae - achteruitgang, bossen - levensvatbaarheid - pseudotsuga menziesii - ectomycorrhiza - zure regen - nederland - forestry - trees - forest damage - chemical precipitation - air pollution - salts - deposition - mycorrhizas - forest decline - viability - pseudotsuga menziesii - ectomycorrhizas - acid rain - netherlands
    Depositie van synthetische pyrethroiden op een chrysantengewas bij een conventionele handbespuiting en een low-volume bespuiting
    Roos, A.H. ; Lemmen, P.J.H. ; Lieftink, D.A. ; Mazijk, R.J. van; Rietstra, G. ; Tuinstra, L.G.M.Th. - \ 1987
    Wageningen : RIKILT (Rapport / RIKILT 87.33) - 11
    depositie - kleinvolume spuiten - spuiten - drift - fenpropathrin - deltamethrin - permethrin - cypermethrin - chrysanthemum - deposition - low volume spraying - spraying - drift - fenpropathrin - deltamethrin - permethrin - cypermethrin - chrysanthemum
    By using diferent synthetic pyrethroids, respectively fenpropathrin and deltamethrin for the conventional spray technique (2000 l/ha) and permethrin and cypermethrin for the low-volume spray technique (50 l/ha), both techniques could be compared the same day on the same chrysanthemum vegetation. As the pyrethroids are separated well both techniques could be compared.
    Gezonde mycorrhiza, gezonde bossen
    Smits, W.T.M. - \ 1984
    Nederlands Bosbouwtijdschrift 56 (1984)4. - ISSN 0028-2057 - p. 92 - 96.
    luchtverontreiniging - chemische precipitatie - depositie - bosschade - bosbouw - mycorrhizae - zouten - air pollution - chemical precipitation - deposition - forest damage - forestry - mycorrhizas - salts
    Aandacht voor de rol van mycorrhiza in verband met het afsterven van bossen en het gebruik van mycorrhiza als middel tegen beschadiging van bomen door zure depositie en luchtverontreiniging
    De gevoeligheid van bomen voor strooizout
    Burg, J. van den; Kopinga, J. - \ 1981
    Wageningen : De Dorschkamp (Bericht / Rijksinstituut voor Onderzoek in de Bos- en Landschapsbouw "De Dorschkamp" nr. 103)
    bosschade - chemische precipitatie - luchtverontreiniging - zouten - depositie - bosbouw - groene zones - heggen - straatbomen - houtachtige planten als sierplanten - forest damage - chemical precipitation - air pollution - salts - deposition - forestry - green belts - hedges - street trees - ornamental woody plants
    Bomen op zoute gronden, zoutschade, resistentie
    Anonymous, - \ 1971
    Wageningen : [s.n.] (Literatuurlijst / Centrum voor landbouwpublikaties en landbouwdocumentatie no. 3322)
    luchtverontreiniging - bibliografieën - chemische precipitatie - oogstschade - depositie - bosschade - bosbouw - verbetering - houtachtige planten als sierplanten - verzilting - zouten - natrium - bodem - bodemverontreiniging - bodemzoutgehalte - bodemkunde - bodemgiftigheid - air pollution - bibliographies - chemical precipitation - crop damage - deposition - forest damage - forestry - improvement - ornamental woody plants - salinization - salts - sodium - soil - soil pollution - soil salinity - soil science - soil toxicity
    Onderzoekingen betreffende de loessgronden van Zuid-Limburg
    Doormaal, J.C.A. van - \ 1945
    Wageningen University. Promotor(en): C.H. Edelman. - Haarlem : Gottmer - 94
    bodemtaxonomie - bodemclassificatie - bodemtypen - löss - depositie - lössgronden - klei - sediment - gesteenten - leistenen - nederland - zuid-limburg - soil taxonomy - soil classification - soil types - loess - deposition - loess soils - clay - sediment - rocks - slates - netherlands - zuid-limburg
    There were two hypotheses on the formation of loessoid soils in south Limburg. F. H. van Rummelen and W. J. Jongmans explained the origin by weathering of underlying rocks and reworking of the weathered material by water; J. H. Druif concluded on qualitative mineral data that the soil material was wind-borne from the north.

    Detailed descriptions of places and sample profiles, and quantitative data on heavy minerals and grain size confirmed the hypothesis of Druif. The mineral associations of loess soils were similar to those of glacial deposits in the central and northern parts of the Netherlands and deviated considerably from those of the underlying rocks. The grain size was characteristic for loess.

    At least two deposits were present: the oldest, possibly of Riss age and the younger Wnrmian.

    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.