Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 17 / 17

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Effect bemesting op ziekteontwikkeling in stamslabonen industrieteelt
    Evenhuis, B. ; Verstegen, H.A.G. ; Wilms, J.A.M. ; Topper, C.G. - \ 2014
    Wageningen : PPO AGV - 22
    groenteteelt - veldgewassen - phaseolus vulgaris - peulvruchten (groente) - industriële gewassen - bemesting - stikstofmeststoffen - overbemesting - oogstverliezen - opbrengst - relatie tussen groei en oogst - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - schimmelziekten - sclerotinia - botrytis - gewasbescherming - vegetable growing - field crops - phaseolus vulgaris - vegetable legumes - industrial crops - fertilizer application - nitrogen fertilizers - top dressings - yield losses - outturn - growth yield relationship - cultural control - fungal diseases - sclerotinia - botrytis - plant protection
    In de teelt van stamslabonen voor de industrie worden vaak problemen ondervonden met ziektes zoals Sclerotinia en Botrytis. Deze ziektes worden geassocieerd met (over)bemesting. De gebruiksnorm voor stikstofgift was in 2012 en 2013, 110 kg N/ha respectievelijk 120 kg N/ha, op zand- en kleigrond. Werd er niet bemest dan leidde dit tot een significante opbrengstverlaging. Een overbemesting tot 150% van de gebruiksnorm na aftrek van N-min gaf eveneens een opbrengstverlaging te zien. Bemesting trappen variërend van 50 tot 125% van de normbemesting lieten geen significant verschil in opbrengst zien. Een evenwichtig teeltadvies waarbij het bemestingsniveau maximaal bijdraagt aan plantweerstand en productkwaliteit is belangrijk.
    Effect vocht op de kwaliteit van asperges
    Wilms, J.A.M. ; Meuffels, G.J.H.M. - \ 2013
    Lelystad : PPO AGV - 32
    asparagus officinalis - stengelgroenten - vollegrondsteelt - vollegrondsgroenten - kwaliteit - opbrengst - relatie tussen groei en oogst - cultuurmethoden - oppervlakte-irrigatie - veldproeven - asparagus officinalis - stem vegetables - outdoor cropping - field vegetables - quality - outturn - growth yield relationship - cultural methods - surface irrigation - field tests
    Meer inzicht in de invloed van bevochtigen van de bedden op kwaliteit en opbrengst van witte asperges in de tweede helft van het oogtseizoen.
    Input-output Fase III : Bijvoeden en vulgewicht
    Baars, J. ; Sonnenberg, A.S.M. ; Visser, P.H.B. de; Blok, C. - \ 2013
    PRI Plant Breeding/WUR Glastuinbouw (Rapporten PRI 2013-1) - 28
    paddestoelen - eetbare paddestoelen - champignonmest - agaricus bisporus - geconditioneerde teelt - cultuurmethoden - hemicellulosen - kwaliteit - opbrengst - relatie tussen groei en oogst - mushrooms - edible fungi - mushroom compost - agaricus bisporus - conditioned cultivation - cultural methods - hemicelluloses - quality - outturn - growth yield relationship
    Het 'input-output' project wil meer inzicht verschaffen in de teelt van champignons zodat duidelijk wordt waar de grenzen/knelpunten van het huidige systeem liggen en waar mogelijkheden liggen voor verbetering. In vorige fasen van het project is bepaald hoe de diverse voedingscomponenten in de compost worden verbruikt van vullen met entbare compost tot de tweede vlucht. Daaruit bleek dat vooral hemicellulose een knelpunt kan vormen. Voor het nu afgeronde project zijn diverse type bijvoedmiddelen toegevoegd aan doorgroeide compost en de effecten op opbrengst en kwaliteit getest bij verschillende vuldikten. De voornaamste conclusies: Extra toevoeging van hemicellulose leidt niet tot extra productie terwijl extra hemicellulose wel wordt verbruikt. Lage vulgewicht leidt tot efficiënter gebruik compost maar ook tot lagere kwaliteit champignons
    Effect vocht op de kwaliteit van asperges
    Wilms, J.A.M. ; Meuffels, G.J.H.M. - \ 2013
    Lelystad : PPO AGV - 31
    asparagus officinalis - stengelgroenten - vollegrondsgroenten - vollegrondsteelt - kwaliteit - opbrengst - relatie tussen groei en oogst - cultuurmethoden - oppervlakte-irrigatie - veldproeven - asparagus officinalis - stem vegetables - field vegetables - outdoor cropping - quality - outturn - growth yield relationship - cultural methods - surface irrigation - field tests
    Vaststellen invloed van bevochtigen van de bedden op kwaliteit van witte asperges in de tweede helft van het oogstseizoen. Bij het object met T-tape was er op 8 augustus een significant hoger aandeel nieuw schot. Dit kan een voordeel zijn, want vroeg nieuw schot wil zeggen dat er ook een betere assimilatie plaats vindt, waardoor de plant meer suikers kan opslaan als reserve voor het volgende oogstseizoen. Dit kan opbrengst verhogend werken.
    Assessing genetic variation in growth and development of potato
    Khan, M.S. - \ 2012
    Wageningen University. Promotor(en): Paul Struik; Fred van Eeuwijk, co-promotor(en): Xinyou Yin; Herman van Eck. - [S.l. : s.n. - ISBN 9789461733597 - 245
    solanum tuberosum - aardappelen - genetische variatie - genotype-milieu interactie - gewasproductie - gewasopbrengst - relatie tussen groei en oogst - solanum tuberosum - potatoes - genetic variation - genotype environment interaction - crop production - crop yield - growth yield relationship

    Key words: Potato (Solanum tuberosum L.), segregating population, canopy cover dynamics, tuber bulking dynamics, beta function, thermal time, components of variance, genotype-by-environment interaction (GE), heritability, QTL mapping, QTL-by-environment (QTLE) interaction, complex traits, ecophysiological crop model, GECROS, cultivar choice, maturity type, ideotype breeding, tuber yield.

    Due to increasing food demand and changing diets potato (Solanum tuberosum L.) is becoming a subsistence crop in many regions. However, the agronomy and whole crop physiology of tuber yield production is extremely complex, due to genotype and environment specific effects on crop physiological and morphological characteristics. Such intrinsic complexities complicate the manipulation of yield determining traits and make their prediction a challenging task. The genetic improvement of tuber yield can be understood more mechanistically by investigating and interpreting the relationships between the main attributes of crop growth.
    This thesis aims to develop an approach to quantify the yield of individual genotypes and to estimate parameters which may reveal the effects of genetic and environmental factors on the important plant processes controlling tuber yield variation among a large set of F1 (SH83-92-488  RH89-039-16) genotypes of potato and a set of standard cultivars covering a wide range of maturity types.
    It first presents a model approach to analyse the time course of canopy cover and tuber bulking during the entire crop cycle as a function of thermal time in terms of large number of physiological component traits and explain their inter-relationships and impact on crop maturity and tuber yield production across six contrasting field experiments. The results indicated that the length of the canopy build-up phase (DP1) was conservative with respect to genotype’s maturity type, but the duration of maximum canopy cover (DP2) and the decline phase (DP3) varied greatly, with later genotypes having longer DP2 and DP3 and thus a higher area under whole green canopy curve (Asum). Values of tuber bulking rate (cm) were highest for early maturing genotypes followed by mid-late and then late genotypes. Late maturing genotypes had longest effective duration of tuber bulking (ED) followed by mid-late and early genotypes. As a result tuber yield (wmax) was higher in late genotypes than in early genotypes. The radiation use efficiency (RUE) values were highest for early maturing genotypes followed by mid-late and late genotypes whereas nitrogen (N) use efficiency (NUE) was highest in late maturing genotypes followed by mid-early and early genotypes.
    High genetic variability and high heritability for most of these traits were found. Results indicated that increased tuber yield by indirect selection for optimal combination of important physiological traits can be achieved. While using these traits as a criterion for selection, the causal physiological relationships and trade-offs must be considered simultaneously.
    Our molecular dissection of traits determining the dynamics of canopy cover, tuber bulking, and resource (radiation, nitrogen) use efficiencies identified several QTLs, the mapping position of each identified QTL, the interaction of QTL with environment (QTLE) and the magnitude of the QTL effect in explaining genetic variance in both SH and RH parental genomes. The QTL results indicated that one particular chromosomal position at 18.2 cM on paternal (RH) linkage group V was tightly linked to the genotype’s earliness and controlling nearly all the traits and explaining the phenotypic variance by up to 79%. This suggested the pleiotropic nature of the QTL for most of the traits determining crop maturity and tuber yields. A number of QTLs for traits were not detected when tuber yield per se was subjected to QTL analysis. The phenotypic variance explained by the QTLs for tuber yield per se was also lower than for other traits.
    The physiological and quantitative knowledge gained was used to evaluate the conventional system of maturity type and to quantify and re-define the concept of maturity type on a physiological basis for a large set of genotypes. Four new physiological based maturity criteria were developed based on four canopy cover and tuber bulking traits. Physiological maturity type criteria tended to define maturity classes less ambiguously and were easily and clearly interpretable compared to the conventionally used method of defining maturity.
    The capability of an ecophysiological model ‘GECROS’ was tested to analyse differences in tuber yield of potato. The model yielded a reasonably good prediction of differences in tuber yield across environments and across genotypes. Model analysis identified the genotypic key-parameters affecting tuber yield production and Nmax (i.e. total crop N uptake) contributed most to the determination of tuber yield. The results concluded that genotypes with higher Nmax and lower tuber N content exhibited higher tuber dry matter yield. Further analysis of the genotypic parameters should be performed in conjunction with molecular markers in order to determine their genetic control and to proceed towards QTL-based crop modelling approach.
    This thesis identified the dominant component traits mostly involved in the formation of a tuber yield and gave insight into the possibilities of genetically and physiologically manipulating the size or number of such traits. The information obtained should help in marker-assisted selection as well as in designing ideotypes for specific and/or diverse environments. However, to make significant contributions for breeding, there is a need for further research efforts to evaluate the combined physiological and genetic approach.

    Masterplan voeding : water en voeding voor champignons: kansen en noodzaak voor innovatie
    Sonnenberg, A.S.M. ; Straatsma, G. ; Elings, A. ; Marcelis, L.F.M. ; Amsing, J.G.M. - \ 2008
    Wageningen : Plant Research International - 10
    eetbare paddestoelen - teeltsystemen - compost - champignonbedrijven - spreiding - relatie tussen groei en oogst - oogstfrequentie - oogstfactoren - gewassen, groeifasen - edible fungi - cropping systems - composts - mushroom houses - spread - growth yield relationship - harvesting frequency - yield factors - crop growth stage
    Champignons worden nu geteeld op compost die bestaat uit stro-rijke paardenmest, kippenmest, gips en water. Voordelen van deze ingrediënten zijn dat ze tot nu toe voldoende aanwezig zijn tegen lage kosten. Het composteringsproces is op zich een redelijk goed beheersbaar proces met een redelijk voorspelbare uitkomst. Er zijn echter voldoende redenen aan te voeren waarom innovatie op substraat kansen biedt voor het versterken van de Nederlandse concurrentiepositie.
    Hoge kilogramopbrengst gaat niet altijd samen met hoge kwaliteit
    Heuvelink, E. ; Kierkels, T. - \ 2007
    Onder Glas 4 (2007)5. - p. 54 - 55.
    groeimodellen - plantenontwikkeling - plantenfysiologie - gewaskwaliteit - stressfactoren - stress - maximum opbrengst - relatie tussen groei en oogst - milieubeheersing - kwaliteitszorg - secundaire metabolieten - glastuinbouw - growth models - plant development - plant physiology - crop quality - stress factors - stress - maximum yield - growth yield relationship - environmental control - quality management - secondary metabolites - greenhouse horticulture
    Samengaan van hoge productie en een goede kwaliteit vergt drie stappen. Ten eerste moet de fotosynthese optimaal zijn. Ten tweede is een goede verdeling van de assimilaten naar nuttige delen van de plant belangrijk. De derde stap is per gewas anders. Soms is het nodig af te zien van de hoogste productie om een goede kwaliteit te krijgen. Bij tomaat geeft een hogere EC een betere smaal maar minder productie. Bij roos zou continue groeilicht veel meer opbrengst geven, maar bij de consument verwelkt de bloem dan zeer snel. Bij veel gewassen is enige stress niet verkeerd. Bloemisterijgewassen zijn dan sterker; groenten smaken soms beter. In Wageningen wordt getracht nieuwe groeimodellen te maken die tuinder en veredelaar bijstaan in het streven naar meer interne kwaliteit
    Daglengte behandelingen bij Celosia : verbetering oogstpercentage bij Celosia cristata door variabele KorteDag behandelingen
    Telgen, H.J. van; Janse, J. ; Eijk, J. van der; Wiskerke, A. - \ 2005
    Aalsmeer : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Glastuinbouw - 21
    celosia argentea var. cristata - kruidachtige planten als sierplanten - fotoperiode - relatie tussen groei en oogst - glastuinbouw - celosia argentea var. cristata - ornamental herbaceous plants - photoperiod - growth yield relationship - greenhouse horticulture
    Om instrumenten in handen te krijgen voor een beter beheersbaar product en een hoger oogstpercentage in de zomerperiode is de reactie van Celosia cristata planten op de daglengte onderzocht. Bij Celosia cristata wordt bij sommige rassen in de zomermaanden namelijk de bloemknop vaak (te) laat aangelegd, waardoor onder de bloemknop veel bladeren worden gevormd. Tenzij tijdens de teelt zwaar geremd wordt, worden de stengels extra lang en kunnen ze elkaar daardoor snel gaan overgroeien en onderdrukken. Voor de proef is gekozen voor twee rassen die sterk verschillen in hun bladvorming: de ‘Bombay Fire’ die veel blad aanlegt en de ‘Bombay Pink’ die duidelijk minder aanleg heeft.
    Nog meer keus bij groene paprika
    Steenbergen, P. ; Hogendonk, L. - \ 2005
    Groenten en Fruit. Algemeen 2005 (2005)39. - ISSN 0925-9694 - p. 24 - 25.
    capsicum - rassenproeven - rassen (planten) - gewasopbrengst - relatie tussen groei en oogst - vastheid - scheurende vruchten - gebruikswaarde - capsicum - variety trials - varieties - crop yield - growth yield relationship - firmness - fruit cracking - use value
    Voor het rassenonderzoek paprika - groen te oogsten - werden vijf nieuwe rassen ingezonden. Corsica werd voor het zesde opeenvolgende jaar als vergelijkingsras aan de serie toegevoegd
    Vruchtzetting paprika spel van vraag en aanbod
    Marcelis, L.F.M. ; Heuvelink, E. - \ 2005
    Groenten en Fruit. Algemeen (2005)33. - ISSN 0925-9694 - p. 20 - 21.
    capsicum - teelt - cultuurmethoden - vruchtzetting - hormonen - zaadzetting - assimilatie - plantenfysiologie - groeimodellen - gewasopbrengst - relatie tussen groei en oogst - capsicum - cultivation - cultural methods - fructification - hormones - seed set - assimilation - plant physiology - growth models - crop yield - growth yield relationship
    Voor een goede productie bij paprika is niet het aantal bloemen, maar het aantal gezette vruchten de beperkende factor. De zetting wordt vooral bepaald door de beschikbaarheid van assimilaten. Die beschikbaarheid wordt bepaald door de aanmaak van deze suikers en de vraag ernaar van al gezette vruchten. De effecten van vraag en aanbod van assimilaten werden door Plant Research International en Wageningen Universiteit opgenomen in een groeimodel, dat op basis van klimaatgegevens en enkele teeltgegevens de groei en productie berekent. Met behulp van dit groeimodel bleek de zetting van te voren redelijk te voorspellen
    Groeicurve lelie
    Kok, B.J. ; Aanholt, J.T.M. van - \ 2004
    Lisse : PPO Bloembollen - 61
    groei - groeifactoren - lelies - siergewassen - lilium - relatie tussen groei en oogst - opbrengsten - growth - growth factors - lilies - ornamental crops - lilium - growth yield relationship - yields
    Gedurende enkele jaren werd de groei van lelies onderzocht en nagegaan op welk tijdstip de bolgroei stopt bij teelt onder optimale omstandigheden. Opvallend verschijnsel was dat er nog steeds bolgroei plaatsvond nadat het gewas al was afgestorven. Verder werden ook nog onderzocht: het verschil van het optimale rooitijdstip bij vroege en late bollenmakers en het effect van het eerder stoppen met vuurbestrijding.
    PPO en WU: knolsortering nog moeilijk te sturen
    Bus, C.B. ; Struik, P.C. ; Veerman, A. - \ 2004
    Aardappelwereld 58 (2004)12. - ISSN 0169-653X - p. 29 - 33.
    solanum tuberosum - aardappelen - knollen - plantenontwikkeling - relatie tussen groei en oogst - uitlopen van knollen - cultuurmethoden - wetenschappelijk onderzoek - potatoes - tubers - plant development - growth yield relationship - tuber sprouting - cultural methods - scientific research
    Een voorspelling voor de aanleg, over het aantal knollen dat aan een aardappelplant zal komen, is onmogelijk. Dit concluderen Kees Bus, Paul Struik en Arjan Veerman van Praktijkonderzoek Plant en Omgeving en Wageningen Universiteit na een uitgebreide literatuurstudie. Vermeende stuurbare factoren als de stikstofhoeveelheid, de temperatuur, de lichthoeveelheid en de daglengte blijken onder normale omstandigheden de zetting maar weinig te beïnvloeden
    Vierjarig Phytophthora-onderzoek afgerond : wordt Phytophthora een beheersbare factor in de biologische aardappelteelt? : deel 2: resistente rassen
    Colon, L.T. ; Visker, M.H.P.W. ; Budding, D.J. ; Keizer, P. ; Thissen, J. - \ 2003
    Ekoland 23 (2003)11. - ISSN 0926-9142 - p. 12 - 13.
    phytophthora infestans - solanum tuberosum - aardappelen - biologische landbouw - plantenziekteverwekkende schimmels - plantenziektebestrijding - schimmelbestrijding - rassen (planten) - cultivars - gewasbescherming - resistentie van variëteiten - weerstand - gevoeligheid van variëteiten - rasreacties - vatbaarheid - ziekteresistentie - plantenvoeding - stikstof - endofyten - bacteriën - rassenproeven - relatie tussen groei en oogst - opbrengsten - gewasopbrengst - groeiperiode - phytophthora infestans - solanum tuberosum - potatoes - organic farming - plant pathogenic fungi - plant disease control - fungus control - varieties - cultivars - plant protection - varietal resistance - resistance - varietal susceptibility - varietal reactions - susceptibility - disease resistance - plant nutrition - nitrogen - endophytes - bacteria - variety trials - growth yield relationship - yields - crop yield - growth period
    Tweede artikel van een serie van drie over een vierjarig onderzoek van het Louis Bolk Instituut en Plant Research International naar Phytophthora infestans. In veldproeven werden een groot aantal Phytophthora-resistente rassen geteeld onder sterke infectiedruk en beoordeeld op opbrengst en kwaliteit, en de relatie tussen groeiduur en opbrengst. Ook werd gekeken naar de mogelijkheden om de resistentie te versterken door sturing van het stikstofaanbod en door toepassing van endofytische bacterieën die de schimmel kunnen remmen
    Westmaas informeert en activeert
    Tramper, Marcel - \ 2003
    potatoes - plant development - cultural methods - demonstration farms - experimental plots - steerability - seed potatoes - growth yield relationship - tubers - size - crop quality - cultivars - extension
    Moddus in zaadteelt Engels raaigras gaf wisselvallig resultaat
    Borm, G.E.L. ; Kassiers, R. - \ 2001
    PPO-bulletin akkerbouw 5 (2001)1. - ISSN 1385-5301 - p. 26 - 29.
    groeiregulatoren - plantengroeiregulatoren - lolium perenne - zaadproductie - zaadgewassen - plantenvoeding - dosering - doseringseffecten - toedieningshoeveelheden - toepassingsdatum - legering - plantenontwikkeling - groeivertragers - groeivertraging - groeiremmers - opbrengsten - gewasopbrengst - groei - relatie tussen groei en oogst - stikstof - zaden - grassen - bemesting - growth regulators - plant growth regulators - lolium perenne - seed production - seed crops - plant nutrition - dosage - dosage effects - application rates - application date - lodging - plant development - growth retardants - growth retardation - growth inhibitors - yields - crop yield - growth - growth yield relationship - nitrogen - seeds - grasses - fertilizer application
    In proeven van het PPO in 1999 en 2000 werden de effecten onderzocht van dosering en toepassingstijdstip van groeiregulator Moddus op de legering en de zaadopbrengst van verschillende rassen Engels raaigras. Ook het effect van een verhoogde stikstofbemesting werd in de proeven meegenomen
    Onderstammenproef Elstar 044 94020
    Wertheim, S.J. - \ 2000
    Randwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector Fruit (FPO rapport nr. 2000/17) - 40
    appels - vruchtbomen - productiegroei - relatie tussen groei en oogst - onderstammen - cultivars - apples - fruit trees - production growth - growth yield relationship - rootstocks - cultivars
    Groeigrafieken van bomen ter bepaling van de opbrengstverandering door grondwaterstandswijzigingen
    Vroon, H.R.J. - \ 2000
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 36) - 31
    bossen - bomen - groei - opbrengsten - relatie tussen groei en oogst - beschadigingen door droogte - plant-water relaties - grondwaterstand - grondwaterspiegel - bodemchemie - bodemfysica - bodemwater - nederland - forests - trees - growth - yields - growth yield relationship - drought injury - plant water relations - groundwater level - water table - soil chemistry - soil physics - soil water - netherlands
    Alterra heeft een landelijk toepasbare reeks van groeigrafieken van bomen samengesteld, waarmee opbrengstveranderingen van bomen door een wijziging in de grondwaterstand kunnen worden bepaald. In de houtbijgroeigrafieken wordt de gemiddelde jaarlijksemaximale bijgroei gedurende de gehele omlooptijd van een bepaalde boomsoort per gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand afhankelijk gesteld van voedingstoestand, zuurgraad, vochtleverend vermogen en ontwateringstoestand. In totaal zijn er 9200 ASCII-tabellengegenereerd, waarmee het mogelijk is om bijvoorbeeld met behulp van het spreadsheetprogramma EXCEL op een eenvoudige wijze groeigrafieken te vervaardigen. Met behulp van deze reeks kunnen nu groeiveranderingen door een verandering in de grondwaterstand op gestandaardiseerde wijze worden gekwantificeerd.
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.