Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 65 / 65

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Global Heat Uptake by Inland Waters
    Vanderkelen, I. ; Lipzig, N.P.M. van; Lawrence, D.M. ; Droppers, B. ; Golub, M. ; Gosling, S.N. ; Janssen, A.B.G. ; Marcé, R. ; Müller Schmied, H. ; Perroud, M. ; Pierson, D. ; Pokhrel, Y. ; Satoh, Y. ; Schewe, J. ; Seneviratne, S.I. ; Stepanenko, V.M. ; Tan, Z. ; Woolway, R.I. ; Thiery, W. - \ 2020
    Geophysical Research Letters 47 (2020)12. - ISSN 0094-8276
    heat uptake - inland waters - lakes - reservoirs - rivers

    Heat uptake is a key variable for understanding the Earth system response to greenhouse gas forcing. Despite the importance of this heat budget, heat uptake by inland waters has so far not been quantified. Here we use a unique combination of global-scale lake models, global hydrological models and Earth system models to quantify global heat uptake by natural lakes, reservoirs, and rivers. The total net heat uptake by inland waters amounts to 2.6 ± 3.2 ×1020 J over the period 1900–2020, corresponding to 3.6% of the energy stored on land. The overall uptake is dominated by natural lakes (111.7%), followed by reservoir warming (2.3%). Rivers contribute negatively (-14%) due to a decreasing water volume. The thermal energy of water stored in artificial reservoirs exceeds inland water heat uptake by a factor ∼10.4. This first quantification underlines that the heat uptake by inland waters is relatively small, but non-negligible.

    Dioxines, dioxineachtige- en niet dioxineachtige PCB’s in rode aal uit Nederlandse binnenwateren : resultaten van 2016
    Leeuwen, S.P.J. van; Hoogenboom, L.A.P. ; Kotterman, M.J.J. - \ 2016
    Wageningen : RIKILT Wageningen University & Research (RIKILT-rapport 2016.016) - 33
    palingen - osteichthyes - monitoring - dioxinen - polychloorbifenylen - binnenwateren - besmetting - nederland - eels - osteichthyes - monitoring - dioxins - polychlorinated biphenyls - inland waters - contamination - netherlands
    In 2016 zijn in het kader van het monitoringsprogramma “Monitoring contaminanten ten behoeve van de Nederlandse sportvisserij” 14 zoetwaterlocaties en één zoutwater locatie bemonsterd. Hiervan liggen twaalf locaties binnen het voor aalvisserij gesloten gebied en voor de overige 3 locaties is de aalvisserij toegestaan. Alle locaties zijn in voorgaande jaren al bemonsterd, behalve de Weespertrekvaart, die voor het eerst is bemonsterd in 2016. Dit jaar is voor de bemonstering van grote alen rekening gehouden met het zwaartepunt van de beroepsmatige vangst, waardoor meestal iets grotere aal is bemonsterd (>53 cm) dan in voorgaande jaren (was >45 cm).
    Dioxines, dioxineachtige- en niet dioxineachtige PCB's in rode aal uit Nederlandse binnenwateren 2015
    Kotterman, M.J.J. ; Dam, G. ten; Hoogenboom, L.A.P. ; Leeuwen, Stefan van - \ 2016
    IMARES (Rapport / IMARES C016/16) - 28
    palingen - osteichthyes - monitoring - dioxinen - polychloorbifenylen - binnenwateren - besmetting - nederland - eels - osteichthyes - monitoring - dioxins - polychlorinated biphenyls - inland waters - contamination - netherlands
    In 2015 zijn in het kader van het monitoringsprogramma “Monitoring contaminanten ten behoeve van de Nederlandse sportvisserij” 15 zoetwaterlocaties en één zoutwater locatie in Nederland bemonsterd. Elf locaties liggen binnen het voor aalvisserij gesloten gebied, op de andere vijf locaties is de aalvisserij toegestaan. Van de gevangen rode alen zijn mengmonsters samengesteld voor de lengteklassen 30-40 cm en >45 cm en geanalyseerd op de aanwezigheid van dioxines, dioxineachtige-PCBs (dl-PCB’s) en niet-dioxineachtige PCB’s (ndl-PCB’s).
    Natuurambitie Grote Wateren en de uitvoering van het Deltaprogramma : inventarisatie van bestuurlijke en organisatorische aanknopingspunten
    Veraart, J.A. ; Fontein, R.J. ; Tol-Leenders, T.P. van - \ 2016
    Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2691) - 81
    waterbeheer - nederlandse wateren - binnenwateren - deltawerken - natuurbeheer - nederland - hoogwaterbeheersing - water management - dutch waters - inland waters - delta works - nature management - netherlands - flood control
    Dit rapport beschrijft de inhoudelijke, bestuurlijke en organisatorische overeenkomsten en verschillen tussen
    het Deltaprogramma (DP) en de Natuurambitie grote wateren (NAGW). Het doel van deze analyse was
    daarbij om kansrijke aanknopingspunten te identificeren die nuttig zijn voor het ministerie van Economische
    Zaken om het gedachtegoed uit de NAGW in te bedden bij de uitvoering van het Deltaprogramma. Daarnaast
    is gekeken in welke beleids- en uitvoeringstrajecten het relevant is om vanuit EZ deel te nemen met
    menskracht, kennisontwikkeling of cofinanciering. De analyse is gedaan voor het Rivierengebied, de
    Zuidwestelijke Delta (inclusief Rijnmond-Drechtsteden) en het IJsselmeergebied. De inhoudelijke samenhang
    is het grootst tussen DP en NAGW binnen rivierverruimingsprojecten, projecten die gedeeltelijk herstel van
    estuariene dynamiek beogen en projecten in het IJsselmeergebied die uitgaan van de ‘Building with Nature’-
    benadering. De MIRT en KRW Uitvoerings- en financieringsprogramma’s van het ministerie van IenM bieden
    meer aanknopingspunten dan het Hoogwaterbeschermingsprogramma voor de NAGW. Ook programma’s
    zoals LIFE en EFRO, die vaak worden gecoördineerd vanuit EZ, bieden kansen voor interdepartementale
    kennisontwikkeling samen met de regio’s.
    Decentraal aalbeheer in Friesland : een economische analyse
    Prins, H. ; Zaalmink, W. - \ 2015
    LEI Wageningen UR (Report / LEI Wageningen UR 2015-157) - 81
    binnenvisserij - palingen - european eels - anguilla - visserij - visvangsten - quota - visserijbeheer - economische ontwikkeling - friesland - nederland - binnenwateren - freshwater fisheries - eels - european eels - anguilla - fisheries - fish catches - quotas - fishery management - economic development - friesland - netherlands - inland waters
    Within the framework of the eel recovery plan, restrictive measures have been in force in Dutch eel fisheries since 2009. Since 2011, Frisian inland fishers, associated through the Frisian association of inland fishers (Friese Bond van Binnenvissers), have been experimenting with fishing quotas for eel. This approach is also known as 'decentralised eel management' (decentraal aalbeheer). This quota is in lieu of the statutory eel fisheries system, which includes a three-month period in which no eel may be fished. This report will explore the economic development of Frisian inland fisheries since 2007, as well as the question whether fishing quotas are economically viable.
    Actieve biologische Monitoring Zoete Rijkswateren: microverontreinigingen in zoetwatermosselen - 2015
    Kotterman, M.J.J. - \ 2014
    IJmuiden : IMARES (IMARES / Rapport C085/15) - 37
    monitoring - waterbeheer - waterbeleid - watersystemen - mytilidae - chemicaliën - biologische monitoring - microbiële besmetting - waterverontreiniging - mossels - binnenwateren - monitoring - water management - water policy - water systems - mytilidae - chemicals - biomonitoring - microbial contamination - water pollution - mussels - inland waters
    Rijkswaterstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is in 1992 gestart met de uitvoering van het monitoringprogramma “Monitoring Zoete Rijkswateren”. Dit vormt een onderdeel van de “Monitoring van de Waterstaatkundige Toestand des Lands” (MWTL). Doelstellingen van de metingen zijn: - het signaleren van langjarige ontwikkelingen in de biologische toestand van watersystemen (trend). - periodieke toetsing van de toestand aan criteria die voortvloeien uit de toegekende functies van wateren (controle). De opdracht is gebaseerd op het werkdocument “Actieve monitoring chemische stoffen zoetwatermosselen, projectplan chemisch meetnet MWTL 2014”, van 28 augustus 2014 en is uitgevoerd door IMARES. De uit te voeren werkzaamheden betroffen het bemonsteren van zoetwatermosselen en het analyseren van microverontreinigingen daarin. Dit rapport bevat zowel de analyseresultaten van quaggamosselen uit het oorspronkelijke onderzoek in 2014, als ook de resultaten van het aanvullende onderzoek betreffende driehoeksmosselen en quagga’s uit het Spaarne; op tijdstip 0 (niet uitgehangen) en tijdstip 1 (na uithangen, alleen locatie Keizersveer).
    Wettelijke Onderzoek Taken WOT-05 Visserijonderzoek: Werksafspraken en werkplan 2015
    Verver, S.W. - \ 2014
    IJmuiden : Centrum voor Visserijonderzoek (CVO rapport 14.006)
    visserijbeleid - visserij - zeevisserij - kustwateren - aquacultuur - binnenwateren - visserijbeheer - visstand - bijvangst - statistiek - monitoring - onderzoek - duurzaamheid (sustainability) - recreatieactiviteiten - palingen - schaaldieren - fishery policy - fisheries - marine fisheries - coastal water - aquaculture - inland waters - fishery management - fish stocks - bycatch - statistics - monitoring - research - sustainability - recreational activities - eels - shellfish
    Dit rapport beschrijft het werkplan voor 2015 van cluster WOT-05 Visserijonderzoek van Wageningen UR. Wageningen UR voert voor het Ministerie van Economische Zaken (EZ) een aantal programma’s met Wettelijke Onderzoek Taken (WOT) uit. Binnen WOT-05 worden Wettelijke Onderzoek Taken uitgevoerd die betrekking hebben op het beheer van de visserij op zee, in Nederlandse kust- en binnenwateren en de aquacultuur. Het werkplan is een uitwerking van de Uitvoeringsovereenkomst tussen het Ministerie van EZ en de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO), onderdeel van Wageningen UR, voor diensten vanwege wettelijke taken op het terrein van visserijonderzoek voor de periode 2011-2015. Bij deze uitvoerings-overeenkomst zijn voor deze periode werkafspraken gemaakt welke de basis vormen voor de jaarlijkse werkplannen. Daarnaast zijn in deze overeenkomst afspraken gemaakt over de KennisBasis (KBWOT) die specifiek aan dit programma is gekoppeld.
    Klimaatverandering: Risico's en kansen voor de Nederlandse visserij- en aquacultuursector
    Rijnsdorp, A.D. ; Buisman, E. ; Beukers, R. ; Deerenberg, C.M. ; Graaf, M. de; Kamermans, P. ; Poelman, M. ; Teal, L.R. ; Turenhout, M.N.J. - \ 2014
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C096/14) - 69
    visserij - visstand - aquatische ecologie - klimaatverandering - inventarisaties - noordzee - binnenwateren - fisheries - fish stocks - aquatic ecology - climatic change - inventories - north sea - inland waters
    Dit rapport presenteert de resultaten van een studie naar de effecten van klimaatveranderingen voor de Nederlandse vissector tot 2050. De studie is gebaseerd op beschikbare literatuur en getoetst in een bijeenkomst met stakeholders. Het rapport behandelt achtereenvolgens de visserij op wilde bestanden (pelagische visserij, kottervisserij, schelpdiervisserij, binnenvisserij en recreatieve visserij), de aquacultuur (schelpdieren, vis) en visconsumptie. De risico’s en kansen worden primair bepaald door de effecten van klimaatverandering op de productiviteit van de visbestanden. Operationele aspecten spelen een rol bij de ruimtelijke inperking van de visserijmogelijkheden door het toenemend ruimtebeslag van windmolenparken, en mogelijk door het risico op stormschade.
    Inpassen of verdringen? Ongewervelde exoten in zoetwaterecosystemen
    Verdonschot, R.C.M. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2014
    De Levende Natuur 115 (2014)2. - ISSN 0024-1520 - p. 49 - 56.
    aquatische ecosystemen - fauna - limnologie - zoet water - invasieve exoten - binnenwateren - inventarisaties - aquatic ecosystems - limnology - fresh water - invasive alien species - inland waters - inventories
    In zoete wateren zijn vaak ongewervelde exoten te vinden. Maar zijn er eigenlijk verschillen tussen watertypen en zo ja, waardoor worden deze veroorzaakt? En welke impact hebben exoten per watertype? Eén van de manieren om die impact af te leiden is te kijken naar veranderingen in doel- en kenmerkende soorten binnen een levensgemeenschap, als maat voor het ‘natuurlijk’ functioneren van het systeem. Is er sprake van verdringing, predatie of zijn er negatieve veranderingen in het ecosysteem, dan zullen karakteristieke soorten verdwijnen. Is dat niet het geval dan is er eerder sprake van inpassing. Om hier inzicht in te krijgen, zijn 30 jaar monitoringsdata van de Nederlandse binnenwateren geanalyseerd. Wat betekent deze analyse voor het beheer?
    Actieve biologische Monitoring Zoete rijkswateren: microverontreinigingen in zoetwatermosselen - 2013
    Hoek-van Nieuwenhuizen, M. van - \ 2014
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C058/14) - 32
    mossels - waterverontreiniging - ecotoxicologie - binnenwateren - hollandsch diep - volkerak-zoommeer - rijn - rijnmondgebied - mussels - water pollution - ecotoxicology - inland waters - hollandsch diep - volkerak-zoommeer - river rhine - rijnmondgebied
    In het kader van de Monitoring chemische stoffen in Zoetwatermosselen is in 2013 wederom een actieve biologische monitoring (ABM) uitgevoerd in een aantal zoete Rijkswateren. In dit rapport worden de analyseresultaten van het monotoringprogramma 2013 gerapporteerd. De volgende vijf locaties zijn in 2013 bemonsterd: - Haringvliet – Haringvlietsluis - Hollands Diep – Bovensluis - Volkerak – Steenbergen - Bijlandsch kanaal (Rijn) – ponton Lobith - Nieuwe Waterweg - Maassluis
    Verontreiniging Nederlandse schieraal 2009-2010 : onderzoek naar dioxines, PCB’s, organochloorverbindingen en gebromeerde vlamvertragers (PBDE’s) in schieraal uit Friese meren en het rivierengebied
    Lee, M.K. van der; Leeuwen, S.P.J. van; Nieuwenhuizen-Hoek, M. van; Kotterman, M.J.J. ; Hoogenboom, L.A.P. - \ 2013
    Wageningen [etc.] : RIKILT [etc.] (RIKILT-report 2013.004) - 29
    palingen - european eels - dioxinen - ecotoxicologie - binnenwateren - meren - friesland - biesbosch - eels - european eels - dioxins - ecotoxicology - inland waters - lakes - friesland - biesbosch
    Deze studie laat zien dat schieraal uit het rivierengebied in hoge mate verontreinigd is met een aantal contaminanten en de norm voor dioxines en dioxineachtige PCB's sterk overschrijdt. Schieraal uit de Friese meren is veel minder gecontamineerd en voldoet wel aan de normen.
    Schone consumptie aal door groeiverdunning van kleine wilde aal
    Kotterman, M.J.J. ; Bierman, S.M. - \ 2013
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C015/13) - 32
    european eels - palingen - voedselveiligheid - groei - gewicht - polychloorbifenylen - binnenwateren - waterverontreiniging - european eels - eels - food safety - growth - weight - polychlorinated biphenyls - inland waters - water pollution
    Dit rapport beschrijft hoe kleine wilde aal, gevangen in de gesloten gebieden, kan uitgroeien tot grote aal die aan de consumptie-normen voldoet. Door groei van een aal onder schone omstandigheden neemt de biomassa toe, maar de hoeveelheid verontreiniging in de aal niet of nauwelijks. Het nettoresultaat is een veel lagere concentratie in het aalvlees, dit proces heet groeiverdunning.
    Dioxines en PCB's in rode aal uit Nederlandse binnenwateren: resultaten tussen 2006 en 2012
    Leeuwen, S.P.J. van; Kotterman, M.J.J. ; Hoek-van Nieuwenhuizen, M. van; Lee, M.K. van der; Hoogenboom, L.A.P. - \ 2013
    Wageningen : RIKILT Wageningen UR (Rapport / RIKILT 2013.010) - 73
    palingen - waterverontreiniging - ecotoxicologie - dioxinen - meren - binnenwateren - rivierengebied - ijsselmeer - friesland - eels - water pollution - ecotoxicology - dioxins - lakes - inland waters - rivierengebied - lake ijssel - friesland
    Aal (ook bekend als Europese paling - Anguilla) wordt beroepsmatig bevist en op de markt gebracht. Contaminanten zoals dioxines en polychloorbifenylen (PCB's) worden aangetoond in aal uit de Nederlandse wateren. Normoverschrijdende dioxine- en PCB-gehalten in rode aal uit de grote rivieren en het benedenrivierengebied hebben in 2011 geleid tot sluiting van deze gebieden voor de aalvangst. In schonere wateren zoals het IJsselmeer en de Friese meren is aalvangst wel toegestaan.
    Actieve biologische Monitoring Zoete Rijkswateren: microverontreinigingen in zoetwatermosselen - 2012
    Hoek-van Nieuwenhuizen, M. van - \ 2013
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C119/13) - 30
    waterkwaliteit - biologische monitoring - binnenwateren - water quality - biomonitoring - inland waters
    In dit rapport worden de analyseresultaten van de monitoring over het jaar 2012 gerapporteerd. DE volgende locaties zijn bemonsterd: Twentekanaal (Eefde - boven), Amsterdam-Rijnkanaal (Loenen), Noordzeekanaal (Amsterdam), Ketelmeer (west), Randmeren oost (Wolderwijd, De Zegge) en Randmeren zuid (Eemmeer, De Dode Hond)
    Dioxines en PCB's in Chinese wolhandkrab
    Leeuwen, S.P.J. van; Kotterman, M.J.J. ; Lee, M.K. van der; Hoogenboom, L.A.P. - \ 2013
    Wageningen : Rikilt - Institute of Food Safety (Report / RIKILT, Institute of Food Safety 2013.005) - 21
    krabben (schaaldieren) - dioxinen - polychloorbifenylen - ecotoxicologie - zware metalen - binnenwateren - crabs - dioxins - polychlorinated biphenyls - ecotoxicology - heavy metals - inland waters
    Onderzoek naar contaminanten in Chinese wolhandkrab.
    Harbour seals (Phoca vitulina) in Dutch inland waters: an overview of reported sightings and some first data on diet
    Verheyen, D.A.M. ; Verdaat, J.P. ; Ijzer, J. ; Brasseur, S.M.J.M. ; Leopold, M.F. - \ 2012
    Lutra 55 (2012)2. - ISSN 0024-7634 - p. 89 - 99.
    phoca vitulina - zeehonden - binnenwateren - monitoring - voedingsgedrag - zuidwest-nederland - oosterschelde - phoca vitulina - seals - inland waters - monitoring - feeding behaviour - south-west netherlands - eastern scheldt
    In the Netherlands, harbour seals (Phoca vitulina) inhabit all marine waters, including estuaries and the lower tidal parts of rivers. However, by damming most of the inland waters, these inland habitats became less accesible. Yet seals still venture inland, negotiating a range of man-made barriers. The seals move through devices that discharge water into the sea, or use shipping locks to reach inland waters
    Contaminanten in schubvis : onderzoek naar dioxines, PCB's en zware metalen in shubvis
    Lee, M.K. van der; Leeuwen, S.P.J. van; Nieuwenhuizen-Hoek, M. van; Kotterman, M.J.J. ; Hoogenboom, L.A.P. - \ 2012
    Wageningen [etc.] : RIKILT [etc.] (Rapport / RIKILT - Instituut voor Voedselveiligheid 2012.011) - 16
    vissen - dioxinen - zware metalen - binnenwateren - bioaccumulatie - waterverontreiniging - aquatische ecologie - monitoring - fishes - dioxins - heavy metals - inland waters - bioaccumulation - water pollution - aquatic ecology - monitoring
    Voor het in kaart brengen van de vervuiling van schubvis met dioxines, dioxineachtige PCB's en niet dioxineachtige PCB's en zware metalen zijn op 10 locaties in Nederland brasem, voorn en snoekbaars bemonsterd en geanalyseerd. De resultaten laten zien dat de gehalten dioxines voor alle soorten onder de geldende Europese norm liggen. Hetzelfde geldt voor de gehalten aan zware metalen. Brasem gevangen in de Nieuwe Maas bij Pernis was het meest gecontamineerd en benadert de norm
    Contaminanten in Chinese wolhandkrab : onderzoek naar dioxines, PCB's en zware metalen in Chinese wolhandkrab
    Lee, M.K. van der; Leeuwen, S.P.J. van; Kotterman, M.J.J. ; Hoogenboom, L.A.P. - \ 2012
    Wageningen : RIKILT (Rapport / RIKILT 2012.010) - 25
    krabben (schaaldieren) - dioxinen - polychloorbifenylen - zware metalen - waterverontreiniging - binnenwateren - ecotoxicologie - analytische methoden - nederland - crabs - dioxins - polychlorinated biphenyls - heavy metals - water pollution - inland waters - ecotoxicology - analytical methods - netherlands
    Dit onderzoek heeft tot doel om (a) in beeld te brengen wat de mate van vervuiling is van de Chinese wolhandkrab (WHK) uit diverse Nederlandse oppervlaktewateren (met name locaties die in de voor visserij gesloten gebieden liggen) en (b) hoe de contaminanten verdeeld zijn over enerzijds het vlees in de poten en anderzijds het vlees en de organen in het lijf van de WHK. Naast bovenstaande doelstellingen wordt er in dit rapport ook rekenkundig een schatting gemaakt van de contaminantgehaltes op basis van de gehele krab (vlees uit poten en lijf tezamen).
    Geen hoofdrol nutriënten in de afname van witvis in de Nederlandse binnenwateren
    Besseling, E. ; Hein, L.G. - \ 2011
    H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 44 (2011)17. - ISSN 0166-8439 - p. 37 - 39.
    visstand - biomassa - populatiedichtheid - binnenwateren - randmeren - eutrofiëring - predatoren - fish stocks - biomass - population density - inland waters - randmeren - eutrophication - predators
    Dit artikel geeft een overzicht van de verandering van witvisbestanden in een aantal Nederlandse binnenwateren en bespreekt de mogelijke oorzaken van deze veranderingen. Deze analyse geeft aan dat de vispopulaties van vier grote Nederlandse binnenwateren onder druk staan van met name de visserij. De invloed van andere factoren, voornamelijk actief biologisch beheer en een toename van het aantal aalscholvers, lijkt kleiner en verschilt per meer. Vermindering van de nutriëntenconcentraties in het water vormt niet de hoofdoorzaak van de afname van witvis.
    Allied attack: climate change and eutrophication
    Moss, B. ; Kosten, S. ; Meerhoff, M. ; Battarbee, R.W. ; Jeppesen, E. ; Mazzeo, N. ; Havens, K. ; Lacerot, G. ; Liu, Z. ; Meester, L. de; Paerl, H. ; Scheffer, M. - \ 2011
    Inland Waters : Journal of the International Society of Limnology 1 (2011)2. - ISSN 2044-2041 - p. 101 - 105.
    voedingsstoffen - eutrofiëring - zoetwaterecologie - kustwateren - klimaatverandering - binnenwateren - meren - waterplanten - nutrients - eutrophication - freshwater ecology - coastal water - climatic change - inland waters - lakes - aquatic plants - shallow lakes - community structure - organic-carbon - temperature - zooplankton - methane - mesocosms - ecosystem - blooms - mineralization
    Global warming and eutrophication in fresh and coastal waters may mutually reinforce the symptoms they express and thus the problems they cause
    Uittrek schieraal gesloten gebieden
    Graaf, M. de; Bierman, S.M. ; Wolfshaar, K.E. van de - \ 2011
    IJmuiden : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C121/11) - 40
    palingen - anguilla - vismigratie - european eels - populatie-aanwas - inventarisaties - binnenwateren - eels - anguilla - fish migration - european eels - recruitment - inventories - inland waters
    Schieraal migreert naar de Sargasso Zee om zich voort te planten. De aallarven drijven vervolgens met de stroming de Atlantische oceaan over naar Europa en verspreiden zich over de Nederlandse binnenwateren via b.v. de Nieuwe waterweg of de sluizen in de Afsluitdijk. De aal verblijft als rode aal vijf tot vijftien jaar in Nederland voordat de rode aal een transformatie tot schieraal ondergaat en weer naar de Sargasso Zee trekt om te paaien. De hoeveelheid uittrekkende schieraal vanuit Nederland is dus afhankelijk van de aanwas aan glasaal en de hoeveelheid natuurlijke (predatie, ziekte) en antropogene (gemalen, WKCs, visserij) sterfte gedurende het lange verblijf in de binnenwateren.
    Jaarrapportage Passieve Vismonitoring Zoete Rijkswateren: fuik- en zalmsteekregistraties in 2010
    Wiegerinck, J.A.M. ; Boois, I.J. de; Keeken, O.A. van; Willigen, J.A. van - \ 2011
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C045/11) - 66
    visstand - vissen - monitoring - binnenwateren - fish stocks - fishes - monitoring - inland waters
    In dit rapport worden de gegevens van de passieve monitoring van de visstand in de zoete rijkswateren, die in 2010 zijn verzameld, gepresenteerd. Voor de passieve monitoring wordt op 31 locaties, normaliter in de periode april tot en met november, door beroepsvissers hun vangst op twee manieren geregistreerd. In 2010 zijn binnen de passieve monitoring in totaal 35 inheemse zoetwatervissoorten waargenomen.
    Evaluatie van effecten van een visserij op pootaal in het rivierengebied op de ontwikkeling van de bovenstroomse aal populatie en de aaldoelstellingen
    Bierman, S.M. ; Graaf, M. de - \ 2011
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C006/11) - 20
    palingen - european eels - visbestand - visserij - binnenwateren - ecotoxicologie - dioxinen - polychloorbifenylen - voedselveiligheid - eels - european eels - fishery resources - fisheries - inland waters - ecotoxicology - dioxins - polychlorinated biphenyls - food safety
    Aal uit het gebied van de benedenrivieren bevat hoge gehalten aan contaminanten, waaronder dioxine en dioxineachtige pcb's, zodanig veel dat deze aal op basis van de warenwet niet in de markt mag worden afgezet. Aalvissers uit het benedenrivierengebied hebben het idee om op pootaal (aal met lengten kleiner dan de geldende minimum aanlandingsmaat) te gaan vissen, en deze aal als commercieel product te verkopen aan andere aalvissers zodat deze kan worden uitgezet in schone wateren voor verdere opgroei tot een verkoopbaar product wat wel aan de voedselveiligheidsnormen voldoet.
    PFOS en dioxinen, dioxine-achtige en indicator PCB's in schelpdierweefsel (Rangia Cuneata)
    Hoek-van Nieuwenhuizen, M. van; Kaag, N.H.B.M. - \ 2010
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR no. C003/10) - 23
    schaaldieren - waterkwaliteit - polychloorbifenylen - binnenwateren - ecotoxicologie - noord-holland - shellfish - water quality - polychlorinated biphenyls - inland waters - ecotoxicology - noord-holland
    PFOS wordt niet meer geproduceerd, maar is het afbraakproduct van gefluoreerde alkanen die veelvuldig gebruikt zijn als water/vuil afstotend middel bij diverse producten, zoals verpakkingsmaterialen, tapijten, textiel, leerbescherming en in blusmiddelen. De stof PFOS is persistent en doordat het sterk accumulerende eigenschappen heeft kan het in hoge concentraties aangetroffen worden in consumptievis. Rijkswaterstaat, Dienst Noord-Holland, heeft IMARES in november 2009 gevraagd chemische analyses van PFOS en dioxinen, dioxineachtige en indicator PCB’s uit te voeren in schelpdieren (Rangia Cuneata), afkomstig uit Zijkanaal C, Zijkanaal F en Voorzaan. De analyse van PFOS is uitgevoerd door IMARES, de analyse van dioxinen, dioxineachtige en indicator PCB’s is uitgevoerd door het RIKILT.
    Herstel van de aalstand II : bouwen aan een beheerplan : het streefbeeld, de huidige uittrek, een nadere verkenning van de mogelijke maatregelen en een protocol voor het uitzetten van aal
    Klein Breteler, J.G.P. - \ 2009
    Utrecht : VIVION - 118 p.
    visserijbeleid - visserij - palingen - european eels - visstand - aquatische ecologie - binnenwateren - fishery policy - fisheries - eels - european eels - fish stocks - aquatic ecology - inland waters
    Vooruitlopend op en ter ondersteuning van het Nederlandse Aalbeheersplan is in dit rapport een streefbeeld voor de uittrek van schieraal opgesteld, de huidige uittrek van schieraal is ingeschat, effecten, kosten en risico’s van een groot aantal maatregelen zijn nader verkend en er is een protocol/richtlijn voor het uitzetten van glasaal en in aquacultuur voorgestrekte aal opgesteld. Het streefbeeld voor de uittrek van schieraal, halverwege de vorige eeuw, bedraagt minimaal 15.000 ton (grootte orde) indien uitgegaan wordt van het toenmalige zoete IJsselmeer met inpolderingen. Indien van de voormalige Zuiderzee wordt uitgegaan, dan is dit 10.000 ton. De uittrek van schieraal uit Nederland moet ingevolge de Aalverordening 40% daarvan bedragen, dus 6.000 tot 4.000 ton. De huidige uittrek van schieraal wordt op in totaal 400 ton (grootte orde) geschat, waarvan ongeveer de helft afkomstig is van bovenstroomse gebieden van voornamelijk de Rijn
    Verontreiniging rode aal Nederlandse binnenwateren : monitoring voor sportvisserij 2004-2008
    Lee, M.K. van der; Traag, W.A. ; Hoek, M. van der; Kotterman, M.J.J. ; Hoogenboom, L.A.P. - \ 2009
    Wageningen : RIKILT (Rapport / RIKILT 2009.011)
    european eels - ecotoxicologie - waterverontreiniging - sportvissen - dioxinen - binnenwateren - visvangsten - european eels - ecotoxicology - water pollution - game fishes - dioxins - inland waters - fish catches
    Rode aal, ook bekend als Europese paling (Anguilla anguilla) werd gebruikt als bioindicator binnen het monitoringsprogramma 'verontreiniging in vis uit de Nederlandse binnenwateren'. In de afgelopen 5 jaar zijn 65 mengmonsters rode aal met een lengte van 30-40 cm onderzocht op de aanwezigheid van dioxines en dioxineachtige PCB's. Deze alen zijn afkomstig van 38 locaties uit de nederlandse binnenwateren. In 54% van de onderzochte alen zijn normoverschrijdende gehaltes dioxines en / of dioxine-achtige PCB's aangetoond. Aal uit de Roer, Dordsche Biesbosch, Amer, Hollands Diep en verschillende locaties in de grote rivieren is sterk vervuild. In 2007 werd specifiek gekeken naar 40 individuele schieralen gevangen in het Haringvliet. In dit stadium trekt deze relatief oude aal naar zee om zich voort te planten in de Sagossozee.
    Levensstrategieën van exoten in Nederlandse binnenwateren : een verkennende studie
    Paulissen, M.P.C.P. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2007
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1496) - 117
    invasies - soorten - zoetwaterecologie - aquatisch milieu - monitoring - nederland - aquatische ecosystemen - binnenwateren - invasions - species - freshwater ecology - aquatic environment - monitoring - netherlands - aquatic ecosystems - inland waters
    Natuur- en waterbeheerders zouden de presentie en abundantie van reeds aanwezige en nieuw gesignaleerde aquatische exoten systematisch moeten gaan monitoren ingepast in de reguliere meetnetten van waterbeheerders, waarbij regelmatig trendanalyses worden uitgevoerd. Hierdoor kan het (potentiële) binnendringen van invasieve uitheemse soorten vroegtijdig worden gesignaleerd. Dit verkleint de kans op kostbare ingrepen achteraf om economische of ecologische schade te herstellen. Op basis van literatuuronderzoek is een voor de praktijk werkbare definitie van de term exoot opgesteld. Een exoot is een soort (of ondersoort) die door toedoen van menselijk handelen, in brede zin, buiten zijn natuurlijke areaal voorkomt én die zijn nieuwe leefgebied niet op eigen kracht had kunnen bereiken op een (menselijke) tijdsschaal van tientallen tot enkele honderden jaren. Onderscheid is verder gemaakt tussen invasieve en niet-invasieve exoten en het belang van verspreidingsstatus en vectortype is aangegeven. Er is een exotenlijst voor het zoete water in Nederland met betrekking tot de organismegroepen: macrofyten, macrofauna en vissen opgesteld
    Onderzoek naar dioxines, dioxine achtige PCB's en indicator-PCB's in paling uit Nederlandse binnenwateren
    Hoogenboom, L.A.P. ; Kotterman, M.J.J. ; Hoek-van Nieuwenhuizen, M. van; Lee, M.K. van der; Traag, W.A. - \ 2007
    Wageningen : RIKILT (Rapport / RIKILT 2007.003) - 32
    palingen - waterverontreiniging - dioxinen - polychloorbifenylen - nederland - kennis - binnenwateren - ecotoxicologie - eels - water pollution - dioxins - polychlorinated biphenyls - netherlands - knowledge - inland waters - ecotoxicology
    In deze inventariserende studie werden 62 monsters paling uit open water onderzocht op dioxines en PCB’s, afkomstig van 22 verschillende locaties en in meerderheid gebieden waar hoge gehaltes verwacht werden.
    Het bepalen van microverontreinigingen en metalen in aal uit Ilperveld
    Leslie, H.A. - \ 2006
    IJmuiden : IMARES (Rapport / Nederlands Instituut voor Visser Onderzoek (RIVO) C003/06) - 8
    vissen - palingen - waterverontreiniging - binnenwateren - waterbodems - ecotoxicologie - noord-holland - fishes - eels - water pollution - inland waters - water bottoms - ecotoxicology - noord-holland
    Microverontreinigingen en metalen zijn gemeten in waterbodems van Ilperveld, waar ook aal gevangen wordt. Omdat deze vissen voor humane consumptie gebruikt worden, is het van belang om inzicht te krijgen in de gehaltes van verontreiniging in de aal uit dit gebied
    Biologische monitoring zoete rijkswateren: microverontreinigingen in driehoeksmosselen, 2005
    Kotterman, M.J.J. - \ 2006
    IJmuiden : RIVO (Rapport / Wageningen IMARES C033/06) - 31
    mossels - toxicologie - polychloorbifenylen - cadmium - zoet water - kanalen - monitoring - binnenwateren - ecotoxicologie - mussels - toxicology - polychlorinated biphenyls - cadmium - fresh water - canals - monitoring - inland waters - ecotoxicology
    In het kader van de Biologische Monitoring Zoete Rijkswateren is in 2005 een actieve biologische monitoring (ABM) onderzoek uitgevoerd met driehoeksmosselen (Dreissena polymorpha) in een aantal zoete rijkswateren. Het betreft een uitvoering van het deelproject "Microverontreinigingen in driehoeksmosselen 2003-2005” dat in opdracht van RIZA Lelystad wordt uitgevoerd door het RIVO te IJmuiden. In vrijwel alle gevallen was de concentratie van de onderzochte contaminanten na zes weken expositie toegenomen in de uitgehangen mosselen in vergelijking met het uitgangsmateriaal (Zeughoek, IJsselmeer), behalve voor cadmium in de Hollandse IJssel en het Twentekanaal. PCB’s en OCP in IJsselmeer. De toename in concentratie van bepaalde stoffen, bv PAKs en PCBs was op locaties als het Kanaal Gent Terneuzen enorm. Voor alle in 2005 onderzochte locaties werd de HC5 voor cadmium nog steeds overschreden tot een ernstig risiconiveau voor mosseletende hogere organismen. Opmerkelijk is dat ook in de Zeughoek in het IJsselmeer sprake is van een ernstig risico voor mosseletende hogere organismen. Het cadmiumgehalte in het Twentekanaal en de Hollandse IJssel was zelfs iets lager dan in de Zeughoek.
    Jaarrapportage passieve vismonitoring zoete rijkswateren: fuik- en zalmsteekregistraties in 2005
    Patberg, W. ; Boois, I.J. de; Winter, H.V. ; Wiegerinck, J.A.M. - \ 2006
    IJmuiden : RIVO (Rapport / Wageningen IMARES C033/06) - 48
    zoetwaterecologie - zoetwatervissen - visserij - palingen - vangstsamenstelling - registratie - binnenwateren - binnenvisserij - bijvangst - nederlandse wateren - freshwater ecology - freshwater fishes - fisheries - eels - catch composition - registration - inland waters - freshwater fisheries - bycatch - dutch waters
    In de zoete rijkswateren wordt op 29 locaties van de commerciële fuikenvisserij op paling door beroepsvissers een vangstregistratie bijgehouden over het gehele seizoen (april-november). Naast de doelsoort paling worden ook van de andere bijgevangen vissoorten de aantallen en lengtes bepaald. Deze monitoring wordt vanaf 1993 uitgevoerd. Een ander onderdeel binnen de passieve monitoring is de zalmsteekregistratie. Hierbij worden op vier locaties in de Rijn en Maas met traditionele grofmazige fuiken (zalmsteken) in de zomer en de herfst gericht gevist op riviertrekvissen als zalm en zeeforel. Deze monitoring wordt vanaf 1994 uitgevoerd. Tezamen vormen deze de ‘passieve vismonitoring zoete rijkswateren’, die in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, RIZA wordt uitgevoerd om trends en ontwikkelingen in de visstand te volgen ten behoeve van beheers- en beleidsontwikkeling en evaluatie van getroffen maatregelen. Daarbij speelt de EU-Kaderrichtlijn Water en de EU-Habitatrichtlijn een steeds belangrijkere rol. In dit rapport worden de in 2005 verzamelde gegevens gepresenteerd. Alle gegevens zijn ingevoerd, gecontroleerd en beschikbaar in de centrale RIVO database FRISBE en kan daarmee worden ingezet voor andere projecten en evaluaties.
    Verontreinigingen in aal en snoekbaars: monitorprogramma ten behoeve van de Nederlandse sportvisserij 2004
    Pieters, H. ; Leeuwen, S.P.J. van; Boer, J. de - \ 2005
    IJmuiden : RIVO (Rapport / Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek (RIVO) nr. CO53/05) - 21
    sportvissen - aquatische ecologie - waterverontreiniging - toxicologie - monitoring - ecotoxicologie - vissen - pesticiden - binnenwateren - game fishes - aquatic ecology - water pollution - toxicology - monitoring - ecotoxicology - fishes - pesticides - inland waters
    In opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt sinds een aantal jaren een monitorprogramma uitgevoerd dat gericht is op de verontreiniging van door sportvissers meegenomen vis met contaminanten als polychloorbifenylen (PCBs), organochloor-pesticiden (OCPs) en kwik. Deze contaminanten worden bepaald in rode aal (Anguilla anguilla ) afkomstig van 23 locaties in het Nederlandse binnenwater. De resultaten worden jaarlijks gerapporteerd aan de databank van het Kwaliteitsprogramma Agrarische Producten (KAP). In 2004 is van twee locaties een monster snoekbaars verkregen of bemonsterd, te weten het IJsselmeer en het Hollands Diep. De bemonstering van 25 stuks snoekbaars bij enkele hengelsportwedstrijden was enkele jaren geleden nog mogelijk, maar stuit op steeds grotere bezwaren van de sportvissers. In dit rapport konden daarom slechts van twee locaties de kwikgehalten in snoekbaars vermeld worden
    Biologische Montoring Zoete Rijkswateren: Microverontreinigingen in rode aal - 2004
    Pieters, H. ; Kotterman, M.J.J. - \ 2005
    onbekend : RIVO Milieu en Voedselveiligheid (Rapport / Nederlands Instituut voor Visserijonderzoek (RIVO) C007/05) - 49
    vissen - palingen - european eels - waterverontreiniging - micro-elementen - zoet water - nederland - ecotoxicologie - binnenwateren - fishes - eels - european eels - water pollution - minor elements - fresh water - netherlands - ecotoxicology - inland waters
    Het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA) van het Ministerie van RWS is in 1992 gestart met de uitvoering van het monitoringprogramma "Biologische Monitoring Zoete Rijkswateren". Dit vormt weer een onderdeel van "Monitoring van de Waterstaatkundige Toestand des lands" (MWTL). Doelstellingen van de metingen zijn: 1. signaleren van langjarige ontwikkelingen in de biologische toestand van watersystemen (trend) 2. periodieke toetsing van de toestand aan criteria die voortvloeien uit de toegekende functies van wateren (controle). Een deelproject van de Biologische Monitoring Zoete Rijkswateren heeft als werktitel "Microverontreinigingen in rode aal (Anguilla anguilla L.)" en is in de periode 1992 t/m 2004 uitgevoerd door het RIVO. Het hier genoemde rapport beschrijft de situatie in 2004.
    STOWA-systeem voor de ecologische beoordeling van brakke, binnendijkse wateren
    Dam, H. van; Gotjé, W. ; Franken, R. ; Ietswaart, T. - \ 2002
    H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 35 (2002). - ISSN 0166-8439 - p. 6 - 25.
    oppervlaktewater - brakwater - zoutgehalte - kwaliteit - waterkwaliteit - ecologie - beoordeling - evaluatie - karakterisering - karakteristieken - classificatie - hydrobiologie - aquatisch milieu - ecohydrologie - binnenwateren - aquatische ecosystemen - ecologische beoordeling - surface water - brackish water - salinity - quality - water quality - ecology - assessment - evaluation - characterization - characteristics - classification - hydrobiology - aquatic environment - ecohydrology - inland waters - aquatic ecosystems - ecological assessment
    UItleg over een nieuw ecologisch beoordelingssysteem voor brakke binnenwateren, aansluitend bij de al bestaande STOWA-beoordelingssystemen voor andere watertypen. Op grond van het ecologisch functioneren en een geformuleerd ecologisch streefbeeld worden beïnvloedingsfactoren, karakteristieken en maatstaven onderscheiden, waarmee voor verschillende hoofdtypen en subtypen brakke binnenwateren een ecologisch profiel kan worden opgesteld. Zowel het zoutgehalte als de dynamiek blijken belangrijke differentiërende factoren tussen brakwatersystemen; morfologie en voedselrijkdom spelen een ondergeschikte rol
    Nutriënten in stromende wateren; overzicht van normen
    Verdonschot, P.F.M. ; Nijboer, R.C. ; Higler, L.W.G. - \ 2002
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 516b) - 60
    voedingsstoffen - open water - rivierafvoer - waterstroming - waterverontreiniging - kwaliteitsnormen - binnenwateren - beken - milieu - normstelling - nutriënten - oppervlaktewater - nutrients - open water - stream flow - water flow - water pollution - quality standards - inland waters
    Dit rapport geeft een overzicht van normen voor beken. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van het project Typegerichte normstelling en stroomgebiedbenadering. Allereerst zijn bestaande normen voor nutriënten in stromende wateren bijeengebracht. Vervolgens zijn meetwaarden van nutriënten in de meer natuurlijke beken en de referentietoestanden van beken in binnen- en buitenland verzameld. Bestaande normen en meetwaarden zijn vervolgens op rekenkundige wijze bewerkt. Uit dit resultaat zijn voorstellen afgeleid voor de normstelling van nutriënten in beken en beektypen. Er worden aanbevelingen gedaan ter verbetering van het proces van normstelling.
    The attenuation of ultraviolet and visible radiation in Dutch inland waters
    Lange, H.J. de - \ 2000
    Aquatic Ecology 34 (2000). - ISSN 1386-2588 - p. 215 - 226.
    absorptiegraad - chlorofyl - organische verbindingen - koolstof - humuszuren - ultraviolette straling - lichtpenetratie - oppervlaktewater - binnenwateren - absorbance - chlorophyll - organic compounds - carbon - humic acids - ultraviolet radiation - light penetration - surface water - inland waters
    Natte ecologische structuur in het Gelders Rivierengebied
    Verdonschot, P.F.M. ; Glopper, A. de; Kierkels, H. - \ 1999
    H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 32 (1999)10. - ISSN 0166-8439 - p. 21 - 23.
    natuurbescherming - herstel - waterbeheer - oppervlaktewater - wetlands - polders - aquatisch milieu - ecologie - hydrologie - natuur - natuurtechniek - binnenwateren - aquatische ecosystemen - ecohydrologie - gelderland - ecologische hoofdstructuur - nature conservation - rehabilitation - water management - surface water - wetlands - polders - aquatic environment - ecology - hydrology - nature - ecological engineering - inland waters - aquatic ecosystems - ecohydrology - gelderland - ecological network
    Uitleg over de methodiek van het project 'Natte Ecologische Structuur', dat zich richt op de binnendijkse natuur (wateren en natte gebieden). In een netwerkbenadering worden de relaties tussen hoofdtypen, ontwikkelingsstadia, streefbeelden, omgevingsfactoren en sturende factoren beschreven. Doel is inzichtelijk te maken hoe en welke aquatische en waterafhankelijke grondgebonden natuurwaarden in het Gelders rivierengebied gemakkelijk vanuit het waterbeheer gehandhaafd en hersteld kunnen worden. Het NES-netwerk is vooralsnog alleen toepasbaar voor wateren, en niet voor natte landnatuur
    Contaminant variability in a sedimentation area of the river Rhine = Variabiliteit van verontreinigingen in een sedimentatiegebied van de Rijn
    Winkels, H.J. - \ 1997
    Agricultural University. Promotor(en): S.B. Kroonenberg; L. Lijklema. - Lelystad : Directoraat Generaal Rijkswaterstaat, Directie IJsselmeergebied - ISBN 9789036912105 - 161
    rivieren - waterlopen - kanalen - geologische sedimentatie - oppervlaktewater - waterverontreiniging - waterkwaliteit - stroomgebieden - drainage - milieueffect - schade - polycyclische koolwaterstoffen - aromatische koolwaterstoffen - binnenwateren - rijn - waterbodems - rivers - streams - canals - geological sedimentation - surface water - water pollution - water quality - watersheds - drainage - environmental impact - damage - polycyclic hydrocarbons - aromatic hydrocarbons - inland waters - river rhine - water bottoms

    Aquatic sediments in sedimentation zones of major rivers are in general sinks for pollutants. The sedimentation zone Ketelmeer/IJsselmeer is an important sink for contaminants of the river Rhine (i.e. river IJssel). Recent and historical pollution interact here. Redistribution of suspended solids and erosion of deposited sediment in the shallow Dutch lakes (due to wave action) are likely to change contamination levels of sediments in these lakes, which is the subject of this thesis. The aim of this research was to study and explain the variability of contaminants in the sedimentation area Ketelmeer/IJsselmeer in order to predict the fate of the contaminants in the future. For this purpose a number of methodologies and models were developed and/or adapted.

    Chapter 2 describes the collection and analysis of sediment cores, top-layer sediments and geologically different layers in Lake Ketelmeer. Sediment cores were sectioned into thin slices and the year of deposition of each layer was determined using radio-chemical analyses. The contaminant concentrations were plotted versus the year of deposition of each sediment layer to (re-)construct the history of contamination. Similar vertical changes in contaminant concentrations were found as in a number of sediment cores sampled in sandpits in Lake Ketelmeer. Further, differences in concentration between the top-layer sediments and the degree of contamination in the entire recent IJsselmeer deposits (IJm-deposits) of Lake Ketelmeer were found. The older Zuiderzee deposits (Zu-deposits) underlying the IJm-deposits have low background values for heavy metals, PAHs and PCBs. This indicates that downward transport of these contaminants with infiltrating water is negligible in this lake. The concentrations of metals and PAHs in the sediment cores reflect, without any serious alterations, the historical input of the past five decades. The pollution history is characterized by, in the early 1940s, low concentrations of metals and already elevated levels of PAHs; a possible reduction of these contaminants during the Second World War and attaining, their highest levels between 1955 and 1970. Rather low levels occur in recently deposited sediments, some of which are the lowest ever observed over the last five decades (Pb, As, and all studied PAHs). Almost all chlorinated compounds showed a certain decline in concentration in anaerobic sediments as compared to samples of the top-layer collected in 1972 and stored in the laboratory, which still reflect the original pollution input. For several PCBs this decline proved to be significant; it may have been caused by microbial dechlorination reactions in the anaerobic sediment. Consequently, the concentration profiles of the chlorinated compounds do not reflect the original pollution history directly. Despite the attenuation of concentration, peaks in PCB concentration profiles were still observed. The following trends in concentrations of PCBs can be currently observed in Lake Ketelmeer sediment:
    - Almost all PCBs studied had rather low concentrations in the early 1940s.
    - The highest levels of PCBs occurred between 1960 and 1975.
    - Recently deposited sediments also have elevated levels of PCBs as compared to the levels in layers from the early 1940s.
    Overall, recently deposited material is far less-polluted than sediment deposited in the 1960s and 1970s. These findings prove that in this lake older, highly polluted sediments are buried under a younger, less- polluted layer. However, at some locations, such as in dredged parts or erosive zones, the highly polluted layers may remain uncovered, so aquatic organisms may still be exposed to highly polluted sediments from the 1960s and 1970s through the benthic food chain.

    In Chapter 3 attention is focused on the distribution and geochronology of the sediments of Lakes Ketelmeer and IJsselmeer The concentrations of metals, PCBs, PAHs and various sediment characteristics were determined in 77 samples of the surface sediments and one 3 in core of both lakes. Absolute concentrations of these pollutants were normalized for sediment composition (e.g. clay fraction and organic matter contents). In Lake IJsselmeer the youngest geological layer (IJm-deposit) is mainly found in deep sedimentation areas (25%). This deposit is severely polluted in Lake Ketelmeer (Chapter 2). Concentrations of all polluting compounds in the IJm-deposit of Lake Ketelmeer proved to be 1.6 - 9 times higher than in Lake IJsselmeer Concentrations in the same deposit in Lake IJsselmeer were 2 - 4 times higher than those in the older sandy sediments of the lake. Concentrations of heavy metals, As and PCBs initially increase with depth, but then decrease to lower or even background levels. This corresponds with the inputs of the river IJssel). during the past five decades. As the distance from the river mouth (i.e. Lake Ketelmeer) to Lake IJsselmeer increases, there is a decrease in the degree of pollution in this (IJm-deposit) The hypothesis is developed that primary production (with related calcite formation) and mixing with eroded sediment from elswhere in Lake IJsselmeer are together responsible for this dilution.

    Chapter 4 describes the core sampling and analysis for two similar sedimentation zones of two major river deltas. Uniformly soft anoxic sediments in the Volga and Danube deltas were collected, using satellite images, which reflect the concentration of suspended solids. Cesium-isotope dating and measurement of the concentration profiles of heavy metals and PAHs, which reflect (without serious alterations) the historic pollution input into these rivers, were used in the comparison. The contents of the 7 PCBs investigated and of cadmium were below the detection limits for all sediment samples in the Volga and Danube deltas. Low, more or less constant concentrations of arsenic, copper, zinc and all studied PAHs were observed in sediments of the last five decades in the Volga river. Nickel concentrations in Volga delta sediments were rather high, and recently deposited sediments seemed to show slightly increasing levels for zinc, chromium and arsenic. The pollution history of the Danube is characterized by low concentrations of metals but elevated PAH levels in the early 1940s; increasing levels of metals and PAHs between 1950 and 1987; and decreasing levels in more recently deposited sediments. When comparing the concentrations of heavy metals, PAHs and PCBs in the aquatic sediments of the rivers Rhine, Danube and Volga deltas for the past five decades it is evident that the Volga delta was, and still is, the cleanest of the three. A combination of natural (background) inputs, industrial inputs and man made technical changes in the river systems (like the building of storage lakes) can explain most differences in the historical contaminant profiles of the three deltas. Nowadays the concentrations of heavy metals (except copper and nickel), PAHs and PCBs in sediments of the river Rhine are still higher than in the other two rivers, but the sediment loading rate for heavy metals (except cadmium and zinc) of the Danube is higher than for the other two rivers.

    In Chapter 5 the geostatistical sampling approach chosen for Lake Ketelmeer is explained. When monitoring contaminants and related sediment characteristics in an aquatic environment, their spatial variability needs to be taken into account. The sampling strategy covered short-distance variability (65 m) and long-distance variability (500 m) of the investigated variables. In Lake Ketelmeer we chose three sub-areas. The distances between sampling points takes into account the size of each sub-area. With this approach the number of sampling points needed to monitor trends of contaminants in sediments can be minimized, taking into account the necessary accuracy. The choice of sampling strategy for monitoring sub-areas, characterised by either water depth, sedimentation/erosion behaviour or sediment type, will result in different sampling spacings. For example, in Lake Ketelmeer the optimal sampling distance for monitoring Benzo(A)pyrene (BAP) in the central part of the lake was larger than near the harbour and shore, where gradiënts in water depth are steeper. Thus, when designing a dredging programme to remove seriously contaminated sediments, the identification of sub-areas is essential to ensure the adequate dredging of the sediments. If spatial variability is not taken into account for dredging contaminated layers, seriously contaminated spots may be overlooked or rather clean sediments may be dredged needless. Thorough (although expensive) spatial investigations of the contaminated layer before dredging starts, identifying critical sub-areas, is therefore recommended. Practical, cost-effective, geostatistical methods allow an efficient use of limited financial resources for monitoring aquatic sediments.

    Another important process affecting sediment concentration profiles is consolidation. Chapter 6 deals with this physical process of settling of suspended solids and the loss of water after deposition. Consolidation in principle can be described by mathematical models, but because of local circumstances in the Lake IJsselmeer area an empirical approach seemed more reliable. Five representative cores of the (IJm- deposit) were taken from deep zones of the lakes. Periodic water depth surveys at these locations over the last sixty years provided information on the net sedimentation rate and total thickness of the (IJm-deposit) at known time intervals. To calculate a time-equivalent of the depth scale, correction factors for sediment consolidation were needed. These factors were based on a simplification of the various stages of compression (i.e. 0%, 30% and 45%). A factor n , which represents changes of water content of the sediment as a dependent variable of clay content, was derived for each layer, making it possible to determine the initial, uncompressed thickness of each layer by an inverse calculation procedure. Hence, a fairly reliable time-scale for depth could be reconstructed. This time-scale was compared with radio-isotope-dated layers and the results showed close consistency.

    Annual variability of contaminants in the IJsselmeer area is described in Chapter 7. Measurements of the concentrations of six heavy metals in suspended solids, discharged by the river IJssel). and settling solids at two locations in Lake IJsselmeer showed a typical spatial gradient. The heavy metals concentrations decreased with increasing distance from the river IJssel). inlet. This spatial gradient corresponds with gradients observed in the bottom sediment (Chapter 3). Measurements in sediment cores from Lake Ketelmeer, i.e. the river mouth, and the central part of Lake IJsselmeer showed that the heavy metals concentration in sediments, deposited during the same periods, is 2 to 3 times higher in Lake Ketelmeer than in Lake IJsselmeer The concentration gradient in the settling solids is still significant when changes in the clay and organic matter content are accounted for by using normalized metal concentrations. A rough sediment mass balance for heavy metals, based on river input data and observed sedimentation fluxes, indicates that the total internal sedimentation fluxes of heavy metals in Lake IJsselmeer far exceed the external aereal loading by the river. Due to the complexity of the relationships between the measured variables, the heavy metal concentrations and variables related to primary production and erosion, single correlation analysis did not reveal clear relations and processes that could explain this dilution. Principal component analysis and stepwise multiple regression however showed that the variation in the heavy metals concentration in settling solids is related to wind velocity and clay content, both of which are related to resuspension/erosion of sediments; or alternatively, to pH, chlorophyll and CaCO 3 , which are in turn related to algal growth in the lake. Resuspension/erosion-related variables are the dominant factors explaining the variation in heavy metals concentration in the southern part of Lake IJsselmeer whereas algal-growth-related variables explain most of the variation in the metal concentrations in settling solids in the central part of the lake. In this central part, where algal concentrations are high, the negative relation between the concentration of most of the heavy metals in settling solids and the chlorophyll and organic matter concentration in the water compartment justifies the conclusion that dilution of contaminated suspended solids by primary production is active there. In the southern part of the lake, the heavy metals concentration is positively related to wind velocity and clay content. This indicates that resuspension of recent deposits contributes to the metal concentrations of the water compartment. The gradual increase in the δ 13C value with distance from the river IJssel). mouth (passing from the southern to the central part of Lake IJsselmeer shows that the freshwater sediments are mixed with eroded Zu deposits from within the lake, which were originally saline. It can be concluded, therefore, that the decrease in the heavy metals concentrations in suspended and bottom sediments in Lake IJsselmeer is the result of dilution of contaminated sediments due to erosion of old sediments and of primary production related to algal growth.

    In Chapter 8 the specific knowledge reported in all previous chapters on sediment contamination, dilution, transport and processes like consolidation and primary production occurring in this area, is integrated in a modeling framework. The sediment distribution processes and the related contaminant dilution of previous decades has been reconstructed. This exercise was the basis for prediction of the future sediment composition and contamination resulting from the expected changes in the contaminant load of the river IJssel). The adapted model STRESS-2d gives a reconstruction of resuspension, erosion, sedimentation and horizontal sediment transport processes, resulting in a good simulation of total-suspended-solids concentration and of the sediment fluxes. This model was nested into the more aggregated model DIASPORA, which simulates changes in morphology (net sedimentation fluxes) quite well. It also accounted for the effects of biogenic calcite production and the consolidation of sediment layers. The decrease of the lead concentration in sedimentation areas in Lake IJsselmeer reflects the reduced suspended input from the river IJssel). but this is dominated by the effects of internal redistribution of sediments in the area. The modelling results support the above mentioned conclusion of Chapter 7. Simulation of sediment fluxes and future contamination by lead are simulated for a constant sediment input and a 50% reduction of lead input from the river IJssel). Modelling results show a steady decrease of the lead concentration in sedimentation zones of Lake IJsselmeer and a purification effect in these zones due to the dredging of sediments in Lake Ketelmeer.

    Onderzoek naar de gevolgen van verplaatsing van het waterinlaatpunt voor de boezem van Noordwest - Overijssel naar het gemaal Stroink
    Schouwenberg, E.P.A.G. ; Reijnders, T. ; Wirdum, G. van - \ 1993
    Wageningen : IBN-DLO (IBN - rapport 036) - 55
    kanalen - schade - afvoer - milieueffect - hydrobiologie - hydrologie - voedingsstoffen - plantengemeenschappen - onderzoek - rivieren - waterlopen - oppervlaktewater - trofische graden - vegetatie - water - waterbeheer - waterverontreiniging - waterkwaliteit - watervoorziening - nederland - binnenwateren - overijssel - noordwest-overijssel - canals - damage - discharge - environmental impact - hydrobiology - hydrology - nutrients - plant communities - research - rivers - streams - surface water - trophic levels - vegetation - water - water management - water pollution - water quality - water supply - netherlands - inland waters - overijssel - noordwest-overijssel
    Bestrijdingsmiddelengebruik en oppervlaktewaterkwaliteit in een fruitteeltgebied in de Noordoostpolder
    Anonymous, - \ 1990
    Zwolle : Zuiveringschap West-Overijssel - 80
    gewasbescherming - pesticiden - pesticidenresiduen - persistentie - vruchtbomen - boomgaarden - rivieren - waterlopen - kanalen - water - oppervlaktewater - waterverontreiniging - waterkwaliteit - milieueffect - schade - land - hydrologie - nederland - binnenwateren - noordoostpolder - plant protection - pesticides - pesticide residues - persistence - fruit trees - orchards - rivers - streams - canals - water - surface water - water pollution - water quality - environmental impact - damage - land - hydrology - netherlands - inland waters - noordoostpolder
    Hydrologisch onderzoek Staring Centrum
    Ecological characterization of surface waters in the province of Overijssel, The Netherlands
    Verdonschot, P.F.M. - \ 1990
    Agricultural University. Promotor(en): C.W. Stortenbeker; W.J. Wolff. - S.l. : Verdonschot - 255
    ecologie - hydrologie - hydrobiologie - biocenose - biologische technieken - waterkwaliteit - rivieren - waterlopen - kanalen - water - rivierwater - meren - reservoirs - plassen - zoet water - nederland - ecohydrologie - aquatische ecosystemen - biologische monitoring - biologische eigenschappen - binnenwateren - overijssel - ecology - hydrology - hydrobiology - biocoenosis - biological techniques - water quality - rivers - streams - canals - water - river water - lakes - reservoirs - ponds - fresh water - netherlands - ecohydrology - aquatic ecosystems - biomonitoring - biological properties - inland waters - overijssel

    Nowadays many surface waters in The Netherlands tend to become ecologically uniform with the same mediocre quality. A differentiated approach to water management is necessary to stop this process of impoverishment of aquatic ecosystems. In The Netherlands the provincial authorities represent the appropriate level at which this differentiated approach to water management can be put into practice. Such an approach has been realized by the Department of Water Management of the Province of Overijssel. As a part of this approach the project 'Ecological characterization of surface waters in the province of Overijssel (EKOO)' was formulated in 1981.

    The aims of the EKOO-project are to develop a regional ecological characterization of surface waters based on macrofauna composition and to reach a better understanding of the variety and the structure of the macrofauna communities present in the waters of the province of Overijssel. The project thus provides knowledge of aquatic ecosystems on a regional scale and a basis for the development of water management policies. An additional aim of this study is to develop the typological approach used in water management.

    The typological approach used can be interpreted as an integration of the zonal concept and the continuum concept. Taxon combinations will be described as types. Within a limited range of environmental conditions, these types are representative of communities, but at the same time they together form a continuum. Due to hierarchical relations between major environmental variables (master factors) and evolutionary and historical factors, a type can only be described within a biogeographical region.

    The study was designed as a qualitative survey but organized as much as possible along quantitative lines. Macrofauna composition (taxon composition and abundance) was chosen as a basic parameter. About 70 variables that were considered physically, chemically or biologically relevant, were measured at each sampling site. In total 664 sites were sampled, distributed over about twenty physico- geographical water types. These twenty types include all the major environmental variables relevant to this region; they overlap in abiotic features. The physico-geographical water typology was used as a practical tool for carrying out the survey, but was not used in obtaining the ecological typology. The ecological typology was derived from the collected biotic and abiotic data alone.

    A study on the reproducibility of the standard macrofauna sample was carried out. The standard pond net macrofauna sampling technique used in The Netherlands appears to present only a semi-quantitative picture of the more common taxa. With this technique only about 55% of all the taxa present at a site at the moment of sampling were collected. However, when the standard pond net was used for a regional typological study it appeared that seasonal differences as well as inconsistencies due to sample technique were of little significance compared with differences between types. It was concluded that the reproducibility of a macrofauna sample is sufficient for typological purposes.

    For data analysis, the twenty physico-geographical water types were combined into five main categories. The abiotic and biotic data were processed for these five main categories. Later, all the data were processed together to obtain an ecological water typology for the province of Overijssel. Multivariate analysis techniques are appropriate in data analysis for typologi~-al purposes. Different multivariate analysis techniques (cluster analysis and canonical ordination) were used to derive and describe site groups in terms of taxon composition and mean environmental conditions. Sites intermediate between groups were manually relocated by using information from other sources (e.g. literature) about the ecology of the constituent taxa. The resulting site groups were termed cenotypes.

    Six cenotypes were distinguished among helocrene springs. The main differences between the cenotypes were related to hydrology (mainly duration of drought) and acidity. Furthermore, the nutrient content and/or the load of organic material differed between related cenotypes. Each cenotype contained its own microhabitat group(s). The microhabitat groups, except for two, were associated with the duration of the drought period. The other two groups were associated with the spring source and the spring stream, respectively. The natural reference situation for helocrene springs probably resembles some of the actual helocrene springs investigated. The most important human activities causing disturbance are those which cause changes in the chemical composition of the groundwater. The management of springs should be directed at this factor.

    Eleven cenotypes were distinguished among the streams. The main differences between the cenotypes were related to dimensions, "stream-character", duration of drought and the load of organic material. All the streams were more or less influenced by human activities. Stream regulation, especially, has caused a dramatic change in the taxon composition. Only about 2% of the total length of streams is still more or less natural in 'stream-character' and its corresponding community. These 2% are only preserved because of their geographical position on the steepest slopes. In general, efforts at improvement of the ecological character should be directed at the physical and hydraulic conditions.

    Eleven cenotypes were distinguished among the ditches. The main differences between the cenotypes were related to dimensions, duration of drought, acidity and current. Furthermore, the nutrient content and/or load of organic material differed between related cenotypes . It is illustrated that the taxon combination found in a ditch reflects a stage of succession in space (profile structure) and time (maturity). Therefore, an overlap in taxon combination between cenotypes occurred (continuum). Ditches are artificial ecosystems which mainly occur in cultivated areas (which implies eutrophication) and depend on regular human interference (cleaning, dredging). The ecological management of ditches should be based upon the relationbetween profile structure, succession stage and human interference.

    Eleven cenotypes were distinguished among the rivers, canals and large lakes. They showed great overlap in taxa (mostly opportunists) and in environmental circumstances. Increasing dimensions of the line-shaped more or less running waters go together with an increasing drainage area. These large-sized water bodies function as collectors of nutrients, organic material and toxicants. This results in chronic stress and probably the disappearance of most taxa occurring originally. The chronic stress also overrules the natural master factors of current and dimensions. Only a few taxa are still characteristic for the reach of a river or the gradient in size of canals.

    Nine cenotypes were distinguished among the ponds and small lakes. The main differences between the cenotypes were related to duration of drought, acidity, morphology and nutrient load. In particular, the four cenotypes within the group of stagnant, pH-neutral ponds/lakes showed an overlap in taxon compostion. These cenotypes represent a web-shaped continuum dominated by dimensions (relation of width to depth), nutrient load, and bottom composition (especially mesotrophic peat). The most important processess induced by men are acidification, eutrophication, and changes in the original hydrology.

    Cenotypes of different main physico-geographical watertypes can be very similar. Therefore they should be combined or rearranged. This is done by processing all abiotic and biotic data together. Again, cluster analysis and canonical ordination were applied. After each ordination along two axes, the distinctive cenotypes were removed and the remaining sites were reordinated. Through this progressive removal of groups of sites, finally, 42 cenotypes were distinguished. Some notes on the ecology of the typifying taxa and the most important environmental variables were made for each cenotype.

    The mutual relations between the cenotypes are shown in a hierarchical dendrogram based on biological similarity as well as in a web of cenotypes (Figure 11.1).

    The hierarchical dendrogram shows, among others, that a group of cenotypes related to middle and lower reaches of regulated streams, small rivers, ditches and some of the medium-sized, more or less stagnant waters, - all hypertrophic, mesosaprobic environments -, has a fair number of the macrofauna in common. Apparantly, human activity (e.g. by regulation of streams, discharge of wastes and agricultural activity in the watershed) leads to a decreasing role of the factor current in running waters and the factors dimensions (in fact shape and depth) and bottom type in the stagnant waters and leads to an impoverishment of the macrofauna.

    The web of cenotypes illustrates the mutual position of the cenotypes, the transitions between the cenotypes (the continuum) and the major environmental gradients. The four most dominant factors are 'stream-character', acidity, duration of drought, and dimensions.

    To evaluate a given water body, even subjectively, it is necessary to compare it with other water bodies in different states. This scale of evaluation needs a reference water. The reference water is not necessarily an endpoint of succession nor a pristine situation, but it should at least represent a situation that can be used to indicate the desired direction of improvement. In choosing the reference communities for water management one must focus on communities present in waters where major environmental conditions are less disturbed. Such waters are the undisturbed streams, the oligotrophic moorland pools, and the mesotrophic old meanders cut off from streams.

    The regional ecological typology presented (Figure 11.1) offers a tool for establishing the developmental direction from a community observed in the field towards the reference community. It is also a tool to determine the reference community for a particular water body. Because the factors in the web of cenotypes are a result of a descriptive study, the web cannot be used without caution as a predictive tool; the factors are purely indicative. The typology and associated ecological concepts are a tool to help solving water management problems. It is a basis, among others, for monitoring and assessment of waterquality, it indicates potential capacities Of surface waters and it provides guidelines for management and restoration of surface waters. May it be serve to the advantage of the environment around us.

    Management of freshwater fisheries. Proceedings of a symposium organized by the European Inland Advisory Commission, Göteborg, Sweden, 31 May-3 June 1988.
    Densen, W.L.T. van; Steinmetz, B. ; Hughes, R.H. - \ 1990
    Wageningen : Pudoc - ISBN 9789022010143 - 649
    europa - visserijbeheer - visserij - vis vangen - zoet water - visbestand - binnenwateren - europe - fishery management - fisheries - fishing - fresh water - fishery resources - inland waters
    O.a. met 7 Nederlandse bijdragen over binnenlandse beheerservaringen
    Waterkevers, oppervlakte- en waterwantsen van de natuurreservaten 'De Krochten' en 'Lange Gooren' (gemeente Zundert)
    Cuppen, J.G.M. - \ 1985
    Wageningen : Cuppen - 12
    hydrobiologie - classificatie - heteroptera - waterinsecten - coleoptera - waterdieren - zoet water - natuurreservaten - nationale parken - nederland - noord-brabant - binnenwateren - hydrobiology - classification - heteroptera - aquatic insects - coleoptera - aquatic animals - fresh water - nature reserves - national parks - netherlands - noord-brabant - inland waters
    Watertemperatuur en zoutgehaltewaarnemingen van het Rijksinstituut voor Visserij Onderzoek (R.I.V.O.) 1860 - 1981 = Observations of surface watertemperature and salinity, State Office of Fishery Research (R.I.V.O.) 1860 - 1981
    Hoeven, P.C.T. van der - \ 1982
    De Bilt : Koninklijk Meteorologisch Instituut (Wetenschappelijk rapport / Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut no. W.R. 82-8) - 118
    zeewater - samenstelling - thermische eigenschappen - zoet water - nederland - waddenzee - binnenwateren - sea water - composition - thermal properties - fresh water - netherlands - wadden sea - inland waters
    4 Jaar PCB onderzoek in aal uit Nederlandse binnenwateren (1977 - 1980)
    Kerkhoff, M. ; Boer, J. de; Vries, A. de - \ 1981
    IJmuiden : R.I.V.O. (Rapport Rijksinstituut voor Visserijonderzoek no. CA 81-01) - 16
    anguillidae - chemicaliën - palingen - visziekten - zoet water - nederland - polychloorbifenylen - toxicologie - binnenwateren - anguillidae - chemicals - eels - fish diseases - fresh water - netherlands - polychlorinated biphenyls - toxicology - inland waters
    De resultaten van het hydrologisch onderzoek bij het Amsterdam-Rijnkanaal
    Pomper, A.B. - \ 1980
    Wageningen : I.C.W. (Nota / Instituut voor Cultuurtechniek en Waterhuishouding no. 1234) - 25
    kanalen - zoet water - grondwaterstroming - hydrologie - rivieren - bodemwater - waterlopen - grondwaterspiegel - nederland - binnenwateren - utrecht - canals - fresh water - groundwater flow - hydrology - rivers - soil water - streams - water table - netherlands - inland waters - utrecht
    De Roerstreek : een orienterend hydrobiologisch onderzoek naar de macrofauna in het Roerdal en omgeving, 11 juli tot 1 september 1978
    Cuppen, H.P.J.J. - \ 1979
    Leersum : Rijksinstituut voor Natuurbeheer - 33
    biocenose - zoet water - hydrobiologie - mollusca - nederland - aquatische ecosystemen - articulata - binnenwateren - macrofauna - midden-limburg - biocoenosis - fresh water - hydrobiology - mollusca - netherlands - aquatic ecosystems - articulata - inland waters - macrofauna - midden-limburg
    Faunaonderzoek RIN
    Biologisch onderzoek van de watergangen in het Woold, gemeente Winterswijk
    Cuppen, H.P.J.J. ; Dirkse, G.M. - \ 1978
    Leersum etc. : Rijksinstituut voor Natuurbeheer - 68
    waterdieren - stranden - biocenose - biogeochemie - kusten - kringlopen - ecosystemen - zoet water - hydrobiologie - plantengemeenschappen - waterlopen - nederland - aquatische ecosystemen - gelderland - binnenwateren - oevers - achterhoek - sloten - aquatic animals - beaches - biocoenosis - biogeochemistry - coasts - cycling - ecosystems - fresh water - hydrobiology - plant communities - streams - netherlands - aquatic ecosystems - gelderland - inland waters - shores - achterhoek - ditches
    De resultaten van zowel het macrofauna-onderzoek als van het ondersteunend onderzoek zijn, overeenkomstig de opdracht, in het onderhavige rapport vastgelegd. De hoofdstukken 2 t/m 10 betreffen het macrofaunaonderzoek en het onderzoek naar de chemische samenstelling van het water. De hoofdstukken 11 t/m 14 bevatten de neerslag van het aanvullend botanisch onderzoek, in hoofdstuk 15 worden in een korte beschouwing de resultaten van het macrofauna-onderzoek vergeleken met de uitkomsten van het botanisch onderzoek.
    De graskarper als waterplantenbestrijdingsmiddel
    Anonymous, - \ 1974
    Wageningen : [s.n.] (Literatuurlijst / Centrum voor landbouwpublikaties en landbouwdocumentatie no. 3668)
    schadelijke waterplanten - nuttige organismen - bibliografieën - biologische bestrijding - kanalen - karper - kanalen, klein - cyprinidae - zoet water - parasitaire planten - gewervelde dieren - waterwegen - onkruidbestrijding - onkruiden - binnenwateren - aquatic weeds - beneficial organisms - bibliographies - biological control - canals - carp - channels - cyprinidae - fresh water - parasitic plants - vertebrates - waterways - weed control - weeds - inland waters
    Water - en oeverplanten
    Anonymous, - \ 1974
    Wageningen : [s.n.] (Literatuurlijst / Centrum voor landbouwpublikaties en landbouwdocumentatie no. 3551)
    aquatische gemeenschappen - schadelijke waterplanten - bibliografieën - kanalen - kanalen, klein - zoet water - parasitaire planten - plantengemeenschappen - waterwegen - onkruidbestrijding - onkruiden - binnenwateren - aquatic communities - aquatic weeds - bibliographies - canals - channels - fresh water - parasitic plants - plant communities - waterways - weed control - weeds - inland waters
    Areaal, milieu en sociologie van Sparganium angustifolium Michaux
    Voo, E.E. van der - \ 1973
    Leersum : Rijksinstituut voor Natuurbeheer - 66
    sparganiaceae - sparganium - plantengemeenschappen - aquatische gemeenschappen - moerassen - planten - habitats - milieu - europa - flora - plantengeografie - zoet water - binnenwateren - sparganiaceae - sparganium - plant communities - aquatic communities - marshes - plants - habitats - environment - europe - flora - phytogeography - fresh water - inland waters
    Verslag van een studiereis naar Engeland (18 september - 2 oktober 1972)
    Zon, J.C.J. van; Rinkema, H.J. - \ 1972
    Wageningen : [s.n.] (Verslagen / Instituut voor biologisch en scheikundig onderzoek van landbouwgewassen no. 65) - 19
    parasitaire planten - onkruiden - gewasbescherming - herbiciden - biologische bestrijding - gewervelde dieren - nuttige organismen - zoet water - vis vangen - visserij - plagenbestrijding - ziektebestrijding - waterverontreiniging - waterkwaliteit - groot-brittannië - binnenwateren - parasitic plants - weeds - plant protection - herbicides - biological control - vertebrates - beneficial organisms - fresh water - fishing - fisheries - pest control - disease control - water pollution - water quality - great britain - inland waters
    Chemische bestrijding van submerse waterplanten : interprovinciale proeven 1970 : serie 632
    Baart, E.A.D. ; Zonderwijk, P. - \ 1972
    Wageningen : [s.n.] (Gestencilde verslagen van interprovinciale proeven nr. 151) - 21
    schadelijke waterplanten - kanalen - kanalen, klein - zoet water - herbiciden - gewasbescherming - waterwegen - onkruidbestrijding - binnenwateren - aquatic weeds - canals - channels - fresh water - herbicides - plant protection - waterways - weed control - inland waters
    Chemische bestrijding van submerse waterplanten : interprovinciale proeven 1966, 1967, 1969
    Baart, E.A.D. ; Zonderwijk, P. - \ 1972
    Wageningen : [s.n.] (Gestencilde verslagen van interprovinciale proeven, nr. 142 ) - 21
    schadelijke waterplanten - kanalen - kanalen, klein - zoet water - herbiciden - gewasbescherming - waterwegen - onkruidbestrijding - binnenwateren - aquatic weeds - canals - channels - fresh water - herbicides - plant protection - waterways - weed control - inland waters
    The development cycle of some aquatic plants in the Netherlands
    Hoogers, B.J. ; Weij, H.G. van der - \ 1971
    Wageningen : [s.n.] (Mededeling / Biologisch en scheikundig onderzoek van landbouwgewassen no. 449) - 16
    aquatische gemeenschappen - zoet water - moerassen - nederland - parasitaire planten - plantengemeenschappen - synecologie - onkruiden - binnenwateren - aquatic communities - fresh water - marshes - netherlands - parasitic plants - plant communities - synecology - weeds - inland waters
    Praktische gids voor zoetwaterdieren, 1970
    Higler, L.W.G. - \ 1970
    s.l. : [s.n.] - 17
    waterdieren - zoet water - binnenwateren - aquatische ecosystemen - hydrobiologie - aquatic animals - fresh water - inland waters - aquatic ecosystems - hydrobiology
    Studie van waterdieren.
    Algemene gegevens en chemische analyses betreffende het hydrobiologische onderzoek ten behoeve van het Kromme Rijn Project
    Bolier, G. ; Maes, B. ; Notenboom - Ram, E. - \ 1970
    Zeist etc. : Rijksinstituut voor Natuurbeheer - 29
    biocenose - kanalen - zoet water - hydrobiologie - rivierwater - rivieren - waterlopen - water - nederland - aquatische ecosystemen - biologische eigenschappen - binnenwateren - utrecht - biocoenosis - canals - fresh water - hydrobiology - river water - rivers - streams - water - netherlands - aquatic ecosystems - biological properties - inland waters - utrecht
    Hydrobiologie RIN
    De ontwikkeling van slootvegetaties
    Hoogers, B.J. ; Weij, H.G. van der - \ 1970
    Wageningen : [s.n.] (Mededeling / Instituut voor biologisch en scheikundig onderzoek van landbouwgewassen no. 407) - 9
    aquatische gemeenschappen - flora - zoet water - plantengeografie - plantengemeenschappen - onderzoek - vegetatie - binnenwateren - aquatic communities - flora - fresh water - phytogeography - plant communities - research - vegetation - inland waters
    Biologische waardebepaling van binnenwateren in het noordelijke Deltagebied
    Schroevers, P.J. - \ 1969
    s.l. : [s.n.] - 42
    hydrobiologie - biocenose - zoet water - nederland - aquatische ecosystemen - binnenwateren - zuid-holland - zuidhollandse eilanden - rivierengebied - hydrobiology - biocoenosis - fresh water - netherlands - aquatic ecosystems - inland waters - zuid-holland - zuidhollandse eilanden - rivierengebied
    Het hydrobiologisch onderzoek van de rivier de Reest in 1966
    Leentvaar, P. - \ 1967
    Zeist : Rivon - 17
    hydrobiologie - biocenose - zoet water - nederland - aquatische ecosystemen - binnenwateren - drenthe - overijssel - hydrobiology - biocoenosis - fresh water - netherlands - aquatic ecosystems - inland waters - drenthe - overijssel
    Hydrobiologisch onderzoek RIVON
    Recent developments and investigations in the chemical control of aquatic weeds in the Netherlands
    Weij, H.G. van der - \ 1966
    Wageningen : [s.n.] (Mededeling / Instituut voor biologisch en scheikundig onderzoek van landbouwgewassen no. 326) - 7
    chemie - zoet water - herbiciden - nederland - parasitaire planten - gewasbescherming - onkruiden - binnenwateren - chemistry - fresh water - herbicides - netherlands - parasitic plants - plant protection - weeds - inland waters
    Vegetatieve herkenning der voornaamste water- en oeverplanten
    Kruijne, A.A. - \ 1963
    Zwolle : Tjeenk Willink - 47
    plantengemeenschappen - aquatische gemeenschappen - moerassen - planten - verzamelen - identificatie - plantenanatomie - plantenmorfologie - zoet water - vaatplanten - binnenwateren - plant communities - aquatic communities - marshes - plants - collection - identification - plant anatomy - plant morphology - fresh water - vascular plants - inland waters
    Rapport betreffende de micro-organismen en micro-coenosen van Maria- en Helenapeel c.a.
    Schroevers, P.J. - \ 1962
    Bilthoven : Rivon - 23
    microbiologie - water - eigenschappen - zoet water - hydrobiologie - biocenose - nederland - biologische eigenschappen - binnenwateren - aquatische ecosystemen - noord-brabant - de peel - microbiology - water - properties - fresh water - hydrobiology - biocoenosis - netherlands - biological properties - inland waters - aquatic ecosystems - noord-brabant - de peel
    Onderzoek naar de bedrijfsuitkomsten van de zoetwatervisserij in het seizoen 1948/'49
    Hildebrandt, A.G.U. - \ 1949
    Den Haag : Landbouw-Economisch Instituut (Rapport / Landbouw-Economisch Instituut no. 124) - 22
    visserij - binnenwateren - rentabiliteit - nederland - fisheries - inland waters - profitability - netherlands
    Doel van dit onderzoek is ten behoeve van eventueel door overheidsinstanties of het georganiseerde visserijbedrijf te nemen maatregelen een inzicht te geven in de bedrijfsuitkomsten van de zoetwatervisserij, in het seizoen 1948/'49. Dit onderzoek omvat uitsluitend de binnenvisserij.
    Over verspreiding en periodiciteit van de zoetwaterwieren in Drentsche heideplassen : bijdrage voor het samenstellen eener Nederlandsche wierenflora
    Beijerinck, W. - \ 1927
    Wageningen University. Promotor(en): A.H. Blaauw. - Amsterdam : [s.n.] - 212
    algen - zoet water - flora - plantengeografie - nederland - binnenwateren - natuurgebieden - drenthe - cum laude - algae - fresh water - flora - phytogeography - netherlands - inland waters - natural areas - drenthe
    The pools were all situated in the diluvium of the Dutch northern province of Drente. From the macroflora 3 main types of pools were distinguished which paralleled 3 clearly distinguishable associations of the algal flora. Several algae may serve as type species. In plankton collected and isolated by centrifuging from open water, Flagellatae usually predominated, Desmidiaceae were few and Bacillariaceae and Cyanophyceae were almost absent. Protococcaceae and Desmidiaceae may temporarily predominate in the plankton of some pools.
    The periodic fluctuation of the whole algal vegetation (comprising plankton and benthos) was traced in six places, of which two dried up sometimes in the summer of 1925. The association of algae in a pool fluctuated over the year. Seasonal development was parallel in the different pools for only a few of the species. Heat and light were important factors for the development of the algae. Which of them was decisive in a particular case was difficult to establish. Their influence on reproduction could not be explained.
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.