Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 50 / 630

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==plagenbestrijding
Check title to add to marked list
It depends: : effects of soil organic matter in aboveground-belowground interactions in agro-ecosystems
Gils, Stijn Herman van - \ 2017
Wageningen University. Promotor(en): W.H. van der Putten; D. Kleijn. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463436526 - 176
soil organic matter - agroecosystems - aphidoidea - fertilizers - wheat - rape - crop yield - ecosystem services - nutrient availability - pest control - organic farming - organisch bodemmateriaal - agro-ecosystemen - aphidoidea - kunstmeststoffen - tarwe - koolzaad - gewasopbrengst - ecosysteemdiensten - voedingsstoffenbeschikbaarheid - plagenbestrijding - biologische landbouw

Over the last decades agricultural production increased drastically due to the use of external inputs. However, the use of external inputs has high environmental costs and may negatively influence ecosystem processes such as pollination and pest control that underpin agricultural production. Soil organic matter has been proposed as a potential alternative to external inputs as it relates to multiple yield promoting ecosystem processes. The aim of my thesis is to assess whether and how soil organic matter content alters the effect of some ecosystem processes and external inputs on crop yield. I examined whether soil organic matter alters biomass of wheat and oilseed rape under fertilizer supply. Other biotic and abiotic factors that operate at different spatial and temporal scales are also included in some of these experiments. I found that under controlled conditions soil organic matter may reduce the positive effect of mineral fertilizer supply on crop biomass. The reduction changed with the presence or absence of a pathogenic root fungus, but not with drought stress. Moreover, soil organic matter enhances performance of aphids under controlled greenhouse conditions, but the enhancement was less than fertilizer supply. None of these controlled experiments, however, showed that soil organic matter can be an alternative to mineral fertilizer supply. Under field conditions soil organic matter did not strongly affect plant nutrient availability or performances of aphid and its natural enemies. The relation between soil organic matter and plant biomass in a greenhouse experiment did not change with organic management or the duration of it, neither did it change with pollinator visitation rate, an ecosystem process that is managed on the landscape scale. These results suggest that soil organic matter may relate to ecosystem services that influence crop yield, whereas these relations might not be significant under field conditions. Collectively, all these results suggest that the relation between soil organic matter content and ecosystem processes that benefit crop yield is highly context dependent. I propose future research may focus on (1) the quality of soil organic matter rather than the content per se and (2) the relation between soil organic matter content and crop yield under realistic conditions in a longer term.

Bestrijding Echinothrips americanus met roofmijten en roofwantsen : groeiend probleem in sierteelt onder glas
Messelink, G.J. ; Leman, A. ; Gasemzadeh, Somayyeh - \ 2016
Onder Glas 13 (2016)2. - p. 24 - 25.
tuinbouw - glastuinbouw - plantenplagen - sierteelt - rosaceae - capsicum - groenten - snijbloemen - gerbera - gewasbescherming - landbouwkundig onderzoek - thrips - frankliniella occidentalis - roofmijten - reduviidae - stuifmeel - plagenbestrijding - horticulture - greenhouse horticulture - plant pests - ornamental horticulture - rosaceae - capsicum - vegetables - cut flowers - gerbera - plant protection - agricultural research - thrips - frankliniella occidentalis - predatory mites - reduviidae - pollen - pest control
Dat trips een enorm probleem is in de sierteelt onder glas is geen nieuws meer. In de meeste gevallen gaat het dan om de Californische trips, een soort met een sterke voorkeur voor bloemen. De laatste jaren duikt er steeds vaker een andere polyfage trips op, de Echinothrips americanus. Deze typische bladbewonende trips kan in sierteeltgewassen zoals gerbera en roos behoorlijk schade geven als er niet tijdig wordt ingegrepen. In onderzoek is nog eens nauwkeurig gekeken naar de bestrijding met een aantal soorten roofmijten en roofwantsen.
Ziekteweerbaarheid verhogen tegen wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne spp.)
Kolk, J.P. van der; Voogt, W. ; Streminska, M.A. ; Wurff, A.W.G. van der - \ 2016
- 1 p.
tuinbouw - gewasbescherming - plagenbestrijding - meloidogyne - glastuinbouw - biologische bestrijding - compost - bodemvruchtbaarheid - tomaten - conferenties - biologische landbouw - plaagbestrijding met predatoren - vruchtgroenten - meloidogyne incognita - meloidogyne javanica - aaltjesdodende eigenschappen - plantenparasitaire nematoden - bodemweerbaarheid - horticulture - plant protection - pest control - greenhouse horticulture - biological control - composts - soil fertility - tomatoes - conferences - organic farming - predator augmentation - fruit vegetables - nematicidal properties - plant parasitic nematodes - soil suppressiveness
In de biologische glastuinbouw zijn bodem gebonden ziektes een groot knelpunt. Wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne incognita en M. javanica) zijn belangrijke pathogenen die in de vruchtgroententeelt voor problemen zorgen.
Plaagbestrijding met omnivore roofwantsen
Messelink, G.J. ; Leman, A. ; Elfferich, Caroline ; Kruidhof, H.M. - \ 2016
Wageningen : Wageningen UR Glastuinbouw - 1 p.
bestrijdingsmethoden - tuinbouw - glastuinbouw - plagenbestrijding - reduviidae - tomaten - gerbera - rosaceae - trialeurodes vaporariorum - thrips - tuta - cyrtopeltis tenuis - control methods - horticulture - greenhouse horticulture - pest control - tomatoes
Het doel van dit project is om tot robuuste bestrijdingsmethoden van meerdere plagen te komen door inzet van omnivore roofwantsen in de gewassen tomaat, gerbera en roos, waarbij eigenschappen van het gewas en de omgeving worden aangepast voor een optimale vestiging en plaagbestrijding met minimale risico’s op gewasschade. De bestrijding richt zich op de plagen witte vlieg (gerbera, roos, tomaat) en Echinothrips (gerbera en roos) en op de invasieve plagen Tuta aboluta en Nesidiocoris tenuis (tomaat), maar is ook van nut voor andere plagen zoals spint, mineervlieg en bladluis. Poster van het PlantgezondheidEvent 2016.
Verkennen van nieuwe mogelijkheden voor de bestrijding van wortelduizendpoot in de glastuinbouw
Kruidhof, H.M. ; Bloemhard, C.M.J. - \ 2015
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport GTB 1381) - 18 p.
slasoorten - lactuca sativa - glasgroenten - scutigerella immaculata - gewasbescherming - plagenbestrijding - fusarium oxysporum - glastuinbouw - lettuces - greenhouse vegetables - plant protection - pest control - greenhouse horticulture
In the autumn of 2014 many companies specialized in protected lettuce cultivation were confronted with severe plant damage. In several lettuce greenhouses garden centipedes were detected. This explorative study summarizes the available knowledge of garden centipedes, and describes new possibilities for their control (chapter 1). It also tested one of the new control options, i.e. luring the garden centipedes with CO2-capsules, in a laboratory set-up (chapter 2). At the concentration tested, no luring effect of the CO2-capsules on the garden centipedes could be detected.
At the same time it was found that many damaged lettuce plants suffered from Fusarium root damage. From research by the NVWA (Netherlands Food and Consumer Product Safety Authority) Fusarium was eventually identified as F. oxysporum lactucae. Finally, this seemed to be the most important culprit of the observed plant damage.
Dossier Functionele Agrobiodiversiteit
Alebeek, F.A.N. van - \ 2015
Groen Kennisnet
agrobiodiversiteit - agrarische productiesystemen - plagenbestrijding - biologische bestrijding - agrarisch natuurbeheer - gewasbescherming - bodemvruchtbaarheid - agro-biodiversity - agricultural production systems - pest control - biological control - agri-environment schemes - plant protection - soil fertility
De diversiteit aan soorten organismen als planten, dieren, micro-organismen – in een woord biodiversiteit – is een samenhangend geheel. De soorten binnen een systeem kunnen elkaar op verschillende manieren beïnvloeden. Regenwormen en micro-organismen kunnen de bodemstructuur verbeteren, bijen zorgen voor bevruchting van planten en zweefvliegen kunnen de ontwikkeling van luizen onderdrukken.
Aanpak van suzuki : hygiëne voor beperken oogstschade door de suzuki-fruitvlieg
Helsen, H.H.M. ; Brouwer, G. - \ 2015
Ekoland (2015)7/8. - ISSN 0926-9142 - p. 12 - 14.
drosophila suzukii - invasieve exoten - fruitteelt - kleinfruit - plagenbestrijding - plantenplagen - bedrijfshygiëne - gewasbescherming - insectenbestrijding - waardplanten - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - biologische landbouw - invasive alien species - fruit growing - small fruits - pest control - plant pests - industrial hygiene - plant protection - insect control - host plants - cultural control - organic farming
Enkele jaren geleden dook in ons land de suzuki-fruitvlieg op. Deze invasieve soort veroorzaakte in 2014 aanzienlijke schade in de teelt van zachtfruit. Doordat op biologische fruitteeltbedrijven vaak veel opeenvolgende gewassen worden geteeld, zijn de risico’s daar extra groot. In het Praktijknetwerk ‘Probleemplagen divers aanpakken’ is aandacht besteed aan de vraag wat de biologische fruitteler kan doen om de aantasting te beperken.
Risico op verspreiding van Xanthomonas tijdens CATT aardbeiplanten
Evenhuis, B. ; Wolf, J.M. van der; Kastelein, P. ; Krijger, M.C. ; Mendes, O. ; Verstappen, E.C.P. ; Otma, E. ; Kruistum, G. van; Verschoor, J. - \ 2015
Wageningen : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (Applied Plant Research) Business Unit AGV (PPO 3250293000) - 30
aardbeien - plantenvermeerdering - xanthomonas fragariae - gecontroleerde omgeving - nematoda - gewasbescherming - plagenbestrijding - plantenparasitaire nematoden - meloidogyne hapla - pratylenchus penetrans - biologische bestrijding - strawberries - propagation - controlled atmospheres - plant protection - pest control - plant parasitic nematodes - biological control
Risico tijdens CATT op overdracht van Xanthomonas zeer gering De belangrijkste conclusie uit het onderzoek naar de overdracht van Xanthomonas van plant naar plant tijdens CATT is dat dit risico uitermate klein is. Bij latent geïnfecteerd plantmateriaal werden geen aanwijzingen gevonden voor de verspreiding van Xanthomonas tijdens CATT. Dit suggereert dat in een partij zonder symptomatische planten het risico op verspreiding van Xanthomonas nagenoeg afwezig is. Werd zwaar besmet symptomatisch plantmateriaal blootgesteld aan CATT dan werd af en toe met de Bio-TaqMan een aanwijzing voor besmetting van doelplanten gevonden. Dit leidde overigens in geen van deze gevallen tot het daadwerkelijk isoleren van de Xanthomonas bacterie. Ook werd geen symptoomontwikkeling in de doelplanten waargenomen, nadat deze waren uitgeplant en nageteeld. Dit geeft aan dat hoewel verspreiding tijdens CATT niet geheel uit te sluiten is, het risico van infectie van Xanthomonas-vrije planten zeer klein is.
Options in dealing with marine alien species
Pelt-Heerschap, H.M.L. van; Sneekes, A.C. ; Foekema, E.M. - \ 2015
Den Helder : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C082/15) - 45
mariene gebieden - invasieve exoten - moleculaire detectie - monitoring - preventie - plagenbestrijding - marine areas - invasive alien species - molecular detection - prevention - pest control
Invasive species can have strong impact on the local ecosystem, not only substantial impact on the local ecosystem, but also on economy and human health. This review on marine alien species outlines aspects of prevention, eradication and control strategies. When managing invasive species, prevention is preferable and less costly than controlling species. Especially for marine environments, invasive species can disperse rapidly and can be particularly hard to detect.
Hoe zorgen zombierupsen voor een beter milieu?
Vet, L.E.M. - \ 2015
Universiteit van Nederland
biodiversiteit - ecosystemen - sluipwespen - rupsen - plagenbestrijding - insectenplagen - organismen ingezet bij biologische bestrijding - milieubeheersing - gewasbescherming - verdedigingsmechanismen - biodiversity - ecosystems - parasitoid wasps - caterpillars - pest control - insect pests - biological control agents - environmental control - plant protection - defence mechanisms
Filmpje van de Universiteit van Nederland: Hoe zorgen zombierupsen voor een beter milieu? Als je verschillende soorten organismen in een ecosysteem hebt, houden ze elkaar in balans. Daarom is biodiversiteit goed voor het milieu. Dit is ook waarom insectenplagen soms erger kunnen worden door het gebruik van pesticiden. Prof. dr. Louise Vet van Wageningen UR onderzoekt daarom hoe zombierupsen plagen kunnen bestrijden.
Het nieuwe doen in plantgezondheid
Verberkt, H. ; Kogel, W.J. de; Zweep, A. - \ 2015
Wageningen UR
gewasbescherming - tuinbouw - teeltsystemen - duurzaamheid (sustainability) - innovaties - plagenbestrijding - conferenties - plantgezondheid - plant protection - horticulture - cropping systems - sustainability - innovations - pest control - conferences - plant health
Poster van PlantgezondheidEvent 12 maart 2015.
Ziekteweerbaarheid verhogen tegen wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne spp.)
Kolk, J.P. van der; Voogt, W. ; Streminska, M.A. ; Wurff, A.W.G. van der - \ 2015
Wageningen UR
tuinbouw - gewasbescherming - plagenbestrijding - meloidogyne - glastuinbouw - biologische bestrijding - compost - bodemvruchtbaarheid - tomaten - conferenties - horticulture - plant protection - pest control - greenhouse horticulture - biological control - composts - soil fertility - tomatoes - conferences
In de biologische glastuinbouw zijn bodem gebonden ziektes een groot knelpunt. Wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne incognita en M. javanica) zijn belangrijke pathogenen die in de vruchtgroententeelt voor problemen zorgen. Is de effectiviteit van een stapeling van werkingsmechanismen hoger dan wanneer elk van de factoren afzonderlijk worden toegepast tegen de schade veroorzaakt door wortelknobbelaaltjes in biologische tomatenteelt? Poster van PlantgezondheidEvent 12 maart 2015.
Weerbaarheid, ook tegen plantenvirussen!
Stijger, C.C.M.M. ; Verbeek, M. - \ 2015
Wageningen UR
gewasbescherming - tuinbouw - plagenbestrijding - virussen - bodemweerbaarheid - verbetering - conferenties - biologische bestrijding - plant protection - horticulture - pest control - viruses - soil suppressiveness - improvement - conferences - biological control
Minder virus (schade) in een economisch rendabele en duurzame teelt door: 1. Afbraak virusdeeltjes door bacteriën/schimmels. 2. Vatbaar wordt onvatbaar door genetische aanpassing van de plant. 3. Symptoomonderdrukking. Poster van PlantgezondheidEvent 12 maart 2015.
Kleine stappen vooruit tegen Fusarium in paprika
Beerens, N. ; Hofland-Zijlstra, J.D. ; Noordam, M. ; Broek, R.C.F.M. van den - \ 2015
Wageningen UR
gewasbescherming - tuinbouw - fusarium - vruchtrot - conferenties - capsicum - plagenbestrijding - kasproeven - plant protection - horticulture - fruit rots - conferences - pest control - greenhouse experiments
Doelstellingen van dit onderzoek: Effect toetsen van biologische en oxidatieve producten met een contactwerking op jonge gewasscheuten. Effect toetsen van diverse producten die de natuurlijke afweerreacties kunnen versterken tegen Fusarium op jonge planten in een kasproef. Poster van PlantgezondheidEvent 12 maart 2015.
Toepassing van plasma geactiveerd water tegen plantenziekten
Broek, R.C.F.M. van den; Hofland-Zijlstra, J.D. ; Noordam, M. ; Hollinger, T.C. ; Leenders, P. - \ 2015
Wageningen UR
gewasbescherming - tuinbouw - conferenties - plagenbestrijding - biociden - glastuinbouw - botrytis - erwinia - proeven - gerbera - plant protection - horticulture - conferences - pest control - biocides - greenhouse horticulture - trials
Doelstellingen van dit onderzoek: Effectiviteit testen van plasmawater als biocide in labtesten met een bacterie, Erwinia en een schimmel, Botrytis. Effectiviteit in de naoogst tegen Botrytis op gerberabloemen. Ontwikkelen van praktijkmeting van plasmawater die gerelateerd is aan biocidewerking (nog in uitvoering).Poster van PlantgezondheidEvent 12 maart 2015.
Beheersing van meeldauw in de sierteelt
Hofland-Zijlstra, J.D. ; Breeuwsma, S.J. ; Noordam, M. ; Broek, R.C.F.M. van den - \ 2015
Wageningen UR
tuinbouw - glastuinbouw - gewasbescherming - plagenbestrijding - duurzaamheid (sustainability) - meeldauw - sierteelt - conferenties - gerbera - kalanchoe - stikstof - kasproeven - horticulture - greenhouse horticulture - plant protection - pest control - sustainability - mildews - ornamental horticulture - conferences - nitrogen - greenhouse experiments
Doelstellingen: Effect toetsen van systemisch werkende producten die de natuurlijke afweer versterken tegen meeldauw onder praktijkcondities. Effect toetsen van stikstof op meeldauw. Poster van PlantgezondheidEvent 12 maart 2015.
Mogelijkheden voor bladluisbestrijding met schimmels
Messelink, G.J. ; Holstein-Saj, R. van; Dinu, M.M. ; Bloemhard, C.M.J. - \ 2015
gewasbescherming - tuinbouw - glastuinbouw - capsicum - plagenbestrijding - biologische bestrijding - aphididae - natuurlijke vijanden - kasproeven - entomopathogene schimmels - conferenties - plant protection - horticulture - greenhouse horticulture - capsicum - pest control - biological control - aphididae - natural enemies - greenhouse experiments - entomogenous fungi - conferences
Doelstelling: Bepalen welke soorten entomopathogene schimmels het meest kansrijk zijn voor de bestrijding van bladluizen in kasteelten en wat de randvoorwaarden zijn voor een geslaagde bestrijding. Poster van PlantgezondheidEvent 12 maart 2015.
Nieuwe methoden voor bestrijding van bodemplagen in de glastuinbouw en zomerbloemen
Kruidhof, H.M. ; Bloemhard, C.M.J. ; Leman, A. - \ 2015
gewasbescherming - tuinbouw - glastuinbouw - zomerbloemen - plagenbestrijding - biologische bestrijding - chemische bestrijding - enchytraeidae - sciaridae - tipula - scarabaeidae - conferenties - plant protection - horticulture - greenhouse horticulture - summer flowers - pest control - biological control - chemical control - conferences
Bodemplagen vormen een zeer diverse groep van insecten en andere geleedpotigen en kunnen in verschillende gewassen in de glastuinbouw problemen geven. Recentelijk is een nieuwe PPS “Nieuwe methoden voor bestrijding van bodemplagen in de glastuinbouw en zomerbloemen” gehonoreerd voor Topsector T&U subsidie. Binnen deze PPS zal onderzoek naar verschillende bodemplagen worden gedaan: Poster van PlantgezondheidEvent 12 maart 2015.
Ziektebeheersing substraatloze teeltsystemen : naar een robuust systeem tegen ziekten en plagen
Stijger, C.C.M.M. ; Janse, J. ; Vermeulen, T. ; Weel, P.A. van - \ 2014
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport GTB 1335) - 45
bladgroenten - slasoorten - teeltsystemen - hydrocultuur - vloeibare kunstmeststoffen - ziektebestrijding - nutrientenbeheer - risicofactoren - monitoring - reductie - plagenbestrijding - leafy vegetables - lettuces - cropping systems - hydroponics - liquid fertilizers - disease control - nutrient management - risk factors - reduction - pest control
De belangrijkste kennislacune rond substraatloze teeltsystemen is het beheersen van de kwaliteit van het voedingswater. Hoge kwaliteit vergt, naast een goede balans van nutriënten, vooral het voorkomen van ziekte- en plaagontwikkeling. Het voorkomen of beheersen van de verspreiding speelt daarbij een grote rol. De bedrijfszekerheid van nieuwe teeltsystemen staat of valt bij de beheersbaarheid van ziekten en plagen. De ziekte- en plaagbeheersing in substraatloze systemen volgen andere principes dan de reguliere (steenwol of grondgebonden) teelt. De gebruikte watervolumes zijn enorm, fysieke barrières ontbreken maar ook een buffer/balans ontbreekt waarmee een direct effect is te benoemen op het risico op ziekte( en plaagverspreiding. De ziekte- en plaagrisico’s bepalen het gebruik van (chemische) gewasbeschermingsmiddelen, spui, maar bovenal het succes van een substraatloze teelt. Het verlagen van het risico op ziekten en plagen en het voorkomen, monitoren en vertragen van een snelle verspreiding daarvan is onderwerp van dit project. Het onderzoek waarin in dit verslag wordt gerapporteerd heeft zich gericht op de kennisvragen rond ziektebeheersing en de ontwikkeling van indicatoren en teeltstrategieën ter voorkoming van ziekten in een robuust substraatloos (water) systeem. Behalve dat een chemische aanpak vanwege het gebruik van grote volumes water in deze nieuwe teeltsystemen vaak geen economisch haalbare oplossing is, is een chemische aanpak voor ziekte- en plaagproblematiek bovendien geen toekomstgerichte oplossing. Daarom heeft het onderzoek zich gericht, naast het voorkomen van aantastingen, vooral op mogelijke natuurlijke en fysische bestrijdingsmaatregelen. In het onderzoek dat heeft gelopen van juni 2013 tot en met mei 2014 zijn in totaal vier achtereenvolgende slateelten uitgevoerd.
Biodiversity and ecosystem services: does species diversity enhance effectiveness and reliability?
Vos, C.C. ; Grashof-Bokdam, C.J. ; Opdam, P.F.M. - \ 2014
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 25) - 63
ecosysteemdiensten - biodiversiteit - bodemecologie - broeikasgassen - plagenbestrijding - landschapsbeleving - ecosystem services - biodiversity - soil ecology - greenhouse gases - pest control - landscape experience
In this report recent scientific literature was analysed, focussing on systematic review papers to clarify the relationship between species diversity and the effectiveness and reliability of seven ecosystem services. For those services where a relation with species diversity was found, the importance of the Dutch National Nature Network (NNN) and the network of small natural elements (green infrastructure, GI) in the landscape was assessed. Results indicate that species diversity is important for ecosystem service effectiveness. However, reliability is not well studied. NNN and GI are important for ecosystem service effectiveness, but it is not yet possible to derive concrete guidelines on the required amount and spatial configuration of NNN and GI for optimal ecosystem service provisioning. Several suggestions have been made to acquire knowledge on ecosystem services that is needed to improve the implementation of ecosystem services in local landscape planning
Het bodemschimmelschema
Lamers, J.G. ; Rozen, K. van - \ 2014
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit PPO-agv - 70
akkerbouw - tuinbouw - vollegrondsgroenten - kennis van boeren - kennisoverdracht - internet - waardplanten - gewasbescherming - plagenbestrijding - bodemschimmels - arable farming - horticulture - field vegetables - farmers' knowledge - knowledge transfer - host plants - plant protection - pest control - soil fungi
Dit project betreft het ontsluiten van kennis via een internetapplicatie over de invloed van waardplant, plantgevoeligheid en bodemtype op bodemgerelateerde plagen en schimmels. Het schema bevat vijftien belangrijke bodemschimmels in zowel akkerbouw- als vollegrondsgroentegewassen, beschreven in aparte hoofdstukken. Elk hoofdstuk bestaat uit een algemene beschrijving, de levenscyclus, waardplanten en vermeerdering en de schade van de plaag. Voor iedere plaag is een bodemplagenschema gemaakt met een semi-kwantitatieve beschrijving van de schade en vermeerdering van de plaag op 40 landbouwgewassen, zoveel mogelijk gevolgd door een referentie.
Handhaven van sluipwespen tegen wolluis
Pijnakker, J. ; Leman, A. ; Messelink, G.J. - \ 2014
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1313) - 22
glastuinbouw - sierteelt - plagenbestrijding - planococcus citri - sluipwespen - organismen ingezet bij biologische bestrijding - waardplanten - gastheren (dieren, mensen, planten) - effecten - greenhouse horticulture - ornamental horticulture - pest control - planococcus citri - parasitoid wasps - biological control agents - host plants - hosts - effects
De citruswolluis, Planococcus citri, is een hardnekkige en toenemende plaag in de sierteelt onder glas. In dit onderzoek is gekeken of de bestrijding van wolluis met sluipwespen verbeterd kan worden door de levensduur te verlengen met suikers. Het bijvoeren van sluipwespen met suikers (een mix van glucose, sucrose en fructose) verlengde de levensduur aanzienlijk, gemiddeld bleven de wespen van de soort Anagyrus pseudococci 5x zo lang in leven. In kooiproeven werd gevonden dat het toevoegen van suikers aan planten met citruswolluis resulteerde in een grotere populatieopbouw van de sluipwesp A. pseudococci. Blijkbaar hebben deze suikers een betere voedingswaarde dan de honingdauw die door de wolluis zelf wordt afgescheiden. Echter, bij het testen van suikers in een grotere kasproef kon om onduidelijke redenen geen toegevoegde waarde worden aangetoond. Een andere manier om sluipwespen te handhaven in kassen is door ze gastheren aan te bieden voor parasitering. In dit onderzoek is een bankerplantsysteem getest op basis van kalanchoë en citruswolluis. Om de kans op ontsnapping van wolluis naar een teeltgewas te minimaliseren werden deze planten omringd door een plexiglaskoker . Het bleek dat deze bankerplanten gedurende 16 weken honderden sluipwespen van A. pseudococci kunnen produceren. Bij toepassing in een kas werd wolluis sneller en effectiever bestreden door sluipwespen dan in een kas zonder bankerplanten en alleen sluipwespen.
Biodiversiteit onder glas : voedsel voor luizenbestrijders
Janmaat, L. ; Bloemhard, C.M.J. ; Kleppe, R. - \ 2014
Driebergen : Louis Bolk Instituut - 20
glastuinbouw - glasgroenten - aphididae - biologische landbouw - gewasbescherming - plagenbestrijding - biodiversiteit - organismen ingezet bij biologische bestrijding - nuttige insecten - bloemen - paprika's - nectarplanten - plaagbestrijding met natuurlijke vijanden - greenhouse horticulture - greenhouse vegetables - organic farming - plant protection - pest control - biodiversity - biological control agents - beneficial insects - flowers - sweet peppers - nectar plants - augmentation
In het praktijknetwerk 'Biodiversiteit onder glas' is door glastuinders geëxperimenteerd met bloemen in en rond de kas. Al dan niet in combinatie met bankerplanten zoals granen. Deze brochure is gemaakt om kennis over bloemen en biologische bestrijders te geven en specifiek het nut van biodiversiteit.
Goede bedrijfshygiëne geeft suzuki-fruitvlieg weinig kans
Helsen, H.H.M. ; Heijerman-Peppelman, G. - \ 2014
De Fruitteelt 104 (2014)22. - ISSN 0016-2302 - p. 17 - 11.
kleinfruit - drosophila suzukii - aantasting - plagen - bedrijfshygiëne - kersen - prunus avium - organisch afval - teeltsystemen - plagenbestrijding - small fruits - infestation - pests - industrial hygiene - cherries - organic wastes - cropping systems - pest control
De meeste suzuki-fruitvliegen werden vorige jaar gevangen in kersenboomgaarden waar geïmporteerd fruit werd verkocht. In dat fruit zaten eieren en larven van de suzuki-fruitvlieg. In dat afval van dat fruit ontwikkelden zich vliegen, die op minstens één bedrijf flinke schade veroorzaakten aan de late kersen. Een goede bedrijfshygiëne is dan ook onontbeerlijk bij de beheersing van de suzuki-fruitvlieg, al laten buitenlandse ervaringen zien dat dit geen garanties geeft.
Kennis als gereedschap om schade te beperken
Raaijmakers, E. ; Rozen, K. van; Everaarts, T. - \ 2014
Akker magazine 10 (2014)5. - ISSN 1875-9688 - p. 18 - 19.
akkerbouw - gewasbescherming - deroceras reticulatum - plantenplagen - naaktslakken - tipulidae - elateridae - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - plagenbestrijding - kennis van boeren - dieridentificatie - bodempathogenen - suikerbieten - arable farming - plant protection - plant pests - slugs - cultural control - pest control - farmers' knowledge - animal identification - soilborne pathogens - sugarbeet
Slakken, emelten en ritnaalden zijn al op veel percelen suikerbieten waargenomen. Ze veroorzaken plantwegval. Hierdoor moesten enkele telers hun percelen zelfs overzaaien. Ieder jaar zorgen bodemplagen voor schade. Met meer kennis hierover heeft een teler meer gereedschappen in handen om schade te beperken en de opbrengst te verhogen.
Concept-afwegingskader beheersing invasieve oever- en waterplanten
Dijk, C.J. van; Riemens, M.M. - \ 2014
Amersfoort : Stowa (Rapport / STOWA 2014-20) - ISBN 9789057736520 - 39
waterlopen - invasieve exoten - schadelijke waterplanten - plagenbestrijding - inventarisaties - streams - invasive alien species - aquatic weeds - pest control - inventories
Uitheemse, woekerende oeverplanten en waterplanten kunnen voor veel problemen zorgen in de waterbeheersing. Dan is bestrijding gewenst. Dit rapport is een eerste stap in de ontwikkeling van een volwaardig afwegingskader voor het kiezen van de meest adequate bestrijdingsmethode. Bestrijding van uitheemse, woekerende oever- en waterplanten, zoals de Waterwaaier (Cabomba) en de Grote waternavel, vergen vaak grote inspanningen van waterbeheerders. Er zijn voorbeelden waarin deze uitheemse soorten dermate snel watergangen koloniseren, dat snelle bestrijding vereist is. De verwachting is dat problemen met uitheemse soorten planten (en dieren) in watergangen in de toekomst gaan toenemen. Om de veiligheid en de functionaliteit van waterinfrastructuur te kunnen garanderen, is bestrijding en/of beheersing van invasieve uitheemse soorten noodzakelijk.
Monitoring Aspergevliegen 2013 Gewastellingen en lijmstokvangsten van aspergevliegen in veertien aspergevelden
Rozen, K. van; Wilms, J.A.M. - \ 2014
Lelystad : PPO AGV - 55
asparagus - stengelgroenten - plagen - veldgewassen - vollegrondsgroenten - plantenplagen - geïntegreerde plagenbestrijding - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - gewasbescherming - veldproeven - boorders (insecten) - insectenplagen - plagenbestrijding - stem vegetables - pests - field crops - field vegetables - plant pests - integrated pest management - cultural control - plant protection - field tests - boring insects - insect pests - pest control
Monitoringssysteem voor aspergevliegen ontwikkelen met bijbehorende advisering. De resultaten in 2012 en 2013 van 26 gemonitorde percelen geven voldoende aanleiding tot een gerichtere aanpak van aspergevliegen. Dit betekent ook vaak dat niet hoeft worden ingegrepen. In 2013 is een schadedrempel geformuleerd op basis van de uitkomsten; bestrijding uitvoeren nadat gemiddeld 10 aspergevliegen/val/week zijn geteld. Op dit moment wordt aanbevolen om deze schadedrempel in de praktijk te valideren.
Voorkomen van schade door bonenvlieg : effectiviteit van zaad- en bodembehandelingen en aanvullende maatregelen om stamslabonen te beschermen tegen de maden van de bonenvlieg (2013)
Rozen, K. van; Vlaswinkel, M.E.T. - \ 2014
Lelystad : PPO AGV - 28
delia platura - insectenbestrijding - phaseolus vulgaris - gewasbescherming - vollegrondsgroenten - vollegrondsteelt - veldproeven - plagenbestrijding - groenteteelt - spinazie - insecticiden - insect control - plant protection - field vegetables - outdoor cropping - field tests - pest control - vegetable growing - spinach - insecticides
In de bonenteelt veroorzaken de maden van de bonenvlieg vraatschade in de kiem- en opkomstperiode, wat kan leiden tot plantwegval en vervolgens opbrengstverlies. Het toegelaten middelenpakket beperkt zich tot één insecticide waarmee het zaad wordt behandeld. Nieuwe middelen met een laag negatief milieuprofiel, insect werende producten en praktische teeltmaatregelen zijn gewenst tegen de verschillende stadia van de bonenvlieg. Dit rapport geeft de resultaten van een veldproef en een demo uitgevoerd in 2013 weer en is het vervolg op de deskstudie en het veldonderzoek in 2012.
Schema Bodemplagen als hulpmiddel : Na aaltjesschema nu ook overzicht voor andere bodemplagen in ontwikkeling
Qiu, Y.T. - \ 2014
Nieuwe oogst : LTO Noord, ZLTO en LLTB. Editie midden 10 (2014)6. - p. 36 - 36.
bodempathogenen - plantenplagen - rotaties - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - plagenbestrijding - gewasbescherming - vollegrondsteelt - akkerbouw - soilborne pathogens - plant pests - rotations - cultural control - pest control - plant protection - outdoor cropping - arable farming
Bij welke gewassen moet je als teler op je hoede zijn voor bodemplagen? Welke gewassen zijn het beste te telen als je een bepaald plaaginsect verwacht? Het Schema Bodemplagen is een eenvoudig hulpmiddel.
Towards Integrated Pest Management in East Africa : a feasibility study
Dijkxhoorn, Y. ; Bremmer, J. ; Kerklaan, E. - \ 2013
The Hague : LEI Wageningen UR (Report / LEI Wageningen UR 13-103) - 48
integrated pest management - pesticides - risk reduction - pest control - disease control - sustainable agriculture - feasibility studies - east africa - geïntegreerde plagenbestrijding - pesticiden - risicovermindering - plagenbestrijding - ziektebestrijding - duurzame landbouw - haalbaarheidsstudies - oost-afrika
Pesticide risk reduction through registration of less hazardous pesticides and the promotion of nonchemical pest and disease control approaches such as Integrated Pest Management (IPM) is essential for a more sustainable plant production in East Africa in order to enhance both export market access and food safety. This study gives guidance for the transition towards a further adoption of IPM in East Africa. It describes the current situation and presents the incentives for and obstacles to the East African countries. There are various initiatives to strengthen the institutional, economic, political and social aspects in the East African region. The East African Community (EAC) is working jointly on different themes, including agricultural development and reducing trade barriers. Also, in the field of pesticide legislation further steps should be made. A regional approach in establishing a framework for the registration of pesticides and bio pesticides and natural liquids would be a first step in creating the institutional environment to make actions more effective and efficient.
Begeleidende rapportage Schema Bodemplagen
Qiu, Y.T. ; Rozen, K. van; Raaijmakers, E. ; Everaarts, T. - \ 2013
Lelystad : Applied Plant Research (PPO 3250227400) - 75
bodempathogenen - plantenplagen - vollegrondsteelt - akkerbouw - plagenbestrijding - overzichten - informatie - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - bestrijdingsmethoden - soilborne pathogens - plant pests - outdoor cropping - arable farming - pest control - reviews - information - cultural control - control methods
De bodem is een reservoir van insecten, waarvan een deel verantwoordelijk is voor economische schade in akkerbouw- en vollegrondsgroentegewassen. Bij de meeste zogenaamde bodeminsecten leeft alleen het volwassen stadium bovengronds; andere stadia leven voornamelijk in de bodem. Daarnaast zijn er veel plaaginsecten die de bodem gebruiken als schuilplaats om een ongunstige periode van het jaar (zoals de winter) door te brengen. Daardoor functioneert de bodem voor veel bodemplagen als een brug van het ene teeltseizoen naar het andere. Doordat de plagen zich kunnen verbergen in de bodem of in het ondergrondse plantenweefsel zijn ze in die levensfase moeilijk te bestrijden. Inzicht in biologische en ecologische aspecten van deze insectenplagen is noodzakelijk om ze doelgericht te beheersen of te bestrijden. Een overzichtelijk bodemplagenschema biedt een degelijke basis voor een milieuvriendelijke en duurzame aanpak van bodemgerelateerde plagen.
Behandeling uitgangsmateriaal tegen stengelaaltjes: effect warmwaterbehandeling en CATT bij eerstejaars plantuien
Wander, J. ; Volker, D. ; Lieshout, M. van - \ 2013
Kennisakker.nl 2014 (2013)16 jan.
akkerbouw - gewasbescherming - aaltjesdodende eigenschappen - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - warmtebehandeling - plantuien - boorders (insecten) - plagen - plagenbestrijding - nematoda - behandeling voor het planten - plantenparasitaire nematoden - arable farming - plant protection - nematicidal properties - cultural control - heat treatment - onion sets - boring insects - pests - pest control - preplanting treatment - plant parasitic nematodes
Bij de warmwaterbehandeling van plantuitjes heeft de voorbehandeling geen effect had op de mate van besmetting van de plantuitjes met stengelaaltjes maar de iets andere voorbehandeling bij de CATT gaf een sterke verlaging van de mate van besmetting. Bij de warmwaterbehandeling in combinatie met de voorbehandeling werd bij een watertemperatuur vanaf 43 ºC een vrij goede effectiviteit bereikt van bijna 99%. Bij de CATT behandeling werd bij 43 ºC in combinatie met de voorbehandeling een uitstekende effectiviteit verkregen van 99,8%
Maatregelen voor het ontsmetten van tarragronden uit de landbouw
Runia, W.T. ; Molendijk, L.P.G. - \ 2013
Wageningen : PPO AGV - 5
bodemkwaliteit - akkerbouw - bouwland - tarra (suikerbieten) - recycling - bloembollen - plagenbestrijding - inundatie - soil quality - arable farming - arable land - dirt tare - ornamental bulbs - pest control - flooding
Met het ministerie is afgesproken dat de Stichting Veldleeuwerik een beroep mag doen op de helpdesk van Wageningen UR. In onderhavig geval is dat de vraag over het veilig terugbrengen van tarragronden naar de percelen. Naast de teelt van suikerbieten gaat het hier ook over bloembollen.
Bestrijding van wortelknobbelaaltjes in de bodem : Inundatie
Elberse, I.A.M. ; Visser, J.H.M. - \ 2013
Lisse : PPO sector Bloembollen, Bomen en Fruit - 29
meloidogyne hapla - inundatie - gewasbescherming - effecten - bloembollen - gladiolus - dahlia - temperatuur - plagenbestrijding - landbouwkundig onderzoek - flooding - plant protection - effects - ornamental bulbs - temperature - pest control - agricultural research
Het noordelijk wortelknobbelaaltje (Meloidogyne hapla) vormt een toenemend probleem in dahlia. Gladiool en dahlia zijn goede waardplanten voor het maïswortelknobbelaaltje (Meloïdogyne chitwoodi). Dit is een quarantaine aaltje en wanneer dit in uitgangsmateriaal wordt aangetroffen, gelden er wettelijke maatregelen van de NVWA. Dit leidt tot voornamelijk economische schade voor de teler. Tot nu toe vallen de problemen met M. chitwoodi in gladiool en dahlia mee, maar omdat de NVWA heeft besloten tot strengere inspectie, is de verwachting dat er in de toekomst meer problemen mee zullen zijn.
Cotton in Benin: governance and pest management
Togbe, C.E. - \ 2013
Wageningen University. Promotor(en): Arnold van Huis; D.K. Kossou; S.D. Vodouhe, co-promotor(en): Rein Haagsma. - Wageningen : Wageningen UR - ISBN 9789461738073 - 201
gossypium hirsutum - katoen - plagen - gewasproductie - gewasbescherming - biologische bestrijding - neemextracten - beauveria bassiana - bacillus thuringiensis - veldproeven - participatie - boeren - plagenbestrijding - plagenbehandeling - geïntegreerde plagenbestrijding - benin - gossypium hirsutum - cotton - pests - crop production - plant protection - biological control - neem extracts - beauveria bassiana - bacillus thuringiensis - field tests - participation - farmers - pest control - pest management - integrated pest management - benin

Key words: cotton, synthetic pesticides, neem oil (Azadirachta indica), Beauveria bassiana,

Bacillus thuringiensis, field experiment, farmers’ participation

Pests are one of the main factors limiting cotton production worldwide. Most of the pest

control strategies in cotton production rely heavily on the application of synthetic pesticides.

The recurrent use of synthetic pesticides has large consequences for the environment (air,

water, fauna, and flora) and human health. In cotton growing areas in Benin, targeted pests

develop resistance, and this resistance is extended to malaria mosquitos. Other negative

impacts are pest resurgence and secondary pest outbreaks due to the effects on the beneficial

insect fauna. This dissertation addresses the technical and institutional constraints hindering

the wide-scale use of staggered targeted control, ‘Lutte étagée ciblée’ (LEC, in French) for

cotton production.

Wider adoption of LEC can only be achieved if some institutional changes were to

occur, such as in the role of input suppliers in order to improve the procurement of LEC

pesticides. This can only happen if farmers would be empowered and better organised.

Locally available phytochemicals and biopesticides can be used to address problems related to

the difficulty in obtaining synthetic pesticides, as well as their negative environmental impact.

Neem oil (Azadirachta indica) and Beauveria bassiana are good candidates to be used in an

integrated pest management approach, as their impact on the beneficial fauna is minimal. We

tested whether the efficacy could be enhanced by using mixed formulations of neem oil and

bio-insecticides, but yields obtained with neem oil used alone and mixed with biopesticides

were not different. This suggests an absence of a synergistic effect between neem oil and B.

bassiana (Bb11) and between neem oil and B. thuringiensis. The combination of biopesticides

increased the cost of production more than that of the conventional treatments, compromising

the profitability of such formulations. Participation in the research process increased farmers’

knowledge on pest and natural enemy recognition. The increase in knowledge did not lead to

any modification in farmer practices with respect to the use of neem oil and Beauveria, but it

led to a significant change towards threshold-based pesticide applications. Policy implications

for successfully changing farming practices are discussed.

Roofwantsen kunnen als enige volwassen tripsen aan (interview met Anton van der Linden)
Arkesteijn, M. ; Linden, A. van der - \ 2013
Onder Glas 10 (2013)10. - p. 21 - 21.
glastuinbouw - plagenbestrijding - reduviidae - thrips - sierteelt - snijbloemen - landbouwkundig onderzoek - greenhouse horticulture - pest control - ornamental horticulture - cut flowers - agricultural research
Tripsen vormen een lastig probleem in de sierteelt. Het is gunstig om op minimaal twee punten in te kunnen grijpen in hun cyclus. Alleen roofwantsen kunnen volwassen tripsen uitschakelen. Daarom zouden ze een welkome aanvulling kunnen zijn om de tripscyclus aan te pakken.
Verminder kostbare verliezen door bewaarrot
Wenneker, M. - \ 2013
De Fruitteelt 103 (2013)8. - ISSN 0016-2302 - p. 14 - 14.
fruitteelt - plantenziekten - vruchtrot - plagenbestrijding - landbouwkundig onderzoek - kosten - kwekers - opslag - monitoring - ziektebestrijding - fruit growing - plant diseases - fruit rots - pest control - agricultural research - costs - growers - storage - disease control
In de lange bewaring van appel en peer wordt geregeld extreem veel vruchtrot aangetroffen. Aantasting door vruchtrot leidt jaarlijks tot veel uitval en kost dus veel geld. Deze kosten zijn niet alleen directe bewaarverliezen: de kosten voor het telen van het product zijn immers ook gemaakt. Bovendien kunnen partijen met vruchtrotinfecties, die bij de sortering nog visueel perfect zijn, in de supermarkt of bij de consument versneld gaan afleven of rotten.
Biofumigatie kan belofte nog niet waarmaken
Hoek, H. ; Visser, J.H.M. - \ 2013
Akker magazine augustus (2013)7. - ISSN 1875-9688 - p. 24 - 25.
plagenbestrijding - biologische bestrijding - nematodenbestrijding - biofumigatie - akkerbouw - landbouwkundig onderzoek - veldproeven - pest control - biological control - nematode control - biofumigation - arable farming - agricultural research - field tests
Biofumigatiegewassen kunnen hun belofte als effectieve aaltjesbestrijder vooralsnog niet waarmaken. De inzet van Afrikaantjes tegen wortellesieaaltjes blijkt aanmerkelijk effectiever en ook zwarte braak scoort beter. Dit blijkt uit onderzoek van PPO naar gewassen die worden ingezet bij biofumigatie: de bestrijding van een schadelijk organisme door een damp of gas met natuurlijke stoffen.
De suzuki-fruitvlieg Drosophila suzukii, een nieuwe plaag op fruit in Nederland
Helsen, H.H.M. ; Bruchem, J. van; Potting, R. - \ 2013
Gewasbescherming 44 (2013)3. - ISSN 0166-6495 - p. 72 - 76.
drosophila suzukii - insectenplagen - kleinfruit - eigenschappen - bestrijdingsmethoden - gewasbescherming - plagenbestrijding - fruitteelt - insect pests - small fruits - properties - control methods - plant protection - pest control - fruit growing
In 2012 is voor het eerst de suzuki-fruitvlieg Drosophila suzukii (Matsamura) in Nederland aangetroffen. Deze van oorsprong Aziatische soort heeft zich in de afgelopen jaren in hoog tempo over Europa en Noord-Amerika verspreid. De suzuki-fruitvlieg is schadelijk doordat de vrouwtjes in staat zijn hun eieren te leggen in rijpende vruchten van een groot aantal fruitgewassen. Kleinfruit (o.a. aardbei en bessen) en steenfruit (vooral kersen) zijn de gewassen die het meest gevoelig zijn voor aantasting door de suzukifruitvlieg. Dit artikel geeft een beschrijving van de soort en een overzicht van de bestrijdingsmogelijkheden.
Effect van bodemroofmijten op drie plagen in gerbera
Pijnakker, J. ; Leman, A. - \ 2013
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten WUR GTB 1267) - 30
gerbera - sierteelt - gewasbescherming - roofmijten - organismen ingezet bij biologische bestrijding - tests - plantenplagen - plagenbestrijding - ornamental horticulture - plant protection - predatory mites - biological control agents - plant pests - pest control
Er worden veel spontaan optredende roofmijtsoorten gevonden in de winterperiode in gerberakassen. Onbekend is of deze roofmijten een rol spelen in de bestrijding van weekhuidmijten. Als ze effectief zijn zou het vroegtijdig stimuleren van hun aanwezigheid interessant kunnen zijn in de beheersing van weekhuidmijten. Ze worden nu vaak in november-december in grote aantallen gevonden. Dat is echter te laat om schade te vermijden. Het doel van het project was de effectiviteit van diverse roofmijtensoorten te bepalen op weekhuidmijten, eieren van Duponchelia en larven van fruitvlieg in gerbera. Larven van de fruitvlieg werden door alle geteste roofmijten genegeerd. Weekhuidmijten werden vaak over het hoofd gezien door de grote soorten bodemroofmijten. Amblyseius reductus bleek wel een geschikte kandidaat te zijn tegen weekhuidmijten. De meeste roofmijten uit dit onderzoek kunnen eieren van Duponchelia en soms de jonge rupsen consumeren. Hypoaspis miles, Hypoaspis aculeifer en Macrocheles robustulus tonen echter vaak een voorkeur voor larven van rouwmuggen en trips-poppen
Banker plant systeem voor Delphastus catalinae tegen wittevlieg
Linden, A. van der - \ 2013
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten WUR GTB 1266) - 18
sierteelt - plagenbestrijding - trialeurodes vaporariorum - biologische bestrijding - encarsia formosa - coccinellidae - glastuinbouw - organismen ingezet bij biologische bestrijding - predatoren - ornamental horticulture - pest control - biological control - greenhouse horticulture - biological control agents - predators
Kaswittevlieg Trialeurodes vaporariorum is voor verscheidene sierteeltgewassen een belangrijke plaag. Naast de inzet van de sluipwesp Encarsia formosa is het lieveheersbeestje Delphasitus catalinae erg geschikt om haarden van kaswittevlieg op te ruimen. Omdat het lieveheersbeestje veel wittevlieg nodig heeft om zich te kunnen ontwikkelen, wordt nagegaan of een andere soort dan kaswittevlieg geschikt is om Delphastus catalinae in grotere aantallen in kassen met sierteelten in stand te houden. De wittevlieg Aleyrodes lonicerae blijkt geschikt als prooi voor Delphastus catalinae. Aleyrodes lonicerae werd gekweekt op zevenblad Aegopodium podagraria en aardbei Fragaria ‘Ellsanta’ maar vestigde zich niet op gerbera, hibiscus. Wel werden eieren gelegd op roos. In roos zou een andere soort wittevlieg kunnen worden toegepast.
Aantastingen door hout- en bastkevers bij jonge eiken : Literatuuronderzoek en inventarisatie op bedrijven en openbaar groen
Sluis, B.J. van der; Moraal, L.G. - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving BBF - 42
boomkwekerijen - plantenziekten - plagenbestrijding - kwaliteit na de oogst - economische analyse - inventarisaties - straatbomen - openbaar groen - forest nurseries - plant diseases - pest control - postharvest quality - economic analysis - inventories - street trees - public green areas
In een aantal laanboomsoorten ondervindt de boomkwekerijsector in toenemende mate problemen met stamschade door hout- en bastboorders. Vooral het geslacht Quercus wordt in dit verband vaak genoemd. Bomen met duidelijke symptomen (gaatjes) zijn grotendeels onverkoopbaar en dit leidt dus tot aanzienlijke financiële schade in de laanboomsector. Mogelijke oplossingen (insectenvallen, bestrijdingsprotocollen, preventietechnieken) zijn niet of beperkt ontwikkeld.
Hetelucht bestrijding in Bos- en Haagplantsoen : Mogelijk alternatief voor chemische bestrijding in beuk en eik? Een verkenning
Sluis, B.J. van der - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving BBF - 31
bos- en haagplantsoen - plagenbestrijding - aphididae - meeldauw - fagus - quercus - alternatieve methoden - heteluchtbehandeling - efficiëntie - literatuuroverzichten - landbouwkundig onderzoek - woody nursery stock - pest control - mildews - alternative methods - hot air treatment - efficiency - literature reviews - agricultural research
In de teelt van Bos- en Haagplantsoen is een aantal ziekten en plagen moeilijk te beheersen. Twee daarvan zijn beukenbladluis in Fagus (beuk) en meeldauw in Quercus (eik) die een intensieve chemische bestrijding noodzakelijk maken. Door de cultuurgroep Bos- en Haagplantsoen is gevraagd onderzoek te doen naar de mogelijkheden van heteluchtbestrijding als alternatief voor chemische bestrijding. Daarnaast is een belangrijke aanvullende bijdrage geleverd door de werkgroep SIM (Scholing, Innovatie en MVO) van Treeport Zundert. Deze heteluchttechniek is afkomstig uit Chili. In Chili ontdekte men een goede nevenwerking tegen ziekten en plagen bij druif tijdens vorstbestrijding (Frostbuster). Dit is overgenomen door een mechanisatiebedrijf in België, dat mogelijkheden voor de toepassing in andere gewassen ziet. De methode is verder ontwikkeld onder de naam PCS (Physical Crop Stimulation). Momenteel wordt PCS op enkele bedrijven succesvol ingezet in de bessen- en kruidenteelt. In de bessenteelt wordt het vooral ingezet ter bestrijding van Botrytis en in de kruidenteelt tegen cicaden. Het literatuuronderzoek was vooral gericht op informatie over de effecten van kortstondige blootstelling en doseringen van hetelucht op organismen (planten, insecten, schimmels). Relevante literatuur is echter niet gevonden. De gevonden informatie was altijd gericht op een langdurigere hittebehandeling bij een lagere temperatuur of destructieve hittebehandeling.
Bestrijding van citruswolluis Planococcus citri
Messelink, G.J. ; Leman, A. ; Pijnakker, J. - \ 2013
glastuinbouw - organismen ingezet bij biologische bestrijding - plagenbestrijding - planococcus citri - sluipwespen - chrysopidae - coleoptera - geïntegreerde plagenbestrijding - greenhouse horticulture - biological control agents - pest control - planococcus citri - parasitoid wasps - chrysopidae - coleoptera - integrated pest management
Het aantal bedrijven dat de afgelopen jaren besmet is geraakt met de citruswolluis, Planococcus citri, is sterk toegenomen. De chemische bestrijding is in veel gevallen niet effectief. Het doel van dit onderzoek is om nieuwe methoden te vinden voor wolluisbestrijding die integreerbaar zijn met biologische bestrijding van andere plagen.
Bijvoeren van Macrolophus in tomaat
Messelink, G.J. ; Holstein, R. van - \ 2013
glastuinbouw - reduviidae - macrolophus caliginosus - solanum lycopersicum - bestrijdingsmethoden - plagenbestrijding - organismen ingezet bij biologische bestrijding - voedselvoorziening - aanbod - proeven - greenhouse horticulture - reduviidae - macrolophus caliginosus - solanum lycopersicum - control methods - pest control - biological control agents - food supply - supply - trials
Posterpresentatie over de roofwants Macrolophus pygmaeus (=caliginosus). De wants is de basis voor de biologische bestrijding in tomaat. Echter, de vestiging van deze roofwants komt vaak moeizaam op gang in de periode winter- voorjaar. Er lijken goede mogelijkheden te zijn om de populatieopbouw in het gewas te versnellen met alternatief voedsel.
Beheersing van wortelvlieg : Dossier Biokennis
Broek, R.C.F.M. van den; Rozen, K. van - \ 2013
Biokennis
psila rosae - penen - insectenplagen - plagenbestrijding - gewasbescherming - vollegrondsgroenten - rotaties - biologische landbouw - carrots - insect pests - pest control - plant protection - field vegetables - rotations - organic farming
De larve van de wortelvlieg, Psila rosae, kan in een aantal schermbloemige gewassen grote schade veroorzaken. Overal in Nederland waar peen wordt geteeld, komt aantasting voor. In Nederland lijken de biologische telers goed met het probleem wortelvlieg om te gaan. Met slimme teeltmaatregelen zijn de problemen beheersbaar en dankzij inzicht in de biologie en levenscyclus van de wortelvlieg kunnen passende maatregelen de schade beperken. In dit dossier een overzicht en tips.
Monitoring aspergevliegen 2012 : gewastellingen en lijmstokvangsten van aspergevliegen in twaalf aspergevelden
Rozen, K. van; Korte, M. ; Peeters, A.C.R.M. ; Wilms, J.A.M. - \ 2013
Lelystad : PPO AGV - 46
gewasbescherming - geïntegreerde plagenbestrijding - asparagus - stengelgroenten - plagen - plantenplagen - veldgewassen - vollegrondsteelt - insectenplagen - plagenbestrijding - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - boorders (insecten) - plant protection - integrated pest management - stem vegetables - pests - plant pests - field crops - outdoor cropping - insect pests - pest control - cultural control - boring insects
Vaststellen in welke mate aspergevliegen voorkomen, in welke periode van het jaar en de invloed van weeromstandigheden hierop. Op basis hiervan wordt een eerste versie van een monitoringssysteem ontwikkeld met bijbehorende advisering. De made van de aspergevlieg vreet een gang door de aspergestengel. Dit kan leiden tot stengelwegval, afhankelijk van het aantal maden en de stengeldikte; jonge aanplant is hierdoor zeer gevoelig. Het voorkomen van aspergevliegen varieert per perceel, blijkt uit monitoring van twaalf praktijkpercelen asperge in 2012. Het zorgvuldig vaststellen van de aspergevliegdruk kan leiden tot een beter advies.
Voorkomen van schade door bonenvlieg : Voorkomen van schade door bonenvlieg : effectiviteit van zaad- en bodembehandelingen om stamslabonen te beschermen tegen de maden van de bonenvlieg, aangevuld met een inventarisatie naar een duurzamere aanpak (2012)
Rozen, K. van; Vlaswinkel, M.E.T. - \ 2013
Lelystad : PPO AGV - 34
insectenbestrijding - phaseolus vulgaris - gewasbescherming - plagenbestrijding - biologische bestrijding - insect control - plant protection - pest control - biological control
De maden van de bonenvlieg vreten aan vele soorten planten, waaronder bonen. Vraatschade in de kiem- en opkomstperiode kan leiden tot plantwegval, dit leidt tot opbrengstverlies. De mogelijkheden om schade door bonenvliegmaden met insecticiden te voorkomen zijn beperkt; er is slechts één middel wat jaarlijks met behulp van een vrijstellingsregeling mag worden gebruikt. De sector heeft aangegeven dat nieuwe of alternatieve middelen of methoden om de bonenvlieg en haar maden te beheersen gewenst is. In dit rapport worden de resultaten van een beknopte desk-studie en vervolgens een 1-jarig veldonderzoek beschreven. Twee insecticide zaadbehandelingen hebben geleid tot betrouwbaar lagere aantasting van de stamslabonen, waaronder de typische “soldaatjes”. Dit leidde tot iets hogere aantallen gezonde planten. De effectiviteit was vergelijkbaar met het referentiemiddel. Door de kleine marges in deze teelt resulteren deze behandelingen vrij snel tot een rendement, doordat het plantwegval tegengaat en hiermee de opbrengst verhoogd. De mogelijkheden voor toelating zal verder moeten worden verkend. Milieuvriendelijkere of biologische middelen waren minder succesvol om schade door de maden van de bonenvlieg te voorkomen; aantasting en aantal gezonde planten kwam overeen met de onbehandelde situaties. Meer inzicht in de biologie van het insect en de werking van dergelijke middelen kan leiden tot effectievere toepassingen. De desk-studie en het veldonderzoek hebben geleid tot aanbevelingen. Tegen dit plaaginsect zou meer gebruik gemaakt kunnen worden van enkele soort-specifiek eigenschappen, zoals de invloed van geur op het gedrag van de bonenvlieg, invloed van organisch materiaal, mest en teeltmaatregelen. Waarom ondervind de ene teler meer last van schade door bonenvliegmaden dan de ander? Antwoord op deze vraag kan leiden tot een doeltreffende aanpak. Tot slot wordt aangegeven dat aandacht voor de meer traditionelere tips als het creëren van goede groeiomstandigheden nuttig blijft om schade zoveel mogelijk te beperken. Inzet van Pyristar kan de periode naar het zoeken van een geschikt alternatief overbruggen.
Fruitmot in peer
Helsen, H.H.M. ; Polfliet, M. ; Trapman, M. - \ 2013
Randwijk : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit - 19
pyrus communis - peren - cydia pomonella - aantasting - zomer - ziektepreventie - plagenbestrijding - nederland - pears - infestation - summer - disease prevention - pest control - netherlands
Op appel ontstaat de meeste fruitmotaantasting in de loop van juni of juli. In jaren met een tweede generatie kan er in augustus nog schade bijkomen. Op peer (Conference) treedt in de meeste jaren nauwelijks vroege aantasting op, terwijl vanaf augustus de schade soms sterk toeneemt. Proeven bij PPO in Randwijk lieten zien hoe dit verschil ontstaat. Van fruitmoteieren die op vruchten van Elstar werden gelijmd, leverde grofweg een derde tot de helft een rups, en dus een aangetaste vrucht op. Bij Elstar veranderde de gevoeligheid van de vruchten voor aantasting gedurende het seizoen niet veel. Bij Conference wel: aan het begin van het seizoen overleefden veel minder rupsen dan later in de zomer. De proefresultaten zijn aanleiding om de bestrijdingsstrategie voor fruitmot op Conference aan te passen en rond begin augustus, als de vruchten extra gevoelig zijn, een fruitmotbestrijding uit te voeren.
Electrolysed water is 'The New Bleach' (interview with Jantineke Hofland-Zijlstra)
Bouwman-van Velden, P. ; Hofland-Zijlstra, J.D. - \ 2013
In Greenhouses : the international magazine for greenhouse growers 2013 (2013)April. - ISSN 2215-0633 - p. 44 - 45.
glastuinbouw - gewasbescherming - elektrolyse - elektrische stroom - desinfecteren - plagenbestrijding - zout water - landbouwkundig onderzoek - greenhouse horticulture - plant protection - electrolysis - electric current - disinfestation - pest control - saline water - agricultural research
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.