Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 21 - 40 / 59

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Alternerend maaibeheer kavelsloten, verwerking rietmaaisel en effecten op onkruiddruk
    Holshof, G. ; Boekhoff, M. - \ 2006
    Lelystad : Animal Sciences Group / Praktijkonderzoek (PraktijkRapport / Animal Sciences Group, Praktijkonderzoek : Rundvee ) - 27
    graslanden - vegetatiebeheer - oevervegetatie - maaien - agrarische bedrijfsvoering - slootkanten - agrarisch natuurbeheer - natuurontwikkeling - grasslands - vegetation management - riparian vegetation - mowing - farm management - ditch banks - agri-environment schemes - nature development
    Door in het najaar slechts één slootzijde + slootbodem te maaien en het product af te voeren, wordt de natuurwaarde van deze sloot vergroot. Dit alternerend maaibeheer leidt niet tot veronkruiding van het aangrenzende perceel. Door het rietmaaisel een jaar op te slaan, kan het vervolgens zonder problemen worden uitgereden op maïsland op zeeklei. Het uitrijden van rietmaaisel leidt niet tot een verhoogde onkruiddruk of opbrengstdaling.
    Beheeradvies grasbufferstroken voor het project Actief Randenbeheer Brabant
    Clevering, O.A. ; Visser, A.J. - \ 2005
    Wageningen : PPO Sector AGV - 40
    vegetatiebeheer - verontreinigingsbeheersing - maaien - waterverontreiniging - pesticiden - bodemvruchtbaarheid - sloten - oppervlaktewater - natuurbescherming - bufferzones - natuurtechniek - agrarisch natuurbeheer - noord-brabant - vegetation management - pollution control - mowing - water pollution - pesticides - soil fertility - ditches - surface water - nature conservation - buffer zones - ecological engineering - agri-environment schemes - noord-brabant
    Het project Actief Randenbeheer Brabant heeft als doel uitstoot van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen naar het Brabantse oppervlaktewater te verminderen door de aanleg van bufferstroken, waaronder grasbufferstroken. Het project is in2002gestart. De eerste grasbufferstroken zijn drie jaar geleden aangelegd. In opdracht van de projectgroep Actief Randenbeheer Brabant is door Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) een studie verricht naar het beheer van grasbufferstroken langsbouwland.De belangrijkste vragen die door de projectgroep Actief Randenbeheer Brabant worden gesteld zijn: * Is het mogelijk om na 2 jaar verschralen (jaarlijks 2x maaien en afvoeren) over te stappen op een extensievere vorm van beheer en wat isdekostenbesparing?; * In hoeverre kunnen de doelstellingen van het project Actief Randenbeheer Brabant gekoppeld worden aan andere functies van bufferstroken?; * Welke informatie ontbreekt er nog?
    Kansen voor natuur in het veenweidegebied : een modeltoepassing van SMART2-SUMO2, MOVE3 en BIODIV
    Wamelink, G.W.W. ; Jong, J.J. de - \ 2005
    Wageningen : WOT Natuur & Milieu (WOt-rapport 8) - 68
    natuurbescherming - natuurreservaten - maaien - begrazing - milieubeleid - graslanden - modellen - nederland - agrarisch natuurbeheer - friesland - utrecht - zuid-holland - nature conservation - nature reserves - mowing - grazing - environmental policy - grasslands - models - netherlands - agri-environment schemes - friesland - utrecht - zuid-holland
    Met de modellen SMART-SUMO-MOVE-BIODIV zijn de gecombineerde effecten van depositieverandering, beheer (maaien en begrazen) en grondwaterstandverandering op de kansen van natuur berekend. Verdere modelverbeteringen zijn noodzakelijk zodat de conclusies nog voorbehoud vereisen. In totaal zijn 115 combinaties van scenario’s doorgerekend voor grasland en rietland in het veenweidegebied in Friesland en het Groene Hart. Daarnaast zijn de extra kosten die een agrariër maakt bij een natuurlijker beheer geschat voor de verschillende scenario’s. De kosteneffectiviteit was het hoogste voor een combinatie van maaien met begrazen; hiervoor zijn de extra kosten het geringst en de kansen voor natuur het hoogst. De mogelijkheid om wel of geen mest, die niet of nauwelijks gebruikt mag worden op de percelen in natuurlijk beheer, op het eigen bedrijf kwijt te kunnen bleek een belangrijke invloed op de kosten te hebben. Als die mogelijkheid er wel is lijken de vergoedingen zoals die onder de SAN of SN worden gegeven voor natuurlijk beheer voor sommige beheerscenario’s de kosten kunnen dekken. Echter voor een behoorlijk aantal beheerscenario’s zal ook dan de vergoeding niet voldoende zijn. Als de mest niet op het eigen bedrijf kan worden verwerkt geldt voor alle scenario’s dat de vergoedingen waarschijnlijk fors te laag zullen zijn. Trefwoorden: Modellen, beheer, beleid, scenario analyse, maaien, begrazen, grasland, agrarisch natuurbeheer
    Haalbaarheid natuurdoelen op fosfaatverrijkte gronden : Dertig jaar natuurontwikkeling op voormalige landbouwgronden
    Kemmers, R.H. ; Kuiters, L. ; Delft, B. van; Slim, P.A. ; Bakker, J.P. ; Vries, Y. de - \ 2005
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1040) - 67
    natuurbescherming - landbouwgrond - fosfaten - vegetatiebeheer - maaien - begrazing - nederland - natuurtechniek - nature conservation - agricultural land - phosphates - vegetation management - mowing - grazing - netherlands - ecological engineering
    Twee 30-jarige reeksen met natuurontwikkeling op fosfaatverrijkte vochtig tot droge gronden werden vegetatiekundig en bodemkundig geanalyseerd op de mate waarin natuurdoeltypen werden gerealiseerd in relatie tot de fosfaattoestand van de bodem. In beide casestudies werden geen inrichtingsmaatregelen genomen, zodat de fosfaattoestand die door landbouwkundig gebruik was ontstaan, tevens het uitgangspunt voor natuurontwikkeling is geweest. In Baronie Cranendonck werd via extensieve begrazing en in Loefvledder via maaien en afvoeren een halfnatuurlijk beheer gevoerd. Bij beide vormen van beheer blijkt de productie van de vegetatie over een periode van 30 jaar sterk te zijn gedaald, waarbij de fosfaatvoorraad en -beschikbaarheid in de bouwvoor van percelen in de Baronie sterk daalden, maar in die van Loefvledder toenamen. Niet zozeer de beheersvorm maar de bodemkundig/hydrologische gesteldheid is van invloed op de vermindering van de fosfaatvoorraad. Uit het onderzoek kan worden geconcludeerd dat zonder afgraven zowel via begrazing als via hooien laagproductieve vegetaties van de Koelerio-Corynephoretea en het Nardo-Galion saxatilis kunnen worden ontwikkeld op matig tot sterk fosfaatverzadigde gronden. Onder invloed van beide beheersvormen zijn vooral de beperking aan stikstof- en kalium van invloed geweest op de teruglopende productiviteit. Verdere verschraling is alleen mogelijk indien fosfaatbeperking ontstaat, wat in de huidige situatie nog niet het geval is. Wel lijkt het van belang maatregelen te nemen die de kolonisatie van karakteristieke plantensoorten via dispersie van zaden vereenvoudigt
    Manipulating transplant morphology to advance post-transplant growth and yield in strawberry
    Reekie, J.Y. - \ 2005
    Wageningen University. Promotor(en): Paul Struik. - Wageningen : S.n. - ISBN 9789085042617 - 126
    fragaria ananassa - aardbeien - plantenmorfologie - verplanten - maaien - wortel spruit ratio - fragaria ananassa - strawberries - plant morphology - transplanting - mowing - root shoot ratio
    Two methods were developed to enhance transplant success and minimize water use of strawberry transplants harvested in Canadian nurseries for use in the annual strawberry production system in the Southern United States: mechanical leaf removal by mowing, and chemical control of growth and development using prohexadione-calcium (ProCa). 'Camarosa' and 'Sweet Charlie', two cultivars used in the annual strawberry production system with contrasting growth patterns were chosen for this study. Treatment in Canadian nurseries resulted in several morphological changes in the transplants: reduced plant height and total leaf area, increased root to shoot ratio, and decreased specific leaf area (with ProCa application). Physiological changes in response to treatment included: a higher rate of photosynthesis, an increase in root initials, an increase in fruit number, and osmotic adjustment that pre-adapted transplants to water stress. Production changes caused by treatments included: an increase in the number of harvestable daughter transplants produced in the nurseries with ProCa application, decreased irrigation requirement, and increased early or seasonal fruit yield in mowed and ProCa-treated plants in some but not all years. Mowing and ProCa are useful tools to manipulate strawberry plant morphology in the northern nurseries to produce more robust transplants, resulting in better post-transplant growth, higher fruit yields, earlier fruit production and lower irrigation costs. This has the potential to significantly improve profitability for nursery and fruit producers.
    Verschraalbeheer goed voor boer en natuur
    Hopster, G.K. ; Voort, M.P.J. van der - \ 2004
    Boerderij/Akkerbouw 89 (2004)19. - ISSN 0169-0116 - p. 10 - 11.
    akkerbouw - bouwland - natuurbescherming - vegetatiebeheer - grasmaaisel - maaien - verwerking - afvalverwijdering - afvalverwerking - afvalhergebruik - agrarische bedrijfsvoering - kosten - agrarisch natuurbeheer - arable farming - arable land - nature conservation - vegetation management - grass clippings - mowing - processing - waste disposal - waste treatment - waste utilization - farm management - costs - agri-environment schemes
    Verschraalbeheer van akkerranden is goed voor de natuur omdat de biodiversiteit toeneemt en goed voor de boer omdat probleemonkruiden langzamerhand verdwijnen. Akkerranden maaien levert op zich nauwelijks problemen op, maar veel onduidelijkheid bestaat over de wijze van afvoeren van het maaisel. Een en ander hangt vooral af van de inpasbaarheid in de bedrijfsvoering en de kosten. Een overzicht van de kosten van een aantal verwerkingsmethoden en de daarvoor noodzakelijke bewerkingen en machines, in eigen beheer of in loonwerk (maaisel opzij harken en na oogst in perceel ploegen; maaien, hakselen en maaisel over perceel blazen; maaisel op eigen compost/mesthoop brengen of aan eigen vee voeren; maaisel in balen persen als veevoer; maaisel afvoeren naar composteerbedrijf)
    Perspectieven voor berm-, oever- en slootmaaisel; alternatieve verwerkingsmethoden en werkbare wetgeving
    Spijker, J.H. ; Ehlert, P.A.I. ; Harmsen, J. - \ 2004
    Wageningen : Alterra - 76
    maaien - grasmaaisel - wegbermen - kanaaloevers - slootkanten - kanalen - sloten - aanwendingen - compost - grondverbeteraars - mowing - grass clippings - roadsides - canal banks - ditch banks - canals - ditches - uses - composts - soil amendments
    Effectiviteit van natuurbeheerscenario's in het veenweidegebied : een modelsimulatie met SMART2-SUMO2-MOVE2
    Wamelink, G.W.W. ; Dobben, H.F. van - \ 2004
    Wageningen : Natuurplanbureau (Planbureaurapporten / Natuurplanbureau 1) - 47
    graslanden - graslandbeheer - maaien - begrazing - simulatiemodellen - nederland - natuur - plaggen steken - natuurtechniek - grasslands - grassland management - mowing - grazing - simulation models - netherlands - nature - sod cutting - ecological engineering
    Met behulp van de Natuurplanner zijn de effecten van 24 verschillende beheerscenario’s op de realiseerbaarheid van de natuurdoeltypen Nat Schraalgrasland en Bloemrijk Grasland doorgerekend voor 20 percelen in het veenweidegebied. Daarnaast zijn de verschillende kosten voor het beheer globaal met elkaar vergeleken. Een opvallend resultaat is dat een lichte bemesting positief kan zijn voor de realiseerbaarheid van bloemrijk grasland. Begrazing in combinatie met maaien bleek goede mogelijkheden voor nat schraalgrasland en bloemrijk grasland te geven. Begrazen alleen is het goedkoopste. Echter na verloop van tijd treedt er successie naar bos op waardoor realisatie van het type niet meer mogelijk is. Het duurdere maaien is daardoor de enige optie om het type langdurig in stand te kunnen houden. Veel van de resultaten moeten als indicatief worden beschouwd omdat, vooral bij plaggen aan het begin van natuurontwikkeling, onwaarschijnlijke simulatie van bodem en realiseerbaarheid van de natuurdoeltypen naar voren kwamen. Trefwoorden: graslandbeheer, grasland, maaien, begrazing, natuurontwikkeling, afgraven, model
    Geschiktheid van bermmaaisel als meststof; een verslag van acht praktijkproeven
    Spijker, J.H. ; Ehlert, P.A.I. ; Jong, J.J. de; Niemeijer, C.M. ; Scheepens, P.C. ; Vries, E.A. de - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 963) - 64
    grassen - vegetatie - maaien - grasmaaisel - organisch afval - wegbermen - compostering - toxiciteit - voedingsstoffen - zware metalen - arsenicum - nederland - bedijking - grasses - vegetation - mowing - grass clippings - organic wastes - roadsides - composting - toxicity - nutrients - heavy metals - arsenic - netherlands - embankments
    In acht pilots is op praktijkschaal bermmaaisel verzameld en voorbewerkt met als doel te kunnen inzetten als meststof in de landbouw. Dit bermmaaisel is geanalyseerd op organische-stofgehalte, homogenitiet van de organische stof, contaminatie met zware metalen en de aanwezigheid van vitale onkruidzaden. De resultaten zijn vergeleken met de eisen zoals het ministerie van LNV deze heeft geformuleerd in 2002.
    Natuurontwikkeling op voormalige landbouwgronden in relatie tot de beschikbaarheid van fosfaat: evaluatie van verschralingsmaatregelen
    Sival, F.P. ; Chardon, W.J. ; Werff, M.M. van der - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 951) - 88
    landbouwgrond - fosfaten - fosfor - vegetatiebeheer - voedingsstoffen - begrazing - maaien - nederland - natuurtechniek - natuur - plaggen steken - agricultural land - phosphates - phosphorus - vegetation management - nutrients - grazing - mowing - netherlands - ecological engineering - nature - sod cutting
    Als gevolg van de realisering van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) komen landbouw-gronden beschikbaar voor natuurontwikkeling. De doelstelling van het project is het bepalen van grenswaarden voor de beschik-baarheid van fosfaat voor verschillende natuurdoel-typen op zandgronden, en het evalueren van de effectiviteit van verschralings-maatregelen voor natuur-ontwik-keling. Binnen het zandgebied van de provincies Noord Brabant en Limburg zijn 24 locaties geselec-teerd met uiteenlopende grasland- en heidevegetatie. Het betreft natuur-ontwikkelings-projecten in verschillende stadia van ontwikkeling op voormalige landbouw-gronden. De verschralingsmaatregelen afgraven/maaien en maaien geven de meeste doel-soorten uit de doelvegetatie natte heiden (Ericion tetralicis), kleine zeggen (Caricion nigrae), voedselarme graslanden (Junco-Molinion en het Nardo-Galion saxatilis). In veel mindere mate komen soorten voor van droge heide (Calluno-Genistion pilosae), voedsel-arm grasland (Thero-Airion) of van veen-vegetatie (Hydrocotylo-Baldellion). Begrazen levert slechts een enkele doelsoort op. Hoge waarden van N/P (> 10), typerend voor blauwgrasland, werden alleen gevonden bij zeer lage Pw (<4 mg P2O5 / L grond) of P-Al (
    Bioveem Teelt Grasproef Vis/Bisschop (2000-2002) : welk engels raaigrastype past het best bij witte klaver onder maaiweidebeheer
    Wagenaar, J.A. - \ 2003
    Lelystad : Animal Sciences Group (Bioveem rapport 4) - 14
    eenjarige graslanden - graslanden - lolium perenne - maaien - graslandverbetering - seizoenvariatie - annual grasslands - grasslands - lolium perenne - mowing - grassland improvement - seasonal variation
    Een biologische melkveehouder moet zijn graslandmanagement richten op grasklaver. Biologisch graslandmanagement kenmerkt zich door een lager (stikstof) bemestingsniveau en een cruciale rol voor klaver. In het geval van succesvol management wordt een hoge drogestofopbrengst gecombineerd met een evenwichtige klaverontwikkeling en een goede voederwaarde. Aan de grascomponent in grasklavermengsels voor maai/weidebeheer werd tot voor kort weinig onderzoek gedaan. In de praktijk wordt meestal gebruik gemaakt van BG-mengsels. Grassen die in de BG-mengsels zitten worden geselecteerd op wintervastheid, resistentie tegen kroonroest, standvastigheid, doorschietdatum, voorjaarsontwikkeling en productieniveau. De raseigenschap wintervastheid is voor biologisch graslandmanagement minder belangrijk. Ook het optreden van kroonroest speelt minder, omdat in een grasklavermengsel de stikstofvoorziening van het gras in het najaar op peil blijft. Standvastigheid is belangrijk in biologisch graslandmanagement. Voorjaarsontwikkeling is belangrijk, omdat hiermee het groeiseizoen kan worden verlengd. Een goede voorjaarsontwikkeling moet echter gepaard gaan met een late doorschietdatum, omdat anders de voederwaarde sterk negatief kan worden beïnvloed door het herhaald in bloei schieten van de grassen. Productieniveau, tot slot, is ook voor biologische bedrijven een indicatie voor wat qua opbrengst van een gras kan worden verwacht. Het inschatten van het productieniveau van gras in combinatie met klaver blijft moeilijk. In het hierna beschreven onderzoek is gekeken naar de geschiktheid van vier engels raaigrastypen onder biologisch graslandmanagement
    Management recommendations
    Bokdam, J. ; Braeckel, A. van - \ 2002
    In: Grazing as a conservation management tool in peatland : Workshop, 22-26 April 2002, Goniadz, Poland [S.l.] : s.n. - p. 24 - 25.
    veengebieden - plantensuccessie - verbranden - maaien - begrazing - extensieve veehouderij - natuurbescherming - graslandbeheer - polen - peatlands - plant succession - burning - mowing - grazing - extensive livestock farming - nature conservation - grassland management - poland
    The acute succession problem justifies an opportunistic use of all suitable methods on the short-term (10 years). The ban on winter burning should be (temporally) lifted. The mown area should be enlarged by activating volunteers, raising budgets and funds for mowing of BNP-owned peatlands and by using peat harvesters. BNP and farmers should co-operate to raise funds and conclude Management Agreements for livestock farming on private and BNP-owned peatland. Agreements should include the use of Biebrza hay and litter. In the longer term (>10 years) extensive grazing seems the most promising tool. It may be implemented as traditional dairy farming, ranching of beef cattle, horses or (semi-) wild herbivores or as Wilderness. Suitability and feasibility may differ between the three basins. The entry of Poland to the EU will affect the feasibility of the strategies
    Suitability
    Bokdam, J. ; Braeckel, A. van - \ 2002
    In: Grazing as a conservation management tool in peatland : Workshop, 22-26 April 2002, Goniadz, Poland - p. 10 - 16.
    veengebieden - begrazing - maaien - snijden - verbranden - natuurbescherming - plantensuccessie - plantengemeenschappen - polen - peatlands - grazing - mowing - cutting - burning - nature conservation - plant succession - plant communities - poland
    The suitability of grazing, burning, mowing and cutting as tools for succession control in peatland was assessed and expressed on a scale from 0 - 1. All management tools are suitable, but their effects are conditional. The suitability depends on the targeted vegetation transition and on their intensity and timing. Maintenance and restoration of short vegetation requires an annual or short cyclic (2-5 years) removal of the major portion of the aboveground annual production during the growing season. Grazers, Intermediate Feeders, Browsers and mechanical removal (including burning) fulfil a complementary role. Taking a suitability value of >0.66 as criterion, a complete herbivore assemblage at saturation density might realise all objectives, except regression from Alder to short vegetation. This requires cutting. Lacking herbivory may be substituted by removal by man or by fire. Suppression of invading shrub by winter burning requires sufficient inflammable biomass. Winter burning cannot substitute the effects of summer grazing on tall sedges and Reed. Burning in late winter may damage early shoots of sedges and Bush grass
    Rietmaaisel uit kavelsloten met een alternatief maaibeheer onderwerken?
    Meerburg, B. ; Holshof, G. - \ 2001
    Rundvee praktijkonderzoek 14 (2001)2. - ISSN 1569-805X - p. 16 - 16.
    sloten - onderhoud - maaien - organisch bodemmateriaal - maïs - bouwland - bodemvruchtbaarheid - ditches - maintenance - mowing - soil organic matter - maize - arable land - soil fertility
    In een proef zal worden gekeken of het onderwerken van (vers) rietmaaisel op maosland een goede oplossing is om van dit natuur-bijproduct af te komen.
    De bemestende waarde van bermmaaisel, slootmaaisel en heideplagsel
    Zwart, K.B. - \ 2001
    Wageningen : Plant Research International - 12
    maaien - wegbermen - sloten - slootkanten - heidegebieden - organische meststoffen - mowing - roadsides - ditches - ditch banks - heathlands - organic fertilizers
    Onderzoek naar de mogelijkheden voor toepassing van bermmaaisel op landbouwgronden. Covernota bij drie onderzoeksnota's
    Lotz, L.A.P. ; Spijker, J.H. - \ 2001
    Wageningen : Plant Research International - 16
    landbouwgrond - bodemvruchtbaarheid - maaien - grasmaaisel - wegbermen - onderzoek - organische stof - agricultural land - soil fertility - mowing - grass clippings - roadsides - research - organic matter
    Onderzoek is verricht naar de landbouwkundige voordelen (en eventuele risico's) van het onderwerken van bermmaaisel in landbouwgronden. Een deel van het onderzoek werd eveneens uitgevoerd voor slootmaaisel en heideplagsel
    Distels in beklaagdenbank
    Mabelis, A.A. - \ 2001
    Tuin en Landschap 23 (2001)22. - ISSN 0165-3350 - p. 50 - 51.
    cirsium - cirsium arvense - pioniersoorten - koloniserend vermogen - plantenkolonisatie - expansie - spreiding - plantenvermeerdering - voortplanting - onkruidbestrijding - vegetatiebeheer - maaien - begrazing - biologische bestrijding - distels - ecologie - natuurbeheer - vegetatie - cirsium - cirsium arvense - pioneer species - colonizing ability - plant colonization - expansion - spread - propagation - reproduction - weed control - vegetation management - mowing - grazing - biological control
    In extensief beheerde natuurterreinen, vooral bij omgewerkte grond, kan de akkerdistel (Cirsium arvense) een probleem gaan vormen in de vorm van grote distelvelden en overlast van zaadpluizen. Anderzijd heeft de plant positieve natuurwaarden (bloembezoekers). Verbreidings- en vestigingsvermogen van de plant, reproductie (zaad of worteluitlopers), en mogelijke beheersmaatregelen voor de bestrijding van distelhaarden in terreinen (maaien; begrazen; biologische bestrijding d.m.v. insecten of schimmels; niets doen)
    'Vluchtstroken' als instrument in agrarisch weidevogelbeheer; het gebruik van vluchtstroken door gezenderde gruttogezinnen
    Schekkerman, H. ; Müskens, G.J.D.M. - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 220) - 51
    limosa limosa - voortplanting - nesten - maaien - graslanden - bedrijfsvoering - conservering - monitoring - nederland - weidevogels - limosa limosa - reproduction - nests - mowing - grasslands - management - conservation - monitoring - netherlands - grassland birds
    Vluchtstroken voor weidevogels zijn een nieuw instrument in subsidieregelingen voor (agrarisch) weidevogelbeheer, waarbij op vroeg gemaaide graslandpercelen een strook of vlak vegetatie niet wordt meegemaaid, maar pas ten minste twee weken later wordtgemaaid of beweid. De effectiviteit van vluchtstroken is in 1999 en 2000 onderzocht in vier graslandgebieden, waar het terreingebruik werd beschreven van 29 gruttofamilies waarvan een der ouders van een zender was voorzien. Vluchtstroken van 1 en 2 m breed bleken onaantrekkelijk voor grutto's. Percelen met bredere vluchtstroken werden, in verhouding tot hun oppervlak, veel vaker gebruikt door gruttogezinnen dan recentelijk gemaaide percelen zonder vluchtstrook, en vrijwel even vaak als ongemaaide en hergroeiende percelen met een grashoogte van meer dan 15-20 cm. Vluchtstroken, mits voldoende breed, vormen dus een zinvolle aanvulling op het later maaien van gehele percelen.
    Mammals benefit from reduced ditch clearing frequency in an agricultural landscape
    Huijser, M.P. ; Meerburg, B.G. ; Voslamber, B. ; Remmelzwaal, A.J. ; Barendse, R. - \ 2001
    Lutra 44 (2001). - ISSN 0024-7634 - p. 23 - 40.
    zoogdieren - mortaliteit - slootkanten - sloten - maaien - bedrijfsvoering - soortendiversiteit - natuurbescherming - biodiversiteit - populatie-ecologie - nederland - onderhoud - flevoland - mammals - mortality - ditch banks - ditches - maintenance - mowing - management - species diversity - nature conservation - biodiversity - population ecology - netherlands
    We investigated the effect of two types of ditch management on the species richness and abundance of mammals at two sites in an agricultural landscape in Flevoland, The Netherlands. The first management type involved mowing both ditch slopes twice per year with a flailmower and leaving the biomass on the spot (control sections; n=3 at Tureluurweg site, n=6 at Waiboerhoeve site). Here the vegetation was short throughout winter. The second management type involved mowing the two ditch slopes in alternate years and removing the biomass (reed sections; n=3 at Tureluurweg, n=6 at Waiboerhoeve). This resulted in reed cover (Phragmites australis) at one ditch side in winter. Species richness and abundance of mammals were investigated through sightings and trapping along the ditches and in the adjacent production grasslands. Species richness and overall abundance were highest in the reed sections. Common voles (Microtus arvalis), harvest mice (Micromys minutus) and common shrews (Sorex araneus) occurred mostly in the ditches, especially in the reed sections. Only common voles were also frequently found in the grasslands but here their density was lower than along the ditches. A male-biased sex ratio in the production grasslands also indicated that these were a poor habitat for this species. Although reduced clearing frequency of the ditches benefited the common vole, outbreaks seem unlikely as long as the grasslands continue to be used intensively. Low management costs and possible application of reed biomass on arable land could also ensure a rapid integration of nature-oriented ditch management into existing farming systems.
    Minder maaien, meer natuur
    Huijser, M. - \ 2000
    Praktijkonderzoek Rundvee, Schapen en Paarden. Praktijkonderzoek 13 (2000)4. - ISSN 1386-8470 - p. 36 - 37.
    sloten - onderhoud - vegetatie - maaien - natuurbescherming - drainage - landbouwgrond - oppervlaktedrainage - ditches - maintenance - vegetation - mowing - nature conservation - drainage - agricultural land - surface drainage
    Ook in grootschalige landbouwgebieden is het mogelijk om natuurwaarden op relatief eenvoudige wijze te vergroten. Dit kan onder andere door de vegetatie in de kavelsloten minder vaak te maaien. Dit hoeft niet tot hogere kosten of problemen met de waterafvoer te leiden.
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.