Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 21 - 40 / 123

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==oppervlakte (areaal)
Check title to add to marked list
Impact GLB2013+ op het areaal landbouwgrond in Nederland : onderzoek naar de effecten van de nieuwe definitie landbouwgrond
Meijer, M. ; Janssen, H. ; Os, J. van; Schuiling, C. ; Staritsky, I.G. - \ 2013
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2451) - 68
natuurlijke graslanden - landbouwgrond - ecologische hoofdstructuur - natura 2000 - gemeenschappelijk landbouwbeleid - nederland - oppervlakte (areaal) - natural grasslands - agricultural land - ecological network - cap - netherlands - acreage
De Europese Commissie (EC) gaat het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) wijzigen. Het nieuwe GLB zal na verwachting in 2014 ingaan. Een belangrijk element in het huidige maar ook in het toekomstige GLB is het begrip landbouwgrond. In dit rapport staat het begrip landbouwgrond centraal. Zo wordt onderzocht wat volgens de nieuwe definitie het totale areaal landbouwgrond in Nederland is, en hoeveel van dit areaal begrensd wordt door de Ecologische Hoofdstructuur en/of Natura 2000.
Onbeperkt houdbaar: advies voor een nieuw natuurbeleid in Nederland
Berendse, F. ; Leeuwen, B. van; Arts, B.J.M. ; Bade, T. ; Kuks, S.M.M. - \ 2013
De Levende Natuur 114 (2013)3. - ISSN 0024-1520 - p. 74 - 83.
natuurbeleid - vegetatiebeheer - natuurbeheer - habitats - oppervlakte (areaal) - natuurgebieden - nature conservation policy - vegetation management - nature management - acreage - natural areas
In mei 2011 ontving Illka Hanski uit handen van de Zweedse koning Karel Gustaaf de prestigieuze Crafoord prize. Hij kreeg de prijs voor zijn bijdrage aan de wiskundige theorie die de effecten van oppervlakte en versnippering van natuur op de populaties van wilde planten en dieren beschrijft. Ongeveer gelijktijdig doemden in Nederland de contouren op van een drastische koerswijziging van de overheid, die een einde zou maken aan het Nederlandse natuurbeleid dat sinds 1990 op deze theorie was gebaseerd. Er werden ingrijpende bezuinigingen aangekondigd, van meer dan 70%. Nooit eerder was de kloof tussen regeringsbeleid en wetenschappelijk inzicht zo diep. Deze koerswijziging heeft de aanzet gegeven tot een politieke en maatschappelijke herbezinning op nut en noodzaak van het natuurbeleid.
Energiehuishouding van steltlopers en de effecten van verandering in foerageer-oppervlak op populaties: Studie uitgevoerd in het kader van ANT-Ooscerschelde & LTV-Natuurlijkheid
Schellekens, T. ; Ens, B.J. ; Ysebaert, T. - \ 2013
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES nr. C 067/13) - 26
watervogels - foerageren - estuaria - oppervlakte (areaal) - oosterschelde - westerschelde - energiebalans - waterfowl - foraging - estuaries - acreage - eastern scheldt - western scheldt - energy balance
Er doen zich grootschalige morfologische veranderingen voor in de Zuidwestelijke Delta: in de Oosterschelde t.g.v. de zandhongerproblematiek, en in de Westerschelde ten gevolge van de vaarwegverruiming. In beide watersystemen leiden deze processen tot een verandering van het areaal droogvallende platen en slikken (met als gevolg veranderingen in voedselbeschikbaarheid en beschikbare foerageertijd). Deze intergetijdengebieden zijn belangrijke foerageergebieden voor steltlopers. De energiehuishouding (het verschil tussen opname en verbruik van energie) van steltlopers speelt een belangrijke rol in de bepaling van de effecten van dergelijke veranderingen op steltlopers. Voor beide gebieden gelden N200 instandhoudingsdoelstellingen voor steltlopers
Elkaar een toekomst gunnen : naar een modern en duurzaam teeltareaal glastuinbouw
Buurma, J.S. ; Ruijs, M.N.A. ; Knijff, A. van der - \ 2013
Den Haag : LEI Wageningen UR (Nota / LEI : Onderzoeksveld Sector en ondernemerschap ) - 62
glastuinbouw - tuinbouwbedrijven - bedrijfsgrootte in de landbouw - bedrijfsontwikkeling in de landbouw - economische situatie - duurzame landbouw - doelstellingen - innovaties - oppervlakte (areaal) - greenhouse horticulture - market gardens - farm size - farm development - economic situation - sustainable agriculture - objectives - innovations - acreage
Voorjaar 2012 heeft een aantal partijen de handen ineengeslagen in de Initiatiefgroep ' Duurzame modernisering teeltareaal '. Zij hebben zich tot doel gesteld 'het aanjagen van de modernisering en verduurzaming van het teeltareaal door het maken van een gereedschapskist met nieuwe instrumenten en stimulering van de (creatieve) aanwending daarvan' . Dit alles met als uiteindelijke doel: het verhogen van de toegevoegde waarde van de glastuinbouwbedrijven per m2 en de concurrentiekracht van de sector als geheel.
Potentiele beregeningskaart 2012 : update landelijke potentiele beregeningskaart voor het NHI op basis van landbouwmeitellingen 2010
Massop, H.T.L. ; Schuiling, C. ; Veldhuizen, A.A. - \ 2013
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2382) - 40
landbouwgronden - beregening - oppervlakte (areaal) - zoet water - watervoorziening - nederland - agricultural soils - overhead irrigation - acreage - fresh water - water supply - netherlands
De zoetwatervraag voor beregening wordt bepaald door gebruik te maken van hydrologische modelberekeningen. Voor deze berekeningen is informatie noodzakelijk over de grootte van het potentieel te beregenen areaal en de ruimtelijke ligging hiervan. Via de landbouwmeitellingen is in het verleden al meerdere malen informatie ingewonnen over beregening in de landbouw. Het areaal dat wordt beregend neemt nog steeds toe. Bij de landbouwmeitellingen 2010 is de meest recente landsdekkende informatie over het areaal beregening per landbouwbedrijf beschikbaar gekomen. Door deze gegevens te combineren met het BRP-percelenbestand, dat informatie over de ruimtelijke ligging van de percelen van de landbouwbedrijven bevat, is het mogelijk om op bedrijfsniveau beregening toe te kennen aan gebruikspercelen. De afgeleide kaart is op gemeenteniveau vergeleken met de voorgaande kaart. De landbouwmeitellingen hebben alleen betrekking op het landbouwgebied, voor ontbrekende gebruiksvormen is de kaart aangevuld met informatie uit de TOP10-vector en LGN6. De vraag over de beregeningsbron was minder volledig beantwoord.
Het mosselbestand en het areaal aan mosselbanken op de droogvallende platen van de Waddenzee in het voorjaar van 2012
Ende, D. van den; Troost, K. ; Stralen, M.R. van; Zweeden, C. van; Asch, M. van - \ 2012
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C149/12) - 26
mosselteelt - mossels - aquatische ecosystemen - oppervlakte (areaal) - waddenzee - mussel culture - mussels - aquatic ecosystems - acreage - wadden sea
In het voorjaar van 2012 heeft IMARES, afdeling Delta te Yerseke, onderzoek uitgevoerd naar het areaal en bestand aan litorale mosselbanken in de Waddenzee. De surveys zijn opgezet ter onderbouwing van het beleid voor de schelpdiervisserij en vormen daarbij al 15 jaar een belangrijke bron van informatie voor verdere ecosysteem- en effectstudies. De kartering van mosselbanken vindt te voet plaats tijdens laagwater waarbij de positie van banken wordt vastgelegd met GPS-apparatuur. Het totale areaal aan litorale mosselbanken in het voorjaar van 2012 is geschat op 1773 ha. Daarvan is 48 hectare geclassificeerd als zaadbank, 230 hectare als middelgrote mosselen en 1491 hectare als grote mosselen. Er zijn dit jaar nauwelijks nieuwe banken zijn ontstaan.
Inventarisatie van arealen en bestanden aan Japanse oesterbanken in de Oosterschelde en Waddenzee in 2012
Brummelhuis, E.B.M. ; Troost, K. ; Ende, D. van den; Zweeden, C. van; Asch, M. van - \ 2012
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C142/12) - 38
schaaldieren - inventarisaties - mariene gebieden - oppervlakte (areaal) - waddenzee - oosterschelde - shellfish - inventories - marine areas - acreage - wadden sea - eastern scheldt
Het areaal aan oesterbanken is voor de Waddenzee geschat op 1133 hectare. Hiervan is 427 ha in het veld ingemeten en 706 ha gereconstrueerd in GIS. Van het totale areaal bestond 260 ha voornamelijk uit Japanse oesters. De overige 873 ha zijn gekarakteriseerd als gemengde mossel/oester banken. Het areaal aan banken met Japanse oesters is voor de Oosterschelde geschat op 949 ha. Hiervan is 876 ha bezocht in 2011, 33 ha bezocht in 2012, en 40 ha gereconstrueerd. Van de 909 ha banken die ingelopen zijn in 2011 en 2012, kan minimaal 392 hectare gekarakteriseerd worden als gemengde mossel/oester banken.
Effecten uitbreiding 3 MZI locaties in Oosterschelde en Waddenzee op draagkracht
Wijsman, J.W.M. ; Kamermans, P. - \ 2012
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C156/12) - 20
mosselteelt - visserijbeheer - visserij-ecologie - oppervlakte (areaal) - waddenzee - voordelta - mussel culture - fishery management - fisheries ecology - acreage - wadden sea
Deze studie bevat een update van de berekeningen van de filtratiedruk die is gemaakt in de passende beoordeling voor Mosselzaadinvang (MZI) in de Nederlandse kustwateren uit 2009. Deze update is nodig vanwege de wens tot uitbreiding van de MZI gebieden Neeltje Jans in de Oosterschelde (41 ha naar 98 ha) en Vogelzand (90 naar 150 ha) en Zuidmeep (79 naar 91 ha) in de Waddenzee.
Optimaal sluiten van mineralenkringlopen : een ruim dieet bij volledige stikstofsluiting en areaalgebruik
Cormont, A. ; Janssen, S.J.C. - \ 2012
landbouw - voedselvoorziening - zelfvoorzieningslandbouw - oppervlakte (areaal) - mineralen - agriculture - food supply - subsistence farming - acreage - minerals
In een rekenscenario waarin in de voorbeeldregio zo’n 16,6 miljoen mensen wonen die gemiddeld zo’n 82 gram eiwitten per persoon per dag consumeren, die voor 59% afkomstig zijn uit dierlijke producten, is voldoende land beschikbaar voor de teelt van gras (veevoer) en precies genoeg voor de overige gewassen, zoals granen en groenten. Het landbouwareaal dat alleen kan dienen voor de teelt van gras en klaver en dat niet gebruikt hoeft te worden voor de verbouw van gras, is minimaal. De stikstof uit de mest van de aanwezige veestapel en stikstofvastlegging door vlinderbloemigen kan geheel voorzien in de bemesting van het teeltoppervlak voor plantaardige producten. Het uitgangspunt om geen aanvullende kunstmest te gebruiken wordt in dit rekenscenario gehaald.
Land- en tuinbouwcijfers 2012
Wijsman, J.C.G. - \ 2012
Den Haag : LEI, onderdeel van Wageningen UR / CBS (LEI-rapport 2012-56) - 260
landbouwstatistieken - oppervlakte (areaal) - eu regelingen - landbouw - agrarische handel - natuurbeheer - akkerbouw - tuinbouw - veehouderij - agricultural statistics - acreage - eu regulations - agriculture - agricultural trade - nature management - arable farming - horticulture - livestock farming
Met deze gezamenlijke publicatie bieden het LEI en het CBS een veelzijdige en handzame bron van gegevens over de ontwikkeling van de sector. Tabellen uit de publicatie met langere tijdreeksen zijn naar wens te downloaden via www.lei.wur.nl/NL/statistieken. Aanvullende actuele informatie staat op onze websites: CBS: www.cbs.nl/statline
Een ruimere jas voor natuurontwikkeling in de Waddenzee, uitgewerkt voor een casus Afsluitdijk
Baptist, M.J. ; Dijkema, K.S. ; Duin, W.E. van; Smit, C.J. - \ 2012
Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C084/12) - 27
habitats - natuurontwikkeling - wetlands - wadden - afsluitdijk - natura 2000 - oppervlakte (areaal) - nature development - tidal flats - acreage
In de afgelopen jaren zijn verscheidene plannen voor natuurontwikkeling in de Waddenzee ontwikkeld. In essentie leiden deze plannen tot een aanpassing van de reeds aanwezige natuurlijke habitats. Dit gebeurt meestal met een intentie om de natuur te herstellen of te verbeteren, maar het leidt naar de letter van de wet tot een conflict met de Nederlandse natuurwetgeving volgend uit Natura 2000 waarbij behoud van areaal van een bepaald habitattype vaak het instandhoudingsdoel is. In dit rapport wordt uitgelegd onder welke condities en randvoorwaarden toch invulling gegeven kan worden aan natuurontwikkeling. Dit wordt nader uitgewerkt voor een hypothetische casus van kwelderontwikkeling langs de Afsluitdijk.
50 jaar monitoring van kwelderwerken
Dijkema, K.S. ; Duin, W.E. van - \ 2012
De Levende Natuur 113 (2012)3. - ISSN 0024-1520 - p. 118 - 122.
kweldergronden - bodem - vegetatie - oppervlakte (areaal) - biodiversiteit - monitoring - waddenzee - salt marsh soils - soil - vegetation - acreage - biodiversity - wadden sea
In de Waddenzee liggen langs de noordkust van het vasteland van Groningen en Friesland 6000 ha voormalige 'landaanwinningswerken'. Door middel van rijshoutdammen en begreppeling zijn daarin halfnatuurlijke kwelders ontstaan. Sturing van de natuurlijke processen heeft de opslibbing bevorderd, waarna zich spontaan kweldervegetatie heeft gevestigd. Meer dan 50 jaar monitoring blijkt een belangrijke kennisbasis voor beheer van kwelders, biodiversiteit en zeespiegelstijging.
Waarom Brussel wil weten hoe breed een Hollandse sloot is
Janssen, H. ; Meijer, M. - \ 2012
Kennis Online 9 (2012)maart. - p. 11 - 11.
gemeenschappelijk landbouwbeleid - kaarten - karteringen - oppervlakte (areaal) - subsidies - referentienormen - geografische informatiesystemen - cap - maps - surveys - acreage - reference standards - geographical information systems
Henk Janssen en Marcel Meijer van Alterra, onderdeel van Wageningen UR, zoeken naar de zwakke plekken in kaarten waarop de Europese landbouwsubsidies worden gebaseerd. Slechte kaarten zijn duur, leggen de onderzoekers uit. Duur voor boeren die er subsidie door mislopen, of duur voor de Nederlandse overheid die een miljoenenboete van Brussel riskeert als de kaarten niet kloppen.
Betrokkenheid van Nederlandse bedrijven bij transnationale grondverwerving en pacht : een eerste verkenning
Meijerink, G.W. ; Kamphuis, B.M. - \ 2012
Den Haag : LEI Wageningen UR (LEI Nota ) - 62
particuliere sector - buitenlandse investering - oppervlakte (areaal) - landbouwgrond - grondmarkten - particuliere investering - private sector - foreign investment - acreage - agricultural land - land markets - private investment
Vooral sinds de scherpe stijging van de voedselprijzen in 2007/2008 is er een sterk toegenomen belangstelling van landen en bedrijven om grond in andere landen in gebruik te nemen voor de productie van landbouwgewassen, zowel voor voedselgewassen als voor biobrandstoffen. Het gaat om zeer grote oppervlaktes cultuurgrond, met soms vergaande consequenties voor de plaatselijke bevolking. Naast China en de olierijke maar ‘voedselarme’ landen in het Midden Oosten zijn ook Europese bedrijven actief op dat terrein. Het is onduidelijk in hoeverre Nederlandse bedrijven bij dit fenomeen zijn betrokken. Nederland heeft een lange geschiedenis ten aanzien van het gebruik van landbouwgrond in het buitenland, denk aan de plantages in de Nederlands koloniën, de grootscheepse emigratie na de Tweede Wereldoorlog maar ook de (neven)vestigingen van landbouwbedrijven in Oost-Europa en groente en bloementeelt in Oost-Afrika. Het Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie heeft het LEI gevraagd een verkennend onderzoek uit te voeren naar het areaal grond dat Nederlandse bedrijven in bezit of gebruik hebben in het buitenland en de omvang van de Nederlandse investeringen in grond in de wereld.
Het mosselbestand en het areaal aan mosselbanken op de droogvallende platen in de Waddenzee in het voorjaar van 2011
Zweeden, C. van; Troost, K. ; Ende, D. van den; Stralen, M.R. van - \ 2011
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C154/14) - 29
mossels - mosselteelt - zoögeografie - oppervlakte (areaal) - waddenzee - mussels - mussel culture - zoogeography - acreage - wadden sea
Onderzoek naar het areaal en bestand aan litorale mosselbanken in de Waddenzee. Doel is: Het maken van een biomassa-schatting van het mosselbestand op droogvallende platen in de Nederlandse Waddenzee in het voorjaar van 2011
Potenties van een zout Volkerak-Zoommeer voor mossel- en oestercultuur
Wijsman, J.W.M. ; Kleissen, F. - \ 2011
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C180/11A) - 43
verzilting - zout water - schaal- en schelpdierenteelt - oppervlakte (areaal) - volkerak-zoommeer - haalbaarheidsstudies - salinization - saline water - shellfish culture - acreage - volkerak-zoommeer - feasibility studies
In een zoute situatie zal het Volkerak-Zoommeer (opnieuw) een interessant gebied worden voor de kweek van schelpdieren. In een eerdere verkenning door de Vries et al. (2008) is berekend dat een mosselproductie van 6 á 9 miljoen kg mogelijk is. Er is hiervoor een perceeloppervlak nodig van 400 tot 600 ha. Onderhavige studie laat zien dat er in het zoute Volkerak-Zoommeer een totaal areaal van maximaal 2000 ha in potentie geschikt is voor bodemcultuur mosselen. Een totaal perceeloppervlak van 400 tot 600 ha is dus realistisch
Verkenning naar de mogelijkheden van eiwithoudende teelten in Europa
Kamp, J.A.L.M. ; Berkum, S. van; Timmer, R.D. ; Reeuwijk, P. van - \ 2011
Lelystad : PPO AGV - 25
eiwitleverende planten - diervoedering - voer - voedergewassen - teelt - akkerbouw - oppervlakte (areaal) - gewasopbrengst - protein plants - animal feeding - feeds - fodder crops - cultivation - arable farming - acreage - crop yield
Het Ministerie LNV is verzocht een verkenning uit te voeren naar de mogelijkheden van de teelt van eiwithoudende gewassen binnen Europa. Deze verkenning richt zich op grondstoffen voor gebruik in diervoeders. De aanleiding van deze vraag (motie Waalkens/Cramer) is gebaseerd op: • de constatering dat de Europese Unie een grootimporteur is van eiwithoudende gewassen; • de wereldwijde groei van de vraag naar eiwithoudende gewassen; • de trage voortgang bij de verduurzaming van de sojateelt; • de afnemende financiële middelen voor de veredeling van eiwithoudende gewassen door de afname van het geteelde areaal. In het WUR rapport naar eiwitvervangers (Kamp et al, 2008) is beschreven dat met name erwten, maar ook veldbonen en lupinen geschikte vervangers zijn. Tevens is berekend dat in West-Europa theoretisch voldoende areaal geteeld kan worden om aan de Nederlandse vraag naar eiwitgrondstoffen te voldoen. De hiervoor benodigde zeer grote areaalverschuiving tussen gewassen is niet realistisch. Zowel het (lagere) saldo van de sojavervangers in combinatie met (hogere) teeltrisico’s voor telers zijn hier debet aan. De West-Europese vraag naar diervoedergrondstoffen is in sterke mate prijsgestuurd. Het voederrantsoen van de dieren wordt geoptimaliseerd naar voersamenstellingen tegen minimale kosten. Dit leidt ertoe dat er een sterke correlatie blijkt te zijn tussen de prijzen van verschillende grondstoffen. Per saldo is niet te verwachten dat voor sojavervangers uit Oost-Europa een betere prijs betaald wordt. In Oost-Europa worden momenteel maar in beperkte mate eiwitgewassen geteeld, die vooral in de eigen regio worden afgezet. Het volume dat thans naar West-Europa wordt geleverd is zeer beperkt. Bovendien blijkt uit een eerste oriëntatie dat de transportkosten van bulkproducten uit Oost-Europa in dezelfde orde van grootte liggen als het bulkvervoer vanuit Zuid-Amerika. Dit leidt niet tot een relatief betere concurrentiepositie voor het Oost-Europese product. Het stimuleren van de teelt van sojavervangers zonder subsidies vereist het interessanter maken van deze gewassen ten opzichte van granen. Voor zowel telers als afzetmarkt moet de kostprijs per kg product van sojavervangers dalen. Dit kan door opbrengstverhoging in combinatie met verlaging van de teeltkosten. Veredeling en teeltonderzoek spelen dan een cruciale rol. Omdat de arealen van deze producten te gering zijn, is niet te verwachten dat veredelaars en teeltonderzoekers hiermee spontaan aan de gang gaan. Bovendien vereist dit een langjarige inspanning om de relatieve achterstand van deze gewassen ten opzichte van graan (de concurrent in bouwplan). Restproducten van 1e generatie biobrandstoffen (met name koolzaadkoek, DDGS) kunnen een belangrijke eiwitbron voor de diervoedersector vormen. Bij ongewijzigd beleid kan deze stroom nog fors groeien. In het eerder genoemde rapport (Kamp et al, 2008) wordt gewezen op het belang van consistent beleid om dit beoogde groei (bijdrage aan EU doelstellingen duurzame biobrandstoffen) te realiseren en indirect een groter volume aan bijproducten voor de diervoedersector beschikbaar te krijgen. Winning van eiwitten uit organisch materiaal (restproducten), bijv. overtollig gras, bietenblad enz. kan in potentie een dusdanig volume aan eiwit opleveren, dat het de import van soja voor een groot deel kan vervangen. Op dit moment is echter nog niet duidelijk of dit proces economisch haalbaar is. Wellicht kan deze ontwikkeling op een termijn van bijv. 5 jaar een deeloplossing bieden voor inperking van de soja-importen.
Naar een glutenvrije haverketen
Kamp, J.A.L.M. ; Reeuwijk, P. van - \ 2011
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroenten (Publicatie / Praktijkonderzoek Plant & Omgeving nr. 409)
gluten - haver - markten - oppervlakte (areaal) - marktverkenningen - oats - markets - acreage - market surveys
project PPO 3250209111
Basiskaart Natuur 1990rev. Vervaardiging en monitoring van veranderingen
Hazeu, G.W. ; Kramer, H. ; Clement, J. ; Daamen, W.P. - \ 2011
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 218) - 83
landgebruik - bossen - oppervlakte (areaal) - natuur - vegetatie - monitoring - inventarisaties - nederland - land use - forests - acreage - nature - vegetation - inventories - netherlands
Dit werkdocument geeft een beschrijving van de achtergronden, het Natuurbeleidsplan 1990, de doelstelling en de afbakening (Hoofdstuk 1), de gebruikte bestanden (Hoofdstuk 2) en de gevolgde methodiek die geleid heeft tot het bestand BN1990rev (Hoofdstuk 3). De legenda, statistieken en validatie van het bestand worden beschreven in hoofdstuk 4. Tevens wordt in Hoofdstuk 4 een vergelijking gemaakt tussen de bestanden BN1990rev en het oude IBN1990t (oftewel BN1990) (par. 4.3) en tussen de bestanden BN1990rev en BN2004 (par. 4.4). Conclusies en aanbevelingen volgen in Hoofdstuk 5.
Beschermde natuurmonumenten : stand van zaken 2010 en toekomstige bescherming
Broekmeyer, M.E.A. ; Bijlsma, R.J. ; Nieuwenhuizen, W. - \ 2011
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2132) - 137
natuurgebieden - natuurwaarde - oppervlakte (areaal) - inventarisaties - natura 2000 - natural areas - natural value - acreage - inventories
Beschermde natuurmonumenten vallen onder een categorie wettelijk beschermde gebieden, die vanaf de jaren ’70 van de vorige eeuw zijn aangewezen. Een groot deel valt binnen de grenzen van Natura 2000-gebieden. Dit rapport gaat over de exclusieve beschermde natuurgebieden: 64 gebieden met een totaal oppervlak van 3422 hectare die buiten deze grenzen vallen. Het rapport geeft informatie over de stand van zaken ten aanzien van ligging, oppervlak, beheer en eigendom. De meeste exclusieve beschermde natuurmonumenten vallen binnen de grenzen van de EHS. Wat betreft natuurwaarden is vooral gekeken naar de floristische en vegetatiekundige betekenis van de gebieden. De gebieden lijken een belangrijke rol te vervullen bij het behoud van de (inter)nationale biodiversiteit. Ten slotte is onderzocht of voor de bescherming van natuurwaarden van deze beschermde natuurmonumenten kan worden volstaan met een ruimtelijk beschermingsregime of dat een aanvullend wettelijk regime nodig is. Uitkomst is dat de Wet op de ruimtelijke ordening en de herijking EHS perspectief bieden voor bescherming, maar dat aanvullend beleid noodzakelijk lijkt voor een optimale bescherming.
Check title to add to marked list

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.