Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 97 / 97

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==freshwater ecology
Check title to add to marked list
A blooming business : Identifying limits to Lake Taihu's nutrient input
Janssen, Annette B.G. - \ 2017
Wageningen University. Promotor(en): Wolf Mooij, co-promotor(en): J.H. Janse; A.A. van Dam. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463431897 - 268
lakes - freshwater ecology - aquatic ecosystems - nutrients - cycling - nutrient flows - biodiversity - algae - models - critical loads - limnology - spatial variation - ecological restoration - china - meren - zoetwaterecologie - aquatische ecosystemen - voedingsstoffen - kringlopen - nutriëntenstromen - biodiversiteit - algen - modellen - critical loads - limnologie - ruimtelijke variatie - ecologisch herstel - china

Last century, Lake Taihu (China) became serious eutrophic due to excessive nutrient input. During the 1980s, the first algal blooms emerged in the lake, reaching disastrous proportions in 2007. During that year, the intake of drinking water had to be shut down and millions of people had to look for an alternative source of drinking water. This raises the question whether such problems can be avoided. Of crucial importance in avoiding and reducing toxic algal blooms is the identification of the maximum nutrient load ecosystems can absorb, while remaining in a good ecological state. In this thesis, I aim to determine the critical nutrient load for Lake Taihu. I approach the search for critical nutrient loads of Lake Taihu in five steps with diversity as an overarching topic throughout this thesis: diversity in lakes, diversity in models, diversity in spatial distribution of nutrient and water sources, diversity in the development of lakes around the earth and finally diversity within specific lakes. From the long list of available models I chose the model PCLake to use in my analysis because it is the most extensively used food web model applied for bifurcation analysis of shallow aquatic ecosystems. The approach has resulted in a range of critical nutrient loads for different parts of Lake Taihu. Furthermore, critical nutrient loads depend on management goals, i.e. the maximum allowable chlorophyll-a concentration. According to the model results, total nutrient loads need to be more than halved to reach chlorophyll-a concentrations of 30-40 μg.L-1 in most sections of the lake. To prevent phytoplankton blooms with 20 μg.L-1 chlorophyll-a throughout Lake Taihu, both phosphorus and nitrogen loads need a nearly 90% reduction. This range contrasts to the single point of recovery that is often found for small shallow lakes. The range in critical nutrient loads found for Lake Taihu can be interpreted as providing a path of recovery for which each step leads to water quality improvement in certain parts of the lake. To reach total recovery, nutrient reduction seems to be the most promising management option.

Getijherstel in het Rammegors : een quick-scan van de effecten van een tijdelijke zoutwaterinstroom op een zoetwater natuurgebied
Elschot, Kelly ; Tangelder, Marijn ; IJzerloo, Lennart van; Wal, Jan Tjalling van der; Ysebaert, Tom - \ 2016
Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research report C123/16) - 32
getijden - zout water - zoetwaterecologie - natuurgebieden - natuurbeheer - tides - saline water - freshwater ecology - natural areas - nature management
Als onderdeel van het herstel van slikken en schorren in de Oosterschelde heeft Rijkswaterstaat het Rammegors (nabij Sint Philipsland) weer in verbinding gebracht met de Oosterschelde. De doorlaat is eind 2014 geopend, maar door onvoorziene technische mankementen is de doorlaat in de periode 2014-2016 grotendeels gesloten geweest. Tot het moment dat deze studie is uitgevoerd (15 september 2016) waren de schuiven nog steeds gesloten, maar op 5 december 2016 heeft Rijkswaterstaat de doorlaat weer geopend. Om de ontwikkeling van het gebied na het terug brengen van de getijden te kunnen volgen heeft Rijkswaterstaat en het Centre of Expertise Deltatechnologie een monitoringsprogramma opgezet. Het doel van deze monitoring is om de belangrijkste biotische en abiotische ontwikkelingen te volgen. Door de onverwachte technische problemen en het tot tweemaal toe openen en sluiten van het doorlaatmiddel kon de monitoring niet worden uitgevoerd zoals oorspronkelijk de bedoeling was. Nu rijst de vraag hoe het zoute water dat is binnen gelaten in de perioden dat de doorlaat open stond het gebied heeft beïnvloed. Daarom is een tussentijdse inventarisatie uitgevoerd om dit in beeld te brengen. Voorliggend rapport is het resultaat hiervan.
Toestand vis en visserij in de zoete Rijkswateren 2015 : Deel I : Trends
Graaf, M. de; Boois, I.J. de; Bos, O.G. ; Griffioen, A.B. ; Keeken, O. van; Tien, N.S.H. ; Vries, P. de - \ 2016
IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C114/16) - 79
vissen - visserij - zoetwaterecologie - monitoring - fishes - fisheries - freshwater ecology
Het rapport “Toestand Vis en Visserij in de Zoete Rijkswateren” bestaat uit drie verschillende delen: Deel I “Trends”, Deel II “Methoden” en Deel III “Data”. In dit rapport (Deel I) worden (i) de trends in commercieel benutte vissoorten per VBC gebied, (ii) de trends in niet-inheemse vissoorten (exoten) en (iii) de trends in ecologische kwaliteitsratio’s vis gerapporteerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van de gegevens die binnen de verschillende vismonitoringsprogramma’s op de Zoete Rijkswateren worden verzameld, aangevuld met gegevens over bv. aanlandingen. In de rapportage zijn trendanalyses voor de verschillende commercieel benutte vissoorten en niet-inheemse vissoorten (exoten) gemaakt aan de hand van de beschikbare monitoringsgegevens. De gegevens van deze monitoringsprogramma’s worden gebruikt als indicatoren voor de ontwikkeling van de bestanden van de geanalyseerde soorten over verschillende tijdsperioden. Het rapport concentreert zich op het weergeven van data en trends.
Het oude continent : beschouwingen over de natuur in Europa
Schaminee, J.H.J. ; Janssen, J.A.M. - \ 2014
Zeist : KNNV uitgeverij (Vegetatiekundige Monografieën 6) - ISBN 9789050115148 - 184
natuur - landschap - vegetatie - flora - biodiversiteit - graslanden - duinen - moerassen - zoetwaterecologie - europa - fritillaria meleagris - nature - landscape - vegetation - biodiversity - grasslands - dunes - marshes - freshwater ecology - europe
Een verzameling essays over de grote verscheidenheid aan natuur in Europa: wildernis, natuurlijke en oude cultuurlandschappen. Hoe staat het met de bescherming van deze uiteenlopende natuurtypen? Van de Europese laaglandrivieren en hun begeleidende hooilanden tot kalkmoerassen in de bergen: tal van bijzondere landschappen en hun verhalen komen aan bod. flora, fauna, biodiversiteit, natuurbeheer, halfnatuurlijke graslanden, plantengemeenschappen, vegetatiekunde, ecologie, duinen, kalkmoerassen, wateren, bevloeiingssystemen, wildernis, natuur in Europa
Key elements towards a Joint Invasive Alien Species Strategy for the Dutch Caribbean
Smith, S.R. ; Burg, W.J. van der; Debrot, A.O. ; Buurt, G. van; Freitas, J.A. de - \ 2014
Den Helder, Wageningen : IMARES / PRI (Report / IMARES Wageningen UR C020/14) - 102
invasieve exoten - zoetwaterecologie - terrestrische ecologie - parasitaire onkruiden - inventarisaties - bonaire - caribisch gebied - invasive alien species - freshwater ecology - terrestrial ecology - parasitic weeds - inventories - caribbean
Recent inventories have documented no less than 211 exotic alien species in the wild for the Dutch Caribbean. These amount to no less than 27 introduced marine species, 65 introduced terrestrial plants, 72 introduced terrestrial and freshwater animals and 47 introduced agricultural pests and diseases. A list of these species, pests and diseases are found in resp. Debrot et al. (2011), Van der Burg et al. 2012, and Van Buurt and Debrot (2012, 2011). The rate of introductions and establishment of invasive alien species (IAS) worldwide has grown rapidly as a result of increasing globalisation. Invasive species cause major ecological effects (decimating native flora or fauna populations) as well as economic losses to these islands, across sectors such as agriculture (diseases, weeds and vectors), fisheries (fish diseases and the lionfish), industry (rodents and termites), tourism (roadside weedy species) and public health (mosquitos). Recently in Curaçao the kissing bug Triatoma infestans was found; this is a vector for Chagas disease. It almost certainly came in with palm leaves imported from South America to be used as roof covering for recreational beach “palapa’s”.
Exotische macrofauna en macrofyten in de Nederlandse zoete wateren : voorkomen en beleid in 2012
Verdonschot, R.C.M. ; Vos, J.H. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2013
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 334) - 32
macrofauna - zoet water - zoetwaterecologie - zoetwaterorganismen - aquatische ecosystemen - invasieve exoten - waterbeleid - nederland - fresh water - freshwater ecology - freshwater organisms - aquatic ecosystems - invasive alien species - water policy - netherlands
Tot 2012 zijn er circa 66 macrofauna-exoten en 36 exotische water- en oeverplanten vastgesteld in de Nederlandse zoete wateren. Het exacte aantal is niet vast te stellen omdat de herkomst van een aantal soorten onduidelijk is. Voor de zoetwatermacrofauna is dit ongeveer 3% van de totale fauna, terwijl voor waterplanten dit percentage hoger ligt; rond de 8%. De laatste jaren is het aantal nieuwkomers binnen de macrofauna sterk gestegen. De handel in dieren en planten (waarmee de dieren meeliften) is een zeer belangrijke bron van exoten geworden, terwijl voorheen veel dieren zich verspreidden via nieuw gegraven waterwegen. Het aantal vondsten van exotische waterplanten lijkt niet zo sterk toe te nemen. De bron van deze nieuwkomers is meestal de handel in tuin(vijver)- of aquariumplanten. Veel exotische dieren en planten blijken succesvol te zijn in de Nederlandse wateren. Van het totale aantal waargenomen macrofauna-exoten is circa 27% algemeen tot zeer talrijk en afhankelijk van het watertype komt 13-35% tot dominantie in het systeem. Voor de waterplanten is circa 50% vrij tot zeer algemeen. De meeste soorten worden gevonden in beken, sloten, meren/plassen en kanalen. Het beleid op het gebied van exoten verschilt per waterschap. Vaak wordt er geen onderscheid gemaakt tussen inheemse plaagsoorten en invasieve exoten: beleid en beheer is over het algemeen geconcentreerd op veiligheid, waterkwantiteitsbeheersing, bescherming van de inheemse biodiversiteit en op het voorkómen van economische schade. Ee specifieke maatregel is het convenant waterplanten. Met de ondertekening hebben een aantal partijen afgesproken bepaalde soorten invasieve aquarium- en vijverplanten niet meer te verhandelen
Natuurkwaliteit Drentse vennen opnieuw gemeten : bijna een eeuw ecologische veranderingen
Dam, H. van; Arts, G.H.P. ; Bijkerk, R. ; Boonstra, H. ; Belgers, J.D.M. ; Mertens, A. - \ 2013
Amsterdam [etc.] : Herman van Dam Adviseur Water en Natuur [etc.] (Alterra-rapport 2351) - 286
stilstaand water - plassen - zoetwaterecologie - biochemie - macrofauna - aquatische ecologie - ecologisch herstel - zure regen - verdroging - drenthe - standing water - ponds - freshwater ecology - biochemistry - aquatic ecology - ecological restoration - acid rain - desiccation
In 2010-2011 zijn in 18 Drentse vennen inventarisaties uitgevoerd van beïnvloeding en beheer, waterstandsfluctuaties, waterchemie, vegetatie, kiezelwieren, sieralgen en macrofauna. De resultaten worden vergeleken met die van vergelijkbare inventarisaties in 1990 – 1994 en 2003. In de afgelopen dertig jaar is de kwaliteit van de onderzochte vennen aanzienlijk toegenomen, vooral door de afname van verzurende atmosferische depositie, maar ook door maatregelen tegen eutrofiëring zoals het uitbaggeren van vennen en het bestrijden van meeuwenkolonies. Ook anti-verdrogingsmaatregelen hebben rendement opgeleverd. Gemiddeld is de kwaliteit van de vegetatie, sieralgen en kiezelwieren nu even goed als of zelfs beter dan in de eerste helft van de twintigste eeuw. In de meeste vennen is de kwaliteit van de macrofauna sinds begin jaren negentig niet vooruitgegaan, mogelijk door het slechte koloniserende vermogen van veel macrofaunasoorten, de zuurstofarme waterbodem met toxische zwavelverbindingen en een eventuele ontoereikende omgevingskwaliteit van de vennen. In sommige vennen draagt externe belasting door overnachtende ganzen bij tot eutrofiëring. In vennen waar dat niet het geval is treedt soms interne eutrofiëring op. Door stijging van de pH door afname van verzuring wordt organische stof uit het sediment gemineraliseerd en komen voedingsstoffen vrij in de waterlaag. Vooral in de laatste vijf jaar heeft dat tot achteruitgang van de kwaliteit van algen en macrofauna geleid. Er worden aanbevelingen voor beheer en onderzoek gedaan, zoals het continueren van het huidige beheer, aangevuld met het opnieuw graven van veenputten in dichtgroeiende vennen, het beperken van de invloed van ganzen en grazende runderen en het voorkómen van invasies van exoten. Om de effecten van beleidsmaatregelen en beheer in de toekomst te blijven volgen wordt aanbevolen het onderzoek in alle vennen elke 10-12 jaar te herhalen, aangevuld met frequentere monitoring in een klein aantal vennen.
Freshwater resources management in coastal zones in different climates
Blom-Zandstra, Greet - \ 2012
water quality - fresh water - classification - quality standards - marine areas - freshwater ecology - drinking water
The Role of Propagule Banks from Drainage Ditches Dominated by Free-Floating or Submerged Plants in Vegetation Restoration
Zuidam, J.P. van; Raaphorst, E.P. ; Peeters, E.T.H.M. - \ 2012
Restoration Ecology 20 (2012)3. - ISSN 1061-2971 - p. 416 - 425.
sloten - waterplanten - zoetwaterecologie - plantengemeenschappen - ecologisch herstel - ditches - aquatic plants - freshwater ecology - plant communities - ecological restoration - seed bank - biodiversity - communities - sediments - constraints - macrophytes - germination - emergence - runoff - meadow
Dominance by free-floating plants results in a loss of plant species in many waters. An important source for re-establishment of non-floating aquatic plants can be the propagule bank. This study focuses on whether the propagule bank of free-floating plantdominated ditch sediments can serve as potential source for recovery of a diverse plant community. The first objective was to determine differences in propagule germination from sediments of ditches in the Netherlands that differ in vegetation composition through a seedling-emergence experiment. The second objective was to analyze the effect of sediment disturbance on the number of germinating propagules. The results show that, compared to sediments from ditches with submerged vegetation, sediments from free-floating plantdominated ditches produced significantly lower numbers of individuals and species of submerged and emergent plants, while numbers of individuals and species of free-floating plants were higher. These results suggest that sediments from free-floating plantdominated ditches have lower potential to recover a diverse plant community probably resulting from positive feedback mechanisms caused by the vegetation present, maintaining the free-floating plantdominated state. Sediment disturbance strongly favors the germination of free-floating plant propagules, especially from free-floating plantdominated ditch sediments. Ditch maintenance activities such as mowing and dredging will therefore likely favor persistence of the free-floating plantdominated state. To shift from dominance by free-floating plants to a more diverse plant community, alternative maintenance methods should be considered that cause less sediment disturbance together with measures that promote colonization such as temporary drawdown or re-introduction of species.
Habitat- en systeemgeschiktheid van beeksystemen voor beekvissen
Verdonschot, R.C.M. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2012
Driebergen : Bosschap, bedrijfschap voor bos en natuur (Rapport / [DKI] nr. 2013/OBN168-BE) - 77
habitats - waterlopen - zoetwatervissen - vissen - zoetwaterecologie - nederland - streams - freshwater fishes - fishes - freshwater ecology - netherlands
In het kader van Natura 2000 zijn voor beekdalen instandhoudingsdoelen geformuleerd voor verschillende beekvissen zoals kleine en grote modderkruiper, rivierdonderpad, rivierprik en bittervoorn. De Rode Lijst bevat eveneens veel beekvissen, waaronder de beekprik, barbeel, sneep, elrits en kwabaal. Vissen zijn een belangrijke indicator voor de kwaliteit van aquatische ecosystemen. Daarom richtte dit onderzoek zich op het vertalen van deze indicatorrol naar concrete habitat- en systeemeisen, zodat waterbeheerders hierbij bij de planning en uitvoering van beekherstelmaatregelen rekening kunnen houden.
Exotische rivierkreeften: opvallende soorten in Nederlandse watergangen
Koese, B. ; Verdonschot, R.C.M. ; Vos, J. - \ 2012
Dierplagen informatie 15 (2012)2. - ISSN 1388-137X - p. 19 - 21.
rivierkreeft - geïntroduceerde soorten - verspreiding - invasieve exoten - zoetwaterecologie - nadelige gevolgen - crayfish - introduced species - dispersal - invasive alien species - freshwater ecology - adverse effects
Sinds jaar en dag leven er rivierkreeften in de Nederlandse oppervlaktewateren. De laatste jaren zijn ze echter veel vaker in het nieuws dan daarvoor. Dit komt door de opkomst van een aantal opvallende nieuwkomers. Inmiddels staat de teller op tien soorten rivierkreeften, waaronder één inheemse soort. De inheemse rivierkreeft is nog maar op één plek in Nederland te vinden, in de omgeving van Arnhem. Van de negen exoten hebben er zes zich inmiddels in Nederland gevestigd. Het gedrag lijkt per soort te verschillen. Daarmee varieert ook de invloed die de soorten hebben op het ecosysteem en de schade die ze kunnen aanbrengen door bijvoorbeeld graafgedrag.
Global rivers warming up: impacts on cooling water use in the energy sector and freshwater ecosystems
Vliet, M.T.H. van - \ 2012
Wageningen University. Promotor(en): Pavel Kabat, co-promotor(en): Fulco Ludwig. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461734242 - 196
klimaatverandering - oppervlaktewater - zoetwaterecologie - watertemperatuur - rivierafvoer - koelwater - waterorganismen - nadelige gevolgen - climatic change - surface water - freshwater ecology - water temperature - stream flow - cooling water - aquatic organisms - adverse effects - cum laude
cum laude graduation (with distinction)
Milieu- en habitatpreferenties van Nederlandse zoetwatermacrofauna
Verberk, W.C.E.P. ; Verdonschot, P.F.M. ; Haaren, T. van; Maanen, B. van - \ 2012
Amersfoort : Stowa (Stowa 2012- 19) - 32
zoetwaterecologie - waterbeheer - macrofauna - habitats - freshwater ecology - water management
Macrofauna speelt een belangrijke rol in het beoordelen van de ecologische kwaliteit van oppervlaktewateren, bijvoorbeeld voor de Europese Kaderrichtlijn Water. Daarnaast kan de samenstelling van de macrofauna informatie geven over kenmerken van of problemen met een water (diagnostische waarde). Na een rapport waarin van een groot aantal Nederlandse soorten de zeldzaamheid is aangegeven (Nijboer & Verdonschot red. 2001), was het achterhalen van de milieu- en habitateisen van de macrofaunasoorten een logisch vervolg. Deze milieu- en habitatkennis maakt het mogelijk om gegevens over macrofauna te gebruiken om de toestand van het oppervlaktewater te omschrijven. Dit biedt een belangrijke meerwaarde bij het gebruik van bestaande biologische parameters in het water- en natuurbeheer.
Denitrification in ditches, streams and shallow lakes
Veraart, A.J. - \ 2012
Wageningen University. Promotor(en): Marten Scheffer, co-promotor(en): Jeroen de Klein. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461733115 - 208
denitrificatie - sloten - meren - waterlopen - zoetwaterecologie - milieufactoren - stikstofkringloop - waterplanten - opwarming van de aarde - denitrification - ditches - lakes - streams - freshwater ecology - environmental factors - nitrogen cycle - aquatic plants - global warming
Het Nederlandse oppervlaktewater wordt sterk belast met stikstof. Dit is afkomstig uit de landbouw, maar ook van industrie, verkeer en huishoudens. Door het teveel aan stikstof verslechtert de waterkwaliteit. In ondiepe meren leidt dit bijvoorbeeld tot overmatige algengroei met zuurstofloosheid en vissterfte tot gevolg. Denitrificatie, de omzetting van de stikstofverbinding nitraat naar stikstofgas, is een natuurlijk proces dat stikstof uit oppervlaktewater verwijdert.
Allied attack: climate change and eutrophication
Moss, B. ; Kosten, S. ; Meerhoff, M. ; Battarbee, R.W. ; Jeppesen, E. ; Mazzeo, N. ; Havens, K. ; Lacerot, G. ; Liu, Z. ; Meester, L. de; Paerl, H. ; Scheffer, M. - \ 2011
Inland Waters : Journal of the International Society of Limnology 1 (2011)2. - ISSN 2044-2041 - p. 101 - 105.
voedingsstoffen - eutrofiëring - zoetwaterecologie - kustwateren - klimaatverandering - binnenwateren - meren - waterplanten - nutrients - eutrophication - freshwater ecology - coastal water - climatic change - inland waters - lakes - aquatic plants - shallow lakes - community structure - organic-carbon - temperature - zooplankton - methane - mesocosms - ecosystem - blooms - mineralization
Global warming and eutrophication in fresh and coastal waters may mutually reinforce the symptoms they express and thus the problems they cause
Differential response to climatic variation of free-floating and submerged macrophytes in ditches
Netten, J.J.C. ; Zuidam, J.P. van; Kosten, S. ; Peeters, E.T.H.M. - \ 2011
Freshwater Biology 56 (2011)9. - ISSN 0046-5070 - p. 1761 - 1768.
waterplanten - klimaatverandering - sloten - zoetwaterecologie - nederland - aquatic plants - climatic change - ditches - freshwater ecology - netherlands - north-atlantic oscillation - plankton dynamics - drainage ditches - shallow lakes - eutrophication - temperature - mesocosms - dominance - states - model
1. Experimental studies have indicated in freshwater ecosystems that a shift in dominance from submerged to free-floating macrophytes may occur with climate change because of increased water surface temperatures and eutrophication. Field evidence is, however, rare. 2. Here, we analysed long-term (26 years) dynamics of macrophyte cover in Dutch ditches in relation to Dutch weather variables and the North Atlantic Oscillation (NAO) winter index. The latter appears to be a good proxy for Dutch weather conditions. 3. Cover of both free-floating macrophytes and evergreen overwintering submerged macrophytes was positively related to mild winters (positive NAO winter index). On the other hand, high cover of submerged macrophytes that die back in winter coincided with cold winters (negative NAO winter index). Our results therefore suggest that the effect of weather on macrophyte species depends strongly on their overwintering strategy. 4. The positive relation of free-floating macrophytes with the NAO winter index was significantly stronger in ditches in organic soil than in those in inorganic soil. This may be because of increased nutrient loading associated with increased decomposition of organic matter and increased run-off to these ditches during mild wet winters. 5. Our results suggest that mild winters in a changing climate may cause submerged macrophytes with an evergreen overwintering strategy and free-floating macrophytes to outcompete submerged macrophytes that die back in winter.
De gezondheid van schieraal in Nederland
Haenen, O.L.M. ; Engelsma, M.Y. - \ 2011
Aquacultuur 26 (2011)1. - ISSN 1382-2764 - p. 40 - 41.
palingen - european eels - diergezondheid - zoetwaterecologie - rijn - ijsselmeer - eels - european eels - animal health - freshwater ecology - river rhine - lake ijssel
Eind 2010 is een artikel verschenen over onderzoek naar ziekteverwekkers in de schieraal in Nederland in het blad Aquacultuur. Wij werkten hiervoor samen met de O.V.B. (huidige naam Sportvisserij Nederland) en met het Duitse LANUV Instituut. Onderstaand een samenvatting, waarbij de resultaten tegen het licht worden gehouden.
Een frisse blik op warmer water : over de invloed van klimaatverandering op de aquatische ecologie en hoe je de negatieve effecten kunt tegengaan
Kosten, S. ; Schep, S. ; Weeren, B.J. van - \ 2011
Amersfoort : Stowa (STOWA -rapport nr. 2011-20) - ISBN 9789057735240 - 132
aquatische ecologie - klimaatverandering - waterbeheer - neerslag - temperatuur - waterorganismen - biogeochemie - zoetwaterecologie - nederland - aquatic ecology - climatic change - water management - precipitation - temperature - aquatic organisms - biogeochemistry - freshwater ecology - netherlands
Dit rapport bundelt de belangrijkste kennis over mogelijke invloeden van klimaatverandering op zoete aquatische ecosystemen en geeft waterbeheerders handvatten hoe ze rekening kunnen houden met de effecten van klimaatverandering bij het uitvoeren van hun taken. Met de kennis uit dit rappport kunnen waterbeheerders een optimaal (effectief) pakket aan maatregelen samenstellen om de waterkwaliteit te verbeteren. Daarnaast kunnen ze bij inrichting en beheer goed rekening houden met de effecten van klimaatverandering. Het rapport ondersteunt daarmee het opstellen van de tweede generatie stroomgebiedbeheersplannen, die in 2015 gereed moeten zijn.
Effects of aquatic vegetation type on denitrification
Veraart, A.J. ; Bruijne, W.J.J. de; Peeters, E.T.H.M. ; Klein, J.J.M. de; Scheffer, M. - \ 2011
Biogeochemistry 104 (2011)1-3. - ISSN 0168-2563 - p. 267 - 274.
sloten - waterplanten - zoetwaterecologie - stikstof - aquatische ecologie - nitrificatie - ditches - aquatic plants - freshwater ecology - nitrogen - aquatic ecology - nitrification - fresh-water - submersed macrophytes - drainage ditches - nitrate removal - lemna-minor - sediment - plant - eutrophication - ecosystems
In a microcosm 15N enrichment experiment we tested the effect of floating vegetation (Lemna sp.) and submerged vegetation (Elodea nuttallii) on denitrification rates, and compared it to systems without macrophytes. Oxygen concentration, and thus photosynthesis, plays an important role in regulating denitrification rates and therefore the experiments were performed under dark as well as under light conditions. Denitrification rates differed widely between treatments, ranging from 2.8 to 20.9 µmol N m-2 h-1, and were strongly affected by the type of macrophytes present. These differences may be explained by the effects of macrophytes on oxygen conditions. Highest denitrification rates were observed under a closed mat of floating macrophytes where oxygen concentrations were low. In the light, denitrification was inhibited by oxygen from photosynthesis by submerged macrophytes, and by benthic algae in the systems without macrophytes. However, in microcosms with floating vegetation there was no effect of light, as the closed mat of floating plants caused permanently dark conditions in the water column. Nitrate removal was dominated by plant uptake rather than denitrification, and did not differ between systems with submerged or floating plants
Kwaliteit monitoringsgegevens niet altijd voldoende
Netten, J.J.C. ; Evers, N. ; Wal, B. van der; Knoben, R. - \ 2010
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 43 (2010)16. - ISSN 0166-8439 - p. 26 - 28.
hydrologische gegevens - waterkwaliteit - monitoring - kwaliteitsnormen - limnologie - zoetwaterecologie - databanken - hydrological data - water quality - monitoring - quality standards - limnology - freshwater ecology - databases
Al vanaf de jaren '70 verzamelen waterschappen gegevens over de waterkwaliteit. Sinds midden jaren '90 worden deze data gebundeld in de Limnodata Neerlandica. Deze gegevens kunnen gebruikt worden voor het analyseren van het functioneren van het ecosysteem (toestand) en voor het bepalen en volgen van effecten van bijvoorbeeld het klimaat en door de mens gepleegde ingrepen (trend). Het is dan wel belangrijk dat de gegevens kwalitatief en kwantitatief toereikend zijn. Genoemde auteurs hebben een analyse verricht naar de kwaliteit en compleetheid van gegevens in de Limnodata Neerlandica. Deze analyse bevestigt het vermoeden dat de kwaliteit van de gegevens niet altijd voldoende is. Dit artikel bevat aanbevelingen voor verbetering van de kwaliteit van de meetgegevens van de waterschappen en daarmee die van de Limnodata Neerlandica.
Aggregation of ecological indicators for mapping aquatic nature quality : overview of existing methods and case studies
Knotters, M. ; Lahr, J. ; Oosten-Siedlecka, A.M. van; Verdonschot, P.F.M. - \ 2010
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 209) - 44
waterorganismen - biologische indicatoren - oppervlaktewater - stroomgebieden - natuurwaarde - ruimtelijke modellen - correlatie - zoetwaterecologie - nederland - aquatic organisms - biological indicators - surface water - watersheds - natural value - spatial models - correlation - freshwater ecology - netherlands
Indicators for aquatic nature quality are calculated using ecological monitoring data from individual sampling stations. For reporting purposes, these results need to be aggregated and scaled up to higher levels (catchment area, country). This report provides an overview of different existing spatial aggregation methods for this purpose, including an evaluation of their suitability for aquatic ecological indicators. So-called „model-based„ methods, consisting of some sort of „kriging¿ step followed by calculation of the arithmetic mean, appeared to be the most appropriate. Application of these methods to multimetric indicators of aquatic macroinvertebrates in two Dutch subcatchment areas confirmed their suitability. However, the methods that were used were based on aggregation (using kriging) over Euclidian (straight), distances. It is recommended to conduct further research on the suitability of interpolation through stream networks, i.e., through the waterways themselves.
Water en nutriënten in de Kringloop
Mels, A.R. ; Rijnaarts, H.H.M. - \ 2010
Topos : periodiek over landschapsarchitectuur, ruimtelijke planning en sociaal-ruimtelijke analyse 20 (2010)1. - ISSN 1572-302X - p. 12 - 15.
watervoorziening - waterbeleid - drinkwater - zoetwaterecologie - verspilling - voedselvoorziening - water supply - water policy - drinking water - freshwater ecology - wastage - food supply
Zonder tegenmaatregelen zullen in 2050 gebruik en verspilling van zoet water op wereldschaal minstens drie keer groter zijn dan nu. Het watertekort op de planeet beperkt dan de voedselvoorziening en brengt nog meer schade toe aan ecosystemen. Er moet sterk worden ingezet op hergebruik van water, door het sluiten van kringlopen. Hier wordt een start gegeven vanuit de Millieu- en Watertechnologie. Wie reikt de technologen de hand vanuit Landinrichting en Planning, om een geïntegreerde aanpak te helpen ontwikkelen?.
Sturen op fosfor of stikstof voor verbetering ecologische kwaliteit van zoete wateren
Loeb, R. ; Verdonschot, P.F.M. ; Kragt, F. ; Grinsven, H. van - \ 2010
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 42 (2010)22. - ISSN 0166-8439 - p. 32 - 34.
oppervlaktewater - zoetwaterecologie - fosfor - stikstof - fosfaat - emissie - eutrofiëring - literatuuroverzichten - waterkwaliteit - ecologie - oppervlaktewaterkwaliteit - aquatische ecosystemen - surface water - freshwater ecology - phosphorus - nitrogen - phosphate - emission - eutrophication - literature reviews - water quality - ecology - surface water quality - aquatic ecosystems
In de Nederlandse uitwerking van de Kaderrichtlijn Water (KRW) wordt ervan uitgegaan dat zoete wateren door fosfor gelimiteerd worden. Uit internationale wetenschappelijke literatuur blijkt echter dat in zoet water ook limitatie door stikstof, silicium en koolstof voor kan komen. Voor (blauw)algen, en daarmee voor de zwem- en drinkwaterkwaliteit, is vooral fosfor van belang, maar voor de diversiteit van ondergedoken waterplanten en de vegetatie van oevers en moerassen blijkt ook stikstof erg belangrijk te zijn. Het risico van een te sterke nadruk van het beleid op reductie van fosforemissies is dat de waterbeheerders in Nederland de verbetering van de ecologische kwaliteit van zoete wateren, zoals vereist voor de KRW, niet bereiken
Milieucondities van aquatische beheertypen
Loeb, R. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2010
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2090) - 142
rivieren - waterlopen - meren - laagveengebieden - brakwater - waterkwaliteit - bedrijfsvoering - voedingsstoffen - zoetwaterecologie - nederland - kaderrichtlijn water - abiotiek - rivers - streams - lakes - fens - brackish water - water quality - management - nutrients - freshwater ecology - netherlands - water framework directive - abiotic conditions
Voor de beheertypen van Index-NL is invulling gegeven aan de kwaliteitsaspecten van de aquatische typen. De kwaliteit in de Index-NL typen wordt afgemeten aan de (1) biotische natuur, (2) milieucondities, (3) ruimtelijke samenhang, (4) structuur en beheer, en (5) natuurlijke processen. In deze eerste fase is gewerkt aan de milieucondities. De milieucondities zijn afgeleid uit verschillende bronnen cq. eerder beschreven typologieën, vooral het Aquatisch Supplement en de Kaderrichtlijn Water. In dit rapport is extra aandacht gegeven aan de Kaderrichtlijn Water omdat de beheertypen hier bij voorkeur goed op aan sluiten. Uiteindelijk is per beheertype een overzicht gegeven van de abiotische condities voor de kwaliteitsklassen ‘goed’, ‘matig’ en ‘slecht’. Waar nodig zijn de beheertypen onderverdeeld in subtypen, om homogenere condities te kunnen omschrijven. Voor het opstellen van de condities is waar mogelijk aangesloten bij de getoetste waarden van de Kaderrichtlijn Water. Voor verschillende beheertypen zijn verschillende parameters gebruikt bij het beschrijven van de kwaliteitsklasse, omdat het afhankelijk is van het systeem welke parameters in praktijk sturend zijn.
Abiotische randvoorwaarden en natuurdoelen in kunstmatige wateren dl. 3 Matige grote, ondiepe laagveenplassen
Keizer-Vlek, H.E. ; Lange, H.J. de; Verdonschot, P.F.M. - \ 2010
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2089) - 88
laagveengebieden - plassen - fauna - vissen - waterplanten - oppervlaktewater - biologische indicatoren - zoetwaterecologie - habitats - chemische eigenschappen - waterkwaliteit - nederland - kwaliteit - macrofauna - kaderrichtlijn water - natura 2000 - abiotiek - fens - ponds - fishes - aquatic plants - surface water - biological indicators - freshwater ecology - chemical properties - water quality - netherlands - quality - water framework directive - abiotic conditions
Het doel van deze studie is het gekwantificeerd invullen van de abiotische randvoorwaarden behorende bij de (Zeer) Goede Ecologische Toestand ((Z)GET) van het KRW type M27 ‘Matig grote, ondiepe laagveenplassen’. Meetgegevens van de twaalf ‘best beschikbare’ plassen in Nederland zijn voor dit doel geanalyseerd. De resultaten geven aan dat de biologische kwaliteitselementen in geen van de twaalf plassen voldoen aan de GET. De relatief slechte ecologische toestand van de plassen wordt onder andere veroorzaakt door hoge concentraties totaal-stikstof en totaal-fosfor, beperkt doorzicht en een hoge pH. Deze abiotische variabelen voldoen in bijna alle gevallen niet aan de GET-norm. De resultaten van het onderzoek impliceren dat de GET-norm/KRW referentie¬waarde(n) voor de abiotische variabelen EGV, chloride, ammonium en sulfaat naar beneden moeten worden bijgesteld om de GET van matig grote, ondiepe laagveenplassen te kunnen garanderen. Voor deze abiotische variabelen moet echter eerst nog worden bepaald of hogere concentraties dan vastgesteld in dit onderzoek leiden tot een verminderde ecologische toestand. Verder zal meer inzicht moeten komen in de voor de macrofauna- en waterplantengemeenschap sturende factoren door middel van experimenteel onderzoek. Hiervoor is naast informatie over fysisch-chemische milieuvariabelen ook informatie nodig over hydro¬morfologische milieuvariabelen. Tot slot is niet mogelijk gebleken om op basis van deze studie een eenduidige relatie te leggen tussen de abiotische randvoorwaarden noodzakelijk voor de realisatie van de GET in matig grote, ondiepe laagveenplassen (KRW) en de abiotische randvoorwaarden noodzakelijk voor de realisatie van aquatische habitattypen (VHR). Wel is vastgesteld dat habitattype 3140 niet voorkomt in de onderzochte plassen, terwijl zes van de twaalf onderzochte plassen liggen in een Natura 2000-gebied met een doelstelling voor habitattype 3140.
Optimizing the use of activity traps for aquatic biodiversity studies
Verdonschot, R.C.M. - \ 2010
Journal of the North American Benthological Society 29 (2010)4. - ISSN 0887-3593 - p. 1228 - 1240.
sloten - zoetwaterecologie - bemonsteren - ditches - freshwater ecology - sampling - gammarus-pulex - diel activity - invertebrates - stream - macroinvertebrates - ecology - catches - samples - food - lake
I investigated the effectiveness of activity traps for macroinvertebrate monitoring in shallow, heavily vegetated drainage ditches and explored 2 ways to optimize the use of activity traps for monitoring purposes. I tested the effects of trapping duration (48, 96, and 168 h) and use of attractants (bait and preconditioned leaves). The number of taxa and individuals captured increased with trapping duration. Based on the taxon accumulation curves, deployment times of 48 h and 96 h were equally efficient in capturing new taxa, but a trapping duration of 168 h was much more efficient and resulted in a larger number of taxa collected with every new sample added. Of the attractants offered in the traps, only bait caused differences in the macroinvertebrate assemblage recorded. After 48 h, more predators were captured in traps with bait than in control traps and traps with preconditioned leaves. This effect disappeared with longer trapping duration. Because of their relatively low labor requirements and high level of standardization, activity traps appear to be a valuable tool in lentic biodiversity surveys, especially when deployed for a longer period than has usually been reported. The use of bait is advisable only if capture of specific taxa is required and not for standard monitoring purposes.
Impacts of manipulated regime shifts in shallow lake model ecosystems on the fate of hydrophobic organic compounds
Roessink, I. ; Moermond, C.T.A. ; Gillissen, F. ; Koelmans, A.A. - \ 2010
Water Research 44 (2010). - ISSN 0043-1354 - p. 6153 - 6163.
organische verbindingen - meren - biologische beschikbaarheid - polychloorbifenylen - zoetwaterecologie - ecologisch evenwicht - sediment - polycyclische aromatische koolwaterstoffen - aquatische ecosystemen - bioaccumulatie - organic compounds - lakes - bioavailability - polychlorinated biphenyls - freshwater ecology - ecological balance - sediment - polycyclic aromatic hydrocarbons - aquatic ecosystems - bioaccumulation - polycyclic aromatic-hydrocarbons - fresh-water microcosms - food webs - community structure - suspended-solids - fish - responses - polychlorobiphenyls
Regime shifts in shallow lakes may significantly affect partitioning of sediment-bound hydrophobic organic chemicals (HOCs) such as polychlorobiphenyls (PCB) and polycyclic aromatic hydrocarbons (PAH). In replicated experimental model ecosystems mimicking the alternative stable states ‘macrophyte-dominated’ and ‘suspended solid – phytoplankton dominated’, we tested the effects of macrophytes and benthivorous fish presence on mass distribution and bioaccumulation of hexachlorobenzene, PCBs and PAHs. HOC mass distributions and lipid-normalized concentrations in sediment (Soxhlet- and 6-h Tenax-extractable), suspended solids, macrophytes, periphyton, algae, zooplankton, invertebrates and carp revealed that mobile, i.e. less hydrophobic or less aged HOCs were more susceptible to ecological changes than their sequestered native counterparts. Macrophytes were capable of depleting considerable percentages of the bioavailable, fast desorbing HOC fractions in the sediment upper (bioactive) layer, but did not have a significant diluting effect on lipid-normalized HOC concentrations in carp. Carp structured invertebrate communities through predation and stimulated partitioning of HOCs to other system compartments by resuspending the sediment. These results show that shifts in ecosystem structure have clear effects on fate, risks and natural attenuation of sediment-bound organic contaminants.
Ecotoxicologisch onderzoek Hollandse IJssel paling 2004 - 2010, vangstjaar 2010
Hoek-van Nieuwenhuizen, M. van - \ 2010
IJmuiden : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES C121/10) - 27
palingen - zoetwaterecologie - waterkwaliteit - monitoring - ecotoxicologie - milieumonitoring - eels - freshwater ecology - water quality - ecotoxicology - environmental monitoring
Het monitoren van paling afkomstig van de locatie Gouderak uit de Hollandse IJssel vindt jaarlijks plaats. Trends (2004-2010) van relevante PCB’s en OCP’s in paling afkomstig van de locatie Gouderak worden in dit rapport weergegeven en verkregen gehalten worden getoetst aan milieu- en consumptienormen.
Effectiviteit van herstelbeheer in vennen en duinplassen op de middellange termijn
Brouwer, E. ; Frazao, J. ; Arts, G.H.P. - \ 2009
Nijmegen : B-WARE Research Centre (Rapport 2009.11) - 208
stilstaand water - plassen - wetlands - herstel - duingebieden - vegetatie - waterkwaliteit - zoetwaterecologie - bodemchemie - macrofauna - ecologisch herstel - herstelbeheer - natura 2000 - standing water - ponds - wetlands - rehabilitation - duneland - vegetation - water quality - freshwater ecology - soil chemistry - macrofauna - ecological restoration - restoration management - natura 2000
Al sinds het opstarten van de regeling OBN zijn er herstelmaatregelen uitgevoerd in vennen en duinplassen. In een deel van de wateren bleek de waterkwaliteit en de vegetatie zich goed te herstellen in de eerste vijf jaren na de ingreep, maar de Fauna bleek op korte termijn overwegend negatief te reageren. Op deze korte termijn bleek vooral herstel van abiotiek en vegetatie op te treden indien zowel vermesting als eventuele verzuring werden bestreden en hernieuwde vermesting en verzuring werden voorkomen. In de praktijk betekende dit het verwijderen van sliblagen, plaggen van oevers, verwijderen van boomopslag en voorkomen van hernieuwde vermesting door o.a. bladinwaai en te grote aantallen watervogels. Verzuring kon het beste worden voorkomen door gedoseerde inlaat van voedselarm, gebufferd water of door bekalking van het inzijggebied. Na verloop van tijd bleken er nog de nodige onbeantwoorde vragen te zijn: Hoe pakken de herstelmaatregelen op de middellange termijn uit voor de levensgemeenschappen van vennen en duinplassen? Hoe reageert de fauna op de herstelmaatregelen? Hoe reageren sier- en kiezelwieren op de herstelmaatregelen? Moet het beheer worden aangepast nu de atmosferische depositie is afgenomen
Exoten in het zoete water in de afgelopen eeuw
Puijenbroek, P. ; Lange, H.J. de; Ottburg, F.G.W.A. - \ 2009
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 19 (2009). - ISSN 0166-8439 - p. 31 - 33.
zoetwaterecologie - geïntroduceerde soorten - verstoord evenwicht - vissen - waterplanten - macrofauna - aquatische ecosystemen - freshwater ecology - introduced species - disequilibrium - fishes - aquatic plants - macrofauna - aquatic ecosystems
Het aantal exoten in het zoete water is de afgelopen decennia sterk toegenomen. Vele macrofauna, vissen en waterplanten hebben zich hier gevestigd door menselijk toedoen, zoals de handel in planten en vissen voor vijvers, het uitzetten van vissen voor sportvissers, de aanleg van het Main-Donaukanaal en het lozen van ballastwater. Tussen deze soortgroepen bestaan verschillen in de belangrijkste manier van introductie en landen van herkomst. In dit artikel wordt ingegaan op de toename van nieuwe soorten vissen, macrofauna en waterplanten in het zoete water. Bijna een derde van de Nederlandse vissoorten is momenteel uitheems. Enkele soorten hebben een negatief effect op hetecosysteem of leiden tot kosten voor de waterschappen.
Effecten van de rode Amerikaanse rivierkreeft op de vegetatie en macrofauna van sloten
Verdonschot, R.C.M. ; Schaik, H. van; Verdonschot, P.F.M. - \ 2009
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 42 (2009)20. - ISSN 0166-8439 - p. 36 - 39.
sloten - rivierkreeft - zoetwaterecologie - invasie - hydrobiologie - geïntroduceerde soorten - vegetatie - waterplanten - aquatische ecologie - macrofauna - ditches - crayfish - freshwater ecology - invasion - hydrobiology - introduced species - vegetation - aquatic plants - aquatic ecology - macrofauna
Exotische rivierkreeften breiden zich zeer sterk uit in Nederland. Wat voor effecten dit heeft op de inheemse waterplantenvegetaties en macrofauna is onbekend. In het kader van het project PLONS voerde Alterra daarom bij wijze van case-studie een experiment uit, waarin de invloed van de rode Amerikaanse rivierkreeft op slootecosystemen onderzocht is. In afgesloten cilinders zijn de veranderingen gevolgd die optraden in de biomassa van verschillende soorten waterplanten en de samenstelling van de macrofaunagemeenschap na introductie van de rivierkreeft. De invloed bleek variabel en soortspecifiek. Met name afstervende planten werden gegeten. Een aantal waterplanten raakte los door het omwoelen van de bodem. De macrofaunagemeenschap werd niet merkbaar beïnvloed. In het maag-darmstelsel van de kreeften werd met name organisch bodemmateriaal en plantenresten aangetroffen, wat een aanwijzing is dat de kreeften een rol spelen bij de afbraak van organisch materiaal. Exoten hoeven dus niet altijd een negatieve invloed te hebben op zoetwaterecosystemen.
Aanvullend onderzoek Hollandse IJssel paling 2004-2010, vangstjaar 2009. Relatie met verontreinigde waterbodem en zwevend stof
Hoek-van Nieuwenhuizen, M. van - \ 2009
IJmuiden : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES nr. C115/09) - 33
palingen - zoetwaterecologie - waterkwaliteit - ecotoxicologie - milieumonitoring - rivieren - zuid-holland - eels - freshwater ecology - water quality - ecotoxicology - environmental monitoring - rivers
Het monitoren van paling afkomstig van de locatie Gouderak uit de Hollandse IJssel vindt al vanaf 2004, m.u.v. 2005, jaarlijks plaats. Dit jaar (2009) is voor het eerst een aanvulling op dit onderzoek uitgevoerd om meer inzicht te verkrijgen in de relatie tussen waterbodem, zwevend stof en aal. Tevens is dit jaar paling afkomstig van een bovenstroomse referentielocatie Capelle onderzocht om beide locaties te kunnen vergelijken. Trends (2004-2009) van relevante PCB’s en OCP’s in paling afkomstig van de locatie Gouderak worden in dit rapport weergegeven en verkregen gehalten worden getoetst aan milieu- en consumptienormen
Abiotische randvoorwaarden en natuurdoelen in kunstmatige wateren dl. 2 Ondiepe laagveenplassen
Keizer-Vlek, H.E. ; Didderen, K. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1884) - 114
laagveengebieden - plassen - fauna - benthos - aquatische gemeenschappen - vissen - oppervlaktewater - biologische indicatoren - zoetwaterecologie - macrofauna - kaderrichtlijn water - aquatische ecologie - fens - ponds - aquatic communities - fishes - surface water - biological indicators - freshwater ecology - water framework directive - aquatic ecology
Het doel van deze studie is het gekwantificeerd invullen van de abiotische randvoorwaarden behorende bij het Goed Ecologisch Potentieel (GEP) van het KRW type M25 ‘Ondiepe laagveenplassen’. Meetgegevens van de 10 'best beschikbare' locaties van KRW type M25 zijn voor dit doel geanalyseerd. De resultaten geven aan dat de biologische kwaliteitselementen op alle 10 locaties voldoen aan het GEP. Ondanks onomkeerbare hydromorfologische veranderingen tonen de resultaten duidelijk aan, dat de meetwaarden voor het merendeel van de fysisch-chemische variabelen van de in Nederland 10 ‘best beschikbare’ ondiepe laagveenplassen voldoen aan de GET-norm en/of KRW referentiewaarde beschreven voor M14/M27. Om deze reden is ervoor gekozen de GET voor de watertypen M14/M27 te hanteren als GEP voor M25, met hier en daar enige aanpassingen. Gebleken is dat een overschrijding van de KRW referentiewaarde voor één abiotische variabele niet direct hoeft te leiden tot een lager ecologische potentieel van de aquatische levensgemeenschap. Een overschrijding van de GET-norm voor totaal-stikstof (1.3 mg N/l) tot 1.7 mg N/l kan worden toegestaan, mits de nitraat-, ammonium-, totaal-fosfor- en orthofosfaatconcentraties voldoen aan de GET-norm/KRW referentiewaarde. Het EGV, de chloride-, sulfaat-, ammonium- en orthofosfaatconcentraties liggen op alle locaties aanzienlijk lager dan de KRW referentiewaarden.. Voor deze abiotische variabelen moet nog worden bepaald of hogere concentraties dan vastgesteld in dit onderzoek leiden tot een verminderd ecologisch potentieel. Alleen dan kan worden vastgesteld of de huidige KRW referentiewaarden voor ondiepe laagveenplassen afdoende zijn om het GEP van deze plassen te kunnen garanderen. Verder zijn aanpassingen noodzakelijk om de KRW maatlatten voor M14/M27 geschikt te maken voor de beoordeling van ondiepe laagveenplassen (M25) Er worden aanbevelingen gedaan om de maatlatten te verbeteren. In het geval van de vissen en het fytobenthos is daarnaast methodisch onderzoek noodzakelijk om de monitoring en beoordeling te kunnen optimaliseren. Tot slot werpen de resultaten de vraag op in hoeverre er een verband bestaat tussen de goede mate van doelrealisatie (‘Handboek Natuurdoeltypen’) en het GEP (KRW)
Sleutelfactoren en ecosysteemfunctioneren. III. Zuurstof als sleutelfactor in laagveensloten
Loeb, R. ; Verdonschot, P.F.M. ; Hoorn, M.W. van den; Dekkers, T.B.M. ; Sinkeldam, J.A. ; Waasdorp, C.M. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1852) - 73
sloten - veengebieden - milieufactoren - zuurstof - waterkwaliteit - zoetwaterecologie - gammarus pulex - asellus aquaticus - nederland - macrofauna - noordwest-overijssel - ditches - peatlands - environmental factors - oxygen - water quality - freshwater ecology - netherlands
Dit rapport beschrijft onderzoek naar mogelijke sleutelfactoren voor aquatisch ecologische kwaliteit in laagveensloten. Laagveensloten vertonen in de zomer zeer lage zuurstofconcentraties aan de bodem door het optreden van temperatuurstratificatie. Uit experimenten bleek dat lage zuurstofconcentraties aan de bodem ervoor kunnen zorgen dat dieren naar zuurstofrijkere waterlagen migreren waar ze beter kunnen overleven. Kortdurende zuurstofarme periodes kunnen ook onderin de waterkolom overbrugd worden. Als zuurstofconcentraties als gevolg van een slechte waterkwaliteit langdurig over de hele waterkolom laag zijn, verschuift de macrofaunagemeenschap naar een gemeenschap met meer poly- en alfa-mesosprobe soorten
Dispersie van macrofauna door duikers : resultaten van een veldmeting
Didderen, K. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1834) - 54
zoetwaterecologie - distributie - waterdieren - verspreiding - barrières - waterbouwkunde - nederland - macrofauna - freshwater ecology - distribution - aquatic animals - dispersal - barriers - hydraulic engineering - netherlands
Binnen het project ‘Dispersie van aquatische organismen’ is onderzoek gedaan naar het dispersievermogen van macrofauna doelsoorten, ten behoeve van het voorspellen van de kans op terugkeer na het uitvoeren van herstelmaatregelen. In petgaten in een Natura 2000 gebied is gemeten of duikers een barrière opleveren voor de dispersie van verschillende groepen van aquatische macrofauna bij het bereiken van een nieuw habitat. Uit het onderzoek blijkt dat duikers een barrière vormen voor verschillende families van aquatische organismen. Verder komt ook duidelijk naar voren dat er meer passieve dan actieve dispersie door duikers plaatsvindt en dat stroming zowel in richting als kwantiteit zelfs in stilstaande wateren zeer belangrijk is als sturende factor bij de dispersie van aquatische organismen.
Sleutelfactoren en ecosysteemfunctioneren. II.Jaarfluctuaties in sleutelfactoren in laagveensloten
Loeb, R. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1827) - 59
sloten - zoetwaterecologie - waterkwaliteit - eutrofiëring - zuurstof - veengebieden - nederland - herstel - macrofauna - noordwest-overijssel - ditches - freshwater ecology - water quality - eutrophication - oxygen - peatlands - netherlands - rehabilitation
Sleutelfactoren en ecosysteemfunctioneren. Dit rapport beschrijft onderzoek dat gedaan is naar mogelijke sleutelfactoren voor aquatisch ecologische kwaliteit in laagveensloten. Het onderzoek is uitgevoerd in vier deelgebieden in de Wieden, die in een gradiënt van sterke beïnvloeding (eutrofiëring) naar een meer natuurlijke situatie lagen. Gedurende het jaar zijn vier meerdaagse zuurstofmetingen per sloot uitgevoerd. Hieruit bleek dat de zuurstofconcentraties vooral aan de bodem erg laag konden worden, ongeacht de mate van eutrofiëring. Oorzaak hiervan was temperatuurstratificatie, die in de meeste sloten gedurende het grootste deel van het jaar zeer frequent optrad. Vervolgonderzoek naar de precieze invloed van deze stratificatie op de macrofauna in de sloot wordt aanbevolen
Verslag Workshop Exotische zoetwaterkreeften en –krabben in Nederland Bilthoven, Sportvisserij Nederland, 19 juni 2008
Hoogenboom, H.J.C. - \ 2008
Bilthoven : s.n.
zoetwaterecologie - geïntroduceerde soorten - cancridae - krabben (schaaldieren) - rivierkreeft - schaaldieren - hydrobiologie - freshwater ecology - introduced species - cancridae - crabs - crayfish - shellfish - hydrobiology
Verslag Workshop Exotische zoetwaterkreeften en –krabben in Nederland. Presentaties: 1. Bram Koese: Geschiedenis, herkenning en verspreiding van zoetwaterkreeften; 2. Menno Soes & Jos Spier: Ecologie en schade aan waterkwantiteit en –kwaliteit; 3. Tammo Bult: De commerciële mogelijkheden van de Wolhandkrab; 4. Bas van der Wal: discussie en aanbevelingen voor beleid en onderzoek
Effecten van grondwatertoevoer op oppervlaktewaterkwaliteit : een casestudie in twee natuurgebieden
Verdonschot, P.F.M. ; Loeb, R. - \ 2008
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1752) - 51
grondwater - oppervlaktewater - kwel - waterkwaliteit - zoetwaterecologie - nederland - overijssel - noordwest-overijssel - twente - groundwater - surface water - seepage - water quality - freshwater ecology - netherlands
In dit rapport worden de mogelijke effecten van grondwatertoevoer op oppervlaktewateren op een rij gezet. Het rapport beschrijft de effecten die kwel kan hebben op de chemische samenstelling van het oppervlaktewater en hoe de chemie van het oppervlaktewater doorwerkt op aquatische ecosystemen. Voor alle ionen die regelmatig in oppervlaktewater worden gemeten is nagegaan hoe het in het oppervlaktewater terecht kan zijn gekomen en of het ion bruikbaar is als indicatie voor grondwaterinvloed op oppervlaktewater. Aan de hand van twee casestudies in natuurgebieden (het Springendal en de Wieden ) is de invloed van grondwater op de locale oppervlaktewaterkwaliteit geëvalueerd. Voor de beoordeling van de invloed van grondwater op het oppervlaktewater is een gedegen kennis van het gebied nodig. Ook is de aanvoer van grondwater niet één-op-één te relateren aan sturende factoren voor het ecosysteem.
Verkenning CBD 2010-indicatoren zoetwater : inventarisatie en uitwerking relevante indicatoren voor Nederland
Lange, H.J. de; Arts, G.H.P. ; Verberk, W.C.E.P. - \ 2008
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 122) - 73
biodiversiteit - zoetwaterecologie - inventarisaties - aquatische ecologie - biodiversity - freshwater ecology - inventories - aquatic ecology
Dit werkdocument geeft de eerste resultaten weer van de uitwerking van twee CBD 2010 - indicatoren voor zoetwater: ‘invasive alien species’ (exoten) en ‘freshwater quality’ (zoetwaterkwaliteit). Uit de inventarisatie van exoten blijkt dat er 34 exotische waterplanten zijn, waarvan er 17 lokaal kunnen woekeren, en 6 regelmatig door het waterschap worden verwijderd. Belangrijkste route van vestiging is ontsnapping (vrijkomen) uit vijver, tuin of aquarium. Van de 55 macrofauna exoten veroorzaken de meeste geen problemen. Een aantal rivierkreeftsoorten veroorzaakt wel overlast, door verstoring van de vegetatie en ondergraving van de oever. De belangrijkste route voor vestiging van macrofauna exoten is via het Main-Donaukanaal of via ontsnapping uit tuin, vijver of aquarium. Voor de indicator zoetwaterkwaliteit is onderzocht of er een indicator beschikbaar is die de milieudruk kan weergeven, gebruikmakend van soortskenmerken van macrofauna. Voorlopige conclusie is dat het kenmerk voltinisme (aantal generaties per jaar) een relatie heeft met milieudruk. De indicator levensstrategie biedt perspectieven voor een vergelijking tussen locaties in relatie tot milieudruk. Levensstrategie uitgebreid met wijze van zuurstofademhaling lijkt een goede aanpak om een indicator milieudruk verder te ontwikkelen.
Ecotoxicologisch onderzoek Hollandse IJssel paling 2006-2010, vangstjaar 2008
Hoek-van Nieuwenhuizen, M. van - \ 2008
IJmuiden : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES C086/08) - 17
palingen - zoetwaterecologie - waterkwaliteit - bemonsteren - ecotoxicologie - milieumonitoring - chemische analyse - rivieren - zuid-holland - eels - freshwater ecology - water quality - sampling - ecotoxicology - environmental monitoring - chemical analysis - rivers
Rijkswaterstaat Zuid-Holland heeft Wageningen IMARES gevraagd de verwerking en chemische analyse van palingen afkomstig uit de Hollandse IJssel in de periode 2006 tot en met 2010 uit te voeren.
On the limnology of Lake Tanganyika
Langenberg, V.T. - \ 2008
Wageningen University. Promotor(en): Marten Scheffer, co-promotor(en): J. Sarvala; Rudi Roijackers; Bart Koelmans. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085047841 - 212
limnologie - zoetwaterecologie - meren - biodiversiteit - klimaatverandering - oost-afrika - limnology - freshwater ecology - lakes - biodiversity - climatic change - east africa
The fluctuations in Tanganyikan fish catches defy standard fisheries planning, management and development practice. For long the available knowledge seemed not adequate to elucidate the Lake’s ecosystem functioning and productivity. This project synthesised new insights in the dynamics of the main hydrodynamical, limnological and ecological variables that are crucial to further understand the mechanisms securing the biological basis for fish production. Across the lake we now describe how the seasonal meteorological and hydrodynamical patterns affect the thermal and chemical gradients that in turn, depending on their position and strength, seem crucial for the timing and magnitude of internal nutrient fluxes and algal production, and may regionally determine zooplankton abundance and community assembly. A first comprehensive study on the external nutrient sources showed them also to be significant for the lake’s annual primary production. The carbon sources for pelagic fish production were scrutinized, and a new view of Tanganyika’s trophic structure emerged. New production and biomass figures of key organisms combined with transfer efficiencies between the main trophic levels of Tanganyika’s pelagic foodweb showed no special mechanism needs to be invoked to explain its flourishing fisheries.

Interactions between nutrients and toxicants in shallow freshwater model ecosystems
Roessink, I. - \ 2008
Wageningen University. Promotor(en): Bart Koelmans, co-promotor(en): Theo Brock. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085048756 - 249
zoetwaterecologie - voedingsstoffen - toxische stoffen - verontreinigende stoffen - fungiciden - insecticiden - milieueffect - waterplanten - vissen - polychloorbifenylen - benthos - aquatische ecosystemen - ecotoxicologie - polycyclische aromatische koolwaterstoffen - freshwater ecology - nutrients - toxic substances - pollutants - fungicides - insecticides - environmental impact - aquatic plants - fishes - polychlorinated biphenyls - benthos - aquatic ecosystems - ecotoxicology - polycyclic aromatic hydrocarbons
This thesis investigates the influence of the trophic status of a shallow freshwater system and/or the presence of persistent pollutants in the sediment on the fate and ecological effects of an insecticide and a fungicide/biocide. Additionally, this thesis aims to shed light on the influence of macrophytes and fish on the partitioning and redistribution of sediment-bound polycyclic aromatic hydrocarbons (PAHs) and polychlorinated biphenyls (PCBs). PAHs and PCBs are predominantly ‘historical’ pollutants that accumulate in sediments and are rather persistent
Habitat variation and life history strategies of benthic invertebrates
Franken, R.J.M. - \ 2008
Wageningen University. Promotor(en): Marten Scheffer, co-promotor(en): Edwin Peeters. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085048688 - 158
waterinvertebraten - benthos - waterlopen - milieufactoren - zoetwaterecologie - habitats - levensgeschiedenis - snelheid - substraten - gammarus pulex - plecoptera - oevervegetatie - aquatic invertebrates - benthos - streams - environmental factors - freshwater ecology - habitats - life history - velocity - substrates - gammarus pulex - plecoptera - riparian vegetation
The thesis considers two key aspects of lotic freshwater ecosystems, the physical microhabitat and organic matter dynamics. The first part focuses on the indirect effects of light and riparian canopy cover on shredder growth and productivity through the effect on the nutritional quality of the food source. The second part addresses the nature of differences in response to physical habitat structure and current velocity in common species of shredders. Three invertebrate shredder-detritivore species were selected as study organisms: the freshwater shrimp Gammarus pulex, the freshwater louse Asellus aquaticus and the stonefly Nemoura cinerea
Levensstrategieën van exoten in Nederlandse binnenwateren : een verkennende studie
Paulissen, M.P.C.P. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2007
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1496) - 117
invasies - soorten - zoetwaterecologie - aquatisch milieu - monitoring - nederland - aquatische ecosystemen - binnenwateren - invasions - species - freshwater ecology - aquatic environment - netherlands - aquatic ecosystems - inland waters
Natuur- en waterbeheerders zouden de presentie en abundantie van reeds aanwezige en nieuw gesignaleerde aquatische exoten systematisch moeten gaan monitoren ingepast in de reguliere meetnetten van waterbeheerders, waarbij regelmatig trendanalyses worden uitgevoerd. Hierdoor kan het (potentiële) binnendringen van invasieve uitheemse soorten vroegtijdig worden gesignaleerd. Dit verkleint de kans op kostbare ingrepen achteraf om economische of ecologische schade te herstellen. Op basis van literatuuronderzoek is een voor de praktijk werkbare definitie van de term exoot opgesteld. Een exoot is een soort (of ondersoort) die door toedoen van menselijk handelen, in brede zin, buiten zijn natuurlijke areaal voorkomt én die zijn nieuwe leefgebied niet op eigen kracht had kunnen bereiken op een (menselijke) tijdsschaal van tientallen tot enkele honderden jaren. Onderscheid is verder gemaakt tussen invasieve en niet-invasieve exoten en het belang van verspreidingsstatus en vectortype is aangegeven. Er is een exotenlijst voor het zoete water in Nederland met betrekking tot de organismegroepen: macrofyten, macrofauna en vissen opgesteld
Onderzoek naar het ecologisch functioneren van Nederlandse sloten
Peeters, E.T.H.M. ; Klein, J.J.M. de; Scheffer, M. - \ 2007
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 40 (2007)6. - ISSN 0166-8439 - p. 30 - 31.
zoetwaterecologie - sloten - slootkanten - bedrijfsvoering - oevervegetatie - waterplanten - waterkwaliteit - eutrofiëring - biodiversiteit - functionele biodiversiteit - agrobiodiversiteit - freshwater ecology - ditches - ditch banks - management - riparian vegetation - aquatic plants - water quality - eutrophication - biodiversity - functional biodiversity - agro-biodiversity
De leerstoelgroep Aquatische Ecologie en Waterkwaliteitsbeheer van Wageningen Universiteit gaat de komende vier jaar vernieuwend onderzoek uitvoeren in sloten. Het onderzoek wordt gefinancierd door STOWA en de direct betrokken waterbeheerders. Enerzijds zal het onderzoek zich richten op het verkrijgen van meer inzicht in de fundamentele processen achter het zelfreinigend vermogen (het verwijderen van nutriënten) van slootsystemen en daarnaast probeert het verdergaand inzicht te krijgen in de manier waarop het onderhoud (met name schonen en baggeren) de ecologische kwaliteit van sloten kan verhogen. Uiteindelijk moet het onderzoek leiden tot meer inzicht in de fundamentele processen en mechanismen die een rol spelen bij het functioneren van sloten. De resultaten zullen ook handreikingen opleveren voor een beter uitgebalanceerd beheer
De kaderrichtlijn Water en Visserij op de binnenwateren
Klein Breteler, J.G.P. ; Leeuw, J.J. de; Keeken, O.A. van - \ 2007
IJmuiden : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES nr. C029/07) - 74
waterbeheer - waterkwaliteit - richtlijnen (directives) - visserij - kosten-batenanalyse - zoetwaterecologie - nederland - kaderrichtlijn water - water management - water quality - directives - fisheries - cost benefit analysis - freshwater ecology - netherlands - water framework directive
In 2009 worden voor de vier stroomgebieden in Nederland de beheersplannen vastgelegd. De relatie tussen waterbeheer en de binnenvisserij is met de komst van de KRW in een nieuw licht komen te staan. Deze studie inventariseert de gevolgen voor de beroepsvisserij en sportvisserij in de Nederlandse binnenwateren
Wageningen UR, wetenschappelijk centrum voor vis
Nagelkerke, L.A.J. - \ 2006
Visionair : het vakblad van sportvisserij Nederland 1 (2006)1. - ISSN 1569-7533 - p. 36 - 39.
zoetwaterecologie - mariene ecologie - vissen - visserij - visteelt - hoger onderwijs - onderzoek - universitaire onderwijsprogramma's - studie - freshwater ecology - marine ecology - fishes - fisheries - fish culture - higher education - research - college programs - study
Nederland kent een rijke traditie in aquatische ecologie. Diverse universiteiten, HBO-opleidingen en instellingen houden zich bezig met de biologie van zowel het zoete als het zoute water. Opmerkelijk is dat er daarbij verhoudingsgewijs weinig aandacht wordt besteed aan vissen. Wageningen Universiteit en Research Centrum (WUR) vormt daarop een uitzondering. Binnen deze universiteit richten diverse onderzoeksgroepen zich op vissen. De bekendste zijn de leerstoelgroep Aquacultuur en Visserij en het voormalige rijksinstituut voor visserijonderzoek, het RIVO. In dit artikel legt Leo Nagelkerke, universitair docent bij de leerstoelgroep Aquacultuur en Visserij, uit waar zij zich zoal mee bezighouden
Graadmeter natuurwaarde voor aquatische natuur : typen, indicatoren en monitoring van regionale wateren
Didderen, K. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2006
Wageningen : WOT Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 34) - 164
hydrobiologie - sloten - waterlopen - zoetwaterecologie - natuurbescherming - oppervlaktewater - kwaliteit - meting - monitoring - referentienormen - nederland - aquatische ecosystemen - natuur - hydrobiology - ditches - streams - freshwater ecology - nature conservation - surface water - quality - measurement - reference standards - netherlands - aquatic ecosystems - nature
De graadmeter natuurwaarde geeft inzicht in de toename of afname van de totale soortendiversiteit. De graadmeter is afgestemd op deelgebieden die bestaan uit een combinatie van fysisch-geografische regio's, met daarbinnen natuurtypen. Per type wordt bekeken, in welke mate (indicator) soorten nog voorkomen. In dit WOT Natuur & Milieu project is gekeken op welke wijze de graadmeter voor aquatische natuur verbeterd kan worden
Influence of seasonal variation on bioassessment of streams using macroinvertebrates
Vlek, H.E. - \ 2006
In: SIL Proceedings 1922-2010 Taylor & Francis (Verhandlungen Internationale Vereinigung für Theoretische und Angewandte Limnologie ) - p. 1971 - 1975.
zoetwaterecologie - aquatische gemeenschappen - ongewervelde dieren - beoordeling - monitoring - waterlopen - seizoenvariatie - biologische monitoring - macrofauna - gelderland - ecologische beoordeling - freshwater ecology - aquatic communities - invertebrates - assessment - streams - seasonal variation - biomonitoring - ecological assessment
One of the objectives of the Water Framework Directive is to standardise bioassessment of surface waters. Water managers prefer cost efficient methods such as sampling only once a year for the purpose of surveillance monitoring. A higher level of standardisation could be reached if samples from the same area were collected in the same time period, but which time period would be most suited for taking samples? Many European countries have some general understanding about the preferred time period for sampling; however, in many cases scientific background is lacking. The aim of this study was (1) to examine the variation in macroinvertebrate community composition between months, (2) to assess the effect of this variation on 37 biological indicator metrics and the Dutch AQEM assessment system in particular, and (3) to determine whether a preferred time period for sampling can be indicated for lowland streams in the Netherlands
Ecotoxicologisch onderzoek Hollandse IJssel paling 2006 - 2010 (ZHAO 19060158)
Hoek-van Nieuwenhuizen, M. van - \ 2006
IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES C073/06) - 15
palingen - zoetwaterecologie - waterkwaliteit - ecotoxicologie - milieumonitoring - rivieren - zuid-holland - eels - freshwater ecology - water quality - ecotoxicology - environmental monitoring - rivers
De biologische parameters (lengte- en gewichtsverdeling) van het monster paling Hollandse IJssel uit 2006 zijn vergelijkbaar met die van het monster uit 2004. Het monster paling Hollandse IJssel uit 2006 zal naar onze verwachting echter niet aan de nieuwe EU norm voor dioxines en dioxine-achtige PCB’s (TEQ <12 pg/g) voldoen, zoals die op 4 november 2006 van kracht zal zijn.
Beyond biological monitoring: an integrated approach
Verdonschot, P.F.M. - \ 2006
In: Biological monitoring of rivers; applications and perspectives / Ziglio, G., Siligardi, M., Flaim, G., Chichester (UK) : John Wiley (Water Quality Measurements Series ) - ISBN 9780470863763 - p. 435 - 459.
rivieren - monitoring - waterkwaliteit - biologische technieken - zoetwaterecologie - biologische indicatoren - oppervlaktewater - aquatische gemeenschappen - biologische monitoring - aquatische ecosystemen - rivers - monitoring - water quality - biological techniques - freshwater ecology - biological indicators - surface water - aquatic communities - biomonitoring - aquatic ecosystems
Concluding discussion ‘Beyond Biological Monitoring: An Integrated Approach’ of the section New tools and strategies for river ecology evaluation – presents decision making on what constitutes a significant environmental change; predictive modelling approaches; evaluating fluvial functioning (FFI), planning the integration of urban and ecological processes
Monitoring van aquatische natuur; KRW monitoring voor VHR doeleinden?
Vlek, H.E. ; Didderen, K. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2006
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1328) - 125
oppervlaktewater - monitoring - waterbeheer - zoetwaterecologie - aquatisch milieu - natuurbescherming - habitats - richtlijnen (directives) - nederland - habitatrichtlijn - aquatische ecosystemen - surface water - water management - freshwater ecology - aquatic environment - nature conservation - directives - netherlands - habitats directive - aquatic ecosystems
In dit rapport is gekeken in hoeverre de verplichtingen vanuit kaderrichtlijn water ten aanzien van de monitoring van oppervlaktewateren kunnen worden gekoppeld aan de monitoring van aquatische natuurdoelen, zoals vastgesteld in de vogel- en habitatrichtlijn en het nationale natuurbeleid
Jaarrapportage passieve vismonitoring zoete rijkswateren: fuik- en zalmsteekregistraties in 2005
Patberg, W. ; Boois, I.J. de; Winter, H.V. ; Wiegerinck, J.A.M. - \ 2006
IJmuiden : RIVO (Rapport / Wageningen IMARES C033/06) - 48
zoetwaterecologie - zoetwatervissen - visserij - palingen - vangstsamenstelling - registratie - binnenwateren - binnenvisserij - bijvangst - nederlandse wateren - freshwater ecology - freshwater fishes - fisheries - eels - catch composition - registration - inland waters - freshwater fisheries - bycatch - dutch waters
In de zoete rijkswateren wordt op 29 locaties van de commerciële fuikenvisserij op paling door beroepsvissers een vangstregistratie bijgehouden over het gehele seizoen (april-november). Naast de doelsoort paling worden ook van de andere bijgevangen vissoorten de aantallen en lengtes bepaald. Deze monitoring wordt vanaf 1993 uitgevoerd. Een ander onderdeel binnen de passieve monitoring is de zalmsteekregistratie. Hierbij worden op vier locaties in de Rijn en Maas met traditionele grofmazige fuiken (zalmsteken) in de zomer en de herfst gericht gevist op riviertrekvissen als zalm en zeeforel. Deze monitoring wordt vanaf 1994 uitgevoerd. Tezamen vormen deze de ‘passieve vismonitoring zoete rijkswateren’, die in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, RIZA wordt uitgevoerd om trends en ontwikkelingen in de visstand te volgen ten behoeve van beheers- en beleidsontwikkeling en evaluatie van getroffen maatregelen. Daarbij speelt de EU-Kaderrichtlijn Water en de EU-Habitatrichtlijn een steeds belangrijkere rol. In dit rapport worden de in 2005 verzamelde gegevens gepresenteerd. Alle gegevens zijn ingevoerd, gecontroleerd en beschikbaar in de centrale RIVO database FRISBE en kan daarmee worden ingezet voor andere projecten en evaluaties.
Biotische indicatoren voor veranderingen in nutriëntenbelasting in sloten en beken; een literatuurstudie
Arts, G.H.P. ; Leenders, T.P. - \ 2006
Wageningen : Alterra (Reeks monitoring stroomgebieden 6) - 53
waterlopen - sloten - zoetwaterecologie - monitoring - biologische indicatoren - voedingsstoffen - hysterese - waterplanten - streams - ditches - freshwater ecology - biological indicators - nutrients - hysteresis - aquatic plants
Een literatuurstudie is uitgevoerd naar de vraag welke biotische indicatoren geschikt zijn om effecten van een vermindering van de nutriëntenbelasting als gevolg van het mestbeleid te volgen. In het rapport worden relaties tussen nutriënten en biotische variabelen beschreven in kleine ecosystemen (beken en sloten). In Nederland hebben we veelal te maken met zeer voedselrijke ecosystemen. Vooral omdat door het proces van hysterese een reactie van biotische indicatoren niet voor de hele range aan nutriëntenconcentraties optreedt en biotische veranderingen niet altijd alléén aan een verandering in nutriëntentoestand kunnen worden gerelateerd, zijn biotische indicatoren in de huidige situatie in Nederland geen geschikte indicatoren om veranderingen in de nutriëntentoestand van beken en sloten als gevolg van het mestbeleid aan te tonen. Voor het project Monitoren stroomgebieden hoeven daarom geen extra inspanningen te worden geleverd ten aanzien van biotische monitoring. Wel wordt aanbevolen om beschikbare metingen (al dan niet voor de Kaderrichtlijn Water) te analyseren om meer kennis te krijgen van de reactie van biotische indicatoren op kleine veranderingen in nutriëntenbelasting in de Nederlandse situatie
Interpretation and extrapolation of ecological responses in model ecosystems stressed with non-persistent insecticides
Wijngaarden, R.P.A. van - \ 2006
Wageningen University. Promotor(en): S.J. Scheffer, co-promotor(en): Theo Brock; N.M. van Straalen. - Wageningen : Alterra - ISBN 9789032703493 - 248
toxiciteit - modellen - oppervlaktewater - insecticiden - risicoschatting - lambda-cyhalothrin - chloorpyrifos - methodologie - zoetwaterecologie - aquatische ecosystemen - ecotoxicologie - toxicity - models - surface water - insecticides - risk assessment - lambda-cyhalothrin - chlorpyrifos - methodology - freshwater ecology - aquatic ecosystems - ecotoxicology
This thesis aims to contribute to the discussion concerning whether micro- and mesocosm studies can serve as adequate models for robust risk assessment of pesticides. For this purpose, results from freshwater micro- and mesocosm experiments conducted under different experimental conditions are presented and compared. Case studies with the relatively well-studied insecticides chlorpyrifos (organophosphate) and lambda-cyhalothrin (synthetic pyrethroid) are used as examples of the variability typical in model ecosystem studies. These studies are placed in the context of other studies to gain insights into the consistency of the outcomes of micro- and mesocosm experiments performed with non-persistent insecticides which act upon the insect nervous system
Ecological effects of Spring and late Summer applications of Lambda-Cyhalothrin on freshwater microcosms
Wijngaarden, R.P.A. van; Brock, T.C.M. ; Brink, P.J. van den; Gylstra, R. ; Maund, S.J. - \ 2006
Archives of Environmental Contamination and Toxicology 50 (2006)2. - ISSN 0090-4341 - p. 220 - 239.
toxiciteit - zoetwaterecologie - lambda-cyhalothrin - seizoenen - lente - zomer - oppervlaktewater - sloten - toxicity - freshwater ecology - lambda-cyhalothrin - seasons - spring - summer - surface water - ditches - active ingredient chlorpyrifos - insecticide dursban(r) 4e - aquatic risk-assessment - community responses - fate - zooplankton - organisms - mesocosms - recovery
The aim of the study was to compare the effects of the pyrethroid insecticide lambda-cyhalothrin (treated at 10, 25, 50, 100, 250 ng active ingredient a.i./L) on a drainage ditch ecosystem in spring and late summer. Microcosms (water volume approximately 430 L) were established using enclosures in a 50-cm¿deep experimental ditch system containing communities typical of macrophyte-dominated freshwater ecosystems. Effects on macroinvertebrates, zooplankton, phytoplankton, macrophytes, and community metabolism were assessed and evaluated using univariate and multivariate statistical techniques. The macroinvertebrate community responded most clearly to treatment and, as anticipated, insects and crustaceans were among the most sensitive organisms. Statistical analysis showed that the underlying community structure was significantly different between the spring and summer experiments. However, the most sensitive species (Chaoborus obscuripes and Gammarus pulex) were abundant in spring as well as in late summer. In spring and late summer, only slight and transient effects were observed at the community level in the 10-ng/L treatment. Overall, the study did not show substantial differences in the responses of sensitive taxa between spring and late summer treatments, and effects thresholds were similar irrespective of season of treatment.
Vijver, sloot en plas
Scheffer, M. ; Cuppen, J.G.M. - \ 2005
Baarn : Tirion Natuur - ISBN 9789052105437 - 237
zoetwaterecologie - plassen - meren - sloten - flora - fauna - identificatie - waterorganismen - nederland - freshwater ecology - ponds - lakes - ditches - flora - fauna - identification - aquatic organisms - netherlands
Het eerste deel van 'Vijver, Sloot en Plas' is een levendige beschrijving van allerlei aspecten van het water om ons heen: samenstelling, kleur, de rol van planten, ecologie van water, ecosystemen zoals rivieren, plassen en sloten. Met allerlei praktische tips voor de aanleg van vijvers, het opzetten van simpele slootaquaria, experimenten opzetten, etc. In het tweede deel worden de belangrijkste organismen in de onderwaterwereld getoond en uitgebreid beschreven. Een groot deel van de planten en dieren die in zoet water voorkomen kunnen met behulp van dit deel worden thuisgebracht.
Huidige toestand en vervolgaanpak Brabantse vennen
Dam, H. van; Arts, G.H.P. ; Belgers, J.D.M. ; Tempelman, D. ; Dijkers, C. ; Janmaat, L. ; Haye, M.A.A. de la - \ 2005
Amsterdam : Grontmij AquaSense (Rapport / AquaSense 05.2184.2) - 177
plassen - waterkwaliteit - herstel - stilstaand water - zoetwaterecologie - macrofauna - noord-brabant - standing water - ponds - water quality - rehabilitation - freshwater ecology - macrofauna - noord-brabant
Dit rapport geeft een overzicht van de huidige toestand van de vennen en enkele zwak gebufferde wielen in Noord-Brabant. Daarvoor is een steekproef van 126 locaties onderzocht. Er zijn zoveel mogelijk gegevens verzameld over beheer, chemie, fytoplankton (o.a. sieralgen), macrofyten, fytobenthos (kiezelwieren), macrofauna en vissen, vooral uit de perioden 1990-1994 en 2000-2004. De effecten van genomen beheersmaatregelen worden geëvalueerd en er wordt een plan van aanpak voor komende venherstelprojecten en de monitoring van de ecologische toestand gepresenteerd. In het afgelopen decennium is de verzuringstoestand van de vennen, voornamelijk door vermindering van de atmosferische depositie van zwavel- en stikstofverbindingen sterk verbeterd
Model studies on the eutrophication of shallow lakes and ditches
Janse, J.H. - \ 2005
Wageningen University. Promotor(en): Marten Scheffer; L. Lijklema. - Wageninge : Wageningen Universiteit - ISBN 9789085042143 - 198
meren - sloten - voedingsstoffen - eutrofiëring - kringlopen - modellen - zoetwaterecologie - vegetatie - waterkwaliteit - nederland - lakes - ditches - nutrients - eutrophication - cycling - models - freshwater ecology - vegetation - water quality - netherlands
This study concentrates on eutrophication effects in shallow lakes and ponds on the one hand and in ditches (small water channels in agricultural areas) on the other. In shallow lakes (up to ca 4 m of depth), ihe clear-water community characterized by macrophytes is generally replaced by a dominance of phytoplankton and turbid water, while a diverse fish community including piscivores is transferred into a species-poor community dominated by bream. In ditches, eutrophication causes the typical, richly structured community of submerged macrophyles to be replaced by a monotonous layer of small floating plants, duckweeds. This leads, among olher things, to an anaerobic environment and deterioration of aquatic life. As these biotic effects are considered as undesirable, it is important to be able to predict, as far as possible in a quantitative way, at what degree of eutrophication these changes will occur, and whether they are reversible or not. Mathematical models are a useful tool to address such questions and support management decisions. This thesis describes two such mathematical model, a model for lakes and a model for ditches
Graadmeters aquatische natuur; fase 1: vergelijking van de graadmeter natuurwaarde met de natuurdoeltypen en KRW-maatlatten
Verdonschot, P.F.M. ; Evers, C.H.M. ; Nijboer, R.C. ; Didderen, K. - \ 2005
Wageningen : WOT Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 14) - 108
oppervlaktewater - zoetwaterecologie - kwaliteit - indicatorsoorten - monitoring - referentienormen - richtlijnen (directives) - nederland - aquatische ecosystemen - surface water - freshwater ecology - quality - indicator species - reference standards - directives - netherlands - aquatic ecosystems
Op verzoek van Milieu- en Natuurplanbureau zijn voor aquatische ecosystemen graadmeters ontwikkeld voor een aantal waterlopen
Effects of chlorpyrifos in freshwater model ecosystems: the influence of experimental conditions on ecotoxicological thresholds
Wijngaarden, R.P.A. van; Brock, T.C.M. ; Douglas, M.T. - \ 2005
Pest Management Science 61 (2005)10. - ISSN 1526-498X - p. 923 - 935.
toxiciteit - pesticiden - chloorpyrifos - risicoschatting - modellen - zoetwaterecologie - ecotoxicologie - aquatische ecosystemen - toxicity - pesticides - chlorpyrifos - risk assessment - models - freshwater ecology - ecotoxicology - aquatic ecosystems - active ingredient chlorpyrifos - outdoor experimental ditches - community - responses - field - temperature - zooplankton - time
Three experiments were conducted to determine the impact of the insecticide chlorpyrifos (single applications of 0.01 to 10 µg AI litre-1) in plankton-dominated nutrient-rich microcosms. The microcosms (water volume approximately 14 litres) were established in the laboratory under temperature, light regimes and nutrient levels that simulated cool temperate and warm Mediterranean environmental conditions. The fate of chlorpyrifos in the water column was monitored and the effects on zooplankton, phytoplankton and community metabolism were followed for 4 or 5 weeks
Three experiments were conducted to determine the impact of the insecticide chlorpyrifos (single applications of 0.01 to 10 mu g AI litre(-1)) in plankton-dominated nutrient-rich microcosms. The microcosms (water volume approximately 14 litres) were established in the laboratory under temperature, fight regimes and nutrient levels that simulated cool 'temperate' and warm 'Mediterranean' environmental conditions. The fate of chlorpyrifos in the water column was monitored and the effects on zooplankton, phytoplankton and community metabolism were followed for 4 or 5 weeks. The mean half-life (t(1/2)) of chlorpyrifos in the water of the test systems was 45 h under 'temperate' conditions and about 30 h under 'Mediterranean' environmental conditions. Microcrustaceans (cladocerans and copepod nauplii) were amongst the most sensitive organisms. All three experiments yielded community NOEC (no observed effect concentrations) of 0.1 mu g AI litre(-1), similar to those derived from more complex outdoor studies. Above this threshold level, responses and effect chains, and time spans for recovery, differed between the experiments. For example, algal blooms as an indirect effect from the impact of exposure on grazing organisms were only observed under the 'Mediterranean' experimental conditions. The relatively simple indoor test system seems to be sufficient to provide estimates of safe threshold levels for the acute insecticidal effects of low-persistence compounds such as chlorpyrifos. The robustness of the community NOEC indicates that this threshold level is likely to be representative for many freshwater systems. (c) 2005 Society of Chemical Industry.
Omslagpunten in het functioneren van aquatische ecosystemen?
Vlek, H.E. ; Diepen, L.T.A. van; Verdonschot, P.F.M. - \ 2005
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1178) - 135
watersystemen - waterorganismen - oppervlaktewater - tijdreeksen - waterkwaliteit - nederland - milieueffect - milieufactoren - zoetwaterecologie - herstel - aquatische ecosystemen - macrofauna - water systems - aquatic organisms - surface water - time series - water quality - netherlands - environmental impact - environmental factors - freshwater ecology - rehabilitation - aquatic ecosystems
Het doel van deze studie is aanwijzingen te vinden voor het bestaan van `omslagpunten¿ in de toestand van aquatische ecosystemen in Nederland. Het rapport beschrijft de ontwikkeling van een methodiek om snel inzicht te krijgen in het optreden van mogelijk abrupte veranderingen binnen een macrofauna gemeenschap. Daarnaast is een methode opgesteld om objectief te kunnen vaststellen of een abrupte verandering in de samenstelling van de levensgemeenschap is opgetreden. Langjarige macrofauna tijdreeksen van 31 locaties (sloten, kanalen, beken en rivieren) zijn geanalyseerd met behulp van de ontwikkelde methodieken. Het betrof bestaande tijdreeksen afkomstig van verschillende waterbeheerders. De relatie tussen de macrofauna en milieuvariabelen is onderzocht om tot uitspraken te kunnen komen over het optreden van `omslagpunten¿ in sloten, kanalen, beken en rivieren. Op slechts drie van de 31 onderzochte locaties is mogelijk sprake geweest van een `omslag¿. Het is niet mogelijk gebleken om op basis van velddata definitieve uitspraken te doen over het optreden van `omslagpunten¿ in de onderzochte aquatische ecosystemen. Reden hiervoor is dat een aantal milieuvariabelen sturend voor de samenstelling van de macrofauna levensgemeenschap, zoals stroming, permanentie en piekafvoeren, niet of onvoldoende zijn gemeten op de onderzochte locaties. De resultaten van deze studie sluiten niet uit dat `omslagen¿ kunnen optreden, maar maken het optreden van `omslagpunten¿ ook niet erg aannemelijk.
Modelling community structure in freshwater ecosystems
Lek, S. ; Scardi, M. ; Verdonschot, P.F.M. ; Descy, J.P. ; Park, Y.S. - \ 2005
Berlin (Germany) [etc.] : Springer - ISBN 9783540239406 - 518
aquatische gemeenschappen - zoetwaterecologie - waterorganismen - benthos - bacillariophyta - vis - populatiedynamica - wiskundige modellen - aquatische ecosystemen - populatiebiologie - aquatic communities - freshwater ecology - aquatic organisms - benthos - bacillariophyta - fish - population dynamics - mathematical models - aquatic ecosystems - population biology
The book presents approaches and methodologies for predicting the structure and diversity of key aquatic communities (namely diatoms, benthic macroinvertebrates and fish), under natural conditions and under man-made disturbance. Such an approach will make it possible to: 1) set up procedures for robust and sensitive ecosystem evaluation, based on the prediction of the expected community structure; 2) model community structure in disturbed ecosystems, taking into account all the relevant ecological variables; 3) test ecosystem sensitivity to natural and anthropic disturbance; and 4) explore specific actions to be taken for the restoration of ecosystem integrity.
Achtergronddocument referenties en maatlatten voor macrofauna
Knoben, R. ; Kamsma, P. ; Franken, R.J.M. ; Peeters, E.T.H.M. ; Verdonschot, P.F.M. ; Keizer-Vlek, H.E. - \ 2004
[S.l.] : s.n. (Achtergronddocument macrofauna ) - 39
zoetwaterecologie - waterdieren - meting - referentienormen - eu regelingen - richtlijnen (directives) - watersystemen - nederland - kaderrichtlijn water - macrofauna - freshwater ecology - aquatic animals - measurement - reference standards - eu regulations - directives - water systems - netherlands - water framework directive - macrofauna
Voor de implementatie van de KRW Water (KRW) in Nederland is een regionale ambtelijke en bestuurlijke overlegstructuur in het leven geroepen en zijn verschillende productteams geformeerd. Een van de taken van de productnaam is het beschrijven van de referentietoestand van de verschillende typen waterlichamen. Deze beschrijving moet eind 2004 gereed zijn. De nationale interdepartementale werkgroep Doelstellingen Oppervlaktewater en de STOWA ondersteunen deze taak door een deel van het instrumentarium centraal te ontwikkelen, namelijk de ecologische beoordeling van oppervlaktewateren. Voor het uitwerken van de beoordeling van de biologische kwaliteitselementen zijn vier expertgroepen geformeerd: 1) fytoplankton, microfytobenthos en macrofyten 2) angiospermen en macroalgen 3) macrofauna 4) vissen Dit achtergronddocument gaat in op de beoordeling van macrofauna, die is gebaseerd op een beoordeling van de soortensamenstelling. De soortensamenstelling is opgesplitst in drie groepen van indicatoren (parameters) namelijk dominante, indicatieve/kenmerkende en zeldzame taxa. In dit rapport wordt ingegaan op de achterliggende keuzes, specificaties en onderbouwing van de parameters
Aquatic risk assessment of a realistic exposure to pesticides used in bulb crops: a microcosm study
Wijngaarden, R.P.A. van; Cuppen, J.G.M. ; Arts, G.H.P. ; Crum, S.J.H. ; Hoorn, M.W. van den; Brink, P.J. van den; Brock, T.C.M. - \ 2004
Environmental Toxicology and Chemistry 23 (2004)6. - ISSN 0730-7268 - p. 1479 - 1498.
toxiciteit - pesticiden - risicoschatting - zoetwaterecologie - gewasbescherming - spuiten - tulpen - lambda-cyhalothrin - asulam - fungiciden - metamitron - aquatische ecosystemen - ecotoxicologie - toxicity - pesticides - risk assessment - freshwater ecology - plant protection - spraying - tulips - lambda-cyhalothrin - asulam - fungicides - metamitron - aquatic ecosystems - ecotoxicology - fresh-water microcosms - insecticide lambda-cyhalothrin - active ingredient chlorpyrifos - dursban(r) 4e - responses - mixture - fate - ecosystems - community
The fungicide fluazinam, the insecticide lambda-cyhalothrin, and the herbicides asulam and metamitron were applied to indoor freshwater microcosms (water volume approximately 0.6 m3). The treatment regime was based on a realistic application scenario in tulip cultivation. Concentrations of each pesticide were equal to 0%, 0.2%, 0.5%, 2%, and 5% spray drift emission of label-recommended rates. Contribution of compounds to the toxicity of the pesticide package was established by expressing their concentrations as fractions of toxic units. The fate of the compounds in the water, and responses of phytoplankton, zooplankton, periphyton, macroinvertebrates, macrophytes, decomposition, and water quality were followed for 13 weeks. The half-lives of lambda-cyhalothrin, metamitron, and fluazinam were 1 to 2 d; that of asulam was >30 d. No consistent effects could be demonstrated for the 0.2% treatment regime that was therefore considered the no-observed-effect concentrationcommunity (NOEC). The macroinvertebrate populations of Gammarus pulex, Asellus aquaticus, and Proasellus meridianus were the most sensitive end points, followed by species of copepods and cladocerans. Responses mainly were due to lambda-cyhalothrin. The 0.5% treatment regime resulted in short-term effects. Pronounced effects were observed at the 2% and 5% treatment levels. At the end of the experiment, the macrophyte biomass that consisted of Elodea nuttallii, showed a decline at the two highest treatment levels, asulam being the causal factor (NOEC: 0.5% treatment level). Primary production was reduced at the 5% treatment level only. In our experiment, the first-tier risk assessment procedure for individual compounds was adequate for protecting sensitive populations exposed to realistic combinations of pesticides. Spray drift reduction measures seem to be efficient in protecting aquatic ecosystems in agricultural areas.
Atmosferische depositie van gewasbeschermingsmiddelen en mogelijke risico's voor waterleven
Deneer, J.W. ; Arts, G.H.P. ; Berg, F. van den; Brink, P.J. van den; Brock, T.C.M. - \ 2004
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 934) - 68
luchtverontreiniging - luchtverontreinigende stoffen - pesticiden - waterverontreiniging - zoetwaterecologie - waterorganismen - aquatische gemeenschappen - risicoschatting - nederland - emissie - air pollution - air pollutants - pesticides - emission - water pollution - freshwater ecology - aquatic organisms - aquatic communities - risk assessment - netherlands
Scenarioberekeningen geven aan dat de atmosferische depositie van gewasbeschermingsmiddelen in 2001 zodanig hoog was dat ook op ver van de toepassing verwijderde locaties effecten op waterleven niet zijn uit te sluiten. Meer dan de helft van de depositie kwam in 2001 voor rekening van een vijftal stoffen. De toxische belasting werd in 2001 voor een groot deel bepaald door stoffen die op dat moment in Nederland geen toelating meer hadden als gewasbeschermings-middel.
Implementatie van een maatlat in het EKOV-programma
Elbersen, J.W.H. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2004
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 37 (2004)1. - ISSN 0166-8439 - p. 21 - 23.
waterkwaliteit - normen - classificatie - waterlopen - zoetwaterecologie - waterorganismen - nederland - biologische monitoring - aquatische ecosystemen - gelderland - water quality - standards - classification - streams - freshwater ecology - aquatic organisms - netherlands - biomonitoring - aquatic ecosystems
Alterra heeft in het verleden samen met waterschap Veluwe en waterschap Vallei & Eem een typologie voor stromende wateren en bijbehorende streefbeelden gemaakt op basis van de macrofaunagemeenschap. De beektypen zijn geplaatst in het maatweb van cenotypen en gekoppeld aan stuurvariabelen. Dit netwerk is geautomatiseerd in het programmapakket EKOV (Ecologische Karakterisering Oppervlaktewateren Veluwe en Vallei). Inmiddels zijn ook de streefbeelden opgenomen in dit pakket en is het mogelijk om de afstand van een (nieuw) macrofaunamonster ten opzichte van het gekozen streefbeeld te berekenen en te waarderen in een score op de EKOV-maatlat. Hoewel de streefbeelden en onderliggende kwaliteitsklassen voor Veluwe en Vallei nog getoetst moeten worden aan de omschrijving van de referentie en de daarvan afgeleide ecologische toestanden uit de Kaderrichtlijn Water, is de maatlatmethodisch al KRW-bestendig
Verkenning van de waarde van historische gegevens voor het invullen van biologische referentietoestanden voor beken en sloten
Nijboer, R.C. ; Hoorn, M.W. van den; Verdonschot, P.F.M. - \ 2003
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 755) - 112
waterlopen - zoetwaterecologie - sloten - waterorganismen - waterplanten - referentienormen - geschiedenis - waterkwaliteit - hydrobiologie - nederland - macrofauna - streams - freshwater ecology - ditches - aquatic organisms - aquatic plants - reference standards - history - water quality - hydrobiology - netherlands
Met de inwerkingtreding van de Europese Kaderrichtlijn Water moet de ecologische kwaliteit van de Nederlandse wateren beoordeeld worden ten opzichte van de nagenoeg natuurlijke referentietoestand. In Nederland is dit een probleem, omdat de meeste wateren in meer of mindere mate door menselijk handelen beonvloed zijn. Een mogelijkheid voor het verkrijgen van informatie over de natuurlijke referentietoestand van wateren is het raadplegen van historische informatie uit een periode waarin de wateren nog in een meer natuurlijke staat verkeerden. Voorliggend rapport beschrijft de resultaten van een intensieve zoektocht in archieven naar historische informatie over de levensgemeenschappen in sloten en beken.
PERPEST Version 1.0, manual and technical description; a model that predicts the ecological risks of pesticides in freshwater ecosystems
Nes, E.H. van; Brink, P.J. van den - \ 2003
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 787) - 45
pesticiden - zoetwaterecologie - risicoschatting - modellen - aquatische gemeenschappen - oppervlaktewater - milieueffect - voorspelling - ecotoxicologie - aquatische ecosystemen - pesticides - freshwater ecology - risk assessment - models - aquatic communities - surface water - environmental impact - prediction - ecotoxicology - aquatic ecosystems
This report is a technical description and a user-manual of the PERPEST model, able to Predicts the Ecological Risks of PESTicides in freshwater ecosystems. This system predicts the effects of a particular concentration of a pesticide on various (community) endpoints, based on empirical data extracted from the literature. The method that it uses solves new problems (e.g., what is the effect of pesticide A?) by using past experience (e.g., published microcosm experiments). The database containing the `past experience` has been constructed by performing a review of freshwater model ecosystem studies evaluating the effects of pesticides. The PERPEST model searches for situations in the database which resemble the question case, based on relevant (toxicity) characteristics of the compound.The model is described in the scientific paper written by Van den Brink et al. (2002) and available via the enclosed CD-ROM and the website www.perpest.alterra.nl.
Kansrijkdom voor rivierecotopen vanuit historisch-geomorfologisch perspectief; Rijntakken - Maas - benedenrivieren
Middelkoop, H. ; Stouthamer, E. ; Schoor, M.M. ; Wolfert, H.P. ; Maas, G.J. - \ 2003
Delft : NCR (NCR-publicatie 21) - 124
rivieren - ecosystemen - habitats - geomorfologie - hydrologie - nederland - zoetwaterecologie - geschiedenis - aquatische ecosystemen - rijn - maas - uiterwaarden - rivers - ecosystems - habitats - geomorphology - hydrology - netherlands - freshwater ecology - history - aquatic ecosystems - river rhine - river meuse - river forelands
Dit rapport geeft een synthese van de resultaten die verkregen zijn in verschillende deelstudies binnen het project ‘Geomorfologische geschiktheid ecotopen’ . De deelstudies hebben inzicht verschaft in de ecotopenverdeling langs de verschillende trajecten langs de Rijntakken, Benedenrivieren en de Maas in de historische referentie situatie (omstreeks 1850) en in de randvoorwaarden voor het optreden van fluviatiele processen. Tevens zijn in deze deelstudies hydrologische en morfologische parameters opgesteld die geschikt zijn om verschillen tussen riviertrajecten in beeld te brengen. Classificatie op grond van hydrodynamiek gebeurt op grond van de volgende parameters: amplitudes van de daggemiddelde waterstanden en van het getij, en de verhouding opperwatervolume/getijvolume. De morfologische classificatie is gebaseerd op de breedte-diepteverhouding van de bedding, het specifieke stroomvermogen én de Shields parameter. In dit rapport zijn van 12 riviertrajecten de historische ecotopenverdeling en de historische morfologische en hydrologische parameters geanalyseerd. Vervolgens is onderzocht wat de samenhang tussen deze kenmerken was en hoe de huidige morfologische en hydrologische parameters in het gehele rivierengebied zijn. Aan de hand hiervan is de kansrijkdom bepaald voor herstel van ecotopen langs de huidige riviertrajecten
De Allier, ecologische referentie voor de Grensmaas? : de macrofaunalevensgemeenschap in relatie tot het ecologisch herstel met een signalering van nieuwe knelpunten
Lieshout, F. van; Peeters, E.T.H.M. ; Franken, R.J.M. - \ 2003
Natuurhistorisch Maandblad 92 (2003)januari. - ISSN 0028-1107 - p. 10 - 16.
rivieren - dierecologie - zoetwaterecologie - zoögeografie - vergelijkingen - habitats - onderzoeksprojecten - natuurbescherming - bedreigde soorten - geschiedenis - reconstructie - macrofauna - maas - limburg - rivers - animal ecology - freshwater ecology - zoogeography - comparisons - habitats - research projects - nature conservation - endangered species - history - reconstruction - macrofauna - river meuse - limburg
Een uiteenzetting over een ecologische vergelijking tussen dat deel van de rivier de Maas dat de grens vormt tussen Nederland en België en de rivier Allier in Frankrijk. Het voorgaande en huidige onderzoek in de Grensmaas laat een groot aantal problemen zien voor ecologisch herstel, zoals onder meer de slechte waterkwaliteit en het ontbreken van verscheidenheid aan habitats. Veel karakteristieke diersoorten uit de Grensmaas zijn dan ook verdwenen
Naar een doelsoortenlijst van aquatische macrofauna in Nederland; platwormen (Tricladida), steenvliegen (Plecoptera), haften (Ephemeroptera) en kokerjuffers (Trichoptera)
Verdonschot, P.F.M. ; Higler, L.W.G. ; Nijboer, R.C. ; Hoek, T.H. van den - \ 2003
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 858) - 127
waterdieren - habitats - indicatoren - tricladida - plecoptera - ephemeroptera - trichoptera - nederland - zoetwaterecologie - aquatische ecosystemen - macrofauna - aquatic animals - indicators - netherlands - freshwater ecology - aquatic ecosystems
Het doel van dit onderzoek is het selecteren van doel- en Rode Lijstsoorten uit aquatische soortgroepen, die prioritair aandacht kunnen krijgen vanuit het Natuurbeleid. Van de Platwormen (Tricladida), Steenvliegen (Plecoptera), Haften (Ephemeroptera) en Kokerjuffers (Trichoptera) zijn voldoende gegevens bekend om itz-criteria toe te passen. Tevens zijn deze groepen voldoende informatief en bezitten deze groepen een meerwaarde boven de reeds bestaande doelsoorten. In totaal zijn uit deze groepen 146 doelsoorten (onderverdeeld: Platwormen 4, Steenvliegen 19, Haften 39 en Kokerjuffers 84) geselecteerd. Daarna zijn alle doelsoorten toegedeeld aan één of meer van de watertypen uit het Aquatisch Supplement. Gemiddeld heeft ieder van de 135 watertypen 5.4 doelsoorten.
Lake Tana's piscivorous Barbus (Cyprinidae, Ethiopia) ecology - evolution - exploitation
Graaf, M. de - \ 2003
Wageningen University. Promotor(en): J.W.M. Osse, co-promotor(en): Nand Sibbing. - [S.I.] : S.n. - ISBN 9789058089380 - 249
barbus - cyprinidae - dierecologie - zoetwaterecologie - evolutie - hulpbronnengebruik - visbestand - zoölogie - meren - ethiopië - visserijbiologie - barbus - cyprinidae - animal ecology - freshwater ecology - evolution - resource utilization - fishery resources - zoology - lakes - ethiopia - fishery biology

The 15 Barbus species of Lake Tana, a large shallow lake located at an altitude of 1830 m in the north-western highlands of Ethiopia, form the only remaining intact species flock of large (max. 100cm) cyprinid fishes. Lake Tana is the source of the Blue Nile and high waterfalls (40 m) at Tissisat ('smoking water'), 30 km downstream from the outflow, effectively isolate the lake's ichtyofauna from the lower Nile basin.Lake Tana and its endemic Barbus species flock form a natural laboratory and provide an unique opportunity to study the selective forces driving speciation and diversity in freshwater fish communities. Lake Tana's Barbus species flock was investigated from molecules to populations.

The rapid ecological diversification and speciation of Lake Tana's Barbus is at least as spectacular as the adaptive radiation of the cichlids in East-Africa's Rift Valley Lakes (Victoria, Malawi and Tanganyika). One of the most intriguing aspects of these Barbus is the large number (8) of piscivores. Cyprinid fishes are not well designed for piscivory. Furthermore, one of the key innovations in the bodyplan of the evolutionary successful cyprinid fishes (>2000 species), the voluminous palatal organ lining the pharynx, turned out to have come at a cost: their reduced competitive abilities to function as piscivores. However, Lake Tana lacks potential piscivorous competitors, rendering the piscivorous Barbus by far the "best" and apparently highly successful. They have adapted to all available macro-habitats, using different techniques, a unique scenario for barbs.

The lack of fisheries legislation and regulations after the introduction of a small-scale commercial gillnet fishery in Lake Tana towards the end of the 1980s, resulted in the rapid and dramatic decline (75%) of Barbus during the 1990s. The gillnet fisheries mainly targets the spawning aggregations of the barbs (recruitment-overfishing) and is now threatening the existence of this remarkable species flock.

Ecology and potential for fishery of the small barbs (Cyprinidae, Teleostei) of Lake Tana, Ethiopia
Dejen, E. - \ 2003
Wageningen University. Promotor(en): J.W.M. Osse, co-promotor(en): Nand Sibbing. - [S.I.] : S.n. - ISBN 9789058088697 - 180
barbus - cyprinidae - visserij - dierecologie - zoetwaterecologie - visbestand - zoölogie - meren - ethiopië - visserijbiologie - barbus - cyprinidae - fisheries - animal ecology - freshwater ecology - fishery resources - zoology - lakes - ethiopia - fishery biology

Lake Tana is by far the largest lake of Ethiopia and source of the Blue Nile. By feeding on zooplankton, small barbs (< 10 cm) occupy a central position in Lake Tana's ecosystem. Catching them could release pressure on the overexploited, unique species flock of large barbs (up to 100 cm). Aiming at small barbs, we need first to assess its possible impact on the food web and productivity. To advise on sustainable management, the biology and ecology of the small Barbus species in Lake Tana was investigated: identification, feeding biology and major food source (i.e. zooplankton) in the environment, their reproductive biology, individual growth and productivity. Three valid small Barbus species ( Barbus humilis , B. pleurogramma and B. tanapelagius ) were identified in Lake Tana. Barbus tanapelagius is discovered in this study and it is endemic to Lake Tana. Barbus humilis and B. tanapelagius are the most abundant small barbs and will have a central role in energy and biomass transfer in the food web of the lake.

Resource partitioning with competitors (juveniles of the large barbs and a zooplanktivorous larger barb, Barbus brevicephalus ) involve space and food . Habitat use differed along the littoral-pelagic gradient. Barbus pleurogramma , B. humilis and juvenile 'large barbs' preferred the littoral shallow habitats, whereas B. tanapelagius and B. brevicephalus predominantly occupied sublittoral and pelagic habitats. This high degree of habitat segregation between the juveniles of the commercially important 'large barbs' and the 'small barb' B. tanapelagius opens perspectives for a subsidiary small-meshed fishery for small barbs in the pelagic habitat.

The information generated in this study pertaining to the resource partitioning, interaction between small barbs and juvenile large barbs, reproduction, growth, mortality and the production of small barbs is used to discuss the potential to start subsidiary small-meshed fishery on the small barbs and its consequences on the existing fishery and fish community. The annual maximum sustainable yield of B. tanapelagius was 4,000 ton (fourfold of the current annual fish catch from the lake). Recommendations to start subsidiary small-meshed fishery only for B. tanapelagius at the pelagic habitat based on the annual maximum sustainable yield and production potential (annual P/B ratio) is given.

De implementatie van een maatlat in het programma EKOV; ontwikkeling van een rekenmethodiek voor bepaling van de afstand tot een ecologische referentie voor de stromende wateren van Veluwe en Valleid
Elbersen, J.W.H. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2003
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 670) - 52
waterkwaliteit - normen - classificatie - waterlopen - waterorganismen - zoetwaterecologie - meting - berekening - methodologie - nederland - biologische monitoring - aquatische ecosystemen - gelderland - water quality - standards - classification - streams - aquatic organisms - freshwater ecology - measurement - calculation - methodology - netherlands - biomonitoring - aquatic ecosystems
: Alterra heeft in het verleden reeds in samenwerking met waterschap Veluwe en waterschap Vallei & Eem een typologie voor stromende wateren en bijhorende streefbeelden op basis van de macrofaunagemeenschap gemaakt. De beektypen zijn geplaatst in een netwerk en gekoppeld aan stuurvariabelen. Dit netwerk is geautomatiseerd in het programmapakket EKOV. In dit project is onderzocht hoe de streefbeelden opgenomen kunnen worden in het programmapakket EKOV. Dit rapport beschrijft het ontwikkelproces en de functionaliteittests van de maatlat om de afstand van een nieuw monster ten opzichte van het gekozen streefbeeld te berekenen/waarderen in de vorm van een score op een maatlat. De actualisering van het programma alsmede de nieuwe EKOV-handleiding zal separaat worden uitgebracht.
Landbouwbestrijdingsmiddelen: waarom wijken toelatingsnormen af van MTR's
Appelman, J. ; Brock, T.C.M. - \ 2001
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 34 (2001)21. - ISSN 0166-8439 - p. 25 - 27.
pesticiden - landbouw - waterkwaliteit - waterverontreiniging - verontreinigingsbeheersing - normen - beleid - overheidsbeleid - oppervlaktewater - risico - risicoschatting - milieueffect - hydrobiologie - aquatische gemeenschappen - zoetwaterecologie - doseringseffecten - biotesten - toxiciteit - toxicologie - waterorganismen - ecotoxicologie - ecohydrologie - aquatische ecosystemen - aquatische ecologie - bestrijdingsmiddelen - milieu - pesticides - agriculture - water quality - water pollution - pollution control - standards - policy - government policy - surface water - risk - risk assessment - environmental impact - hydrobiology - aquatic communities - freshwater ecology - dosage effects - bioassays - toxicity - toxicology - aquatic organisms - ecotoxicology - ecohydrology - aquatic ecosystems
Uitleg over de totstandkoming van de door het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) gehanteerde normen voor het bepalen van de risico's van bestrijdingsmiddelen voor het aquatisch ecosysteem, en hoe deze toelatingsnormen zich verhouden tot de in het waterkwaliteitsbeleid gehanteerde maximaal toelaatbare risiconiveaus (MTR's). Beide normen worden vergeleken met de waargenomen effecten van stoffen (insecticiden, herbiciden, fungiciden) in veldexperimenten. Daaruit blijkt dat de CTB-normen voldoende bescherming bieden voor waterorganismen
Natuurlijke levensgemeenschappen van de Nederlandse binnenwateren : achtergronddocument bij het 'Handboek natuurdoeltypen in Nederland': Bronnen
Verdonschot, P.F.M. - \ 2000
Wageningen etc. : Expertisecentrum LNV [etc.] (Rapport EC-LNV AS-01) - 88
zoetwaterecologie - waterkwaliteit - afvoer - waterbeheer - putten - nederland - aquatische ecosystemen - ecohydrologie - freshwater ecology - water quality - discharge - water management - wells - netherlands - aquatic ecosystems - ecohydrology
Natuurlijke levensgemeenschappen van de Nederlandse binnenwateren : achtergronddocument bij het 'Handboek natuurdoeltypen in Nederland': Wateren in het rivierengebied
Nijboer, R. - \ 2000
Wageningen etc. : Expertisecentrum LNV [etc.] (Rapport EC-LNV AS-03) - 156
zoetwaterecologie - waterkwaliteit - afvoer - rivieren - waterbeheer - nederland - aquatische ecosystemen - ecohydrologie - freshwater ecology - water quality - discharge - rivers - water management - netherlands - aquatic ecosystems - ecohydrology
Natuurlijke levensgemeenschappen van de Nederlandse binnenwateren : achtergronddocument bij het 'Handboek natuurdoeltypen in Nederland': Vennen
Arts, G.H.P. - \ 2000
Wageningen etc. : Expertisecentrum LNV [etc.] (Rapport EC-LNV AS-13) - 80
zoetwaterecologie - waterkwaliteit - stilstaand water - plassen - waterbeheer - nederland - aquatische ecosystemen - ecohydrologie - freshwater ecology - water quality - standing water - ponds - water management - netherlands - aquatic ecosystems - ecohydrology
Natuurlijke levensgemeenschappen van de Nederlandse binnenwateren deel 7, laagveenwateren; achtergronddocument bij het 'Handboek Natuurdoeltypen in Nederland'
Higler, B. - \ 2000
Wageningen : EC-LNV (Rapport EC-LNV AS-07) - 78
zoetwaterecologie - waterkwaliteit - veengronden - plassen - wetlands - stilstaand water - nederland - ecohydrologie - aquatische ecosystemen - freshwater ecology - water quality - peat soils - ponds - standing water - netherlands - ecohydrology - aquatic ecosystems
Biodiversiteit van wateren in Flevoland
Jaarsma, N.G. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2000
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 34) - 105
waterplanten - fytoplankton - bacillariophyta - soortendiversiteit - zoetwaterecologie - waterkwaliteit - oppervlaktewater - ecohydrologie - flevoland - aquatische ecosystemen - macrofauna - aquatic plants - phytoplankton - species diversity - freshwater ecology - water quality - surface water - ecohydrology - aquatic ecosystems
De aquatische levensgemeenschappen in de wateren van de provincie Flevoland zijn onderzocht. Het rapport beschrijft de statistische analyse van biologische gegevens over het voorkomen van macrofauna, macrofyten, fytoplankton en diatomeeën en abiotische gegevens van chemie en veldsituatie. Uit de analyses komt een aantal watertypen naar voren, die zijn gekarakteriseerd aan de hand van kenmerkende soorten van macrofauna en macrofyten en trajecten van abiotische parameters. Voor de onderscheiden typen zijn drie ecologische kwaliteitsniveaus beschreven. Het ecologische basisniveau en het middelste ecologische niveau zijn ingevuld met de analyseresultaten. Het hoogste ecologische niveau is beschreven aan de hand van literatuuronderzoek.
Natuurlijke levensgemeenschappen van de Nederlandse binnenwateren deel 5, poelen; achtergronddocument bij het 'Handboek Natuurdoeltypen in Nederland'
Jaarsma, N.G. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2000
Wageningen : EC-LNV (Rapport EC-LNV AS-05) - 59
zoetwaterecologie - waterkwaliteit - plassen - waterbeheer - nederland - aquatische ecosystemen - ecohydrologie - freshwater ecology - water quality - ponds - water management - netherlands - aquatic ecosystems - ecohydrology
Natuurlijke levensgemeenschappen van de Nederlandse binnenwateren deel 8, wingaten; achtergronddocument bij het 'Handboek Natuurdoeltypen in Nederland'
Jaarsma, N.G. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2000
Wageningen : EC-LNV (Rapport EC-LNV AS-08) - 63
zoetwaterecologie - waterkwaliteit - mijnbouw - stilstaand water - plassen - nederland - aquatische ecosystemen - ecohydrologie - freshwater ecology - water quality - mining - standing water - ponds - netherlands - aquatic ecosystems - ecohydrology
Natuurlijke levensgemeenschappen van de Nederlandse binnenwateren deel 10, regionale kanalen; achtergronddocument bij het 'Handboek Natuurdoeltypen in Nederland'
Jaarsma, N.G. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2000
Wageningen : EC-LNV (Rapport EC-LNV AS-10) - 59
zoetwaterecologie - waterkwaliteit - kanalen - waterbeheer - nederland - aquatische ecosystemen - ecohydrologie - freshwater ecology - water quality - canals - water management - netherlands - aquatic ecosystems - ecohydrology
Natuurlijke levensgemeenschappen van de Nederlandse binnenwateren deel 6, sloten; achtergronddocument bij het 'Handboek Natuurdoeltypen in Nederland'
Nijboer, R.C. - \ 2000
Wageningen : EC-LNV (Rapport EC-LNV AS-06) - 78
zoetwaterecologie - waterkwaliteit - sloten - waterbeheer - nederland - aquatische ecosystemen - ecohydrologie - freshwater ecology - water quality - ditches - water management - netherlands - aquatic ecosystems - ecohydrology
Natuurlijke levensgemeenschappen van de Nederlandse binnenwateren deel 2, beken; achtergronddocument bij het 'Handboek Natuurdoeltypen in Nederland'
Verdonschot, P.F.M. - \ 2000
Wageningen : EC-LNV (Rapport EC-LNV AS-02) - 128
zoetwaterecologie - waterkwaliteit - afvoer - waterlopen - waterbeheer - nederland - aquatische ecosystemen - ecohydrologie - freshwater ecology - water quality - discharge - streams - water management - netherlands - aquatic ecosystems - ecohydrology
Voorspelling van effecten van ingrepen in het waterbeheer op aquatische levensgemeenschappen; het 'cenotypenvoorspellingsmodel'
Verdonschot, P.F.M. ; Goedhart, P.W. - \ 2000
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 172) - 109
zoetwaterecologie - waterbeheer - aquatische ecosystemen - ecohydrologie - freshwater ecology - water management - aquatic ecosystems - ecohydrology
Dit rapport geeft de resultaten weer van de ontwikkeling van het cenotypevoorspellingsmodel en is uitgevoerd in het kader van het project RISTORI fase 2. Dit model borduurt voort op het prototypemodel ontwikkeld in fase 1 van genoemd project. Het ontwikkelde model is gebaseerd op multinomiale logistische regressie. De gegevens waarop het model is gebaseerd, zijn afkomstig van de ecologische karakterisering van oppervlaktewateren in Overijssel. Het model gaat uit van drie niveaus: hoofdgroepen, groepen en cenotypen. Hiermee is het model ook bruikbaar op verschillende toepassingsniveaus. Met kruisvalidatie is het model geoptimaliseerd. Met drie waterbeheerders is een praktijkvalidatie uitgevoerd. Voor de Marswetering, Bergambacht en de Lunterense beekzijn vijf tot zes scenario's doorgerekend. De resultaten zij voldoende vertrouwenwekkend om fase 3 van het project te starten.
Natuurlijke levensgemeenschappen van de Nederlandse binnenwateren deel 12, zoete duinwateren; achtergronddocument bij het 'Handboek Natuurdoeltypen in Nederland'
Verdonschot, P.F.M. ; Jansen, S.N. - \ 2000
Wageningen : EC-LNV (Rapport EC-LNV AS-12) - 78
zoetwaterecologie - waterkwaliteit - stilstaand water - duinen - waterbeheer - nederland - ecohydrologie - aquatische ecosystemen - freshwater ecology - water quality - standing water - dunes - water management - netherlands - ecohydrology - aquatic ecosystems
Natuurwijzer water
Nijboer, R.C. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 1999
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 32 (1999)21. - ISSN 0166-8439 - p. 19 - 21.
oppervlaktewater - zoetwaterecologie - hydrobiologie - biocenose - aquatische gemeenschappen - aquatisch milieu - ecosystemen - biologische indicatoren - waarden - taxatie - natuurlijke hulpbronnen - classificatie - natuur - biologische eigenschappen - aquatische ecosystemen - water - surface water - freshwater ecology - hydrobiology - biocoenosis - aquatic communities - aquatic environment - ecosystems - biological indicators - values - valuation - natural resources - classification - nature - biological properties - aquatic ecosystems
Weer een nieuw meetsysteem voor Nederlandse natuur. Om de natuurwaarde van oppervlaktewateren te meten wordt een natuurwijzer, opgebouwd uit positieve en negatieve biologische indicatoren, voorgesteld. De natuurwaarde wordt afgemeten aan een referentiebeeld, d.w.z. een stabiele, ecologisch optimale situatie zoals o.a. nog in Poolse wateren is te vinden
Genetic changes in the bacterial community structure associated wih protistan grazers
Hannen, E.J. van; Veninga, M. ; Bloem, J. ; Gons, H.J. ; Laanbroek, H.J. - \ 1999
Archiv für Hydrobiologie 145 (1999). - ISSN 0003-9136 - p. 25 - 38.
bacteriën - zoetwaterecologie - protozoa - bacteria - freshwater ecology
Een meer als microkosmos
Scheffer, M. - \ 1999
Wageningen : Wageningen Universiteit - 28
meren - aquatisch milieu - zoetwaterecologie - aquatische gemeenschappen - waterkwaliteit - waterbeheer - openbare redes - lakes - aquatic environment - freshwater ecology - aquatic communities - water quality - water management - public speeches
Inaugurele rede Universiteit Wageningen, 21 oktober 1999
Nutriënten en contaminanten : Scenariostudies met AQUATOX naar de interactie tussen contaminanten en levensgemeenschappen in modelecosystemen en ondiepe meren
Moermond, C.T.A. ; Koelmans, A.A. - \ 1999
Wageningen : Wageningen UR - 88
waterverontreiniging - waterbeheer - besmetters - polychloorbifenylen - pesticiden - benzopyreen - meren - kringlopen - zoetwaterecologie - modellen - nederland - aquatische ecosystemen - water pollution - water management - contaminants - polychlorinated biphenyls - pesticides - benzopyrene - lakes - cycling - freshwater ecology - models - netherlands - aquatic ecosystems
Ecological and statistical evaluation of effects of pesticides in freshwater model ecosystems
Brink, P.J. van den - \ 1999
Agricultural University. Promotor(en): M. Scheffer; T.C.M. Brock; C.J.F. ter Braak. - S.l. : Van den Brink - ISBN 9789054859987 - 164
ecosystemen - zoet water - verontreiniging - pesticiden - pesticidenresiduen - zoetwaterecologie - milieueffect - risicoschatting - habitats - modellen - herbiciden - fungiciden - insecticiden - waterinvertebraten - stress omstandigheden - aquatische ecosystemen - ecotoxicologie - ecosystems - fresh water - pollution - pesticides - pesticide residues - freshwater ecology - environmental impact - risk assessment - habitats - models - herbicides - fungicides - insecticides - aquatic invertebrates - stress conditions - aquatic ecosystems - ecotoxicology

Aquatic risk assessment of pesticides

The first tier in the aquatic risk assessment procedure consists of a comparison between a Predicted Environmental Concentration (PEC) with a No Effect Concentration (NEC). A requirement for registration is that the PEC should not exceed the NEC. The NEC is calculated from the toxicity of the pesticide for defined standard test species (viz. algae Daphnia , fish) and an assessment factor, which accounts for potential differences between standard test species and indigenous species. The assessment factors used are 100 (to be multiplied with the acute EC50 of Daphnia and fish) or 10 (to be multiplied with the chronic NOEC of fish or EC50 of algae). Because this approach lacks ecological realism, the first aim of the present thesis was to validate the assessment factors used in the first tier by evaluating three chemicals with different modes of action (insecticide, herbicide, fungicide) as benchmark compounds.

We compared the No Observed Effect Concentrations (NOECs), resulting from microcosm and mesocosm experiments using these compounds, with the NECs as used for the risk assessment procedure. Table 1 summarises the standards calculated from the first tier criteria set by the Uniform Principles (UP-standard), as well as the NOEC ecosystem for acute and chronic exposure regimes for the three substances. In addition, Table 1 lists the Dutch water quality standards. The assessment factors seem to protect the tested aquatic ecosystem against acute and chronic exposure to the insecticide chlorpyrifos and against chronic exposure to the herbicide linuron and the fungicide carbendazim (Table 1; chapters 2, 3 and 4). Dutch water quality standards for these three compounds were lower than the UP-standards and thus also seem to protect the aquatic ecosystems tested when exposed to individual compounds.

A comparison between the UP-standards and the Lowest Observed Effect Concentration at the ecosystem level (LOEC ecosystem ) indicates that when the NEC is exceeded by a factor of 10, effects cannot be excluded in the case of chronic exposure. In the case of a single application of the insecticide chlorpyrifos, however, the assessment factor can be considered overprotective; an assessment factor of 10 instead of 100 would also seem to suffice. Two extensive literature reviews on the impact of insecticides and herbicides on aquatic microcosms and mesocosms also demonstrate that the first tier criteria of the Uniform Principles are generally adequate to protect different aquatic ecosystems from pesticide stress (Lahr et al., 1998; Van Wijngaarden et al., 1998). For compounds such as fungicides, however, hardly any information could be found in the open literature, so that validation of the assessment factors for these types of pesticide needs further attention.

Table 1:Derived UP-standards, Dutch water quality standards and NOEC ecosystem observed in semi-field studies for the insecticide chlorpyrifos, the herbicide linuron and the fungicide carbendazim (all concentrations in µg/L). UP-standards were calculated from criteria set by the first tier of aquatic risk assessment. For references to toxicity values see Table 3 in chapter 1 of this thesis.
UP-standardDutch water quality standardNOEC ecosystem / LOEC ecosystem
Short-termLong-termAcute exposureChronic exposure
Chlorpyrifos0.01 a0.01 c0.0030.1 / 0.9 (Chapter 2)0.01 d/ 0.1 e
Linuron0.6 b*0.6 b*0.25- / -0.5 / 5 (Chapter 3)
Carbendazim3.2 a1 c0.11- / -3.3 / 33 (Chapter 4)
* Dutch standard would be 0.1 µg/L (0.1 x NOEC of the standard test algae; Anonymous, 1995); - No data available; a: 0.01 × LC50 Daphnia ; b: 0.1 × EC50 Algae; c: 0.1 × NOEC Daphnia; d: data from unpublished experiment, Van den Brink et al., in prep.; e: data from Van den Brink et al., 1995.

Ecological effects and recovery

One of the aims of the present thesis was to gain insight into long-term community responses and into the factors determining the recovery of affected populations after a single application of an insecticide in experimental ditches. As was expected from its mode of action, application of chlorpyrifos resulted in large adverse effects on arthropod taxa (chapter 2). Because this experiment was performed in relatively large, outdoor systems, the recovery of the affected populations could be investigated. The recovery of populations of individual species was highly dependent on their life-cycle characteristics, such as the number of generations per year, the presence of resistant life stages and the ability to migrate from one system to another. In chapter 2 this is illustrated by the responses of two mayflies, cladocerans and an amphipod. The mayflies Cloeon dipterum and Caenis horaria do not have life stages resistant to chlorpyrifos, but are able to migrate from one ditch to another. They are also almost equally susceptible to chlorpyrifos in the laboratory but showed a very different recovery pattern.

The former species recovered within 12 weeks at the highest treatment level, whereas the latter species took 24 weeks to recover fully. This can be explained from the difference in the number of generations per year. C. dipterum has many generations per year and thus recolonises the ditch repeatedly, thus recovering as soon as the concentration of chlorpyrifos allows this. C. horaria , however, produces only one generation per year, so that recovery can only take place when the next generation recolonises the ditch. Unlike mayflies, Cladocerans are not able to migrate actively from one ditch to the other. They did, however, show a very fast recovery at the higher concentration (Chapter 2). This is possible because they have a short generation time and resistant life stages in the form of ephyppia. If a taxon is not able to recolonise an impacted system and does not have resistant life stages, the species can become extinct in isolated systems like the experimental ditches. This applies for the amphipod Gammarus pulex , which became extinct at the two highest concentrations and did not recover within the 55 week experimental period. No significant effects on the invertebrate community, with the exception of Gammarus, were found from week 24 after insecticide application onwards, suggesting recovery.

As part of the third aim of the thesis, the long-term responses in ecosystem structure and functioning after chronic exposure to a herbicide and fungicide were studied in aquatic microcosms. The higher concentration of the photosynthesis-inhibiting herbicide linuron resulted in a decreased biomass of the macrophyte Elodea nuttallii and decreased abundance of most algal taxa (chapter 3). The dissolved oxygen and pH levels also decreased at lower pesticide concentrations as a consequence of inhibited photosynthesis. Although a decrease in the abundance of most algal taxa was observed after to the herbicide application, a net increase in chlorophyll-a was found for the phytoplankton, periphyton and neuston. This increase was completely caused by the green alga Chlamydomonas sp., which appeared to be relatively tolerant to linuron and also had the ability to develop a tolerance to relatively high concentrations within a week. As a result of this tolerance and the reduced competition for nutrients with macrophytes, the community in the microcosms shifted from macrophyte-dominated to an algae-dominated state, especially at the highest treatment level (150 µg/L). The Copepoda and Cladocera benefited from this increased food supply and showed elevated abundance values at the higher treatment levels. Some macrophyte-associated invertebrates decreased in abundance as a result of the decline of their habitat.

The fungicide carbendazim, which belongs to the bendimidazoles, is known to adversely affect microorganisms and worms. This property explains its effects on the "worm-like" taxa of the Turbellaria and Oligochaeta, but could not explain its effects on invertebrate groups like Amphipoda, Gastropoda and Cladocera (chapter 4). Unlike the direct effects of chlorpyrifos and linuron, therefore those of carbendazim on freshwater populations could not be completely deduced from the latter's taxonomic relation with the pest organisms, carbendazim it is supposed to control. The fungicide appeared to have the mode of action of a biocide rather than a chemical with a specific mode of action. Due to the decline of many invertebrates and the concomitant reduction in grazing pressure, the chlorophyll-a level and the abundance values of some phytoplankton taxa increased at the two highest concentrations (330 and 1000 µg/L).

The "eutrophication-like" consequences of insecticide contamination have also often been reported and discussed in the literature (e.g. DeNoyelles et al., 1994, Cuppen et al., 1995). The increased abundance of algae due to a decrease in susceptible herbivores is a commonly reported consequence of insecticide contamination (Van Wijngaarden et al., 1998).

In the present thesis, the occurrence of herbicides in the aquatic ecosystem is regarded as an undesirable side effect of its use on land. However, herbicides are also deliberately released into aquatic ecosystems for the control of nuisance aquatic vegetation (Pieterse and Murphy, 1990). Aquatic weeds are most commonly removed using compounds with a mode of action specific to macrophytes. Since algae are relatively tolerant to these chemicals (Lahr et al., 1998), they may increase their biomass due to reduced competition for nutrients (Kobriae and Whyte, 1996). Terrestrial weeds are, in the Netherlands, usually controlled by means of photosynthesis-inhibiting herbicides (NEFYTO, 1996). Although their mechanism is different, chapter 3 shows that prolonged exposure to the photosynthesis-inhibiting herbicide linuron may also result in a shift from macrophyte dominance to plankton dominance. The review published by Lahr et al. (1998) shows that this may be true for photosynthesis-inhibiting herbicides in general.

The effects of fungicides are largely unstudied, but chapter 4 indicates that fungicide contamination can also cause elevated algal densities. This means that all three pesticides can contribute to "eutrophication-like" effects, though the mechanisms differ. The significance of realistic concentrations of pesticides in causing symptoms of eutrophication in surface waters, however, largely remains to be investigated.

Tools to evaluate microcosm and mesocosm experiments

Semi-field experiments are usually evaluated at the taxon level. Since many species normally have low abundance values and/or show high variability (Van Wijngaarden et al., 1996), this approach has the great disadvantage that only a limited number of species can be properly analysed. This means that a substantial part of the information gathered is not used for the evaluation. This thesis presents a new multivariate tool for the analysis of treatment effects at the community level. Multivariate techniques have already been used for a long time in ecology to analyse the relation between communities and their environment. The most commonly used ordination technique is correspondence analysis, which is based on the bell-shaped unimodal model. This model fits in with the theory of the rise and fall in a preference of a species along an environmental gradient, described by their optimum and tolerance.

Chapter 7 indicates why clustering and ordination based on correspondence analysis are not suitable for the analysis of the ecotoxicological data sets presented in this thesis. It argues that species normally have no optimum along the environmental axis of a stressor such as pesticides. Their response is more accurately described by a linear method; expected direct effects will increase with the concentration. On the basis of laboratory tests, this relation between the endpoint and the concentration of stressor is assumed to be sigmoid, and it is argued that a linear response model is a good approximation of this.

Chapters 2 and 3 use Redundancy Analysis (RDA) to elucidate the effects of pesticides at the community level. RDA is the constrained version of the well-known ordination technique Principal Component Analysis (PCA) and is based on a linear response model (Jongman et al., 1995). In chapters 2 and 3 the analysis is constrained to the variance explained by treatment, time and their interaction. It was concluded that RDA successfully summarised the effects of a pesticide on a community in a single diagram, and is very useful especially when combined with Monte Carlo permutation tests for the determination of the significance of treatment effects. Kersting and Van den Brink (1997), however, found that output from RDA can sometimes result in very cluttered diagrams.

Chapter 5 presents a new method, termed the Principal Response Curves, which overcomes this problem. PRC is based on RDA and extracts the first principal component from the treatment variance, by excluding from the analysis the variance explained by time as well as differences between replicates. It results in an easy-to-read diagram, showing the deviations of all treatments from the control in time. In contrast to most other techniques, it also allows a quantitative interpretation down to the species level. Chapter 6 introduces the rank 2 model of PRC, this means that after the extraction of the first basic response pattern, a second pattern is extracted, which expresses the most important deviation from the first response present in the data set. The second pattern is of particular importance if no single dominant response pattern is present in a data set but several sub-dominant ones occur. In chapter 6 this is illustrated by an analysis of the invertebrate and phytoplankton data sets of a microcosm experiment with two stressors, the insecticide chlorpyrifos and nutrient additions. This example shows that PRC is also able to summarise several different response patterns in two diagrams.

Microcosm and mesocosm experiments are often said to be of limited value due to ecological variability and noise. From the experiments and statistical tools as described in this thesis we can conclude that despite the noise clear response patterns are revealed, if experiments are properly designed and analysed. Chapters 2, 3 and 4 illustrate that, even with a limited number of replicates, an ecological threshold level (e.g. NOEC ecosystem ) and an effect-chain covering different trophic levels can be obtained.

Suggestions for future research

In normal agricultural practice, protection of crops from pest organisms is not achieved by the application of a single compound; usually, several different compounds with different target organisms are used. Some pesticides are also administered repeatedly. The effects of combinations of pesticides on freshwater ecosystems are, however, largely unstudied (Hartgers et al., 1998). Therefore, it is important to develop criteria for the ecological risk assessment of mixtures of compounds, using realistic pesticide treatment regimes for particular crops.

The problem of combination toxicity becomes even more complex when other substances used in agricultural areas, such as fertilisers, are taken into account. The combined effects of eutrophication and contaminant stress are largely unknown. It can be expected, however, that the trophic status of an ecosystem will alter the effects of pesticides (Chapter 6; Kramer et al., 1997).

The ecological effect chain resulting from the experiments with the herbicide linuron and fungicide carbendazim demonstrated that microcosm and mesocosm experiments with pesticides as stressors can be very useful tools to investigate trophic interactions in aquatic ecosystems. The results of these experiments are currently being used to build a food-web model (Traas et al., 1998). Such models are considered to hold great promise for an improved understanding of ecosystem functioning and may eventually provide the ability to predict effects of contaminants at ecosystem level (Health Council of the Netherlands, 1997). The greatest obstacles that have to be overcome are the lack of solid data on parameter values (data on for instance maximum growth rate) and the lack of validation. This means that the further development of food web models require not only laboratory research on parameters values but also semi-field research for the collection of validation data sets (Health Council of the Netherlands, 1997).

The modeling of direct effects and recovery patterns at the population level can be of great use for an assessment of the risks and a ranking of the effects of pesticides. For the future, modeling treatment effects and recovery patterns may be of great value as a research tool but also as a predictive tool. Models have the advantage that they allow integration of ecological and ecotoxicological knowledge, something that was largely absent from ecotoxicology until a few years ago. Development of these models will allow to a better evaluation of microcosm and mesocosm experiments performed for scientific or registration purposes.

Fate of the herbicide linuron in outdoor experimental ditches
Crum, S.J.H. ; Aalderink, G.H. ; Brock, T.C.M. - \ 1998
Chemosphere 36 (1998)10. - ISSN 0045-6535 - p. 2175 - 2190.
zoetwaterecologie - herbiciden - sloten - waterverontreiniging - sediment - plantengemeenschappen - experimenten - freshwater ecology - herbicides - ditches - water pollution - sediment - plant communities - experiments
The fate of the urea-herbicide linuron was studied in experimental ditches. Eight ditches were sprayed three times at monthly intervals, while two served as controls. As a simulation of spray drift, four doses (nominal: 0.5; 5; 15 and 50 μg.dm-3) were applied in duplicate. After each herbicide application, the ditches were kept stagnant for a week, followed by a flow period of three weeks with fresh water. No clear stratification of linuron could be found in the water compartment. During the stagnant period, half-lives for the disappearance of linuron in the water compartment ranged from 7.2 to 11.8 days. The rate of disappearance was slower in the ditches treated with the highest dose and in colder treatment periods. A maximum of 6% of the linuron dose was found in the sediment and 1% in the macrophyte compartment. Approximately 20% of the fraction in the sediment compartment was present in the pore water.
Effects of exotic amphipod invasions on fish diet in the Lower Rhine
Kelleher, B. ; Bergers, P.J.M. ; Brink, F.W.B. van den; Giller, P.S. ; Velde, G. van der; Vaate, B. bij de - \ 1998
Archiv für Hydrobiologie 143 (1998)3. - ISSN 0003-9136 - p. 363 - 382.
amphipoda - invasie - voedselketens - vissen - zoetwaterecologie - geïntroduceerde soorten - aquatische ecosystemen - rijn - amphipoda - invasion - food chains - fishes - freshwater ecology - introduced species - aquatic ecosystems - river rhine
To assess the importance and effect of recent exotic species invasions on components of food webs of common Lower Rhine biotopes (breakwaters and channel-connected sandpits), the diets of two important macrozoobenthivores, perch (Perca fluviatilis L.) and eel (Anguilla anguilla (L.)) were compared before and after invasions of exotic Amphipoda
Ecologische karakterisering van de Limburgse maasplassen op grond van fysische en chemische variabelen en fytoplankton.
Peeters, E.T.H.M. ; Gylstra, R. - \ 1995
Arnhem : RIZA - 48
zoet water - meren - fytoplankton - plassen - reservoirs - waterkwaliteit - zoetwaterecologie - biologische monitoring - maas - fresh water - lakes - phytoplankton - ponds - water quality - freshwater ecology - biomonitoring - river meuse
Hydrobiologische waarnemingen in de Demmerikse polder op 24 en 25 augustus 1977
Repko, F.F. ; Sinkeldam, J.A. ; Dijk, C.C. van - \ 1977
Leersum : Rijksinstituut voor Natuurbeheer - 12
waterorganismen - plankton - inventarisaties - sloten - nederland - zoetwaterecologie - macrofauna - utrecht - hydrobiologie - aquatische ecologie - aquatic organisms - inventories - ditches - netherlands - freshwater ecology - hydrobiology - aquatic ecology
RIN onderzoek.
Check title to add to marked list

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.