Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 21 - 40 / 97

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==freshwater ecology
Check title to add to marked list
Aggregation of ecological indicators for mapping aquatic nature quality : overview of existing methods and case studies
Knotters, M. ; Lahr, J. ; Oosten-Siedlecka, A.M. van; Verdonschot, P.F.M. - \ 2010
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 209) - 44
waterorganismen - biologische indicatoren - oppervlaktewater - stroomgebieden - natuurwaarde - ruimtelijke modellen - correlatie - zoetwaterecologie - nederland - aquatic organisms - biological indicators - surface water - watersheds - natural value - spatial models - correlation - freshwater ecology - netherlands
Indicators for aquatic nature quality are calculated using ecological monitoring data from individual sampling stations. For reporting purposes, these results need to be aggregated and scaled up to higher levels (catchment area, country). This report provides an overview of different existing spatial aggregation methods for this purpose, including an evaluation of their suitability for aquatic ecological indicators. So-called „model-based„ methods, consisting of some sort of „kriging¿ step followed by calculation of the arithmetic mean, appeared to be the most appropriate. Application of these methods to multimetric indicators of aquatic macroinvertebrates in two Dutch subcatchment areas confirmed their suitability. However, the methods that were used were based on aggregation (using kriging) over Euclidian (straight), distances. It is recommended to conduct further research on the suitability of interpolation through stream networks, i.e., through the waterways themselves.
Water en nutriënten in de Kringloop
Mels, A.R. ; Rijnaarts, H.H.M. - \ 2010
Topos : periodiek over landschapsarchitectuur, ruimtelijke planning en sociaal-ruimtelijke analyse 20 (2010)1. - ISSN 1572-302X - p. 12 - 15.
watervoorziening - waterbeleid - drinkwater - zoetwaterecologie - verspilling - voedselvoorziening - water supply - water policy - drinking water - freshwater ecology - wastage - food supply
Zonder tegenmaatregelen zullen in 2050 gebruik en verspilling van zoet water op wereldschaal minstens drie keer groter zijn dan nu. Het watertekort op de planeet beperkt dan de voedselvoorziening en brengt nog meer schade toe aan ecosystemen. Er moet sterk worden ingezet op hergebruik van water, door het sluiten van kringlopen. Hier wordt een start gegeven vanuit de Millieu- en Watertechnologie. Wie reikt de technologen de hand vanuit Landinrichting en Planning, om een geïntegreerde aanpak te helpen ontwikkelen?.
Sturen op fosfor of stikstof voor verbetering ecologische kwaliteit van zoete wateren
Loeb, R. ; Verdonschot, P.F.M. ; Kragt, F. ; Grinsven, H. van - \ 2010
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 42 (2010)22. - ISSN 0166-8439 - p. 32 - 34.
oppervlaktewater - zoetwaterecologie - fosfor - stikstof - fosfaat - emissie - eutrofiëring - literatuuroverzichten - waterkwaliteit - ecologie - oppervlaktewaterkwaliteit - aquatische ecosystemen - surface water - freshwater ecology - phosphorus - nitrogen - phosphate - emission - eutrophication - literature reviews - water quality - ecology - surface water quality - aquatic ecosystems
In de Nederlandse uitwerking van de Kaderrichtlijn Water (KRW) wordt ervan uitgegaan dat zoete wateren door fosfor gelimiteerd worden. Uit internationale wetenschappelijke literatuur blijkt echter dat in zoet water ook limitatie door stikstof, silicium en koolstof voor kan komen. Voor (blauw)algen, en daarmee voor de zwem- en drinkwaterkwaliteit, is vooral fosfor van belang, maar voor de diversiteit van ondergedoken waterplanten en de vegetatie van oevers en moerassen blijkt ook stikstof erg belangrijk te zijn. Het risico van een te sterke nadruk van het beleid op reductie van fosforemissies is dat de waterbeheerders in Nederland de verbetering van de ecologische kwaliteit van zoete wateren, zoals vereist voor de KRW, niet bereiken
Milieucondities van aquatische beheertypen
Loeb, R. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2010
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2090) - 142
rivieren - waterlopen - meren - laagveengebieden - brakwater - waterkwaliteit - bedrijfsvoering - voedingsstoffen - zoetwaterecologie - nederland - kaderrichtlijn water - abiotiek - rivers - streams - lakes - fens - brackish water - water quality - management - nutrients - freshwater ecology - netherlands - water framework directive - abiotic conditions
Voor de beheertypen van Index-NL is invulling gegeven aan de kwaliteitsaspecten van de aquatische typen. De kwaliteit in de Index-NL typen wordt afgemeten aan de (1) biotische natuur, (2) milieucondities, (3) ruimtelijke samenhang, (4) structuur en beheer, en (5) natuurlijke processen. In deze eerste fase is gewerkt aan de milieucondities. De milieucondities zijn afgeleid uit verschillende bronnen cq. eerder beschreven typologieën, vooral het Aquatisch Supplement en de Kaderrichtlijn Water. In dit rapport is extra aandacht gegeven aan de Kaderrichtlijn Water omdat de beheertypen hier bij voorkeur goed op aan sluiten. Uiteindelijk is per beheertype een overzicht gegeven van de abiotische condities voor de kwaliteitsklassen ‘goed’, ‘matig’ en ‘slecht’. Waar nodig zijn de beheertypen onderverdeeld in subtypen, om homogenere condities te kunnen omschrijven. Voor het opstellen van de condities is waar mogelijk aangesloten bij de getoetste waarden van de Kaderrichtlijn Water. Voor verschillende beheertypen zijn verschillende parameters gebruikt bij het beschrijven van de kwaliteitsklasse, omdat het afhankelijk is van het systeem welke parameters in praktijk sturend zijn.
Abiotische randvoorwaarden en natuurdoelen in kunstmatige wateren dl. 3 Matige grote, ondiepe laagveenplassen
Keizer-Vlek, H.E. ; Lange, H.J. de; Verdonschot, P.F.M. - \ 2010
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2089) - 88
laagveengebieden - plassen - fauna - vissen - waterplanten - oppervlaktewater - biologische indicatoren - zoetwaterecologie - habitats - chemische eigenschappen - waterkwaliteit - nederland - kwaliteit - macrofauna - kaderrichtlijn water - natura 2000 - abiotiek - fens - ponds - fishes - aquatic plants - surface water - biological indicators - freshwater ecology - chemical properties - water quality - netherlands - quality - water framework directive - abiotic conditions
Het doel van deze studie is het gekwantificeerd invullen van de abiotische randvoorwaarden behorende bij de (Zeer) Goede Ecologische Toestand ((Z)GET) van het KRW type M27 ‘Matig grote, ondiepe laagveenplassen’. Meetgegevens van de twaalf ‘best beschikbare’ plassen in Nederland zijn voor dit doel geanalyseerd. De resultaten geven aan dat de biologische kwaliteitselementen in geen van de twaalf plassen voldoen aan de GET. De relatief slechte ecologische toestand van de plassen wordt onder andere veroorzaakt door hoge concentraties totaal-stikstof en totaal-fosfor, beperkt doorzicht en een hoge pH. Deze abiotische variabelen voldoen in bijna alle gevallen niet aan de GET-norm. De resultaten van het onderzoek impliceren dat de GET-norm/KRW referentie¬waarde(n) voor de abiotische variabelen EGV, chloride, ammonium en sulfaat naar beneden moeten worden bijgesteld om de GET van matig grote, ondiepe laagveenplassen te kunnen garanderen. Voor deze abiotische variabelen moet echter eerst nog worden bepaald of hogere concentraties dan vastgesteld in dit onderzoek leiden tot een verminderde ecologische toestand. Verder zal meer inzicht moeten komen in de voor de macrofauna- en waterplantengemeenschap sturende factoren door middel van experimenteel onderzoek. Hiervoor is naast informatie over fysisch-chemische milieuvariabelen ook informatie nodig over hydro¬morfologische milieuvariabelen. Tot slot is niet mogelijk gebleken om op basis van deze studie een eenduidige relatie te leggen tussen de abiotische randvoorwaarden noodzakelijk voor de realisatie van de GET in matig grote, ondiepe laagveenplassen (KRW) en de abiotische randvoorwaarden noodzakelijk voor de realisatie van aquatische habitattypen (VHR). Wel is vastgesteld dat habitattype 3140 niet voorkomt in de onderzochte plassen, terwijl zes van de twaalf onderzochte plassen liggen in een Natura 2000-gebied met een doelstelling voor habitattype 3140.
Optimizing the use of activity traps for aquatic biodiversity studies
Verdonschot, R.C.M. - \ 2010
Journal of the North American Benthological Society 29 (2010)4. - ISSN 0887-3593 - p. 1228 - 1240.
sloten - zoetwaterecologie - bemonsteren - ditches - freshwater ecology - sampling - gammarus-pulex - diel activity - invertebrates - stream - macroinvertebrates - ecology - catches - samples - food - lake
I investigated the effectiveness of activity traps for macroinvertebrate monitoring in shallow, heavily vegetated drainage ditches and explored 2 ways to optimize the use of activity traps for monitoring purposes. I tested the effects of trapping duration (48, 96, and 168 h) and use of attractants (bait and preconditioned leaves). The number of taxa and individuals captured increased with trapping duration. Based on the taxon accumulation curves, deployment times of 48 h and 96 h were equally efficient in capturing new taxa, but a trapping duration of 168 h was much more efficient and resulted in a larger number of taxa collected with every new sample added. Of the attractants offered in the traps, only bait caused differences in the macroinvertebrate assemblage recorded. After 48 h, more predators were captured in traps with bait than in control traps and traps with preconditioned leaves. This effect disappeared with longer trapping duration. Because of their relatively low labor requirements and high level of standardization, activity traps appear to be a valuable tool in lentic biodiversity surveys, especially when deployed for a longer period than has usually been reported. The use of bait is advisable only if capture of specific taxa is required and not for standard monitoring purposes.
Impacts of manipulated regime shifts in shallow lake model ecosystems on the fate of hydrophobic organic compounds
Roessink, I. ; Moermond, C.T.A. ; Gillissen, F. ; Koelmans, A.A. - \ 2010
Water Research 44 (2010). - ISSN 0043-1354 - p. 6153 - 6163.
organische verbindingen - meren - biologische beschikbaarheid - polychloorbifenylen - zoetwaterecologie - ecologisch evenwicht - sediment - polycyclische aromatische koolwaterstoffen - aquatische ecosystemen - bioaccumulatie - organic compounds - lakes - bioavailability - polychlorinated biphenyls - freshwater ecology - ecological balance - sediment - polycyclic aromatic hydrocarbons - aquatic ecosystems - bioaccumulation - polycyclic aromatic-hydrocarbons - fresh-water microcosms - food webs - community structure - suspended-solids - fish - responses - polychlorobiphenyls
Regime shifts in shallow lakes may significantly affect partitioning of sediment-bound hydrophobic organic chemicals (HOCs) such as polychlorobiphenyls (PCB) and polycyclic aromatic hydrocarbons (PAH). In replicated experimental model ecosystems mimicking the alternative stable states ‘macrophyte-dominated’ and ‘suspended solid – phytoplankton dominated’, we tested the effects of macrophytes and benthivorous fish presence on mass distribution and bioaccumulation of hexachlorobenzene, PCBs and PAHs. HOC mass distributions and lipid-normalized concentrations in sediment (Soxhlet- and 6-h Tenax-extractable), suspended solids, macrophytes, periphyton, algae, zooplankton, invertebrates and carp revealed that mobile, i.e. less hydrophobic or less aged HOCs were more susceptible to ecological changes than their sequestered native counterparts. Macrophytes were capable of depleting considerable percentages of the bioavailable, fast desorbing HOC fractions in the sediment upper (bioactive) layer, but did not have a significant diluting effect on lipid-normalized HOC concentrations in carp. Carp structured invertebrate communities through predation and stimulated partitioning of HOCs to other system compartments by resuspending the sediment. These results show that shifts in ecosystem structure have clear effects on fate, risks and natural attenuation of sediment-bound organic contaminants.
Ecotoxicologisch onderzoek Hollandse IJssel paling 2004 - 2010, vangstjaar 2010
Hoek-van Nieuwenhuizen, M. van - \ 2010
IJmuiden : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES C121/10) - 27
palingen - zoetwaterecologie - waterkwaliteit - monitoring - ecotoxicologie - milieumonitoring - eels - freshwater ecology - water quality - ecotoxicology - environmental monitoring
Het monitoren van paling afkomstig van de locatie Gouderak uit de Hollandse IJssel vindt jaarlijks plaats. Trends (2004-2010) van relevante PCB’s en OCP’s in paling afkomstig van de locatie Gouderak worden in dit rapport weergegeven en verkregen gehalten worden getoetst aan milieu- en consumptienormen.
Effectiviteit van herstelbeheer in vennen en duinplassen op de middellange termijn
Brouwer, E. ; Frazao, J. ; Arts, G.H.P. - \ 2009
Nijmegen : B-WARE Research Centre (Rapport 2009.11) - 208
stilstaand water - plassen - wetlands - herstel - duingebieden - vegetatie - waterkwaliteit - zoetwaterecologie - bodemchemie - macrofauna - ecologisch herstel - herstelbeheer - natura 2000 - standing water - ponds - wetlands - rehabilitation - duneland - vegetation - water quality - freshwater ecology - soil chemistry - macrofauna - ecological restoration - restoration management - natura 2000
Al sinds het opstarten van de regeling OBN zijn er herstelmaatregelen uitgevoerd in vennen en duinplassen. In een deel van de wateren bleek de waterkwaliteit en de vegetatie zich goed te herstellen in de eerste vijf jaren na de ingreep, maar de Fauna bleek op korte termijn overwegend negatief te reageren. Op deze korte termijn bleek vooral herstel van abiotiek en vegetatie op te treden indien zowel vermesting als eventuele verzuring werden bestreden en hernieuwde vermesting en verzuring werden voorkomen. In de praktijk betekende dit het verwijderen van sliblagen, plaggen van oevers, verwijderen van boomopslag en voorkomen van hernieuwde vermesting door o.a. bladinwaai en te grote aantallen watervogels. Verzuring kon het beste worden voorkomen door gedoseerde inlaat van voedselarm, gebufferd water of door bekalking van het inzijggebied. Na verloop van tijd bleken er nog de nodige onbeantwoorde vragen te zijn: Hoe pakken de herstelmaatregelen op de middellange termijn uit voor de levensgemeenschappen van vennen en duinplassen? Hoe reageert de fauna op de herstelmaatregelen? Hoe reageren sier- en kiezelwieren op de herstelmaatregelen? Moet het beheer worden aangepast nu de atmosferische depositie is afgenomen
Exoten in het zoete water in de afgelopen eeuw
Puijenbroek, P. ; Lange, H.J. de; Ottburg, F.G.W.A. - \ 2009
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 19 (2009). - ISSN 0166-8439 - p. 31 - 33.
zoetwaterecologie - geïntroduceerde soorten - verstoord evenwicht - vissen - waterplanten - macrofauna - aquatische ecosystemen - freshwater ecology - introduced species - disequilibrium - fishes - aquatic plants - macrofauna - aquatic ecosystems
Het aantal exoten in het zoete water is de afgelopen decennia sterk toegenomen. Vele macrofauna, vissen en waterplanten hebben zich hier gevestigd door menselijk toedoen, zoals de handel in planten en vissen voor vijvers, het uitzetten van vissen voor sportvissers, de aanleg van het Main-Donaukanaal en het lozen van ballastwater. Tussen deze soortgroepen bestaan verschillen in de belangrijkste manier van introductie en landen van herkomst. In dit artikel wordt ingegaan op de toename van nieuwe soorten vissen, macrofauna en waterplanten in het zoete water. Bijna een derde van de Nederlandse vissoorten is momenteel uitheems. Enkele soorten hebben een negatief effect op hetecosysteem of leiden tot kosten voor de waterschappen.
Effecten van de rode Amerikaanse rivierkreeft op de vegetatie en macrofauna van sloten
Verdonschot, R.C.M. ; Schaik, H. van; Verdonschot, P.F.M. - \ 2009
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 42 (2009)20. - ISSN 0166-8439 - p. 36 - 39.
sloten - rivierkreeft - zoetwaterecologie - invasie - hydrobiologie - geïntroduceerde soorten - vegetatie - waterplanten - aquatische ecologie - macrofauna - ditches - crayfish - freshwater ecology - invasion - hydrobiology - introduced species - vegetation - aquatic plants - aquatic ecology - macrofauna
Exotische rivierkreeften breiden zich zeer sterk uit in Nederland. Wat voor effecten dit heeft op de inheemse waterplantenvegetaties en macrofauna is onbekend. In het kader van het project PLONS voerde Alterra daarom bij wijze van case-studie een experiment uit, waarin de invloed van de rode Amerikaanse rivierkreeft op slootecosystemen onderzocht is. In afgesloten cilinders zijn de veranderingen gevolgd die optraden in de biomassa van verschillende soorten waterplanten en de samenstelling van de macrofaunagemeenschap na introductie van de rivierkreeft. De invloed bleek variabel en soortspecifiek. Met name afstervende planten werden gegeten. Een aantal waterplanten raakte los door het omwoelen van de bodem. De macrofaunagemeenschap werd niet merkbaar beïnvloed. In het maag-darmstelsel van de kreeften werd met name organisch bodemmateriaal en plantenresten aangetroffen, wat een aanwijzing is dat de kreeften een rol spelen bij de afbraak van organisch materiaal. Exoten hoeven dus niet altijd een negatieve invloed te hebben op zoetwaterecosystemen.
Aanvullend onderzoek Hollandse IJssel paling 2004-2010, vangstjaar 2009. Relatie met verontreinigde waterbodem en zwevend stof
Hoek-van Nieuwenhuizen, M. van - \ 2009
IJmuiden : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES nr. C115/09) - 33
palingen - zoetwaterecologie - waterkwaliteit - ecotoxicologie - milieumonitoring - rivieren - zuid-holland - eels - freshwater ecology - water quality - ecotoxicology - environmental monitoring - rivers
Het monitoren van paling afkomstig van de locatie Gouderak uit de Hollandse IJssel vindt al vanaf 2004, m.u.v. 2005, jaarlijks plaats. Dit jaar (2009) is voor het eerst een aanvulling op dit onderzoek uitgevoerd om meer inzicht te verkrijgen in de relatie tussen waterbodem, zwevend stof en aal. Tevens is dit jaar paling afkomstig van een bovenstroomse referentielocatie Capelle onderzocht om beide locaties te kunnen vergelijken. Trends (2004-2009) van relevante PCB’s en OCP’s in paling afkomstig van de locatie Gouderak worden in dit rapport weergegeven en verkregen gehalten worden getoetst aan milieu- en consumptienormen
Abiotische randvoorwaarden en natuurdoelen in kunstmatige wateren dl. 2 Ondiepe laagveenplassen
Keizer-Vlek, H.E. ; Didderen, K. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1884) - 114
laagveengebieden - plassen - fauna - benthos - aquatische gemeenschappen - vissen - oppervlaktewater - biologische indicatoren - zoetwaterecologie - macrofauna - kaderrichtlijn water - aquatische ecologie - fens - ponds - aquatic communities - fishes - surface water - biological indicators - freshwater ecology - water framework directive - aquatic ecology
Het doel van deze studie is het gekwantificeerd invullen van de abiotische randvoorwaarden behorende bij het Goed Ecologisch Potentieel (GEP) van het KRW type M25 ‘Ondiepe laagveenplassen’. Meetgegevens van de 10 'best beschikbare' locaties van KRW type M25 zijn voor dit doel geanalyseerd. De resultaten geven aan dat de biologische kwaliteitselementen op alle 10 locaties voldoen aan het GEP. Ondanks onomkeerbare hydromorfologische veranderingen tonen de resultaten duidelijk aan, dat de meetwaarden voor het merendeel van de fysisch-chemische variabelen van de in Nederland 10 ‘best beschikbare’ ondiepe laagveenplassen voldoen aan de GET-norm en/of KRW referentiewaarde beschreven voor M14/M27. Om deze reden is ervoor gekozen de GET voor de watertypen M14/M27 te hanteren als GEP voor M25, met hier en daar enige aanpassingen. Gebleken is dat een overschrijding van de KRW referentiewaarde voor één abiotische variabele niet direct hoeft te leiden tot een lager ecologische potentieel van de aquatische levensgemeenschap. Een overschrijding van de GET-norm voor totaal-stikstof (1.3 mg N/l) tot 1.7 mg N/l kan worden toegestaan, mits de nitraat-, ammonium-, totaal-fosfor- en orthofosfaatconcentraties voldoen aan de GET-norm/KRW referentiewaarde. Het EGV, de chloride-, sulfaat-, ammonium- en orthofosfaatconcentraties liggen op alle locaties aanzienlijk lager dan de KRW referentiewaarden.. Voor deze abiotische variabelen moet nog worden bepaald of hogere concentraties dan vastgesteld in dit onderzoek leiden tot een verminderd ecologisch potentieel. Alleen dan kan worden vastgesteld of de huidige KRW referentiewaarden voor ondiepe laagveenplassen afdoende zijn om het GEP van deze plassen te kunnen garanderen. Verder zijn aanpassingen noodzakelijk om de KRW maatlatten voor M14/M27 geschikt te maken voor de beoordeling van ondiepe laagveenplassen (M25) Er worden aanbevelingen gedaan om de maatlatten te verbeteren. In het geval van de vissen en het fytobenthos is daarnaast methodisch onderzoek noodzakelijk om de monitoring en beoordeling te kunnen optimaliseren. Tot slot werpen de resultaten de vraag op in hoeverre er een verband bestaat tussen de goede mate van doelrealisatie (‘Handboek Natuurdoeltypen’) en het GEP (KRW)
Sleutelfactoren en ecosysteemfunctioneren. III. Zuurstof als sleutelfactor in laagveensloten
Loeb, R. ; Verdonschot, P.F.M. ; Hoorn, M.W. van den; Dekkers, T.B.M. ; Sinkeldam, J.A. ; Waasdorp, C.M. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1852) - 73
sloten - veengebieden - milieufactoren - zuurstof - waterkwaliteit - zoetwaterecologie - gammarus pulex - asellus aquaticus - nederland - macrofauna - noordwest-overijssel - ditches - peatlands - environmental factors - oxygen - water quality - freshwater ecology - netherlands
Dit rapport beschrijft onderzoek naar mogelijke sleutelfactoren voor aquatisch ecologische kwaliteit in laagveensloten. Laagveensloten vertonen in de zomer zeer lage zuurstofconcentraties aan de bodem door het optreden van temperatuurstratificatie. Uit experimenten bleek dat lage zuurstofconcentraties aan de bodem ervoor kunnen zorgen dat dieren naar zuurstofrijkere waterlagen migreren waar ze beter kunnen overleven. Kortdurende zuurstofarme periodes kunnen ook onderin de waterkolom overbrugd worden. Als zuurstofconcentraties als gevolg van een slechte waterkwaliteit langdurig over de hele waterkolom laag zijn, verschuift de macrofaunagemeenschap naar een gemeenschap met meer poly- en alfa-mesosprobe soorten
Dispersie van macrofauna door duikers : resultaten van een veldmeting
Didderen, K. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1834) - 54
zoetwaterecologie - distributie - waterdieren - verspreiding - barrières - waterbouwkunde - nederland - macrofauna - freshwater ecology - distribution - aquatic animals - dispersal - barriers - hydraulic engineering - netherlands
Binnen het project ‘Dispersie van aquatische organismen’ is onderzoek gedaan naar het dispersievermogen van macrofauna doelsoorten, ten behoeve van het voorspellen van de kans op terugkeer na het uitvoeren van herstelmaatregelen. In petgaten in een Natura 2000 gebied is gemeten of duikers een barrière opleveren voor de dispersie van verschillende groepen van aquatische macrofauna bij het bereiken van een nieuw habitat. Uit het onderzoek blijkt dat duikers een barrière vormen voor verschillende families van aquatische organismen. Verder komt ook duidelijk naar voren dat er meer passieve dan actieve dispersie door duikers plaatsvindt en dat stroming zowel in richting als kwantiteit zelfs in stilstaande wateren zeer belangrijk is als sturende factor bij de dispersie van aquatische organismen.
Sleutelfactoren en ecosysteemfunctioneren. II.Jaarfluctuaties in sleutelfactoren in laagveensloten
Loeb, R. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1827) - 59
sloten - zoetwaterecologie - waterkwaliteit - eutrofiëring - zuurstof - veengebieden - nederland - herstel - macrofauna - noordwest-overijssel - ditches - freshwater ecology - water quality - eutrophication - oxygen - peatlands - netherlands - rehabilitation
Sleutelfactoren en ecosysteemfunctioneren. Dit rapport beschrijft onderzoek dat gedaan is naar mogelijke sleutelfactoren voor aquatisch ecologische kwaliteit in laagveensloten. Het onderzoek is uitgevoerd in vier deelgebieden in de Wieden, die in een gradiënt van sterke beïnvloeding (eutrofiëring) naar een meer natuurlijke situatie lagen. Gedurende het jaar zijn vier meerdaagse zuurstofmetingen per sloot uitgevoerd. Hieruit bleek dat de zuurstofconcentraties vooral aan de bodem erg laag konden worden, ongeacht de mate van eutrofiëring. Oorzaak hiervan was temperatuurstratificatie, die in de meeste sloten gedurende het grootste deel van het jaar zeer frequent optrad. Vervolgonderzoek naar de precieze invloed van deze stratificatie op de macrofauna in de sloot wordt aanbevolen
Verslag Workshop Exotische zoetwaterkreeften en –krabben in Nederland Bilthoven, Sportvisserij Nederland, 19 juni 2008
Hoogenboom, H.J.C. - \ 2008
Bilthoven : s.n.
zoetwaterecologie - geïntroduceerde soorten - cancridae - krabben (schaaldieren) - rivierkreeft - schaaldieren - hydrobiologie - freshwater ecology - introduced species - cancridae - crabs - crayfish - shellfish - hydrobiology
Verslag Workshop Exotische zoetwaterkreeften en –krabben in Nederland. Presentaties: 1. Bram Koese: Geschiedenis, herkenning en verspreiding van zoetwaterkreeften; 2. Menno Soes & Jos Spier: Ecologie en schade aan waterkwantiteit en –kwaliteit; 3. Tammo Bult: De commerciële mogelijkheden van de Wolhandkrab; 4. Bas van der Wal: discussie en aanbevelingen voor beleid en onderzoek
Effecten van grondwatertoevoer op oppervlaktewaterkwaliteit : een casestudie in twee natuurgebieden
Verdonschot, P.F.M. ; Loeb, R. - \ 2008
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1752) - 51
grondwater - oppervlaktewater - kwel - waterkwaliteit - zoetwaterecologie - nederland - overijssel - noordwest-overijssel - twente - groundwater - surface water - seepage - water quality - freshwater ecology - netherlands
In dit rapport worden de mogelijke effecten van grondwatertoevoer op oppervlaktewateren op een rij gezet. Het rapport beschrijft de effecten die kwel kan hebben op de chemische samenstelling van het oppervlaktewater en hoe de chemie van het oppervlaktewater doorwerkt op aquatische ecosystemen. Voor alle ionen die regelmatig in oppervlaktewater worden gemeten is nagegaan hoe het in het oppervlaktewater terecht kan zijn gekomen en of het ion bruikbaar is als indicatie voor grondwaterinvloed op oppervlaktewater. Aan de hand van twee casestudies in natuurgebieden (het Springendal en de Wieden ) is de invloed van grondwater op de locale oppervlaktewaterkwaliteit geëvalueerd. Voor de beoordeling van de invloed van grondwater op het oppervlaktewater is een gedegen kennis van het gebied nodig. Ook is de aanvoer van grondwater niet één-op-één te relateren aan sturende factoren voor het ecosysteem.
Verkenning CBD 2010-indicatoren zoetwater : inventarisatie en uitwerking relevante indicatoren voor Nederland
Lange, H.J. de; Arts, G.H.P. ; Verberk, W.C.E.P. - \ 2008
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 122) - 73
biodiversiteit - zoetwaterecologie - inventarisaties - aquatische ecologie - biodiversity - freshwater ecology - inventories - aquatic ecology
Dit werkdocument geeft de eerste resultaten weer van de uitwerking van twee CBD 2010 - indicatoren voor zoetwater: ‘invasive alien species’ (exoten) en ‘freshwater quality’ (zoetwaterkwaliteit). Uit de inventarisatie van exoten blijkt dat er 34 exotische waterplanten zijn, waarvan er 17 lokaal kunnen woekeren, en 6 regelmatig door het waterschap worden verwijderd. Belangrijkste route van vestiging is ontsnapping (vrijkomen) uit vijver, tuin of aquarium. Van de 55 macrofauna exoten veroorzaken de meeste geen problemen. Een aantal rivierkreeftsoorten veroorzaakt wel overlast, door verstoring van de vegetatie en ondergraving van de oever. De belangrijkste route voor vestiging van macrofauna exoten is via het Main-Donaukanaal of via ontsnapping uit tuin, vijver of aquarium. Voor de indicator zoetwaterkwaliteit is onderzocht of er een indicator beschikbaar is die de milieudruk kan weergeven, gebruikmakend van soortskenmerken van macrofauna. Voorlopige conclusie is dat het kenmerk voltinisme (aantal generaties per jaar) een relatie heeft met milieudruk. De indicator levensstrategie biedt perspectieven voor een vergelijking tussen locaties in relatie tot milieudruk. Levensstrategie uitgebreid met wijze van zuurstofademhaling lijkt een goede aanpak om een indicator milieudruk verder te ontwikkelen.
Ecotoxicologisch onderzoek Hollandse IJssel paling 2006-2010, vangstjaar 2008
Hoek-van Nieuwenhuizen, M. van - \ 2008
IJmuiden : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES C086/08) - 17
palingen - zoetwaterecologie - waterkwaliteit - bemonsteren - ecotoxicologie - milieumonitoring - chemische analyse - rivieren - zuid-holland - eels - freshwater ecology - water quality - sampling - ecotoxicology - environmental monitoring - chemical analysis - rivers
Rijkswaterstaat Zuid-Holland heeft Wageningen IMARES gevraagd de verwerking en chemische analyse van palingen afkomstig uit de Hollandse IJssel in de periode 2006 tot en met 2010 uit te voeren.
Check title to add to marked list

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.