Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 41 - 60 / 125

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Het beeld van de KNBV bij haar leden : enkele resultaten uit het imago onderzoek
    Elands, B.H.M. ; Laar, van, J.N. - \ 2001
    Nederlands Bosbouwtijdschrift 74 (2001). - ISSN 0028-2057 - p. 5 - 28.
    bosbouw - organisaties - vragenlijsten - clubs - karakteristieken - associaties - forestry - organizations - questionnaires - clubs - characteristics - associations
    Resultaten van een ledenenquete van de KNBV waarin gevraagd werd naar het beeld van de vereniging (belangrijkste activiteiten; eigenschappen; huidig en toekomstig functioneren; huidige en gewenste inzet m.b.t. belangrijke thema's). De gegevens zijn geanalyseerd voor leeftijd, werkkring en het wel of geen boseigenaar zijn van de respondenten
    Ontwerp voor indicator identiteit; monitoringsysteem kwaliteit groene ruimte (MKGR)
    Farjon, J.M.J. ; Dijkstra, H. ; Dirkx, G.H.P. ; Koomen, A.J.M. - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 416) - 51
    landschap - kwaliteit - monitoring - karakteristieken - indicatoren - landgebruik - geschiedenis - geomorfologie - ruimtelijke ordening - nederland - cultuurlandschap - aardkunde - cultuurhistorie - grondgebruik - ruimtelijke kwaliteit - landscape - quality - monitoring - characteristics - indicators - land use - history - geomorphology - physical planning - netherlands - cultural landscape
    De indicator landschapsidentiteit geeft per 1 * 1 km grid aan in welke mate landschaps-elementen en -patronen voorkomen die kenmerkend zijn voor het landschapstype. Er zijn 25 landschaptypen onderscheiden binnen Nederland. Er zijn vier groepen landschapselementen en -patronen onderscheiden, variabelen: aardkundige, cultuurhistorische, schaalkenmerken en grondgebruik. Op basis van een kenmerkendheidwaarde per varaiabele is hun bijdrage gesommeerd tot een indicatorwaarde.
    Setaria faberi Herrm. (Chinese naaldaar) in Nederland over 't hoofd gezien
    Dirkse, G.M. ; Reijerse, A.I. ; Abbink-Meijerink, C.G. - \ 2001
    Gorteria 27 (2001)5. - ISSN 0017-2294 - p. 109 - 114.
    setaria faberi - wilde planten - onkruiden - bouwland - akkergronden - flora - identificatie - karakteristieken - determinatietabellen - plantengeografie - plantenanatomie - plantenmorfologie - akkeronkruid - vegetatie - setaria faberi - wild plants - weeds - arable land - arable soils - flora - identification - characteristics - keys - phytogeography - plant anatomy - plant morphology
    Setaria faberi, een adventief uit Oost- en Zuidoost-Azië, is volledig ingeburgerd als akkeronkruid in maïsakkers maar werd lange tijd over het hoofd gezien wegens de gelijkenis met S. viridis. Beschrijving van de soort, voorkomen binnen en buiten Nederland, en een nieuwe sleutel voor de determinatie van Setaria-soorten
    Zoektocht naar meten van duurzaamheid
    Calker, K.J. van; Galama, P. - \ 2001
    Praktijkonderzoek Rundvee, Schapen en Paarden. Praktijkonderzoek 15 (2001)6. - ISSN 1386-8470 - p. 16 - 18.
    duurzaamheid (sustainability) - melkveehouderij - bepaling - kenmerken - karakteristieken - indexen - agrarische bedrijfsvoering - sustainability - dairy farming - determination - traits - characteristics - indexes - farm management
    Voedselveiligheid en diergezondheid scoren hoog als belangrijke meetpunten voor duurzaamheid. Nitraat in het oppervlaktewater scoort hoger dan nitraat in het grondwater. Dit is een belangrijk signaal om de komende jaren alert op te zijn. Experts van verschillende belangengroepen vinden het gebruik van genetisch gemodificeerde producten minder belangrijk t.a.v. duurzaamheid. Verschillende meetpunten voor duurzaamheid zijn geïnventariseerd. De volgende stap is om na te gaan welke meetpunten daadwerkelijk goed gemeten kunnen worden en hoe verschillende aspecten van duurzaamheid ingewogen kunnen worden tot een totaalindex.
    The construction of rural futures in the Netherlands
    Haan, H.J. de - \ 2001
    Tijdschrift voor sociaalwetenschappelijk onderzoek van de landbouw 16 (2001)1. - ISSN 0921-481X - p. 6 - 23.
    plattelandsontwikkeling - rurale sociologie - plattelandssamenleving - platteland - plattelandsplanning - sociologische analyse - nederland - karakteristieken - rural development - rural sociology - rural society - rural areas - rural planning - sociological analysis - characteristics - netherlands
    In deze studie worden de kenmerken van het Nederlandse platteland in de loop der tijd nader aangeduid
    Nieuw ecologisch beoordelingssysteem voor stadswateren
    Dommering, A. ; Otte, A. ; Peeters, E. ; Dam, H. van - \ 2001
    H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 19 (2001). - ISSN 0166-8439 - p. 13 - 16.
    oppervlaktewater - steden - stedelijke gebieden - stadsomgeving - waterbeheer - waterkwaliteit - kwaliteit - ecologie - evaluatie - karakterisering - karakteristieken - beoordeling - hydrologie - classificatie - ecohydrologie - biologische monitoring - surface water - towns - urban areas - urban environment - water management - water quality - quality - ecology - evaluation - characterization - characteristics - assessment - hydrology - classification - ecohydrology - biomonitoring
    Met een nieuw ecologisch beoordelingssysteem voor stadswateren, ontwikkeld in opdracht van STOWA, zijn zowel de ecologische toestand als de belevingswaarde van stadswateren op simpele wijze te bepalen. Het systeem bestaat uit drie deeltoetsen: (1) een simpele veldtoets gericht op een snelle ecologische inventarisatie en vaststelling van de belevingswaarde, (2) een uitgebreide ecologische beoordeling op basis van watertypen en karakteristieken, uitmondend in een ecologisch profiel, (3) een vervolgtoets met een diagnose van mogelijke oorzaken van problemen en verbeteringsmaatregelen
    Molecular characterization of anaerobic dehalogenation by Desulfitobacterium dehalogenans
    Smidt, H. - \ 2001
    Wageningen University. Promotor(en): W.M. de Vos; A.D.L. Akkermans; J. van der Oost. - S.l. : S.n. - ISBN 9789058083692 - 187
    bacteriën - enzymen - karakteristieken - genexpressie - bacteria - enzymes - characteristics - gene expression

    Haloorganics such as chlorophenols and chlorinated ethenes are among the most abundant pollutants in soil, sediments and groundwater, mainly caused by past and present industrial and agricultural activities. Due to bioaccumulation and toxicity, these compounds threaten the integrity of the environment, and human and animal health. A recently discovered, phylogenetically diverse, group of anaerobic so-called halorespiring bacteria is able to couple the reductive dehalogenation of various haloorganic compounds to energy conservation and hence to growth, significantly contributing to in situ dehalogenation processes in anoxic environments. The observed persistence of halogenated pollutants in untreated ecosystems and the accumulation of degradation intermediates during bioremediation, however, indicated the need for engineering of process conditions and/or augmentation with efficient degraders. This thesis describes genetic approaches towards a thorough understanding of the molecular basis of anaerobic reductive dehalogenation in order to enable the further optimization of clean up procedures for contaminated anoxic environments.

    The Gram-positive Desulfitobacterium dehalogenans , capable of degrading o -chlorophenols, PCE and hydroxylated PCB's, was used as model organism throughout a major part of this study. The key enzyme o -chlorophenol reductive dehalogenase (CPR) was isolated and characterized at the biochemical and molecular levels, and comparison with known chlorophenol- and chloroalkene-reductive dehalogenases indicated that these enzymes constitute a yet unknown, but evolutionary ancient family of corrinoid-containing iron-sulfur proteins, which in addition share a twin-arginine signal sequence. Transcriptional analysis of the CPR-encoding gene cluster revealed that dehalogenation activity is strongly regulated at the transcriptional level. Efficient gene cloning, and random and specific gene inactivation systems were developed to enable (i) the elucidation of additional components involved in the anaerobic dehalogenation process and (ii) the study of their structure and function within the respiratory network. Halorespiration-deficient mutants were isolated following random chromosomal integration, and their characterization lead to the identification of genes encoding proteins possibly involved in structure, maturation and regulation of respiratory complexes. Reductive dehalogenase-encoding gene targeted (RT-)PCR-based molecular approaches were developed that were useful for the detection of reductive dehalogenation potential and activity in pure cultures of potentially halorespiring microorganisms.

    The results obtained in this study provide valuable knowledge on the molecular basis of anaerobic reductive dehalogenation and might serve as a sound basis for the further exploitation of halorespiring bacteria as dedicated degraders in biological remediation processes.

    Schuurmateriaal in de voerpan geen effect op beschadigingen en uitval bij niet gesnavelkapte kalkoenen
    Veldkamp, T. - \ 2000
    Praktijkonderzoek voor de Pluimveehouderij 11 (2000)1. - ISSN 0924-9087 - p. 47 - 49.
    kalkoenen - voerverdelers - karakteristieken - dierlijke productie - mechanische invloeden - dierverzorging - turkeys - feed dispensers - characteristics - animal production - mechanical influences - care of animals
    In het onderzoek dat in dit artikel wordt beschreven, is getracht om beschadigingen en uitval te verminderen door de kalkoenen te laten eten uit voervoorzieningen waarin schuurmateriaal is aangebracht.
    Individuele voeropnamekenmerken van in groepen gehuisveste gespeende biggen
    Bruininx, E.M.A.M. ; Peet-Schwering, C.M.C. van der - \ 1999
    Rosmalen : Praktijkonderzoek varkenshouderij (Proefverslag / Praktijkonderzoek Varkenshouderij P1.233) - 31
    varkenshouderij - voeropname - biggen - biggenvoeding - groepen - karakteristieken - pig farming - feed intake - piglets - piglet feeding - groups - characteristics
    Op het proefbedrijf te Rosmalen is met behulp van IVOG-voerstations nagegaan hoe individuele voeropnamekenmerken van in groepen gehuisveste biggen zich na het spenen (dag 27) ontwikkelen. Nagegaan is wat de effecten zijn van oplegstrategie (homogene groepen op basis van speengewicht versus heterogene groepen), sekse en speengewicht op de individuele voeropnamekenmerken en op de technische resultaten. Ook is nagegaan of de gemiddelde technische resultaten van biggen die gevoerd worden met een voerstation verschillen van die van biggen die gevoerd worden met een éénvaks droogvoerbak
    Microsatellieten bepalen zuiverheid van hybride rassen
    Wiel, C.C.M. van de; Visser, D.L. ; Wouters, T.A.C.E. ; Vosman, B. - \ 1999
    Prophyta 52 (1999)6. - ISSN 0921-5506 - p. 12 - 13.
    hybride rassen - genetische merkers - karakteristieken - zaadcontrole - identificatie - genkartering - chromosoomkaarten - microsatellieten - hybrid varieties - genetic markers - characteristics - seed testing - identification - gene mapping - chromosome maps - microsatellites
    Voorbeelden van hybride-zuiverheidsbepaling middels de methode STMS (Sequence-Tagged Microsatellite Site) ook wel SSR (Simple Sequence Repeat) of STR (Short Tandem Repeat) genoemd
    Risicofactoren voor stofwisselingsaandoeningen
    Velthuis, A.G.J. ; Klerx, H.J. ; Hanekamp, W.J.A. ; Smolders, E.A.A. - \ 1998
    Lelystad : Praktijkonderzoek Rundvee, Schapen en Paarden (Publicatie / Praktijkonderzoek Rundvee, Schapen en Paarden (PR) 127) - 58
    stofwisselingsstoornissen - melkvee - melkveehouderij - diergeneeskunde - melkziekte - voedingsstoornissen - maagziekten - voer - samenstelling - karakteristieken - metabolic disorders - dairy cattle - dairy farming - veterinary science - parturient paresis - nutritional disorders - stomach diseases - feeds - composition - characteristics
    Melkziekte en kopziekte hebben met name te maken met een verstoorde mineralenhuishouding. Slepende melkziekte wordt veroorzaakt door een tekort aan energie. Lebmaagdraaiingen komen met name voor wanneer er kort na kalven veel krachtvoer gegeven wordt
    Huisvesting; selectie op botsterkte en het ruimen beinvloeden het aantal botbreuken in de slachterij
    Niekerk, Th.G.C.M. van; Reuvekamp, B.F.J. - \ 1998
    Praktijkonderzoek voor de Pluimveehouderij 9 (1998)4. - ISSN 0924-9087 - p. 16 - 18.
    hennen - huisvesting, dieren - selectie - karakteristieken - vervanging - karkassamenstelling - hens - animal housing - selection - characteristics - replacement - carcass composition
    Het Praktijkonderzoek Pluimveehouderij (PP) 'Het Spelderholt' heeft een proef uitgevoerd met twee lijnen leghennen, die geselecteerd waren op sterkere en zwakkere botten en die individueel in kooien of gezamenlijk in een voliOre gehuisvest waren. In dit artikel wordt ingegaan op de resultaten in verschillende houderijsystemen: individueel in kooien of gezamenlijk in een voliOre. Naast de productieresultaten komen de botsterktemetingen en de botbreuken ten gevolge van het ruimen van de dieren aan de orde. Vooral de huisvesting heeft invloed op de botsterkte en daarmee op het aantal botbreuken.
    Selectie op botsterkte bij leghennen kan eikwaliteit beinvloeden
    Kiezebrink, M.C. ; Niekerk, Th.G.C.M. van; Reuvekamp, B.F.J. - \ 1998
    Praktijkonderzoek voor de Pluimveehouderij 9 (1998)4. - ISSN 0924-9087 - p. 11 - 15.
    hennen - selectie - karakteristieken - pluimveehokken - kooien - dierenwelzijn - diergedrag - dierlijke productie - groepshuisvesting - hens - selection - characteristics - poultry housing - cages - animal welfare - animal behaviour - animal production - group housing
    Het Praktijkonderzoek Pluimveehouderij (PP) Het Spelderholt heeft een proef uitgevoerd met twee lijnen leghennen die geselecteerd waren op sterkere en zwakkere botten en die individueel in kooien of gezamenlijk in een voliOre gehuisvest waren. In dit artikel wordt ingegaan op de productieresultaten en enkele gedragswaarnemingen van de hennen in kooien. Alleen de schaalkwaliteit leek door de selectie licht beonvloed.
    Invloed broedtemperatuur op uitval vleeskuikens
    Lourens, S. ; Meijerhof, R. - \ 1998
    Praktijkonderzoek voor de Pluimveehouderij 9 (1998)3. - ISSN 0924-9087 - p. 17 - 19.
    uitbroeden - pluimvee - kippen - broedmachines - karakteristieken - kunstmatig bebroeden - broedeieren - hatching - poultry - fowls - brooders - characteristics - artificial hatching - hatching eggs
    De broedtemperatuur is niet alleen van invloed op broedresultaten, maar ook op de technische resultaten van de vleeskuikens. Tijdens een oriënterende onderzoek werd onderzocht in hoeverre er verband bestaat tussen verschillen in broedtemperatuur en deverschillen in uitval van de vleeskuikens tijdens de mestperiode.
    A functional analysis of cell cycle events in developing and germinating tomato seeds
    Castro, R.D. de - \ 1998
    Agricultural University. Promotor(en): C.M. Karssen; H.W.M. Hilhorst; R.J. Bino. - S.l. : S.n. - ISBN 9789054859307 - 110
    kieming - zaadkieming - kiemrust - zaden - zaadcontrole - karakteristieken - solanum lycopersicum - tomaten - germination - seed germination - seed dormancy - seeds - seed testing - characteristics - solanum lycopersicum - tomatoes

    Seeds are complex biological structures and the primary dispersal units of higher plants. They consist of nutrient reserve storage tissue(s), an embryo and encapsulating structures designated for protection and that may also regulate germination. Seeds have developed mechanisms of withstanding desiccation without losing the ability of immediate reactivation of embryo growth upon rehydration.

    The arrest and reactivation of cell cycle related events appear to be intimately linked to the arrest of growth during seed development and reactivation of growth during germination. In this thesis, DNA synthesis,β-tubulin accumulation and appearance of microtubular cytoskeleton are studied in relation to morphological and physiological events that are involved in seed development and germination. Biochemical techniques are used to study the relation between DNA replication andβ-tubulin accumulation in embryonic cells of germinating seeds (Chapters 2 and 3). Then, immunocytochemical techniques are applied for the detection and visualisation of DNA synthesis activity and appearance of microtubular cytoskeleton in seed tissues during development and in embryos during germination (Chapters 4, 5 and 6).

    The results obtained in this study show a general pattern of tomato seed development and germination based on the quantitation and distribution of nuclear DNA synthesis activity,β-tubulin accumulation and microtubular cytoskeleton appearance in cells of the seed tissues. The pattern in embryos during seed germination appeared as a "mirror image"of that during development (Chapters 4 and 5). Cell cycle activities are intense during early stages of seed development and then arrest as seeds become mature. Embryonic DNA synthesis activity, together with the presence of mitotic microtubular cytoskeleton arrays and cell divisions define the period of embryo histodifferentiation. Therafter, the presence of cortical microtubular cytoskeleton and absence of DNA synthesis acitvity defines the phase of embryo growth and completion of morphogenesis. Finally, the microtubular cytoskeleton is degraded as seeds become quiescent, defining the maturation phase. The roles of GA and ABA in seed development are evaluated in the differing developmental patterns observed for the GA-deficient ( gib1 ) and ABA-deficient ( sit w) mutants. Upon imbibition in water, the cell cycle is reactivated and becomes intense as germination is completed. Initially, the cortical microtubular cytoskeleton appears and DNA synthesis is initiated in meristematic cells of embryonic radicle tip region. Thereafter, replicated nuclear DNA is detected together with mitotic microtubular cytoskeleton arrays and cell divisions, prior to radicle protrusion through the seed coat. Both primary and secondary dormancy are characterised by a very low cell cycle activity. The depth of dormancy appears to be related to the progression of the cell cycle prior to the induction of dormancy (Chapter 6).

    Finally, in the form of a descriptive model, it is proposed to modify the current notion of the different phases in tomato seed development and germination.

    Coping strategies in dairy cows
    Hopster, H. - \ 1998
    Agricultural University. Promotor(en): P.R. Wiepkema; H.J. Blokhuis. - S.l. : Hopster - ISBN 9789054858423 - 152
    melkvee - melkveehouderij - diergedrag - stress - dierenwelzijn - huisvesting, dieren - karakteristieken - patronen - variatie - myocardium - hartfrequentie - adrenale cortexhormonen - corticosteron - corticotropine - lymfocyten - immuniteit - immunologie - immuunsysteem - ? - dairy cattle - dairy farming - animal behaviour - nervous system - stress - animal welfare - animal housing - characteristics - patterns - variation - myocardium - heart rate - adrenal cortex hormones - corticosterone - corticotropin - lymphocytes - immunity - immunology - immune system

    The central aim of this thesis is to investigate whether individual dairy cows display different and coherent patterns of physiological and behavioural stress responses. Such responses enable them to successful adapt in a changing environment.

    In Chapter 1, current concepts of adaptation and stress are introduced. Adaptation is necessary when the individual's need to perform specific behaviour, does not match the current or anticipated perceptions of the internal or external environment. Such a condition is termed stress . Physical and/or psychological factors that cause, support or magnify such a mismatch are called stressors . The behavioural and physiological responses that compensate this discrepancy are termed stress responses . Adaptation can be measured as the fade out of these responses.

    The degree, in which adaptation is accompanied by stress, is primarily determined by uncertainty, perceived by the organism, when it is not clear how and if adaptive changes can be realized. Individuals may differ remarkably in the way they cope with this problem. In such a situation, broadly speaking, their behaviour ranges between actively avoiding or tackling the problem and passively undergoing it. These two behavioural patterns strongly resemble the classical stress responses, ie fight/flight versus conservation/withdrawal, and are characterized in rodents and man by a specific, integrated pattern of cognitive, emotional, behavioural and physiological responses, termed coping strategies or coping styles .

    The active coping style is characterized by active behavioural responses as well as by dominating sympathetic activity. Increased concentrations of primarily noradrenaline and to a lesser extent adrenalin and glucocorticoid accompany active coping responses. Behavioural inhibition and activation of both the adrenomedullary and the hypothalamus-pituitary-adrenocortical systems is typical of the passive coping style. Passive coping is associated with increased concentration of adrenalin and corticosteroids and to a lesser degree also of noradrenaline.

    Increase in heart rate is suitable for measuring dominating sympathetic activity. Plasma concentrations of cortisol are used for estimating adrenocortical activity. To reliably measure these two parameters in dairy cows, methods were developed for both the recording of heart rate and the 'stress-free' collection of blood samples.

    For heart rate measurements in dairy cows, the Polar® Sport Tester has been modified and validated (Chapter 2). Simultaneous heart rate recordings with both the Polar® and classical ECG-equipment indicated significant correlations between the measurements when cows were quietly standing (0.88) or walking on a treadmill (0.72). Artefacts, caused by muscle contraction, could be easily recognized by their characteristic heart rate patterns. Accordingly, missing values instead of erroneous measurements were produced.

    A method for collecting only a few blood samples from many cows is reported in Chapter 3. Evidence is produced that baseline cortisol concentrations can be measured in single blood samples that are collected by jugular puncture within 1 min of first approaching the cow. To prevent handling from confounding cortisol concentrations, it is necessary that cows are accustomed to handling and to being restrained. When blood samples need to be collected repeatedly, however, jugular puncture may induce an increase in cortisol concentrations which seems to depend on the handling experience of the animal and on individual differences.

    The separation of cow and calf, 2-3 days after calving, evoked only a slight increase in heart rate in cows during the first minute after separation (Chapter 4). During the first 10 min after separation, no other behavioural (activity, vocalisations) or physiological (heart rate, cortisol) signs of stress could be detected. This indicated that the removal of the calf after bonding could not be used for triggering an acute stress response in dairy cows in further experiments.

    In Chapter 5, the preference of dairy cows for visiting a particular side of the milking parlour has been studied in the light of evidence in mice that active coping animals easily develop behavioural routines. Marked differences were found between individual cows in consistency of parlour side choice. Some cows systematically visited one side of the parlour for a longer time, whereas others alternated randomly. Social factors hardly influenced this individual trait. It was surprising, however, that in cows which consistently visited one side of the parlour, deprivation of choice hardly elicited any stress responses (behaviour, heart rate, milk production). Side preference of dairy cows in the milking parlour thus seemed to be a consistent behavioural routine with only unimportant implications for the welfare of cows if it were to be interrupted.

    In Chapter 6, the short- and long-term consistency of behavioural and physiological responses of dairy cows, which were repeatedly tested in a 'novel environment' test, is described. Individual cows showed consistent and individual-specific stress responses. Consistency appeared in behaviour, in heart rate and in plasma cortisol concentrations within one week. Consistency of individual responses was also found for heart rate and plasma cortisol concentrations when tests were spaced 1 yr apart. Handling prior to the exposure to the novel arena, besides the exposure itself appeared to be an important stress-inducing element in the novel environment test. The study produced clear evidence that individual dairy cows differ consistently in the degree to which they respond to environmental challenge, ie a combination of novelty, isolation and handling. The treatment offers exciting opportunities for the objective assessment of an underlying characteristic or psychobiological profile, perhaps fearfulness.

    Ten cows with low and eight cows with high plasma cortisol concentrations in response to the short stay in novel environment, were selected out of the group of 58 heifers. Low- and high responders were labelled LC- and HC-cows respectively. After one year, while in second parity, these cows were separated from herd-mates one after another and isolated and tethered for 55 hr in a stanchion barn (Chapter 7). Intra-mammary administration of E. coli endotoxin produced an acute and transient mastitic episode in all cows with only mild mastitic and systemic reactions. As far as their response to endotoxin is concerned, HC- and LC-cows responded similarly. In response to isolation, however, HC-cows showed stronger stress responses than LC-cows, as indicated by a higher increase in rectal temperature, in cortisol concentration after injection of endotoxin and in the number of vocalisations. Between 8 and 10 h post injection (PI) the number of circulating lymphocytes in HC- but not in LC-cows decreased markedly (40%) to 1.58 x 10 6cells.ml -1and remained so until 21 h PI. These results show that the stress response of dairy cows during social isolation is associated with the number of peripheral blood leukocytes after intra-mammary administration of endotoxin. Because plasma cortisol concentrations hardly differed between HC- and LC-cows, noncorticosteroid factors are likely to be involved.

    In chapter 8, current theories about the control of animal behaviour and the generation of emotional responses will be briefly introduced. These two topics, together with the current concept of adaptation and stress, provide a basis for discussing the findings of this study in an integrated way. The question is addressed why the dichotomy between active and passive coping animals, as reported in rats and mice, is likely to be different in dairy cows. Cumulative effects of domestication, intensive rearing and handling, one-sided selection for milk production and a feminine brain may have weakened the stress response of dairy cows. Therefore, distinct coping styles may be distinguished, although it is likely that such forces have shifted the coping behaviour of dairy cows to a more passive style. Finally the question is addressed how results from this study could contribute to the development of future management practices and breeding strategies.

    Plantkenmerken in relatie tot de veilingprijs, plantwaardering door consumenten en handel bij poinsettia
    Benninga, J. - \ 1997
    Aalsmeer : Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente (Rapport / Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente 111) - 50
    potplanten - consumenten - onderzoek - vraag - consumentengedrag - karakteristieken - gewicht - kleur - vorm - lengte - Nederland - rapporten - Euphorbia pulcherrima - binnen kweken (van planten) - pot plants - consumers - research - demand - consumer behaviour - characteristics - weight - colour - shape - length - Netherlands - reports - Euphorbia pulcherrima - indoor culture
    De kerstster (poinsettia/Euphorbia pulcherrima) is een typisch seizoenproduct, waarvan het prijsverloop tussen de jaren en binnen één aanvoerseizoen vaak een grillig verloop heeft. Het is ook een product waar gemakkelijk zichtbare afwijkingen bij optreden. Uit literatuur is bekend dat met eenvoudige teelthandelingen de plantvorm gemakkelijk te beïnvloeden is. Moeilijkheid is echter dat de plantontwikkeling ook beïnvloed wordt door het buitenklimaat (Hendriks 1995). De plantvorm heeft zeker invloed op de prijs en dus op de opbrengst. De kerstster is een gewas, waar er naar gestreefd wordt toe te werken naar een vooraf gedefinieerd eindproduct. De vraag naar de relatie tussen de prijs en de producteigenschappen is daarom actueel. De markt en dat zijn in feite de consumenten, zullen in toenemende mate gaan bepalen welk product gewenst is (de Kruijf 1995).
    Lichte en zware Peking-eenden vergeleken
    Buisonjé, F.E. de; Reimert, H.G.M. ; Voorst, A. van - \ 1997
    Praktijkonderzoek voor de Pluimveehouderij 8 (1997)4. - ISSN 0924-9087 - p. 31 - 35.
    gewicht - massa - eenden - afmetingen - grootte - karakteristieken - vervanging - uitselecteren - karkassamenstelling - weight - mass - ducks - dimensions - size - characteristics - replacement - culling - carcass composition
    In een proef op het Spelderholt zijn lichte en zware Peking-eenden met elkaar vergeleken. Het onderzoek had betrekking op technische resultaten, uitvalsoorzaken, slachtkwaliteit, activiteit van de dieren, bevedering en botvorming.
    New standard method for the assessment of the frying colour of French fries (in Dutch)
    Meinders, M.B.J. ; Timmermans, A.J.M. ; Eijck, P.C.M. van - \ 1997
    Aardappelwereld (1997)1. - ISSN 0169-653X - p. 15 - 17.
    cassave - karakteristieken - patates frites - kleur - voedselbewaring - voedingsmiddelen - lengte - meting - prestatieniveau - aardappelproducten - aardappelen - kwaliteit - wortelgewassen als groente - vorm - Solanum tuberosum - gewicht - optica - cassava - characteristics - chips (French fries) - colour - food preservation - foods - length - measurement - performance - potato products - potatoes - quality - root vegetables - shape - Solanum tuberosum - weight - optics
    Vochtgehalte en duur koudeperiode bepalend : hoge en gelijkmatige kieming van Berberis thunbergii zaad
    Derkx, R. - \ 1996
    De Boomkwekerij 9 (1996)25/26. - ISSN 0923-2443 - p. 18 - 19.
    karakteristieken - kieming - houtachtige planten als sierplanten - beplanten - zaadcontrole - zaden - bodemwater - zaaien - stratificatie (zaden) - verplanten - berberis thunbergii - characteristics - germination - ornamental woody plants - planting - seed testing - seeds - soil water - sowing - stratification - transplanting - berberis thunbergii
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.